Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:4738

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
05-06-2013
Datum publicatie
19-11-2013
Zaaknummer
431055 CV EXPL 13-678
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

incassokosten en schadebeperkingsplicht (art. 6:101 BW)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

zaak/rolnr.: 431055 CV EXPL 13-678 WG

Uitspraakdatum: 5 juni 2013

Vonnis in de zaak van:

de stichting Woningstichting Van Alckmaer voor Wonen te Alkmaar

eisende partij

verder ook te noemen: Van Alckmaer

gemachtigde: mr. O.J. Boeder, gerechtsdeurwaarder

tegen

[naam], te [woonplaats]

gedaagde partij

verder ook te noemen: [huurder]

gemachtigde: mr. A.R. van Dolder, advocaat

Het procesverloop

Van Alckmaer heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding d.d. 6 februari 2013.

[huurder] heeft bij antwoord verweer gevoerd.

Na beraad heeft de kantonrechter een comparitie gelast, die is gehouden op 23 mei 2013, in aanwezigheid van partijen en hun gemachtigden.

Van deze comparitie heeft de griffier aantekeningen gehouden.

Op de comparitie zijn door Van Alckmaer twee aktes genomen.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

De vaststaande feiten

1.

[huurder] huurt van Van Alckmaer woonruimte in [plaats] tegen een huurprijs van € 743,07 per maand. Er bestaat een huurachterstand.

2.

Eind 2012 is ook sprake geweest van een huurachterstand waarover een beslissing is genomen in het verstekvonnis van 28 november 2012 van deze rechtbank (hierna het verstekvonnis).

Het geschil

Van Alckmaer vordert – na aanpassing van de vordering bij akte ter comparitie - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [huurder] tot betaling van een bedrag ad € 1.991,34, rente en kosten rechtens. Het gaat om huurachterstand berekend tot en met de maand mei 2013. Ook vordert zij ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.

Van Alckmaer stelt hiertoe, zakelijk samengevat, het volgende. Er is sprake van een huurachterstand die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, temeer daar sprake is van herhaalde wanprestatie.

[huurder] concludeert tot afwijzing van de vordering tot ontbinding en ontruiming, welk verweer in het hiernavolgende besproken zal worden.

De beoordeling

1.

[huurder] heeft ter onderbouwing van zijn standpunt dat de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst afgewezen moet worden aangevoerd dat hij na ontvangst van de dagvaarding in de vorige zaak, op 3 oktober 2012, contact heeft opgenomen met de deurwaarder. Hem is toen verteld dat hij van de zaak af zou zijn als hij een bedrag zou betalen van € 3.241,57 (de huurachterstand bedroeg op dat moment € 2.972,28). Hij heeft dit bedrag op 5 oktober 2012 betaald en is er vanuit gegaan dat daarmee deze zaak was afgedaan. Hij heeft ook niet anders vernomen van de deurwaarder, totdat het verstekvonnis werd betekend. Blijkbaar heeft de deurwaarder de zaak niet ingetrokken.
Daarna zijn door de deurwaarder ook aanzienlijke kosten gemaakt in het kader van de executie van het verstekvonnis, terwijl [huurder] tegelijkertijd betalingen aan de deurwaarder deed, bijvoorbeeld van € 2.000, - op 21 maart 2013. Deze had de deurwaarder, om onnodige kosten te voorkomen, ook kunnen afboeken op het dossier met betrekking tot het verstekvonnis.
Daarnaast heeft [huurder] aangevoerd dat hij als zelfstandig ondernemer slechte financiële tijden achter de rug heeft, doch op dit moment voldoende opdrachten in de portefeuille heeft om de lopende huurtermijnen tijdig te betalen en de huidige achterstand op korte termijn in te lopen.

2.

De deurwaarder heeft ter zitting niet betwist dat aan [huurder] is verteld dat met de betaling van het bedrag van € 3.241,57 door [huurder] de procedure in oktober 2012 van de baan was. De kantonrechter zal daarom uitgaan van de juistheid van deze stelling. De deurwaarder heeft aangegeven dat in het algemeen na een dergelijke betaling – wanneer toch nog een bedrag open blijkt te staan - een brief uitgaat naar de schuldenaar, waarin wordt aangegeven dat nog een restantbedrag openstaat. De advocaat van [huurder] heeft betwist dat een dergelijke brief is ontvangen door [huurder] en heeft aangegeven dat zij het dossier bij de deurwaarder heeft opgevraagd en dat deze brief daar ook niet in zat. Van Alckmaer heeft terzake geen bewijs aangeboden, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat een dergelijke brief niet verzonden is.

3.

Een en ander leidt de kantonrechter tot de conclusie dat [huurder] erop mocht vertrouwen dat met de betaling van € 3.241,57 het dossier met betrekking tot de huurachterstand die begin oktober 2012 bestond, gesloten zou worden. Het lag op de weg van Van Alckmaer contact op te nemen met [huurder] toen bleek dat dit bedrag niet alle kosten dekte, hetgeen niet is gebeurd. Er is vervolgens voor een bedrag van bijna € 900,00 aan executiekosten gemaakt. Van Alckmaer heeft aangevoerd dat [huurder] na de betekening van het verstekvonnis zelf contact had kunnen opnemen, welk standpunt de kantonrechter verwerpt tegen de achtergrond van het feit dat hiervoor reeds is vastgesteld dat [huurder] erop mocht vertrouwen dat de zaak met zijn betaling was afgedaan.

4.

[huurder] heeft aangevoerd dat de deurwaarder zijn betalingen in het onderhavige dossier beter had kunnen afboeken op de kosten die in het kader van het verstekvonnis nog openstonden, zodat genoemde executiekosten niet gemaakt waren. [huurder] heeft de kantonrechter verzocht tegen deze achtergrond de vordering tot ontbinding en ontruiming af te wijzen.
De deurwaarder heeft aangegeven dat de betalingen zijn afgeboekt op het onderhavige dossier, omdat het betreffende nummer bij de betaling was vermeld.
De kantonrechter overweegt dat deze wijze van afboeken door de deurwaarder in overeenstemming is met artikel 43 van boek 6 BW. Daarnaast geldt dat een schuldeiser in beginsel voor elke opeisbare vordering incassohandelingen mag verrichten en voor de kosten die hij daarbij maakt een vergoeding aan de schuldenaar kan vragen. De schuldeiser is daarbij wel verplicht de schade die hij lijdt overeenkomstig art. 6:101 BW zoveel mogelijk te beperken. Het kan dus voorkomen dat het niet redelijk is dat hij met betrekking tot elke aparte opeisbare vordering incassokosten in rekening brengt maar dat hij de incassohandelingen voor de verschillende vorderingen moet combineren als deze alle tegelijkertijd opeisbaar zijn, waardoor ook niet voor elke (deel)vordering apart incassokosten in rekening kunnen worden gebracht (Kamerstukken Eerste Kamer 2011-2012, 32 418, nr. E, par. 4). In de onderhavige zaak heeft de deurwaarder een tweede dossier geopend dat in de tijd direct volgt op het dossier dat liep tot 3 oktober 2012. Naar het oordeel van de kantonrechter kan een en ander geen invloed hebben op de vordering tot ontbinding, zoals [huurder] aanvoert, doch leidt het verweer van [huurder] tegen deze achtergrond er wel toe dat de kantonrechter in de onderhavige zaak de vordering met betrekking tot de buitengerechtelijke incassokosten zal afwijzen. De gevorderde rente is wel toewijsbaar, nu daartegen geen verweer is gevoerd.

5.

Gezien het feit dat sprake is van herhaalde wanprestatie, en in de onderhavige zaak ten tijde van de dagvaarding sprake was van een achterstand van drie maanden dient de vordering tot ontbinding en ontruiming te worden toegewezen. Gezien het feit dat [huurder] ter zitting gemotiveerd heeft aangegeven in de toekomst aan zijn betalingsverplichtingen te kunnen voldoen, hetgeen niet is betwist door Van Alckmaer, zal de kantonrechter op grond van artikel 280 van boek 7 BW aan [huurder] een termijn van een maand toestaan om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.

6.

[huurder] dient als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

Ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst, indien [huurder] niet vóór 5 juli 2012 alsnog het hierna toegewezen bedrag aan achterstallige huurpenningen met de rente aan Van Alckmaer voldoet, dan wel voor dit bedrag een voor Van Alckmaer acceptabele betalingsregeling zal treffen, welke regeling stipt dient te worden nagekomen.

Veroordeelt [huurder] in dat geval om het perceel [adres] te ontruimen, te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken -voor zover deze laatste niet het eigendom van Van Alckmaer zijn- en onder overgave der sleutels ter vrije beschikking van Van Alckmaer te stellen.

Veroordeelt [huurder] om aan Van Alckmaer tegen bewijs van kwijting te betalen de som van € 1.721,61, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.715,32 vanaf 6 februari 2013 tot de dag van voldoening.

Veroordeelt [huurder] voorts om aan Van Alckmaer tegen bewijs van kwijting te betalen € 743,07, althans het periodieke bedrag dat naar wettelijke bepalingen als huurprijs geldt voor het gehuurde, voor iedere maand, of gedeelte daarvan, dat [huurder] het gehuurde vanaf 1 juni 2013 in gebruik houdt.

Veroordeelt [huurder] in de proceskosten, die tot heden voor Van Alckmaer worden vastgesteld op een bedrag van € 847,82 [inclusief btw indien en voor zover door [huurder] verschuldigd], waaronder begrepen een bedrag van € 300,00 voor salaris van de gemachtigde van Van Alckmaer [waarover [huurder] geen btw verschuldigd is].

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 5 juni 2013 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter