Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:13255

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-07-2013
Datum publicatie
27-01-2014
Zaaknummer
424898
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vordering op grond van kredietovereenkomst. Rechtsverwerking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2014/131
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr/rolnr.: 424898 \ CV EXPL 12-6575 (rvk)

Uitspraakdatum: 3 juli 2013

Vonnis in de zaak van:

de naamloze vennootschap Direktbank N.V., statutair gevestigd te Amsterdam

eisende partij in conventie / gedaagde partij in reconventie

verder ook te noemen: Direktbank

gemachtigde: R.P.S. Schuman, gerechtsdeurwaarder te Ede

rolgemachtigde: P.C. van Roon, gerechtsdeurwaarder te Amsterdam

tegen

1.

[naam gedaagde sub 1] , wonende te[plaats]

gedaagde partij in conventie / eisende partij in reconventie

gemachtigde: mr. E.T.W. Buers te Schagen

verder ook te noemen: [gedaagde sub 1]

[toevoeging:[nummer]]

2.

[naam gedaagde sub 2] , zonder bekende woon- en verblijfplaats in Nederland en zonder bekende woonplaats elders

gedaagde partij in conventie

verder ook te noemen: [gedaagde sub 2]

niet verschenen.

Het procesverloop

Direktbank heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding d.d. 21 augustus 2012.

[gedaagde sub 1] heeft bij antwoord verweer gevoerd en een eis in reconventie ingesteld.

Direktbank heeft van antwoord in reconventie gediend en haar eis in conventie verminderd.

Na beraad heeft de kantonrechter een comparitie gelast, die is gehouden op 4 april 2013, in aanwezigheid van mevr. [A] namens Direktbank, alsmede partij [gedaagde sub 1] en haar gemachtigde.

Van deze comparitie heeft de griffier aantekeningen gehouden.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

De vaststaande feiten

in conventie en in reconventie

1.

[gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] hebben op 18 augustus 1993 met Direktbank een overeenkomst gesloten, waarbij Direktbank aan [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] een doorlopend krediet tot een maximum van ƒ 43.000,- (€ 19.512,55) verstrekte.

2.

[gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] zijn op grond van de overeenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden beiden hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen die uit de overeenkomst voortvloeien.

3.

[gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] waren ten minste twee maanden achterstallig in de betaling van een vervallen termijnbedrag en bleven ook na in gebreke te zijn gesteld nalatig in de volledige nakoming van hun verplichtingen waardoor het saldo van het krediet in zijn geheel opeisbaar is geworden.

4.

Bij vonnis van 25 oktober 1994 zijn [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in staat van faillissement verklaard. Dit faillissement is op 20 december 1994 wegens gebrek aan baten opgeheven.

Het geschil

in conventie

5.

Direktbank vordert, na vermindering van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot betaling van een bedrag ad € 54.392,68, rente en kosten rechtens.

Direktbank baseert haar vordering op de hiervoor weergegeven vaststaande feiten en omstandigheden. Direktbank heeft [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1], bij herhaling, doch tevergeefs, aangemaand tot betaling, zodat Direktbank genoodzaakt werd in februari 2006 haar vordering ter incassering uit handen te geven aan haar incassogemachtigde. Naast het openstaande saldo per 25 oktober 1994 (datum faillissement) van € 17.200,35 vordert Direktbank rente ad € 37.192,33, berekend vanaf 25 oktober 1994 t/m 28 februari 2013.

6.

[gedaagde sub 1] heeft verweer gevoerd.

7.

Bij de beoordeling zal zo nodig nog nader op de standpunten van partijen worden ingegaan.

in reconventie

8.

[gedaagde sub 1] vordert een verklaring voor recht dat de vordering is verjaard, dan wel dat de Direktbank haar rechten verwerkt heeft.

9.

[gedaagde sub 1] stelt daartoe dat zij er belang bij heeft dat de kwestie, die een ernstige inbreuk op haar levensgeluk maakt, voor eens en voor altijd uit de wereld raakt.

10.

Direktbank heeft verweer gevoerd.

11.

Bij de beoordeling zal zo nodig nog nader op de standpunten van partijen worden ingegaan.

De beoordeling

in conventie

12.

Partij [gedaagde sub 2] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen, tegen hem wordt dan ook verstek verleend. Ingevolge het bepaalde in artikel 140 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zal echter tussen alle partijen één vonnis gewezen worden, dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd.

met betrekking tot [gedaagde sub 1]

13.

heeft onder meer een beroep gedaan op rechtsverwerking. Naar vaste rechtspraak dient rechtsverwerking niet snel aangenomen te worden en is enkel stilzitten of tijdsverloop daartoe onvoldoende; er dient sprake te zijn van een bepaalde gedraging van de rechthebbende, die onder omstandigheden ook in een nalaten kan bestaan. Deze gedraging of dat nalaten dient bij de wederpartij een zodanig vertrouwen te hebben opgewekt of zijn positie zodanig onredelijk te hebben verzwaard dat de rechthebbende in redelijkheid geen beroep meer kan doen op het desbetreffende recht. De kantonrechter verwijst in dit verband naar de in de periode 1994 – 2012 min of meer jaarlijks verzonden aanmaningsbrieven die Direktbank in het geding heeft gebracht, waarvan voldoende aannemelijk is dat deze [gedaagde sub 1] hebben bereikt – [gedaagde sub 1] heeft immers ten aanzien van die brieven erkend dat de adressering juist is. Echter, voor zover al in de brieven een stuitingshandeling kan worden gelezen, dan heeft Direktbank daaraan vervolgens geen uitvoering gegeven. Het uitbrengen van deze mededelingen gedurende een groot aantal jaren – ruim 17 jaar – door middel van standaardbrieven, zonder enige actie te ondernemen kan bij de betrokkene er toe leiden dat zij deze brieven in redelijkheid mocht gaan beschouwen als blote aanmaningen die automatisch worden toegezonden.

14.

Bovengenoemde omstandigheid is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar met het alsnog uitoefenen van het vorderingsrecht door Direktbank. Dit leidt er reeds toe dat de vordering van Direktbank zal worden afgewezen, zodat de overige stellingen van partijen niet meer besproken hoeven te worden.

15.

Direktbank dient als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

met betrekking tot [gedaagde sub 2]

16.

heeft verstek laten gaan. De vordering tegen hem is toewijsbaar nu deze niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

17.

[gedaagde sub 2] dient als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

in reconventie

18.

Gelet op hetgeen in de conventie is bepaald, is de vordering in reconventie tot het afgeven van een verklaring voor recht dat Direktbank haar recht heeft verwerkt jegens [gedaagde sub 1] toewijsbaar.

19.

Direktbank dient als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

[gedaagde sub 1]

Wijst de vordering(en) tegen [gedaagde sub 1] af.

Veroordeelt Direktbank in de proceskosten, die tot heden voor [gedaagde sub 1] worden vastgesteld op een bedrag van € 1.200,- voor salaris van de gemachtigde van [gedaagde sub 1], waarover Direktbank geen btw verschuldigd is.

[gedaagde sub 2]

Veroordeelt [gedaagde sub 2] om aan Direktbank [tegen behoorlijk bewijs van kwijting] te betalen een bedrag van € 54.392,68, te vermeerderen met de overeengekomen rente naar 0,982% per maand, met als maximum de ten hoogste toegelaten kredietvergoeding krachtens artikel 35 Wet op het consumentenkrediet, te berekenen over dat bedrag vanaf 1 maart 2013 tot de dag van voldoening.

Veroordeelt [gedaagde sub 2] in de proceskosten, die tot heden voor Direktbank worden vastgesteld op een bedrag van € 1.271,50 (€ 107,30 aan dagvaardingskosten, € 291,20 aaan advertentiekosten, € 873,- aan griffierecht en een bedrag van € 600,- voor salaris van de gemachtigde van Direktbank), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na heden tot de dag van de betaling indien aan de proceskostenveroordeling binnen veertien dagen niet is voldaan.

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

in reconventie

Verklaart voor recht dat Direktbank het recht heeft verwerkt haar vorderingsrechten jegens [gedaagde sub 1] uit te oefenen.

Veroordeelt Direktbank in de proceskosten, die tot heden voor [gedaagde sub 1] worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.G. Vroom, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 3 juli 2013 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter