Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:6191

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25-06-2013
Datum publicatie
05-09-2013
Zaaknummer
15-741464-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

MK jeugdstraf Zedenzaak.

Verdachte, vijftien jaar oud, heeft zich schuldig gemaakt aan de aanranding van zes vrouwen in een park.

Jeugddetentie en werkstraf. Licht verminderd toerekeningsvatbaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer: 15/741464-12

Uitspraakdatum: 25 juni 2013

Tegenspraak

Promisvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de achter gesloten deuren gehouden terechtzittingen van 28 maart 2013 en 11 juni 2013 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op[geboortedag] 1997 te [geboorteplaats],

wonende te ([postcode]) [adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S.C.M. Wildemors en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.F. Wijngaarden, advocaat in Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 17 december 2012 te [plaats], in elk geval in Nederland,

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1.] (geboren op 20 januari 1930) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het een en/of meermalen:

- vastpakken van en/of likken aan de borsten van die [slachtoffer 1.] en/of

- zoenen van de tepel(s) van die [slachtoffer 1.],

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit:

het door verdachte toevoegen van de woorden: "Ik wil je tieten zien, ik weet dat je mooie tieten hebt" en/of "Ik stop alleen als ik aan je tieten mag likken" en/of "Ik wil je ook wel neuken" en/of "Hou je bek, he, want als je je bek niet houdt doe ik nog veel meer met je" en/of "Vind je het lekker seks? Dan ga ik nu effe met je neuken", althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- het naar de grond trekken van die [slachtoffer 1.] en/of

- het trappen en/of schoppen tegen de arm(en) en/of tegen de heup en/of tegen de/het be(e)n(en) en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer 1.] en/of

- leggen van zijn, verdachtes, hand(en) op de mond van die [slachtoffer 1.] en/of

- met zijn, verdachtes, lichaam op het lichaam van die [slachtoffer 1.] liggen en/of

- vastpakken en/of vastgrijpen bij/van de onderbuik en/of de middel en/of de nek en/of elders aan het lichaam van die [slachtoffer 1.] en/of

- onverhoeds omhoog/omlaag trekken van de trui van die [slachtoffer 1.] en/of

- onverhoeds omhoog/omlaag trekken van de BH van die [slachtoffer 1.] en/of

- onverhoeds vastpakken van en/of likken aan de borsten van die [slachtoffer 1.] en/of

- onverhoeds zoenen van de tepel(s) van die [slachtoffer 1.];

2.

hij op of omstreeks 17 december 2012 te [plaats], in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas met daarin een portemonnee en/of een telefoon en/of een autosleutel

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1.],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

EN/OF

met het oogmerk om zich en/of een ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1.] heeft gedwongen tot afgifte van haar tas (met daarin een telefoon en/of een autosleutel en/of een portemonnee) in elk geval enig goed, geheel of gedeeltelijk toebehorende aan [slachtoffer 1.], in elk geval aan een ander dan aan verdachte.

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte:

- voornoemde [slachtoffer 1.] heeft vastgepakt en op de vloer heeft gegooid en/of op de grond heeft geduwd en/of

- [slachtoffer 1.] (krachtig) heeft getrapt en/of geschopt tegen de arm(en) en/of tegen de heup en/of tegen de/het be(e)n(en) en/of elders tegen het lichaam en/of

- Bovenop voornoemde [slachtoffer 1.] is gaan zitten en (vervolgens) met zijn vingers tussen de broeksband van die [slachtoffer 1.] is gegaan en daarbij heeft gezegd: "Ik ga je neuken".

3.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 september 2012 tot en met 17 december 2012 te [plaats], in elk geval in Nederland,

(telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] (telkens) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van en of meer ontuchtige handelingen.

Bestaande die handelingen hieruit dat verdachte op of omstreeks:

- 24 september 2012 bij [slachtoffer 2] haar billen heeft vastgepakt en/of in de billen heeft geknepen en/of

- 10 oktober 2012 [slachtoffer 3] een trap in de schaamstreek heeft gegeven en/of haar borst heeft vastgepakt en/of daarin heeft geknepen en/of

- 22 oktober 2012 bij [slachtoffer 4] haar kruis en/of vagina heeft betast en/of

- 20 november 2012 bij [slachtoffer 5] haar billen heeft vastgepakt en/of in de billen heeft geknepen en/of

- in de periode van 1 november 2012 tot en met 30 november 2012 bij [slachtoffer 6] haar billen heeft vastgepakt en/of in de billen heeft geknepen en/of

- 17 december 2012 bij [slachtoffer 7] in het kruis heeft gegrepen en/of haar vagina heeft betast;

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) uit:

- het (telkens) onverhoeds vastpakken en/of vastgrijpen en/of betasten en/of aanraken en/of knijpen en/of trappen van/in de bil(len) en/of de borsten en/of de vagina en/of in het kruis van bovengenoemde perso(o)n(en)

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Inleiding

In de periode van 24 september 2012 tot en met 17 december 2012 zijn bij de politie twaalf meldingen gedaan door diverse vrouwen die in het park “De Noord” in [plaats] of in de omgeving daarvan door een donkere jongen zijn aangerand. Een zestal van die meldingen is in een aangifte verwerkt.

Daarnaast is op 17 december 2012 bij de politie een melding gedaan door een 82-jarige vrouw die in de flat [gebouw] in [plaats] door een donkere jongen is aangerand, mishandeld en van haar tas beroofd.

4 Bewijs

4.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de onder 2. cumulatief ten laste gelegde afpersing en tot bewezenverklaring van de onder 1. en 3. ten laste gelegde feiten, alsmede de onder 2. cumulatief ten laste gelegde diefstal met geweld.

4.2

Bewijs(middel)verweer
De raadsman van verdachte heeft partiële vrijspraak bepleit van het onder 1. ten laste gelegde likken aan / zoenen van de borsten. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte dit deel van het feit van meet af aan heeft ontkend en er geen rapportage van het NFI is uitgebracht over het bij verdachte en mevrouw [slachtoffer 1.] afgenomen DNA. Het bewijs van deze handelingen is daarom niet wettig en overtuigend, aldus de raadsman.

De raadsman heeft tevens partiële vrijspraak bepleit van het onder 3. ten laste gelegde feit ten aanzien van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3].

De raadsman heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat verdachte heeft ontkend mevrouw [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te hebben aangerand en de modus operandi (kort gezegd knijpen in billen en niet in borst en/of schaamstreek) bij deze aanrandingen niet overeenkomt met de handelingen van verdachte bij de overige aanrandingen die hij wel bekent. De raadsman heeft met verwijzing naar de oorsprong van de aanrandingen als collectieve baldadigheid van een groepje jonge jongens (en naar een samenvatting van alle mutatierapporten in het proces-verbaal met nummer PL11ZE 2012082554-18, op pagina 49 van het voorlopig dossier) aangevoerd dat volstrekt aannemelijk is dat verdachte niet de enige is geweest die in de ten laste gelegde periode aanrandingen heeft gepleegd.

De rechtbank zal deze verweren, voor zover aan de orde, bespreken onder 4.3

Ook heeft de raadsman partiële vrijspraak bepleit van het onder 3. ten laste gelegde feit ten aanzien van [slachtoffer 7].

Verdachte ontkent na 26 november 2012 aanrandingen in het park te hebben gepleegd en dus mevrouw [slachtoffer 7] niet te hebben aangerand. De verdediging stelt zich op het standpunt dat de herkenning en de signalementen in geval van mevrouw [slachtoffer 7] niet tot het bewijs kunnen worden gebezigd omdat er sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs, dat ook nog eens onbetrouwbaar is, zodat dit van het bewijs moet worden uitgesloten conform artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna afgekort: Sv).

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

In verband met een aantal aanrandingmeldingen is de politie ter uitvoering van haar taak een onderzoek gestart naar deze aanrandingen. Op 26 november 2012 kwam politieambtenaar [naam verbalisant 1] verdachte tegen in het park “De Noord”. Omdat verdachte gedeeltelijk aan het signalement van de aanrander voldeed en zich op de plaats van de aanrandingen bevond, heeft de politieambtenaar verdachte staande gehouden en naar zijn naam gevraagd. Vervolgens heeft de politieambtenaar verdachte om toestemming gevraagd een foto van hem te maken. Verdachte heeft zijn toestemming gegeven en is door voornoemde politieambtenaar gefotografeerd.

De rechtbank is van oordeel dat ten tijde van de staande houding van verdachte geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld als bedoeld in artikel 27 Sv. De enkele omstandigheid dat de politieambtenaar een persoon in het park zag fietsen die gedeeltelijk voldeed aan het door de slachtoffers gegeven signalement, is in dit verband niet voldoende. Derhalve kon de politieambtenaar verdachte niet op grond van artikel 52 Sv staande houden om naar zijn naam te vragen ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit overeenkomstig artikel 27a Sv. De bevoegdheid van de politieambtenaar kan hier echter worden ontleend aan artikel 8a van de Politiewet 1993, dat (destijds) een voor de uitvoering van de politietaak aangestelde ambtenaar van politie de bevoegdheid gaf tot het vorderen van inzage van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van personen, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk was voor de uitoefening van de politietaak. Het vragen naar de naam van verdachte door de politieambtenaar op 26 november 2012 in het park is derhalve, in het licht van de toenmalige maatschappelijk onrustige situatie, redelijkerwijs nodig geweest voor de vervulling van de politietaak en derhalve rechtmatig geschied.

Nu de identiteit van verdachte uit hoofde van de op artikel 8a van de Politiewet 1993 gebaseerde bevoegdheid is vastgesteld, is het nemen van een foto van verdachte onrechtmatig geschied. Voornoemde bevoegdheid omvat immers – anders dan de bevoegdheid gebaseerd op artikel 27 jo. 27a Sv – niet het nemen van een of meer foto’s van verdachte. De omstandigheid dat verdachte zijn toestemming heeft gegeven aan de politieambtenaar om een foto van hem te maken, maakt dit niet anders, gelet op de zeer jeugdige leeftijd van verdachte en zijn kwetsbare positie.

Omdat de foto van verdachte onrechtmatig is verkregen en er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim inhoudende schending van een belangrijk strafvorderlijk voorschrift en er tevens sprake is van een direct causaal verband tussen het geschonden voorschrift en het verkregen bewijsmateriaal, dienen de resultaten als gevolg van de onrechtmatig verkregen foto uitgesloten te worden van het bewijs. Het betreft in dit geval de herkenning van verdachte door mevrouw [slachtoffer 7] op 18 december 2012, vastgelegd in het proces-verbaal bevindingen met nummer PL11DW 2012082554-10 (dossierpagina 136 en 137), die wordt uitgesloten van het bewijs.
Het door mevrouw [slachtoffer 7] gegeven signalement van verdachte wordt daarentegen niet van het bewijs uitgesloten, aangezien dit door haar is gegeven vóórdat (namelijk op 18 december 2012 om 16.20 uur) de onrechtmatig verkregen foto aan haar is getoond (18 december om 16.40 uur), zoals blijkt uit het proces-verbaal van verhoor met nummer PL11DW 2012082554-11 van 19 december 2012 inhoudende de verklaring van [slachtoffer 7] (dossierpagina 134 en 135), het proces-verbaal met nummer PL11DW 2012082554-10 van 19 december 2012 inhoudende de bevindingen van verbalisanten [naam verbalisant 5] en [naam verbalisant 6] (dossierpagina 136 en 137) en het proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris van 20 maart 2013 inhoudende de verklaring van [slachtoffer 7] (pagina 2).

4.3

Redengevende feiten en omstandigheden 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1. en 2. ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Op 17 december 2012 rond 18.11 uur kwam [slachtoffer 1.] uit de lift om naar de deur van haar galerijflat aan [gebouw] 101 in [plaats] te lopen. Zij is door verdachte van achteren vastgepakt, op de vloer gegooid en naar de grond getrokken. Hij heeft tegen haar arm en heup geschopt en zei tegen haar “Hou je bek” toen zij ging gillen. Hij deed zijn hand op haar mond en zei: “Ik wil je tieten zien, ik weet dat je mooie tieten hebt.” Vervolgens trok hij haar trui omhoog en haar BH omlaag en zei: “Ik stop alleen als ik aan je tieten mag likken.” Hij heeft haar rechterborst vastgepakt en gelikt en haar rechtertepel gezoend. Daarna ging hij bovenop haar zitten en is met zijn vingers tussen haar broeksband gegaan waarbij hij zei: “Vind je het lekker seks?” en “Ik ga je neuken.” [slachtoffer 1.] heeft op dat moment gezegd: “jongen ik ben 82 jaar, maar weet je wat je doet, neem mijn tas maar mee” . Verdachte heeft haar tas, met haar portemonnee, mobiel en reserveautosleutels erin, gepakt. Verdachte heeft nog een keer tegen de arm van mevrouw [slachtoffer 1.] geschopt en is weggegaan.2

De rechtbank komt tevens tot bewezenverklaring van het onder 3. ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Op 24 september 2012 liep [slachtoffer 2] samen met haar cliënte in een rolstoel in het park “De Noord” in [plaats]. Nabij de brug stond verdachte plotseling achter haar en werd zij door hem bij haar billen gegrepen. Zij voelde twee handen waarmee zij in haar beide billen werd geknepen.3

Op 10 oktober 2012 liep [slachtoffer 3] met haar hond uit de richting van C. de Jongestraat naar het park “De Noord” in [plaats]. Zij zag verdachte haar tegemoet fietsen. Hij fietste voorbij en zij zag en voelde dat hij haar toen een trap in haar schaamstreek gaf. Verdachte fietste weg maar keerde direct terug. Toen hij weer voorbij fietste, greep hij [slachtoffer 3] bij haar linkerborst.4

Op 22 oktober 2012 is [slachtoffer 4] gaan hardlopen in het park “De Noord” in [plaats]. Vlakbij haar huis kwam zij verdachte voor de eerste keer tegen. Bij het bruggetje in het park kwam zij verdachte voor de tweede keer tegen. Hij fietste haar tegemoet. Hij leunde naar haar over en veegde met zijn hand over haar kruis. Hij aaide vanaf haar kruis tot aan haar zij.5

Op 20 november 2012 wandelde [slachtoffer 5] met haar hond in het park “De Noord” in [plaats]. Bij een schelpenpad in de Molenwijk heeft zij verdachte gezien. Zij besefte toen dat zij hem ongeveer twee of drie weken geleden in het park op zijn fietsgedrag had aangesproken. Even later sprak zij hem weer aan. Vervolgens kwam verdachte van achteren langs haar fietsen en greep haar bij haar billen. Zij voelde dat hij haar met een hand vol in de linkerkant van haar billen greep.6

In de maand november 2012 is [slachtoffer 6] in het park "De Noord" in [plaats], vlakbij haar woning, bij haar billen gegrepen door verdachte op de fiets. Hij pakte haar met zijn hele hand vol op haar rechterbil en kneep daar even in.7

Op 17 december 2012 rond 17.00 uur liep [slachtoffer 7] met haar hond in het park "De Noord" in [plaats]. Vlakbij het bruggetje haalde verdachte op de fiets [slachtoffer 7] in en hij vroeg de weg naar de Prinsenstichting. Zij antwoordde dat hij terug moest in de richting waar hij vandaan was gekomen. Verdachte fietste door in de tegenovergestelde richting en stopte een stuk verderop. [slachtoffer 7] liep de andere kant op. Even later kwam verdachte bij haar van achteren aanfietsen en greep haar van achteren in haar kruis.8

4.4

Bewijsoverweging

Hoewel er geen DNA rapport is uitgebracht, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de borst van [slachtoffer 1.] niet alleen heeft vastgepakt, zoals hij heeft bekend, maar ook dat hij die borst en de tepel heeft gelikt en gezoend.

In het licht van de verklaringen van mevrouw [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7], die eveneens door verdachte zijn aangerand en uit welke verklaringen een bepaald patroon en verheviging van de aanrandingen in de loop van de tijd blijkt, en gelet op de omstandigheid dat de aanranding van mevrouw [slachtoffer 1.] ongeveer een uur na de aanranding van mevrouw [slachtoffer 7] heeft plaatsgevonden, acht de rechtbank de verklaring van de 82-jarige mevrouw [slachtoffer 1.] geloofwaardiger en aannemelijker dan de consistent ontkennende verklaringen van verdachte hieromtrent. Een vrouw van die leeftijd verzint niet dat dit gebeurt, terwijl aannemelijk is dat schaamte bij verdachte tegenover zijn omgeving bij zijn ontkenning op dit punt een rol speelt.

De rechtbank passeert het verweer van de verdediging met betrekking tot de aanrandingen van mevrouw [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], ondanks de ontkenning daarvan door verdachte. De rechtbank acht het door verdachte geschetste alternatieve scenario van een andere jongen die in dezelfde periode op dezelfde plaats aanrandingen zou hebben gepleegd hoogst onwaarschijnlijk. De rechtbank overweegt daarbij dat verdachte geen enkele informatie prijs geeft over zijn vriendengroep, terwijl geen van de aangevers verklaren dat zij ook andere jongens hebben gezien. Bovendien ondersteunen de verklaringen van de aangerande vrouwen elkaar daar waar zij hetzelfde signalement van de dader geven en geen melding maken van aanwezigheid of nabijheid van iemand anders.

De rechtbank verwerpt tevens het verweer aangaande de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 7].

Zoals hiervoor onder 4.2 overwogen, heeft [slachtoffer 7] het signalement van verdachte gegeven voordat een foto van hem aan haar is getoond. Tevens is [slachtoffer 7] door de politie uitdrukkelijk gevraagd of zij op basis van eigen waarnemingen een signalement van haar aanrander had gegeven en het niet van andere aangerande vrouwen had overgenomen. [slachtoffer 7] heeft bij de politie verklaard dat zij het signalement van haar aanrander heeft gegeven. Tijdens haar verhoor door de rechter-commissaris heeft mevrouw [slachtoffer 7] toegelicht over welke informatie met betrekking tot het signalement zij ten tijde van haar aanranding beschikte en van wie deze informatie afkomstig was.

Gezien de gedetailleerde beschrijving van het feit, dat qua plaats en wijze overeenkomt met andere aangiftes, en van het signalement, alsmede de omstandigheid dat [slachtoffer 7] met een hond wandelde terwijl verdachte heeft verklaard meerdere vrouwen te hebben aangerand, sommigen met een hond bij zich, hecht de rechtbank meer waarde aan de verklaringen van [slachtoffer 7] die zij geloofwaardig en aannemelijk acht, dan aan blote ontkenning van verdachte, mogelijk ingegeven door diens schaamte.

4.5

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 17 december 2012 te [plaats] door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1.] (geboren op 20 januari 1930) heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het:

- vastpakken van en likken aan de borst van die [slachtoffer 1.] en

- zoenen van de tepel van die [slachtoffer 1.],

en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld uit:

het door verdachte toevoegen van de woorden: "Ik wil je tieten zien, ik weet dat je mooie tieten hebt" en "Ik stop alleen als ik aan je tieten mag likken" en "Ik wil je ook wel neuken" en "Hou je bek" en "Vind je het lekker seks? Dan ga ik je neuken" en

- het naar de grond trekken van die [slachtoffer 1.] en

- het trappen en/of schoppen tegen de armen en tegen de heup van die [slachtoffer 1.] en

- leggen van zijn, verdachtes, hand(en) op de mond van die [slachtoffer 1.] en/of

- vastgrijpen aan het lichaam van die [slachtoffer 1.] en

- onverhoeds omhoog trekken van de trui van die [slachtoffer 1.] en

- onverhoeds omlaag trekken van de BH van die [slachtoffer 1.];

2.

hij op 17 december 2012 te [plaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas met daarin een portemonnee en een telefoon en een autosleutel, toebehorende aan [slachtoffer 1.], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1.], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte:

- voornoemde [slachtoffer 1.] heeft vastgepakt en op de vloer heeft gegooid en/of op de grond heeft geduwd en/of

- [slachtoffer 1.] krachtig heeft getrapt en/of geschopt tegen de armen en tegen de heup en

- bovenop voornoemde [slachtoffer 1.] is gaan zitten en vervolgens met zijn vingers tussen de broeksband van die [slachtoffer 1.] is gegaan en daarbij heeft gezegd: "Ik ga je neuken";

3.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 24 september 2012 tot en met 17 december 2012 te [plaats] telkens door geweld of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] telkens heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen.

Bestaande die handelingen hieruit dat verdachte:

- op 24 september 2012 bij [slachtoffer 2] haar billen heeft vastgepakt en in die billen heeft geknepen en

- op 10 oktober 2012 [slachtoffer 3] een trap in de schaamstreek heeft gegeven en haar borst heeft vastgepakt en daarin heeft geknepen en

- op 22 oktober 2012 bij [slachtoffer 4] haar kruis heeft betast en

- op 20 november 2012 bij [slachtoffer 5] haar billen heeft vastgepakt en

- in de periode van 1 november 2012 tot en met 30 november 2012 bij [slachtoffer 6] haar billen heeft vastgepakt en in die billen heeft geknepen en

- op 17 december 2012 bij [slachtoffer 7] in het kruis heeft gegrepen,

en bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het telkens onverhoeds vastpakken en/of betasten en/of aanraken en/of knijpen en/of trappen van/in de billen en/of de borst en/of in het kruis van bovengenoemde personen.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

1.

feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

2.

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

3.

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meer malen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7 Motivering van sancties

7.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie van 294 dagen waarvan 200 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Zij heeft gevorderd dat als bijzondere voorwaarde zal worden opgelegd dat verdachte de aanwijzingen van de Jeugdreclassering dient na te leven, met daarbij de Maatregel Hulp en Steun.

Tevens heeft zij geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur subsidiair 60 dagen jeugddetentie.

Ten aanzien van de schadevordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft de officier van justitie geconcludeerd tot een gehele toewijzing van die vordering en tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft zich niet verzet tegen wijziging van de schorsingsvoorwaarden van de voorlopige hechtenis, in die zin dat het huisarrest van verdachte wordt beëindigd.

7.2

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte inmiddels genoeg is afgestraft en dat een verdere straf geen enkele meerwaarde heeft. Verzocht is te volstaan met het opleggen van een onvoorwaardelijke straf die de duur van de ondergane voorlopige hechtenis niet overschrijdt, althans het deel dat dit overschrijdt in de voorwaardelijke vorm op te leggen. Oplegging van een werkstraf naast de jeugddetentie zou te veel zijn.

Tegen hulp heeft verdachte geen bezwaar en heeft inmiddels laten zien dat hij zich goed kan houden aan aanwijzigen en voorwaarden.

Ten aanzien van de schadevordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft de raadsman primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid dan wel afwijzing dan wel matiging.

Ten slotte heeft de raadsman directe opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis verzocht, dan wel wijziging van de schorsingsvoorwaarden in die zin dat de voorwaarde van huisarrest per direct wordt beëindigd.

7.3

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander uit de hierna genoemde rapportages en uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte, vijftien jaar oud, heeft zich schuldig gemaakt aan de aanranding van zes vrouwen in park De Noord te [plaats]. Hoewel hem overduidelijk moet zijn geweest dat zijn slachtoffers niet gediend waren van zijn onverhoedse en ongenode handelingen, heeft hij zijn grensoverschrijdend gedrag niet beëindigd. Ondanks de heftige schrik en woede die hij steeds weer teweegbracht bij de door hem belaagde vrouwen is verdachte steeds verder over de grens gegaan. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. De aanranding en beroving van het zevende slachtoffer, een bejaarde vrouw van 82 jaar in de hal van haar flat, is daarvan het treurige en afschuwelijke dieptepunt.

De rechtbank neemt deze feiten hoog op. Daarbij komt dat verdachte alle slachtoffers in hun directe woon- en recreatieomgeving heeft overvallen, de omgeving waarin zij zich bij uitstek veilig behoren voelen, en heeft daarbij de lichamelijke integriteit van de slachtoffers geschonden. De ervaring leert dat als gevolg van het handelen van verdachte, het vertrouwen van de slachtoffers in de medemens ernstig verstoord kan raken en hen langdurige gevoelens van onveiligheid kan bezorgen. Illustratief hiervoor is de slachtofferverklaring van mevrouw [slachtoffer 7] en de verklaring van mevrouw [slachtoffer 1.] over de nasleep van hetgeen hun is overkomen. De gevolgen van het handelen van verdachte worden overigens niet alleen door de slachtoffers, maar ook door de familie, vrienden en buren van de slachtoffers gevoeld.

7.4

Hoofdstraffen

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 16 april 2013, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder een transactie in de vorm van een werkstraf heeft gehad terzake een vermogensdelict en een leerplichtovertreding;

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van 29 mei 2013 van mevrouw M. Kok, als jeugdreclasseringswerkster verbonden aan de Stichting Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam;

- het over de verdachte uitgebrachte advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 30 mei 2013.

Het psychologisch rapport van GZ-psycholoog M.E. de Wit, gedateerd 11 maart 2013, houdt onder meer het volgende in:

Bij verdachte is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, in de zin van problemen, zo niet verwarring betreffende zijn identiteitsontwikkeling en psychoseksuele ontwikkelingsproblematiek. Vanwege het opgroeien tussen twee sterk verschillende culturen met verschillende waarden en normen kampt verdachte met conflicterende behoeftes en loyaliteiten en neigt zijn seksualiteit, gevoelens van boosheid en agressieve gevoelen te onderdrukken. Daarnaast is er sprake van een sociaal-emotionele ontwikkelingsachterstand op het gebied van de ego- en gewetensontwikkeling waardoor de eigen behoeftes van verdachte nog prevaleren en er nog sprake is van een zwak empathisch vermogen. Betrokkene is in die zin verwend geweest dat hij als jongste is opgegroeid in een groot gezin waar altijd door iemand gehoor werd gegeven aan zijn wensen en behoeftes.

Gezien het voorstaande wordt geadviseerd tot een licht verminderde toerekeningsvatbaarheid.
Ter preventie van recidive wordt geadviseerd een (deels) voorwaarddelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde deelname aan een behandeling bij De Waag, met de systeemtherapie MST ter opvoedingsondersteuning en toezicht en begeleiding van de jeugdreclassering.

Met de conclusie van dit rapport kan de rechtbank zich verenigen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Daarnaast acht de rechtbank verplichte begeleiding door de Stichting Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam, afdeling Jeugdreclassering, noodzakelijk. Een dergelijke verplichting zal als bijzondere voorwaarde aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, beveelt de rechtbank dat de voorwaarde dadelijk uitvoerbaar is.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf van het na te noemen aantal uren moet worden opgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat in de persoonlijke omstandigheden van verdachte grond is gelegen af te wijken van de straf zoals door de officier van justitie is gevorderd.

8 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 593 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 3. ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit de reiskosten per eigen vervoer van [plaats] naar Haarlem in verband met getuigenverhoor door de rechter-commissaris ad
€ 23. De immateriële schade is gezien de omstandigheden, de ernst van het feit en de psychische gevolgen gesteld op een bedrag van € 570.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde materiële schade niet voor vergoeding in aanmerking komt, aangezien voornoemde reiskosten al in het kader van het getuigenverhoor door de rechter-commissaris voor vergoeding in aanmerking kunnen zijn gekomen.

De rechtbank komt echter de vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 250 billijk voor, gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden op nihil vastgesteld.

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 3. bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: feitelijke aanranding van de eerbaarheid] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 36f, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 77za, 246, 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte de 1., 2. en 3. ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.6 weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat de onder 4.6 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 200 dagen;

beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 106 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren;

stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de Stichting Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam, afdeling Jeugdreclassering, ook indien dit inhoudt dat de veroordeelde zal meewerken aan een traject en/of behandeling bij De Waag;

geeft in het kader van deze bijzondere voorwaarde tevens aan bovengenoemde instelling de opdracht tot het verlenen van hulp en steun ex artikel 77aa Wetboek van Strafrecht;

beveelt dat de op grond van artikel 77z gestelde voorwaarden en de op grond van artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht te verlenen hulp en steun, dadelijk uitvoerbaar zijn;

bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

veroordeelt verdachte tot het verrichten van 80 uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 40 dagen jeugddetentie;

wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 3] geleden immateriële schade tot een bedrag van € 250 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3], voornoemd, rekeningnummer[rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 250, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 5 dagen jeugddetentie, met dien verstande dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;

heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.E. van Zutphen, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. J.H. Dubois en mr. A. Stefels, rechters, tevens kinderrechters,

in tegenwoordigheid van de griffier A. Hausenblasová

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 juni 2013.

De voorzitter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal van aangifte met nummer PL11ZE 2012082579-1 van 21 december 2012 inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1.], dossierpagina 69 t/m 71; Proces-verbaal met nummer PL11ZE 2012082579-27 van 31 december 2012 inhoudende de bevindingen van verbalisant[naam verbalisant 7], dossierpagina 78; Proces-verbaal met nummer PL11ZE 2012082579-2 van 18 december 2012 inhoudende de bevindingen van verbalisanten[naam verbalisant 8] en [naam verbalisant 9], dossierpagina 118 en 119; Proces-verbaal met nummer PL11PC 2012077725-2 van 26 november 2012 inhoudende de bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 1], dossierpagina 113 en 114; Proces-verbaal van verhoor met nummer PL11ZE 2012082554-16 van 20 december 2012 inhoudende de verklaring van verdachte, dossierpagina 39 en 40; Proces-verbaal van verhoor met nummer PL11ZE 2012082554-17 van 20 december 2012 inhoudende de verklaring van verdachte, dossierpagina 43 (derde alinea), 45 (derde, vierde en laatste alinea), 46 (bovenaan en in het midden), 47 (eerste alinea) en 48 (vierde laatste alinea); Proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris van 21 december 2012 inhoudende de verklaring van verdachte; Proces-verbaal van verhoor met nummer PL11ZE 2012082554-20 van 15 januari 2013 inhoudende de verklaring van verdachte, dossierpagina 54 (tweede alinea); de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 juni 2013.

3 Proces-verbaal van aangifte met nummer PL11ZE 2012062822-1 van 13 december 2012 inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2], dossierpagina 66 t/m 68; Proces-verbaal informatief gesprek zeden met nummer PL11ZE 2012062822-2 van 25 december 2012, dossierpagina 63 en 64; Proces-verbaal met nummer PL11PC 2012077725-2 van 26 november 2012 inhoudende de bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 1], dossierpagina 113 en 114; Proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris van 2 april 2013 inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2].

4 Proces-verbaal van aangifte met nummer PL11ZE 2012066603-1 van 16 januari 2013 inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3], dossierpagina 96 en 97; Proces-verbaal met nummer PL11PC 2012077725-2 van 26 november 2012 inhoudende de bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 1], dossierpagina 113 en 114; Aanvullend proces-verbaal met nummer PL1100/2013004608 van 10 april 2013; Proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris van 2 april 2013 inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3].

5 Proces-verbaal van aangifte nummer PL11ZE 2012069545-1 van 24 december 2012 inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4], dossierpagina 87 en 88; Proces-verbaal met nummer PL11PC 2012077725-2 van 26 november 2012 inhoudende de bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 1], dossierpagina 113 en 114; Aanvullend proces-verbaal met nummer PL1100/2013004608 van 10 april 2013; Bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 juni 2013.

6 Proces-verbaal van aangifte met nummer PL11ZE 2012083349-1 van 21 december 2012 inhoudende de verklaring van [slachtoffer 5], dossierpagina 83 t/m 85; Proces-verbaal met nummer PL11PC 2012077725-2 van 26 november 2012 inhoudende de bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 1], dossierpagina 113 en 114; Aanvullend proces-verbaal met nummer PL1100/2013004608 van 10 april 2013; Bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 juni 2013.

7 Proces-verbaal van aangifte met nummer PL11ZE 2012083415-1 van 14 januari 2013 inhoudende de verklaring van [slachtoffer 6], dossierpagina 91 t/m 93; Proces-verbaal met nummer PL11PC 2012077725-2 van 26 november 2012 inhoudende de bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 1], dossierpagina 113 en 114; Proces-verbaal met nummer PL11OV 2012083415-2 van 18 januari 2013 inhoudende de bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 4], dossierpagina 94 en 95; Proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris van 2 april 2013 inhoudende de verklaring van [slachtoffer 6].

8 Proces-verbaal van aangifte met nummer PL11ZE 2012082554-1 van 19 december 2012 inhoudende de verklaring van [slachtoffer 7], dossierpagina 79 t/m 81; Proces-verbaal met nummer PL11PC 2012077725-2 van 26 november 2012 inhoudende de bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 1], dossierpagina 113 en 114; Proces-verbaal met nummer PL11PC 2012082554-2 van 17 december 2012 inhoudende de bevindingen van verbalisanten [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3], dossierpagina 116 en 117; Proces-verbaal van verhoor met nummer PL11DW 2012082554-11 van 19 december 2012 inhoudende de verklaring van [slachtoffer 7], dossierpagina 134 en 135; Proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris van 20 maart 2013 inhoudende de verklaring van [slachtoffer 7].