Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:13173

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13-12-2013
Datum publicatie
05-02-2014
Zaaknummer
13-5013
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat aannemelijk is dat verzoeker thans elders niet over opvangmogelijkheden beschikt. Verweerder heeft voorts aangegeven dat verzoeker nogal eens voor overlast zorgt. Dat blijkt inderdaad uit de overgelegde rapportage, maar de voorzieningenrechter is van oordeel dat het gevaar voor overlast thans niet acuut is. De laatste melding van door verzoeker veroorzaakte overlast dateert van 29 oktober 2013. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan het gevaar voor overlast worden ingedamd door het stellen van strikte voorwaarden aan verzoeker. De voorzieningenrechter treft de voorlopige voorziening dat verzoeker moet worden toegelaten tot de maatschappelijke opvang.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht, geldigheid: 2014-02-05
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

Zaaknummer: HAA 13/5013

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter ter zitting van 13 december 2013 in de zaak tussen

[verzoeker]

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

gemachtigde mr. J.H. Kruseman

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 12 december 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoeker medegedeeld dat hij geen gebruik mag maken van de nachtopvang.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft voorts de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 december 2013. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. W.G. Fisher, kantoorgenoot van zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, C.W. Baars.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;

  • -

    schorst het bestreden besluit tot een week na bekendmaking van de door verweerder te nemen beslissing op bezwaar;
    - draagt verweerder op verzoeker met onmiddellijke ingang toe te laten tot de nachtopvang met verwijzing naar de voorwaarde vermeld in de laatste zinsnede van rechtsoverweging 5;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 44,-- aan verzoeker te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 944,-- , te betalen aan verzoekers gemachtigde.

Overwegingen

1.

Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2.

De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat de mededeling dat verzoeker geen toestemming krijgt om gebruik te maken van de nachtopvang, een besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bedoelde mededeling houdt immers in dat verzoeker geen gebruik kan maken van een opvangfaciliteit van verweerder, terwijl verzoeker wel behoort tot de doelgroep voor wie deze faciliteit is gecreëerd.

3.

Verweerder heeft aangegeven dat hij ervan uitgaat dat verzoeker elders opvang kan krijgen. Verzoeker heeft dit betwist. Hij heeft aangevoerd dat zijn opvangnetwerk is uitgeput. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat aannemelijk is dat verzoeker thans elders niet over opvangmogelijkheden beschikt. Verzoeker heeft immers, zoals hij ter zitting heeft verklaard, vanaf zondag 8 december tot en met woensdag 11 december 2013 gebruik gemaakt van de nachtopvang, terwijl hij in de nacht van 12 op 13 december 2013 buiten heeft doorgebracht. In de door verweerder overgelegde rapportage staat weliswaar op de datum 12 december 2013 dat verzoeker bij kennissen kan verblijven, maar dit moet worden aangemerkt als een interpretatie van hetgeen verzoeker gezegd zou hebben. De rapportage bevat geen letterlijke weergave van hetgeen verzoeker heeft verklaard en daarom gaat de voorzieningenrechter hieraan thans voorbij.

4.

Verweerder heeft voorts aangegeven dat verzoeker nogal eens voor overlast zorgt. Dat blijkt inderdaad uit de overgelegde rapportage, maar de voorzieningenrechter is van oordeel dat het gevaar voor overlast thans niet acuut is. De laatste melding van door verzoeker veroorzaakte overlast dateert van 29 oktober 2013. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan het gevaar voor overlast worden ingedamd door het stellen van strikte voorwaarden aan verzoeker.

5.

Het voorgaande leidt ertoe dat de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening toewijst. De voorzieningenrechter schorst het besluit van 12 december 2013 tot een week na bekendmaking van de door verweerder te nemen beslissing op bezwaar. Hij draagt verweerder voorts op verzoeker met onmiddellijke ingang toe te laten tot de nachtopvang. Deze opdracht aan verweerder vervalt op het moment dat verzoeker ernstige overlast veroorzaakt in of rond de nachtopvang in Haarlem.

6.

Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht van € 44,-- vergoedt.

7.

De voorzieningenrechter veroordeelt voorts verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 944,--(1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, De waarde van een punt bedraagt € 472,--). Indien aan verzoeker een toevoeging is verleend op grond van de Wet op de rechtsbijstand, moet verweerder op grond van 8:75, tweede lid, van de Awb het bedrag van de proceskosten vergoeden aan de rechtsbijstandverlener van verzoeker.

8.

De voorzieningenrechter deelt tot slot mede dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. de Valk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.M. van der Pol, griffier, op 13 december 2013.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op: