Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:11838

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13-12-2013
Datum publicatie
29-01-2014
Zaaknummer
AWB-13_2546
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douane. Indeling.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht, geldigheid: 2014-01-29
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 13/2546

Uitspraakdatum: 13 december 2013

Uitspraak van de meervoudige kamer in het geding tussen

[X] N.V., gevestigd te [Z], eiseres,

gemachtigde: J.E. Mahulete,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Rotterdam Rijnmond, verweerder.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Verweerder heeft bij beschikking van 16 januari 2013 een bindende tariefinlichting met kenmerk NL-RTD-[NUMMER] afgegeven.

1.2.

Bij uitspraak van 16 april 2013 heeft verweerder het bezwaar van eiseres afgewezen.

1.3.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.4.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 november 2013.

Namens eiseres is verschenen de gemachtigde, bijgestaan door [A] en [B]. Namens verweerder zijn verschenen mr. A.A. Kop en N. Delgado-van Stokkem.

2 Tussen partijen vaststaande feiten

2.1.

Eiseres heeft op 6 november 2012 een bindende tariefinlichting aangevraagd voor een product met de handelsbenaming ‘[NAAM PRODUKT]’ (hierna: het product). Verweerder heeft vervolgens bij beschikkingen van 16 januari 2013 vijf bindende tariefinlichtingen afgegeven waarbij hij de goederen waaruit het product is samengesteld afzonderlijk heeft ingedeeld in de gecombineerde nomenclatuur (hierna: de GN). Tegen de bindende tariefinlichting met kenmerk NL-RTD-[NUMMER] heeft eiseres bezwaar gemaakt. Verweerder heeft bij de bestreden uitspraak het bezwaar afgewezen.

2.2.

Het product bestaat uit een luxe doos met veertig theecups, een kunststof waterfilter en een spanningskabel met twee stekkers die kan worden aangesloten op de theemachine van fabrikant [A-BEDRIJF]. De doos bevat acht smaken thee, dus vijf cups van elke smaak. Dertig cups bevatten zwarte thee, vijf cups bevatten groene thee en vijf cups bevatten rooibos. In de doos zitten ook brochures in de juiste taal of talen, afhankelijk van de lidstaat van bestemming. De theemachine maakt geen deel uit van het product. Het waterfilter is bestemd voor gebruik in de watercontainer van de theemachine. Bij het product wordt een in de lidstaat van bestemming bruikbare spanningskabel met stekkers gevoegd. De theecups en het waterfilter worden vervaardigd in Zwitserland, de spanningskabel in China.

2.3.

De theemachine kan alleen worden besteld via de webshop van [A-BEDRIJF]. De theemachine, die samen met een kop en schotel in een eigen doos is verpakt, en het product worden in een grote doos samengevoegd en op die manier naar de consument verzonden die de theemachine via de webshop bestelt.

2.4.

Het product is niet apart te koop. Het is een startersset en wordt aangeboden bij de theemachine. De goederen uit de ‘[NAAM PRODUKT]’ kunnen wel afzonderlijk worden gekocht via de webshop.

3 Geschil

3.1.

In geschil is of het product als een stel of assortiment moet worden ingedeeld, hetgeen eiseres verdedigt, dan wel of de artikelen los onder elk hun eigen post moeten worden ingedeeld, hetgeen verweerder voorstaat.

3.2.

Eiseres stelt zich op het standpunt dat het product bestaat uit benodigdheden voor het vervaardigen van thee met een theemachine en dat de goederen waaruit het product is samengesteld tezamen als stel of assortiment moeten worden ingedeeld. Het product ontleent aan de zwarte thee zijn wezenlijke karakter zodat het product volgens eiseres onder de daarvoor bestemde goederencode van de GN (0902 30 00) moet worden ingedeeld.

3.3.

Verweerder is van mening dat de artikelen afzonderlijk moeten worden ingedeeld. Hij stelt dat de artikelen die samen worden aangeboden niet in een specifieke behoefte voorzien en evenmin zijn bedoeld om een specifieke activiteit uit te voeren. De theemachine hoort niet bij het product.

4 Toepasselijke regelgeving

Algemene regel voor de interpretatie van de GN 3b luidt als volgt:

“3. Indien goederen met toepassing van het bepaalde onder 2 b) of om enige andere reden vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten, geschiedt de indeling als volgt:

a. a) (…)

b) mengsels, werken die zijn samengesteld uit of met verschillende stoffen dan wel zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen, zomede goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, waarvan de indeling niet mogelijk is aan de hand van het bepaalde onder 3 a), worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan de mengsels, de werken, de stellen of de assortimenten hun wezenlijk karakter ontlenen, indien dit kan worden bepaald;”

De IDR toelichting op algemene regel 3b luidt, voor zover van belang, als volgt:

“X. Voor de toepassing van deze regel moet de uitdrukking ‘goederen opgemaakt in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein’ worden opgevat betrekking te hebben op goederen die tegelijkertijd:

a.  bestaan uit ten minste twee verschillende artikelen die op het eerste gezicht kunnen worden ingedeeld onder verschillende posten. Daarom kunnen bijvoorbeeld zes fonduevorkjes niet worden aangemerkt als een stel of assortiment in de zin van deze regel;

b.  bestaan uit producten of artikelen die samen worden aangeboden om in een behoefte te voorzien of om een bepaalde activiteit uit te voeren, en

c.  zodanig zijn opgemaakt dat zij, zonder opnieuw te worden verpakt, rechtstreeks aan de verbruiker kunnen worden verkocht (bijvoorbeeld in koffertjes, in dozen, op kartons).

De uitdrukking omvat derhalve stellen of assortimenten bestaande uit, bijvoorbeeld verschillende voedingsmiddelen bestemd om samen te worden gebruikt bij het vervaardigen van een schotel. Voorbeelden van stellen of assortimenten die met toepassing van regel 3 b kunnen worden ingedeeld zijn:

1a. stellen of assortimenten samengesteld uit een sandwich bestaande uit een broodje met rundvlees, al dan niet met kaas (post 1602), en patates frites (post 2004): indeling onder post 1602.

1b. stellen of assortimenten waarvan de bestanddelen bestemd zijn om samen te worden gebruikt bij de bereiding van een spaghettischotel, bestaande uit een pakje ongekookte spaghetti (post 1902), een zakje geraspte kaas (post 0406) en een blikje tomatensaus (post 2103), opgemaakt in een karton: indeling onder post 1902.

Niet als stel of assortiment kunnen worden aangemerkt bepaalde voedingsmiddelen die gezamenlijk worden aangeboden en die bijvoorbeeld bestaan uit:

–  een blik garnalen (post 1605), een blik leverpastei (post 1602), een blik kaas (post 0406), een blik met plakjes spek (post 1602) en een blik cocktailworstjes (post 1601), of

–  een fles alcoholhoudende drank van post 2208 en een fles wijn van post 2204.

In het geval van deze twee voorbeelden en van soortgelijke producten, moet ieder artikel afzonderlijk worden ingedeeld naar aard en samenstelling;

2. stellen of assortimenten voor het opmaken van het haar, bestaande uit een tondeuse (post 8510), een kam (post 9615), een schaar (post 8213), een borstel (post 9603) en een handdoek van textiel (post 6302), opgemaakt in een doos van leder (post 4202): indeling onder post 8510;

3. tekendozen, bestaande uit een liniaal (post 9017), een rekenschijf (post 9017), een passer (post 9017), een potlood (post 9609) en een potloodslijper (post 8214), opgemaakt in een doos van kunststof in vellen (post 4202): indeling onder post 9017.”

5 Beoordeling van het geschil

5.1.

Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken. Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU), dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de post zijn omschreven. De door de Commissie vastgestelde toelichtingen op de GN en de in het kader van de Werelddouaneorganisatie (WDO) uitgewerkte toelichtingen op het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (de GN- en GS-toelichtingen) zijn, hoewel rechtens niet bindend, belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten.

5.2.

Tussen partijen is enkel in geschil of het product als een stel of een assortiment dient te worden aangemerkt. Eiseres verwijst naar algemene regel voor de interpretatie van de GN 3b en de IDR toelichting daarop, en meent dat met het product in een behoefte kan worden voorzien (theedrinken) of een bepaalde activiteit kan worden uitgevoerd (theezetten). Het wezenlijke karakter van het stel of het assortiment wordt volgens eiseres bepaald door de zwarte thee, die in dertig van de veertig theecups zit. Verweerder bestrijdt dit. Uit de bij de toelichting gegeven voorbeelden blijkt dat bedoelde activiteit of behoefte nauwkeurig bepaald moet zijn en voorts dat daarvoor de specifieke attributen nodig zijn. Met de inhoud van het product kan geen thee worden gedronken, aangezien de theemachine ontbreekt. De artikelen die tot het product behoren, zijn niet aan elkaar gerelateerd. Dit is het verschil met de voorbeelden in de Richtsnoeren voor de indeling in de gecombineerde nomenclatuur van goederen in stellen of assortimenten, opgemaakt voor de verkoop in het klein die zijn opgesteld door de Commissie (Pb. C 105/1 van 11 april 2013). Bovendien wordt het product niet rechtstreeks aan de verbruiker verkocht, maar maakt het deel uit van het starterspakket waarin ook de theemachine, de gebruikershandleiding en de kop en schotel zijn verpakt.

5.3.

De rechtbank is met verweerder van oordeel dat het product niet voldoet aan de voorwaarde dat het bestaat uit producten of artikelen die samen worden aangeboden om in een behoefte te voorzien of een bepaalde activiteit uit te voeren. Voor het zetten van de thee met de theecups is de theemachine onontbeerlijk, en deze maakt geen deel uit van het product. De artikelen die wel tot het product behoren, hebben onvoldoende samenhang om te worden aangemerkt als stel of assortiment. De spanningskabel en het waterfilter dienen te worden aangesloten aan c.q. geplaatst in de theemachine. Zij kunnen ook worden gebruikt nadat de veertig theecups in het product zijn verbruikt. De theecups worden elk afzonderlijk en eenmalig gebruikt voor het zetten van één individuele kop thee van een bepaalde smaak. De artikelen zijn niet bedoeld om (blijvend) samen te worden gebruikt en werken ook niet op elkaar in.

5.4.

Voor het onder 5.3 gegeven oordeel ontleent de rechtbank steun aan de onder 5.2 bedoelde Richtsnoeren van de Commissie. De rechtbank wijst met name op de voorbeelden die worden besproken onder deel B (I), in het bijzonder voorbeeld d iii).

5.5.

Aangezien een stel of assortiment cumulatief aan drie voorwaarden dient te voldoen en het product, gezien het onder 5.3 gegeven oordeel, niet aan de tweede voorwaarde voldoet, behoeven de overige voorwaarden geen bespreking.

5.6.

Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

6 Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

7 Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. van Dongen, voorzitter, mr. M.H.L.C. Bijvoet en
mr. O. Nijhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Plesman-Jalink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 december 2013.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (douanekamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.