Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:12548

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-12-2013
Datum publicatie
16-10-2014
Zaaknummer
C/15/198455 / HA ZA 12-553
Rechtsgebieden
Civiel recht
Internationaal privaatrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een Nederlandse groothandel komt haar verplichtingen uit met een in Hong Kong gevestigde groothandelsonderneming gesloten (koop)overeenkomsten niet na.

Op de door de groothandelsonderneming gevorderde verklaring voor recht dat de groothandel toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten (koop)overeenkomsten en de daarmee samenhangende vordering tot schadevergoeding is the Basic Law of Hong Kong van toepassing.

Op de door de groothandelsonderneming gevorderde verklaringen voor recht dat vennoten onrechtmatig hebben gehandeld en de daarmee samenhangende vorderingen tot schadevergoeding is Nederlands recht van toepassing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

zaaknummer / rolnummer: C/15/198455 / HA ZA 12-553

Vonnis van 18 december 2013

in de zaak van

de vennootschap naar het recht van Hong Kong,

QIDE INTERNATIONAL TRADE CO. LTD.,

gevestigd te Hong Kong,

eiseres in conventie,

verweerster in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. M.N. Stoop,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GROOTHANDEL [A] B.V.,

gevestigd te [plaats], kantoorhoudende te [plaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie

2. [voornaam] [A]-[meisjesnaam],

wonende te [plaats],

gedaagde in conventie

3. [voornaam] [A],

wonende te [plaats],

gedaagde in conventie,

4. [voornaam] [A],

wonende te [plaats],

gedaagde in conventie,

advocaat mr. P.C. Nieuwenhuizen.

Eiseres zal hierna Qide genoemd worden en gedaagden gezamenlijk [A c.s.] Gedaagden zullen afzonderlijk [Groothandel A], [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

I. het tussenvonnis van 15 mei 2013

II. het proces-verbaal van comparitie van 25 september 2013 met de daarin vermelde stukken

III. de brief van mr. Stoop van 9 oktober 2013 met als bijlage een beter leesbare kopie van de reeds overgelegde productie 8.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Qide is een in Hong Kong gevestigde groothandelsonderneming die zich bezig houdt met de wereldwijde import en export van gebruiksartikelen voor consumenten. Directeur van Qide is [naam directeur van Qide].

2.2.

[Groothandel A] hield zich bezig met de import en export van en groothandel in consumentengoederen. De gekochte goederen werden doorverkocht aan tussenhandelaren en detaillisten.

2.3.

Enig bestuurder en aandeelhouder van [Groothandel A] is [de Holding] B.V. (hierna: de Holding). Enig bestuurder van de Holding is [de bestuurder]. [de echtgenoot] is de echtgenoot van [de bestuurder] en voormalig bestuurder van [Groothandel A]. [de zoon] is de zoon van [de bestuurder] en [de echtgenoot]. Tot 24 september 2007 beschikte [de zoon] over een volmacht om namens [Groothandel A] te handelen.

2.4.

In de periode 2004-2007 heeft [Groothandel A] diverse orders geplaatst bij Qide. Levering van de goederen door Qide vond steeds plaats nadat de factuur voor de betreffende goederen volledig was voldaan door [Groothandel A].

2.5.

In 2006 en 2007 hebben [de bestuurder] en [de echtgenoot] twee winkels geopend onder de handelsnaam "Joop Non-Food". In deze winkels werden door [Groothandel A] ingekochte consumentengoederen verkocht.

2.6.

Tijdens een bespreking in februari 2007, waar in ieder geval bij aanwezig waren [naam directeur van Qide] en [de echtgenoot] en [de zoon], is gesproken over het verstrekken van een leverancierskrediet door Qide ten behoeve van de Joop Non-Food winkels. Na het gesprek heeft Qide een leverancierskrediet van USD 500.000,- verschaft aan [Groothandel A].

2.7.

In de periode april tot en met augustus 2007 heeft Qide 29 zeecontainers met consumentengoederen verzonden naar [Groothandel A]. Voor de leveringen heeft Qide facturen gestuurd voor in totaal USD 952.459,67. De laatste factuur dateert van 17 augustus 2007 en de laatste container is op 21 september 2007 vrijgegeven aan [Groothandel A].

2.8.

Op 13 juni, 20 juni en 2 augustus 2007 heeft [Groothandel A] in totaal USD 47.525,03 aan Qide betaald. Qide heeft dat bedrag in mindering gebracht op oudere openstaande facturen en niet op de in 2.7 bedoelde facturen.

2.9.

[Groothandel A] heeft per e-mail diverse betalingstoezeggingen aan Qide gedaan, maar geen van de in 2.7 bedoelde facturen is door [Groothandel A] voldaan.

2.10.

In reactie op een e-mail van [Groothandel A] van 14 september 2007 met klachten over (onder meer) het ontbreken van de naam van het bedrijf, waarschuwingen en labels op diverse goederen heeft Qide op 15 september 2007 de volgende e-mail aan [Groothandel A] gestuurd:

"YOU HAVE STARTED TOT RECEICE OUR CONTAINERS FROM APR. AND ALMOST ALL OF THE CONTAINERS YOU RECEIVED IS BEFORE JULY. IF YOU HAVE SOME PROBLEM ABOUT PACKAGING, YOU SHOULD LET US KNOW WHEN YOU SEE THE CONTAINERS, NOT ASK NOW!!

[…]

MY YIWU OFFICE STUFF INSPECTED EVERY GOODS BEFORE LAODING, AS WE HAVE OUR OWN WAREHOUSE IN YIWU AND WE AKS ALL THE FACTORIES TO SEND GOODS TO OUR WAREHOUSE FIRST AND AFTER WE MADE INSPECTION AND FIND IT IS OK, THEN CAN ONLY BE SHIPPED. SO NORMALLY IT WILL NOT HAPPEN THAT SOME ITEMS ARE WITH NO COMPANY NAME, OR NO TOY LABELS, ETC.

IF THERE IS ANY CASE THERE IS ANY ITEM REALLY HAVE NO COMPANY NAME, ETC, PLS DOUBLE CHECK AGAIN AT YOUR SIDE AND GIVE A CORRECT LIST AND WE WILL SEND YOU ALL THE STICKERS ASAP BY TNT FREE OF CHARGE, IS IT OK?

[…]."

2.11.

Op 2 oktober 2007 heeft [Groothandel A] de navolgende e-mail aan Qide gezonden:

"Dear [naam directeur van Qide],

We have made the 2 paymends to you, but the bank reject to pay.

Our balance is to high.

wednessday 10-10-2007 we have an appointmend with our account manager by the bank.

so till so far I can not do anything!!

i am verry sorry for this."

2.12.

Op 22 oktober 2007 heeft [Groothandel A] een container met goederen retour gezonden aan Qide.

2.13.

Op 2 november 2007 heeft [Groothandel A] de navolgende e-mail aan Qide gezonden:

"Dear Mr. [naam directeur van Qide],

Hereby the letter wit hall the problems you have cost us.

1. returning goods (file A) Usd. 189.121,20

2. costs (file B) Usd. 318.645,39

3. mail from 25-10-2007 (file C)

Usd. 291.972,98 minus returning on file A Usd. 182.091,20 Usd. 109.881,08

4. sticker cost (file D) Usd. 14.825,38

5. Claim from Constumer for wrong sockets and not delivery

For energy saving lamps € 73.741,00 x 1.43 Usd. 105.449,63

(File E)

6. profit loosse for not delivery saving lamps (file F) Usd. 147.564,43

Total that you own us Usd. 885.487,11

Please pay this to us within 14 days."

2.14.

In december 2007 heeft de Rabobank het krediet van [Groothandel A] opgezegd en het pandrecht op de voorraden, waaronder de door Qide geleverde goederen, uitgewonnen. De voorraden zijn voor een bedrag van € 104.125,- inclusief BTW door de Rabobank verkocht aan v.o.f. Saldi Trading waarvan [de echtgenoot] en [de zoon] de enige vennoten zijn.

2.15.

[Groothandel A] heeft haar bedrijfsactiviteiten in december 2007 gestaakt.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Qide vordert – samengevat – dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

ten aanzien van [Groothandel A]

IV. verklaart voor recht dat gedaagde [Groothandel A] jegens Qide

toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten (koop)overeenkomsten;

V. [Groothandel A], hoofdelijk met de andere gedaagden, veroordeelt om aan Qide te betalen een bedrag ad € 711.062,75, te vermeerderen met wettelijke handelsrente, de beslagkosten en buitengerechtelijke incassokosten;

ten aanzien van [de bestuurder]

VI. verklaart voor recht dat [de bestuurder] onrechtmatig jegens Qide heeft gehandeld (primair), dan wel ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van Qide (subsidiair);

VII. [de bestuurder], hoofdelijk met de andere gedaagden, veroordeelt om aan Qide te betalen een bedrag ad € 711.062,75, te vermeerderen met wettelijke handelsrente, althans wettelijke rente, de beslagkosten en buitengerechtelijke incassokosten;

ten aanzien van [de echtgenoot]

VIII. verklaart voor recht dat [de echtgenoot] onrechtmatig jegens Qide heeft gehandeld (primair), dan wel ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van Qide (subsidiair);

IX. [de echtgenoot], hoofdelijk met de andere gedaagden, veroordeelt om aan Qide te betalen een bedrag ad € 711.062,75, te vermeerderen met wettelijke handelsrente, althans wettelijke rente, de beslagkosten en buitengerechtelijke incassokosten;

ten aanzien van [de zoon]

X. verklaart voor recht dat [de zoon] onrechtmatig jegens Qide heeft gehandeld (primair), dan wel ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van Qide (subsidiair);

XI. [de zoon], hoofdelijk met de andere gedaagden, veroordeelt om aan Qide te betalen een bedrag ad € 711.062,75, te vermeerderen met wettelijke handelsrente, althans wettelijke rente, de beslagkosten en buitengerechtelijke incassokosten;

ten aanzien van alle gedaagden

XII. [A c.s.] hoofdelijk veroordeelt in de kosten van dit geding.

3.2.

[A c.s.] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in voorwaardelijke reconventie

3.4.

Voor zover in conventie geen verrekening plaatsvindt, vordert [Groothandel A] – samengevat – veroordeling van Qide tot betaling van € 510.000,60 vermeerderd met rente en kosten.

3.5.

Qide voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht

4.1.

Gegeven de omstandigheid dat Qide in het buitenland is gevestigd, dragen de vorderingen een internationaalrechtelijk karakter. Derhalve dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vorderingen kennis te nemen en zo ja, welk recht op de vorderingen van toepassing is.

4.2.

De rechtbank acht zich op grond van artikel 2 van de in deze zaak toepasselijke Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (verder te noemen: EEX-Vo) bevoegd, aangezien gedaagden in Nederland zijn gevestigd c.q. woonachtig zijn.

4.3.

Ten aanzien van het toepasselijke recht op de vorderingen I en II van Qide alsmede op de (voorwaardelijke) reconventionele vordering van [Groothandel A] overweegt de rechtbank als volgt. De bepaling van het toepasselijke recht dient plaats te vinden aan de hand van het Verdrag van Rome van 19 juni 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO), nu Nederland bij dit verdrag partij is, de vorderingen betrekking hebben op door het verdrag bestreken onderwerpen en de overeenkomsten tussen Qide en [Groothandel A] zijn gesloten vóór 17 december 2009. Nu niet is gesteld, noch gebleken, dat door partijen een keuze is gedaan ten aanzien van het toepasselijke recht, is op grond van artikel 4 van het EVO het recht van toepassing van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie van de overeenkomst moet verrichten, haar gewone verblijfplaats heeft. In het geval de overeenkomst is gesloten in de uitoefening van het beroep of het bedrijf van die partij is dit het land waar zich haar hoofdvestiging bevindt of, indien de prestatie volgens de overeenkomst door een andere vestiging dan de hoofdvestiging moet worden verricht, het land waar zich deze andere vestiging bevindt.

4.4.

De kenmerkende prestatie is in dit geval de levering van de goederen door Qide. Die levering vond weliswaar feitelijk plaats vanuit China, maar gesteld noch gebleken is dat partijen ook zijn overeenkomen dat vanuit China geleverd diende te worden. Van een situatie waarbij de prestatie volgens de overeenkomst door een andere vestiging dan de hoofdvestiging moet worden verricht, is derhalve geen sprake, zodat van toepassing is het recht van het land waar Qide haar hoofdvestiging heeft. Qide heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd dat die hoofdvestiging zich in Hong Kong bevindt en dat het mede door haar gebruikte adres in Ningbo het adres is van de showroom van Qide in China. Het vorenstaande brengt mee dat het in Hong Kong toepasselijke recht op de vorderingen I en II van Qide alsmede op de (voorwaardelijke) reconventionele vordering van [Groothandel A] van toepassing is. Anders dan [A c.s.] in de conclusie van antwoord stelt, is dat niet het Chinese recht, maar "the Basic Law of Hong Kong", omdat Hong Kong als administratieve regio een aparte jurisdictie heeft.

4.5.

Ten aanzien van het toepasselijke recht op de vorderingen III tot en met VIII van Qide overweegt de rechtbank dat de vorderingen primair zijn gebaseerd op een door Qide gestelde onrechtmatige daad van gedaagden. Nu de stelling van Qide is dat gedaagden die onrechtmatige daad hebben gepleegd in hun hoedanigheid van bestuurder en/of feitelijk leidinggevende van [Groothandel A] dient het toepasselijke recht voor wat betreft die grondslag te worden bepaald aan de hand van de destijds geldende Wet Conflictenrecht Corporaties (WCC). Ingevolge artikel 3 sub e WCC wordt de vraag wie naast de corporatie, voor de handelingen waardoor de corporatie wordt verbonden, aansprakelijk is uit hoofde van een bepaalde hoedanigheid zoals die van oprichter, vennoot, aandeelhouder, lid, bestuurder, commissaris of andere functionaris van de corporatie beheerst door het op de corporatie toepasselijke recht. Voor zover Qide haar vorderingen baseert op bestuurdersaansprakelijkheid is op de vorderingen derhalve Nederlands recht van toepassing. Qide baseert haar vorderingen jegens [de echtgenoot] en [de zoon] daarnaast op onrechtmatige daad gepleegd in hun hoedanigheid van vennoten van v.o.f. Saldi Trading. De bepaling van het op de vorderingen toepasselijke recht dient voor wat die grondslag betreft ook plaats te vinden aan de hand van de WCC. Ingevolge artikel 3 sub e WCC is hierop eveneens Nederlands recht van toepassing.

4.6.

Subsidiair zijn de vorderingen tegen [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] gebaseerd op ongerechtvaardigde verrijking. Nu Nederland het land is waar de ongerechtvaardigde verrijking heeft plaatsgevonden en de verbintenis die voortvloeit uit de ongerechtvaardigde verrijking niet nauwer is verbonden met een ander land, is volgens de destijds (voor 11 januari 2009) geldende regels van internationaal privaatrecht Nederlands recht van toepassing op dit onderdeel van de vordering.

4.7.

Samengevat dienen de vorderingen I en II, alsmede de (voorwaardelijke) reconventionele vordering te worden beoordeeld naar the Basic Law of Hong Kong en de vorderingen III tot en met VIII naar Nederlands recht.

in conventie

Ten aanzien van [Groothandel A]

4.8.

Qide stelt zich op het standpunt dat [Groothandel A] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van tussen partijen gesloten koopovereenkomsten door facturen onbetaald te laten. [Groothandel A] erkent dat de in 2.7 bedoelde facturen voor geleverde goederen niet zijn betaald, maar beroept zich primair op verjaring van de vordering tot betaling van die facturen.

4.9.

Ingevolge Section 4 (1) van de "Limitation Ordinance (Chapter 347)" van de "Basic Law of Hong Kong" verjaren acties gebaseerd op een overeenkomst zes jaar vanaf "the date on which the cause of action accrued". Naar de eigen stellingen van [Groothandel A] wist Qide vanaf begin november 2007 dat de facturen niet door haar betaald zouden worden. Volgens Qide wist zij dat pas op een later moment. Echter, ook indien de stelling van [Groothandel A] op dit punt wordt gevolgd, is de vordering tijdig ingesteld. De dagvaarding is immers op 30 november 2012 en derhalve binnen een termijn van zes jaar na november 2007 aan [Groothandel A] betekend. Het beroep op verjaring slaagt derhalve niet.

4.10.

In Section 29 van de "Sale of Goods Ordinance (Chapter 26)" van de "Basic Law of Hong Kong" is bepaald dat het de plicht van de verkoper is om de goederen te leveren en de plicht van de koper om voor de goederen te betalen. Qide heeft in dit geval goederen aan [Groothandel A] geleverd en niet betwist is dat [Groothandel A] daar niet voor heeft betaald. Ingevolge Section 51 van genoemde "Ordinance" kan de verkoper in een dergelijk geval een vordering instellen voor de prijs van de goederen. Dat laatste heeft Qide met onderhavige vordering gedaan. De hoogte van de door Qide gevorderde prijs wordt door [Groothandel A] grotendeels niet betwist, met uitzondering van de waarde van de op 22 oktober 2007 door [Groothandel A] aan Qide geretourneerde goederen. Volgens [Groothandel A] bedroeg de waarde van die goederen USD 189.121,40 (€ 146.605,58), terwijl die volgens Qide slechts USD 30.000 bedroeg. Dat laatste bedrag is door Qide reeds in mindering gebracht op haar vordering.

4.11.

Gelet op de betwisting van Qide van de waarde van de teruggezonden goederen had het op de weg van [Groothandel A] gelegen om haar stelling dat een volle container ter waarde van USD 189.121,40 terug is gezonden nader te onderbouwen. Uit de bij de conclusie van antwoord als productie G8 overgelegde "invoice returning" en "packing list" die beide niet gedateerd zijn en geen containernummer en geen geadresseerde bevatten, kan immers niet worden afgeleid dat de daarop vermelde goederen de goederen zijn die op 22 oktober 2007 per container naar Qide zijn teruggestuurd. Nu [Groothandel A] geen nadere onderbouwing van de waarde van de geretourneerde goederen heeft gegeven, heeft zij niet voldaan aan haar stelplicht, zodat het ervoor moet worden gehouden dat de waarde van die goederen niet meer bedroeg dan de USD 30.000 die Qide reeds in mindering heeft gebracht op haar vordering.

4.12.

Het vorenstaande brengt mee dat de vordering van Qide tot betaling van de prijs van de goederen van (omgerekend) € 711.062,75 naar het recht van Hong Kong in beginsel toewijsbaar is.

4.13.

[Groothandel A] beroept zich echter op schuldeisersverzuim aan de kant van Qide en (subsidiair) verrekening met een vordering die zij op Qide stelt te hebben wegens wanprestatie. De rechtbank ziet aanleiding hieronder eerst te beoordelen of naar het recht van Hong Kong sprake is van wanprestatie van Qide en of [Groothandel A] daardoor schade heeft geleden alvorens (indien nodig) in te gaan op de vraag of naar het recht van Hong Kong sprake kan zijn van schuldeisersverzuim en/of verrekening.

4.14.

Ter onderbouwing van de wanprestatie van Qide voert [Groothandel A] aan dat Qide in de periode april tot en met augustus 2007 29 containers met consumentengoederen heeft geleverd, waarvan een deel te laat is geleverd en een deel niet beantwoordde aan de overeenkomst met als gevolg dat [Groothandel A] in totaal voor een bedrag van € 510.000,60 schade heeft geleden.

Spaarlampen en contactdozen

4.15.

[Groothandel A] stelt dat zij in januari 2007 met Qide heeft afgesproken dat in mei 2007 een partij spaarlampen en contactdozen zou worden geleverd. De levering heeft echter pas maanden later plaatsgevonden en de geleverde spaarlampen en contactdozen bleken bovendien meerdere gebreken te vertonen. Als gevolg van de late levering en gebreken kon [Groothandel A] niet voldoen aan haar verplichtingen jegens de firma Testrut, aan wie zij de lampen en contactdozen zou doorverkopen. Testrut heeft [Groothandel A] voor de door haar geleden schade ad € 137.105,10 aansprakelijk gesteld. Bovendien heeft [Groothandel A] de verwachte winst van USD 147.564,43 niet kunnen realiseren. Omdat de overige - niet voor Testrut bedoelde - contactdozen ook niet konden worden verkocht, is daarnaast sprake van een winstderving van € 18.235,46, aldus [Groothandel A].

4.16.

Qide betwist gemotiveerd dat partijen (finale) leveringstermijnen overeen zijn gekomen, dat de goederen te laat zijn geleverd en dat de goederen gebreken vertoonden. Voorts betwist Qide dat [Groothandel A] daadwerkelijk schade heeft geleden, omdat niet gebleken is dat [Groothandel A] de claim van Testrut heeft betaald en de winstderving in het geheel niet is onderbouwd.

4.17.

Gelet op de gemotiveerde betwisting van Qide had het op de weg van [Groothandel A] gelegen om haar stellingen dat Qide de lampen en contactdozen na de overeengekomen datum heeft geleverd en deze goederen niet aan de overeenkomst beantwoordden nader te onderbouwen. Nu zij dat niet heeft gedaan, is wanprestatie van Qide niet komen vast te staan. Daarnaast is ook niet komen vast te staan dat [Groothandel A] schade heeft geleden. Ter zitting heeft zij immers erkend dat de claim van Testrut niet is betaald. De geschatte winstderving wordt tot slot ook door Qide betwist en is op geen enkele wijze door [Groothandel A] onderbouwd, zodat ook op dit punt niet is voldaan aan de stelplicht. Nu de feitelijke grondslag van het gevorderde ontbreekt, komt dit deel van de vordering - ook naar het recht van Hong Kong - niet voor toewijzing in aanmerking.

Inbreuk op intellectuele eigendomsrechten

4.18.

[Groothandel A] stelt voorts dat zij schade heeft geleden als gevolg van het feit dat diverse door Qide geleverde producten inbreuk maakten op intellectuele eigendomsrechten van derden. De geleverde goederen konden daardoor niet worden verkocht waardoor [Groothandel A] kosten heeft moeten maken voor het laten retourneren van reeds doorverkochte producten. Daarnaast was sprake van een winstderving van € 128.795,18. Daar bovenop heeft [Groothandel A] een claim van € 100.000,- ontvangen van Procter & Gamble in verband met inbreuk op intellectuele eigendomsrechten van partijen door Qide geleverd Always maandverband. Als gevolg van deze claim heeft [Groothandel A] advocaatkosten moeten maken.

4.19.

Qide betwist dat haar producten inbreuk maakten op intellectuele eigendomsrechten van derden alsmede dat de door haar geleverde goederen niet aan de overeenkomst beantwoordden. De meeste orders waren 'repeated orders' op basis van door [Groothandel A] vooraf goedgekeurde samples. [Groothandel A] wist derhalve precies wat zij kocht en ook dat de goederen niet de originele merkgoederen waren, aldus Qide. Daarnaast betwist Qide de door [Groothandel A] gestelde schade.

4.20.

Ook op dit punt heeft [Groothandel A] haar stellingen tegenover de gemotiveerde betwisting van Qide onvoldoende onderbouwd. Qide heeft er terecht op gewezen dat het feit dat de geleverde goederen deels niet originele merkgoederen waren nog niet meebrengt dat de goederen daarmee niet aan de overeenkomst beantwoordden. Dat partijen hadden afgesproken dat alleen originele merkgoederen geleverd zouden worden, is gelet op de gemotiveerde betwisting van Qide onvoldoende komen vast te staan. Bovendien is ook de gestelde schade onvoldoende onderbouwd. Het overzicht met de claims (productie G10) waar [Groothandel A] naar verwijst, is niet met stukken onderbouwd en er blijkt niet uit dat het gaat om producten die zijn geleverd door Qide. Evenmin blijkt dat uit de overgelegde factuur van de advocaat waarnaar [Groothandel A] verwijst. Waar de in het overzicht vermelde bedragen op gebaseerd zijn, is in het geheel niet toegelicht. De feitelijke grondslag van het gevorderde ontbreekt derhalve, zodat dit deel de vordering - ook naar het recht van Hong Kong - niet voor toewijzing in aanmerking kan komen.

Stickers

4.21.

Volgens [Groothandel A] zijn partijen overeengekomen dat Qide alle producten zou voorzien van een sticker met productinformatie en een barcode, omdat dit een vereiste is voor verkoop van consumentengoederen in Europa. Omdat Qide diverse goederen zonder sticker heeft geleverd, was [Groothandel A] genoodzaakt die goederen zelf te laten bestickeren, hetgeen haar USD 14.825,38 heeft gekost.

4.22.

Qide betwist dat zij de door haar geleverde goederen niet conform de instructie van [Groothandel A] bestickerd heeft en verwijst ter onderbouwing van dat standpunt naar een e-mail van haar aan [Groothandel A] van 15 september 2007 waarin de bestickering wordt besproken. In die e-mail schrijft Qide dat indien er onverhoopt toch goederen zijn geleverd zonder sticker, [Groothandel A] een lijst moet sturen met de betreffende producten, waarna Qide kosteloos de betreffende stickers aan [Groothandel A] zal toezenden.

4.23.

Gesteld noch gebleken is dat [Groothandel A] heeft gereageerd op voormelde e-mail van Qide en een correcte lijst met goederen aan Qide heeft verzonden, zodat Qide alsnog voor de betreffende stickers kon zorgen. Gelet hierop is door [Groothandel A] onvoldoende onderbouwd gesteld dat zij als gevolg van een tekortkoming van Qide zelf kosten heeft moeten maken voor de bestickering. Nu de feitelijke grondslag van het gevorderde ontbreekt, kan dit deel de vordering - ook naar het recht van Hong Kong - niet voor toewijzing in aanmerking komen.

4.24.

Het vorenstaande samengevat is niet komen vast te staan dat sprake is van een tekortkoming aan de kant van Qide, zodat [Groothandel A] - zo dat naar het recht van Hong Kong al mogelijk zou zijn - hoe dan ook geen beroep kan doen op schuldeisersverzuim en evenmin kan verrekenen. Dit betekent dat de vordering van Qide tot betaling van € 711.062,75 zal worden toegewezen.

4.25.

De door Qide gevorderde wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en de buitengerechtelijke kosten conform Rapport Voorwerk zullen worden afgewezen, omdat deze vorderingen zijn gebaseerd op Nederlands recht en geen grondslag naar het recht van Hong Kong is gesteld.

4.26.

De door Qide onder I gevorderde verklaring voor recht zal eveneens worden afgewezen, omdat ook deze vordering geheel is gegrond op en geformuleerd naar Nederlands recht.

Ten aanzien van [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon]

Aansprakelijkheid als bestuurders/feitelijk leidinggevende van [Groothandel A]

4.27.

Qide legt aan haar vorderingen jegens [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] primair ten grondslag dat zij in hun hoedanigheid van bestuurder c.q. feitelijk leidinggevenden onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld.

4.28.

[de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] stellen zich primair op het standpunt dat de vorderingen van Qide uit hoofde van onrechtmatige daad zijn verjaard, omdat Qide in ieder geval sinds 3 oktober 2007, de dag na de vervaldatum van de laatste factuur, wist althans had moeten weten dat [Groothandel A] niet over zou gaan tot tijdige en volledige betaling van de facturen en sinds die datum meer dan vijf jaren zijn verstreken alvorens is gedagvaard. Dit verjaringsverweer slaagt niet, omdat [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] tegenover de gemotiveerde betwisting van Qide onvoldoende feiten en omstandigheden hebben gesteld waaruit blijkt dat Qide er op 3 oktober 2007 daadwerkelijk mee bekend was dat de facturen definitief niet betaald zouden worden. [Groothandel A] heeft immers op 2 oktober 2007 nog een e-mail aan Qide gezonden met de mededeling dat twee betalingen mislukt waren, maar dat op 10 oktober 2007 overleg gevoerd zou worden met de bank. Dat Qide op enig ander moment vóór 30 november 2007 daadwerkelijk bekend is geworden met de schade is gesteld noch gebleken.

4.29.

Van bestuurdersaansprakelijkheid kan volgens vaste jurisprudentie onder meer sprake zijn in gevallen waarin degene die als bestuurder (i) namens de vennootschap heeft gehandeld, wetende dat de vennootschap niet zal nakomen en evenmin verhaal zal bieden, dan wel (ii) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of eerder aangegane contractuele verplichtingen niet nakomt.

4.30.

Voor de onder (i) bedoelde gevallen wordt in de rechtspraak als maatstaf voor persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder van een vennootschap de zogenaamde ‘Beklamel-norm’ gehanteerd. Op grond van deze norm kan bestuurdersaansprakelijkheid worden aangenomen wanneer de bestuurder bij het namens de vennootschap aangaan van verbintenissen wist of er niet aan behoefde te twijfelen dat de vennootschap niet, of niet binnen een redelijke termijn, haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de schade die de derde ten gevolge van die wanprestatie zou lijden (HR 6 oktober 1989, NJ 1990, 286).

4.31.

Voor de onder (ii) bedoelde gevallen kan een bestuurder van een vennootschap aansprakelijk worden gehouden voor de schade van de schuldeiser, indien zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt (HR 18 februari 2000, NJ 2000, 295). Selectieve wanbetaling, ofwel betalingsonwil, is daarvan een bijzonder voorbeeld (HR 3 april 1992, NJ 1992, 411).

4.32.

Qide stelt dat het hiervoor onder (i) genoemde geval aan de orde is, nu [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] een handelskrediet hebben afgesloten bij Qide en orders zijn blijven plaatsen, terwijl zij wisten dat sprake was van een zeer slechte financiële situatie bij [Groothandel A]. Zij hebben hiermee bewust een onverantwoord groot financieel risico genomen en hebben daarover gezwegen tegenover Qide. [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] kan dan ook persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt, aldus Qide.

4.33.

[de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] hebben gemotiveerd betwist dat zij op het moment van het plaatsen van orders reeds wisten dat [Groothandel A] de daaruit voortvloeiende financiële verplichtingen jegens Qide niet zou kunnen nakomen. Zij verkeerden in de veronderstelling dat met de verkoop van de goederen in de Joop Non-Food winkels weer winst gemaakt zou worden en wisten niet dat de Rabobank het krediet enige maanden later zou opzeggen. Die opzegging heeft plaatsgevonden in december 2007 en dat is hoe dan ook pas na de laatste order van [Groothandel A]. Op het moment dat het krediet door de Rabobank werd opgezegd, werd tevens het pandrecht uitgewonnen en was het voor [Groothandel A] niet meer mogelijk om de goederen te gelde te maken en Qide te betalen.

4.34.

In het licht van het vorenstaande verweer heeft Qide onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] bij het namens [Groothandel A] aangaan van het handelskrediet en het plaatsen van orders wisten of er niet aan behoefden te twijfelen dat de vennootschap niet, of niet binnen een redelijke termijn, haar verplichtingen jegens Qide zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden. Qide heeft op dit punt derhalve niet voldaan aan haar stelplicht, zodat het gestelde zal worden gepasseerd. Aan bewijslevering wordt niet toegekomen.

4.35.

Volgens Qide hebben [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] daarnaast bewerkstelligd of toegelaten dat [Groothandel A] haar wettelijke of eerder aangegane contractuele verplichtingen niet is nagekomen door de betaling van de facturen van Qide te verhinderen. [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] hebben daar tegen aangevoerd dat [Groothandel A] wel wilde betalen, maar dat eenvoudig niet kon, hetgeen wordt bevestigd door de e-mail van 2 oktober 2007 aan Qide (2.11) waarin staat dat er twee betalingen aan Qide zijn gedaan, maar dat de bank heeft geweigerd die betalingen uit te voeren en nog overleg met de bank zal plaatsvinden. De door [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] gestelde betalingsonmacht is door Qide niet betwist en door haar is ook niet gesteld dat [Groothandel A] wel in staat zou zijn te betalen. Gelet hierop is de door Qide gestelde betalingsonwil niet komen vast te staan, zodat de feitelijke grondslag voor de vordering uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid ontbreekt.

4.36.

Nu de door Qide gestelde bestuurdersaansprakelijkheid niet is komen vast te staan, kan in het midden blijven of [de echtgenoot] en [de zoon] als feitelijk leidinggevenden van [Groothandel A] moeten worden aangemerkt.

Aansprakelijkheid als vennoten van Saldi Trading

4.37.

Qide stelt voorts dat [de echtgenoot] en [de zoon] welbewust hebben geprofiteerd van de wanprestatie van [Groothandel A] door met hun vennootschap onder firma Saldi Trading de bedrijfsactiviteiten van [Groothandel A] te continueren en de door Qide aan [Groothandel A] geleverde goederen te koop aan te bieden.

4.38.

Qide gaat er met voormelde stelling echter aan voorbij dat op de door haar aan [Groothandel A] geleverde goederen een pandrecht van de Rabobank rustte. De bank heeft – zo is door [de echtgenoot] en [de zoon] onweersproken gesteld – het pandrecht uitgewonnen. Dat de bank daarbij de beslissing heeft genomen de goederen te verkopen aan Saldi Trading heeft weliswaar tot gevolg gehad dat de goederen terecht zijn gekomen bij [de echtgenoot] en [de zoon], maar dat verband is te ver verwijderd om te kunnen spreken van het rechtstreeks profiteren van de wanprestatie van [Groothandel A]. Dat [de echtgenoot] en [de zoon] onrechtmatig hebben gehandeld, is dan ook niet komen vast te staan.

Ongerechtvaardigde verrijking

4.39.

Van ongerechtvaardigde verrijking door [de echtgenoot] en [de zoon] is evenmin sprake, nu de goederen door hen zijn verkregen uit hoofde van een koopovereenkomst met de pandhouder. De verkrijging vindt haar grondslag derhalve in een rechtshandeling en is reeds om die reden niet ongerechtvaardigd. Van verrijking is bovendien ook geen sprake, nu Saldi Trading de Rabobank voor de goederen heeft betaald.

4.40.

Voor zover Qide daarnaast nog heeft bedoeld te betogen dat [de bestuurder], [de echtgenoot] en Enrico ongerechtvaardigd zijn verrijkt, omdat er alle aanleiding is te veronderstellen dat zij, omdat zij nauw zijn betrokken bij [Groothandel A], hebben geprofiteerd van het feit dat [Groothandel A] de door Qide geleverde goederen niet heeft betaald, geldt dat deze vordering als onvoldoende onderbouwd moet worden afgewezen.

Proceskosten

4.41.

Qide vordert [A c.s.] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Nu de vorderingen jegens [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] worden afgewezen, komen alleen nog de kosten van het ten laste van [Groothandel A] gelegde beslag voor vergoeding in aanmerking. De vergoeding van die kosten zal echter ook worden afgewezen, omdat de vordering onvoldoende is gespecificeerd. Qide heeft beslag doen leggen ten laste van alle gedaagden en uit de overlegde beslagstukken niet kan worden opgemaakt welk deel van de gevorderde beslagkosten ziet op het beslag dat is gelegd ten laste van [Groothandel A].

4.42.

Nu de vordering tegen [Groothandel A] grotendeels wordt toegewezen, zal zij als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Qide worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Qide worden begroot op:

- dagvaarding € 31,17 (€ 124,68/4)

- griffierecht 3.621,00

- salaris advocaat 5.160,00 (2 punten × tarief € 2.580,00)

Totaal € 8.812,17

4.43.

Nu de vorderingen tegen [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] worden afgewezen, zal Qide als de in het ongelijk gestelde partij in de door hen gemaakte proceskosten worden veroordeeld. Omdat het door [A c.s.] betaalde griffierecht voor rekening van [Groothandel A] als verliezende partij komt, bestaan de proceskosten van [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] enkel uit advocaatkosten en de nakosten. Gelet op het feit dat [Groothandel A] en [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] in deze procedure door dezelfde advocaat zijn bijgestaan en door hen een gezamenlijke conclusie van antwoord is ingediend, ziet de rechtbank aanleiding de helft van de door [A c.s.] gemaakte (forfaitaire) advocaatkosten, te weten € 2.580,00, voor rekening van Qide te brengen.

in reconventie

4.44.

Nu het beroep op verrekening van [Groothandel A] in conventie niet slaagt, komt de rechtbank toe aan de voorwaardelijk ingestelde vordering in reconventie. Hetgeen hiervoor in conventie is overwogen over de vordering van [Groothandel A] brengt echter mee dat de reconventionele vordering geheel zal worden afgewezen.

4.45.

[Groothandel A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Qide worden begroot op:

- salaris advocaat € 2.580,00 (2 punten × factor 0,5 × tarief € 2.580,00)

Totaal € 2.580,00

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

veroordeelt [Groothandel A] om aan Qide te betalen een bedrag van € 711.062,75 (zevenhonderdelf duizend tweeënzestig euro en vijfenzeventig eurocent),

5.2.

veroordeelt [Groothandel A] in de proceskosten, aan de zijde van Qide tot op heden begroot op € 8.812,17, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt Qide in de proceskosten, aan de zijde van [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] tot op heden begroot op € 2.580,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt Qide in de na dit vonnis aan de zijde van [de bestuurder], [de echtgenoot] en [de zoon] ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Qide niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.5.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.7.

wijst de vordering af,

5.8.

veroordeelt [Groothandel A] in de proceskosten, aan de zijde van Qide tot op heden begroot op € 2.580,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.9.

veroordeelt [Groothandel A] in de na dit vonnis aan de zijde van Qide ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Qide niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.10.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs, mr. A.J. Wolfs en mr. H.J.M. Burg en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2013.1

1 Conc.: 977