Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:3042

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-04-2013
Datum publicatie
08-10-2013
Zaaknummer
431729 OA VERZ 13-9
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Krachtens artikel 7:658a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek rust op de werkgever een re-integratieverplichting. Het dienstverband loopt door gedurende de termijn dat de werknemer elders passende werkzaamheden in het kader van de re-integratie verricht en met die derde een arbeidsovereenkomst is aangegaan. Zolang de werknemer bij een derde passend werk verricht, zal die inspanningsverplichting van de werkgever nihil zijn. Dat wordt anders indien het dienstverband met die derde zou eindigen. In dat geval zal opnieuw inhoud gegeven moeten worden aan de re-integratieverplichtingen in het eerste spoor.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0783
Prg. 2013/297

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Hoorn

Zaaknr/repnr.: 431729 \ OA VERZ 13-9 BL

Uitspraakdatum: 11 april 2013

Beschikking in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Omring Kraamzorg B.V.

gevestigd te Hoorn

verzoekende partij

verder ook te noemen: Omring Kraamzorg

gemachtigde: mr. drs. F. Westenberg, advocaat te Hoorn

tegen

[naam]

wonende [adres]

verwerende partij

verder ook te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. drs. S.M. Krens, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Amsterdam

Het procesverloop

Omring Kraamzorg heeft op 22 februari 2013 een verzoekschrift ingediend.

Daar heeft [werknemer] bij verweerschrift op gereageerd.

De mondelinge behandeling heeft in deze plaatsgevonden op 23 mei 2013, alwaar zijn verschenen voor Omring Kraamzorg haar directeur [X] en haar P&O adviseur [Y], en [werknemer] in persoon. Partijen werden bijgestaan door hun gemachtigden.

Ter zitting hebben partijen hun verzoek- respectievelijk verweerschrift nader toegelicht, mr. Westenberg aan de hand van pleitaantekeningen en producties.

Bij brief van 28 maart 2013 heeft Omring Kraamzorg zich uitgelaten.

De inhoud van deze processtukken geldt als hier ingelast.

Vervolgens is vandaag uitspraak bepaald.

De uitgangspunten

1.

Omring Kraamzorg voert een onderneming die zich bezig houdt met het verlenen van Kraamzorg. Bestuurder en enig aandeelhouder van Omring Kraamzorg is Omring Holding B.V. Bestuurder en enig aandeelhouder van Omring Holding B.V. is Stichting Omring.

2.

[werknemer], geboren op [datum] is vanaf 27 april 2009 krachtens arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij Omring Kraamzorg werkzaam. De functie van [werknemer] is kraamverzorgende tegen een actueel salaris van € 1.226,22 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag.

3.

Op 19 december 2010 heeft [werknemer] zich ziek gemeld. In het kader van haar re-integratie is [werknemer] vanaf april 2012 werkzaamheden gaan verrichten als receptioniste in Verzorgingshuis Sint Jozef. Verzorgingshuis Sint Jozef wordt geëxploiteerd door Stichting Omring. Op 27 november 2012 heeft het UWV beslist dat [werknemer] na 19 december 2012 geen WIA-uitkering zal krijgen omdat zij minder dan 35 procent arbeidsongeschikt is. [werknemer] heeft op 17 december 2012 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (tot 1 januari 2014) getekend waarbij zij per 23 december 2012 bij Stichting Omring in dienst treedt als receptioniste.

4.

Op 22 december 2012 heeft Omring Kraamzorg het UWV verzocht toestemming te verlenen de arbeidsovereenkomst met [werknemer] op te zeggen. Bij beslissing van 30 januari 2013 heeft het UWV die toestemming geweigerd, kort gezegd omdat Omring Kraamzorg, Omring Holding B.V. en Stichting Omring moeten worden gezien als één onderneming en re-integratie van [werknemer] heeft plaatsgevonden binnen die onderneming.

Het geschil

5.

Omring Kraamzorg verzoekt thans de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden tegen de vroegst mogelijke datum wegens gewichtige redenen, bestaande uit veranderingen in de omstandigheden, kosten rechtens. Aan dit verzoek legt Omring Kraamzorg - zakelijk samengevat - ten grondslag dat het UWV ten onrechte Omring Kraamzorg en Stichting Omring heeft aangemerkt als één onderneming. Nadat re-integratie bij Omring Kraamzorg niet mogelijk bleek, is [werknemer] succesvol in het tweede spoor gere-integreerd bij Stichting Omring. [werknemer] is daardoor niet (langer) arbeidsongeschikt in de zin van de WIA. Omring Kraamzorg en Stichting Omring zijn niet te beschouwen als één onderneming. Het zijn twee verschillende rechtspersonen met verschillende activiteiten. Omring Kraamzorg is een zelfstandig opererende entiteit. Van de groep maakt tevens deel uit de met Omring Kraamzorg vergelijkbare vennootschap Omring Thuisservice B.V. en daarvan heeft de rechtbank beslist dat die een andere entiteit is dan Stichting Omring. Omring Kraamzorg heeft een eigen directeur, een eigen ondernemingsraad, zij stelt haar eigen jaarstukken op en deponeert deze bij de Kamer van Koophandel. Omring Kraamzorg heeft een eigen website en logo. Omdat [werknemer] langer dan twee jaar arbeidsongeschikt is, binnen Omring Kraamzorg geen passende werkzaamheden beschikbaar zijn, Omring Kraamzorg zich voldoende re-integratiewerkzaamheden heeft getroost, [werknemer] succesvol bij een andere werkgever is gere-integreerd en Omring Kraamzorg geen loonbetalingsverplichting meer jegens [werknemer] heeft, heeft Omring Kraamzorg belang bij een formele ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

6.

Het verweer van [werknemer] strekt primair tot afwijzing van het verzoek en subsidiair tot toekenning van een ontbindingsvergoeding van € 7.944,00, kosten rechtens. Hiertoe voert [werknemer] - zakelijk samengevat - aan dat het UWV op goede gronden heeft geweigerd aan Omring Kraamzorg toestemming te geven de arbeidsovereenkomst op te zeggen. De werkzaamheden als receptioniste/telefoniste moeten worden gezien als de nieuw bedongen arbeid. Onder druk heeft [werknemer] een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met “Omring” moeten ondertekenen. Daardoor is echter niet formeel een nieuwe arbeidsovereenkomst (met Stichting Omring) ontstaan. Het was [werknemer] ook niet duidelijk dat zij met Stichting Omring contracteerde omdat dat ook niet als zodanig in de arbeidsovereenkomst staat. [werknemer] voert haar nieuwe werkzaamheden uit binnen de onderneming. Omring Kraamzorg, Stichting Omring en Omring Holding B.V. vormen een concern. Deze entiteiten vormen ook een fiscale eenheid, Omring Kraamzorg valt direct onder Stichting Omring, zij brengen gezamenlijk een maatschappelijk verslag uit, zij hebben één gezamenlijke ondernemingsraad, Omring Kraamzorg en Stichting Omring brengen één jaarrekening uit, zij zijn op hetzelfde adres gevestigd, hebben hetzelfde telefoonnummer en een gedeelde website (www.omring.nl). Het verzoek moet daarom worden afgewezen. Voor het geval het verzoek wel wordt toegewezen, voert [werknemer] aan dat wanneer de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou worden ontbonden, slechts resteert een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die van rechtswege zou aflopen op 31 december 2013. Dit zou betekenen dat [werknemer] op straat zou komen te staan. In dat geval zal een vergoeding met de correctiefactor 1,5 moeten worden vastgesteld.

De beoordeling

7.

De kantonrechter zal het verzoek afwijzen. Daartoe overweegt de kantonrechter dat op zich kan worden aangenomen dat [werknemer], voortvloeiend uit de re-integratie-inspanningen van Omring Kraamzorg, thans werkzaamheden verricht bij Stichting Omring, zijnde een andere entiteit dan Omring Kraamzorg, en dat daartoe een afzonderlijke arbeidsovereenkomst is gesloten. Vast staat immers dat Omring Kraamzorg en Stichting Omring verschillende rechtspersonen zijn die verschillende en afgescheiden (kern)activiteiten verrichten. Verder is aannemelijk geworden dat zij verschillende jaarrekeningen opstellen (en deponeren). Eveneens is juist het standpunt van Omring Kraamzorg dat de loonbetalingsverplichting is vervallen.

8.

Dat neemt echter niet weg dat krachtens artikel 7:658a lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) gedurende het dienstverband tussen Omring Kraamzorg en [werknemer] ook een re-integratieverplichting op Omring Kraamzorg rust. Dat dienstverband loopt door gedurende de termijn dat [werknemer] elders passende werkzaamheden in het kader van de re-integratie verricht (artikel 7:629 lid 11 BW) en met die werkgever een arbeidsovereenkomst is aangegaan. Zolang [werknemer] bij een derde passend werk verricht, zal die inspanningsverplichting van Omring Kraamzorg nihil zijn. Dat wordt anders indien het dienstverband met die derde zou eindigen. In dat geval zal opnieuw inhoud gegeven moeten worden aan de re-integratieverplichtingen in het eerste spoor.

9.

De kans dat de arbeidsovereenkomst tussen [werknemer] en Stichting Omring binnen afzienbare termijn eindigt, is reëel. Immers de arbeidsovereenkomst tussen [werknemer] en Stichting Omring is gesloten voor bepaalde tijd (tot 1 januari 2014). Gelet op hetgeen partijen daarover naar voren hebben gebracht, moet er serieus rekening mee worden gehouden dat Stichting Omring die arbeidsovereenkomst na ommekomst daarvan niet zal verlengen. Hoewel de loonbetalingsverplichting dan niet herleeft, zal Omring Kraamzorg dan weer inhoud moeten geven aan haar re-integratieverplichting in het eerste spoor. In zoverre heeft [werknemer] er belang bij dat de arbeidsovereenkomst met Omring Kraamzorg voortduurt. Dat [werknemer] ongeschikt is de bedongen arbeid te verrichten en andere passende arbeid bij Omring Kraamzorg niet beschikbaar is, zal dan moeten blijken.

10.

Het belang van [werknemer] bij voortzetting van het dienstverband met Omring Kraamzorg weegt dan ook zwaarder dan het belang van Omring Kraamzorg bij de dadelijke beëindiging daarvan of na korte termijn. Hierbij weegt mee dat, anders dan Omring Kraamzorg lijkt aan te voeren, Stichting Omring niet is te beschouwen als een willekeurige derde. Immers, Omring Kraamzorg en Stichting Omring zijn nauw met elkaar verweven en het formele bestuur over de beide rechtspersonen is in dezelfde handen. Hetzelfde geldt voor de personeelszaken, die feitelijk door Stichting Omring wordt uitgevoerd. Dit rechtvaardigt een afwijking van de vaker voorkomende situatie waarin de “oude werkgever” ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzoekt omdat die arbeidsovereenkomst door de geslaagde re-integratie elders een “lege huls” is geworden. Er zijn dan ook onvoldoende zwaarwegende belangen voor Omring Kraamzorg c.q. gewichtige redenen om de arbeidsovereenkomst met [werknemer] billijkheidshalve dadelijk of na korte termijn te laten beëindigen.

11.

Wellicht ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat hiermee niet is gezegd dat de arbeidsovereenkomst niet zou kunnen eindigen indien, bijvoorbeeld, de arbeidsovereenkomst met Stichting Omring na december 2013 voortduurt of [werknemer] ook na december 2013 ongeschikt is de bedongen arbeid te verrichten en er geen passend werk binnen Omring Kraamzorg voorhanden is.

12.

Als de in het ongelijk te stellen partij, dient Omring Kraamzorg de proceskosten te dragen.

De beslissing

De kantonrechter:

Wijst het verzoek af.

Veroordeelt Omring Kraamzorg in de proceskosten, die aan de zijde van [werknemer] worden vastgesteld op € 400,00 voor salaris gemachtigde, waarover Omring Kraamzorg geen btw verschuldigd is.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 11 april 2013 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter