Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:12803

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-11-2013
Datum publicatie
24-12-2013
Zaaknummer
15-790029-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promisvonnis, mensenhandel, jeugddetentie, voorwaardelijke PIJ-maatregel, dadelijke uitvoerbaarheid.

De rechtbank Noord-Holland heeft op 28 november 2013 de 18-jarige hoofdverdachte in het onderzoek Schie veroordeeld tot een jeugddetentie van 14 maanden. Tevens heeft de rechtbank hem een voorwaardelijke PIJ-maatregel (plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, vergelijkbaar met de TBS voor volwassenen) opgelegd, met een proeftijd van 3 jaren en daaraan gekoppeld een aantal bijzondere voorwaarden. Verdachte moet drie slachtoffers een schadevergoeding betalen.

Verdachte is veroordeeld voor het samen met anderen plegen van mensenhandel. Daarbij werd een minderjarige jongen een schijnschuld aangepraat en vervolgens door geweld en bedreiging met geweld gedwongen zich te prostitueren om zo die schuld terug te betalen. Via ‘chatsites’ werden mannen als potentiële klanten benaderd en werden er seksspelletjes gespeeld, later werden er afspraken gemaakt om het seksspel in ‘real time’ voort te zetten. Deze seksuele handelingen werden met een verborgen camera gefilmd, waarna de mannen afgeperst of overvallen werden. Door betaling van forse bedragen konden zij voorkomen dat de beelden aan anderen werden getoond. Hierbij werd fors geweld gebruikt, mede met behulp van vuurwapens en messen. Toen de minderjarige jongen ondergedoken was, heeft verdachte direct een nieuw slachtoffer gezocht en geprobeerd hem ook op die manier te laten werken. Dit is echter niet gelukt.

Tevens is verdachte veroordeeld voor geweldpleging, diefstal in vereniging en met geweld, voorbereidingshandelingen voor een nieuwe afpersing of diefstal met geweld en deelname aan een criminele organisatie. Er was sprake van een georganiseerd en gestructureerd samenwerkingsverband dat het plegen van dit soort misdrijven ten doel had. Verdachte was één van de leiders. De samenstelling van de groep was vrijwel steeds gelijk.

Verdachte was ten tijde van het plegen van de strafbare feiten minderjarig en heeft de feiten grotendeels bekend.

De rechtbank acht het zeer zorgelijk dat verdachte samen met anderen op deze jeugdige leeftijd in staat is gebleken om op dergelijke planmatige manier te handelen, alleen maar om geld binnen te halen. Verdachte heeft door zich met mensenhandel bezig te houden een grove inbreuk gemaakt op één van de belangrijkste grondrechten van een mens, namelijk het recht op persoonlijke vrijheid en integriteit. Bovendien was het slachtoffer van de mensenhandel minderjarig.

Verdachte is door twee deskundigen onderzocht. De rechtbank volgt beiden in hun conclusies dat de persoonlijkheidsontwikkeling van verdachte een aantal manco’s vertoont. Verdachte is dan ook verminderd toerekeningsvatbaar. Om herhaling te voorkomen is behandeling in het kader van de bijzondere voorwaarden ook hard nodig, gedurende maximaal 18 maanden. Tevens moet verdachte de aanwijzingen van de reclassering volgen, ook als dat deelname aan Functional Family Therapy inhoudt en nog verdere behandeling na die 18 maanden. Verdachte mag ook geen contact hebben met de mededaders. Deze bijzondere voorwaarden treden onmiddellijk in werking.

Voor alle slachtoffers geldt dat de gepleegde feiten hen veel leed en traumatische ervaringen hebben bezorgd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/790029-12

Uitspraakdatum: 28 november 2013

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het verhandelde van de achter gesloten deuren gehouden terechtzittingen van 27 mei 2013, 20 juni 2013, 16 september 2013 en 14 november 2013 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op[verdachte] 1995 te Amsterdam,

gedetineerd in [verblijfplaats].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S.C.M. Wildemors en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. W van Vliet, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na door de rechtbank ter terechtzitting van 27 mei 2013 toegestane aanpassing omschrijving tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) alsmede de op 20 juni 2013 toegestane wijziging van de tenlastelegging ex artikel 314 Sv, welke wijziging cursief is weergegeven, ten laste gelegd dat:

1.

[zaaksdossier 1]

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 april 2011 tot en met 9 september 2012 te Purmerend en/of Utrecht en/of (elders in) Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,[slachtoffer 1], geboren op 29 augustus 1994, die toen de leeftijd van achttien jaren (aldus) nog niet had bereikt

- heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273f lid 1 sub 2)

en/of

- ertoe heeft/hebben gebracht zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling dan wel enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan hij, verdachte, en/of diens mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat die[slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen (artikel 273f lid 1 sub 5)

en/of

opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting en/of seksuele handelingen met of voor (een) derde(n) tegen betaling van/door[slachtoffer 1] (artikel 273f lid 1 sub 8)

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met betrekking tot die[slachtoffer 1] in voornoemde periode (telkens):

- ( terwijl die[slachtoffer 1] een of meerdere schuld(en) had bij één of meer van diens mededader(s)) tegen die[slachtoffer 1] gezegd dat hij 10.000 euro, althans een (groot) geldbedrag, moest betalen en/of

- die[slachtoffer 1] in de prostitutie laten werken en/of diensten van seksuele aard laten verrichten en/of

- foto's van die[slachtoffer 1] aan (potentiële) klanten verstuurd en/of een of meerdere profiel(en) van die[slachtoffer 1] op internet aangemaakt en/of

- ( via een chatprogramma) afspraken met klanten gemaakt voor die[slachtoffer 1] en/of

- voor die[slachtoffer 1] bepaald welke handeling(en) hij diende te verrichten en/of welk tarief en/of welke werktijden hij diende te hanteren en/of

- die[slachtoffer 1] voorzien van een (werk)telefoon en/of

- de werkplek(ken)/locatie(s) bepaald voor die[slachtoffer 1] en/of

- die[slachtoffer 1] van/naar zijn werkplek(ken) en/of klanten gebracht en/of opgehaald en/of laten brengen en/of laten ophalen en/of

- die[slachtoffer 1] (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht gehouden en/of doen geloven dat hij (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht werd gehouden en/of

- die[slachtoffer 1] (vrijwel dagelijks), in elk geval regelmatig, verantwoording af laten leggen over het aantal prostitutieklanten waarmee die[slachtoffer 1] seksuele handelingen tegen betaling had verricht en/of over de door hem met prostitutiewerkzaamheden verdiende geldbedragen en/of - tegen die[slachtoffer 1] gezegd dat hij minstens 1000 euro per week, althans een (groot) geldbedrag, moest verdienen met prostitutiewerkzaamheden en/of

- hem (ter aflossing van zijn schuld) een (zeer) groot deel en/of het totaal van het door hem (met) prostitutiewerkzaamheden verdiende geld afgenomen en/of laten afnemen, in elk geval in ontvangst genomen en/of laten nemen en/of

- ( daarnaast) dagelijks en/of wekelijks, althans regelmatig, een of meer geldbedragen van die[slachtoffer 1] in ontvangst genomen en/of

- een kamer/ruimte in Utrecht aan die[slachtoffer 1] ter beschikking gesteld en/of

- die[slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, geslagen en/of

- die[slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, bedreigd door te zeggen dat hij 'zijn best moest doen daar hij anders vermoord zou worden' en/of

- die[slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, bedreigd door een mes en/of een (vuur)wapen aan die[slachtoffer 1] te tonen en/of

- meermalen, althans eenmaal, tegen die[slachtoffer 1] te zeggen dat diens moeder en/of zus(sen) en/of (een) ander(e) familielid/leden iets zou worden aangedaan,

en aldus en/of op enigerlei (andere) wijze in de communicatieve en/of feitelijke omgang met die[slachtoffer 1] een situatie gecreëerd en/of in stand gehouden, waarin verdachte en/of zijn mededader(s) door de feitelijke verhoudingen een overwicht verkreeg/verkregen over die[slachtoffer 1], en/of misbruik heeft/hebben gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht dat verdachte en/of zijn mededader(s) over die[slachtoffer 1] had(den);

2.

[zaaksdossier 2]

hij op of omstreeks 15 oktober 2012 te Purmerend, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en/of een mapje (met daarin meerdere pasjes) en/of een mobiele telefoon (Samsung Galaxy), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een of meermalen:

- naar die [slachtoffer 2] is/zijn gelopen en/of (vervolgens) een mes, althans een (scherp) voorwerp, op/tegen diens buik, althans diens lichaam, heeft/hebben gehouden en/of gedrukt, althans voornoemd voorwerp aan die [slachtoffer 2] heeft/hebben getoond en/of

- tegen die [slachtoffer 2] (onder bedreiging van een mes) heeft/hebben gezegd "Meelopen, we moeten met je praten", althans woorden van gelijke dreigende aard/strekking en/of

- die [slachtoffer 2] in diens auto heeft/hebben laten plaatsnemen en/of (daarbij) zelf eveneens in voornoemde auto heeft/hebben plaatsgenomen en/of

- ( vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gedrukt en/of gehouden, althans voornoemd (vuur)wapen aan die [slachtoffer 2] heeft/hebben getoond en/of

- met die [slachtoffer 2] naar een (afgelegen) plek is/zijn gereden en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] heeft/hebben laten uitstappen en/of (vervolgens) op de achterbank van diens auto heeft/hebben laten plaatsnemen en/of (waarbij) verdachte(n) aan weerszijden van die [slachtoffer 2] heeft/hebben plaatsgenomen en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat hij diens portemonnee en/of een mapje en/of een mobiele telefoon moest (af)geven en/of (daarbij) met een mes, althans een (scherp) voorwerp, in de zij van het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gedrukt en/of geprikt en/of

- die [slachtoffer 2] heeft/hebben beetgepakt en/of heeft/hebben getrapt en/of heeft/hebben geslagen en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 2] in de kofferbak van zijn auto heeft/hebben gegooid en de klep daarvan heeft/hebben dichtgegooid;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen op of omstreeks 15 oktober 2012 en/of 16 oktober 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (vanaf ING rekening [bankrekeningnummer]) heeft weggenomen diverse geldbedragen (in totaal 2250 euro), in elk geval een geldbedrag of enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 2] en/of[slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of diens mededader(s) middels een op 15 oktober 2012 ontvreemde pinpas met bijbehorende pincode voornoemd(e) geldbedrag(en) van de ING rekening opgenomen;

4.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 15 oktober tot en met 30 oktober 2012 te Purmerend, in elk geval in Nederland,

ter voorbereiding van het misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld in vereniging en/of afpersing in vereniging van geld en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 4],

opzettelijk een heimelijke opname van chatgesprekken en/of webcambeelden van die [slachtoffer 4], waaruit bleek dat die [slachtoffer 4] seksuele handelingen verrichtte voor de webcam

bestemd tot het begaan van dat misdrijf,

heeft vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 15 oktober tot en met 30 oktober 2012 te Purmerend, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een of meer ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met openbaring van smaad en/of een geheim [slachtoffer 4] te dwingen tot de afgifte aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) van een geldbedrag, althans enig goed geheel of ten dele toebehorende aan genoemde [slachtoffer 4], althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) welke bedreiging met openbaring van smaad en/of een geheim hierin bestond(en) dat:

- verdachte zich op www[website].nl heeft voorgedaan als sm-meesteres en/of

- in die hoedanigheid die [slachtoffer 4] voor de webcam seksuele handelingen heeft laten verrichten, waaronder het plaatsen van knijpers op de testikels en/of

- van de chatgesprekken en/of de webcambeelden van die [slachtoffer 4] heimelijk opnames heeft gemaakt en/of

- telefonisch contact heeft opgenomen met die [slachtoffer 4] en/of

- ( vervolgens) aan die [slachtoffer 4] heeft gevraagd om naar Purmerend te komen om elkaar te ontmoeten terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

[zaaksdossier 3]

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 16 september tot en met 9 oktober 2012 te Purmerend (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] te dwingen tot de afgifte van een of meerdere geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 5] bij diens keel heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) op/tegen de grond geduwd/gegooid en/of

- een boksbeugel heeft/hebben gepakt en/of (vervolgens) heeft gedreigd die [slachtoffer 5] met voornoemde boksbeugel te slaan en/of

- die [slachtoffer 5] met de (tot vuist gebalde) hand op/tegen de borst heeft/hebben geslagen en/of

- tegen die [slachtoffer 5] heeft/hebben gezegd "Je moet die 10.000 euro betalen in 4 maanden" en/of "Anders ga je het maar met mannen doen om het geld te krijgen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- een sms bericht naar de mobiele telefoon van die [slachtoffer 5] heeft/hebben verstuurd met daarin opgenomen de tekst dat die [slachtoffer 5] 'nog maar' 600 euro moest betalen aan verdachte en/of diens mededader(s) en/of

- bij de woning van die [slachtoffer 5] is/zijn geweest en/of (vervolgens aldaar) tegen die [slachtoffer 5] heeft/hebben gezegd dat 'er nog maar 600 euro moest worden betaald en het dan was opgelost' en/of 'dat die [slachtoffer 5] tot 20 november 2012 de tijd had om het te regelen' en/of 'Als er niet betaald zou worden dat van die [slachtoffer 5] de broer en/of de moeder en/of andere familieleden en/of de vriendin dood zouden gaan' en/of

- in een of meerdere (Whatsapp)bericht(en) tegen die [slachtoffer 5] heeft/hebben gezegd dat die [slachtoffer 5] zijn deel moet betalen en/of ‘Hoop dat ze niks bij je doen’ en/of ‘Ja moet je zelf weten dan’ en/of ‘Dus als er wat gebeurt moet je niet bij mij komen’ en/of ‘Ik zeg je alleen hoe het is’ en/of ‘Zeg dat tegen die guys’ en/of ‘Als ze je bellen of iets’, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

[zaaksdossier 4]

hij op of omstreeks 4 maart 2012 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (groot) geldbedrag (van ongeveer 1500 euro) en/of een of meer andere goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of diens mededader(s):

- ( al dan niet met deels gezicht bedekkende kleding) de woning van die [slachtoffer 6] is/zijn binnengedrongen en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 6] op/tegen de grond heeft/hebben gegooid en/of geduwd en/of

- meerdere, althans een of meerdere pisto(o)l(en), althans een op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), aan die [slachtoffer 6] heeft/hebben getoond en/of op die [slachtoffer 6] heeft/hebben gericht en/of op/tegen diens hoofd en/of de zijkant van diens lichaam heeft/hebben gedrukt en/of gehouden en/of

- meermalen, althans eenmaal, (op dwingende toon) tegen die [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd dat hij geld moest geven en/of

- een mes en/of een lepel, althans een voorwerp, in/tegen het gezicht van die [slachtoffer 6] heeft/hebben gegooid en/of

- tegen die [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd dat hij niet de politie mocht bellen;

7.

[zaaksdossier 5]

hij op of omstreeks 29 juni 2012 te Purmerend met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Anne Franklaan, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 7], welk geweld bestond uit:

- het naar de grond duwen en/of bij de nek vastpakken van die [slachtoffer 7] en/of

- het (meermalen) (met kracht) slaan tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 7] en/of

- het (meermalen) schoppen/trappen tegen het lichaam van die [slachtoffer 7] (terwijl die [slachtoffer 7] op de grond lag);

8.

[zaaksdossier 6]

hij in de periode van 1 september tot en met 19 september 2012 te Purmerend, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf,[slachtoffer 8] door geweld of enige feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 8], wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 8] er toe proberen te bewegen een ontlastende verklaring af te leggen ten aanzien van verdachte en/of zijn mededader(s) door:

- die [slachtoffer 8] onder valse voorwendselen naar Purmerend te lokken en/of

- ( aldaar) tegen die [slachtoffer 8] te zeggen dat hij in de auto moest plaatsnemen en/of

- die [slachtoffer 8] te vertellen dat hij/zij mensen had(den) afgeperst en/of

- te dreigen dat hij/zij de familie van die [slachtoffer 8] zou(den) vertellen dat hij met jongens omging en/of

- die [slachtoffer 8] te vertellen dat hij/zij foto's van die [slachtoffer 8] had(den) en die foto's zou(den) publiceren als hij niet zou doen wat hem werd verteld en/of

- tegen de [slachtoffer 8] te zeggen en/of aan die [slachtoffer 8] te dicteren wat hij moest verklaren tegenover politie en/of rechtbank indien een of meerdere perso(o)n(en) zouden zijn aangehouden en/of

- tegen die [slachtoffer 8] te zeggen dat hij kapot/dood zou worden gemaakt, althans geweld zou worden gebruikt tegen die [slachtoffer 8], wanneer die [slachtoffer 8] iets zou "flikken", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

9.

[criminele organisatie]

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2011 tot en met 20 november 2012 te Purmerend en/of te Utrecht, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, die (al dan niet in wisselen samenstelling) bestond uit verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer andere perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- mensenhandel in vereniging, door een minderjarige ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met derden tegen betaling en/of door zich te bevoordelen uit de opbrengst(en) daarvan en/of

- ( poging) afpersing(en) en/of diefstal(len) met geweld en/of bedreiging met geweld, gepleegd in vereniging, door het afhandig maken van geld en/of goederen van een of meerdere perso(o)n(en), althans door te trachten geld en/of goederen afhandig te maken en/of - afdreiging, door een of meerdere perso(o)n(en) te confronteren met heimelijk opgenomen (webcam)beelden en daarbij te dreigen deze beelden naar familie en/of (een) ander(en) openbaar te maken, met als doel die perso(o)n(en) geld en/of goederen afhandig te maken en/of

- mishandeling(en) en/of openlijke geweldpleging en/of bedreiging gericht tegen een of meerdere perso(o)n(en), met als doel die perso(o)n(en) iets te laten doen, te dulden en/of angst aan te jagen en/of

- het opzettelijk voorhanden hebben en/of dragen en/of overdragen van (een) wapen(s) en van categorie III en/of het voorhanden hebben van (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten, zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s).

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde feiten.

3.2.

Redengevende feiten en omstandigheden

3.2.1.

Inleiding

Medio september 2012 is door de centrale recherche te Zaandijk een strafrechtelijk onderzoek gestart naar mensenhandel onder de naam [naam onderzoek 1].

Op 15 oktober 2012 is het strafrechtelijk onderzoek gestart door de decentrale recherche in Purmerend onder de naam [naam onderzoek 2]. Het onderzoek[naam onderzoek 1] is vervolgens ondergebracht in het onderzoek [naam onderzoek 2]. Dit onderzoek richtte zich op een groep daders van mensenhandel, berovingen, afdreigingen/chantage en overige geweldplegingen.

Op 1 oktober 2012 is door [slachtoffer 1] aangifte gedaan van uitbuiting/bedreiging/afdreiging door [verdachte] en [medeverdachte 1]. Aangever verklaarde dat hij ruim een jaar door hen gedwongen werkte in de mannenprostitutie en al het geld dat hij daarmee verdiende aan hen moest afgeven. Ook verklaarde aangever dat hij de seksmomenten met de mannen moest opnemen, zodat[verdachte] en[medeverdachte 1] deze mannen later konden afpersen met de beelden. In eerste instantie vonden de ontmoetingen met de mannen plaats in auto’s en een flat in Purmerend. Later werden de werkzaamheden verplaatst naar een woning in Utrecht die toebehoorde aan [medeverdachte 3]. Nadat[slachtoffer 1] was ondergedoken, is geprobeerd [slachtoffer 5] in de mannenprostitutie te brengen. Van verschillende mannen waarmee [slachtoffer 1] afspraken had gemaakt, zijn met een verborgen camera filmpjes opgenomen. Deze mannen zijn bedreigd en mishandeld bij de (pogingen tot) afpersing. Hen werd gezegd dat de filmpjes van hen waarin diverse seksuele handelingen zijn te zien, openbaar zouden worden gemaakt als ze niet zouden betalen.

3.2.2.

Bewijs ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 4 primair, 5, 6 en 7

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 6, en 7 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

ten aanzien van alle feiten:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juni 2013 afgelegd;

feit 1:

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer 1] d.d. 1 oktober 2012 (dossierpagina’s 27-32 en 34-35);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van[slachtoffer 1] d.d. 30 november 2012 (dossierpagina 43);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, d.d. 3 april 2013 (pagina’s 6-8);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 13 december 2012 (dossierpagina 826);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, d.d. 25 april 2013 (pagina’s 2-3);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 18 september 2012 (dossierpagina’s 110-112);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 12 september 2012 (dossierpagina’s 59 en 63);

  • -

    schriftelijke bescheiden, te weten Whatsapp berichten (dossierpagina’s 115-116);

  • -

    schriftelijke bescheiden, te weten prints van Facebookgesprekken (dossierpagina 107).

feiten 2 en 3:

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer 2] d.d. 16 oktober 2012 (dossierpagina’s 218 en 219);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 oktober 2012 (dossierpagina’s 437 en 438);

  • -

    schriftelijk bescheid, te weten het rapport van het NFI d.d. 30 november 2012 (dossierpagina 235-237);

  • -

    schriftelijk bescheid, te weten een medische verklaring d.d. 16 oktober 2012 (dossierpagina 223);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 3] d.d. 17 oktober 2012 (dossierpagina 250 en 253);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen DCS d.d. 27 november 2012 (dossierpagina 272);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal onderzoek telefoonnummer [telefoonnummer 1] d.d. 29 november 2012 (dossierpagina’s 342 en 343);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal aantreffen telefoon ‘Kitty’ bij [verdachte] d.d. 21 november 2012 (dossierpagina 404A);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen DCS belcontact 15-10-12 19.10 uur d.d. 2 december 2012 (dossierpagina 275-276);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen DCS [verdachte-medeverdachte 1] d.d. 2 december 2012 (dossierpagina 277-278)

feit 4 primair:

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen personalia [slachtoffer 4] d.d. 8 november 2012 (dossierpagina 427);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 november 2012 (dossierpagina 429);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 4] d.d. 5 november 2012 (dossierpagina 430-431);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 17 november 2012 (dossierpagina 367).

feit 5:

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] d.d. 8 oktober 2012 (dossierpagina’s 448-449 en 451-455);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 13 december 2012 (dossierpagina 828);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 november 2012 (dossierpagina 467) met daarachter gevoegd schriftelijk bescheid, te weten een print van een gesprek via Whatsapp-berichten tussen [slachtoffer 5] en[verdachte] op 9 oktober 2012 (dossierpagina’s 468 en 470).

feit 6:

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] d.d. 10 november 2012 (dossierpagina’s 489, 491-493, 501, 505) en achter dit proces-verbaal gevoegde foto (dossierpagina 498) van het letsel en foto’s van de bebloede tissues (dossierpagina’s 499 en 500);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] d.d. 1 oktober 2012 (dossierpagina 35);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van[slachtoffer 1] d.d. 30 november 2012 (dossierpagina 39);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 13 december 2012 (dossierpagina 826);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen uitkijken beeldmateriaal d.d. 15 januari 2013 (dossierpagina 554).

feit 7:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] d.d. 30 juni 2012 (dossierpagina’s 590-592);

- een schriftelijk bescheid, zijnde een medische verklaring van de huisarts met daarin opgenomen het geconstateerde letsel van [slachtoffer 7] (dossierpagina 593);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 13 december 2012 (dossierpagina 827);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] d.d. 30 november 2012 (dossierpagina 577).

3.2.3.

Bewijs 1 ten aanzien van feit 8

Op 30 november 20122 doet [slachtoffer 8] aangifte van afpersing nadat hij eerder op 19 september 20123 een getuigenverklaring had afgelegd. In zijn aangifte zegt [slachtoffer 8] dat hij in september 2012 onder valse voorwendselen naar Purmerend is gelokt. [slachtoffer 8] had via Facebook contact met [slachtoffer 1] gehad. Het bleek echter dat niet [slachtoffer 1], maar [verdachte] contact had opgenomen met [slachtoffer 8]. In het Facebookgesprek had [slachtoffer 1] gezegd dat [slachtoffer 8] naar Purmerend moest komen omdat [slachtoffer 1] hem alles wilde uitleggen.4 Toen [slachtoffer 8] in zijn auto naar Purmerend was gereden en op de afgesproken plaats stond, bleek [slachtoffer 1] daar niet te zijn.5 Er waren wel twee jongens, waaronder verdachte6. De twee jongens zeiden tegen [slachtoffer 8] dat ze in zijn auto gingen zitten en daar hebben ze hem gedreigd dat ze zijn leven kapot zouden maken als hij geen voor hen ontlastende verklaring bij de politie zou afleggen in het geval zij zouden worden aangehouden. [verdachte] zei dat hij [slachtoffer 8] kapot zou maken als hij iets zou ‘flikken’ en dat hij opnames had van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 8] en dat ze daarmee naar de familie van [slachtoffer 8] zouden gaan. De twee jongens hebben [slachtoffer 8] letterlijk gedicteerd wat hij moest zeggen, namelijk dat [medeverdachte 3] uit Utrecht degene was die [slachtoffer 1] uitbuitte en dat zij onder invloed van [medeverdachte 3] stonden. In de onder verdachte in beslag genomen computer is een worddocument7 gevonden waarin onder meer staat dat ‘[slachtoffer 1] werd bedreigd door[medeverdachte 3] en zijn kompanen uit utrecht (…) ik denk dat [slachtoffer 1] samen met [medeverdachte 3] heeft afgesproken om mij en me vriend zo weg te werken (…) [slachtoffer 1] heeft zoiets ookal eerder verteld (…) aan zijn eigen baas [slachtoffer 8]’.

Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat verdachte zich op Facebook heeft voorgedaan als zijnde[slachtoffer 1]. Dat heeft verdachte ook ter terechtzitting verklaard. Verdachte heeft tevens verklaard dat hij samen met een ander met [slachtoffer 8] in Purmerend heeft afgesproken, maar dat die afspraak slechts was gemaakt om [slachtoffer 8] te vragen of hij wist waar [slachtoffer 1] was, omdat laatstgenoemde ineens was verdwenen. De rechtbank schuift deze laatste verklaring van verdachte echter terzijde en gaat uit van de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer 8] die verder wordt ondersteund door het aangetroffen Worddocument in de computer van verdachte. De bewoordingen die in dat document zijn gebruikt komen voor een groot deel overeen met hetgeen [slachtoffer 8] heeft verklaard, waardoor de rechtbank ook de overtuiging heeft dat verdachte samen met een ander gepoogd heeft [slachtoffer 8] af te persen. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot bewezenverklaring van het onder 8 ten laste gelegde feit.

3.2.4.

Bewijs ten aanzien van feit 9

De rechtbank bezigt de hiervoor ten aanzien van de overige feiten opgenomen bewijsmiddelen ook ten aanzien van de ten laste gelegde criminele organisatie.

Uit die bewijsmiddelen blijkt, en is door verdachte ook erkend, dat verdachte zich samen met zijn medeverdachten schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel, (pogingen) tot afpersing, diefstal met geweld, afdreiging en openlijke geweldpleging. De vraag waarvoor de rechtbank zich gesteld ziet, is of verdachte en zijn medeverdachten deze strafbare feiten in een georganiseerd verband hebben gepleegd.

Tijdens doorzoekingen op de adressen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] en het slachtoffer[slachtoffer 1] zijn verschillende digitale gegevensdragers, een wapen, telefoons en een camerahorloge in beslag genomen. Uit onderzoek aan deze gegevensdragers is gebleken dat hierop digitale afbeeldingen staan van ‘seksbeelden’, waaronder een filmpje waarop aangever [slachtoffer 6] is herkend. Deze en andere afbeeldingen zijn rechtstreeks terug te voeren op mensenhandelincidenten en pogingen tot afpersing. Voorts is in de slaapkamer van [medeverdachte 1], die hij deelt met zijn broer en medeverdachte[medeverdachte 4], een simkaarthouder gevonden, behorend bij het telefoonnummer [telefoonnummer 2]. De daarbij behorende telefoon is gevonden in de woonkamer van de woning van [medeverdachte 1]. Van deze telefoon is gebruik gemaakt in zaaksdossier 2, welke de afpersing betreft door verdachte en zijn medeverdachten van [slachtoffer 2] op 15 oktober 2012. Onder de matras van het bed van medeverdachte[medeverdachte 1] is een pistool gevonden.

Naar het oordeel van de rechtbank komt uit het vorenstaande genoegzaam naar voren dat tussen verdachte en zijn medeverdachten sprake is geweest van een georganiseerd en gestructureerd samenwerkingsverband gericht op mensenhandel, (pogingen) tot afpersing, diefstal met geweld, afdreiging en openlijke geweldpleging. Van een strak omlijnde hiërarchie is niet gebleken maar naar het oordeel van de rechtbank was er wel sprake van een duidelijke taakverdeling tussen verdachte en zijn medeverdachten. Uit de redengevende feiten en omstandigheden kan worden afgeleid dat verdachte een van de leiders was en de meeste plannen had. Medeverdachte [medeverdachte 1] was degene die de mensen bang moest maken door middel van vuurwapens en (de dreiging met) geweld. Ook moest hij helpen met het incasseren van geld. Ze werkten vanaf het begin samen, zorgden ervoor dat een schijnschuld ontstond om vervolgens de druk bij de slachtoffers op te voeren. Uit de periode gedurende welke deze verschillende strafbare feiten zich hebben voorgedaan, de aanschaf van professionele attributen, zoals een camerahorloge en een camerabril en uit de vrijwel steeds gelijke samenstelling van de groep, blijkt dat er van een zekere bestendigheid sprake is geweest.

Dat het deelnemen aan deze organisatie lucratief was te noemen, volgt genoegzaam uit de omstandigheid dat zodra [slachtoffer 1], die veel geld in de mannenprostitutie had verdiend, was verdwenen en ondergedoken, meteen daarop een nieuw slachtoffer is gezocht in de persoon van [slachtoffer 5]. De bedoeling was dat[slachtoffer 5] dezelfde werkzaamheden zou gaan verrichten als [slachtoffer 1].

Op grond van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte (kort gezegd) heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die het oogmerk had op mensenhandel, (pogingen) tot afpersing, diefstal met geweld, afdreiging en openlijke geweldpleging in de periode zoals deze in de tenlastelegging staat vermeld, namelijk van 1 april 2011 tot en met 20 november 2012.

3.3.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

1.

[zaaksdossier 1]

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 1 april 2011 tot en met 9 september 2012 te Purmerend en Utrecht en elders in Nederland,

telkens tezamen en in vereniging met anderen,

[slachtoffer 1], geboren op [geboortedag] 1994, die toen de leeftijd van achttien jaren (aldus) nog niet had bereikt

- hebben geworven en vervoerd en gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting en

- ertoe hebben gebracht zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling dan wel enige handeling hebben ondernomen waarvan hij, verdachte, en diens mededaders wisten dat die[slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen en

- opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting en/of seksuele handelingen met of voor derden tegen betaling van/door [slachtoffer 1]

immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders met betrekking tot die[slachtoffer 1] in voornoemde periode telkens:

- tegen die[slachtoffer 1] gezegd dat hij 10.000 euro moest betalen en

- die[slachtoffer 1] in de prostitutie laten werken en diensten van seksuele aard laten verrichten en

- foto's van die[slachtoffer 1] aan (potentiële) klanten verstuurd en profielen van die[slachtoffer 1] op internet aangemaakt en

- ( via een chatprogramma) afspraken met klanten gemaakt voor die[slachtoffer 1] en

- voor die[slachtoffer 1] bepaald welke handelingen hij diende te verrichten en welk tarief hij diende te hanteren en

- die[slachtoffer 1] voorzien van een (werk)telefoon en

- de werkplekken/locaties bepaald voor die[slachtoffer 1] en

- die[slachtoffer 1] (nagenoeg) voortdurend onder controle en toezicht gehouden en/of doen geloven dat hij (nagenoeg) voortdurend onder controle en toezicht werd gehouden en

- die[slachtoffer 1] (vrijwel dagelijks), in elk geval regelmatig, verantwoording af laten leggen over het aantal prostitutieklanten waarmee die[slachtoffer 1] seksuele handelingen tegen betaling had verricht en over de door hem met prostitutiewerkzaamheden verdiende geldbedragen en

- tegen die[slachtoffer 1] gezegd dat hij minstens 1000 euro per week, althans een (groot) geldbedrag, moest verdienen met prostitutiewerkzaamheden en

- hem (ter aflossing van zijn schuld) een (zeer) groot deel van het door hem (met) prostitutiewerkzaamheden verdiende geld afgenomen en/of laten afnemen, in elk geval in ontvangst genomen en/of laten nemen en

- ( daarnaast) dagelijks en/of wekelijks, althans regelmatig, een of meer geldbedragen van die[slachtoffer 1] in ontvangst genomen en

- een kamer/ruimte in Utrecht aan die[slachtoffer 1] ter beschikking gesteld en

- die[slachtoffer 1] geslagen en

- die[slachtoffer 1] bedreigd door te zeggen dat hij 'zijn best moest doen' en

- die[slachtoffer 1] bedreigd door een mes aan die[slachtoffer 1] te tonen en

- tegen die[slachtoffer 1] te zeggen dat diens moeder en/of zus en/of een ander familielid iets zou worden aangedaan,

en aldus en/of op enigerlei (andere) wijze in de communicatieve en/of feitelijke omgang met die[slachtoffer 1] een situatie gecreëerd en in stand gehouden, waarin verdachte en zijn mededaders door de feitelijke verhoudingen een overwicht verkregen over die[slachtoffer 1], en misbruik hebben gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht dat verdachte en zijn mededaders over die[slachtoffer 1] hadden;

2.

[zaaksdossier 2]

hij op 15 oktober 2012 te Purmerend, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en een mapje (met daarin meerdere pasjes) en een mobiele telefoon (Samsung Galaxy), toebehorende aan[slachtoffer 2], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat

hij, verdachte en zijn mededaders:

- naar die [slachtoffer 2] zijn gelopen en vervolgens een mes tegen diens buik, hebben gehouden en/of gedrukt, en

- tegen die [slachtoffer 2] (onder bedreiging van een mes) hebben gezegd "Meelopen, we moeten met je praten", en

- die [slachtoffer 2] in diens auto hebben laten plaatsnemen en (daarbij) zelf eveneens in voornoemde auto hebben plaatsgenomen en

- ( vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [slachtoffer 2] hebben gedrukt en/of gehouden, en

- met die [slachtoffer 2] naar een (afgelegen) plek zijn gereden en (vervolgens) die [slachtoffer 2] hebben laten uitstappen en (vervolgens) op de achterbank van diens auto hebben laten plaatsnemen en (waarbij) verdachten aan weerszijden van die [slachtoffer 2] hebben plaatsgenomen en

- tegen die [slachtoffer 2] hebben gezegd dat hij diens portemonnee en een mapje en een mobiele telefoon moest (af)geven en (daarbij) met een mes in de zij van het lichaam van die [slachtoffer 2] hebben gedrukt en/of geprikt en

- die [slachtoffer 2] hebben beetgepakt en hebben getrapt en hebben geslagen en

- ( vervolgens) die [slachtoffer 2] in de kofferbak van zijn auto hebben gegooid en de klep daarvan hebben dichtgegooid;

3.

hij op tijdstippen gelegen omstreeks 15 oktober 2012 te Amsterdam, telkens tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (vanaf ING rekening [bankrekeningnummer]) heeft weggenomen diverse geldbedragen (in totaal 2250 euro), toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], waarbij verdachte en zijn mededader zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, immers hebben hij, verdachte en diens mededader middels een op 15 oktober 2012 ontvreemde pinpas met bijbehorende pincode voornoemd geldbedrag van de ING rekening opgenomen;

4.

Primair

hij in de periode van 15 oktober tot en met 30 oktober 2012 te Purmerend,

ter voorbereiding van het misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld in vereniging en/of afpersing in vereniging van geld en/of goed(eren), toebehorende aan[slachtoffer 4],

opzettelijk een heimelijke opname van chatgesprekken en/of webcambeelden van die [slachtoffer 4], waaruit bleek dat die [slachtoffer 4] seksuele handelingen verrichtte voor de webcam

bestemd tot het begaan van dat misdrijf,

voorhanden heeft gehad;

5.

[zaaksdossier 3]

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 16 september tot en met 9 oktober 2012 te Purmerend telkens ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 5] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 5], welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededader:

- die [slachtoffer 5] bij diens keel hebben vastgepakt en vervolgens op de grond gegooid en

- een boksbeugel hebben gepakt en vervolgens hebben gedreigd die [slachtoffer 5] met voornoemde boksbeugel te slaan en

- die [slachtoffer 5] met de (tot vuist gebalde) hand tegen de borst hebben geslagen en

- tegen die [slachtoffer 5] hebben gezegd "Je moet die 10.000 euro betalen in 4 maanden" en "Anders ga je het maar met mannen doen om het geld te krijgen", en

- een sms bericht naar de mobiele telefoon van die [slachtoffer 5] hebben verstuurd met daarin opgenomen de tekst dat die [slachtoffer 5] 'nog maar' 600 euro moest betalen aan verdachte en diens mededader en

- bij de woning van die [slachtoffer 5] zijn geweest en vervolgens aldaar tegen die [slachtoffer 5] hebben gezegd dat 'er nog maar 600 euro moest worden betaald en het dan was opgelost' en 'dat die [slachtoffer 5] tot 20 november 2012 de tijd had om het te regelen' en 'Als er niet betaald zou worden dat van die [slachtoffer 5] de broer en de moeder en andere familieleden en de vriendin dood zouden gaan' en

- in (Whatsapp)berichten tegen die [slachtoffer 5] hebben gezegd dat die [slachtoffer 5] zijn deel moet betalen en ‘Hoop dat ze niks bij je doen’ en ‘Ja moet je zelf weten dan’ en ‘Dus als er wat gebeurt moet je niet bij mij komen’ en ‘Ik zeg je alleen hoe het is’ en ‘Zeg dat tegen die guys’ en ‘Als ze je bellen of iets’,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

[zaaksdossier 4]

hij op 4 maart 2012 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (van ongeveer 1500 euro), toebehorende aan [slachtoffer 6], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders de vlucht mogelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en diens mededaders:

- ( al dan niet met deels gezicht bedekkende kleding) de woning van die [slachtoffer 6] zijn binnengedrongen en

- ( vervolgens) die [slachtoffer 6] tegen de grond hebben geduwd en

- pistolen, althans een op vuurwapens gelijkende voorwerpen, aan die [slachtoffer 6] hebben getoond en op die [slachtoffer 6] hebben gericht en/of tegen diens hoofd en/of de zijkant van diens lichaam hebben gedrukt en gehouden en

- ( op dwingende toon) tegen die [slachtoffer 6] hebben gezegd dat hij geld moest geven en

- een lepel tegen het gezicht van die [slachtoffer 6] hebben gegooid en

- tegen die [slachtoffer 6] hebben gezegd dat hij niet de politie mocht bellen;

7.

[zaaksdossier 5]

hij op 29 juni 2012 te Purmerend met anderen, op of aan de openbare weg, de Anne Franklaan, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 7], welk geweld bestond uit:

- het naar de grond duwen en bij de nek vastpakken van die [slachtoffer 7] en

- het meermalen (met kracht) slaan tegen het hoofd en het lichaam van die [slachtoffer 7] en

- het meermalen schoppen/trappen tegen het lichaam van die [slachtoffer 7] (terwijl die [slachtoffer 7] op de grond lag);

8.

[zaaksdossier 6]

hij in de periode van 1 september tot en met 19 september 2012 te Purmerend, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, [slachtoffer 8] door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 8], wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, immers hebben verdachte en zijn mededader die [slachtoffer 8] er toe proberen te bewegen een ontlastende verklaring af te leggen ten aanzien van verdachte en zijn mededader door:

- die [slachtoffer 8] onder valse voorwendselen naar Purmerend te lokken en

- aldaar tegen die [slachtoffer 8] te zeggen dat hij in de auto moest plaatsnemen en

- die [slachtoffer 8] te vertellen dat zij mensen hadden afgeperst en

- te dreigen dat zij de familie van die [slachtoffer 8] zouden vertellen dat hij met jongens omging en

- die [slachtoffer 8] te vertellen dat zij foto's van die [slachtoffer 8] hadden en die foto's zouden publiceren als hij niet zou doen wat hem werd verteld en

- tegen de [slachtoffer 8] te zeggen of aan die [slachtoffer 8] te dicteren wat hij moest verklaren tegenover politie en/of rechtbank indien personen zouden zijn aangehouden en

- tegen die [slachtoffer 8] te zeggen dat hij kapot/dood zou worden gemaakt, althans geweld zou worden gebruikt tegen die [slachtoffer 8], wanneer die [slachtoffer 8] iets zou "flikken", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

9.

[criminele organisatie]

hij in de periode van 1 april 2011 tot en met 20 november 2012 te Purmerend en te Utrecht, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, die (al dan niet in wisselende samenstelling) bestond uit verdachte en een of meer andere perso(o)n(en),

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- mensenhandel in vereniging, door een minderjarige ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met derden tegen betaling en door zich te bevoordelen uit de opbrengsten daarvan en

- ( poging) afpersingen en diefstallen met geweld en bedreiging met geweld, gepleegd in vereniging, door het afhandig maken van geld van meerdere personen, althans door te trachten geld afhandig te maken en

- afdreiging, door meerdere personen te confronteren met heimelijk opgenomen (webcam)beelden en daarbij te dreigen deze beelden naar familie en/of anderen openbaar te maken, met als doel die personen geld afhandig te maken en

- mishandelingen en openlijke geweldpleging en bedreiging gericht tegen meerdere personen, met als doel die personen iets te laten doen, te dulden en angst aan te jagen en

- het opzettelijk voorhanden hebben en/of dragen en/of overdragen van wapens en van categorie III en/of het voorhanden hebben van wapens van categorie I onder 7°, zijnde voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonden met vuurwapens.

Hetgeen aan verdachte onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7, 8 en 9 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

1. mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2. afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

3. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

4. primair: medeplegen van het voorbereiden van een feit, bedoeld in het eerste lid van artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht en/of het derde lid van artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht, door het opzettelijk voorhanden hebben van een heimelijke opname van chatgesprekken en/of webcambeelden;

5. poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

6. diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

7. openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

8. poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

9. deelneming aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sancties

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van veertien maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarbij vordert de officier van justitie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ), geheel voorwaardelijk op te leggen, onder de voorwaarden zoals deze in het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 8 november 2013 zijn verwoord, waaronder de opname in de [instelling] voor een maximale duur van 18 maanden en als extra voorwaarde op te nemen dat de Reclassering de mogelijkheid heeft tot inzet van elektronische controle indien verdachte met verlof gaat. De officier van justitie vordert de dadelijke uitvoerbaarheid van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. De officier van justitie zegt voorts toe de jeugddetentie te zullen opheffen op het moment dat een plaats vrijkomt in de [instelling] voor verdachte, met kwijtschelding van het dan eventueel restant van die jeugddetentie.

Tot slot vordert de officier van justitie integrale toewijzing van de vorderingen van benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 2], onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

6.2.

Standpunt van de verdachte/de verdediging

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat hij zich kan vinden in het advies van de gedragsdeskundigen en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming aangaande de strafoplegging en verzoekt de rechtbank overeenkomstig te beslissen. Voor wat de betreft de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft de raadsman geen opmerkingen, maar de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 6] verzoekt hij te matigen, gelet op vergelijkbare gevallen en gelet op de ontkenning van verdachte dat geld van de dagomzet van benadeelde partij is weggenomen. De raadsman verzoekt ook de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] te matigen, gelet op de voorbeelden die door benadeelde partij zelf zijn gegeven.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken en uit de bespreking aldaar van de volgende rapportages:

  • -

    het Pro Justitia rapport van 14 maart 2013 van D. Breuker, gezondheidszorg- en forensisch psycholoog;

  • -

    het aanvullend Pro Justitia rapport van 11 september 2013 van D. Breuker, gezondheidszorg- en forensisch psycholoog;

  • -

    het Pro Justitia rapport van 21 maart 2013 van J. Vreugdenhil, (kinder- en jeugd)psychiater);

  • -

    het aanvullend Pro Justitia rapport van 12 september 2013 van J. Vreugdenhil (kinder- en jeugd)psychiater;

  • -

    het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 18 maart 2013, van T. Albers en V. Nater, raadsonderzoekers;

  • -

    het rapport van de Raadvoor de Kinderbescherming van 14 juni 2013 van T. Albers, raadsonderzoeker;

  • -

    het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 13 september 2013 van T. Albers en V. Nater, raadsonderzoekers;

  • -

    het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (strafadvies) van 8 november 2013 van T. Albers en V. Nater, raadsonderzoekers.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van mensenhandel, (pogingen tot) afpersing, diefstal, een gewelddadige woningoverval en openlijk geweld. Voorts heeft verdachte deelgenomen aan een criminele organisatie, welke organisatie tot oogmerk had voornoemde misdrijven te plegen. Wat vooral uiterst zorgwekkend is te noemen, is dat verdachte samen met zijn medeverdachten op deze jeugdige leeftijd in staat is gebleken op een dergelijke planmatige – en blijkbaar zonder enige scrupules - manier te handelen. Dit alles puur uit het oogpunt van geldelijk gewin. Jonge jongens werd een schijnschuld aangepraat, waarna zij vervolgens werden gedwongen deze schuld terug te betalen door zich te prostitueren. Via chatsites werden mannen benaderd en werden er tijdens die chatsessies seksspelletjes gespeeld. Daarna werden met deze mannen afspraken gemaakt om het seksspel in real time voort te zetten. De seksuele handelingen werden volgens een vooropzet plan met een verborgen camera gefilmd. De mannen werden dan later met de beelden geconfronteerd en moesten betalen om te voorkomen dat de beelden aan hun gezin zouden worden getoond. Bij de (pogingen tot) afpersing werd fors geweld gebruikt. Volwassen mannen zijn geslagen en ook werd het gebruik van vuurwapens en messen niet geschuwd.

De mensenhandel waaraan verdachte zich schuldig heeft gemaakt, ontstond door vanuit een ‘vriendschap’ het vertrouwen dat het minderjarige slachtoffer in hem had, op grove wijze te misbruiken. Door zijn handelen heeft verdachte deze vorm van mensenhandel bevorderd en in stand gehouden en daarmee een grove inbreuk gemaakt op één van de voornaamste grondrechten van de mens, namelijk het recht op persoonlijke vrijheid en lichamelijke integriteit. Daarmee is de ernst van het door verdachte gepleegde misdrijf gegeven. Dat het slachtoffer minderjarig was, maakt de strafwaardigheid des te groter.

De gepleegde feiten zijn zeer ernstige feiten die de slachtoffers traumatische ervaringen hebben bezorgd. De ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen illustreren dat ook. Naast het leed van de slachtoffers brengen deze feiten veel gevoelens van onveiligheid in de samenleving teweeg. De rechtsorde is hierdoor ernstig geschokt.

De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat uit eerdergenoemde rapporten met betrekking tot de persoon van verdachte het volgende naar voren komt.

Allereerst merkt de rechtbank op dat in de vóór 20 juni 2013 uitgebrachte Pro Justitia rapporten de deskundigen niet tot een (behandel)advies hebben kunnen komen omdat verdachte ten tijde van dat onderzoek zich niet heeft uitgelaten over hetgeen hem ten laste was gelegd. Wel werd door de deskundigen vastgesteld dat bij verdachte sprake was van een Pervasieve Ontwikkelingsstoornis Niet Anders Omschreven (PDD NOS) en dat door deze contactstoornis bij verdachte sprake was van een gebrekkig empathisch en invoelend vermogen.

In de aanvullende rapportage van 11 september 2013 komt de psycholoog – kort samengevat - tot de conclusie dat bij verdachte naast een PDD NOS, een zich ontwikkelde antisociale en psychopathiforme persoonlijkheidsontwikkeling kan worden vastgesteld. Deze persoonlijkheidsontwikkeling laat zich vooral kenmerken door een gebrekkige gewetensfunctie met antisociale en egocentrische opvattingen en een gebrek aan empathisch vermogen in de zin van het ontbreken van emotionele diepgang, het gebrek aan berouw en aan gevoelens van medeleven met anderen. Hij laat zich leiden door opportunisme en er is weinig tot geen maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef aanwezig. Tegen die achtergrond maakt verdachte verkeerde gedragskeuzes. Hij kiest de verkeerde vrienden uit zonder zich hierover bezwaard te voelen. Verdachte is er vooral op gericht om de negatieve consequenties voor hemzelf zo beperkt mogelijk te houden en maakt hierin duidelijk eigen afwegingen. Ten aanzien van het plegen van de strafbare feiten wordt geadviseerd om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. Om de kans op recidive – die op de langere termijn hoog wordt geacht – te verkleinen en voor een verdere positieve ontwikkeling, wordt een intensieve (systeem) behandeling bij een forensische behandelinstelling noodzakelijk gevonden. Geadviseerd wordt om de intensieve behandeling en begeleiding op te leggen in het kader van een voorwaardelijke PIJ maatregel. Als voorwaarde kan naast een intensief behandeltraject tevens een contactverbod met medeverdachten worden opgelegd. Van een behandeling in een onvoorwaardelijk kader wordt minder effect verwacht, omdat de ouders van verdachte dan minder intensief betrokken kunnen worden bij de behandeling dan in een voorwaardelijk kader. Ook zal verdachte zich in een PIJ instelling snel voegen naar het beleid, terwijl hij bij een voorwaardelijke PIJ geconfronteerd zal worden met meer ruimte en vrijheden en dus met het nemen van eigen verantwoordelijkheid.

In de aanvullende rapportage van 12 september 2013 komt de psychiater tot de dezelfde conclusies als de psycholoog en geeft de volgende aanbevelingen.

Ter preventie van recidive en ter bevordering van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van verdachte is het nodig dat verdachte een passende, intensieve forensisch psychiatrisch/

psychologische behandeling aangeboden krijgt, die ondermeer bestaat uit een delictanalyse en het ontwikkelen van prosociale cognities en activiteiten. Ook is voorlichting aan verdachte en zijn ouders over wat PDD NOS is en over wat dit in het geval van verdachte betekent voor zijn ontwikkelingsmogelijkheden en naaste omgeving noodzakelijk. Voorts is het van belang dat verdachte een passende opleiding kan beginnen en afmaken wat tot passend werk kan leiden.

Momenteel gebruikt verdachte nog een lage dosering antidepressivum waardoor het nodig is minimaal halfjaarlijkse controle bij een arts te hebben en te kijken of deze medicatie op termijn kan worden afgebouwd en/of andere medicatie nodig is tot het verminderen van prikkelgevoeligheid, rigiditeit of het uit het oog verliezen van de grens tussen werkelijkheid en fantasie. Gestart kan worden met een forensische dagbehandeling, die later kan overgaan in een individuele ambulante behandeling in combinatie met gezinstherapie door een therapeut met kennis van autisme spectrum stoornissen en antisociaal gedrag. Een dwingend kader is nodig zodat verdachte en ook zijn ouders zich over langere tijd in blijven zetten voor een positieve gedragsontwikkeling van verdachte. De deskundige adviseert om een voorwaardelijke PIJ maatregel op te leggen.

De raadsonderzoekers van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) komen in hun laatste rapport van 8 november 2013 tot het volgende advies.

Na verschillende opties onderzocht te hebben - onder andere bij [namen instellingen] - voor begeleiding en behandeling van verdachte, heeft de Raad alsnog de [instelling] benaderd om te bezien - omdat[instelling 1] expliciet naar De [instelling] verwees - wat de behandelmogelijkheden daar zijn. De [instelling] heeft laten weten dat zij op basis van de aanmeldgegevens voldoende indicaties zien om een intake op korte termijn met verdachte en zijn ouders te plannen. Na de intake zal een definitief besluit worden genomen of verdachte aldaar een behandelplek kan worden aangeboden. De [instelling] heeft een diversiteit aan groepen en problematiek en zij kunnen verdachte een passende forensische behandeling bieden.

Op basis van de onderzoeken tot nu toe is het voor de Raad duidelijk geworden dat, zowel om de ontwikkeling van verdachte positief te beïnvloeden en recidive in de toekomst te voorkomen, behandeling noodzakelijk is. Daarbij komt de Raad tot de conclusie dat twee opties mogelijk zijn, namelijk een onvoorwaardelijke PIJ maatregel en een voorwaardelijke PIJ maatregel in combinatie met behandeling bij de [instelling]. Vanuit pedagogisch oogpunt acht de Raad de laatste optie het meest wenselijk. De Raad acht het slagen van behandeling bij een voorwaardelijke PIJ maatregel haalbaar, omdat verdachte zich gemotiveerd toont voor behandeling en uit onderzoeken blijkt dat hij leerbaar is. Voor coördinatie van en begeleiding bij het traject naast een voorwaardelijke PIJ maatregel, acht de Raad inzet van het jongvolwassenenteam van Reclassering Nederland het meest passend.

Concluderend adviseert de Raad verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen gelijk aan het voorarrest en tot aan de plaatsing bij de [instelling], die naar verwachting binnen vier maanden kan plaatsvinden, en een voorwaardelijke PIJ maatregel op te leggen met de bijzondere voorwaarden dat:

  • -

    verdachte meewerkt aan de plaatsing en behandeling bij de [instelling] van GGzE centrum kinder- en jeugdpsychiatrie voor de duur die de [instelling] nodig acht;

  • -

    verdacht zich houdt aan de aanwijzingen van het jongvolwassenenteam van Reclassering Nederland. Ook als dit inhoudt dat hij mee moet werken aan hulpverlening/behandeling naast het behandeltraject bij de [instelling], zoals Functional Family Therapy (FTT). Evenals hulpverlening/behandeling na het behandeltraject bij de [instelling];

  • -

    verdachte geen contact heeft met mededaders, medeverdachten en slachtoffers.

De Raad adviseert tot slot een dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden en toezicht op te leggen. Ter terechtzitting heeft raadsonderzoeker Albers verzocht de mogelijkheid van elektronisch toezicht aan de bijzondere voorwaarden toe te voegen zodat het verlof binnen de behandeling van de [instelling] kan worden gecontroleerd.

De Reclassering Nederland schat in – zoals in voornoemd rapport van de Raad voor de Kinderbescherming is opgenomen - dat zij verdachte en zijn ouders in het kader van een voorwaardelijke PIJ maatregel de juiste begeleiding kunnen bieden vanuit het Jong Volwassenen team. De begeleiding zal bestaan uit regie voeren, motiveren, sturen en in overleg met de betrokken behandelaars uitvoering geven aan het plan van aanpak. Daarbij kunnen er goede samenwerkingsafspraken gemaakt worden met de politie voor de momenten waarop verdachte eventueel thuis zal verblijven en kan, als het nodig is, door middel van een wijziging van de voorwaarden bij vonnis alsnog elektronische controle ingezet worden.

De rechtbank kan zich met bovengenoemde conclusies en het advies verenigen, neemt deze over en maakt deze tot de hare. Aan verdachte zal naast een onvoorwaardelijke jeugddetentie, een voorwaardelijke PIJ maatregel worden opgelegd, alsmede de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden, met een proeftijd van drie jaren.

Voorts zal de rechtbank bevelen dat de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de bewezen verklaarde feiten worden aangenomen dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

7 Vorderingen benadeelde partijen

7.1.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.600,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van het onder 1. ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de immateriële schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1. bewezen verklaarde feit. Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 september 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 1. bewezen verklaarde handelen (kort gezegd: mensenhandel) aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

7.2.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 4.340,34,- ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van de onder 2 en 3. ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade ad € 1.090,34 rechtstreeks voortvloeit uit het onder 3. bewezen verklaarde feit. Vergoeding van de immateriële schade ad € 3.250,- die rechtstreeks voortvloeit uit het onder 2. bewezen verklaarde feit, komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De rechtbank ziet geen reden tot matiging zoals door de raadsman bepleit. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 2 en 3. bewezen verklaarde handelen (kort gezegd: afpersing en diefstal met valse sleutel) aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

7.3.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 6]

De benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.600,- ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 6. ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit de weggenomen portefeuille met daarin de (dag)omzetten van de kapperszaak ad € 1.500,-.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder 6. bewezen verklaarde feit. Vergoeding van de immateriële schade ad € 1.100,- komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De rechtbank ziet geen reden tot matiging zoals door de raadsman bepleit. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een van de medeverdachten dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 6. bewezen verklaarde handelen (kort gezegd: het medeplegen van een woningoverval met geweld) aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

8 Bijkomende straf

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten twee telefoons en een gegevensdrager, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de bewezen verklaarde feiten met behulp van die voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, zijn begaan of voorbereid.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 33, 33a, 36f, 45, 46, 47, 57, 77a, 77g, 77h, 77i, 77l, 77s, 77v, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 77za, 140, 141, 273f, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.3. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7, 8 en 9 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat de onder 3.3. bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde feiten opleveren;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van veertien (14 maanden);

bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

legt verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen op, doch bepaalt dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij verdachte voor het einde van de proeftijd, die wordt vastgesteld op drie jaren, zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel niet naleeft de volgende bijzondere voorwaarde dat:

  • -

    verdachte meewerkt aan de plaatsing en behandeling bij de [instelling] van GGzE centrum kinder- en jeugdpsychiatrie voor de duur die de [instelling] nodig acht doch maximaal voor 18 maanden;

  • -

    verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van het jongvolwassenenteam van Reclassering Nederland, ook als dit inhoudt dat hij mee moet werken aan hulpverlening/behandeling naast het behandeltraject bij de [instelling], zoals Functional Family Therapy (FTT) alsmede medewerking aan hulpverlening/behandeling na het behandeltraject bij de [instelling];

  • -

    verdachte geen contact heeft met de mededaders, medeverdachten en slachtoffers uit deze strafzaak;

  • -

    verdachte meewerkt aan controle door middel van elektronisch toezicht door de Reclassering gedurende het traject en op het moment dat verdachte – naar het inzicht van de Reclassering – toe is aan verloven. Het controlemiddel van elektronisch toezicht is gemaximeerd tot achttien maanden;

geeft in het kader van deze bijzondere voorwaarden tevens aan bovengenoemde instelling de opdracht tot het verlenen van hulp en steun ex artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht;

beveelt dat de op grond van artikel 77c gestelde voorwaarden, de op grond van artikel 77aa lid 4 te verlenen hulp en steun en het op grond van artikel 77aa lid 2 en 3 uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 2.600,- , bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 september 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.600,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 september 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 36 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;

wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade geleden schade tot een bedrag van € 4.340,34, bestaande uit een bedrag van

€ 1.090,34 voor materiële schade en een bedrag van € 3.250,- voor immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan[slachtoffer 2], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 4.340,34, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 53 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen;

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;

wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 6] geleden schade tot een bedrag van € 2.600,- bestaande uit een bedrag van € 1.500,- voor materiële schade en een bedrag van € 1.100,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 6], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 6] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.600,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 36 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;

verklaart verbeurd:

  • -

    1.00 stuk telefoontoestel, merk Blackberry Curve (nr. 2A016 telefoon uit kamer Edgar (165393);

  • -

    1.00 stuk telefoontoestel, kleur zwart, merk Samsung (nr. 2a001 betreft imeinummer Kitty (165400);

  • -

    1.00 stuk harddisk, merk Toshiba px1396e ltb sub2.0 165388, gegevensdrager.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.A.M. van der Heijden, voorzitter (tevens kinderrechter),

mr. M.P.J. Ruijpers en mr. J.J.M. Uitermark, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier D.L. Meyer,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 november 2013.

1 [voetnoten]

2 [voetnoten]

3 [voetnoten]

4 [voetnoten]

5 [voetnoten]

6 [voetnoten]

7 [voetnoten]