Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:12597

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-12-2013
Datum publicatie
19-12-2013
Zaaknummer
438972 CV EXPL 13-1341
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De Stichting Westfriese Flora Bovenkarspel hoeft geen onkostenvergoeding te betalen voor reis- en verblijfkosten in Rusland

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Hoorn

Zaaknr/rolnr.: 438972 CV EXPL 13-1341

Uitspraakdatum: 16 december 2013

Vonnis in de zaak van:

[naam], wonende te [plaats]

eisende partij

verder ook te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. G.T. Flapper, advocaat te Amsterdam

tegen

de stichting Stichting Westfriese Flora Bovenkarspel, gevestigd te Enkhuizen

gedaagde partij

verder te noemen: SWFB

gemachtigde: mr. S. Koot, verbonden aan ARAG te Amsterdam

en

[naam ged. sub 2], wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

verder te noemen: [Z]

procederend in persoon.

Het procesverloop

1.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 1 mei 2013 een vordering ingesteld. SWFB en [Z] hebben schriftelijk geantwoord. Na beraad heeft de kantonrechter bij vonnis van 8 juli 2013 een verschijning van partijen ter terechtzitting bevolen.

2.

Die zitting heeft plaatsgevonden op 21 november 2013, waar [eiser] is verschenen, vergezeld door zijn echtgenote en zoon, en bijgestaan door mr. Flapper, en waar voor SWFB zijn verschenen voorzitter [A], bestuurslid [B], penningmeester [C], en voormalig medewerkers [D], [E] en [F], bijgestaan door mr. Koot, en waar ook [Z] is verschenen. Met het oog op de zitting heeft [eiser] bij brief van 12 november 2013 nog nadere stukken overgelegd. Partijen hebben hun standpunt ter zitting toegelicht, [eiser] aan de hand van een pleitnota.

3.

Vervolgens is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

De feiten

4.

In een verslag van een bestuursvergadering van SWFB van 6 augustus 2012 is onder meer vermeld dat [eiser] samen met mevrouw [X] bezig is om het Holland Flowers Festival – later: Holland Food & Flowers – van SWFB, dat zou plaatsvinden in februari/maart 2013, in Rusland bekend te maken. Daarbij is ten aanzien van de reiskosten van [eiser] naar Rusland het volgende neergelegd in het verslag:

“Omdat thans nog geen ruimte in de begroting is voor meer uitgaven t.a.v. het thema is de volgende afspraak gemaakt omtrent Rusland themakosten tussen [Z*] (naar de kantonrechter begrijpt: [Z]) en [eiser*] (naar de kantonrechter begrijpt: [eiser]): [eiser*] en [X*] (naar de kantonrechter begrijpt: mevrouw [X]) betalen de reis- en verblijfkosten van, naar en in Rusland zelf. Zij gaan een inspanning verrichten om voor de themagerichte kosten één of meer sponsor(s)(en) (in de vorm van bedrijven) te vinden. Als dit lukt zullen van deze sponsorgelden als eerste de onkosten van [eiser*] en [X*] betaald worden, deze worden in dat geval gedeclareerd. Mocht het vinden van sponsoren niet lukken dan is afgesproken dat de mogelijkheid wordt onderzocht of de stichting deze onkosten op enigerwijze (gedeeltelijk) kan vergoeden, hiertoe is voor de stichting echter niet verplicht”.

5.

Bij brief van 13 december 2012 heeft de advocaat van [eiser] aan SWFB meegedeeld dat [eiser] aanspraak maakt op betaling van € 14.666,78 aan onkosten die hij heeft gemaakt vanwege reizen en verblijf naar en in Rusland ten behoeve van SWFB.

6.

SWFB heeft in een brief van 20 december 2012 aan de advocaat van [eiser] meegedeeld dat zij niet overgaat tot vergoeding van de kosten.

Het geschil

7.

[eiser] vordert – na vermeerdering van eis – dat SWFB en [Z] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van € 15.260,82. Daarbij stelt [eiser] – kort weergegeven – dat hij met SWFB is overeengekomen dat de kosten van zijn reizen en verblijf naar en in Rusland ten behoeve van het Holland Flowers Festival door SWFB zouden worden vergoed en dat SWFB die overeenkomst moet nakomen. Voor zover geen sprake is van een overeenkomst, handelt SWFB volgens [eiser] onrechtmatig door de onkosten niet te vergoeden, en vordert [eiser] genoemd bedrag als schadevergoeding. Ten aanzien van [Z] stelt [eiser] dat [Z] als (voormalig) bestuurder van SWFB persoonlijk aansprakelijk is voor betaling van het bedrag van € 15.260,82.

8.

SWFB voert aan – samengevat – dat er geen sprake is van de door [eiser] gestelde overeenkomst en dat zij ook niet onrechtmatig handelt. Onder verwijzing naar het verslag van de bestuursvergadering van SWFB van 6 augustus 2012 stelt SWFB dat juist is afgesproken dat zij niet verplicht is tot het betalen van een onkostenvergoeding. [Z] heeft zich aangesloten bij het standpunt van SWFB en heeft ook gesteld dat hij niet inziet waarom hij als bestuurder persoonlijk aansprakelijk zou zijn.

9.

Bij de beoordeling wordt zo nodig nog nader ingegaan op de standpunten van partijen.

De beoordeling

10.

In deze zaak gaat het om de vraag of SWFB en [Z] hoofdelijk moeten worden veroordeeld tot betaling aan [eiser] van € 15.260,82.

11.

[eiser] heeft erkend dat tussen hem en SWFB, waar het gaat om de kosten van zijn reizen en verblijf naar en in Rusland ten behoeve van het Holland Flowers Festival, de afspraken zijn gemaakt zoals verwoord in het hiervoor geciteerde verslag van de bestuursvergadering van SWFB van 6 augustus 2012. Uitgaande van dat verslag moet naar het oordeel van de kantonrechter worden geconcludeerd dat tussen [eiser] en SWFB niet is overeengekomen dat de reis- en verblijfkosten van [eiser] zouden worden vergoed door SWFB. Blijkens dat verslag is immers afgesproken dat [eiser] zijn reis- en verblijfkosten zelf betaalt, en dat SWFB, indien geen sponsoren worden gevonden, de mogelijkheid van vergoeding van onkosten wel zal onderzoeken, maar niet verplicht is tot een dergelijke vergoeding. Zowel de bewoordingen van de afspraak als de strekking daarvan zijn duidelijk, en [eiser] heeft niet gesteld dat er sprake is geweest van een andere partijbedoeling. Nu uit de overeenkomst tussen partijen niet volgt dat SWFB de reis- en verblijfkosten aan [eiser] moet vergoeden, kan SWFB ook niet worden veroordeeld tot betaling van die kosten.

12.

Naar de kantonrechter begrijpt, stelt [eiser] zich daarnaast op het standpunt dat SWFB is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst tussen partijen, omdat SWFB [eiser] heeft belemmerd in het vinden van sponsoren en zich onvoldoende heeft ingespannen om de mogelijkheid van een vergoeding te onderzoeken. De kantonrechter volgt [eiser] niet in dit standpunt, waartoe het volgende wordt overwogen.

13.

[eiser] heeft onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd dat SWFB het vinden van sponsoren heeft belemmerd. [eiser] heeft geen stukken overgelegd waaruit volgt dat er potentiële sponsoren zijn afgehaakt, en zo ja, welke. Evenmin zijn gegevens naar voren gebracht waaruit kan worden afgeleid dat dit afhaken te wijten zou zijn aan SWFB. De kantonrechter kan verder in het midden laten of het belemmeren door SWFB van het vinden van sponsoren vervolgens een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst zou opleveren.

14.

Voor de stelling van [eiser] dat SWFB zich niet heeft ingespannen om de mogelijkheid van een vergoeding te onderzoeken, is ook onvoldoende steun te vinden in de stukken. Blijkens een brief van 15 november 2012 heeft SWFB aan [eiser] meegedeeld dat het rendement van zijn activiteiten zal worden getoetst en dat aan de hand daarvan een vergoeding kan worden betaald. In een brief van SWFB van 16 november 2012 is vervolgens aan [eiser] gevraagd om in dit kader een voorstel te doen en nadere gegevens te verstrekken. [eiser] heeft daarop in een brief van 19 november 2012 gereageerd met de mededeling dat hij geen voorstel zal doen, waarbij hij kennelijk het standpunt heeft ingenomen dat de brief van SWFB van 16 november 2012 niet van de juiste opdrachtgever kwam. Nu de brief van 16 november 2012 was ondertekend door [Z], de toenmalige voorzitter van SWFB, is dat standpunt van [eiser] niet te volgen. Gelet op het voorgaande heeft [eiser] zelf een nader onderzoek door SWFB naar de mogelijkheid van een onkostenvergoeding verhinderd. Er kan dan ook niet worden geoordeeld dat SWFB haar inspanningsverplichting, voor zover deze bestaat, heeft geschonden. Overigens, ook indien zou moeten worden geconcludeerd dat SWFB zich onvoldoende heeft ingespannen, betekent dat nog niet dat zij ook gehouden is tot vergoeding van de onkosten van [eiser]. De overeenkomst tussen SWFB en [eiser] strekt er immers toe dat SWFB hoe dan ook niet verplicht was een dergelijke vergoeding te betalen.

15.

De kantonrechter ziet gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ook geen grond om te oordelen dat SWFB onrechtmatig heeft gehandeld door de onkosten van [eiser] niet te vergoeden. Dat SWFB wel de onkosten van [X**] heeft vergoed, maakt de weigering van SWFB ten aanzien van [eiser] niet onrechtmatig, omdat SWFB de vergoeding aan [X**] alleen heeft betaald onder druk van een faillissementsaanvraag en onder protest, en zich nog beraadt op de mogelijkheid de betaalde vergoeding van [X**] terug te vorderen. De omstandigheid dat SWFB onkosten van [Z] voor reizen en verblijf naar en in Rusland heeft betaald, leidt niet tot een andere conclusie, omdat er ten aanzien van die kosten onbetwist door SWFB is gesteld dat daarover wel een afspraak bestond.

16.

De conclusie is dat de vordering jegens SWFB wordt afgewezen. Daaruit volgt dat ook de vordering tegen [Z] wordt afgewezen, waarbij de kantonrechter opmerkt dat niet wordt toegekomen aan de vraag of [Z] als voormalige bestuurder aansprakelijk is.

17.

Nu [eiser] ongelijk krijgt, moet hij de proceskosten van SWFB en [Z] betalen.

De beslissing

De kantonrechter:

Wijst de vorderingen af.

Veroordeelt [eiser] in de proceskosten van SWFB en [Z], die tot heden voor SWFB worden vastgesteld op een bedrag van € 600,00 voor salaris van de gemachtigde van SWFB, en voor [Z] op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 16 december 2013 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter