Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:12417

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13-12-2013
Datum publicatie
31-12-2013
Zaaknummer
C/15/208174 / KG ZA 13-562
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vader vordert dat twee meerderjarige zoons uit zijn huurwoning vertrekken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is geen sprake van een onhoudbare situatie die ingrijpen in kort geding rechtvaardigt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

zaaknummer / rolnummer: C/15/208174 / KG ZA 13-562

Vonnis in kort geding van 13 december 2013

in de zaak van

[eiser],

wonende te [plaats],

eiser,

advocaat mr. A. Alam-Khan te Hoofddorp,

tegen

1 [zoon 1],

wonende te [plaats],

2. [zoon 2],

wonende te [plaats],

gedaagden,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna de vader, [zoon 1] en [zoon 2] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De vader heeft een relatie gehad met [de moeder] (hierna: de moeder). Uit die relatie zijn [de zonen] geboren, die thans 25 en 21 jaar oud zijn.

2.2.

De vader huurt sinds 1984 van Ymere de woning aan [adres] te [plaats] (hierna: de woning). Partijen en de moeder hebben samengewoond in de woning.

2.3.

In verband met de beëindiging van de relatie heeft de moeder in een kort geding bij de sectie kanton van deze rechtbank gevorderd de vader te veroordelen om medewerking te verlenen aan de verkrijging van het medehuurderschap door de moeder en hem te veroordelen de woning te ontruimen. De vader heeft in die procedure veroordeling van de moeder tot ontruiming van de woning gevorderd.

2.4.

Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis in kort geding van 13 augustus 2013 heeft de kantonrechter de door de moeder gevraagde voorziening geweigerd en haar op straffe van verbeurte van een dwangsom veroordeeld de woning te ontruimen.

2.5.

De moeder huurt thans een tweekamerappartement. De vader woont met [de zonen] in de woning.

3 Het geschil

3.1.

De vader vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [de zonen] zal veroordelen onmiddellijk de woning te verlaten en deze niet meer te betreden, zo nodig te realiseren met de sterke arm, met veroordeling van [de zonen] in de kosten van het geding.

3.2.

[de zonen] voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vader legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. Hij heeft een nieuwe vriendin met wie hij graag wil samenwonen in de woning. [de zonen] accepteren dat niet. De vader ging er van uit dat [de zonen] bij de moeder zouden gaan wonen, zoals zij in het kader van de procedure bij de kantonrechter hadden aangegeven. Nu dat niet het geval is, heeft hij hun gevraagd € 350,00 per persoon per maand bij te dragen in de huur, overige vaste lasten en boodschappen, omdat hij zelf een minimuminkomen heeft. [de zonen] weigeren dat. Er zitten vaak vrienden van hen in de woning. Ze maken rommel in huis, ruimen nooit op en maken niet schoon. De sfeer in huis is zo gespannen dat hij de woning vaak ontvlucht. Eenmaal is de situatie zodanig geëscaleerd dat [zoon 1] hem wilde aanvliegen. [zoon 2] heeft [zoon 1] toen tegengehouden. De relatie met [de zonen] is inmiddels zodanig slecht dat een onhoudbare situatie is ontstaan, aldus de vader.

4.2.

[de zonen] hebben aangevoerd dat zij wel ergens anders willen gaan wonen, maar ze weten niet waar. Bij de moeder kunnen ze niet intrekken, want zij beschikt over een tweekamerwoning met slechts één slaapkamer. Voor het overige hebben ze geen familieleden bij wie ze terecht zouden kunnen. [zoon 1] staat al een aantal jaren ingeschreven als woningzoekende, maar komt daarvoor vooralsnog niet in aanmerking. Hij is onlangs werkloos geworden en heeft een uitkering aangevraagd. Die uitkering zal naar verwachting circa € 700,00 per maand bedragen. [zoon 2] heeft inkomsten uit part-time werk. Hij wil een opleiding gaan volgen, waardoor zijn inkomen lager zal worden. [de zonen] vinden het door de vader gevraagde bedrag aan kostgeld van € 350,00 per maand te hoog, omdat de huur van de woning slechts € 520,00 bedraagt en zij mede de boodschappen betalen. [de zonen] betwisten dat de situatie in de woning onleefbaar is. Volgens [de zonen] brengt de vader veel tijd bij zijn nieuwe vriendin door en slaapt hij maar twee maal per week thuis.

4.3.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Voor toewijsbaarheid van een vordering als de onderhavige is vereist dat sprake is van een urgente situatie waarin onverwijld ingrijpen noodzakelijk is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende aannemelijk geworden dat een dergelijke situatie zich hier voordoet. De vader heeft ter onderbouwing van zijn vordering een aantal omstandigheden opgenoemd die deels door [de zonen] gemotiveerd zijn weersproken. Voor het overige zijn de door de vader genoemde omstandigheden, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, onvoldoende zwaarwegend om te concluderen dat de samenwoning van partijen tot zodanige spanningen leidt, dat sprake is van een onhoudbare situatie die een onmiddellijke voorziening noodzakelijk maakt.

4.4.

Daar komt bij dat de vader in de procedure voor de kantonrechter blijkens de door hem overgelegde conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende eis in reconventie, kenbaar heeft gemaakt dat hij er geen bezwaar tegen had als [de zonen] in de woning zouden blijven wonen. Nu de kantonrechter heeft beslist dat de vader in de woning mag blijven, mag van hem worden verwacht dat hij zich aan zijn woord houdt. Bovendien ligt een eenvoudige oplossing voor de hand. De vader kan er immers ook voor kiezen met de moeder van woning te ruilen. Hij kan dan - al dan niet samen met zijn vriendin - het appartement van de moeder betrekken en de moeder kan bij [de zonen] in de woning gaan wonen, conform de oorspronkelijke wens van zowel de moeder als [de zonen]. Ter zitting heeft de vader kenbaar gemaakt dat hij dat niet wenselijk vindt nu hij de procedure tegen de moeder immers heeft gewonnen, maar dat doet niet af aan het feit dat deze oplossing in een klap een einde aan de door hem gestelde problemen zou maken.

4.5.

Op grond van het voorgaande is de vordering van de vader niet voor toewijzing vatbaar. Een afweging van de wederzijdse belangen leidt niet tot een ander oordeel. De voorzieningenrechter geeft partijen wel in overweging leefregels af te spreken, zodat iedereen weet waar hij zich aan te houden heeft. Ook komt het de voorzieningenrechter redelijk voor dat [de zonen] elk bijvoorbeeld € 150,00 per maand bijdragen in de gezamenlijke kosten.

4.6.

Gelet op de familierelatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorziening,

5.2.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 13 december 2013.1

1 type: 134coll: