Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:12578

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-12-2013
Datum publicatie
11-03-2014
Zaaknummer
C/15/199539 / FA RK 13-222
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Adoptie (199539)

De rechtbank heeft op grond van de overgelegde stukken de overtuiging dat de verzochte adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige is. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de minderjarige thans en voor de toekomst -naar redelijkerwijs is te voorzien- niets meer van de draagmoeder in haar hoedanigheid van ouder te verwachten heeft

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Familie & Jeugd

adoptie

zaak-/rekestnr.: C/15/199539 / FA RK 13-222

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 18 december 2013

gegeven op het verzoek van:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

hierna mede te noemen: verzoeker,

advocaat: mr. M.M. Schoots, kantoorhoudende te Amsterdam,

strekkende tot adoptie van:

[minderjarige],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], India,

hierna mede te noemen: de minderjarige.

Als belanghebbende worden aangemerkt:

- [belanghebbende], hierna mede te noemen [belanghebbende];

- de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente ’s-Gravenhage, hierna mede te noemen: de ambtenaar.

1 Verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van verzoeker, ingekomen op 18 januari 2013;

- de brief van de ambtenaar van 22 april 2013;

- de brief van de ambtenaar van 6 juni 2013;

- het aanvullend verzoekschrift, met bijlagen, houdende wijziging van het verzoek en/of de gronden ervan alsmede vermeerdering van het verzoek ex artikel 283 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering van verzoeker en [belanghebbende], ingekomen op 22 oktober 2013.

2 Het verzoek

2.1

Bij het op 18 januari 2013 ingediende verzoekschrift van verzoeker wordt primair verzocht de adoptie van de minderjarige uit te spreken.

Subsidiair wordt verzocht de behandeling van het verzoek aan te houden tot 6 februari 2013 indien de rechtbank van oordeel is dat de beslissing van 6 november 2012 waarbij [belanghebbende] is belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarige in kracht van gewijsde moet zijn gegaan.

2.2

Bij het op 22 oktober 2013 ingediende aanvullend verzoekschrift verzoeken verzoeker en [belanghebbende]:

I. de geboortegegevens van de minderjarige als volgt vast te stellen:

- Naam: [minderjarige];

- Dag van geboorte: [geboortedatum];

- Plaats van geboorte: [geboorteplaats];

- Geslacht: mannelijk;

- Zoon van: Vader: [vader];

Moeder: [moeder];

en de inschrijving daarvan te gelasten;

II. voor recht te verklaren dat de ontkenning van het vaderschap van [vader] door de Decree of the court of the civil Judge junior division, Vasai, India van 5 augustus 2010 van rechtswege wordt erkend ex. artikel 10:100 jo 1:26 van het Burgerlijk Wetboek (hierna BW);

III. primair: voor recht te verklaren dat de erkenning op 29 november 2011 van [minderjarige] door [belanghebbende] rechtsgeldig is verricht als gevolg waarvan[belanghebbende] juridisch vader van [minderjarige] is geworden;

subsidiair: een bijzondere curator te benoemen en de procedure ten aanzien van de hierna vermelde verzoeken onder IV en V aan te houden, opdat de rechtbank kan worden verzocht het vaderschap van [belanghebbende] gerechtelijk vast te stellen ex. artikel 1:207 lid 1 BW;

IV. primair: in het geval dat de rechtbank voor recht verklaart dat de erkenning 29 november 2011 van [minderjarige] door [belanghebbende] rechtsgeldig is verricht – vast te stellen dat de verklaring van [belanghebbende] en de draagmoeder luidt dat de minderjarige de geslachtsnaam “[geslachtsnaam]” zal dragen, alsmede voor recht te verklaren dat de geslachtsnaam van [minderjarige] als gevolg van de erkenning op 29 november 2011 “[geslachtsnaam]” is ex. artikel 1:5 lid 2 BW en de namenreeks [minderjarige] te wijzigen in de voornamen [minderjarige];

subsidiair: in het geval de rechtbank een bijzondere curator zal benoemen en het verzoek van de bijzondere curator om het vaderschap van [belanghebbende] gerechtelijk vast te stellen, toewijst - vast te stellen dat de verklaring van [belanghebbende] en de draagmoeder luidt dat de minderjarige de geslachtsnaam “[geslachtsnaam]” zal dragen, alsmede te bepalen dat de geslachtsnaam van [minderjarige] als gevolg van de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van [belanghebbende] “[geslachtsnaam]” zal zijn ex. artikel 1:5 lid 2 BW en de namenreeks [minderjarige] te wijzigen in de voornamen [minderjarige];

V. de adoptie uit te spreken van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] door [verzoeker].

3 Standpunt ambtenaar

3.1

De ambtenaar heeft bij brief van 22 april 2013 meegedeeld geen belanghebbende te zijn in de adoptieprocedure. Ten aanzien van de registratie van de minderjarige wijst de ambtenaar de rechtbank er op dat verzoeker geen verzoek heeft gedaan om de geboortegegevens van de minderjarige vast te stellen en evenmin heeft verzocht om een last tot registratie van de in het dossier voorkomende Indiase akte van geboorte van de minderjarige.

De overgelegde (Indiase) geboorteakte voldoet zijns inziens niet aan de vereisten van het Nederlandse stelsel van de wet dat er op is gericht dat een geboorteakte de volledige (juridische) historie van een persoon, in chronologische volgorde dient weer te geven. De in het dossier aangetroffen geboorteakte (no.740678133) bevat - voor zover de ambtenaar kan beoordelen- geen legalisatiestempels van de Nederlandse autoriteiten in India en vermeldt een onjuiste afstamming omdat als vader [belanghebbende] staat vermeld, terwijl de moeder volgens aanvullende documenten is gehuwd met [vader]. Deze akte komt daardoor niet in aanmerking voor registratie binnen deze procedure.

De op 29 november 2011 ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand te Zaanstad gedane erkenning (zoals omschreven in artikel 1:204 BW) door [belanghebbende], mist zijns inziens rechtsgevolg, nu duidelijk blijkt dat met betrekking tot de afstamming volgens het Indiase recht, het vaderschap reeds bij de opmaak van de geboorteakte van het kind was vastgesteld.

Nu de geboorteakte ten aanzien van de afstamming niet overeenkomt met de werkelijkheid levert inschrijving van deze akte strijd op met de Nederlandse openbare orde.

Om tot een naar Nederlandse begrippen begrijpelijke en juridisch correcte akte te kunnen komen, dient de (juridische) geschiedenis van het kind als het ware te worden gereconstrueerd en adviseert de ambtenaar de rechtbank de geboortegegevens als volgt vast te stellen:

- Naam: [minderjarige]

(zonder onderscheid tussen een geslachtsnaam en voornamen)

- Dag van geboorte: [geboortedatum]

- Plaats van geboorte: [geboorteplaats], India

- Geslacht: mannelijk

- Zoon van: Vader: [vader]

Moeder: [moeder].

3.2

In zijn brief van 6 juni 2013 licht de ambtenaar zijn standpunt omtrent de afstamming van de minderjarige nader toe. Onder verwijzing naar het “Balaz-arrest” stelt de ambtenaar dat [belanghebbende] naar Indiaas recht de juridische vader is en zou ontkenning van het vaderschap naar Nederlands recht van de echtgenoot van de draagmoeder niet nodig zijn. Erkenning van het Indiase rechtsfeit zou voldoende zijn voor de ontkenning van het vaderschap en de vaststelling van het vaderschap.

Volgens de ambtenaar is de door de ambtenaar van de gemeente Zaanstad op 29 november 2011 opgemaakte akte van erkenning overbodig.

De ambtenaar handhaaft zijn eerder ingenomen standpunt ten aanzien van de vaststelling van de geboortegegevens van de minderjarige.

3.3

De ambtenaar erkent dat uit de bij de gemeente Zaanstad op 29 november 2011 opgemaakte akte van erkenning blijkt dat [belanghebbende] er voor heeft gekozen dat de minderjarige de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal dragen en dat de minderjarige na de adoptie de geslachtsnaam [geslachtsnaam] verkrijgt als de rechtbank verzoeker en [belanghebbende] daartoe de gelegenheid biedt.

4 Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op grond van overgelegde stukken uit van de volgende feiten:

4.1

Verzoeker is geboren op 3 juli 1969 en bezit de Nederlandse nationaliteit.

4.2

Uit de overgelegde uittreksels van de gemeentelijke basisadministratie (GBA) van de gemeente Zaanstad blijkt dat verzoeker en [belanghebbende] sinds 14 maart 1999 op hetzelfde adres staan ingeschreven. Zij hebben een duurzame relatie.

4.3

[belanghebbende] heeft in september 2009 met [draagmoeder] (hierna mede te noemen: de draagmoeder) een “surrogacy agreement” ondertekend.

4.4

De minderjarige is verwekt uit zaadcellen van [belanghebbende] en eicellen van een anonieme eiceldonor en de bevruchte eicel is bij de draagmoeder geplaatst.

4.5

De minderjarige is geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], India uit de draagmoeder.

4.6

De draagmoeder was ten tijde van de geboorte van de minderjarige gehuwd met [vader]. Op grond van de overgelegde stukken neemt de rechtbank aan dat de draagmoeder en haar echtgenoot de Indiase nationaliteit bezitten.

4.7

Op de Indiase geboorteakte (no.740678133) staat de draagmoeder vermeld als moeder en [belanghebbende] als vader.

4.8

Uit de “Decree in the court of the civil Judge junior division, te Vasai, India” van 5 augustus 2010 en genummerd ”Regular Civil Suit No. 329 of 2010” blijkt dat in de procedure van de draagmoeder en [belanghebbende] tegen [vader], naar Indiaas recht, door alle betrokkenen in deze procedure is bevestigd dat [belanghebbende] de juridische vader van de minderjarige is.

4.9

De draagmoeder heeft op 13 augustus 2010 een “affidavit” getekend waarin zij onder meer verklaart dat haar echtgenoot en zij met [belanghebbende] in september 2009 een “surrogacy contract” hebben gesloten, dat geen genetisch materiaal van haar echtgenoot is gebruikt voor de embryo’s en dat op 5 augustus 2010 door de rechter in Vasai is bepaald dat haar echtgenoot niet de genetische vader en evenmin de juridische vader van het kind is.

De draagmoeder verklaart voorts in dit “affidavit” afstand te doen van de minderjarige en van alle rechten en plichten ten aanzien van deze minderjarige, en op voorhand reeds haar medewerking te verlenen en toestemming te geven voor alle formaliteiten ten aanzien van de minderjarige, waaronder de adoptie door de levenspartner van [belanghebbende], [levenspartner].

4.10

De minderjarige verblijft sinds 28 februari 2011 in Nederland in het gezin van verzoeker en [belanghebbende].

4.11

Op 29 november 2011 heeft [belanghebbende] de minderjarige erkend ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand te Zaanstad.

4.12

De minderjarige heeft sinds de erkenning de Nederlandse nationaliteit.

4.13

Bij beschikking van de rechtbank Haarlem van 6 april 2012 is het gezag van de gezagsdragers geschorst en is [belanghebbende] benoemd tot voogd over de minderjarige.

4.14

Bij beschikking van de rechtbank Haarlem van 6 november 2012 is de voogdij van [belanghebbende] beëindigd en is hij belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarige.

5 Beoordeling

adoptie

5.1

De draagmoeder van de minderjarige is niet opgeroepen nu zij in eerdergenoemd “affidavit” reeds op voorhand haar medewerking en toestemming heeft verleend aan alle handelingen die verzoeker en [belanghebbende] dienen te verrichten ten aanzien van de minderjarige, waaronder de adoptie van de minderjarige door verzoeker.

5.2

De rechtbank heeft op grond van de overgelegde stukken de overtuiging dat de verzochte adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige is. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de minderjarige thans en voor de toekomst -naar redelijkerwijs is te voorzien- niets meer van de draagmoeder in haar hoedanigheid van ouder te verwachten heeft.

5.3

Nu ook overigens aan het gestelde in de artikelen 1:227 en 1:228 BW – voor zover in deze zaak van toepassing – is voldaan, zal de rechtbank het verzoek tot adoptie toewijzen.

geboortegegevens minderjarige

5.4

Ten aanzien van de minderjarige, die buiten Nederland is geboren, is een akte van geboorte overgelegd die overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt.

5.5

Bij de stukken bevindt zich een “Birth Certificate” van het “Government of Maharashtra, Health Department, Municipal Corporation of Greater Mumbai”, India opgemaakt op 15 mei 2010 en genummerd “Certificate No. 750817114” waaruit blijkt dat op [geboortedatum] te [geboorteplaats], India, is geboren [minderjarige], als kind van [moeder] en [belanghebbende].

Tevens is overgelegd eerdergenoemd “Decree of the court of the civil Judge junior division”, Vasai van 5 augustus 2012 en genummerd ”Regular Civil Suit No. 329 of 2010” waarbij naar Indiaas recht het (door huwelijk ontstaan) vaderschap van [vader] ten aanzien van de minderjarige is ontkend; de rechtbank neemt aan dat deze beslissing inmiddels onherroepelijk is.

Daarnaast bevindt zich bij de stukken een op 29 november 2011 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Zaanstad opgemaakte akte van erkenning, met aktenummer 0365, waaruit blijkt dat [belanghebbende] de minderjarige heeft erkend.

5.6

Nu voormeld “Birth Certificate” (no.740678133) niet in aanmerking komt voor inschrijving in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand wegens strijd met de openbare orde dienen de geboortegegevens van de minderjarige te worden vastgesteld zoals zij luidden op het moment van zijn geboorte.

De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van de overgelegde stukken en het behandelde ter terechtzitting voldoende aanwijzingen zijn verkregen omtrent de omstandigheden waaronder en de datum waarop de geboorte van de minderjarige moet hebben plaatsgehad. Nu de draagmoeder ten tijde van de geboorte van de minderjarige was gehuwd, zal de rechtbank, overeenkomstig het voorstel van de ambtenaar, op grond van artikel 1:25c lid 3 BW de geboortegegevens dienovereenkomstig vaststellen.

5.7

Ten aanzien van de door [belanghebbende] op 29 november 2011 gedane erkenning bij de ambtenaar van de burgerlijke stand overweegt de rechtbank als volgt.

Op grond van de eerdergenoemde “Decree of the court of the civil Judge junior division”, Vasai, India, van 5 augustus 2010 en genummerd ”Regular Civil Suit No. 329 of 2010” is voldoende komen vast te staan dat het (door huwelijk ontstane) vaderschap van [vader] ten aanzien van de minderjarige naar Indiaas recht is ontkend, zodat de minderjarige naar Nederlands recht geen juridische vader had. Daarom is de rechtbank van oordeel dat [belanghebbende] bevoegd was om de minderjarige te erkennen en is hij door de erkenning naar Nederlands recht op 29 november 2011 de juridische vader van de minderjarige geworden.

5.8

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, hebben verzoeker en [belanghebbende] geen belang meer bij hun onder III en IV vermelde primaire verzoeken, alsmede bij hun onder III en IV gedane subsidiaire verzoeken een bijzondere curator te benoemen om het vaderschap van de minderjarige gerechtelijk te doen vaststellen.

5.9

Verzoeker en [belanghebbende] hebben verzocht de voornamen van de minderjarige na de adoptie te wijzigen in [minderjarige].

5.10

Het verzoek van verzoeker en [belanghebbende] tot wijziging van de voornamen van de minderjarige is geoorloofd naar de maatstaven van artikel 1:4 BW. Het verzoek zal daarom worden toegewezen, nu er voldoende zwaarwegend belang is bij inwilliging daarvan.

5.12

Verzoeker en [belanghebbende] hebben er gezamenlijk voor gekozen dat de minderjarige na de adoptie de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal hebben. Nu de minderjarige het eerste kind is tot wie verzoeker en [belanghebbende] beiden in familierechtelijke betrekking komen te staan, zal de rechtbank de geslachtsnaam van de minderjarige conform hun verzoek bepalen.

6 Beslissing

De rechtbank:

6.1

Stelt de geboortegegevens van de minderjarige als volgt vast:

Naam: “[minderjarige]”

Dag van geboorte: “[geboortedatum]”

Plaats van geboorte: “[geboorteplaats], India”

Geslacht: “mannelijk”

Zoon van: Vader: “[vader]”

Moeder: “[moeder]”

en gelast de inschrijving daarvan in het register van geboorten van de gemeente ‘s-Gravenhage.


6.2 Verklaart voor recht dat de in de Decree of the court of the civil Judge junior division, Vasai, India van 5 augustus 2010 naar Indiaas recht uitgesproken ontkenning van het vaderschap van [vader] van rechtswege wordt erkend.

6.3

Verklaart voor recht dat [belanghebbende] door de erkenning van de minderjarige op 29 november 2011 ten overstaan van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente Zaanstad naar Nederlands recht juridisch vader van de minderjarige is geworden.

6.4

Gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage een latere vermelding van de ontkenning van het vaderschap naar Indiaas recht en de erkenning van de minderjarige naar Nederlands recht op daarvoor in aanmerking komende aktes toe te voegen.

6.5

Spreekt uit de adoptie van voornoemde [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], India, door [verzoeker] voornoemd.

6.6

Gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage een latere vermelding van de adoptie van de minderjarige aan de daarvoor in aanmerking komende aktes toe te voegen.

6.7

Wijzigt de voornamen van de minderjarige in [minderjarige].

6.8

Bepaalt dat de minderjarige na de adoptie de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal dragen.

6.9

Wijst af het meer of anders verzochte.

6.10

Draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking -en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld- een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente
’s-Gravenhage.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. van Dam, voorzitter, mr. J.H. Dubois en mr. D.H. Steenmetser-Bakker, allen kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.P. Joukes als griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2013.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.