Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:4863

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
26-06-2013
Datum publicatie
19-11-2013
Zaaknummer
415451 - CV EXPL 12-4914
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Foutieve meterstand komt niet voor rekening en risico van gedaagde. Nu niet vastgesteld kan worden hoeveel gas is geleverd, dient de geleverde hoeveelheid gas te worden geschat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknummer/rolnummer: 415451 \ CV EXPL 12-4914 TvW

Uitspraakdatum: 26 juni 2013

Vonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap De Nederlandse Energie Maatschappij B.V. te Rotterdam

eisende partij

verder ook te noemen: NLE

gemachtigde: mr. S. Deliran, advocaat te Den Haag

tegen

[naam] te [plaats]

gedaagde partij

verder ook te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. te Amsterdam (ten deze vertegenwoordigd door C. Bakker).

Het procesverloop

Voor het procesverloop verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken:

- de dagvaarding van 31 augustus 2012 met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- de conclusie van repliek met productie;

- de conclusie van dupliek;

Vervolgens is op vandaag uitspraak bepaald.

De feiten

De kantonrechter neemt de volgende feiten als vaststaand aan, omdat deze door de ene partij zijn gesteld en door de andere partij niet of niet voldoende zijn betwist.

1.

Tussen [gedaagde] en NLE is een overeenkomst tot stand gekomen betreffende de levering van gas aan het perceel [adres]. Aan dit perceel is de EAN code: [nummer] gekoppeld.

2.

NLE heeft op grond van deze overeenkomst vanaf 2 september 2009 tot 29 juni 2010 gas geleverd op het perceel [adres].

3.

Op 17 augustus 2010 is aan [gedaagde] een eindfactuur toegezonden voor een bedrag van

€ 5.176,09 betreffende de periode 2 september 2009 tot 29 juni 2010. Op 6 september 2011 is aan [gedaagde] een correctienota verzonden waarbij een bedrag van € 353,57 is gecrediteerd.

4.

In het meetregister van EDSN staan met betrekking tot de [adres] de navolgende meterstanden geregistreerd:

-per 11 maart 2007 is de meterstand 82.209m³, geschat door netbeheerder;

-per 1 april 2007 is de meterstand 84.308m³, geschat door netbeheerder;

-per 8 februari 2008 is de meterstand 84.335m³, geschat door netbeheerder;

-per 3 oktober 2008 is de meterstand 84.380m³, geschat door netbeheerder;

-per 8 maart 2010 is de meterstand 97.298m³, opgenomen door een meteropnemer van de -netbeheerder;

-per 29 juni 2010 is de meterstand 97.910m³, doorgegeven door de (nieuwe) klant op dit -perceel op 2 augustus 2010.

5.

Bij aanvang van de leveringsovereenkomst, zijnde 2 september 2009, is als beginstand van de meter opgenomen 84.380m³, geschat door netbeheerder;

Het geschil

6.

NLE vordert betaling van een bedrag van € 5.859,22 van [gedaagde]. Daarbij stelt NLE – kort weergegeven – dat zij, conform de tussen partijen gesloten overeenkomst, gas heeft geleverd aan het perceel [adres]. [gedaagde] is echter in gebreke gebleven met betaling van de hieraan verbonden kosten. NLE maakt voorts aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten en vervallen rente.

7.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd. Daartoe stelt [gedaagde] – samengevat – dat de door NLE gehanteerde meterstanden incorrect zijn. Hij betwist dat hij de door NLE gestelde hoeveelheid gas heeft afgenomen. Bij het aangaan van de overeenkomst was de meterstand 95.765m³. Deze meterstand is door [gedaagde] telefonisch aan NLE doorgegeven. Ook de eindstand van 97.844m³ is door [gedaagde] aan NLE doorgegeven.

De beoordeling

8.

Hoewel [gedaagde] stelt dat door hem zowel bij aangaan van de overeenkomst als bij beëindiging van de overeenkomst telefonisch de juiste meterstand aan NLE is doorgegeven is hiervan, gelet op de gemotiveerde betwisting door NLE, niet gebleken. [gedaagde] heeft nagelaten zijn stellingen hieromtrent voldoende te staven met stukken. De door hem overgelegde e-mail van 10 oktober 2011 is hiertoe onvoldoende, deze dateert immers van ruim na het beëindiging van de overeenkomst.

9.

Nu [gedaagde] echter heeft betwist dat de hoeveelheid gas, zoals vermeld in de hem toegezonden eindafrekening, is afgenomen, dient NLE aannemelijk te maken dat zij de door haar gestelde hoeveelheid gas daadwerkelijk heeft geleverd aan het adres [adres]. Dat door [gedaagde] bij aanvang van de overeenkomst geen beginstand is doorgegeven maakt dit niet anders.

10

NLE heeft een overzicht van het (EDSN) meetregister betreffende de [adres] overgelegd en gesteld dat zij gehouden is de meterstanden van het EDSN-register te hanteren en dat zij door de gasleverancier ook aan deze meterstanden wordt gehouden.

Aan de hand van de meterstanden uit dit EDSN-register heeft NLE de eindafrekening opgesteld.

11.

Uit deze overgelegde eindafrekening is gebleken dat NLE bij aanvang van de overeenkomst per 2 september 2009 als beginstand van de gasmeter heeft aangemerkt 84.380m³ (zijnde de door de netbeheerder geschatte stand per 3 oktober 2008). Naar het oordeel van de kantonrechter is het echter aannemelijk dat deze beginstand niet juist is. Dit betekent namelijk dat in een periode van 6 maanden, zijnde de periode tussen aanvang van de levering per 2 september 2009 en de door de meteropnemer opgenomen stand per 8 maart 2010, 12.918m³ gas is verbruikt. Dit is een onaannemelijk hoog verbruik terwijl geen omstandigheden zijn aangevoerd waaruit zou kunnen blijken dat gedurende voormelde periode een dergelijk hoog verbruik kan worden aangenomen. Het feit dat dit de winterperiode betreft is hiertoe onvoldoende. Met name nu in de daaropvolgende periode van 8 maart 2010 tot 29 juni 2010, zijnde bijna 4 maanden, slechts 612m³ wordt verbruikt.

12.

Gebleken is dat in ieder geval vanaf maart 2007 geen opname van de gasmeter heeft plaatsgevonden, terwijl:

-over de periode 3 juni 2006 tot 11 maart 2007, zijnde een periode van 9 maanden, het gasverbruik is geschat op 3.680m³;

-over de periode 11 maart 2007 tot 1 april 2007, zijnde nog geen maand, het gasverbruik is geschat op 2.099m³;

-over de periode van 17 september 2007 tot 8 februari 2008, zijnde een periode van 5 maanden, het gasverbruik is geschat op 27m³;

- over de periode van 22 april 2008 tot 3 oktober 2008, zijnde 5 maanden, dit verbruik is geschat op 31m³.

In de tussenliggende perioden alsmede de periode 3 oktober 2008 tot 2 september 2009 is in het geheel geen gasverbruik ingeschat.

Het grote verschil in gasverbruik gedurende deze verschillende perioden maakt dat de kantonrechter concludeert dat de schattingen niet overeenkomt met de werkelijkheid en dat de stand van de gasmeter redelijkerwijs hoger moet zijn geweest op 2 september 2009. Deze gang van zaken en de daaruit voortvloeiende foutieve meterstand kan niet voor rekening en risico van [gedaagde] komen enkel en alleen omdat bij aanvang van de overeenkomst door hem de meterstand niet is doorgegeven.

13.

Nu de meterstand per 2 september 2009 niet vaststaat zodat niet vast kan worden gesteld hoeveel gas is geleverd over de periode 2 september 2009 tot 8 maart 2010, dient de geleverde hoeveelheid gas te worden geschat. Dit dient te gebeuren aan de hand van wel bekende gegevens. Nu in het onderhavige overgelegde overzicht van het EDSN-register slechts één maal sprake is van een opname van de gasmeter door de meteropnemer, kan hieruit geen gemiddeld verbruik worden afgelezen. De kantonrechter zal dienen uit te gaan van andere bekende gegevens.

14.

[gedaagde] heeft in zijn conclusie van antwoord gesteld dat bij aanvang van de overeenkomst sprake was van een meterstand van 95.765m³. Nu NLE hiertegen geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd zal de kantonrechter van deze meterstand uitgaan. Sprake is dan van een verbruik van 2.145m³ over de periode 2 september 2009 tot 8 maart 2010, hetgeen de kantonrechter niet onredelijk voorkomt. Dit betekent dat in totaal door [gedaagde] is verbruikt 2.757m³ gas in de periode 2 september 2009 tot 29 juni 2010.

15.

Door NLE is een bedrag van € 5.549,66 in rekening gebracht voor 14.329m³ gas. Dat leidt tot een gasprijs per m³ van € 0,39 inclusief energiebelasting, exclusief btw. Voor een verbruik van 2.757 leidt dit tot een bedrag van € 1.379,51 inclusief boete wegens beëindiging contract en inclusief btw. Nu [gedaagde] aan voorschotten reeds een bedrag van € 1.528,00 heeft voldaan is hij NLE thans niets meer verschuldigd. De vordering van NLE zal dan ook worden afgewezen.

16.

De uitslag van de procedure brengt mee dat de proceskosten voor rekening van NLE komen.

De beslissing

De kantonrechter:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt NLE in de proceskosten, die tot heden voor [gedaagde] worden vastgesteld op een bedrag van € 500,00 voor salaris van de gemachtigde van [gedaagde].

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. van der Linde, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en op 26 juni 2013 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter