Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:14091

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-11-2013
Datum publicatie
10-10-2014
Zaaknummer
C-14-123837 HA ZA 10-942
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Essentie: Verzekeringsrecht. Neemt huurder van fruitopstand zich in de grond bevindende bollen in opzicht onder zich?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Handel en Insolventie

SvR/HvE

zaaknummer / rolnummer: C/14/123837 / HA ZA 10-942

Vonnis in vrijwaring van 20 november 2013

in de zaak van

de vennootschap onder firma

WESTFRIESLAND FRUIT V.O.F.,

gevestigd te Enkhuizen,

eiseres in vrijwaring bij dagvaarding van 15 oktober 2010,

advocaat mr. A. Peijs te Amsterdam,

tegen

de naamloze vennootschap

N.V. INTERPOLIS SCHADE

gevestigd te Tilburg,

gedaagde in vrijwaring,

advocaat mr. K. Aantjes te Tilburg.

Partijen zullen hierna Westfriesland Fruit en Interpolis genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- de beslissing 12 december 2011 van de rolrechter een comparitie te plannen;

- het proces-verbaal van comparitie van 7 maart 2012;

- de akte uitlating van Interpolis, alsmede de daarin genoemde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Westfriesland Fruit is een fruitteeltbedrijf.

2.2. [

persoon 1] is eigenaar van een perceel grond aan de [adres] te [plaats], waarop fruitbomen staan. Daarnaast zijn er sneeuwklokjes op dit perceel.

2.3.

Medio oktober 2008 heeft Westfriesland Fruit het bestrijdingsmiddel Amitrol (hierna ook: het bestrijdingsmiddel) gebruikt ter bestrijding van het onkruid onder de fruitbomen op het perceel van [persoon 1]. Hierdoor is schade ontstaan aan de sneeuwklokjes.

2.4.

Westfriesland Fruit is door [persoon 1] aansprakelijk gesteld voor de schade.

2.5.

Westfriesland Fruit heeft bij Interpolis een Bedrijven Compact Polis afgesloten. Blijkens het verzekeringsbewijs met wijzigingsdatum 4 september 2008 is Westfriesland Fruit verzekerd voor “aansprakelijkheid bedrijf”.

2.6.

In de toepasselijke verzekeringsvoorwaarden voor deze polis is in hoofdstuk 5 “Aansprakelijkheid” onder meer het volgende opgenomen:
“(..) Aansprakelijkheid

Verzekerd is de aansprakelijkheid van verzekerde voor schade. (..)

Verder gelden ook nog de volgende uitsluitingen:

Opzicht

Uitgesloten is de aansprakelijkheid voor schade

- aan zaken die een verzekerde - of iemand namens de verzekerde - onder zich heeft uit hoofde van het bedrijf of nevenbedrijf, beroep of nevenberoep dat u uitoefent of uit hoofde van een huur-, huurkoop, lease-, pacht-, pandovereenkomst of vruchtgebruik;

(..)

Gebruik van chemische of biologische middelen

Uitgesloten is de aansprakelijkheid voor schade aan zaken die voortvloeit uit het (doen)gebruiken van chemische of biologische middelen, behalve als het gebruik van deze middelen wettelijk is toegestaan en geschied ten behoeve van het eigen bedrijf.”

2.7.

Bij brief van 26 april 2009 heeft Westfriesland Fruit onder meer het volgende aan Interpolis meegedeeld:

“(..) U stelt, en beargumenteerd in uw brief, dat voor bovengenoemde schade geen dekking op mijn polis is. Welnu, met uw argumentatie ben ik het niet eens omdat het mijns inziens een onvolledige verkeerde voorstelling van zaken weergeeft!

Zo stelt u: (ik citeer):

- “ “voor derden uitvoeren van onkruidbestrijding valt niet onder mijn verzekerde hoedanigheid”.

Antwoord:

Sinds 2 jaar huur ik uit eigen belang dit perceel van [persoon 1]; met alle praktische rechten en plichten, dus ook de gewasverzorging waaronder ook de onkruidbestrijding valt zoals een goed huurder betaamt. Uiteraard is de oogst voor ondergetekende.

Even verder stelt u: (ik citeer):

- “daarnaast is in de verzekeringsvoorwaarden bepaald dat is uitgesloten de aansprakelijkheid voor schade aan zaken die voortvloeit uit het (doen) gebruiken van chemische of biologische middelen, behalve als het gebruik van deze middelen wettelijk is toegestaan en geschiedt ten behoeve van het eigen bedrijf. Om deze reden ontbreekt dekking”.

Antwoord:

In eerder instantie heb ik u aangegeven dit dit perceel onderdeel uitmaakt van mijn totale bedrijf. (zie bovengenoemde).

Wat betreft het gebruik van in dit geval een onkruidbestrijdingsmiddel (amitrol) onder pruimen, kan ik u bij deze meedelen dat dit middel wel degelijk toegelaten is ter bestrijding van diverse onkruiden onder pruimen.

Ook stelt u (ik citeer):

- “ “eveneens is op grond van de verzekeringsvoorwaarden uitgesloten de aansprakelijkheid voor schade aan zaken die de verzekerde - of iemand namens de verzekerde - onder zich heeft uit hoofde van het bedrijf of nevenbedrijf, beroep of nevenberoep. Omdat u het perceel van de benadeelde bewerkte ontbreekt ook hierom dekking”.

Antwoord:

Als huurder bewerk ik het gehuurde om redenen zoals eerder gesteld. Vanuit die invalshoek bewerk ik dus het gehuurde, namens Westfriesland Fruit Vof; waarvan ik eigenaar ben. Maw ik bewerk het niet voor de benadeelde maar voor mijzelf als huurder.”

2.8. [

persoon 1] heeft in de hoofdzaak bij dagvaarding van 17 mei 2010 van Westfriesland Fruit en haar vennoten vergoeding gevorderd van de schade die [persoon 1] als gevolg van voormeld gebruik van het bestrijdingsmiddel heeft geleden.

2.9.

Bij tussenvonnis van 4 april 2012 heeft de rechtbank in de hoofdzaak geoordeeld dat Westfriesland Fruit c.s. aansprakelijk is voor de schade die is ontstaan als gevolg van het gebruik van het bestrijdingsmiddel. Bij het op 30 januari 2013 in de hoofdzaak uitgesproken tussenvonnis heeft de rechtbank het beroep door Westfriesland Fruit c.s. op eigen schuld van [persoon 1] en een op hem rustende schadebeperkingsplicht verworpen en geoordeeld dat Westfriesland Fruit c.s. in het geheel aansprakelijk is voor de schade die het gevolg is van voormeld gebruik van het bestrijdingsmiddel. Bij tussenvonnis van 3 juli 2013 in die zaak heeft de rechtbank ter vaststelling van de door [persoon 1] geleden schade een deskundigenbericht gelast.

2.10.

Blijkens een print van 28 september 2010 van een websitepagina van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden is het middel “Brabant Amitrol Vloeibaar” waarvan de werkzame stof amitrol is, een toegelaten middel in de categorie Gewasbescherming.

3 Het geschil

3.1.

Westfriesland Fruit vordert - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Interpolis gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak aanhangig onder kenmerk C/14/1200010/HA ZA 10-490, zal veroordelen om aan Westfriesland Fruit te betalen datgene, waartoe Westfriesland Fruit als gedaagde in de hoofdzaak jegens [voornamen] [persoon 1], h.o.d.n. [naam bedrijf] mocht worden veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling, met veroordeling van Interpolis in de (na)kosten van deze vrijwaringsprocedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Ter zitting is namens Westfriesland Fruit verzocht dat er eerder in de vrijwaringszaak vonnis wordt gewezen dan in de hoofdzaak nu het gaat om een groot bedrag in de hoofdzaak hetgeen leidt tot een grote psychische belasting voor [persoon 2], venoot van Westfriesland Fruit.

3.2.

Westfriesland Fruit heeft aan haar vordering het volgende ten grondslag gelegd. [persoon 1] heeft tegen haar en haar vennoten een vordering ingesteld tot vergoeding van de schade op grond van onrechtmatige daad. Interpolis is gehouden Westfriesland Fruit te vrijwaren daar zij het risico van bedrijfsaansprakelijkheid heeft verzekerd bij Interpolis.

3.3.

Interpolis voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Deze zaak betreft de vrijwaringszaak. Beoordeeld moet worden of Interpolis jegens Westfriesland Fruit aansprakelijk is voor de nadelige gevolgen van de veroordeling in de hoofdzaak. Interpolis heeft als verweer allereerst aangevoerd dat zij geen dekking hoeft te verlenen omdat Westfriesland Fruit niet gehouden is te betalen aan [persoon 1] en omdat zij de hoogte van de schade betwist en de juistheid van het schaderapport. Dit verweer faalt. Zoals hiervoor onder 2.9 is weergegeven, is in de hoofdzaak de aansprakelijkheid van Westfriesland Fruit c.s. jegens [persoon 1] vastgesteld voor de schade die is ontstaan als gevolg van het gebruik van het bestrijdingsmiddel. De hoogte van de schade zal ook (en uitsluitend) in die zaak worden vastgesteld (mede) op basis van het in te winnen deskundigenbericht. Nu de aansprakelijkheid van Westfriesland Fruit in de hoofdzaak is vastgesteld, kan de vraag of op Interpolis een verplichting rust Westfriesland Fruit te vrijwaren van de gevolgen van een eventuele veroordeling in de hoofdzaak thans beantwoord worden, ook al is in de hoofdzaak nog geen eindvonnis gewezen.

4.2.

Interpolis heeft voorts als verweer een beroep op de onder 2.7 van dit vonnis vermelde opzichtclausule gedaan. Zij voert aan dat Westfriesland Fruit het gehele perceel -dus niet alleen de fruitopstand - van [persoon 1] heeft gehuurd en dat de mondelinge huurovereenkomst tussen hen geen beperkingen bevatte. Westfriesland Fruit had het volledig genot van en de zorgplicht voor het gehuurde. De huur van het perceel omvatte alles wat er zich in de betreffende boomgaard in of op de grond bevond. Dat is ook door Westfriesland Fruit met zoveel woorden erkend, zo blijkt uit een brief van 26 april 2009 van haar aan Interpolis. Afgezien daarvan is tussen [persoon 1] en Westfriesland Fruit afgesproken dat Westfriesland Fruit zorg zou dragen voor het onderhoud van de tuin. Dit blijkt uit paragraaf 4 van de dagvaarding in de hoofdzaak en de daarbij overgelegde productie 2 (“volgens afspraak wordt de tuin onderhouden en gesnoeid”) en de daarbij overgelegde productie 9 (“hierbij is tevens afgesproken dat verzekerde zorg zou dragen voor het onderhoud van de tuin”). Ook op basis hiervan is het gehele perceel aan de zorg van Westfriesland Fruit toevertrouwd en onder haar hoede genomen, alles aldus Interpolis.

4.3.

De rechtbank stelt voorop dat nu Interpolis zich op een uitsluitingsgrond beroept, te weten voormelde opzichtclausule, op Interpolis de verplichting rust om feiten en omstandigheden te stellen waaruit kan worden afgeleid dat Westfriesland Fruit de sneeuwklokjes onder zich had uit hoofde van het bedrijf dat zij uitoefent of uit hoofde van een huurovereenkomst. De rechtbank overweegt dat het daarnaast bij de uitleg van polisvoorwaarden aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de polisvoorwaarden mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs mochten verwachten. Nu gesteld noch gebleken is dat de onderhavige opzichtclausule onderwerp van onderhandeling tussen partijen is geweest, zijn daarbij met name objectieve factoren van belang, zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel. Ook de aard en strekking van de betreffende clausule spelen daarbij een rol.

4.4.

Ten aanzien van dit laatste punt overweegt de rechtbank dat de aard van de opzichtclausule - een uitsluiting van de dekking voor aansprakelijkheid in bepaalde gevallen - meebrengt dat aan de bepaling geen uitleg mag worden gegeven die verder gaat dan noodzakelijk is om het doel van de opzichtclausule te bereiken. Dit doel, de strekking, van de opzichtclausule is om het quasi-eigenaarsrisico van dekking uit te sluiten. Dit risico ontstaat indien zaken van een ander aan de zorg van verzekerde worden toevertrouwd en daardoor in feite aan de bezittingen van verzekerde worden toegevoegd. De feitelijke macht die verzekerde over die zaken uitoefent, is zo groot dat de kans op schade vergelijkbaar is met de kans dat de eigenaar schade toebrengt aan zijn eigen zaken, hetgeen van dekking is uitgesloten.

4.5.

Bij de beantwoording van de vraag of Westfriesland Fruit de sneeuwklokjes onder zich had uit hoofde van haar bedrijf of uit hoofde van een huurovereenkomst gaat de rechtbank er veronderstellenderwijs vanuit dat de huurovereenkomst in beginsel het gehele perceel, dus niet alleen de fruitopstand, omvatte. Vanuit de bedrijfsdoelstelling van Westfriesland Fruit - het kweken van fruit - bezien was het tot stand brengen van de huurovereenkomst geenszins gericht op de kweek van sneeuwklokjes, noch op het overnemen van de regie over de bollen. Westfriesland Fruit had op zichzelf geen intentie om iets te doen met de sneeuwklokjes. Het was Westfriesland Fruit te doen om de exploitatie van de fruitbomen. Dat er zich bollen in de gehuurde grond bevonden was voor Westfriesland Fruit een bijkomstigheid die van geen belang was. Gesteld noch gebleken is voorts dat Westfriesland Fruit feitelijke macht over de bollen uitoefende. Evenmin valt aan te nemen dat de verhuurder [persoon 1] met de huurovereenkomst het oog heeft gehad op de sneeuwklokjes. Onder deze omstandigheden kan niet gezegd worden dat [persoon 1] en Westfriesland Fruit hebben beoogd de bollen aan Westfriesland Fruit toe te vertrouwen, in die zin dat laatstgenoemde de zorg voor de bollen heeft overgenomen. Uit de enkele omstandigheid dat zou zijn afgesproken dat de tuin door Westfriesland Fruit wordt onderhouden en gesnoeid kan een dergelijke zorg evenmin worden afgeleid.

4.6.

Nu niet gezegd kan worden dat de zorg over de bollen aan Westfriesland Fruit is toe vertrouwd, is geen sprake van een situatie waarin de feitelijke macht die verzekerde is gaan uitoefenen, zo groot is dat de kans op schade vergelijkbaar is met de kans dat de eigenaar schade toebrengt aan zijn eigen zaken. Westfriesland Fruit mocht de opzichtclausule dus zo begrijpen dat de hiervoor beschreven situatie niet onder het bereik daarvan zou vallen. Interpolis had aan de clausule dezelfde zin moeten toekennen. Voor zover zij dat niet of in mindere mate heeft gedaan geldt tevens dat bij uitleg van de polisvoorwaarden betekenis toekomt aan de omstandigheid dat de opzichtclausule een algemene polisbepaling betreft, hetgeen meebrengt dat twijfel over de mogelijke uitleg ten voordele van de verzekerde strekt. In dat geval wordt aan de uitleg van Westfriesland Fruit meer gewicht toegekend dan aan de uitleg van Interpolis. De opzichtclausule dient dus zo te worden uitgelegd dat deze niet ziet op een situatie als de onderhavige. Het verweer van Interpolis wordt verworpen.
4.7. Ter zitting heeft Interpolis nog aangevoerd dat op grond van de polisvoorwaarden (zie hiervoor onder 2.6.) dekking is uitgesloten omdat Westfriesland Fruit gebruik heeft gemaakt van chemische middelen. Dit verweer wordt eveneens verworpen. Westfriesland Fruit ontkent niet dat zij een chemisch middel heeft gebruikt, maar stelt gemotiveerd, dat nu sprake is van een toegelaten middel dat is gebruikt voor het eigen bedrijf als bedoeld in de polisvoorwaarden, dekking haar niet kan worden ontzegd. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft Westfriesland Fruit het onder 2.10. vermelde stuk overgelegd. In het licht van het vorenstaande heeft Interpolis onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan dekking in dit kader zou zijn uitgesloten.

4.8.

Nu de verweren dat er vanwege de uitsluitingsbepalingen geen dekking is, zijn verworpen, dient de vordering in beginsel te worden toegewezen. Interpolis heeft echter onbetwist gesteld dat met Westfriesland Fruit een eigen risico is overeengekomen van

€ 500,--, zodat dit bedrag in mindering dient te worden gebracht op het aan Westfriesland Fruit uit te keren bedrag.

4.9.

Interpolis is de in het ongelijk gestelde partij en dient daarom in de proceskosten van dit vrijwaringsgeding te worden verwezen. De kosten aan de kant van Westfriesland Fruit worden begroot als hieronder vermeld. Het salaris van de advocaat wordt berekend aan de hand van tarief II nu de hoogte van de eventuele veroordeling in de hoofdzaak op dit moment niet vaststaat en Westfriesland Fruit zelf vonnis heeft gevraagd voorafgaand aan het eindvonnis in de hoofdzaak. De nakosten zullen op na te melden wijze worden toegewezen.

Dagvaarding € 73,89
griffierecht nihil (vrijwaringsprocedure)

Salaris advocaat € 904,00

(2 punten tarief II € 452,00 per punt -- 1 punt dagvaarding, 1 punt comparitie)

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

veroordeelt Interpolis om aan Westfriesland Fruit te betalen datgene waartoe Westfriesland Fruit als gedaagde in bij deze rechtbank onder zaaknummer / rolnummer C/14/120010 / HA ZA 10-490 aanhangige (hoofd)zaak jegens [voornamen][persoon 1], h.o.d.n. [naam bedrijf], als eiser mocht worden veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling, verminderd met € 500,-- eigen risico, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het eventueel intreden van verzuim aan de kant van Interpolis tot aan de voldoening;

5.2.

veroordeelt Interpolis in de kosten van het vrijwaringsgeding, tot heden aan de zijde van Westfriesland Fruit begroot op € 73,89 aan verschotten en op € 904,00 aan salaris advocaat;


5.3. veroordeelt Interpolis in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat, indien betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en Interpolis niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.E. van Erp-van Harten en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2013.