Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:12740

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-12-2013
Datum publicatie
10-01-2014
Zaaknummer
AWB-13_599
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is met verweerder van oordeel dat uit de door eiseres gesloten verhuurbemiddelingsovereenkomst blijkt dat eigen gebruik niet is uitgesloten. Verder blijkt uit de verhuurbemiddelingsovereenkomst dat het eigen gebruik vrijwel geen beperkingen kent. Eiseres wordt alleen verhinderd van de woning gebruik te maken tijdens de dagen dat de woning is verhuurd. Dit betekent dat eiseres op elk ander moment in 2010 de woning in de hoedanigheid van eigenaar kon gebruiken. De omstandigheid dat eiseres als zij van de woning gebruik wil maken dat pas op het allerlaatste moment kan doen omdat de verhuurbemiddelaar haar heeft aangeraden niet (ruim) van te voren te reserveren, maakt dit niet anders. Vast staat dat de woning in 2010 gedurende 80 dagen verhuurd is geweest en gedurende 29 dagen door eiseres is gebruikt. Dit betekent dat de woning in 2010 gedurende 256 dagen heeft leeggestaan. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen tellen deze dagen mee bij de berekening van de periode gedurende welke de woning beschikbaar is gehouden voor eiseres en haar gezin. Hieruit vloeit voort dat de woning in 2010 eiseres gedurende meer dan 90 dagen voor eigen gebruik ter beschikking stond. De rechtbank concludeert dat het belastbare feit zich heeft voorgedaan. De stelling van eiseres dat het redelijker is toeristenbelasting te heffen doet daaraan geen afbreuk.

Wetsverwijzingen
Gemeentewet, geldigheid: 2014-01-10
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: ALK 13/599

uitspraak van de meervoudige kamer van 17 december 2013 in de zaak tussen

[naam 1] te [woonplaats], eiseres

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Bergen, verweerder

(gemachtigden: mr. R. Wiegeraad en N. de Cloe).

Procesverloop

Bij besluit van 15 augustus 2012 heeft verweerder aan eiseres voor het jaar 2010 een aanslag forensenbelasting opgelegd ten bedrage van € 413,60.

Bij uitspraak op bezwaar van 29 maart 2013 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.

Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 oktober 2013. Eiseres is in persoon verschenen en bijgestaan door haar echtgenoot [naam 2] Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak verlengd.

Feiten

1.1 Eiseres is eigenaar van de gemeubileerde recreatiewoning [adres] te [plaats](hierna: de woning). De woning is gelegen op het recreatiepark De Woudhoeve. Eiseres heeft haar hoofdverblijf in Almere.

1.2 Eiseres verhuurt de woning via de beheerder van het recreatiepark. Zij is daartoe een verhuurovereenkomst aangegaan die op 23 maart 2006 is ondertekend. Deze overeenkomst is voor onbepaalde tijd aangegaan.

1.3 In deze overeenkomst is met betrekking tot de verhuur het navolgende bepaald:

Artikel 1

a. De eigenaar verstrekt de opdracht, gelijk de beheerder deze aanvaardt, tot beheer en exploitatie van chalet met kavel nr. 145; met het doel dit chalet optimaal te exploiteren.

b. De eigenaar zal de chalet gedurende de looptijd van deze overeenkomst ook voor
privé-doeleinden kunnen gebruiken.

Artikel 2

De eigenaar zal steeds zo snel mogelijk per fax/brief/e-mail opgeven welke huurder(s) c.q. gebruiker(s) voor het (de) chalet(s) is (zijn) geboekt en gereserveerd. De beheerder zal d.m.v. een bijlage bij de periodieke huurafrekening opgeven welke huurder(s) c.q. gebruiker(s) voor de chalet(s) is zijn geboekt en gereserveerd. Schade als gevolg van dubbele boekingen komt ten laste van de partij die deze meldplicht niet is nagekomen.

1.4 In het jaar 2010 heeft eiseres gedurende 29 dagen de woning zelf gebruikt. De woning is gedurende 88 dagen verhuurd geweest.

Standpunten van partijen

2.1 Eiseres stelt dat zij de woning het gehele jaar ter beschikking heeft gesteld aan het verhuurbedrijf om de woning zo optimaal mogelijk te exploiteren. Eiseres stelt dat het verhuurbedrijf heeft aangegeven dat het ondoenlijk is indien zij, als eigenaar, van te voren de woning voor eigen gebruik reserveert. Zij geeft aan dat voor haar dan enkel de mogelijkheid rest om op het allerlaatste moment naar de woning te gaan. Eiseres stelt dat zij in Almere woont en werkt en dat zij onmogelijk vrij kan nemen als de woning toevallig beschikbaar is voor eigen gebruik. Eiseres meent dat het redelijker is om van haar toeristenbelasting te heffen.

2.2 Verweerder stelt dat het eigen gebruik niet is uitgesloten in de overeenkomst en dat de woning ook door eiseres wordt gebruikt. Dit brengt volgens verweerder met zich mee dat dient te worden aangenomen dat de woning voor eiseres of haar gezin beschikbaar wordt gehouden voor het gedeelte van het jaar dat het eigen gebruik niet in verband met verhuur is uitgesloten. Verweerder stelt dat de woning in 2010 meer dan 90 dagen door eiseres ter beschikking is gehouden.

Overwegingen

3.1 Op grond van artikel 223 van de Gemeentewet kan een forensenbelasting worden geheven. Met de Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2010 (hierna: de Verordening) heeft de raad van de gemeente Bergen van deze bevoegdheid gebruik gemaakt.

3.2 Op grond van artikel 2 van de Verordening wordt onder de naam forensenbelasting een directe belasting geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.

3.3 Volgens vaste rechtspraak (zie het arrest van de Hoge Raad van 24 juli 1995, ECLI:HR:1995: AA1657) moet worden aangenomen dat, indien een gemeubileerde woning weliswaar is bestemd voor verhuur maar ook in enige mate door de eigenaar zelf wordt gebruikt, anders dan nodig is om deze voor verhuur gereed te maken en te houden, die woning door de eigenaar voor zich of zijn gezin beschikbaar wordt gehouden voor het gedeelte van het jaar dat eigen gebruik niet in verband met verhuur of aan derden toegekende rechten tot verhuur is uitgesloten.

3.4 De Hoge Raad heeft in het arrest van 22 december 2006 (ECLI:HR:2006: AZ4972) overwogen dat slechts dan geen aanslag in de forensenbelasting mag worden opgelegd aan een eigenaar die zijn woning (vrijwel) het gehele jaar aan een derde ter beschikking stelt voor verhuur, (a) indien die eigenaar in het geheel geen gebruik maakte van zijn woning, althans geen ander gebruik dan nodig was om deze voor verhuur gereed te maken en te houden, ofwel (b) (ingeval de woning ook in enige mate door die eigenaar zelf werd gebruikt, anders dan nodig was om deze voor verhuur gereed te maken en te houden), indien de som van het aantal dagen van eigen gebruik en van het aantal dagen waarop de woning niet werd gebruikt, maar waarop deze moet worden geacht door die eigenaar beschikbaar te zijn gehouden voor zich of zijn gezin, niet meer dan negentig is.

4.1 Eiseres stelt ter zitting dat zij de woning in 2010 gedurende 29 dagen heeft gebruikt voor het plegen van onderhoud aan de woning. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat het plaatsen van windschermen en het repareren van de vlotter van het toilet 16 dagen respectievelijk 13 dagen in beslag hebben genomen. De rechtbank houdt het er daarom voor dat eiseres de woning in 2010 (ook) in enige mate heeft gebruikt, anders dan nodig is om deze voor verhuur gereed te maken en te houden. Uit bovenvermelde arresten volgt dat in dat geval moet worden aangenomen dat die woning door de eigenaar voor zich of zijn gezin beschikbaar wordt gehouden voor het gedeelte van het jaar dat eigen gebruik niet in verband met verhuur of aan derden toegekende rechten tot verhuur is uitgesloten. De rechtbank zal hierna beoordelen of sprake is van dergelijke uitsluiting van eigen gebruik.

4.2 De rechtbank is met verweerder van oordeel dat uit de door eiseres gesloten verhuurbemiddelingsovereenkomst blijkt dat eigen gebruik niet is uitgesloten. Verder blijkt uit de verhuurbemiddelingsovereenkomst dat het eigen gebruik vrijwel geen beperkingen kent. Eiseres wordt alleen verhinderd van de woning gebruik te maken tijdens de dagen dat de woning is verhuurd. Dit betekent dat eiseres op elk ander moment in 2010 de woning in de hoedanigheid van eigenaar kon gebruiken. De omstandigheid dat eiseres als zij van de woning gebruik wil maken dat pas op het allerlaatste moment kan doen omdat de verhuurbemiddelaar haar heeft aangeraden niet (ruim) van te voren te reserveren, maakt dit niet anders. Vast staat dat de woning in 2010 gedurende 80 dagen verhuurd is geweest en gedurende 29 dagen door eiseres is gebruikt. Dit betekent dat de woning in 2010 gedurende 256 dagen heeft leeggestaan. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen tellen deze dagen mee bij de berekening van de periode gedurende welke de woning beschikbaar is gehouden voor eiseres en haar gezin. Hieruit vloeit voort dat de woning in 2010 eiseres gedurende meer dan 90 dagen voor eigen gebruik ter beschikking stond. De rechtbank concludeert dat het belastbare feit zich heeft voorgedaan. De stelling van eiseres dat het redelijker is toeristenbelasting te heffen doet daaraan geen afbreuk.

5.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder de aanslag forensenbelasting voor het jaar 2010 terecht aan eiseres heeft opgelegd. Het beroep is derhalve ongegrond.

6.

Bij deze beslissing is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A. Fase, voorzitter, mr. drs. C.M. van Wechem en
mr. W.B. Klaus, leden, in aanwezigheid van mr. S.C. Jacobs, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2013.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.