Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:3691

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-04-2013
Datum publicatie
08-10-2013
Zaaknummer
417480 CV EXPL 12-3940
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Eindvonnis. Eiser diende een uitspraak van de huurcommissie, dan wel uitspraak van de rechter over te leggen omtrent de betalingsverplichting van gedaagde. Nu eiser dat niet heeft gedaan, volgt uit artikel 51 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte dat eiser de servicekosten over 2009 niet meer kan vorderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Hoorn

Zaaknr/rolnr.: 417480 CV EXPL 12-3940

Uitspraakdatum: 15 april 2013

Vonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap Grovast Beleggingen B.V.,

gevestigd te Maastricht,

eisende partij,

verder ook te noemen: Grovast,

gemachtigde: mr. H.J.M. van de Pas, gerechtsdeurwaarder te Weert

tegen

[naam], wonende te [plaats],

gedaagde partij,

verder ook te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

Het verdere procesverloop

Voor het verdere procesverloop verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken:

- het tussenvonnis van de kantonrechter van 21 januari 2013;

- de met het oog op de terechtzitting door Grovast genomen akten en de daarbij overgelegde producties;

- de aantekeningen van hetgeen is besproken tijdens de terechtzitting op 8 maart 2013 en de ter terechtzitting door Grovast overgelegde pleitaantekeningen.

Vervolgens is op vandaag uitspraak bepaald.

De verdere beoordeling

1.

Bij tussenvonnis van 21 januari 2013 heeft de kantonrechter partijen in de gelegenheid gesteld stukken in het geding te brengen betreffende eerdere procedures bij de huurcommissie en zich uit te laten over hetgeen daar is overwogen. Bovendien heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden.

2.

Over de servicekosten 2009 verwijst de kantonrechter naar hetgeen hij in rechtsoverweging 7 van het tussenvonnis heeft overwogen. Anders dan Grovast nu aanvoert, diende Grovast een uitspraak van de huurcommissie, dan wel uitspraak van de rechter over te leggen omtrent de betalingsverplichting van [gedaagde]. Nu Grovast dat niet heeft gedaan, volgt uit artikel 51 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uhw) dat Grovast deze servicekosten over 2009 niet meer kan vorderen.

3.

De servicekosten over 2010 zijn wel toewijsbaar. Deze vordering is tijdig ingediend en Grovast heeft deze voldoende onderbouwd. [gedaagde] heeft daar onvoldoende verweer tegen gevoerd. Dit te meer omdat hij verwijst naar uitspraken van de Huurcommissie waarin het een en ander zou zijn beslist over de diverse posten. Die uitspraken heeft [gedaagde] echter, ondanks een uitdrukkelijk verzoek daartoe van de kantonrechter, niet overgelegd. Het verweer van [gedaagde] is daarom onvoldoende onderbouwd en de vordering betreffende de servicekosten 2010 (€ 138,68) wordt daarom toegewezen.

4.

Tenslotte vordert Grovast nog de vordering wegens onbetaalde huur/voorschotten. Ter comparitie is gebleken dat het hier gaat om door Grovast in rekening gebrachte en door [gedaagde] onbetaald gelaten voorschotten op de servicekosten over de periode vanaf 1 juli 2011. De kantonrechter overweegt hierover dat Grovast onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat zij bevoegd was aan [gedaagde] voorschotten in rekening te brengen in deze periode. Gesteld noch gebleken is immers dat Grovast krachtens overeenkomst bevoegd was voorschotten in rekening te brengen en evenmin is gebleken dat door de Huurcommissie is vastgesteld dat [gedaagde] een voorschot op de servicekosten diende te betalen. Een aldus luidende beslissing heeft Grovast immers niet in het geding gebracht. Dit deel van de vordering wordt afgewezen.

5.

De slotsom is dat Grovast aanspraak kan maken op betaling van een bedrag van € 138,68. Met de betaling daarvan is [gedaagde] in verzuim, zodat Grovast tevens aanspraak kan maken op de wettelijke rente over dat bedrag. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. Weliswaar heeft Grovast kosten ter incasso gemaakt, maar die incasso had betrekking op de gehele (deels af te wijzen) vordering. Het is dan ook niet redelijk die kosten nu wel ten laste van [gedaagde] te laten komen.

6.

De proceskosten komen wel voor rekening van [gedaagde]. Daarbij gaat de kantonrechter wel uit van de proceskosten gebaseerd op het toe te wijzen bedrag.

De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt [gedaagde] om aan Grovast tegen kwijting te betalen € 138,68, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum waarop het verzuim is ingetreden tot de dag van betaling.

Veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die tot heden voor Grovast worden vastgesteld op een bedrag van € 296,64 (€ 97,64 aan dagvaardingskosten, € 109,- aan griffierecht en een bedrag van € 90,- voor salaris van de gemachtigde van Grovast).

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 15 april 2013 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter