Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:5800

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-07-2013
Datum publicatie
16-07-2013
Zaaknummer
202200-13-1240
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2014:6062, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verhuizing naar het buitenland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Familie & Jeugd

geschillenregeling 1:253a BW

zaak-/rekestnr.: 202200/13-1240

beschikking van de meervoudige kamer voor familiezaken van 3 juli 2013

in de zaak van:

[moeder],

wonende te Haarlem,

hierna mede te noemen: de moeder,

advocaat mr. W.A. van der Stroom - Willemsen, kantoorhoudende te Rotterdam,

tegen

[vader] ,

wonende te Uithoorn,

hierna mede te noemen: de vader,

advocaat mr. E.A.J. Verschuur – van der Voort, kantoorhoudende te Bloemendaal.

1 Procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 het verzoekschrift met bijlagen van de moeder, ingekomen op 15 april 2013;

 de brief, met bijlagen, van de advocaat van de moeder van 3 juni 2013;

 het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen, van de vader, ingekomen op 4 juni 2013;

 de brief, met bijlagen, van de advocaat van de moeder van 5 juni 2013;

 de brief, met bijlage, van de advocaat van de moeder van 6 juni 2013.

1.2

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van de meervoudige kamer van 6 juni 2013 in aanwezigheid van partijen, bijgestaan door hun advocaten.

1.3

De[minderjarigen] hebben voorafgaand aan de zitting hun mening in raadkamer kenbaar gemaakt.

2 Feiten en omstandigheden

2.1

Partijen zijn op 6 april 1984 met elkaar gehuwd, welk huwelijk op 16 juni 2010 is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Haarlem van 8 juni 2010.

2.2

Uit dit huwelijk zijn geboren de minderjarigen[minderjarigen],

  • -

    [minderjarigen], op 26 juli 1995 in de gemeente Haarlem;

  • -

    [minderjarigen], op 1 mei 2001 in de gemeente Haarlem.

De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over deze minderjarigen.

De hoofdverblijfplaats van deze minderjarigen is bij de moeder.

3 Verzoek

3.1

Het verzoek van de moeder strekt tot vervangende toestemming voor verhuizing van de minderjarigen naar de Verenigde Staten in de zomer van 2013. De moeder vraagt voorts om vervangende toestemming te verlenen ten behoeve van het aanvragen van een Amerikaans paspoort voor [minderjarigen].

verhuizing

3.2

De moeder is geboren in de Verenigde Staten. Zij is Amerikaans burger en heeft ook de Nederlandse nationaliteit. De moeder heeft aangevoerd dat zij wil terugkeren naar haar “roots” en dat er weinig meer is dat haar aan Nederland bindt. Sinds vorig jaar zomer is zij daarom met de kinderen meer in concreto gaan onderzoeken hoe hun leven in de Verenigde Staten eruit zou kunnen zien. De moeder voert aan dat zij de kinderen het leven in de Verenigde Staten wil meegeven in de opvoeding en voor beiden goede mogelijkheden ziet voor een vervolgopleiding. Volgens de moeder zal de financiële situatie voor haar en de kinderen in de Verenigde Staten stabieler kunnen zijn. Zij heeft er een vangnet van familie en vrienden. Zij zal aan de slag kunnen in het bedrijf van haar broer en heeft daardoor een zekere financiële basis voor zichzelf en de kinderen. De moeder zal met de kinderen bij haar vader gaan wonen en zich van daar kunnen oriënteren op zelfstandige woonruimte. De zomervakantie 2013 zal het meest passende moment zijn om te verhuizen, gezien de school van [minderjarigen] en de studiefase van [minderjarigen].

3.3

De moeder voert aan dat de vader feitelijk al jarenlang niet meer betrokken is bij het leven van de kinderen. In het in het kader van de echtscheidingsprocedure opgestelde ouderschapsplan was een omgangsregeling afgesproken. Met deze regeling is de vader, aldus de moeder, vrijblijvend omgegaan. Inmiddels heeft [minderjarigen] sinds juni 2010 geen contact meer met de vader, [minderjarigen] sinds september 2010 niet meer. In oktober 2010 heeft de vader de moeder bericht dat zij niets meer van hem zou vernemen. De moeder voert aan dat de vader haar verantwoordelijk acht voor zijn slechte relatie met de kinderen en haar verwijt dat zij het contact tussen hem en de kinderen niet heeft bevorderd. Zij betoogt dat de vader zich niet daadwerkelijk heeft ingezet om de band met de kinderen te herstellen en zijn verantwoordelijkheid hierin te nemen. Hij heeft bijvoorbeeld ervoor gekozen om niet te worden betrokken bij de, medio 2010 gestarte, therapeutische behandeling van de kinderen na de echtscheiding van partijen.

De moeder betoogt dat zij heeft geprobeerd om met de vader in gesprek te komen over de voorgenomen verhuizing. In maart 2013 heeft een begeleid gesprek plaatsgevonden tussen de vader en de kinderen, in aanwezigheid van drs. A. Hendriks, onder andere ontwikkelingspsycholoog / gecertificeerd psycholoog / NIP mediator. Het gesprek vond plaats in het kader van mediation. Volgens de moeder verzet de vader zich niet tegen de verhuizing van [minderjarigen], aangezien [minderjarigen] op korte termijn meerderjarig wordt. Wat toestemming voor de verhuizing van [minderjarigen] betreft stelt de vader als voorwaarde dat (eerst) een therapie tussen hem en [minderjarigen] moet plaatsvinden met het Parental Alienation Syndrome (hierna: het PAS) van [minderjarigen] als insteek.

De moeder wijst erop dat er door de verhuizing geen verandering zal komen in de verdeling van de zorgtaken of contactmomenten, nu de zorg al jarenlang volledig bij haar ligt en de kinderen sinds bijna drie jaar de facto geen contact meer hebben, en nu ook stellig niet willen, met de man.

Tenslotte wijst de moeder erop dat de kinderen zelf niets liever willen dan verhuizen naar de Verenigde Staten. Omdat zij er regelmatig zijn geweest, hebben zij een reëel beeld van het leven in dat land. De kinderen zijn tweetalig opgevoed en spreken vloeiend Engels.

De moeder concludeert dat er geen contact met familie van de vader in Nederland of andere intensieve contacten zijn die verloren zouden gaan c.q. zouden verminderen bij een eventuele verhuizing, dusdanig dat de kinderen en/of de vader in hun belangen worden geschaad.

paspoort

3.4

De moeder verzoekt de rechtbank vervangende toestemming te verlenen voor de aanvraag van een Amerikaans paspoort voor [minderjarigen]. Volgens de moeder heeft de vader geweigerd toestemming te verlenen, zolang als hij niet als vader van [minderjarigen] en [minderjarigen] wordt erkend en gerespecteerd. De moeder benadrukt dat [minderjarigen] (mede) de Amerikaanse nationaliteit heeft en dat van belang is dat zij over een Amerikaans paspoort beschikt. De weigering van de vader om toestemming te verlenen maakt het reizen naar de Verenigde Staten erg ingewikkeld en is voor [minderjarigen] zeer belastend.

aanvullend verzoek

3.5

De moeder heeft bezwaar gemaakt tegen het eerst ter zitting door de vader ingediende verzoek om een eventuele toewijzende beschikking in deze zaak niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 Verweer

verhuizing

4.1

De vader heeft het verzoek gemotiveerd bestreden. Kern van zijn verweer is dat de moeder categorisch heeft geweigerd om de kinderen te motiveren en stimuleren om contact met hem te onderhouden. Als voorbeeld noemt de vader dat de moeder in augustus 2010 geen bemiddelende rol heeft willen spelen in een conflict tussen hem en [minderjarigen] en dit conflict heeft laten escaleren. [minderjarigen] is hierdoor in een loyaliteitsconflict geraakt. De vader voert aan dat zijn bewuste keuze destijds om de kinderen rust te gunnen zodat zij niet nog meer door loyaliteitsgevoelens zouden worden verscheurd, achteraf ten onrechte wordt aangemerkt als desinteresse. Volgens de vader heeft hij herhaaldelijk doch vergeefs een appel op de vrouw gedaan om de kinderen het contact met hun vader niet te onthouden. De vader voert aan dat de moeder haar negatieve gevoelens over het mislukken van het huwelijk waarvoor zij hem de schuld gaf en nog steeds geeft, heeft gedeeld met de kinderen waardoor zij, loyaal als kinderen zijn naar de ouder bij wie zij het grootste deel verblijven, voor hun moeder hebben gekozen. De negatieve gevoelens van de kinderen jegens hun vader hebben, aldus de vader, in de loop der jaren zodanige proporties aangenomen dat zij lijden aan het PAS. De vader stelt zich op het standpunt dat een verhuizing van de kinderen naar de Verenigde Staten zonder dat het PAS door middel van deskundig onderzoek geconstateerd en behandeld is, niet in het belang van de kinderen is.

4.2

Wat de keuze van de moeder betreft om terug naar haar “roots” te gaan betreft, voert de vader aan dit voor de kinderen niet opgaat. De kinderen hebben hun “roots” in Nederland. Zij hebben er belang bij om in hun eigen omgeving te blijven en contact te kunnen hebben met hun vader. Volgens de vader focust de vrouw geheel op zichzelf en lijkt zij het belang van de kinderen en de impact van een verhuizing als deze geheel te bagatelliseren. De vader voert voorts aan dat de werkloosheid in de Verenigde Staten hoog is en dat de moeder haar stelling dat zij een meer stabiele financiële situatie zou kunnen verwerven, niet inhoudelijk heeft onderbouwd. Een schriftelijke arbeidsovereenkomst waaruit blijkt dat zij aanzienlijk meer gaat verdienen dan zij in Nederland doet, ontbreekt.
Tenslotte voert de vader aan dat de kinderen geen idee hebben van wat het betekent om naar de Verenigde Staten te verhuizen. Daarbij komt nog, aldus de vader, dat de plannen van de moeder onlangs zijn gewijzigd en de kinderen in een omgeving gaan wonen die zij (nog) niet kennen.

De vader verzoekt de rechtbank het verzoek van de moeder af te wijzen.

4.3

Bij zelfstandig verzoek heeft de vader verzocht de bepalen dat, voor het geval de moeder daadwerkelijk naar de Verenigde Staten vertrekt, de hoofdverblijfplaats van [minderjarigen] bij hem zal zijn.

paspoort

4.4

De vader heeft toegelicht dat hij op goede gronden heeft geweigerd aan de afgifte van een Amerikaans paspoort voor [minderjarigen] mee te werken. Volgens de vader is er geen enkele noodzaak voor het aanvragen van een Amerikaans paspoort, aangezien zij een paspoort heeft en hiermee zonder problemen naar de Verenigde Staten kan reizen. Hij voert aan dat hij, toen de moeder hem in 2012 verzocht om toestemming voor afgifte van een paspoort, deze geweigerd heeft, omdat hij vreesde dat de moeder [minderjarigen] zonder zijn toestemming naar de Verenigde Staten zou kunnen meenemen. Als [minderjarigen] een Amerikaans paspoort zou hebben, zou het voor hem erg lastig zijn om haar weer terug naar Nederland te laten geleiden.

aanvullend verzoek

4.5

Ter zitting heeft de vader de rechtbank verzocht om, indien het verzoek van de moeder wordt toegewezen, de beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, om te voorkomen dat eventueel hoger beroep in dat geval geen zin zal hebben.

5 Beoordeling

5.1

Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) dient de rechtbank in geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag over een kind een zodanige beslissing te nemen als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Zowel de verzoeken van de vader als die van de moeder vallen onder dit artikel en zullen, omdat zij nauw met elkaar zijn verbonden, in deze beschikking gezamenlijk worden behandeld.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht, is gebleken dat de standpunten van partijen haaks op elkaar staan en zij niet tot een vergelijk kunnen komen.

5.2

Om een beslissing te kunnen nemen in het kader van artikel 1:253a BW dienen de belangen van de minderjarigen een eerste overweging van de rechtbank te vormen. Echter, conform vaste rechtspraak, dient de rechter bij de beslissing in een geschil als het onderhavige alle omstandigheden van het geval in acht te nemen en alle betrokken belangen af te wegen, waaronder:

  • -

    het recht en belang van de verhuizende ouder en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten;

  • -

    de noodzaak om te verhuizen;

  • -

    de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;

  • -

    de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de kinderen en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;

  • -

    de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;

  • -

    de rechten van de andere ouder en de kinderen op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving;

  • -

    de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;

  • -

    de frequentie van het contact tussen de kinderen en de andere ouder voor en na de verhuizing;

  • -

    de leeftijd van de kinderen, hun mening en de mate waarin zij geworteld zijn in hun omgeving of juist gewend zijn aan verhuizingen.

5.3

De rechtbank neemt in een verzoek als het onderhavige als uitgangspunt dat een ouder de mogelijkheid heeft weer verder zelfstandig een eigen leven te gaan leiden, waarbij de kinderen in het algemeen de ouder volgen bij wie zij in hoofdzaak verblijven. De belangen van moeder, vader en kinderen zullen daarbij niet altijd parallel lopen. Toch moet de verzorgende ouder geacht worden bij tegengestelde belangen een zekere beslissingsvrijheid in deze te hebben.


5.4 Dit uitgangspunt leidt echter uitzondering, indien een ouder voornemens is naar het buitenland te verhuizen. Een verhuizing naar het buitenland maakt immers per definitie inbreuk op de plicht en het recht van de andere ouder om zijn of haar kinderen te verzorgen en op te voeden en op het recht van de kinderen op frequente en fysieke omgang met die ouder.

5.5

Vaststaat dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben bij de moeder en volledig door haar worden verzorgd. Er is al geruime tijd geen contact meer tussen de vader en de kinderen. Niet valt te verwachten dat dit binnen afzienbare tijd zal veranderen. Dat partijen van mening verschillen over de oorzaken daarvan, doet aan het vorenstaande niet af.

5.6

De rechtbank betrekt in haar beoordeling dat kinderen in raadkamer hebben verklaard dat zij al geruime tijd actief bij de voorbereiding van de verhuizing betrokken zijn en zich verheugen op het vertrek naar de Verenigde Staten. [minderjarigen] is bovendien bijna jongmeerderjarig.

5.7

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting concludeert de rechtbank dat de moeder haar verhuizing goed doordacht en voorbereid heeft. Alle belangen en omstandigheden van het geval afwegende, is de rechtbank dan ook van oordeel dat de moeder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar belang -en het naar hun eigen zeggen daarmee parallel lopende belang van de kinderen- bij verhuizing met de kinderen naar de Verenigde Staten zwaarder weegt dan het belang van de vader om de huidige situatie waarin de kinderen in zijn omgeving wonen, te laten voortbestaan. Hierbij speelt ook een rol dat de vader sinds drie jaar geen contact meer met de kinderen heeft c.q. onderhoudt.

Het verzoek van de moeder zal daarom worden toegewezen.
De rechtbank zal vervangende toestemming verlenen aan de moeder om met de kinderen naar de Verenigde Staten te verhuizen.

5.8

Omdat het verzoek van de moeder wordt toegewezen, komt de rechtbank aan bespreking van het (voorwaardelijke) verzoek van de vader niet toe.

paspoort

5.9

De vader heeft aan zijn weigering toestemming te verlenen voor het aanvragen en verstrekken van het Amerikaanse paspoort ten grondslag gelegd dat hij vreest dat de moeder [minderjarigen] zonder zijn toestemming zal meenemen naar de Verenigde Staten en dat teruggeleiding niet meer mogelijk zal zijn.

5.10

Nu de rechtbank de moeder toestemming zal verlenen om met [minderjarigen] naar de Verenigde Staten te verhuizen, concludeert de rechtbank dat de vader geen te respecteren belang (meer) heeft om te weigeren een verklaring van toestemming te geven. De kinderrechter acht het in het belang van [minderjarigen] dat voor haar een Amerikaans paspoort wordt aangevraagd en zal het verzoek van de moeder als op de wet gegrond toewijzen.

aanvullend verzoek

5.11

De rechtbank zal, conform het verzoek van de moeder, de beschikking in deze zaak uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Het - eerst ter zitting door de vader ingediende - verzoek om de beschikking in deze zaak niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren zal worden afgewezen, omdat de rechtbank daartoe geen reden ziet. Integendeel, toewijzing zou tot een aanzienlijke vertraging van de verhuizing en daarmee tot aanzienlijke onzekerheid voor de kinderen kunnen leiden, wat niet in hun belang wordt geacht.

6 Beslissing

De rechtbank:

6.1

Verleent de moeder toestemming om met de minderjarigen[minderjarigen]:

  • -

    [minderjarigen], geboren op 26 juli 1995 in de gemeente Haarlem;

  • -

    [minderjarigen], geboren op 1 mei 2001 in de gemeente Haarlem,

te verhuizen naar de Verenigde Staten.

6.2

Bepaalt dat de verklaring van toestemming van de vader tot het aanvragen van een Amerikaans paspoort ten behoeve van de minderjarige[minderjarigen]:

- [minderjarigen], geboren op 1 mei 2001 in de gemeente Haarlem,

wordt vervangen door deze verklaring van toestemming van de kinderrechter.

6.3

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

6.4

Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Flipse, voorzitter, mrs. J.H. Dubois en C.A.M. van der Heijden, allen kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Kroon, griffier en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2013.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.