Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:4766

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-06-2013
Datum publicatie
19-11-2013
Zaaknummer
425618 - EJ VERZ 12-377
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Appartementsrecht. Vernietiging besluit VvE.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknummer/rolnummer: 425618 \ EJ VERZ 12-377 (CB)

Uitspraakdatum: 4 juni 2013

Beschikking in de zaak van:

[naam] te [plaats]

verzoekende partij

verder ook te noemen: [X]

gemachtigde: mr. M. Berenschot van de D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V. te Zaandam

tegen

de Vereniging van Eigenaars 1 “[Y]” te [woonplaats]

verwerende partij

verder ook te noemen: de VvE

gemachtigde: mr. M. Zwennes, advocaat te Amsterdam.

Het procesverloop

Op 14 december 2012 heeft [X] een verzoekschrift ingediend. De VvE heeft hier bij verweerschrift op gereageerd. De zaak is behandeld op de terechtzitting van 9 april 2013, alwaar zijn verschenen [X] en [A], directeur-eigenaar van Noord-Hollands Vastgoedbeheer B.V. te Limmen (verder: NHVB). Partijen werden bijgestaan door hun gemachtigden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken tijdens de terechtzitting.

Vervolgens is op vandaag uitspraak bepaald.

De uitgangspunten

Van de navolgende vaststaande feiten en/of omstandigheden kan worden uitgegaan.

1.1 Bij akte van splitsing van 24 februari 2004 is camping “[y]” (verder: de camping), omvattende horecaruimte, sanitairgebouw, zwembad, verdere opstallen, ondergrond, erf, kampeerterrein, verdere aanhorigheden en cultuurgrond, staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats] gesplitst in appartementsrechten, waaronder het appartementsrecht met index 1.

1.2 Bij akte van ondersplitsing van 11 juni 2004 is het appartementsrecht met index 1 gesplitst in 122 onderappartementsrechten die recht geven op het uitsluitend gebruik van een stacaravanplaats met of zonder parkeerplaats. [X] is eigenaar van één van deze onderappartementsrechten.

1.3 In artikel 30 van de akte van ondersplitsing is VvE opgericht.

1.4 De huidige bestuurders zijn:

- NHVB, voorzitter;

- [B], secretaris;

- [C], penningmeester.

1.5 De NHVB is tevens de administrateur/beheerder van de VvE.

1.6 De horecaruimte (verder: de kantine) op het terrein van de camping is tot maart 2010 gepacht voor een bedrag van ongeveer € 890,00 per maand. Na een periode van leegstand zijn omstreeks september 2010 vrijwilligers gestart met het beheer van de kantine. Tijdens een vergadering van de VvE omstreeks oktober 2010 is besloten dat de vrijwilligers een jaar lang de kantine konden beheren onder betaling van een bedrag van € 500,00 per maand aan de VvE. Zodra na dat jaar de jaarcijfers bekend waren, zou de VvE, na evaluatie, een definitief besluit nemen. Deze evaluatie heeft tot op heden niet plaatsgevonden. Het bestuur van de VvE, respectievelijk de administrateur heeft geen administratie gevoerd over de kantine.

1.7 Tijdens de vergadering van 16 november 2012 zijn, na stemming, de jaarstukken van de VvE over 2010 en 2011 vastgesteld. In de toelichting op het exploitatieoverzicht 2011 is onder het kopje ‘bijdrage kantine’ het bedrag van € 6.000,00 vermeld.

Het geschil

2.

[X] verzoekt het besluit van de VvE van 16 november 2012 te vernietigen, dan wel nietig te verklaren. Daarbij verzoekt [X] om de VvE een uitvoerig onderzoek door een onafhankelijke accountant op te leggen, zo nodig gevolgd door een aansprakelijkstelling van de verantwoordelijke personen en verhaal van de verduisterde gelden, met veroordeling van de VvE, [X] daarvan uitgesloten, in de kosten van dit geding.

[X] heeft daartoe – kort weergegeven – aangevoerd dat het besluit van 16 november 2012 nietig is, omdat binnen de VvE ten aanzien van de kantine niet voldaan is aan de boekhoudplicht van het bestuur ex artikel 2:10 BW. Ook zijn er volgens [X] onregelmatigheden in de inkomsten en uitgaven van de kantine. Een onafhankelijk onderzoek, zoals door hem was gevraagd, heeft niet plaatsgevonden. Hij kon als lid van de kascommissie dan ook geen goedkeuring geven aan de jaarstukken over 2010 en 2011. Tijdens de vergadering van 16 november 2012 stond hij volgens de voorzitter aan de goedkeuring van de stukken in de weg. Hem werd het woord ontnomen met de bedreiging dat hij uit de vergadering gezet zou worden. Vervolgens is [X] ontheven uit zijn functie van kascommissielid en zijn de jaarstukken, zonder dat zij zijn ingezien door de kascommissie, goedgekeurd. Aangezien er tot op heden geen onderzoek heeft plaatsgevonden naar het financiële wanbeleid, had de VvE gelet op de redelijkheid en billijkheid niet tot het besluit kunnen komen, zodat het besluit tevens vernietigbaar is. Tijdens de mondelinge behandeling op 9 april 2013 heeft [X] zijn verzoek tot vernietiging, dan wel nietig verklaring beperkt tot het besluit tot vaststelling van de jaarstukken over 2011.

3.

De VvE heeft verweer gevoerd. De VvE wil niet te veel met de kantine te maken hebben. Om te voorkomen dat de vrijwilligers van de kantine als medewerkers van de VvE zouden worden beschouwd en ter voorkoming van aansprakelijkheid van de VvE, is afgesproken dat de vrijwillig beheerders een vaste vergoeding van € 500,00 per maand betalen aan de VvE. De opbrengsten van de kantine horen niet naar de VvE te gaan. Dat is niet afgesproken of overeengekomen. Voor vernietiging of nietig verklaring van het besluit en tot het gelasten van een uitvoerig onderzoek door een onafhankelijk accountant bestaat geen grond.

De beoordeling

Bevoegdheid kantonrechter

4.1 Eerst is aan de orde de vraag of de kantonrechter bevoegd is om van onderhavige verzoeken kennis te nemen. Daaromtrent overweegt de kantonrechter als volgt.

4.2 Uit artikel 124 van de negende titel van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat op besluiten van de VvE de artikelen 2:14 en 2:15 BW van toepassing zijn. Artikel 2:14 BW bepaalt dat een besluit van een rechtspersoon nietig is, als het in strijd is met de wet of de statuten. Artikel 2:15 BW bepaalt dat een besluit van een rechtspersoon vernietigbaar is, als het in strijd met wettelijke of statutaire bepalingen tot stand is gekomen, of als het is genomen in strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 van het BW wordt geëist of als het strijdig is met een reglement.

4.3 Wanneer de vernietiging van een besluit van de VvE wordt verlangd, bepaalt artikel 5:130 van het BW dat, in afwijking van artikel 2:15, lid 3, BW, een verzoek daartoe dient te worden voorgelegd aan de kantonrechter. De nietigheid van een besluit van de VvE moet daarentegen - via de “gewone” competentieregels - in een dagvaardingsprocedure bij de rechtbank, sector civiel, worden nagestreefd.

4.4 [X] verzoekt het besluit van de VvE van 16 november 2012 te vernietigen, dan wel nietig te verklaren. Waar [X] de nietigheid van het besluit van 16 november 2012 inroept is de rechtbank, sector civiel, bevoegd, waar hij de vernietigbaarheid inroept de kantonrechter. De kantonrechter is derhalve niet bevoegd om van het verzoek om nietig verklaring van het besluit van 16 november 2012 kennis te nemen. Ook ten aanzien van het verzoek van [X] om de VvE een uitvoerig onderzoek door een onafhankelijk accountant op te leggen zo nodig gevolgd door een aansprakelijkstelling van de verantwoordelijke personen en verhaal van de verduisterde gelden, acht de kantonrechter zich niet bevoegd. De kantonrechter zal in het onderstaande dan ook alleen oordelen over het verzoek tot vernietiging van het besluit van de VvE van 16 november 2012. Daaromtrent overweegt de kantonrechter het volgende.

Het besluit van de VvE van 16 november 2012

5.1 Artikel 2:8, eerste lid, BW bepaalt dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zich als zodanig jegens elkander moeten gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.

5.2 De woorden “als zodanig” in artikel 2:8 lid 1 BW brengen met zich mee dat het antwoord op de vraag of de vergadering bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen, waaronder de belangen van [X] (als betrokken lid), in redelijkheid en naar billijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen niet los kan worden gezien van de tussen de vergadering en dat lid bestaande relatie.

5.3 De redelijkheid en billijkheid in de relatie tussen vergadering van eigenaars en lid wordt mede ingevuld door het feit dat (ook) het lidmaatschap van een vereniging van eigenaars met zich mee kan brengen dat een minderheid van de leden van die vereniging zich geconfronteerd ziet met een haar onwelgevallig besluit. Die mogelijke confrontatie is inherent aan het democratische karakter van de vereniging. Dat karakter brengt bovendien met zich mee dat de minderheid zich in beginsel, ook al is ze het er niet mee eens, heeft te voegen naar het besluit. Bij de belangenafweging door de vergadering van eigenaars dient daar rekening mee te worden gehouden.

5.4 De vergadering van een vereniging van eigenaars dient er bovendien rekening mee te houden dat het lidmaatschap van haar vereniging voor een appartementseigenaar verplicht is. Het lid dat zich niet met het besluit kan verenigen heeft, zolang het eigenaar is van een appartementsrecht, geen mogelijkheid zich aan verdere onwelgevallige besluitvorming te onttrekken door zijn lidmaatschap op te zeggen.

5.5 Uit het verslag van de vergadering van 16 november 2012 blijkt dat de (voorlopige) jaarstukken over 2011 ter goedkeuring zijn aangeboden aan de kascommissie van de VvE. [X] en de heer [D] waren toentertijd de leden van deze commissie. [X] heeft (na onderzoek) geweigerd goedkeuring aan de jaarstukken te verlenen. Omdat niet de hele kascommissie van de VvE goedkeuring had verleend, konden de jaarstukken niet worden vastgesteld. Desondanks zijn de stukken - in overleg met het bestuur - aan de leden van de VvE toegestuurd. Tijdens de vergadering van 16 november 2012 is besloten tot opheffing van de kascommissie van de VvE met [X], de heer [E] (nieuw lid) en [D] als leden, onder gelijktijdige benoeming van [D] en [E] tot leden van de nieuwe kascommissie. Aansluitend zijn de jaarstukken van de VvE over 2011 door de vergadering vastgesteld.

5.6 Naar het oordeel van de kantonrechter is voormelde wijze waarop het besluit van 16 november 2012 tot stand is gekomen, in strijd met de redelijkheid en de billijkheid die binnen de VvE jegens [X] als (voormalig) lid van de kascommissie en appartementseigenaar in acht genomen moeten worden. Gelet op het betoog van [X] over de boekhoudplicht zou het in onderhavige zaak redelijk zijn geweest om eerst juridisch uit te (laten) zoeken of bij onderhavige beheersconstructie de administratie ook over de kantine had moeten worden gevoerd.

5.7 De kantonrechter zal de verzochte vernietiging van het besluit tot vaststelling van de jaarstukken over 2011 dan ook uitspreken en de VvE veroordelen in de kosten van dit geding. Gelet op het geringe belang ziet de kantonrechter geen aanleiding om [X] van deze proceskostenveroordeling uit te sluiten. De kosten aan de zijde van [X] worden begroot op:

- griffierecht € 73,00

- salaris gemachtigde € 400,00

Totaal € 473,00

De beslissing

De kantonrechter:

Verklaart zich onbevoegd ten aanzien van de verzoeken van [X] tot het nietig verklaren van het besluit van de vergadering van de VvE van 16 november 2012 tot vaststelling van de jaarstukken over 2011 en het opleggen van een uitvoerig onderzoek door een onafhankelijke accountant.

Vernietigt het besluit van de vergadering van de VvE van 16 november 2012 tot vaststelling van de jaarstukken over 2011.

Veroordeelt de VvE in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [X] begroot op € 473,00.

Wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gewezen door mr. L. van der Heijden, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en op 4 juni 2013 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter