Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:13031

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13-12-2013
Datum publicatie
08-01-2014
Zaaknummer
15/743262-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; onderzoek Mastino; medeplegen woningoverval; verwerping verweer alternatief scenario; bewezenverklaring; straftoemeting; vorderingen benadeelde partijen toegewezen.

De rechtbank gaat er op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting vanuit dat verdachte degene is geweest die het initiatief heeft genomen tot het plegen van onderhavige overval. Hij heeft de twee medeverdachten daarbij betrokken. Hiermee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig en laf misdrijf. Verdachte heeft [slachtoffer 1] in zijn eigen woning willen overvallen. De dagen voorafgaand aan de overval heeft verdachte samen met [medeverdachte 2] de omgeving van de woning van het beoogde slachtoffer alsmede de omgeving waarin één van diens bedrijven is gevestigd verkend (..) Ondanks de voorverkenningen was het beoogde slachtoffer [slachtoffer 1] op 14 december 2012 niet in de woning aanwezig. Zijn zoon van 14 jaar was samen met een 15-jarig vriendje wel in de woning. Op het moment dat zij de woning wilden verlaten, zijn zij onder bedreiging van een wapen door verdachte en diens mededader [medeverdachte 1] weer de woning ingeduwd. De beide slachtoffers moesten op hun buik in de gang gaan liggen en hun handen werden op hun rug vastgebonden met tie-rips en een van hen is daarbij ook met het wapen geslagen. De moeder van de in de woning aanwezig jongen [slachtoffer 3] en haar toenmalige vriend, stonden buiten bij het appartementencomplex op hem te wachten. Toen de jongen maar niet naar beneden kwam hebben zij enigszins bezorgd bij de buren aangebeld. Een buurman is vervolgens poolshoogte gaan nemen bij de woning. Hij heeft aangebeld en op de deur geklopt. Toen deze openging is de buurman aan zijn trui naar binnengetrokken en kreeg ook hij een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp op zijn hoofd gedrukt. Toen hij zich verzette is hij van twee kanten in elkaar geslagen en heeft daarbij het bewustzijn verloren. Dit slachtoffer is bovendien van de inhoud van zijn portemonnee en de trouwring die hij droeg beroofd. Zijn handen zijn eveneens met tie-rips op zijn rug vastgebonden. Toen de buiten wachtende moeder van [slachtoffer 1] en haar toenmalige vriend vervolgens ook bij de woning aankwamen en aanklopten, zijn ook zij onder bedreiging van een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp naar binnen getrokken. Ook deze slachtoffers worden gedwongen op de grond te gaan liggen, waarbij hun handen op de rug worden vastgebonden met tie-rips. Gedurende de overval wordt de woning door verdachte doorzocht (..) Wanneer verdachte en [medeverdachte 1] de woning met een envelop met € 5.000,-, sieraden en de afgenomen goederen van [slachtoffer 2] verlaten, dragen zij de slachtoffers nog op 5 minuten te wachten met het zichzelf mogen bevrijden anders zullen zij worden doodgeschoten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/743262-13

Uitspraakdatum: 13 december 2013

Tegenspraak

Vonnis (P)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 november 2013 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen),

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres 1],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Utrecht, locatie Wolvenplein.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.E. van der Plas en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.J. van Essen en mr. C.H. van Keulen, advocaten te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 14 december 2012 in de gemeente Heemskerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in of uit een woning gelegen aan de [adres 2] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een envelop met) een geldbedrag van EURO 5.000 en/of (een pot met) muntgeld en/of drie zilveren (boeddha to boeddha) armbanden en/of een Breitling horloge en/of een geldbedrag van (ongeveer) EURO 115 en/of één of twee gouden (trouw)ringen, in elk geval één of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen meerdere personen, genaamd [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of genoemde [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- een of twee (op een) vuurwapen(s) (gelijkend voorwerp(en) heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden op die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2], in elk geval zichtbaar voor die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2] één of meer wapen(s) heeft/hebben vastgehouden;

- die [slachtoffer 3] (meermalen) (met kracht) met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op/tegen de rechterwang en/of het achterhoofd, in ieder geval op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen;

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op/tegen het achterhoofd van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gedrukt en/of (vervolgens) die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens( die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] richting de voordeur van genoemde woning heeft/hebben geduwd;

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd/geroepen dat hij, [slachtoffer 3], de voordeur moest openmaken;

-(vervolgens) die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] onder bedreiging van een of meer (op een) vuurwapen(s) (gelijkend voorwerp(en) genoemde woning heeft/hebben binnengeduwd en/of (vervolgens) op de grond heeft/hebben geduwd/gegooid;

- ( terwijl die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] op de grond lagen) de handen van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] op de rug heeft/hebben vastgebonden/vastgemaakt (met een tie-rip);

- ( terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag) (meermalen) met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) over de rug en/of het gezicht althans het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft/hebben bewogen/gewreven en/of in de zij en/of elders in het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft geprikt/gepord en/of de demper op de loop van een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) aan die [slachtoffer 3] te tonen;

- ( terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag) (meermalen) op/tegen de zijkant van het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft/hebben geschopt en/of (met een knie) op/tegen de rug van die [slachtoffer 3] is/zijn gaan zitten/drukken en/of (meermalen) tegen op/tegen het hoofd en/of elders op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft/hebben geslagen;

- ( terwijl die [slachtoffer 6] op de grond lag) die [slachtoffer 6] heeft/hebben gefouilleerd en/of (vervolgens) op die [slachtoffer 6] is/zijn gaan zitten/liggen;

- die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] onder bedreiging van een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) genoemde woning heeft/hebben binnengetrokken en/of (vervolgens) op de grond heeft/hebben geduwd/gegooid;

- die [slachtoffer 4] (meermalen) (met kracht) met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op/tegen het (achter)hoofd heeft/hebben geslagen;

- ( terwijl die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] op de grond lagen) de handen van die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] op de rug heeft/hebben vastgebonden/vastgemaakt (met een tie-rip);

- ( terwijl die [slachtoffer 4] op de grond lag) over de kleding en/of het hoofd van die [slachtoffer 4] heeft/hebben geaaid/gewreven;

- ( terwijl die [slachtoffer 5] op de grond lag) (meermalen) die [slachtoffer 5] heeft/hebben gefouilleerd en/of een voet op tegen de rug van die [slachtoffer 5] heeft/hebben gezet/gedrukt;

- die [slachtoffer 2] aan zijn trui heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens)genoemde woning heeft/hebben binnengetrokken;

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op/tegen het voorhoofd van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gedrukt;

- één of meermalen (met kracht) (met een [hard] voorwerp) en/of met tot vuistgebalde hand(en) die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen op/tegen het achterhoofd en/of het oog/de ogen en/of het voorhoofd en/of de oren/het oor en/of zijn vingers en/of zijn (rechter)hand en/of elders op/tegen het lichaam;

- ( terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag) meermalen (met kracht) heeft/hebben geschopt en/of geslagen op/tegen de rug en/of de benen en/of het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) op het lichaam van die [slachtoffer 2] is/zijn gaan zitten;

- ( terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag) de handen van die [slachtoffer 2] op zijn rug heeft/hebben vastgebonden/vastgemaakt (met een tie-rip) en/of met een geschoeide voet op het (voor)hoofd van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gestaan/gedrukt;

- ( terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag) die [slachtoffer 2] heeft/hebben gefouilleerd;

- die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 2] (meermalen) dreigend en/of dwingend heeft/hebben toegeroepen/toegeschreeuwd: "Niet kijken!" en/of "Niet bewegen" en/of "Stil!" en/of "Waar is het geld?" en/of "Waar is de schoenendoos met geld?" en/of "Ga liggen op de grond!" en/of "Handen op de rug" en/of "Dit is een overval!" en/of "Er gaat geknald worden" en/of "Rustig blijven of er wordt geschoten" en/of "Blijf 5 minuten op de grond liggen of er wordt geschoten" en/of woorden

soortgelijke aard en/of strekking;

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1 Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken.

3.2 Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] hebben het plan opgevat een overval te plegen op de bewoner van de woning gelegen aan de [adres 2] te Heemskerk, naar later is gebleken [slachtoffer 1]. Als voorbereiding op deze overval zijn zij samen op 10, 12 en 13 december 2012 naar deze woning gereden, onder meer om te kijken hoe laat er iemand thuis kwam.2 Op 13 december 2012 wordt medeverdachte [medeverdachte 1], bijgenaamd [bijnaam 1], door verdachte opgehaald en zij rijden samen naar de woning van [medeverdachte 2] in Den Helder, waar zij vervolgens de nacht doorbrengen. De volgende dag, 14 december 2012, rijden verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met z’n drieën in de auto van [medeverdachte 2] naar Heemskerk.3 [medeverdachte 2] zit achter het stuur, verdachte zit naast hem op de passagiersstoel en [medeverdachte 1] bevindt zich achterin de auto. Aangekomen bij het appartementencomplex waarin zich ook de woning van [slachtoffer 1] bevindt, gaan verdachte en [medeverdachte 1] het complex binnen; [medeverdachte 2] blijft in de auto wachten.4

[slachtoffer 1] is, naar achteraf is komen vast te staan, op dat moment echter niet thuis. Zijn minderjarige zoon, [slachtoffer 3] en diens vriendje [slachtoffer 6] staan op het punt de woning aan de [adres 2] te verlaten. Wanneer zij in de hal van de lift staan, komen verdachte en [medeverdachte 1] te voorschijn. Er worden vuurwapens of op vuurwapens gelijkende voorwerpen op de jongens gericht en zij worden in de richting van de voordeur van de woning geduwd. Tegen [slachtoffer 3] wordt geroepen dat hij de voordeur moet openen, terwijl het vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp tegen zijn achterhoofd gedrukt wordt.5 Tevens wordt hij met het wapen op zijn achterhoofd en tegen zijn rechterwang geslagen. Onder bedreiging van het vuurwapen of het daarop gelijkende voorwerp opent [slachtoffer 3] de voordeur en worden beide jongens vastgepakt en de woning binnen geduwd. Beide jongens worden op de grond geduwd en hun handen worden op hun rug vastgebonden met tie-rips.6 Terwijl [slachtoffer 6] op de grond ligt, wordt hij gefouilleerd en wordt er met het wapen over zijn gezicht gewreven.7 [slachtoffer 3] wordt in zijn zij geschopt en tegen zijn hoofd geslagen, terwijl hem wordt gevraagd waar het geld is dat in een schoenendoos zit. Daarbij wordt ook een knie in zijn rug gezet als hij op de grond ligt. Verder wordt hem de demper op de loop van het vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp getoond en wordt hij daarmee in zijn zij geprikt en tegen zijn lichaam gepord.8 [medeverdachte 1] blijft bij de jongens, terwijl verdachte de woning doorzoekt en schreeuwt: ‘Waar is het geld?’ en ‘Waar is de schoenendoos met geld?’.9

Ondertussen zijn de moeder van [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], en haar toenmalige vriend, [slachtoffer 5], bij het appartementencomplex gearriveerd om [slachtoffer 3] op te halen. Als hij niet naar beneden komt en zij na te hebben aangebeld via de intercom geen gehoor krijgen, belt [slachtoffer 5] aan bij buren. Buurman [slachtoffer 2] reageert en zegt een kijkje te gaan nemen.10

Wanneer hij bij de woning van [slachtoffer 1] aankomt, aanbelt en klopt, wordt de deur geopend en wordt een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op hem gericht.

Hij wordt aan zijn trui de woning ingetrokken. Als [slachtoffer 2] het wapen of het voorwerp dat daarop lijkt probeert af te pakken, wordt hij met iets hards tegen zijn hoofd, ogen, oren en de vingers van zijn rechterhand geslagen. [slachtoffer 2] valt hierdoor op de grond en verliest het bewustzijn.11 Zijn handen worden met een tie-rip op zijn rug vastgebonden, terwijl er met een voet op zijn rug wordt gestaan. Ook wordt er met een geschoeide voet op zijn hoofd gestaan.12 [slachtoffer 2] wordt gefouilleerd, waarbij zijn trouwring van zijn vinger wordt gehaald en een gouden ring en een geldbedrag van ongeveer € 115,- uit zijn portemonnee worden weggenomen.13

Inmiddels zijn [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] bij de voordeur van de woning van [slachtoffer 1] aangekomen, waar zij aanbellen en op de deur kloppen. De deur wordt geopend en er wordt direct een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op hen gericht. Vervolgens worden beiden vastgepakt en de woning ingetrokken.14 [slachtoffer 4] wordt twee keer met dit vuurwapen of het daarop gelijkende voorwerp tegen haar achterhoofd geslagen, waar zij pijn van ondervindt.15 [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] worden op de grond gegooid.16 [slachtoffer 5] wordt gefouilleerd en er wordt een voet op zijn rug gezet.17 Wanneer [slachtoffer 2] weer bij bewustzijn komt en kreunt, wordt hij – terwijl hij in een plas bloed ligt – weer geslagen en geschopt en wordt er op hem gezeten.18 Eén van de twee in de woning aanwezige verdachten gaat dan op [slachtoffer 6] liggen.19 Verdachte gaat verder met zoeken in de woning en [medeverdachte 1] blijft bij de slachtoffers.20 [medeverdachte 1] aait [slachtoffer 4] over haar kleding en hoofd.21 Vervolgens worden ook de handen van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] vastgebonden met een tie-rip.22

Gedurende de overval wordt tegen de slachtoffers dreigend en dwingend geroepen of geschreeuwd: "Niet kijken!", "Niet bewegen", "Stil!", "Waar is het geld?", "Waar is de schoenendoos met geld?", "Ga liggen op de grond!", "Handen op de rug", "Dit is een overval!", "Er gaat geknald worden", "Rustig blijven of er wordt geschoten", "Blijf 5 minuten op de grond liggen of er wordt geschoten" en/of woorden soortgelijke aard en/of strekking.23 Uiteindelijk verlaten verdachte en [medeverdachte 1] de woning met de weggenomen goederen van J. [slachtoffer 2] en met een envelop met € 5.000,-, drie zilveren armbanden van het merk Boeddha to Boeddha en een Breitling horloge van [slachtoffer 1].24 Vervolgens rijden verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] weg in de auto van laatstgenoemde.25

3.3 Bewijsoverweging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde feit vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De raadsvrouw heeft bij gelegenheid van haar pleidooi een scenario geschetst waarin niet verdachte maar medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] samen de overval hebben gepleegd en in de woning waren en in welk scenario verdachte op de bewuste dag zelfs niet op de plaats delict is geweest. Ter onderbouwing van dit alternatieve scenario heeft de raadsvrouw gewezen op leugenachtige verklaringen die de beide medeverdachten op diverse punten hebben afgelegd. De verklaringen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn daarnaast op een aantal punten onderling tegenstrijdig, terwijl zij bovendien voldoende tijd hebben gehad hun verklaringen op elkaar af te stemmen, aldus nog steeds de raadsvrouw.

Voorts past verdachte in de visie van de verdediging op geen enkele wijze in het door de slachtoffers gegeven signalement van de daders, waarbij van belang is dat verdachte een bijzonder uiterlijk heeft (haardracht en tatoeages in het gezicht). Concluderend heeft de raadsvrouw aangevoerd dat op grond van de inhoud van het voorliggende dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte ten tijde van de overval op of bij de plaats delict is geweest en evenmin of hij enige rol in het geheel heeft gehad, hetgeen tot vrijspraak van het ten laste gelegde feit moet leiden.

De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in haar pleidooi en overweegt in dit verband het volgende. Het door de raadsvrouw geschetste alternatieve scenario waarbij verdachte mogelijk op een niet vast te stellen wijze betrokken is geweest bij de overval, maar op 14 december 2012 in ieder geval niet in of in de buurt van de woning is geweest, is naar het oordeel van de rechtbank gelet op de zich in het dossier bevindende onderzoeksresultaten volstrekt niet aannemelijk. Vooropgesteld moet worden dat het scenario door de raadsvrouw bij pleidooi naar voren is gebracht en niet stoelt op enige verklaring van de verdachte zelf, nu deze zich gedurende de gehele procedure heeft beroepen op zijn zwijgrecht. Het is uiteraard het recht van een verdachte om te zwijgen, maar door geen enkele verklaring te willen afleggen heeft verdachte zelf geen enkel aanknopingspunt geboden dat steun geeft aan het thans namens hem geschetste alternatieve scenario. Daarentegen bevat het dossier diverse onderzoeksbevindingen die - op zich zelf en in onderlinge samenhang bezien - zo belastend zijn voor verdachte dat het minst genomen op zijn weg had gelegen om voor (ieder van) die bevindingen aan te geven waarom daaraan desondanks een andere betekenis moet worden toegekend. In dit verband wijst de rechtbank onder meer op de zogeheten ARS-gegevens die de auto van verdachte op 10 en 12 december 2012 op de route Den Helder – Alkmaar plaatst en waarbij uit telecomgegevens volgt dat de telefoons van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] op genoemde data zendmasten in onder meer Beverwijk (niet ver van het bedrijf van het beoogde slachtoffer) en Heemskerk (in de omgeving van de [adres 2]) aanstralen. Het proces-verbaal van bevindingen waarin de ARS-gegevens van de auto van verdachte en die van medeverdachte [medeverdachte 2] worden gecombineerd met zendmastgegevens van de telefoons van verdachte en diens medeverdachten bieden bovendien steun aan de verklaring van [medeverdachte 2] dat hij op 10, 12 en 13 december 2012 samen met verdachte de omgeving van de woning die op 14 december 2012 is overvallen, heeft verkend. De aantekening in de agenda van de vriendin van verdachte, die erop lijkt te wijzen dat verdachte haar op 14 december 2012 zou hebben gezegd dat hij money heeft voor hun probleem vraagt in dit verband eveneens om een uitleg die verdachte om hem moverende redenen niet heeft willen geven.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de rechtbank immers onder meer over de hiervoor genoemde bevindingen vragen gesteld die constant zijn beantwoord met een beroep op het aan verdachte toekomend zwijgrecht. De rechtbank heeft verdachte ook uitdrukkelijk gewezen op het feit dat, om eventueel een andere uitleg aan die stukken te kunnen geven, het in eerste instantie op zijn weg ligt daarover een plausibel ander scenario te schetsen en dat zo nodig nader te onderbouwen. Hij is zich desondanks blijven beroepen op zijn zwijgrecht.

Bij die stand van zaken gaat de rechtbank voorbij aan de in het pleidooi opgeworpen niet nader onderbouwde suggestie dat verdachte op 14 december 2012 niet aanwezig is geweest in de woning waar de overval heeft plaatsgevonden. Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd acht de rechtbank de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] voldoende consistent en betrouwbaar, nu zij op essentiële onderdelen eensluidend hebben verklaard en hun verklaringen steun vinden in andere objectieve gegevens. Dat zij hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd acht de rechtbank niet aannemelijk, aangezien hun aanhoudingen hebben plaatsgevonden op een tijdstip dat bijna een half jaar na de overval was gelegen, zij onmiddellijk in de beperkingen zijn gesteld en de verklaringen juist in de periode dat zij in die beperkingen zaten, zijn afgelegd. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat geenszins gezegd kan worden dat verdachte, gelet op zijn haardracht en tatoeages in het gezicht, niet past in de door de slachtoffers gegeven signalementen van de daders, waarbij tevens opgemerkt moet worden dat geen van de slachtoffers een duidelijk signalement van de daders heeft kunnen geven.

Gelet op al hetgeen hiervoor onder de redengevende feiten en omstandigheden is opgenomen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 14 december 2012 in de gemeente Heemskerk tezamen en in vereniging met anderen, in of uit een woning gelegen aan de [adres 2] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een envelop met een geldbedrag van EURO 5.000 en

drie zilveren (boeddha to boeddha) armbanden en

een Breitling horloge en

een geldbedrag van (ongeveer) EURO 115 en

twee gouden (trouw)ringen toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen meerdere personen, genaamd [slachtoffer 3] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en genoemde [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn

mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededader

- een of twee vuurwapens of op vuurwapens gelijkende voorwerpen hebben gericht en gericht gehouden op die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 2];

- die [slachtoffer 3] (met kracht) met een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen de rechterwang en het achterhoofd heeft geslagen;

- een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het achterhoofd van die [slachtoffer 3] heeft gedrukt en vervolgens die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 6] hebben vastgepakt en vervolgens die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 6] richting de voordeur van genoemde woning hebben geduwd;

- tegen die [slachtoffer 3] heeft geroepen dat hij, [slachtoffer 3], de voordeur moest openmaken;

-vervolgens die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 6] onder bedreiging van een of twee vuurwapens of op vuurwapens gelijkende voorwerpen genoemde woning hebben binnengeduwd en vervolgens op de grond hebben geduwd;

- terwijl die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 6] op de grond lagen de handen van die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 6] op de rug hebben vastgebonden met een tie-rip;

- terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag meermalen met een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de zij van die [slachtoffer 3] heeft gepord en de demper op de loop van een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer 3] heeft getoond;

- terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag met een knie tegen de rug van die [slachtoffer 3] is gaan drukken en tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] heeft geslagen;

- terwijl die [slachtoffer 6] op de grond lag die [slachtoffer 6] heeft gefouilleerd en op die [slachtoffer 6] is gaan liggen;

- die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] onder bedreiging van een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp hebben vastgepakt en vervolgens genoemde woning hebben binnengetrokken en vervolgens op de grond hebben geduwd;

- die [slachtoffer 4] meermalen (met kracht) met een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het (achter)hoofd heeft geslagen;

- terwijl die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] op de grond lagen de handen van die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] op de rug hebben vastgebonden met een tie-rip;

- terwijl die [slachtoffer 4] op de grond lag over de kleding en het hoofd van die [slachtoffer 4] heeft geaaid;

- terwijl die [slachtoffer 5] op de grond lag die [slachtoffer 5] heeft gefouilleerd en een voet op tegen de rug van die [slachtoffer 5] heeft gedrukt;

- die [slachtoffer 2] aan zijn trui heeft/hebben vastgepakt en vervolgens genoemde woning heeft/hebben binnengetrokken;

- een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het voorhoofd van die [slachtoffer 2] heeft gedrukt;

- meermalen met kracht met een hard voorwerp en met tot vuist gebalde handen die [slachtoffer 2] hebben geslagen op/tegen het achterhoofd en het oog/de ogen en het voorhoofd en de oren/het oor en zijn vingers en zijn (rechter)hand en/of elders op het lichaam;

- terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag meermalen (met kracht) heeft geschopt en geslagen op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] en vervolgens op het lichaam van die [slachtoffer 2] is gaan zitten;

- terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag de handen van die [slachtoffer 2] op zijn rug hebben vastgebonden met een tie-rip en met een geschoeide voet op het (voor)hoofd van die [slachtoffer 2] heeft gestaan;

- terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag die [slachtoffer 2] hebben gefouilleerd;

- die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 6] en die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] en die [slachtoffer 2] (meermalen) dreigend en dwingend hebben toegeschreeuwd: "Niet kijken!" en "Niet bewegen" en "Stil!" en "Waar is het geld?" en "Waar is de schoenendoos met geld?" en "Ga liggen op de grond!" en "Handen op de rug" en "Dit is een overval!" en "Er gaat geknald worden" en "Rustig blijven of er wordt geschoten" en "Blijf 5 minuten op de grond liggen of er wordt geschoten" en/of woorden van soortgelijke aard en/of strekking.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

6.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Voorts verzoekt de officier van justitie de vorderingen van alle benadeelde partijen integraal en hoofdelijk toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

6.2 Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

De rechtbank gaat er op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting vanuit dat verdachte degene is geweest die het initiatief heeft genomen tot het plegen van onderhavige overval. Hij heeft de twee medeverdachten daarbij betrokken. Hiermee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig en laf misdrijf. Verdachte heeft [slachtoffer 1] in zijn eigen woning willen overvallen. De dagen voorafgaand aan de overval heeft verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 2] de omgeving van de woning van het beoogde slachtoffer alsmede de omgeving waarin één van diens bedrijven is gevestigd verkend, in ieder geval met de bedoeling te weten te komen op welk tijdstip deze thuis zou zijn. Bovendien zijn er op de dag van de overval tie-rips en één of meer vuurwapens dan wel daarop gelijkende voorwerpen meegenomen. Een en ander getuigt van een zorgvuldige voorbereiding en planning. Ondanks de voorverkenningen was het beoogde slachtoffer [slachtoffer 1] op 14 december 2012 niet in de woning aanwezig.

Zijn zoon van 14 jaar was samen met een 15-jarig vriendje wel in de woning.

Op het moment dat zij de woning wilden verlaten, zijn zij onder bedreiging van een wapen door verdachte en diens mededader [medeverdachte 1] weer de woning ingeduwd. De beide slachtoffers moesten op hun buik in de gang gaan liggen en hun handen werden op hun rug vastgebonden met tie-rips en een van hen is daarbij ook met het wapen geslagen. De moeder van de in de woning aanwezig jongen ([slachtoffer 3]) en haar toenmalige vriend, stonden buiten bij het appartementencomplex op hem te wachten. Toen de jongen maar niet naar beneden kwam hebben zij enigszins bezorgd bij de buren aangebeld. Een buurman is vervolgens poolshoogte gaan nemen bij de woning. Hij heeft aangebeld en op de deur geklopt. Toen deze openging is de buurman aan zijn trui naar binnengetrokken en kreeg ook hij een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp op zijn hoofd gedrukt. Toen hij zich verzette is hij van twee kanten in elkaar geslagen en heeft daarbij het bewustzijn verloren.

Dit slachtoffer is bovendien van de inhoud van zijn portemonnee en de trouwring die hij droeg beroofd. Zijn handen zijn eveneens met tie-rips op zijn rug vastgebonden. Toen de buiten wachtende moeder van [slachtoffer 3] en haar toenmalige vriend vervolgens ook bij de woning aankwamen en aanklopten, zijn ook zij onder bedreiging van een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp naar binnen getrokken. Ook deze slachtoffers worden gedwongen op de grond te gaan liggen, waarbij hun handen op de rug worden vastgebonden met tie-rips. Gedurende de overval wordt de woning door verdachte doorzocht en houdt medeverdachte [medeverdachte 1] de wacht bij de slachtoffers, waarbij steeds wordt gedreigd met een wapen of iets wat daarop lijkt en op agressieve en dreigende toon om geld wordt gevraagd. Wanneer verdachte en [medeverdachte 1] de woning met een envelop met € 5.000,-, sieraden en de afgenomen goederen van [slachtoffer 2] verlaten, dragen zij de slachtoffers nog op 5 minuten te wachten met het zichzelf mogen bevrijden anders zullen zij worden doodgeschoten.

Een overval in een woning, zoals de onderhavige, behoort tot een categorie van strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en die gevoelens van grote onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken, meer in het bijzonder bij de slachtoffers. In dit specifieke geval is tegen alle slachtoffers fors geweld gebruikt en is daarmee gedreigd, zijn twee van de slachtoffers minderjarig en is jegens een van de slachtoffers zodanig excessief geweld gebruikt, dat dit mogelijk tot blijvende schade aan diens oog heeft geleid. Daarbij komt dat de verdachte en zijn mededaders kennelijk het oog hebben gehad op de bewoner van de [adres 2] en dat thans volstrekt willekeurige personen het slachtoffer zijn geworden.

Slachtoffers van een overval als deze, die plaatsvindt in de geborgenheid van een woning waar personen zich bij uitstek veilig dienen te kunnen voelen, ondervinden nog gedurende langere tijd de psychisch en fysiek nadelige gevolgen van een dergelijke traumatische gebeurtenis. Dat de overval een grote impact op alle slachtoffers heeft gehad, blijkt onder meer uit de schriftelijke slachtofferverklaringen die [slachtoffer 2], [slachtoffer 4], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 6] hebben opgesteld. Daarnaast rekent de rechtbank het verdachte zwaar aan dat hij niet heeft stilgestaan bij de grote gevolgen van de overval voor de slachtoffers en slechts zijn eigen financieel gewin voor ogen heeft gehad.

Ten nadele van verdachte houdt de rechtbank rekening met de rol die verdachte bij het bewezen verklaarde feit heeft gehad. Niet alleen is hij de initiatiefnemer geweest, hij heeft zich gedurende de overval buitengewoon agressief en dreigend opgesteld tegenover de slachtoffers. De rechtbank brengt die rol tot uitdrukking in de aan verdachte op te leggen vrijheidsbenemende straf, die hoger is dan de straf die aan de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zal worden opgelegd.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 5 juni 2013, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake van geweldsdelicten is veroordeeld. Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren. De rechtbank neemt ook dit aspect ten nadele van verdachte mee in haar beslissing.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.500,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

Vergoeding van de gevorderde immateriële schade komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: woningoverval met geweld door een of meer verenigde personen] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

[slachtoffer 6]

De benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.600,- ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit schade aan zijn jas en pet.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag een bedrag van € 70,- ter zake van de gestelde schade aan de jas rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. In het dossier zijn geen aanknopingspunten te vinden voor de schade aan de pet, welke schade door de benadeelde partij verder ook niet is onderbouwd en daarom zal worden afgewezen. Tevens komt de rechtbank vergoeding van de gevorderde immateriële schade billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: woningoverval met geweld door een of meer verenigde personen] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

[slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 8.366,88,- ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit het eigen risico van de zorgverzekering, kosten van medicijnen en bioscoopkaarten in verband met een op 14 december 2012 gepland bioscoopbezoek, loonderving van zijn echtgenote, telefoonkosten, reiskosten naar het ziekenhuis AMC, reiskosten naar het ziekenhuis RKZ en parkeerkosten.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde materiële schade tot een bedrag van

€ 334,33,- rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. Het door de echtgenote van [slachtoffer 2] gederfde loon is naar het oordeel van de rechtbank geen schade die rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit en om die reden dan ook niet voor vergoeding in aanmerking komt. De vordering zal in zoverre worden afgewezen. Daarnaast komt de rechtbank vergoeding van de gevorderde immateriële schade tot een bedrag van € 5.000,- billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering, waaronder de verwijzing naar soortgelijke zaken en daarin toegekende schadevergoedingen, en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering dat tot niet-ontvankelijkheid heeft geleid desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: woningoverval met geweld door een of meer verenigde personen] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

[slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 4.000,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De rechtbank komt vergoeding van de gevorderde immateriële schade tot een bedrag van

€ 2.000,- billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering, het verhandelde ter terechtzitting en kijkend naar enigszins vergelijkbare gevallen. Met betrekking tot de hoogte van de geleden schade heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat [slachtoffer 4] later dan de andere slachtoffers in de woning arriveerde. Voorts blijkt uit de door de benadeelde partij gegeven onderbouwing van haar vordering dat zij voor de overval reeds bekend was met psychische problematiek. Hoewel de rechtbank aanneemt dat de psychische schade en problematiek ten gevolge van het bewezen verklaarde feit (in ernst) is toegenomen, heeft zij bij het bepalen van de hoogte van de schade er rekening mee gehouden dat een gedeelte daarvan niet in rechtstreeks verband met het bewezen verklaarde staat.

In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering dat tot niet-ontvankelijkheid heeft geleid desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: woningoverval met geweld door een of meer verenigde personen] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

[slachtoffer 5]

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.512,32,- ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gevorderde materiële schade bestaat uit schade aan zijn jas, reiskosten voor verhoren bij de rechter-commissaris, de eigen bijdrage van de zorgverzekering en gemaakte kosten voor het medicijn Oxazepam.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde materiële schade tot een bedrag een bedrag van € 440,- rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. De door de benadeelde partij gemaakte reiskosten voor het verhoor bij de rechter-commissaris betreft geen schade die rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. De vordering zal in zoverre worden afgewezen. Tevens komt de rechtbank vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 2.000,- billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. Met betrekking tot de hoogte van de schade heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat [slachtoffer 5] met zijn toenmalige partner pas later in de woning arriveerde dan de andere slachtoffers. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering dat tot niet-ontvankelijkheid heeft geleid, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: woningoverval met geweld door een of meer verenigde personen] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

[slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 5.000,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit een weggenomen envelop met € 5.000,-.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: woningoverval met geweld door een of meer verenigde personen] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) jaar.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

[slachtoffer 3]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 3] geleden schade tot een bedrag van € 2.500,-, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.500, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 35 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

[slachtoffer 6]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 6] geleden schade tot een bedrag van € 2.570,-, bestaande uit € 70,- voor de materiële en
€ 2.500,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 6], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 6] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.570, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 35 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

[slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade tot een bedrag van € 5.334,33,-, bestaande uit € 334,33,- voor de materiële en
€ 5.000,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Wijst af de meer of anders gevorderde materiële schade.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.334,33, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 63 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

[slachtoffer 4]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 4] geleden schade tot een bedrag van € 2.000,-, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 4], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 4] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.000, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 30 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

[slachtoffer 5]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 5] geleden schade tot een bedrag van € 2.440,-, bestaande uit € 440,- voor de materiële en
€ 2.000,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 5], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Wijst af de meer of anders gevorderde materiële schade.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 5] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.440, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 34 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

[slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 5.000, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.000, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 60 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Hoendervoogt, voorzitter,

mr. E.J. van Keken en mr. B.E.P. Myjer, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.W. van der Hoek,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 december 2013.

Mr. B.E.P. Myjer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 29 mei 2013, dossierpagina’s 97-100, proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 30 mei 2013, dossierpagina 112, proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 juli 2013, dossierpagina’s 653-655 en proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juli 2013, dossierpagina’s 640-643.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 30 mei 2013, dossierpagina 111, proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 juni 2013, dossierpagina 259 en proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 maart 2013, dossierpagina’s 551-574.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 29 mei 2013, dossierpagina 98 en proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 juni 2013, dossierpagina 259.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 juni 2013, dossierpagina’s 259-260, proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 14 december 2012, dossierpagina’s 347-348 en proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 354.

6 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 348 en proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 354.

7 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 354.

8 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 14 december 2012 met bijbehorende foto’s van het letsel, dossierpagina’s 348 en 352.

9 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 348, proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 354 en proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 juni 2013, dossierpagina 260 en 268-269.

10 Proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 2] d.d. 15 december 2012, dossierpagina 360 en proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 379.

11 Proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 2] d.d. 15 december 2012, dossierpagina’s 360-361 met bijbehorende foto’s van het letsel, dossierpagina’s 364-371, proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina’s 355-356, proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 juni 2013, dossierpagina 665 en proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 mei 2013, dossierpagina 674.

12 Proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 2] d.d. 15 december 2012, dossierpagina’s 361-362 met bijbehorende foto’s van het letsel, dossierpagina’s 364-371.

13 Proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 2] d.d. 15 december 2012, dossierpagina 361 en proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 2] d.d. 22 december 2012, dossierpagina 372.

14 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 december 2012, dossierpagina’s 375-376 en proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 380.

15 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 376-377, proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 381 en proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 356.

16 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 376 en proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 380.

17 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 380.

18 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 376, proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 381, proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] d.d. 15 december 2012, dossierpagina 361.

19 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 356.

20 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 376 en proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 356, proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 juni 2013, dossierpagina 260.

21 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 376-377 en proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 juni 2013, dossierpagina 260.

22 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 376 en proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 380.

23 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 348-349 en proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 354-356 en proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 2] d.d. 15 december 2012, dossierpagina 361, proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 376, proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 14 december 2012, dossierpagina 380-381.

24 Proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 2] d.d. 15 december 2012, dossierpagina 361, proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 2] d.d. 22 december 2012, dossierpagina 372 en proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 1] d.d. 17 december 2012, dossierpagina 409.

25 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 30 mei 2013, dossierpagina 114 en proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 juni 2013, dossierpagina 260.