Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:12591

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-12-2013
Datum publicatie
09-01-2014
Zaaknummer
AWB-13_909
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is met verweerder van oordeel dat uit de verhuurbemiddelingsovereenkomst blijkt dat eigen gebruik niet is uitgesloten. Eiser is alleen verhinderd de woning vóór 1 november van het daaropvolgende jaar voor eigen gebruik in het volgende jaar te reserveren als de woning met voorkeur is geboekt en is bij last minute boekingen verhinderd de woning te gebruiken tijdens de dagen dat de woning is verhuurd. Op ieder ander moment kan eiser de woning in de hoedanigheid van eigenaar gebruiken. Vast staat dat de woning in 2010 gedurende 137 dagen verhuurd is geweest en gedurende 5 dagen door eiser is gebruikt. Dit betekent dat de woning in 2010 gedurende 223 dagen heeft leeggestaan. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen tellen deze dagen mee bij de berekening van de periode gedurende welke de woning beschikbaar is gehouden voor eiser en zijn gezin. Hieruit vloeit voort dat de woning in 2010 eiser gedurende meer dan 90 dagen voor eigen gebruik ter beschikking stond. De rechtbank concludeert dat het belastbare feit zich heeft voorgedaan.

Eiser heeft voorts ter zitting naar voren gebracht dat hij naast onroerende-zaakbelastingen voor de forensenbelasting wordt aangeslagen en dat in zoverre sprake is van een ongelijke behandeling ten aanzien van inwoners van de gemeente Bergen. De rechtbank overweegt dat de onroerende-zaakbelastingen hun grondslag vinden in artikel 220 van de Gemeentewet en de forensenbelasting in artikel 223 van de Gemeentewet en de daarop gebaseerde Verordening. Deze omstandigheid maakt naar het oordeel van de rechtbank dat verweerder de bevoegdheid heeft om deze twee belastingen naast elkaar te heffen. Daarbij kan van een inwoner van de heffende gemeente op grond van de Gemeentewet geen aanslag forensenbelasting worden opgelegd. Van vergelijkbare gevallen die ongelijk zijn behandeld is gelet op genoemde bepalingen in de Gemeentewet geen sprake. Voor zover eiser bedoelt te betogen dat de wetgeving in dezen onverbindend moet worden verklaard wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijke wetgeving, volgt de rechtbank hem evenmin. Het beroep faalt ook in zoverre.

Wetsverwijzingen
Gemeentewet, geldigheid: 2014-01-09
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: ALK 13/909

uitspraak van de meervoudige kamer van 17 december 2013 in de zaak tussen

[naam] te [woonplaats], eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Bergen, verweerder

(gemachtigden: mr. R. Wiegeraad en N. de Cloe).

Procesverloop

Bij besluit van 15 augustus 2012 heeft verweerder aan eiser voor het jaar 2010 een aanslag forensenbelasting opgelegd ten bedrage van € 1.223,20.

Bij uitspraak op bezwaar van 4 april 2013 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.

Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 oktober 2013. Eiser is in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak verlengd.

Feiten

1.1 Eiser is eigenaar van de gemeubileerde recreatiewoning [adres 1] te [plaats](hierna: de woning). De woning is gelegen op het recreatiepark Résidence Koningshof. Eiser heeft zijn hoofdverblijf in Hilversum.

1.2 Eiser verhuurt de woning via verhuurbemiddelingsorganisatie Hogenboom Vakantieparken. Hij is daartoe met Hogenboom Vakantieparken een verhuurbemiddelingsovereenkomst aangegaan die op 9 juli 2008 is ondertekend. Deze overeenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd voor de duur van één jaar ingaande 1 juni 2008 of zoveel eerder of later dat de woning gereed is voor verhuur, met dien verstande dat de overeenkomst daarna onder dezelfde voorwaarden wordt verlengd, met een termijn van telkens één jaar.

1.3 In de overeenkomst is met betrekking tot de verhuur, voor zover hier van belang, het navolgende bepaald:

Artikel 1 VERHUURBEMIDDELING

1.1. De eigenaar verleent hierbij aan Hogenboom Vakantieparken, die verklaart te aanvaarden, het exclusieve recht om op naam van Hogenboom Vakantieparken en voor rekening en risico van de eigenaar zijn recreatiebungalow, staande en gelegen op Résidence Koningshof, te verhuren aan derden.

1.2. De eigenaar mag de recreatiebungalow gebruiken voor eigen gebruik. De eigenaar dient elk jaar voor 1 november Hogenboom Vakantieparken schriftelijk te informeren, wanneer hij in het daaropvolgende jaar de recreatiebungalow voor eigen gebruik wenst te gebruiken. De perioden die door een gast met voorkeur geboekt zijn, zijn uitgesloten voor eigen gebruik. Last-minute eigen gebruik is alleen mogelijk bij alsdan gebleken beschikbaarheid met een aanvraagtermijn van minimaal twee dagen en maximaal veertien dagen. Indien de recreatiebungalow niet op bovengenoemde wijze wordt gereserveerd, wordt de eigenaar geacht niet zelf van de recreatiebungalow gebruik te willen maken.

Artikel 5 Financiële Afwikkeling

5.1. Voor zover mogelijk zal Hogenboom Vakantieparken streven naar een zo gelijk mogelijke verdeling van de boekingen over de bungalows, met dien verstande dat door voorkeursboekingen dit beginsel niet altijd gehandhaafd kan worden.

1.4 In het jaar 2010 heeft eiser de woning gedurende 5 dagen gebruikt. De woning is gedurende 137 dagen verhuurd geweest.

Standpunten van partijen

2.1 Eiser stelt zich op het standpunt dat de termijn voor het doen van uitspraak op bezwaar is overschreden en dat het beroep om die reden gegrond moet worden verklaard. Eiser stelt voorts dat er sprake is van een continue verhuuropdracht en dat uit de overeenkomst ook blijkt dat het de bedoeling is de woning zoveel mogelijk te verhuren. Hij geeft aan dat hij hiervoor ook kosten maakt door bijvoorbeeld op de website “Fijn op vakantie” te adverteren. Eiser is van mening dat het nooit de bedoeling kan zijn geweest om forensenbelasting te heffen als hij de woning niet 275 dagen heeft verhuurd en er zelf maar bijvoorbeeld 1 nacht heeft verbleven. Verder stelt eiser dat hij vanwege zijn drukke bezigheden niet in staat is de woning voor zichzelf ter beschikking te houden. Hij heeft de woning niet voor eigen gebruik gekocht. Het aantal dagen dat hij de woning gebruikt toont dit ook aan. De dagen dat hij in de woning heeft verbleven zijn benut voor het doen van onderhoud. Ten slotte beroept eiser zich op het gelijkheidsbeginsel.

2.2 Verweerder stelt dat uit de overeenkomst blijkt dat eiser ook zelf mag beschikken over de woning. Verder stelt verweerder dat uit de door eiser overgelegde reserveringsbevestiging blijkt dat de beperkingen ten aanzien van de reserveringen voor het eigen gebruik niet worden nageleefd door Hogenboom Vakantieparken. Dit betekent volgens verweerder dat de woning op elk moment kan worden gereserveerd en dat er geen beperkingen ten aanzien van het eigen gebruik zijn behoudens de reeds gemaakte reserveringen door derden. Verweerder stelt dat dit maakt dat de woning alleen de dagen dat de woning daadwerkelijk is verhuurd niet voor eiser (en zijn gezin) beschikbaar is. Dat betrof in 2010 137 dagen, zodat eiser (en zijn gezin) de woning meer dan 90 dagen ter beschikking had. De stelling van eiser dat hij tijdens zijn verblijf mede onderhoud heeft gepleegd aan de woning doet hieraan niet af omdat hij ook in de woning heeft overnacht en gerecreëerd.

Overwegingen

3.

Eiser stelt dat zijn beroep reeds gegrond moet worden verklaard omdat verweerder de termijn voor het doen van een uitspraak op bezwaar heeft overschreden. De rechtbank overweegt dat eiser in dit verband afzonderlijke rechtsmiddelen ter beschikking staan, namelijk om na een ingebrekestelling in beroep te gaan tegen het niet-tijdig doen van een uitspraak op bezwaar. Van deze beroepsmogelijkheid heeft eiser geen gebruik gemaakt, zodat deze beroepsgrond reeds om die reden niet slaagt.

4.1

Op grond van artikel 223 van de Gemeentewet kan een forensenbelasting worden geheven. Met de Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2010 (hierna: de Verordening) heeft de raad van de gemeente Bergen van deze bevoegdheid gebruik gemaakt.

4.2

Op grond van artikel 2 van de Verordening wordt onder de naam forensenbelasting een directe belasting geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.

4.3

Volgens vaste rechtspraak (zie het arrest van de Hoge Raad van 24 juli 1995, ECLI:HR:1995:AA1657) moet worden aangenomen dat, indien een gemeubileerde woning weliswaar is bestemd voor verhuur maar ook in enige mate door de eigenaar zelf wordt gebruikt, anders dan nodig is om deze voor verhuur gereed te maken en te houden, die woning door de eigenaar voor zich of zijn gezin beschikbaar wordt gehouden voor het gedeelte van het jaar dat eigen gebruik niet in verband met verhuur of aan derden toegekende rechten tot verhuur is uitgesloten.

4.4

De Hoge Raad heeft in het arrest van 22 december 2006 (ECLI:HR:2006:AZ4972), overwogen dat slechts dan geen aanslag in de forensenbelasting mag worden opgelegd aan een eigenaar die zijn woning (vrijwel) het gehele jaar aan een derde ter beschikking stelt voor verhuur, (a) indien die eigenaar in het geheel geen gebruik maakte van zijn woning, althans geen ander gebruik dan nodig was om deze voor verhuur gereed te maken en te houden, ofwel (b) (ingeval de woning ook in enige mate door die eigenaar zelf werd gebruikt, anders dan nodig was om deze voor verhuur gereed te maken en te houden), indien de som van het aantal dagen van eigen gebruik en van het aantal dagen waarop de woning niet werd gebruikt, maar waarop deze moet worden geacht door die eigenaar beschikbaar te zijn gehouden voor zich of zijn gezin, niet meer dan negentig is.

5.1

Eiser stelt dat hij de woning in 2010 slechts gedurende 5 dagen heeft gebruikt voor het plegen van onderhoud. Hij heeft naar het oordeel van de rechtbank echter niet aannemelijk gemaakt dat hij de gehele periode van 21 tot en met 25 mei 2010 uitsluitend voor onderhoud heeft benut. De door eiser overgelegde bewijsstukken, een aankoopbon voor een wasmachine op 28 januari 2010 en een tweetal nota’s van Residence Koningshof van 26 mei 2010 voor een reparatie respectievelijk het vervangen van baterijen, zijn daartoe onvoldoende. De rechtbank heeft voorts betrokken de omstandigheid dat eiser in de periode van 21 mei tot en met 25 mei 2010 met zijn gehele gezin met 3 schoolgaande kinderen van de woning gebruik heeft gemaakt. De rechtbank houdt het er daarom voor dat eiser de woning in 2010 ook heeft gebruikt, anders dan nodig is om deze voor verhuur gereed te maken en te houden. Uit bovenstaande arresten volgt dat in dat geval moet worden aangenomen dat die woning door de eigenaar voor zich of zijn gezin beschikbaar wordt gehouden voor het gedeelte van het jaar dat eigen gebruik niet in verband met verhuur of aan derden toegekende rechten tot verhuur is uitgesloten. De rechtbank zal hierna beoordelen of sprake is van een dergelijke uitsluiting van eigen gebruik.

5.2

De rechtbank is met verweerder van oordeel dat uit de verhuurbemiddelingsovereenkomst blijkt dat eigen gebruik niet is uitgesloten. Eiser is alleen verhinderd de woning vóór 1 november van het daaropvolgende jaar voor eigen gebruik in het volgende jaar te reserveren als de woning met voorkeur is geboekt en is bij last minute boekingen verhinderd de woning te gebruiken tijdens de dagen dat de woning is verhuurd. Op ieder ander moment kan eiser de woning in de hoedanigheid van eigenaar gebruiken. Vast staat dat de woning in 2010 gedurende 137 dagen verhuurd is geweest en gedurende 5 dagen door eiser is gebruikt. Dit betekent dat de woning in 2010 gedurende 223 dagen heeft leeggestaan. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen tellen deze dagen mee bij de berekening van de periode gedurende welke de woning beschikbaar is gehouden voor eiser en zijn gezin. Hieruit vloeit voort dat de woning in 2010 eiser gedurende meer dan 90 dagen voor eigen gebruik ter beschikking stond. De rechtbank concludeert dat het belastbare feit zich heeft voorgedaan.

6.

Het door eiser ter zitting gedane beroep op het gelijkheidsbeginsel door te wijzen op de uitspraak op bezwaar over de aanslag van forensenbelasting voor het jaar 2009 ten aanzien van de woning gelegen aan de [adres 2] te [plaats] gaat naar het oordeel van de rechtbank niet op. Uit de betreffende uitspraak op bezwaar maakt de rechtbank op dat de eigenaar van deze woning in het geheel geen gebruik heeft gemaakt van deze woning en dat de woning alleen verhuurd is geweest. Gelet hierop kan niet staande worden gehouden dat er sprake is van vergelijkbare gevallen die ongelijk zijn behandeld.

7.

Eiser heeft voorts ter zitting naar voren gebracht dat hij naast onroerende-zaakbelastingen voor de forensenbelasting wordt aangeslagen en dat in zoverre sprake is van een ongelijke behandeling ten aanzien van inwoners van de gemeente Bergen. De rechtbank overweegt dat de onroerende-zaakbelastingen hun grondslag vinden in artikel 220 van de Gemeentewet en de forensenbelasting in artikel 223 van de Gemeentewet en de daarop gebaseerde Verordening. Deze omstandigheid maakt naar het oordeel van de rechtbank dat verweerder de bevoegdheid heeft om deze twee belastingen naast elkaar te heffen. Daarbij kan van een inwoner van de heffende gemeente op grond van de Gemeentewet geen aanslag forensenbelasting worden opgelegd. Van vergelijkbare gevallen die ongelijk zijn behandeld is gelet op genoemde bepalingen in de Gemeentewet geen sprake. Voor zover eiser bedoelt te betogen dat de wetgeving in dezen onverbindend moet worden verklaard wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijke wetgeving, volgt de rechtbank hem evenmin. Het beroep faalt ook in zoverre.

8.

De rechtbank is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, van oordeel dat verweerder de aanslag forensenbelasting voor het jaar 2010 terecht aan eiser heeft opgelegd. Het beroep is derhalve ongegrond.

9.

Bij deze beslissing is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A. Fase, voorzitter, mr. drs. C.M. van Wechem en
mr. W.B. Klaus, leden, in aanwezigheid van mr. S.C. Jacobs, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2013.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.