Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:13032

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13-12-2013
Datum publicatie
08-01-2014
Zaaknummer
15/740134-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; onderzoek Mastino; medeplegen woningoverval; bewijsoverweging medeplegen; bewezenverklaring; straftoemeting; vorderingen benadeelde partijen toegewezen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een woningoverval, een zeer ernstig en laf misdrijf. Op klaarlichte dag waren verdachte en zijn mededaders voornemens [slachtoffer 1] in diens woning te overvallen. De dagen voorafgaand aan de overval hebben de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] de situatie in en om het huis van [slachtoffer 1] voor verkend (..) Verdachtes rol ten tijde van de overval bestond erin dat hij in zijn auto op zijn medeverdachten heeft gewacht en hen zou waarschuwen indien het beoogde slachtoffer bij de woning arriveerde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740134-13

Uitspraakdatum: 13 december 2013

Tegenspraak

Vonnis (P)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 november 2013 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen),

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres 1],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Haarlem.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.E. van der Plas en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.J. van der Veen, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na een nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat

Primair

hij op of omstreeks 14 december 2012 in de gemeente Heemskerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in of uit een woning gelegen aan de [adres 2] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een envelop met) een geldbedrag van EURO 5.000 en/of (een pot met) muntgeld en/of drie zilveren (boeddha to boeddha) armbanden en/of een Breitling horloge en/of een geldbedrag van (ongeveer) EURO 115 en/of één of twee gouden (trouw)ringen, in elk geval één of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen meerdere personen, genaamd [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of genoemde [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- een of twee (op een) vuurwapen(s) (gelijkend voorwerp(en) heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden op die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2], in elk geval zichtbaar voor die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2] één of meer wapen(s) heeft/hebben vastgehouden;

- die [slachtoffer 3] (meermalen) (met kracht) met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op/tegen de rechterwang en/of het achterhoofd, in ieder geval op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen;

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op/tegen het achterhoofd van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gedrukt en/of (vervolgens) die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens( die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] richting de voordeur van genoemde woning heeft/hebben geduwd;

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd/geroepen dat hij, [slachtoffer 3], de voordeur moest openmaken;

-(vervolgens) die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] onder bedreiging van een of meer (op een) vuurwapen(s) (gelijkend voorwerp(en) genoemde woning heeft/hebben binnengeduwd en/of (vervolgens) op de grond heeft/hebben geduwd/gegooid;

- ( terwijl die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] op de grond lagen) de handen van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] op de rug heeft/hebben vastgebonden/vastgemaakt (met een tie-rip);

- ( terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag) (meermalen) met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) over de rug en/of het gezicht althans het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft/hebben bewogen/gewreven en/of in de zij en/of elders in het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft geprikt/gepord en/of de demper op de loop van een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) aan die [slachtoffer 3] te tonen;

- ( terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag) (meermalen) op/tegen de zijkant van het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft/hebben geschopt en/of (met een knie) op/tegen de rug van die [slachtoffer 3] is/zijn gaan zitten/drukken en/of (meermalen) tegen op/tegen het hoofd en/of elders op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft/hebben geslagen;

- ( terwijl die [slachtoffer 6] op de grond lag) die [slachtoffer 6] heeft/hebben gefouilleerd en/of (vervolgens) op die [slachtoffer 6] is/zijn gaan zitten/liggen;

- die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] onder bedreiging van een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) genoemde woning heeft/hebben binnengetrokken en/of (vervolgens) op de grond heeft/hebben geduwd/gegooid;

- die [slachtoffer 4] (meermalen) (met kracht) met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op/tegen het (achter)hoofd heeft/hebben geslagen;

- ( terwijl die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] op de grond lagen) de handen van die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] op de rug heeft/hebben vastgebonden/vastgemaakt (met een tie-rip);

- ( terwijl die [slachtoffer 4] op de grond lag) over de kleding en/of het hoofd van die [slachtoffer 4] heeft/hebben geaaid/gewreven;

- ( terwijl die [slachtoffer 5] op de grond lag) (meermalen) die [slachtoffer 5] heeft/hebben gefouilleerd en/of een voet op tegen de rug van die [slachtoffer 5] heeft/hebben gezet/gedrukt;

- die [slachtoffer 2] aan zijn trui heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens)genoemde woning heeft/hebben binnengetrokken;

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op/tegen het voorhoofd van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gedrukt;

- één of meermalen (met kracht) (met een [hard] voorwerp) en/of met tot vuistgebalde hand(en) die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen op/tegen het achterhoofd en/of het oog/de ogen en/of het voorhoofd en/of de oren/het oor en/of zijn vingers en/of zijn (rechter)hand en/of elders op/tegen het lichaam;

- ( terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag) meermalen (met kracht) heeft/hebben geschopt en/of geslagen op/tegen de rug en/of de benen en/of het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) op het lichaam van die [slachtoffer 2] is/zijn gaan zitten;

- ( terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag) de handen van die [slachtoffer 2] op zijn rug heeft/hebben vastgebonden/vastgemaakt (met een tie-rip) en/of met een geschoeide voet op het (voor)hoofd van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gestaan/gedrukt;

- ( terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag) die [slachtoffer 2] heeft/hebben gefouilleerd;

- die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 2] (meermalen) dreigend en/of dwingend heeft/hebben toegeroepen/toegeschreeuwd: "Niet kijken!" en/of "Niet bewegen" en/of "Stil!" en/of "Waar is het geld?" en/of "Waar is de schoenendoos met geld?" en/of "Ga liggen op de grond!" en/of "Handen op de rug" en/of "Dit is een overval!" en/of "Er gaat geknald worden" en/of "Rustig blijven of er wordt geschoten" en/of "Blijf 5 minuten op de grond liggen of er wordt geschoten" en/of woorden

soortgelijke aard en/of strekking;

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 14 december 2012 in de gemeente Heemskerk, tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, in of uit een woning gelegen aan de [adres 2] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben/heeft weggenomen (een envelop met) een geldbedrag van EURO 5.000 en/of (een pot met) muntgeld en/of drie zilveren (boeddha to boeddha) armbanden en/of een Breitling horloge en/of een geldbedrag van (ongeveer) EURO 115 en/of één of twee gouden (trouw)ringen, in elk geval één of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen meerdere personen, genaamd [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of genoemde [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) ander(e )deelnemer(s) van dit misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] - een of twee (op een) vuurwapen(s) (gelijkend voorwerp(en) heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden op die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2], in elk geval zichtbaar voor die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2] één of meer wapen(s) heeft/hebben vastgehouden;

- die [slachtoffer 3] (meermalen) (met kracht) met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op/tegen de rechterwang en/of het achterhoofd, in ieder geval op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen;

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op/tegen het achterhoofd van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gedrukt en/of (vervolgens) die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] richting de voordeur van genoemde woning heeft/hebben geduwd;

- tegen die [slachtoffer 3] hebben/heeft gezegd/geroepen dat hij, [slachtoffer 3], de voordeur moest openmaken; - (vervolgens) die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] onder bedreiging van een of meer (op een) vuurwapen(s) (gelijkend voorwerp(en) genoemde woning heeft/hebben binnengeduwd en/of (vervolgens) op de grond heeft/hebben geduwd/gegooid;

- ( terwijl die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] op de grond lagen) de handen van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] op de rug heeft/hebben vastgebonden/vastgemaakt (met een tie-rip);

- ( terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag) (meermalen) met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) over de rug en/of het gezicht althans het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft/hebben bewogen/gewreven en/of in de zij en/of elders in het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft geprikt/gepord en/of de demper op de loop van een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) aan die [slachtoffer 3] te tonen;

- ( terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag) (meermalen) op/tegen de zijkant van het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft/hebben geschopt en/of (met een knie) op/tegen de rug van die [slachtoffer 3] is/zijn gaan zitten/drukken en/of (meermalen) tegen op/tegen het hoofd en/of elders op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft/hebben geslagen;

- ( terwijl die [slachtoffer 6] op de grond lag) die [slachtoffer 6] heeft/hebben gefouilleerd en/of (vervolgens) op die [slachtoffer 6] is/zijn gaan zitten/liggen;

- die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] onder bedreiging van een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) genoemde woning heeft/hebben binnengetrokken en/of (vervolgens) op de grond heeft/hebben geduwd/gegooid;

- die [slachtoffer 4] (meermalen) (met kracht) met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op/tegen het (achter)hoofd heeft/hebben geslagen;

- ( terwijl die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] op de grond lagen) de handen van die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] op de rug heeft/hebben vastgebonden/vastgemaakt (met een tie-rip);

- ( terwijl die [slachtoffer 4] op de grond lag) over de kleding en/of het hoofd van die [slachtoffer 4] heeft/hebben geaaid/gewreven;

- ( terwijl die [slachtoffer 5] op de grond lag) (meermalen) die [slachtoffer 5] heeft/hebben gefouilleerd en/of een voet op tegen de rug van die [slachtoffer 5] heeft/hebben gezet/gedrukt;

- die [slachtoffer 2] aan zijn trui heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) genoemde woning heeft/hebben binnengetrokken;

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op/tegen het voorhoofd van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gedrukt;

- één of meermalen (met kracht) (met een [hard] voorwerp) en/of met tot vuist gebalde hand(en) die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen op/tegen het achterhoofd en/of het oog/de ogen en/of het voorhoofd en/of de oren/het oor en/of zijn vingers en/of zijn (rechter)hand en/of elders op/tegen het lichaam;

- ( terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag) meermalen (met kracht) heeft/hebben geschopt en/of geslagen op/tegen de rug en/of de benen en/of het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) op het lichaam van die [slachtoffer 2] is/zijn gaan zitten;

- ( terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag) de handen van die [slachtoffer 2] op zijn rug heeft/hebben vastgebonden/vastgemaakt (met een tie-rip) en/of met een geschoeide voet op het (voor)hoofd van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gestaan/gedrukt;

- ( terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag) die [slachtoffer 2] heeft/hebben gefouilleerd;

- die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 2] (meermalen) dreigend en/of dwingend heeft/hebben toegeroepen/toegeschreeuwd: "Niet kijken!" en/of "Niet bewegen" en/of "Stil!" en/of "Waar is het geld?" en/of "Waar is de schoenendoos met geld?" en/of "Ga liggen op de grond!" en/of "Handen op de rug" en/of "Dit is een overval!" en/of "Er gaat geknald worden" en/of "Rustig blijven of er wordt geschoten" en/of "Blijf 5 minuten op de grond liggen of er wordt geschoten" en/of woorden

soortgelijke aard en/of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 14 december 2012 in de gemeente Heemskerk en/of in de gemeente Den Helder en/of in de gemeente Beverwijk en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- ( tegen een beloning van EURO 150) die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] met zijn, verdachtes, auto van Den Helder naar Heemskerk te brengen en/of

- ( vervolgens) die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] met die auto rond te rijden in de omgeving Heemskerk en/of Beverwijk en/of

- ( vervolgens) in de auto te wachten op een parkeerplaats aan de Singelweide terwijl die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] de auto hadden verlaten en/of (vervolgens) die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] met die auto van Heemskerk naar Den Helder en/of Julianadorp te brengen.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1 Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het hem primair tenlastegelegde feit.

3.2 Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] hebben ongeveer twee weken voor 14 december 2012 het plan opgevat een overval te plegen op de bewoner van de woning aan de [adres 2] te Heemskerk, naar later is gebleken [slachtoffer 1]. Als voorbereiding op deze overval zijn zij samen op 10, 12 en 13 december 2012 met de auto naar genoemde woning en naar het adres van een bedrijf van deze [slachtoffer 3] in Beverwijk gereden, onder meer om te kijken hoe laat het slachtoffer normaliter thuis komt. Hierdoor weet verdachte dat [slachtoffer 1] in een donkerblauwe Audi rijdt.2 Op 13 december 2012 wordt medeverdachte [medeverdachte 1], die de bijnaam [bijnaam 1] heeft, door medeverdachte [medeverdachte 2], bijgenaamd [bijnaam 2] of [bijnaam 3], opgehaald en zij rijden samen naar de woning van verdachte in Den Helder, waar zij vervolgens de nacht doorbrengen. Diezelfde avond wordt er in het huis van verdachte en in diens bijzijn gesproken over het feit dat zich in het huis aan de [adres 2] te Heemskerk een schoenendoos met geld zou bevinden. Verdachte heeft gezien dat medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] twee tie rips bij zich hadden en er is gesproken over het feit dat ze de man - de rechtbank begrijpt het beoogde slachtoffer [slachtoffer 1] - moesten vastbinden.

De volgende dag, 14 december 2012, rijden verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met z’n drieën in de auto van verdachte naar Heemskerk.3 Verdachte zit achter het stuur, [medeverdachte 2] zit op de passagiersstoel naast hem en verdachte [medeverdachte 1] zit achterin. Aangekomen bij het appartementencomplex waarin zich ook de woning van [slachtoffer 1] bevindt, gaan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] het complex binnen en verdachte blijft in de auto wachten. Verdachte moet aan de twee medeverdachten doorgeven als [slachtoffer 1] bij het appartementencomplex arriveert.4

[slachtoffer 1] is, naar achteraf is komen vast te staan, op dat moment echter niet thuis. Zijn minderjarige zoon, [slachtoffer 3] en diens vriendje [slachtoffer 6] staan op het punt om de woning aan de [adres 2] te verlaten. Wanneer zij in de hal van de lift staan, komen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] te voorschijn. Er worden vuurwapens of op vuurwapens gelijkende voorwerpen op de jongens gericht en zij worden in de richting van de voordeur geduwd. Tegen [slachtoffer 3] wordt geroepen dat hij de voordeur moet openen, terwijl het vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp tegen zijn achterhoofd gedrukt wordt.5 Tevens wordt hij met het vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp op zijn achterhoofd en tegen zijn rechterwang geslagen. Onder bedreiging van het vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp opent

[slachtoffer 3] de voordeur en worden beide jongens vastgepakt en de woning binnen geduwd.

Beide jongens worden op de grond geduwd en hun handen worden op hun rug vastgebonden met tie-rips.6 Terwijl [slachtoffer 6] op de grond ligt, wordt hij gefouilleerd.7 [slachtoffer 3] wordt in zijn zij geschopt en tegen zijn hoofd geslagen, terwijl hem wordt gevraagd waar het geld is dat in een schoenendoos zit. Daarbij wordt ook een knie in zijn rug gezet als hij op de grond ligt. Tevens wordt hem de demper op de loop van het vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp getoond en wordt hij daarmee in zijn zij geprikt en tegen zijn lichaam gepord.8 [medeverdachte 1] blijft bij de jongens, terwijl [medeverdachte 2] de woning doorzoekt en schreeuwt: ‘Waar is het geld?’ en ‘Waar is de schoenendoos met geld?’.9

Ondertussen zijn de moeder van [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], en haar toenmalige vriend, [slachtoffer 5], bij het appartementencomplex gearriveerd om [slachtoffer 3] op te halen. Als deze niet naar beneden komt en zij na te hebben aangebeld via de intercom geen gehoor krijgen, bellen zij aan bij buren. Buurman J. [slachtoffer 2] reageert en zegt een kijkje te gaan nemen.10

Wanneer hij bij de woning van [slachtoffer 1] aankomt, aanbelt en klopt, wordt de deur geopend en wordt een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp op hem gericht. Hij wordt aan zijn trui de woning ingetrokken. Als [slachtoffer 2] het voorwerp probeert af te pakken, wordt hij met een hard voorwerp tegen zijn hoofd, ogen, oren en zijn vingers van zijn rechterhand geslagen. [slachtoffer 2] valt hierdoor op de grond en verliest het bewustzijn.11 Zijn handen worden met een tie-rip op zijn rug vastgebonden, terwijl er met een voet op zijn rug wordt gestaan. Ook wordt er met een geschoeide voet op zijn hoofd gestaan en wordt hij gefouilleerd.12

Inmiddels zijn [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] bij de voordeur van de woning van [slachtoffer 1] aangekomen, waar zij aanbellen en op de deur kloppen. De deur wordt geopend en er wordt direct een wapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op hen gericht. Vervolgens zijn beiden vastgepakt en de woning ingetrokken.13 [slachtoffer 4] wordt twee keer met het vuurwapen of het daarop gelijkende voorwerp tegen haar (achter)hoofd geslagen, waar zij pijn van ondervindt.14 [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] worden op de grond gegooid.15 [slachtoffer 5] wordt gefouilleerd en er wordt een voet op zijn rug gezet.16 Wanneer [slachtoffer 2] weer bij bewustzijn komt en kreunt, wordt hij – terwijl hij in een plas bloed ligt – opnieuw geslagen en geschopt en wordt er op hem gezeten.17 Eén van de twee in de woning aanwezige verdachten gaat dan op [slachtoffer 6] liggen.18 [medeverdachte 2] gaat verder met zoeken in de woning en [medeverdachte 1] blijft bij de slachtoffers.19 [medeverdachte 1] aait [slachtoffer 4] over haar kleding en hoofd.20 Vervolgens worden ook de handen van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] vastgebonden met tie-rips.21

Gedurende de overval wordt tegen de slachtoffers dreigend en dwingend geroepen of geschreeuwd: "Niet kijken!", "Niet bewegen", "Stil!", "Waar is het geld?", "Waar is de schoenendoos met geld?", "Ga liggen op de grond!", "Handen op de rug", "Dit is een overval!", "Er gaat geknald worden", "Rustig blijven of er wordt geschoten", "Blijf 5 minuten op de grond liggen of er wordt geschoten" en/of woorden soortgelijke aard en/of strekking.22 Uiteindelijk verlaten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] de woning met de weggenomen goederen van J. [slachtoffer 2] alsmede met een envelop met € 5.000,-, drie zilveren armbanden van het merk Boeddha to Boeddha en een Breitling horloge van [slachtoffer 1].23 Vervolgens rijden [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en verdachte weg in de auto van laatstgenoemde.24

3.3 Bewijsoverweging

De officier van justitie heeft betoogd dat gelet op de door verdachte uitgevoerde handelingen onvoldoende bewijs voorhanden is voor medeplegen, zoals primair ten laste is gelegd.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte niet veroordeeld kan worden, noch voor het primair noch voor het subsidiair ten laste gelegde feit en dat vrijspraak dient te volgen. In de visie van de verdediging is er geen sprake van het medeplegen van of medeplichtigheid aan een diefstal met geweld. Er is enkel sprake geweest van een gemeenschappelijk plan de bewoner van de [adres 2], te weten [slachtoffer 1], een schoenendoos met geld afhandig te maken op het moment dat hij bij zijn woning in Heemskerk aankwam. De onder het primair ten laste gelegde genoemde feitelijke (uitvoerings)handelingen hebben uitsluitend betrekking op het door medeverdachten gepleegde geweld of de dreiging daarmee. Verdachte heeft aan dit geweld niet deelgenomen en zijn opzet is daarop niet gericht geweest, ook niet in voorwaardelijke vorm. Verdachte heeft immers op geen enkele manier ingestemd met de overval op vijf willekeurige personen. Er zou hooguit sprake kunnen zijn van een (mislukte) poging tot beroving van [slachtoffer 1], maar dat is niet ten laste gelegd, aldus nog steeds de verdediging.

De rechtbank volgt de officier van justitie en de raadsman niet in hun betogen en overweegt daartoe als volgt. Op grond van met name de verklaringen van verdachte zelf stelt de rechtbank vast dat verdachte na een verzoek van medeverdachte [medeverdachte 2] heeft besloten zijn medewerking te verlenen aan het plan een persoon, van wie hij niet wist wie dat was, in zijn woning te overvallen. Verdachte heeft verklaard dat medeverdachte [medeverdachte 2] een overval op iemand in diens woning had bedacht, dat er in die woning een schoenendoos met geld aanwezig was en dat hij tegen een hem in het vooruitzicht gestelde geldelijke beloning aan dat plan zijn medewerking heeft verleend die erin bestond dat hij de medeverdachten heen en weer zou rijden en hen zou waarschuwen wanneer het beoogde slachtoffer bij de woning zou arriveren. Verdachte heeft daartoe met [medeverdachte 2] in de dagen voorafgaande aan de overval de omgeving van de woning van het beoogde slachtoffer verkend; ook zijn zij bij het adres van één van de bedrijven van het beoogde slachtoffer geweest. Doel van deze voorverkenningen was (in ieder geval) te onderzoeken op welk tijdstip [slachtoffer 1] thuis kwam. Daarnaast wist verdachte dat er tie-rips werden meegenomen en is er over gesproken dat het beoogde slachtoffer moest worden vastgebonden. Bovendien was het plan dat [medeverdachte 1] met [medeverdachte 2] de woning in zou gaan en verdachte kent eerstgenoemde als een gewelddadig persoon.

In het licht van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en diens medeverdachten, waarbij verdachte - met name ook gelet op zijn wetenschap dat er iemand in een woning zou worden overvallen - bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat andere (willekeurige) personen die zich (toevallig) (ook) in deze woning bevonden of bij deze woning zouden aanbellen door de medeverdachten bij die overval betrokken zou worden en indien nodig zou worden geïmmobiliseerd. Het voorgaande heeft evenzeer te gelden voor het gebruik van geweld en de dreiging daarmee, alleen al vanwege het feit dat verdachte in ieder geval één van de medeverdachten kent als een persoon die geweld niet schuwt en hij ook wist dat er tie-rips gebruikt zouden worden om iemand vast te binden. Hieraan doet niet af dat verdachte geen weet heeft gehad van de precieze gedragingen van de medeverdachten.

Anders ligt dit ten aanzien van de beroving van J. [slachtoffer 2] van geld en sieraden die deze bij zich had. De rechtbank is van oordeel dat die gedraging niet meer past binnen het gezamenlijk (voorwaardelijk) opzet van verdachte en zijn medeverdachten de bewoner van de [adres 2] te overvallen. Het doel van de overval was immers gericht op het wegnemen van (de schoenendoos met) geld toebehorende aan de bewoner [slachtoffer 1] waarvan men dacht dat dit geld in de woning aanwezig was, zodat verdachte er geen rekening mee hoefde te houden dat de medeverdachten een willekeurig ander persoon geld en sieraden afhandig zouden maken. Dit leidt ertoe dat verdachte van dat onderdeel van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

3.4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

Primair

hij op 14 december 2012 in de gemeente Heemskerk tezamen en in vereniging met anderen, in of uit een woning gelegen aan de [adres 2] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

(een envelop met) een geldbedrag van EURO 5.000 en

drie zilveren (boeddha to boeddha) armbanden en

een Breitling horloge toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen meerdere personen, genaamd [slachtoffer 3] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en genoemde [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte zijn mededaders

- een of twee vuurwapens of op vuurwapens gelijkende voorwerpen hebben gericht en gericht gehouden op die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 2];

- die [slachtoffer 3] (met kracht) met een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen de rechterwang en het achterhoofd heeft geslagen;

- een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het achterhoofd van die [slachtoffer 3] heeft gedrukt en vervolgens die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 6] hebben vastgepakt en vervolgens die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 6] richting de voordeur van genoemde woning hebben geduwd;

- tegen die [slachtoffer 3] geroepen dat hij, [slachtoffer 3], de voordeur moest openmaken;

-vervolgens die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 6] onder bedreiging van een of meer vuurwapens of op een of meer vuurwapens gelijkende voorwerpen genoemde woning hebben binnengeduwd en vervolgens op de grond hebben geduwd;

- terwijl die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 6] op de grond lagen de handen van die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 6] op de rug hebben vastgebonden met een tie-rip;

- terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag meermalen met een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de zij van die [slachtoffer 3] heeft gepord en de demper op de loop van een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer 3] heeft getoond;

- terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag met een knie tegen de rug van die [slachtoffer 3] is gaan drukken en tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] heeft geslagen;

- terwijl die [slachtoffer 6] op de grond lag die [slachtoffer 6] hebben gefouilleerd en op die [slachtoffer 6] is gaan liggen;

- die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] onder bedreiging van een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp hebben vastgepakt en vervolgens genoemde woning hebben binnengetrokken en vervolgens op de grond hebben geduwd;

- die [slachtoffer 4] meermalen (met kracht) met een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het (achter)hoofd heeft geslagen;

- terwijl die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] op de grond lagen de handen van die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] op de rug hebben vastgebonden met een tie-rip;

- terwijl die [slachtoffer 4] op de grond lag over de kleding en het hoofd van die [slachtoffer 4] heeft geaaid;

- terwijl die [slachtoffer 5] op de grond lag die [slachtoffer 5] heeft gefouilleerd en een voet op tegen de rug van die [slachtoffer 5] heeft gedrukt;

- die [slachtoffer 2] aan zijn trui heeft/hebben vastgepakt en vervolgens genoemde woning heeft/hebben binnengetrokken;

- een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het voorhoofd van die [slachtoffer 2] heeft gedrukt;

- meermalen met kracht met een hard voorwerp en met tot vuist gebalde handen die [slachtoffer 2] hebben geslagen op/tegen het achterhoofd en het oog/de ogen en het voorhoofd en de oren/het oor en zijn vingers en zijn (rechter)hand en/of elders op het lichaam;

- terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag meermalen (met kracht) heeft geschopt en geslagen op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] en vervolgens op het lichaam van die [slachtoffer 2] is gaan zitten;

- terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag de handen van die [slachtoffer 2] op zijn rug hebben vastgebonden met een tie-rip en met een geschoeide voet op het (voor)hoofd van die [slachtoffer 2] heeft gestaan;

- terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag die [slachtoffer 2] hebben gefouilleerd;

- die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 6] en die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] en die [slachtoffer 2] (meermalen) dreigend en dwingend hebben toegeschreeuwd: "Niet kijken!" en "Niet bewegen" en "Stil!" en "Waar is het geld?" en "Waar is de schoenendoos met geld?" en "Ga liggen op de grond!" en "Handen op de rug" en "Dit is een overval!" en "Er gaat geknald worden" en "Rustig blijven of er wordt geschoten" en "Blijf 5 minuten op de grond liggen of er wordt geschoten" en/of woorden soortgelijke aard en/of strekking.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

6.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten waarvan 15 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar onder de bijzondere voorwaarden zoals in het reclasseringsrapport staan vermeld. Voorts verzoekt de officier van justitie de vorderingen van alle benadeelde partijen integraal en hoofdelijk toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

6.2 Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht in geval van een strafoplegging een deels voorwaardelijke straf op te leggen die met zich meebrengt dat verdachte op 14 januari 2014 kan worden opgenomen in Groot Batelaar. Tevens verzoekt de raadsman om bij de schadevergoedingsmaatregel geen vervangende hechtenis op te leggen of een hele korte periode zoals een dag, nu de financiële positie en vooruitzichten van verdachte op nihil worden beoordeeld.

6.3 Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit het rapport van Palier gedateerd 18 oktober 2013, aangevuld in een rapport van 27 november 2013, is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een woningoverval, een zeer ernstig en laf misdrijf. Op klaarlichte dag waren verdachte en zijn mededaders voornemens [slachtoffer 1] in diens woning te overvallen. De dagen voorafgaand aan de overval hebben de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] de situatie in en om het huis van [slachtoffer 1] voor verkend en onderzocht op welk tijdstip hij thuis zou zijn. Bovendien zijn er op de dag van de overval tie-rips en één of twee vuurwapens dan wel op vuurwapens gelijkende voorwerpen meegenomen. Verdachtes rol ten tijde van de overval bestond erin dat hij in zijn auto op zijn medeverdachten heeft gewacht en hen zou waarschuwen indien het beoogde slachtoffer bij de woning arriveerde. Een en ander getuigt van een zorgvuldige voorbereiding en planning.

Ondanks de voorverkenningen was [slachtoffer 1] op 14 december 2012 niet in zijn woning aanwezig. Wel waren daar zijn zoon van 14 jaar en een vriendje van 15 jaar.

Op het moment dat zij de woning wilden verlaten, zijn zij onder bedreiging van een wapen door medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] weer de woning ingeduwd. De beide slachtoffers moesten op hun buik in de gang gaan liggen en hun handen werden op hun rug vastgebonden met tie-rips en een van hen is daarbij ook met een wapen of een daarop gelijkend voorwerp geslagen. De moeder van de in de woning aanwezig jongen ([slachtoffer 3]) en haar toenmalige vriend, stonden buiten bij het appartementencomplex op hem te wachten. Toen de jongen maar niet naar beneden kwam hebben zij enigszins bezorgd bij de buren aangebeld. Een buurman is vervolgens poolshoogte gaan nemen bij de woning. Hij heeft aangebeld en op de deur geklopt. Toen deze openging is de buurman aan zijn trui naar binnengetrokken en kreeg hij een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp op zijn hoofd gedrukt. Toen hij zich verzette is hij van twee kanten in elkaar geslagen en heeft daarbij het bewustzijn verloren. Zijn handen zijn eveneens met tie-rips op zijn rug vastgebonden. Toen de buiten wachtende moeder van [slachtoffer 3] en haar toenmalige vriend vervolgens ook bij de woning aankwamen en aanklopten, zijn ook zij onder bedreiging van een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp naar binnen getrokken. Ook deze slachtoffers zijn gedwongen op de grond te gaan liggen, waarbij hun handen op de rug zijn vastgebonden met tie-rips. Gedurende de overval is de woning door medeverdachte [medeverdachte 2] doorzocht en houdt medeverdachte [medeverdachte 1] de wacht bij de slachtoffers, waarbij steeds wordt gedreigd met een wapen en op agressieve en dreigende toon om geld wordt gevraagd. Wanneer zij de woning met een envelop met € 5.000,-, sieraden verlaten, dragen zij de slachtoffers nog op 5 minuten te wachten met het zichzelf bevrijden omdat zij anders zullen worden doodgeschoten.

Een overval in een woning, zoals de onderhavige, behoort tot een categorie van strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en die gevoelens van grote onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken, meer in het bijzonder bij de slachtoffers. In dit specifieke geval is tegen alle slachtoffers fors geweld gebruikt en of is daarmee gedreigd, zijn twee van de slachtoffers minderjarig en is jegens een van de slachtoffers zodanig excessief geweld gebruikt, dat dit mogelijk tot blijvende schade aan diens oog heeft geleid. Daarbij komt dat verdachte en zijn mededaders kennelijk het oog hebben gehad op de bewoner van de [adres 2] en dat thans volstrekt willekeurige personen het slachtoffer zijn geworden.

Slachtoffers van een overval als deze, die plaatsvindt in de geborgenheid van een woning waar personen zich bij uitstek veilig dienen te kunnen voelen, ondervinden nog gedurende langere tijd de psychisch en fysiek nadelige gevolgen van een dergelijke traumatische gebeurtenis. Dat de overval een grote impact op alle slachtoffers heeft gehad, blijkt onder meer uit de schriftelijke slachtofferverklaringen die J. [slachtoffer 2], [slachtoffer 4], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 6] hebben opgesteld. Daarnaast rekent de rechtbank het verdachte zwaar aan dat hij niet heeft stilgestaan bij de grote gevolgen van de overval voor de slachtoffers en slechts zijn eigen financieel gewin voor ogen heeft gehad.

Nu de rechtbank, anders dan de officier van justitie, verdachte zal veroordelen ter zake van het medeplegen van een diefstal met geweld, komt zij tot een hogere strafoplegging dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank houdt daarbij echter wel rekening met de rol van verdachte tijdens de overval – hij heeft immers niet zelf geweld toegepast of daarmee gedreigd –, alsmede met het feit dat verdachte niet eerder voor geweldsdelicten is veroordeeld. Ook neemt de rechtbank in het voordeel van verdachte mee dat hij tot op zekere hoogte openheid van zaken heeft gegeven.

Gelet op de problematiek van verdachte zoals die uit het reclasseringsrapport en de aanvulling daarop naar voren komt, acht de rechtbank het aangewezen onder meer ter voorkoming van de kans op recidive, een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen en aan dat voorwaardelijk deel van de straf bijzondere voorwaarden te verbinden, te weten een meldplicht, een klinische behandelverplichting en een opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang. Verdachte heeft ook aangegeven bereid te zijn zich aan die voorwaarden te houden en daaraan mee te werken.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van drie jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Daarbij houdt de rechtbank er rekening mee dat de klinische opname die aansluitend aan het onvoorwaardelijke deel van de aan verdachte op te leggen straf zal plaatsvinden, eveneens een vrijheidsbeperkend karakter heeft.

7. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.500,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

Vergoeding van de gevorderde immateriële schade komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: woningoverval met geweld door een of meer verenigde personen] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

[slachtoffer 6]

De benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.600,- ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit schade aan zijn jas en pet.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag een bedrag van € 70,- ter zake van de gestelde schade aan de jas rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. In het dossier zijn geen aanknopingspunten te vinden voor de schade aan de pet, welke schade door de benadeelde partij verder ook niet is onderbouwd en daarom zal worden afgewezen. Tevens komt de rechtbank vergoeding van de gevorderde immateriële schade billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: woningoverval met geweld door een of meer verenigde personen] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

[slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 8.366,88,- ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit het eigen risico van de zorgverzekering, kosten van medicijnen en bioscoopkaarten in verband met een op 14 december 2012 gepland bioscoopbezoek, loonderving van zijn echtgenote, telefoonkosten, reiskosten naar het ziekenhuis AMC, reiskosten naar het ziekenhuis RKZ en parkeerkosten.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde materiële schade tot een bedrag van

€ 334,33,- rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. Het door de echtgenote van [slachtoffer 2] gederfde loon is naar het oordeel van de rechtbank geen schade die rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit en om die reden dan ook niet voor vergoeding in aanmerking komt. De vordering zal in zoverre worden afgewezen. Daarnaast komt de rechtbank vergoeding van de gevorderde immateriële schade tot een bedrag van

€ 5.000,- billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering, waaronder de verwijzing naar soortgelijke zaken en daarin toegekende schadevergoedingen, en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering. De benadeelde partij kan de dat deel van de vordering dat tot niet-ontvankelijkheid heeft geleid desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: woningoverval met geweld door een of meer verenigde personen] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

[slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 4.000,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De rechtbank komt vergoeding van de gevorderde immateriële schade tot een bedrag van

€ 2.000,- billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering, het verhandelde ter terechtzitting en kijkend naar enigszins vergelijkbare gevallen. Met betrekking tot de hoogte van de geleden schade heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat [slachtoffer 4] later dan de andere slachtoffers in de woning arriveerde. Voorts blijkt uit de door de benadeelde partij gegeven onderbouwing van haar vordering dat zij voor de overval reeds bekend was met psychische problematiek. Hoewel de rechtbank aanneemt dat de psychische schade en problematiek ten gevolge van het bewezen verklaarde feit (in ernst) is toegenomen, heeft zij bij het bepalen van de hoogte van de schade er rekening mee gehouden dat een gedeelte daarvan niet in rechtstreeks verband met het bewezen verklaarde staat.

In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering dat tot niet-ontvankelijkheid heeft geleid desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: woningoverval met geweld door een of meer verenigde personen] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

[slachtoffer 5]

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.512,32,- ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gevorderde materiële schade bestaat uit schade aan zijn jas, reiskosten voor verhoren bij de rechter-commissaris, de eigen bijdrage van de zorgverzekering en gemaakte kosten voor het medicijn Oxazepam.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde materiële schade tot een bedrag een bedrag van € 440,- rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. De door de benadeelde partij gemaakte reiskosten voor het verhoor bij de rechter-commissaris betreft geen schade die rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. De vordering zal in zoverre worden afgewezen. Tevens komt de rechtbank vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 2.000,- billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. Met betrekking tot de hoogte van de schade heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat [slachtoffer 5] met zijn toenmalige partner pas later in de woning arriveerde dan de andere slachtoffers. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering dat tot niet-ontvankelijkheid heeft geleid desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: woningoverval met geweld door een of meer verenigde personen] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

[slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 5.000,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit een weggenomen envelop met € 5.000,-.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: woningoverval met geweld door een of meer verenigde personen] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het primair bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van DRIE (3) JAREN.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot EEN (1) JAAR, niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

- zich moet houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Daartoe moet verdachte zich binnen 5 dagen na zijn invrijheidstelling melden bij GGZ Reclassering Palier op het adres, Zijlweg 148C te Haarlem, zo frequent als deze instelling dit nodig acht;

- zich laat behandelen bij Groot Batelaar voor de duur van maximaal 9 maanden;

- wordt opgenomen in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en zich houdt aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

[slachtoffer 3]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 3] geleden schade tot een bedrag van € 2.500,-, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.500, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 35 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

[slachtoffer 6]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 6] geleden schade tot een bedrag van € 2.570,-, bestaande uit € 70,- voor de materiële en
€ 2.500,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 6], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 6] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.570, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 35 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

[slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade tot een bedrag van € 5.334,33,-, bestaande uit € 334,33,- voor de materiële en
€ 5.000,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Wijst af de meer of anders gevorderde materiële schade.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.334,33, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 63 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

[slachtoffer 4]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 4] geleden schade tot een bedrag van € 2.000,-, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 4], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 4] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.000, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 30 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

[slachtoffer 5]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 5] geleden schade tot een bedrag van € 2.440,-, bestaande uit € 440,- voor de materiële en
€ 2.000,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 5], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Wijst af de meer of anders gevorderde materiële schade.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 5] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.440, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 34 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

[slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 5.000, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.000, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 60 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Hoendervoogt, voorzitter,

mr. E.J. van Keken en mr. B.E.P. Myjer, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. mr. C.W. van der Hoek,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 december 2013.

Mr. B.E.P. Myjer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 29 november 2013 en proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 juli 2013, dossierpagina’s 653-655.

3 Verklaring verdachte ter terechtzitting, proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 30 mei 2013, dossierpagina 111, proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 juni 2013, dossierpagina 259 en proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 maart 2013, p. 551-574.

4 Verklaring verdachte ter terechtzitting, proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 29 mei 2013, dossierpagina 98 en proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 juni 2013, dossierpagina 259.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 juni 2013, dossierpagina’s 259-260, proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 14 december 2012, dossierpagina’s 347-348 en proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 354.

6 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 348 en proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 354.

7 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 354.

8 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 14 december 2012 met bijbehorende foto’s van het letsel, dossierpagina’s 348 en 352.

9 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 348 en proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 354.

10 Proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 2] d.d. 15 december 2012, dossierpagina 360 en proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 379.

11 Proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 2] d.d. 15 december 2012, dossierpagina’s 360-361 met bijbehorende foto’s van het letsel, dossierpagina’s 364-371, proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina’s 355-356, proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 juni 2013, dossierpagina 665 en proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 mei 2013, dossierpagina 674.

12 Proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 2] d.d. 15 december 2012, dossierpagina’s 361-362 met bijbehorende foto’s van het letsel, dossierpagina’s 364-371.

13 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 december 2012, dossierpagina’s 375-376 en proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 380.

14 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 376-377, proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 381 en proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 356.

15 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 376 en proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 380.

16 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 380.

17 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 376a en proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 381.

18 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 356.

19 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 376 en proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 356, proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 juni 2013, dossierpagina 260.

20 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 376-377 en proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 juni 2013, dossierpagina 260.

21 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 376 en proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 380.

22 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 348-349 en proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 354-356 en proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 2] d.d. 15 december 2012, dossierpagina 362, proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 376, proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 380-381.

23 Proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 2] d.d. 15 december 2012, dossierpagina 361 jo. proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 2] d.d. 22 december 2012, dossierpagina 372 en proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 1] d.d. 17 december 2012, dossierpagina 409.

24 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 30 mei 2013, dossierpagina 114 en proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 juni 2013, dossierpagina 260.