Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:4124

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19-04-2013
Datum publicatie
01-10-2013
Zaaknummer
433237 KG EXPL 13-16
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Bevoegdheid kantonrechter. De centrale vraag die in deze zaak speelt is of werknemer bij het bedrijf werkzaam was als statutair directeur of dat hij bij het bedrijf werkzaam was/is als gevolmachtigd directeur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0769
Prg. 2013/315
JONDR 2014/36

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Hoorn

Zaaknr/rolnr.: 433237 \ KG EXPL 13-16

Uitspraakdatum: 19 april 2013

Vonnis in kort geding

De kantonrechter als voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding, heeft het volgende vonnis gewezen in de zaak van:

[naam], wonende te [plaats]

eisende partij in kort geding

verder ook te noemen: [X]

gemachtigde: mr. F.J.T. van Gelderen, advocaat te Utrecht

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid “Norkem B.V.” , gevestigd te Grootebroek, gemeente Stede Broec, aan Het Voert 7

gedaagde partij in kort geding

verder ook te noemen: Norkem

gemachtigde: mr. W.D. Kootstra, advocaat te Utrecht.

Het procesverloop

[X] heeft een voorziening gevorderd, zoals omschreven in de daartoe op 21 maart 2013 uitgebrachte dagvaarding. De zaak is behandeld op de terechtzitting van 5 april 2013, alwaar zijn verschenen [X] in persoon, en Norkem in de persoon van haar bestuurders [A] en [B]. Partijen werden bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd.

[X] heeft de vordering bij monde van zijn gemachtigde toegelicht. Norkem heeft tegen de vordering verweer doen voeren.

Na afloop van de behandeling is heden uitspraak bepaald.

De uitgangspunten

1.

[X] is op 11 april 2005 in dienst getreden bij Norkem. Vervolgens is [X] bij Norkem de functie van (International) Product Manager gaan vervullen en per 1 juni 2011 de functie Commercieel Directeur. Het loon bedraagt laatstelijk € 7.709,11 bruto per maand exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.

2.

De aandelen van Norkem worden gehouden door het in Engeland gevestigde Norkem Holding Plc. (hierna Norkem Holding). Bestuurders van Norkem zijn de heren [C], [A] en [B]. Zij zijn tevens bestuurders van Norkem Holding.

3.

Uit de notulen van de Board Meeting van Norkem Holding van 5 mei 2011 blijkt “The Chairman proposed the Board agree to offer the position of Commercial Director of Norkem BVHolland to Mr [persoon X] as from the 1st June 2011. This was unanimously approved.

4.

Ten behoeve van registratie in het Handelsregister heeft Norkem bij formulier d.d. 4 augustus 2011 de Kamer van Koophandel meegedeeld dat [X] sinds 1 juni 2011 bij Norkem de functie van bestuurder uitoefent. Dit formulier is mede door [X] ondertekend. [X] heeft vervolgens het initiatief genomen om zich bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel met terugwerkende kracht tot 1 juni 2011 te laten uitschrijven als bestuurder van Norkem en zich te laten inschrijven als gevolmachtigde van Norkem. Alle formulieren zijn namens Norkem door [Z] (werknemer van Norkem) ondertekend.

5.

Bij “Resolution of the Shareholders of Norkem BV” van 23 januari 2013 heeft Norkem, vertegenwoordigd door [B] beslist dat de benoeming van [X] als “director” van Norkem met onmiddellijke ingang is beëindigd. Daarvan heeft Norkem Holding bij brief d.d. 25 januari 2013 aan [X] mededeling gedaan. Bij brief d.d. 31 januari 2013 aan (de aandeelhouders en de directie van) Norkem heeft de gemachtigde van [X] de nietigheid van het gegeven ontslag ingeroepen, meegedeeld beschikbaar zijn voor het verrichten van werk en aanspraak gemaakt op loonbetaling.

Het geschil

6.

[X] vordert na eiswijziging bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Norkem:

  • -

    i) tot betaling van € 9.698,63 bruto wegens achterstallig loon over januari en februari 2013, te vermeerderen met € 4.849,95 bruto wegens wettelijke verhoging ex artikel 7:625 Burgerlijk Wetboek (BW) en wettelijke rente;

  • -

    ii) tot betaling van € 6.290,00 wegens achterstallige en opeisbare bonus over de maanden januari en februari 2013, te vermeerderen met € 3.145,00 bruto wegens wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en wettelijke rente;

  • -

    iii) tot betaling van het loon vanaf van € 7.709,11 bruto per maand vanaf 1 maart 2013 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, vermeerderd met tussentijdse verhogingen waarop [X] krachtens de wet of de toepasselijke cao tussentijds aanspraak kan maken en te vermeerderen met wettelijke rente;

  • -

    iv) tot betaling van de bonus van € 5.000,00 bruto per maand vanaf 1 maart 2013 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, vermeerderd met tussentijdse verhogingen waarop [X] krachtens de wet of de toepasselijke cao tussentijds aanspraak kan maken en te vermeerderen met wettelijke rente;

  • -

    v) tot betaling van € 2.500,00 exclusief btw wegens buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het wijzen van dit vonnis;

  • -

    vi) in de proceskosten.

7.

[X] stelt ter onderbouwing van zijn vordering, zakelijk weergegeven, het volgende. Op 1 juni 2011 is [X] door Norkem aangesteld als (gevolmachtigd) commercieel directeur van Norkem. Op 9 november 2012 is [X] zonder enige adequate motivering en/of onderbouwing in een kortdurend gesprek meegedeeld dat Norkem geen vertrouwen meer in zijn functioneren had en dat zij het dienstverband eenzijdig wenste te beëindigen. [X] is op non-actief gesteld en hem is meegedeeld naar huis te vertrekken. Het voorgenomen ontslag van [X] is door Norkem organisatiebreed verspreid. Voor deze schorsing is geen goede reden. Van een onwerkbare situatie was op 9 november 2012 ook geen sprake. Weliswaar heeft de aandeelhouder van Norkem op 23 januari 2013 besloten [X] te ontslaan, maar dat besluit is niet rechtsgeldig. [X] was geen statutair bestuurder van Norkem en hij heeft daarom volledige rechtsbescherming. Voor opzegging is derhalve toestemming van het UWV vereist. Die toestemming is niet verkregen, zodat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is. Subsidiair beroept [X] zich op strijdigheid van het besluit met de artikelen 2: 15 lid 1 sub b. BW juncto artikel 2:8 BW, in verband met misbruik van de opzeggingsbevoegdheid. [X] is beschikbaar gebleven de bedongen werkzaamheden te verrichten en heeft Norkem gesommeerd tot doorbetaling van salaris (en bonus). Nu Norkem niet op sommaties heeft gereageerd, heeft [X] een spoedeisend belang bij de gevorderde voorzieningen.

8.

Norkem concludeert in haar verweer tot afwijzing van de vordering en voert hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende aan. Anders dan [X] stelt, was hij benoemd tot statutair bestuurder. Daartoe heeft de aandeelhouder van Norkem, Norkem Holding, [X] ook aangesteld, zo blijkt uit de notulen van de op 5 mei 2011 gehouden vergadering van het bestuur van Norkem Holding. Derhalve heeft de aandeelhouder van Norkem [X] ook kunnen ontslaan, zoals zij bij aandeelhoudersbesluit van 23 januari 2013 heeft gedaan. [X] wist ook dat hij statutair bestuurder werd en was. Aan zijn benoeming ging een trainingsperiode van twee jaar vooraf. Dat hij wist dat hij statutair bestuurder werd, blijkt onder meer uit het feit dat hij zelf zijn handtekening heeft geplaatst op het formulier waarmee hij als statutair bestuurder van Norkem in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel is ingeschreven. Pas nadat er strubbelingen waren, gaf [X] te kennen niet langer statutair bestuurder te willen zijn. Nu [X] statutair directeur was, is niet de kantonrechter maar de rechtbank bevoegd van de zaak kennis te nemen.

De beoordeling

9.

In dit kort geding moet worden beoordeeld of de vorderingen van [X] in een gewone procedure (bodemprocedure) een zodanige kans van slagen hebben dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van de gevorderde voorziening. Gelet op de aard van het geschil, dient de kantonrechter tevens een oordeel te geven over zijn bevoegdheid.

10.

De centrale vraag die in deze zaak speelt is of [X] bij Norkem werkzaam was als statutair directeur of dat hij bij Norkem werkzaam was/is als gevolmachtigd directeur. Niet alleen omdat het antwoord daarop bepalend is voor de vraag of de kantonrechter als voorzieningenrechter bevoegd is van dit geschil kennis te nemen maar ook voor de vraag of [X] thans nog in (loon)dienst bij Norkem is en daarom aanspraak kan blijven maken op betaling van loon.

11.

Krachtens artikel 93 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) behoren zaken betreffende een arbeidsovereenkomst tot de bevoegdheid van de kantonrechter. Artikel 2:241 BW bepaalt daarentegen, kort gezegd, dat de rechtbank (sectie handel en Insolventies) bevoegd is kennis te nemen van alle rechtsvorderingen betreffende de overeenkomst tussen de vennootschap en de bestuurder. Volgens artikel 71 Rv beoordeelt de rechter de vraag of verwijzing nodig is aan de hand van zijn voorlopig oordeel over het onderwerp van het geschil.

12.

Volgens artikel 2:242 BW wordt een (statutair) bestuurder van een vennootschap, afgezien van de eerste maal bij de akte van oprichting, benoemt door de algemene vergadering van aandeelhouders. Volgens Norkem blijkt de benoeming door de algemene vergadering van aandeelhouders uit de door Norkem overgelegde notulen van de bestuursvergadering van Norkem Holding. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter zijn deze notulen niet zonder meer te beschouwen als notulen van een gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van Norkem. Dit te meer omdat in dezelfde notulen beslissingen staan over andere vennootschappen dan (alleen) Norkem. Daar komt bij dat uit de door Norkem aangehaalde notulen niet voldoende ondubbelzinnig en duidelijk blijkt dat [X] daarbij is benoemd tot statutair bestuurder. Immers, het algemeen Nederlandse spraakgebruik pleegt bij de aanduiding “directeur” geen onderscheid te maken tussen de formeel juridische begrippen “statutair directeur/bestuurder” of “gevolmachtigd directeur”. Wellicht dat de in Engeland gevestigde aandeelhouder (met Engelssprekende bestuursleden) hebben bedoeld [X] te benoemen tot (statutair) bestuurder, maar voorlopig is niet gebleken dat de betreffende bestuursleden (tevens bestuursleden van Norkem) dit zonneklaar aan [X] duidelijk hebben gemaakt. Dit te meer omdat [B] ter zitting meedeelde dat in Engeland een “Director” per definitie een statutair bestuurder van een vennootschap is. Bovendien deelde [A] namens Norkem mee dat wel is gesproken met [X] over zijn nieuwe functie als commercieel directeur maar dat niet expliciet met [X] is besproken welke vennootschapsrechtelijke en arbeidsrechtelijke verschillen er zijn tussen het zijn van een statutair directeur en het zijn van een gevolmachtigd directeur. Partijen hebben daar ook niets over schriftelijk vastgelegd. Dat [X] er met zijn benoeming financieel aanzienlijk op vooruit ging, is onvoldoende om aan te nemen dat [X] daardoor wist dat hij statutair directeur zou worden. Dat Norkem voor 1 juni 2011 ook een Nederlander als statutair bestuurder had, maakt dat niet anders. Die eerdere bestuurder droeg namelijk de titel “Managing Director”. [X] zou de titel Commercial Director gaan voeren en zich meer gaan toeleggen op de commerciële kant van de bedrijfsvoering van Norkem. Dat [X] zich bewust was dat hij statutair bestuurder zou worden kan evenmin worden aangenomen doordat hij na zijn benoeming op het inschrijfformulier voor de Kamer van Koophandel heeft laten invullen dan wel voor akkoord heeft ondertekend dat hij statutair bestuurder zou worden. Gesteld noch gebleken is dat [X] specifieke kennis bezit waardoor hij wist wat de gevolgen waren van hetgeen hij ondertekende. Dat [X] het formulier heeft ondertekend waarmee hij als statutair directeur werd geregistreerd in het Handelsregister, is dan ook niet te beschouwen als bevestiging van het statutair directeurschap. Daar komt bij dat [X] zich kennelijk op enig moment heeft gerealiseerd dat hij als statutair bestuurder stond geregistreerd terwijl het, in ieder geval in zijn ogen, onjuist was en hij slechts gevolmachtigd directeur was. Hij heeft die inschrijving vervolgens doen wijzigen. Tenslotte overweegt de kantonrechter dat op geen enkele wijze is gebleken dat [X] zich gedurende de tijd dat hij als Commercial Director werkzaam was, heeft bezig gehouden met zaken die (slechts) zijn opgedragen aan statutaire bestuurders. Dit leidt tot de voorlopige slotsom dat [X] niet is te beschouwen als statutair bestuurder maar als “gewone” werknemer. De kantonrechter is dan ook bevoegd kennis te nemen van dit geschil.

13.

De spoedeisendheid van de zaak vloeit uit het gestelde voort en is in voldoende mate gebleken.

14.

[X] heeft aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd omdat hij, anders dan Norkem aanvoert, geen statutair bestuurder van Norkem is, maar werknemer in de zin van Titel 7.10 BW. Zoals hiervoor overwogen, komt de kantonrechter (voorlopig) tot hetzelfde oordeel. [X] is te beschouwen als “gewone” werknemer. Nu is gesteld noch gebleken dat [X] in ontslagen wegens een dringende reden, diende Norkem te beschikken over een vergunning van het UWV Werkbedrijf tot opzegging van de arbeidsovereenkomst dan wel over een gerechtelijke titel tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Norkem beschikt niet over een ontslagvergunning noch over een gerechtelijke titel tot ontbinding. Nu er ook geen redenen zijn tot stopzetting van de betalingsverplichting van Norkem en Norkem overigens geen verweer heeft gevoerd tegen het gevorderde, zal de kantonrechter de gevorderde voorzieningen toewijzen.

15.

Wel zal de kantonrechter de wettelijke verhoging matigen tot maximaal 10 procent. Immers, niet uit te sluiten is dat, al dan niet naar aanleiding van een alsdan te voeren verweer, die wettelijke verhoging in een eventueel te voeren bodemprocedure gematigd zal worden. Ten slotte gaat de kantonrechter ervan uit dat, zoals ter terechtzitting besproken, partijen rekening houden met de nettobetaling die [X] recent van Norkem heeft ontvangen.

16.

Norkem dient als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt Norkem om aan [X] tegen kwijting te betalen de som van:

  • -

    i) € 9.698,63 bruto wegens achterstallig loon over januari en februari 2013, te vermeerderen met € 969,86 bruto wegens wettelijke verhoging ex artikel 7:625 Burgerlijk Wetboek (BW) en wettelijke rente vanaf de datum van opeisbaarheid van de betreffende bedragen;

  • -

    ii) tot betaling van € 6.290,00 wegens achterstallige en opeisbare bonus over de maanden januari en februari 2013, te vermeerderen met € 629,00 bruto wegens wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en wettelijke rente vanaf de datum van opeisbaarheid van de betreffende bedragen;

  • -

    iii) tot betaling van het loon vanaf van € 7.709,11 bruto per maand vanaf 1 maart 2013 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, vermeerderd met tussentijdse verhogingen waarop [X] krachtens de wet of de toepasselijke cao tussentijds aanspraak kan maken en te vermeerderen met wettelijke rente vanaf het moment dat voormelde loontermijn betaald had dienen te worden;

  • -

    iv) tot betaling van de bonus van € 5.000,00 bruto per maand vanaf 1 maart 2013 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, vermeerderd met tussentijdse verhogingen waarop [X] krachtens de wet of de toepasselijke cao tussentijds aanspraak kan maken en te vermeerderen met wettelijke rente vanaf het moment dat voormelde termijn betaald had dienen te worden;

  • -

    v) tot betaling van € 2.500,00 exclusief btw wegens buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het wijzen van dit vonnis.

Veroordeelt Norkem in de kosten van dit proces, die tot heden voor [X] worden begroot op € 540,82 aan verschotten [inclusief BTW] en op € 400,00 voor salaris van de gemachtigde [waarover door Norkem geen BTW verschuldigd is].

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 19 april 2013 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter