Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:12741

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-12-2013
Datum publicatie
23-12-2013
Zaaknummer
AWB-13_861
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat de door eiser gesloten verhuurbemiddelingsovereenkomst op zichzelf voorziet in een doorlopende verhuuropdracht. Echter, op grond van de inhoud van die overeenkomst kan niet worden geconcludeerd dat de verhuuropdracht gedurende het kalenderjaar een zodanige beperking voor eiser met zich brengt dat moet worden gezegd dat de woning niet meer voor eiser beschikbaar wordt gehouden. De overeenkomst sluit het eigen gebruik immers niet uit op de dagen dat de woning niet is verhuurd. De door eiser overgelegde brief van 1 oktober 2013 van Roompot waarin staat dat de niet-verhuurde perioden ter beschikking stonden voor verhuur via Roompot, doet hieraan niet af. Hieruit volgt niet dat het eigen gebruik is uitgesloten. Zoals uit de overeenkomst volgt is Roompot aan te merken als bemiddelaar bij de verhuur van de woning en is de woning niet verhuurd aan Roompot. Evenmin kan worden gezegd dat de beschikkingsmacht over de woning aan Roompot is overgedragen. De omstandigheid dat eiser via Roompot zijn eigen gebruik moet reserveren, maakt evenmin dat het hem niet vrijstond gebruik te maken van de woning als deze niet was verhuurd.

De rechtbank concludeert dat het belastbare feit zich heeft voorgedaan.

De omstandigheid dat verweerder de aan eiser opgelegde aanslag forensenbelasting voor het jaar 2006 heeft vernietigd, maakt niet dat verweerder in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel heeft gehandeld door de aanslag forensenbelasting voor het jaar 2010 op te leggen. Dat er sprake is van gelijk gebleven omstandigheden maakt dit niet anders. Verweerder komt immers de bevoegdheid toe een eerder gemaakte fout – verweerder heeft ter zitting toegelicht dat tot en met 2008 ten onrechte is uitgegaan van het door de eigenaar opgegeven feitelijk gebruik van de woning en dat na 2008 strikt toepassing is gegeven aan de jurisprudentie van de HR – te herstellen en de juiste aansluiting te zoeken bij de jurisprudentie van de HR. Daarbij dient een aanslag forensenbelasting per jaar op zijn eigen merites te worden beoordeeld.

Wetsverwijzingen
Verordening forensenbelasting 2010, geldigheid: 2013-12-23
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: ALK 13/861

uitspraak van de meervoudige kamer van 17 december 2013 in de zaak tussen

[naam], te [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. drs. H. Aydemir),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Bergen, verweerder

(gemachtigden: mr. R. Wiegeraad en N. de Cloe).

Procesverloop

Bij besluit van 15 augustus 2012 heeft verweerder aan eiser voor het jaar 2010 een aanslag forensenbelasting opgelegd ten bedrage van € 704.

Bij uitspraak op bezwaar van 29 maart 2013 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.

Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 oktober 2013. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak verlengd.

Feiten

1.1 Eiser is eigenaar van de gemeubileerde recreatiewoning [adres] te [plaats](hierna: de woning). De woning is gelegen op het Kustpark Egmond aan Zee. Eiser heeft zijn hoofdverblijf in [woonplaats].

1.2 Eiser verhuurt de woning sinds 6 september 2005. Hij is daartoe een beheer- en verhuurovereenkomst aangegaan met Kustpark Egmond aan Zee B.V. als beheerder en met Roompot Service B.V. (hierna: Roompot) als verhuurbemiddelaar. Deze overeenkomst is getekend op 6 september 2005. De overeenkomst is gesloten voor onbepaalde tijd.

1.3 In de overeenkomst is met betrekking tot de verhuur, voor zover hier van belang, het volgende bepaald.

VERHUUR

Artikel 6. Keuze uit overeenkomsten

Eigenaar van een chalet kan kiezen uit drie overeenkomsten, te weten:

- Verhuurbemiddelingsovereenkomst zonder eigen gebruik

- Verhuurbemiddelingsovereenkomst met eigen gebruik

- Volledig eigen gebruik

Verhuurbemiddelingsovereenkomst zonder eigen gebruik

Hierbij kiest Eigenaar ervoor het chalet gedurende het hele jaar te bestemmen voor de verhuur aan derden via Verhuurbemiddelaar.

Verhuurbemiddelingsovereenkomst met eigen gebruik

Hierbij kiest Eigenaar voor de combinatie van eigen gebruik en verhuur aan derden, waarbij

het chalet via Verhuurbemiddelaar wordt verhuurd.

Volledig eigen gebruik

Hierbij kiest Eigenaar ervoor het chalet niet aan derden te verhuren. Hij zal de gebruikers erop wijzen dat zij zich bij aankomst bij de receptie dienen te laten inschrijven, waartegenover Beheerder zich verbindt:

(…)

Zoals breder is omschreven in de eerder gemelde Algemene Akte is het Eigenaar niet

toegestaan het chalet commercieel te verhuren buiten Verhuurbemiddelaar om.

1.4 Verder heeft eiser informatie van Roompot overgelegd over het reserveren voor eigen gebruik. Hierin is het volgende opgenomen.

Eigen gebruik reserveren en annuleren

Bij een overeenkomst waarbij eigen gebruik is toegestaan, kunt u de perioden waarin u zelf over uw recreatieobject wilt beschikken kenbaar maken aan de afdeling

Verhuuradministratie. Alle perioden die u opneemt, moeten overeenkomen met de perioden die staan aangegeven in de brochure of op de nettoprijs. U dient altijd een reservering te maken indien u in uw recreatieobject wilt verblijven. U kunt zelf uw boeking vastleggen middels de persoonlijke eigenarenwebsite. Indien dit niet lukt kunt u contact opnemen met de afdeling Verhuuradministratie. Dit kan telefonisch, per email of per fax.

Indien u via uw persoonlijke eigenarenwebsite boekt, ontvangt u vrijwel direct na het maken van de boeking een voorlopige boekingsbevestiging. Vervolgens controleert de afdeling Verhuuradministratie de gemaakte boeking op juistheid. Hierna ontvangt u een definitieve bevestiging per email. Wij raden u aan deze bevestiging mee te nemen. Wanneer u een eigen gebruiksperiode/periode voor onderhoud wilt laten vervallen, dient u dit schriftelijk aan ons kenbaar te maken, dit kan uiteraard per e-mail.

1.4 In de door eiser ondertekende beheer- en verhuurovereenkomst zijn de opties “verhuurbemiddelingsovereenkomst zonder eigen gebruik” en “volledig eigen gebruik” doorgestreept. In het jaar 2010 heeft eiser de woning gedurende 45 dagen zelf gebruikt. De woning is gedurende 226 dagen verhuurd.

Standpunten van partijen

2.1 Eiser stelt dat uit de door hem overgelegde informatie van Roompot blijkt dat enkel de dagen die hij heeft gereserveerd voor eigen gebruik kunnen meetellen bij de periode gedurende welke hij de woning voor het eigen gebruik beschikbaar houdt. Verder stelt eiser dat uit het door hem overgelegde overzicht blijkt dat de woning voor minder dan 90 dagen voor eigen gebruik beschikbaar is gehouden. Voorts stelt eiser dat de woning niet beschikbaar was voor eigen gebruik in de periode dat de woning niet verhuurd is geweest omdat hij de beschikking over de woning aan Roompot heeft gegeven. Eiser stelt dat hij de woning in 2006 ook minder dan 90 dagen heeft gebruikt en dat verweerder ten aanzien van dat jaar heeft geconstateerd dat ten onrechte een aanslag forensenbelasting is opgelegd. Volgens eiser hanteert verweerder ten aanzien van 2010 een ander beleid. Dit zorgt voor rechtsonzekerheid.

2.2 Verweerder stelt dat de door eiser gesloten overeenkomst eigen gebruik niet verhindert. Uit de opgave van Roompot blijkt dat de woning 45 dagen is gereserveerd voor eigen gebruik. Dit betekent volgens verweerder dat de woning in enige mate door eiser zelf wordt gebruikt en dat de woning alleen de dagen dat de woning is gereserveerd of gebruikt door derden niet voor eiser beschikbaar is. Verweerder stelt dat niet is gebleken dat de verhuur van de woning dusdanig was dat voor 2010 minder dan 90 dagen resteren voor het eigen gebruik, zodat terecht forensenbelasting is opgelegd aan eiser.

Overwegingen

3.1 Op grond van artikel 223 van de Gemeentewet kan een forensenbelasting worden geheven. Met de Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2010 (hierna: de Verordening) heeft de raad van de gemeente Bergen van deze bevoegdheid gebruik gemaakt.

3.2 Op grond van artikel 2 van de Verordening wordt onder de naam forensenbelasting een directe belasting geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.

3.3 Volgens vaste rechtspraak (zie het arrest van de Hoge Raad (HR) van 24 juli 1995, ECLI:NL:HR:1195:AA1657) moet worden aangenomen dat, indien een gemeubileerde woning weliswaar is bestemd voor verhuur maar ook in enige mate door de eigenaar zelf wordt gebruikt, anders dan nodig is om deze voor verhuur gereed te maken en te houden, die woning door de eigenaar voor zich of zijn gezin beschikbaar wordt gehouden voor het gedeelte van het jaar dat eigen gebruik niet in verband met verhuur of aan derden toegekende rechten tot verhuur is uitgesloten.

3.4 De HR heeft in het arrest van 22 december 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AZ4972) overwogen dat slechts dan geen aanslag in de forensenbelasting mag worden opgelegd aan een eigenaar die zijn woning (vrijwel) het gehele jaar aan een derde ter beschikking stelt voor verhuur, (a) indien die eigenaar in het geheel geen gebruik maakte van zijn woning, althans geen ander gebruik dan nodig was om deze voor verhuur gereed te maken en te houden, ofwel (b) (ingeval de woning ook in enige mate door die eigenaar zelf werd gebruikt, anders dan nodig was om deze voor verhuur gereed te maken en te houden), indien de som van het aantal dagen van eigen gebruik en van het aantal dagen waarop de woning niet werd gebruikt, maar waarop deze moet worden geacht door die eigenaar beschikbaar te zijn gehouden voor zich of zijn gezin, niet meer dan negentig is.

4.1 Hoewel eiser stelt dat zijn woning bestemd is voor de verhuur, is niet in geschil dat de woning ook in enige mate door eiser wordt gebruikt, anders dan nodig is om deze voor verhuur gereed te maken en te houden. Vast staat dat eiser de woning in 2010 voor 31 dagen – ter zitting heeft eiser gesteld dat hij 14 dagen heeft benut voor het plegen van onderhoud en verweerder heeft dit niet betwist – heeft gebruikt. Uit bovenstaande arresten volgt dat in dat geval moet worden aangenomen dat die woning door de eigenaar voor zich of zijn gezin beschikbaar wordt gehouden voor het gedeelte van het jaar dat eigen gebruik niet in verband met verhuur of aan derden toegekende rechten tot verhuur is uitgesloten. De rechtbank zal hierna beoordelen of sprake is van dergelijke uitsluiting van eigen gebruik.

4.2 De rechtbank is van oordeel dat de door eiser gesloten verhuurbemiddelingsovereenkomst op zichzelf voorziet in een doorlopende verhuuropdracht. Echter, op grond van de inhoud van die overeenkomst kan niet worden geconcludeerd dat de verhuuropdracht gedurende het kalenderjaar een zodanige beperking voor eiser met zich brengt dat moet worden gezegd dat de woning niet meer voor eiser beschikbaar wordt gehouden. De overeenkomst sluit het eigen gebruik immers niet uit op de dagen dat de woning niet is verhuurd. De door eiser overgelegde brief van 1 oktober 2013 van Roompot waarin staat dat de niet-verhuurde perioden ter beschikking stonden voor verhuur via Roompot, doet hieraan niet af. Hieruit volgt niet dat het eigen gebruik is uitgesloten. Zoals uit de overeenkomst volgt is Roompot aan te merken als bemiddelaar bij de verhuur van de woning en is de woning niet verhuurd aan Roompot. Evenmin kan worden gezegd dat de beschikkingsmacht over de woning aan Roompot is overgedragen. De omstandigheid dat eiser via Roompot zijn eigen gebruik moet reserveren, maakt evenmin dat het hem niet vrijstond gebruik te maken van de woning als deze niet was verhuurd. Vast staat dat de woning in 2010 gedurende 226 dagen verhuurd is geweest en gedurende 45 dagen door eiser is gebruikt, waarvan 14 dagen zijn benut voor het plegen van onderhoud. Dit betekent dat de woning in 2010 gedurende 94 dagen heeft leeggestaan. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen tellen deze dagen mee bij de berekening van de termijn gedurende welke het eigen gebruik niet was uitgesloten. Hieruit vloeit voort dat eiser de woning in 2010 gedurende meer dan 90 dagen voor eigen gebruik ter beschikking stond. De rechtbank concludeert dat het belastbare feit zich heeft voorgedaan.

4.3 De omstandigheid dat verweerder de aan eiser opgelegde aanslag forensenbelasting voor het jaar 2006 heeft vernietigd, maakt niet dat verweerder in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel heeft gehandeld door de aanslag forensenbelasting voor het jaar 2010 op te leggen. Dat er sprake is van gelijk gebleven omstandigheden maakt dit niet anders. Verweerder komt immers de bevoegdheid toe een eerder gemaakte fout – verweerder heeft ter zitting toegelicht dat tot en met 2008 ten onrechte is uitgegaan van het door de eigenaar opgegeven feitelijk gebruik van de woning en dat na 2008 strikt toepassing is gegeven aan de jurisprudentie van de HR – te herstellen en de juiste aansluiting te zoeken bij de jurisprudentie van de HR. Daarbij dient een aanslag forensenbelasting per jaar op zijn eigen merites te worden beoordeeld. Dit betekent dat eiser aan het gegeven dat verweerder in 2007 tot en met 2009 in voorkomende gevallen geen aanslag forensenbelasting heeft opgelegd evenmin rechten kan ontlenen. De door eiser ter zitting genoemde telefonische toezegging van verweerder dat aan hem bij gelijkblijvende omstandigheden geen aanslag forensenbelasting zal worden opgelegd acht de rechtbank niet voldoende geconcretiseerd en heeft geen betrekking op het onderhavige jaar. Bij deze stand van zaken kan bij eiser niet de in rechte te honoreren verwachting zijn gewekt dat verweerder zou afzien van het opleggen van een aanslag forensenbelasting over het jaar 2010. Hetgeen eiser dienaangaande heeft gesteld gaat dus niet op.

5.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder de aanslag forensenbelasting voor het jaar 2010 terecht aan eiser heeft opgelegd. Het beroep is derhalve ongegrond.

6.

Bij deze beslissing is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, voorzitter, mr. drs. C.M. van Wechem en
mr. A.A. Fase, leden, in aanwezigheid van mr. S.C. Jacobs, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2013.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.