Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:11736

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-12-2013
Datum publicatie
14-02-2014
Zaaknummer
15/971004-12
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2015:1231, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak medeverdachte in megazaak Oranje tegen ex-gedeputeerde Provicie Noord-Holland. Geen nauwe en bewuste samenwerking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/971004-12 (P)

Uitspraakdatum: 3 december 2013

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 18 oktober 2012 en 4, 5, 6, 18 en 19 november 2013 in de zaak tegen:

[verdachte][verdachte],

geboren [1970] te [geboorteplaats] (Groot-Brittannië),

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie

mr. R.E.I. Steen en mr. W.J. Veldhuis, en van wat verdachte en haar raadsman, mr. R.P.G. van der Weijde, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijzigingen van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Feit 1:

(ZD 02: [betrokkene 1] / [bedrijf 4])

zij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 6 juli 2009 te Haarlem en/of Amsterdam en/of Hattem en/of , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) althans alleen, als ambtenaar (in de functie van Lid van de Provinciale Staten Noord Holland en/of Gedeputeerde van het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland), (al dan niet via [bedrijf 1] en/of [bedrijf 3])

(om) (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en),

te weten

a) (een gift van) EUR 11.900 (betaald op 20 mei 2005)

b) (een gift van) EUR 107.100 (betaald op 30 december 2005)

c) (een gift van) EUR 59.500 (betaald op 10 februari 2006)

d) (een gift van) EUR 14.875 (betaald op 6 februari 2007)

e) (een gift van) EUR 20.000 (betaald op 21 juli 2008)

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door

a) [betrokkene 2] (in zijn hoedanigheid van directeur/bestuurder van [bedrijf 4]) en/of [bedrijf 4] en/of

b) [betrokkene 1] (in zijn hoedanigheid van directeur/bestuurder van [bedrijf 5]) en/of [bedrijf 5] en/of

c) [betrokkene 1] (in zijn hoedanigheid van directeur/bestuurder van [bedrijf 5]) en/of [bedrijf 5] en/of

d) [betrokkene 1] (in zijn hoedanigheid van directeur/bestuurder van [bedrijf 5]) en/of [bedrijf 5] en/of

e) [betrokkene 1] (in zijn hoedanigheid van directeur/bestuurder van [bedrijf 5]) en/of [bedrijf 5]

I. heeft aangenomen terwijl zij, verdachte,

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) haar en/of haar medeverdachte(n) werd(en) gedaan teneinde (een van) haar medeverdachte(n) te bewegen om al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) haar en/of haar medeverdachte(n) werd(en) gedaan tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door (een van) haar medeverdachte(n) al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

II. heeft gevraagd

(telkens) teneinde (een van) haar medeverdachte(n) te bewegen om al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 3) en/of

(telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door (een van) haar medeverdachte(n) al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- ( anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [betrokkene 2] en/of [bedrijf 4] en/of

[betrokkene 1] en/of [bedrijf 5]

en/of

- aangaan en/of onderhouden van een relatie tussen hem verdachte en [betrokkene 2] en/of [bedrijf 4] en/of [betrokkene 1] en/of [bedrijf 5], teneinde (aldus) voor hen een voorkeursbehandeling te bewerkstelligen, en/of

- ten gunste van [betrokkene 2] en/of [bedrijf 4] en/of [betrokkene 1] en/of [bedrijf 5] (pogen te) beïnvloeden van besluitvormingsprocedures van de provincie Noord-Holland) en/of (een) (beslissingsbevoegde) collega('s) en/of

- verrichten van diensten aan (een) private partije(en)in de vorm van adviseren bij de overname van [bedrijf 4] door [bedrijf 26] en/of (vanuit zijn hoedanigheid als gedeputeerde) het met elkaar in contact brengen/aan elkaar koppelen van (de private partijen) [bedrijf 4] en [bedrijf 26] en/of

- ( ten gunste van [betrokkene 1] en/of [bedrijf 5]) (pogen te) beïnvloeden van besluitvormingsprocedures van de provincie Noord-Holland met betrekking tot de ontwikkeling van het gebied de Hoek Noord-S-Park en/of

- het verrichten van diensten aan (een) private partije(en) in de vorm van adviseren en/of bemiddelen bij de financiering voor de [bedrijf 5] voor het project Hoek Noord S-Park en/of

- het verrichten van diensten aan (een) private partije(en) in de vorm van adviseren en/of bemiddelen bij de verwerving door de [bedrijf 5] van gronden in de Lutkemeerpolder en/of

- ( ten gunste van [betrokkene 1] en/of [bedrijf 5]) (pogen te) beïnvloeden van besluitvormingsprocedures van de provincie Noord-Holland met betrekking tot de ontwikkeling van het gebied Lutkemeren en/of

- met aanwending van zijn gezag en invloed in de provincie Noord-Holland, pogen een betere positie te bewerkstelligen voor [betrokkene 2] en/of [bedrijf 4] en/of [betrokkene 1] en/of [bedrijf 5]
binnen de provincie Noord-Holland,

zulks terwijl zij, verdachte en/of haar medeverdachte(n) dit/deze feit(en) (telkens) heeft/hebben begaan in verband met zijn hoedanigheid als Lid van de Provinciale Staten Noord Holland en/of als Gedeputeerde van het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland;

Feit 2:

(ZD 04: [bedrijf 6])

zij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 15 januari 2005 tot en met 6 juli 2009 te Haarlem en/of Amsterdam en/of Hattem en/of Bergen aan Zee, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) althans alleen, als ambtenaar (in de functie van Gedeputeerde van het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland), (al dan niet via [bedrijf 1] en/of [bedrijf 3])

(om) (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en),

te weten

- een belofte (gedaan op 20 december 2006) van NFL 1.000.0000 (omgerekend EUR 453.780, zijnde de helft van een extra winstaandeel voor [bedrijf 6], indien het bestemmingsplan van de verkochte percelen Bovenkerkerweg zal worden gewijzigd zodanig dat woningbouw, kantoorbouw en/of industriële bouw op deze gronden zal zijn toegestaan) en/of

- ( twee, althans een of meer giften van) EUR 7.140 (betaald op 22 december 2006 en/of 8 januari 2007) en/of

- ( een gift van) EUR 59.500 (betaald op 15 juli 2007)

- een belofte van EUR 425.000 (gedaan op 7 december 2009) (indien “eigendom [bedrijf 34] valt in bouw bestemmingsplan. Voor woningbouw wat onherroepelijk is en geen bezwaar meer mogelijk”)

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door [betrokkene 3] (in zijn hoedanigheid van directeur en/of enig aandeelhouder van [bedrijf 6]) en/of door (een of meer medewerker(s) van) [bedrijf 6],

I. heeft aangenomen terwijl zij, verdachte,

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) haar en/of haar medeverdachte(n) werd(en) gedaan teneinde (een van) haar medeverdachte(n) te bewegen om al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) haar en/of haar medeverdachte(n) werd(en) gedaan tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door (een van) haar medeverdachte(n) al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

II. heeft gevraagd

(telkens) teneinde (een van) haar medeverdachte(n) te bewegen om al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 3) en/of

(telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door (een van) haar medeverdachte(n) al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- ( anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [betrokkene 3] en/of [bedrijf 6],

en/of

- aangaan en/of onderhouden van een relatie tussen hem verdachte en [betrokkene 3] en/of [bedrijf 6], teneinde (aldus) voor hen een voorkeursbehandeling te bewerkstelligen, en/of

- ten gunste van [betrokkene 3] en/of [bedrijf 6] (pogen te) beïnvloeden van besluitvormingsprocedures van de provincie Noord-Holland) en/of (een) (beslissingsbevoegde) collega('s) en/of

- ( pogen) druk uit te oefenen om woningbouw in de Bovenkerkerpolder gemeente Amstelveen te realiseren door het grondgebied, ondanks een negatief ambtelijk advies, op te laten nemen in de structuurvisie, en/of

- met aanwending van zijn gezag en invloed in de provincie Noord-Holland, pogen een betere positie te bewerkstelligen voor [betrokkene 3] en/of [bedrijf 6] binnen de provincie Noord-Holland,

zulks terwijl zij, verdachte en/of haar medeverdachte(n) dit/deze feit(en) (telkens) heeft/hebben begaan in verband met zijn hoedanigheid als Gedeputeerde van het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland;

Feit 3:

(ZD 08: [bedrijf 3])

zij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 15 januari 2005 tot en met 6 juli 2009 te Haarlem en/of Amsterdam en/of Hattem en/of Vinkeveen en/of Overveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) althans alleen, als ambtenaar (in de functie van Gedeputeerde van het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland), (al dan niet via [bedrijf 1] en/of [bedrijf 3])

(om) (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en),

te weten

a. a) (een gift van) EUR 24.395 (betaald op 24 mei 2007)

b) (een gift van) EUR 4.165 (betaald op 13 april 2007)

c) (een gift van) EUR 4.165 (betaald op 7 maart 2007)

d) (een gift van) EUR 9.520 (betaald op 5 april 2007)

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

verleend en/of aangeboden en/of gedaan (via [bedrijf 3]) door

a. a) [betrokkene 4] (in zijn hoedanigheid van directeur/bestuurder van [bedrijf 7]) en/of [bedrijf 7] en/of

b) [betrokkene 5] (in zijn hoedanigheid van directeur/bestuurder van [(onderdeel) bedrijf 8]) en/of [(onderdeel) bedrijf 8] en/of

c) [betrokkene 6] (in zijn hoedanigheid van directeur/bestuurder van [bedrijf 9] en/of [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11]/[bedrijf 12]) en/of [bedrijf 9] en/of [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11]/[bedrijf 12] en/of

d) [betrokkene 7] (in zijn hoedanigheid van bestuurder/directeur van [bedrijf 13] en/of [bedrijf 14]) en/of [bedrijf 13] en/of [bedrijf 14]

I. heeft aangenomen terwijl zij, verdachte,

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) haar en/of haar medeverdachte(n) werd(en) gedaan teneinde (een van) haar medeverdachte(n) te bewegen om al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) haar en/of haar medeverdachte(n) werd(en) gedaan tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door (een van) haar medeverdachte(n) al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

II. heeft gevraagd

(telkens) teneinde (een van) haar medeverdachte(n) te bewegen om al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 3) en/of

(telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door (een van) haar medeverdachte(n) al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- ( anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [betrokkene 4] en/of [bedrijf 7] en/of [betrokkene 5] en/of [(onderdeel) bedrijf 8] en/of [betrokkene 6] en/of [bedrijf 9] en/of [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11]/[bedrijf 12] en/of [betrokkene 7] en/of [bedrijf 13] en/of [bedrijf 14],

en/of

- aangaan en/of onderhouden van een relatie tussen hem verdachte en [betrokkene 4] en/of [bedrijf 7] en/of [betrokkene 5] en/of [(onderdeel) bedrijf 8] en/of [betrokkene 6] en/of [bedrijf 9] en/of [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11]/[bedrijf 12] en/of [betrokkene 7] en/of [bedrijf 13] en/of [bedrijf 14], teneinde (aldus) voor hen een voorkeursbehandeling te bewerkstelligen, en/of

- ten gunste van [betrokkene 4] en/of [bedrijf 7] en/of [betrokkene 7] en/of [bedrijf 13] en/of [bedrijf 14], (pogen te) beïnvloeden van besluitvormingsprocedures van de provincie Noord-Holland) en/of (een) (beslissingsbevoegde) collega('s) en/of

- met aanwending van zijn gezag en invloed in de provincie Noord-Holland, pogen een betere positie te bewerkstelligen voor [betrokkene 4] en/of [bedrijf 7] en/of [betrokkene 5] en/of [(onderdeel) bedrijf 8] en/of [betrokkene 6] en/of [bedrijf 9] en/of [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11]/[bedrijf 12] en/of [betrokkene 7] en/of [bedrijf 13] en/of [bedrijf 14], binnen de provincie Noord-Holland,

zulks terwijl zij, verdachte, en/of haar medeverdachte(n) dit/deze feit(en) (telkens) heeft/hebben begaan in verband met zijn hoedanigheid als Gedeputeerde van het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland;

Feit 4:

(ZD 09: HUISBANKIERSCHAP [bank 1])

zij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 15 januari 2005 tot en met 6 juli 2009 te Haarlem en/of Amsterdam en/of Hattem en/of Heerenveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) althans alleen, als ambtenaar (in de functie van Gedeputeerde van het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland), (al dan niet via [bedrijf 1] en/of [bedrijf 3])

(om) (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en),

te weten

a. a) een (belofte (gedaan op 1 oktober 2006 en/of 1 mei 2007) van een) kwartaalfee van EUR 6.000 (exclusief

BTW) en/of

b) een (belofte (gedaan op 1 oktober 2006 en/of 1 mei 2007) van een) additionele courtage van 25% bij nader

overeen te komen opdrachten en/of bemiddelingen en/of

c) (een of meer gift(en) van) EUR 7.497 en/of EUR 7.140 (betaald op 4 januari 2007 en/of 20 september 2007)

en/of

d) (een belofte (gedaan op 9 januari 2008) van) de helft van de door [bank 1] aan [bedrijf 16]

en/of [betrokkene 8] te betalen provisie(s),

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door [betrokkene 8] (in zijn hoedanigheid van directeur bij [bedrijf 15] (a en/of b en/of c) en en/ of van [bedrijf 16] (d) ) en/of (een of meer medewerker(s) van) [bedrijf 15] en/of [bedrijf 16]

I. heeft aangenomen terwijl zij, verdachte,

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) haar en/of haar medeverdachte(n) werd(en) gedaan teneinde (een van) haar medeverdachte(n) te bewegen om al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) haar en/of haar medeverdachte(n) werd(en) gedaan tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door (een van) haar medeverdachte(n) al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

II. heeft gevraagd

(telkens) teneinde (een van) haar medeverdachte(n) te bewegen om al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 3) en/of

(telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door (een van) haar medeverdachte(n) al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- ( anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [bank 1] en/of [betrokkene 8] en/of [bedrijf 15] en/of [bedrijf 16]

en/of

- aangaan en/of onderhouden van een relatie tussen hem verdachte en [betrokkene 8] en/of [bedrijf 15] en/of [bedrijf 16] teneinde (aldus) een voorkeursbehandeling te bewerkstelligen voor [betrokkene 8] en/of [bedrijf 15] en/of [bedrijf 16] en/of

- verstrekken/delen van (nog) geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentiegevoelige informatie aan/met [betrokkene 8] en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 15] en/of [bedrijf 16] en/of [bank 1] (anders dan om zakelijke redenen) ten gunste van voornoemde bedrijven en/of

- ten gunste van [betrokkene 8] en/of [bedrijf 15] en/of [bedrijf 16] en/of [bank 1] beïnvloeden van besluitvormingsprocedures (over het huisbankierschap) van de provincie Noord-Holland) en/of (een) (beslissingsbevoegde) collega('s) en/of

- met aanwending van zijn gezag en invloed in de provincie Noord-Holland, al dan niet buiten de gebruikelijke procedures om, gepoogd een beter positie te bewerkstelligen voor [betrokkene 8] en/of [bedrijf 15] en/of [bedrijf 16] en/of [bank 1],

- ( anders dan om zakelijke redenen) toezeggen van (een) toekomstig(e) werk(en) en/of opdracht(en) en/of project(en) aan [bedrijf 15] en/of [bedrijf 16] en/of[bank 1],

zulks terwijl zij, verdachte en/of haar medeverdachte(n) dit/deze feit(en) (telkens) heeft/hebben begaan in verband met zijn hoedanigheid als Gedeputeerde van het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland;

Feit 5:

(ZD 10: [bedrijf 18])

zij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 15 januari 2005 tot en met 6 juli 2009 te Haarlem en/of Amsterdam en/of Hattem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) althans alleen, als ambtenaar (in de functie van Gedeputeerde van het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland), (al dan niet via [bedrijf 1] en/of [bedrijf 3])

(om) (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en),

te weten een

- ( een gift van) een retourvliegticket naar Roemenië (van 1 tot en met 3 oktober 2006) en/of

- ( een gift van) een retourvliegticket naar Turkije (van 27 tot en met 29 oktober 2006) en/of

- ( een gift van) EUR 5.950 (betaald op 29 maart 2007)

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door [betrokkene 9] (in zijn hoedanigheid van directeur en/of bestuurder van [bedrijf 18]) en/of [bedrijf 18] en/of [bedrijf 19],

I. heeft aangenomen terwijl zij, verdachte,

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) haar en/of haar medeverdachte(n) werd(en) gedaan teneinde (een van) haar medeverdachte(n) te bewegen om al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) haar en/of haar medeverdachte(n) werd(en) gedaan tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door (een van) haar medeverdachte(n) al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

II. heeft gevraagd

(telkens) teneinde (een van) haar medeverdachte(n) te bewegen om al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 3) en/of

(telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door (een van) haar medeverdachte(n) al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- ( anders dan om zakelijke redenen) begunstigen [betrokkene 9] en/of [bedrijf 18] en/of [bedrijf 19],

en/of

- aangaan en/of onderhouden van een relatie tussen hem verdachte en [betrokkene 9] en/of [bedrijf 18] en/of [bedrijf 19] teneinde (aldus) een voorkeursbehandeling te bewerkstelligen voor [betrokkene 9] en/of [bedrijf 18] en/of [bedrijf 19] en/of

- verstrekken/delen van (nog) geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare informatie aan/met [betrokkene 9] en/of [bedrijf 18] en/of [bedrijf 19](anders dan om zakelijke redenen) ten gunste van voornoemd(e) bedrij(f)(ven) en/of

- met aanwending van zijn gezag en invloed in de provincie Noord-Holland gepoogd een beter positie te bewerkstelligen voor [betrokkene 9] en/of [bedrijf 18] en/of [bedrijf 19] door deze persoon en/of bedrijven uit te (laten) nodigen voor handelsevenementen,

zulks terwijl zij, verdachte en/of haar medeverdachte(n) dit/deze feit(en) (telkens) heeft/hebben begaan in verband met zijn hoedanigheid als Gedeputeerde van het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland;

Feit 6:

(Valsheid in geschrift – mbt facturen verzonden door [bedrijf 1])

[bedrijf 1] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 15 januari 2005 tot en met 6 juli 2009 te Haarlem en/of Amsterdam en/of Hattem en/of Den Helder en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens):

een of meer facturen,

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of heeft laten opmaken en/of vervalsen,

immers heeft/hebben [bedrijf 1] en/of zijn medeverdachte(n) (telkens) valselijk – immers opzettelijk in strijd met de waarheid – inzake

ZD/04:

a.) in een factuur d.d. 22 december 2006 van [bedrijf 1] aan [bedrijf 6] opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 1] (in de persoon [verdachte]) voor [bedrijf 6] divers advieswerk en vertaalwerk heeft geleverd in 2006 (voor een bedrag van EUR 7.140) [p.40167] en/of

b.) in een factuur d.d. 2 januari 2007 van [bedrijf 1] aan [bedrijf 6] opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 1] (in de persoon [verdachte]) aan [bedrijf 6] diverse adviezen heeft geleverd in 2004 (voor een bedrag van EUR 7.140) [p.40169] en/of

ZD/05:

a.) in een factuur d.d. 1 juni 2007 van [bedrijf 1] aan [bedrijf 22] opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 1] aan [bedrijf 22] (voor een bedrag van EUR 8.330) diverse consultancyadviezen heeft geleverd [p.50098] en/of

b.) in een factuur d.d. 11 oktober 2007 van [bedrijf 1] aan [bedrijf 22] opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 1] aan [bedrijf 22] (voor een bedrag van EUR 8.568) diverse consultancyadviezen heeft geleverd [p.50099] en/of

ZD/08:

a.) in een factuur d.d. 12 januari 2007 van [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] in 2006 (voor een bedrag van EUR 24.395) adviezen over investeringsprojecten te Duitsland heeft verstrekt [p. 80149] en/of

b.) in een factuur d.d. 17 januari 2007 van [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] in 2006 (voor een bedrag van EUR 8.330) adviezen over investeringsprojecten te Kalingrad heeft verstrekt [p. 80155] en/of

c.) in een factuur d.d. 1 maart 2007 van [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] in 2006 (voor EUR 9.520) adviezen over investeringsprojecten te Kalingrad 2 heeft verstrekt [p. 80157] en/of

d.) in een factuur d.d. 15 september 2007 van [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] in 2007 (voor een bedrag van EUR 5.950) adviezen over investeringsprojecten te Kalingrad heeft verstrekt [p. 80158], en/of

e.) in een factuur d.d. 12 januari 2008 (en/of 12 januari 2007) van [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] in 2007 (en/of 2006) (voor een bedrag van EUR 119.000) adviezen over investeringsprojecten te Roemenië heeft verstrekt [p. 80159 en/of 80161], en/of

ZD/10:

a.) in een factuur van [bedrijf 1] aan [bedrijf 19] d.d. 01-03-2007 opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 1] in 2006 (voor een bedrag van EUR 5.000 excl. BTW) aan [bedrijf 19] adviezen heeft verstrekt over investeringsprojecten in Georgië, [p. 100266] en/of

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken,

aan welk(e) feit(en) verdachte en/of haar medeverdachte(n) feitelijk leiding heeft/hebben gegeven en/of tot welk(e) feit(en) verdachte en/of haar medeverdachte(n) opdracht heeft/hebben gegeven ;

en/of

[bedrijf 1] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 15 januari 2005 tot en met 6 juli 2009 te Haarlem en/of Amsterdam en/of Hattem en/of Den Helder en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

(telkens)

telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een of meerdere vals(e) en/of vervalst(e) factu(u)r(en)

-(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- als ware(n) die factu(u)r(en) (telkens) echt en onvervalst, en/of

(telkens) opzettelijk een of meerdere vals(e) en/of vervalst(e) factu(u)r(en) -(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen-

voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die factu(u)r(en) bestemd was/waren voor gebruik als echt en onvervalst

bestaande dat gebruikmaken hierin dat (een of meer van) die geschrift(en) door [bedrijf 1] en/of de medeverdachte(n) is/zijn verzonden aan

- [ ZD-04] [bedrijf 6] en/of

- [ ZD-05] [bedrijf 22] en/of [bedrijf 20] en/of [bedrijf 21] en/of

- [ ZD-08] [bedrijf 3] en/of [bedrijf 7] en/of [bedrijf 8] en/of [bedrijf 9] en/of [bedrijf 13] en/of

- [ ZD-10] [bedrijf 19]

en/of bestaande dat voorhanden hebben hierin dat (een of meer van) die geschrift(en) door [bedrijf 1] is/zijn opgenomen in de (eigen) bedrijfsadministratie,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat, inzake

ZD/04:

a.) in een factuur d.d. 22 december 2006 van [bedrijf 1] aan [bedrijf 6] is opgenomen dat [bedrijf 1] (in de persoon [verdachte]) voor [bedrijf 6] divers advieswerk en vertaalwerk heeft geleverd in 2006 (voor een bedrag van EUR 7.140) [p.40167] en/of

b.) in een factuur d.d. 2 januari 2007 van [bedrijf 1] aan [bedrijf 6] is opgenomen dat [bedrijf 1] (in de persoon [verdachte]) aan [bedrijf 6] diverse adviezen heeft geleverd in 2004 (voor een bedrag van EUR 7.140) [p.40169] en/of

ZD/05:

a.) in een factuur d.d. 1 juni 2007 van [bedrijf 1] aan [bedrijf 22] is opgenomen dat [bedrijf 1] aan [bedrijf 22] (voor een bedrag van EUR 8.330) diverse consultancyadviezen heeft geleverd [p.50098] en/of

b.) in een factuur d.d. 11 oktober 2007 van [bedrijf 1] aan [bedrijf 22] is opgenomen dat [bedrijf 1] aan [bedrijf 22] (voor een bedrag van EUR 8.568) diverse consultancyadviezen heeft geleverd [p.50099] en/of

ZD/08:

a.) in een factuur d.d. 12 januari 2007 van [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] is opgenomen dat [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] in 2006 (voor een bedrag van EUR 24.395) adviezen over investeringsprojecten te Duitsland heeft verstrekt [p. 80149] en/of

b.) in een factuur d.d. 17 januari 2007 van [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] is opgenomen dat [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] in 2006 (voor een bedrag van EUR 8.330) adviezen over investeringsprojecten te Kalingrad heeft verstrekt [p. 80155] en/of

c.) in een factuur d.d. 1 maart 2007 van [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] is opgenomen dat [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] in 2006 (voor EUR 9.520) adviezen over investeringsprojecten te Kalingrad 2 heeft verstrekt [p. 80157] en/of

d.) in een factuur d.d. 15 september 2007 van [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] is opgenomen dat [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] in 2007 (voor een bedrag van EUR 5.950) adviezen over investeringsprojecten te Kalingrad heeft verstrekt [p. 80158], en/of

e.) in een factuur d.d. 12 januari 2008 (en/of 12 januari 2007) van [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] is opgenomen dat [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] in 2007 (en/of 2006) (voor een bedrag van EUR 119.000) adviezen over investeringsprojecten te Roemenië heeft verstrekt [p. 80159 en/of 80161], en/of

ZD/10:

a.) in een factuur van [bedrijf 1] aan [bedrijf 19] d.d. 01-03-2007 is opgenomen dat [bedrijf 1] in 2006 aan [bedrijf 19] (voor een bedrag van EUR 5.000 excl. BTW) adviezen heeft verstrekt over investeringsprojecten in Georgië, [p. 100266] en/of

aan welk(e) feit(en) verdachte en/of haar medeverdachte(n) feitelijk leiding heeft/hebben gegeven en/of tot welk(e) feit(en) verdachte en/of haar medeverdachte(n) opdracht heeft/hebben gegeven;

Feit 7:

(Valsheid in geschrift - mbt medeplegen facturen van anderen dan [bedrijf 1])

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 15 januari 2005 tot en met 6 juli 2009 te Haarlem en/of Amsterdam en/of Hattem en/of Den Helder en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens):

een of meer facturen,

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of heeft laten opmaken en/of vervalsen,

immers heeft/hebben verdachte en/of haar medeverdachte(n) (telkens) valselijk – immers opzettelijk in strijd met de waarheid – inzake

ZD/04:

a.) in een factuur d.d. 12 september 2007 van [bedrijf 3] aan [bedrijf 6] opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 3] (voor een bedrag van EUR 59.500) provisie ontvangt voor ‘het regelen van de financiering van de gronden Jaagweg 1 gem. Koggenland’ [p. 40599] en/of


ZD/05:

a.) in een factuur d.d. 16 april 2007 van [bedrijf 22] aan [bedrijf 20] voor opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 22] aan [bedrijf 20] een bedrag van EUR 8.330 in rekening brengt voor Spotjes Media RTV [p. 50118] en/of

b.) in een factuur d.d. 24 september 2007 van [bedrijf 22] aan [bedrijf 21] opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 22] aan [bedrijf 21] een bedrag van EUR 8.568 in rekening brengt voor diverse ICT activiteiten [p. 50169] en/of

ZD/08:

b.) in een factuur d.d. 5 maart 2007 van [bedrijf 3] aan [bedrijf 7] (althans [bedrijf 7]) opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 3] aan [bedrijf 7] (althans [bedrijf 7]) (voor een bedrag van EUR 24.395) adviezen inzake ontwikkeling Veenendaal heeft verstrekt [p. 80262] en/of

c.) in een factuur d.d. 27 februari 2007 van [bedrijf 3] aan [bedrijf 8] opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 3] aan [bedrijf 8] (voor een bedrag van EUR 4.165) adviezen inzake marktontwikkelingen NH heeft verstrekt [p. 80288] en/of

d.) in een factuur d.d. 5 maart 2007 van [bedrijf 3] aan [bedrijf 9] opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 3] aan [bedrijf 9] (voor een bedrag van EUR 4.165) adviezen inzake projectontwikkeling heeft verstrekt [p. 80294] en/of

e.) in een factuur d.d. 5 maart 2007 van [bedrijf 3] aan [bedrijf 13] opgenomen en/of laten opnemen dat [bedrijf 3] aan [bedrijf 13] (voor een bedrag van EUR 9.520) taxatiewerkzaamheden inzake diverse gebouwen o.g. portefeuille zoals met [betrokkene 7] besproken heeft verstrekt [p. 80304] en/of

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

en/of

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 15 januari 2005 tot en met 6 juli 2009 te Haarlem en/of Amsterdam en/of Hattem en/of Den Helder en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

(telkens)

telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een of meerdere vals(e) en/of vervalst(e) factu(u)r(en)

-(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- als ware(n) die factu(u)r(en) (telkens) echt en onvervalst, en/of

(telkens) opzettelijk een of meerdere vals(e) en/of vervalst(e) factu(u)r(en) -(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen-

voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die factu(u)r(en) bestemd was/waren voor gebruik als echt en onvervalst

bestaande dat gebruikmaken hierin dat (een of meer van) die geschrift(en) door verdachte en/of haar medeverdachte(n) is/zijn verzonden aan

- [ ZD-04] [bedrijf 6] en/of

- [ ZD-05] [bedrijf 20] en/of [bedrijf 21] en/of

- [ ZD-08] [bedrijf 7] (althans [bedrijf 7]) en/of [bedrijf 8] en/of [bedrijf 9] en/of [bedrijf 13]

en/of bestaande dat voorhanden hebben hierin dat (een of meer van) die geschrift(en) door verdachte en/of haar medeverdachte(n) is/zijn opgenomen in de (bedrijfs)administratie,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat, inzake

ZD/04:

a.) in een factuur d.d. 12 september 2007 van [bedrijf 3] aan [bedrijf 6] is opgenomen dat [bedrijf 3] (voor een bedrag van EUR 59.500) provisie ontvangt voor ‘het regelen van de financiering van de gronden Jaagweg 1 gem. Koggenland’ [p. 40599] en/of

ZD/05:

a.) in een factuur d.d. 16 april 2007 van [bedrijf 22] aan [bedrijf 20] voor is opgenomen dat [bedrijf 22] aan [bedrijf 20] een bedrag van EUR 8.330 in rekening brengt voor Spotjes Media RTV [p. 50118] en/of

b.) in een factuur d.d. 24 september 2007 van [bedrijf 22] aan [bedrijf 21] is opgenomen dat [bedrijf 22] aan [bedrijf 21] een bedrag van EUR 8.568 in rekening brengt voor diverse ICT activiteiten [p. 50169] en/of

ZD/08:

a.) in een factuur d.d. 5 maart 2007 van [bedrijf 3] aan [bedrijf 7] (althans [bedrijf 7]) is opgenomen dat [bedrijf 3] aan [bedrijf 7] (althans [bedrijf 7]) (voor een bedrag van EUR 24.395) adviezen inzake ontwikkeling Veenendaal heeft verstrekt [p. 80262] en/of

b.) in een factuur d.d. 27 februari 2007 van [bedrijf 3] aan [bedrijf 8] is opgenomen dat [bedrijf 3] aan [bedrijf 8] (voor een bedrag van EUR 4.165) adviezen inzake marktontwikkelingen NH heeft verstrekt [p. 80288] en/of

c.) in een factuur d.d. 5 maart 2007 van [bedrijf 3] aan [bedrijf 9] is opgenomen dat [bedrijf 3] aan [bedrijf 9] (voor een bedrag van EUR 4.165) adviezen inzake projectontwikkeling heeft verstrekt [p. 80294] en/of

d.) in een factuur d.d. 5 maart 2007 van [bedrijf 3] aan [bedrijf 13] is opgenomen dat [bedrijf 3] aan [bedrijf 13] (voor een bedrag van EUR 9.520) taxatiewerkzaamheden inzake diverse gebouwen o.g. portefeuille zoals met [betrokkene 7] besproken heeft verstrekt [p. 80304] ;

Feit 8:

(Witwassen verzamelfeit)

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 15 januari 2005 tot en met 6 juli 2009 te Haarlem en/of Amsterdam en/of Hattem en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens)

een voorwerp, te weten een of meer geldbedrag(en) ter waarde van (in totaal) EUR 491.835

althans ter waarde van EUR 11.900 [ZD-02] en/of EUR 107.100 [ZD-02] en/of EUR 59.500 [ZD-02] en/of EUR 14.875 [ZD-02] en/of EUR 20.000 [ZD-02] en/of EUR 7.140 [ZD-04] en/of EUR 7.140 [ZD-04] en/of EUR 59.500 [ZD-04] en/of EUR 8.330 [ZD-05] en/of EUR 8.568 [ZD-05] en/of EUR 24.395 [ZD-08] en/of EUR 8.330 (althans tweemaal EUR 4.165) [ZD-08] en EUR 9.520 [ZD-08] en EUR 5.950 [ZD-08] en/of EUR 119.000 [ZD-08] en/of EUR 7.140 [ZD-09] en/of EUR 7.497 [ZD-09] en/of EUR 5.950 [ZD-10], althans enig geldbedrag,

heeft verworven en/of voorhanden heeft (gehad) en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet, en/of van dat/die voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl zij en/of die ander(en) (telkens) wist(en), (althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden) dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

De raadsman van verdachte heeft zich aangesloten bij het verweer van de raadsman van medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna als aangevoerd door de raadsman) door wie is gesteld dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk behoort te worden verklaard in de vervolging, omdat de opsporing onrechtmatig is uitgevoerd dan wel op de aanvang van het opsporingsonderzoek onvoldoende toezicht is gehouden door het Openbaar Ministerie, waarmee de beginselen van een goede procesorde ernstig zijn geschonden.

Door de raadsman van verdachte is daartoe allereerst opgemerkt dat, hoewel het vaste rechtspraak is dat geen rechtsregel er aan in de weg staat dat CIE-rapportage als startinformatie wordt gebruikt voor een opsporingsonderzoek, die informatie wel redengevend dient te zijn voor het bestaan van het vereiste redelijke schuldvermoeden. Het proces-verbaal van de CIE waarnaar voor de start van dit onderzoek verwezen wordt, bevat echter onvoldoende concrete en specifieke informatie en voorts bestaat er onduidelijkheid omtrent de betrouwbaarheid van die gegeven informatie. Deze informatie behoort niet te leiden en leidt ook niet tot een verdenking ex artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) en mag dus geen aanleiding tot het instellen van een opsporingsonderzoek geven, aldus de raadsman.

Op grond van deze informatie is de Rijksrecherche echter een opsporingsonderzoek gestart als bedoeld in artikel 132a Sv. Dit blijkt uit de brief van de plaatsvervangend hoofdofficier van justitie te Amsterdam van 21 juli 2009 aan de Rijksrecherche waarin deze instemt met het gebruik van het proces-verbaal van verhoor van getuige [A] en het proces-verbaal van bevindingen inzake het ADM terrein uit het dossier Beige in het thans lopende RR-onderzoek naar mogelijke vormen van corruptie gepleegd door [medeverdachte 1].

Nu een opsporingsonderzoek bestaande uit activiteiten gericht op het nemen van strafvorderlijke beslissingen alleen mag plaatsvinden in geval van het bestaan van een uit feiten of omstandigheden voortvloeiend redelijk vermoeden dat een strafbaar feit is gepleegd, is dat opsporingsonderzoek onrechtmatig, aldus nog altijd de raadsman.

Voorts is er door de raadsman op gewezen dat het resultaat van het opsporingsonderzoek evenmin tot een verdenking als bedoeld in artikel 27 Sv heeft kunnen leiden. Hij wijst daarbij op de hierboven bedoelde getuigenverklaring van [A] waarin deze - onder meer – verklaart dat “bij de onderhandelingen een vennootschap [bedrijf 23] en de politicus [medeverdachte 1] betrokken waren en dat aan deze betrokkenen een aanzienlijke commissie betaald moest worden via [bedrijf 1], een bedrijf van de echtgenote van [medeverdachte 1]” en dat [medeverdachte 1] vanuit zijn politieke positie “iets voor elkaar (kon) krijgen wat anders niet voor elkaar te krijgen was”. De raadsman geeft daarbij aan dat de Rijksrecherche aansluitend op dit citaat noteert dat verdachte de, voor zover relevant, volgende politieke functies heeft bekleed:

Vanaf 1990 gemeenteraadslid in Amsterdam;

Van 2001 tot 2002 wethouder Economische Zaken en Werkgelegenheid van de gemeente Amsterdam;

Van 2005 tot 2009 gedeputeerde bij de provincie Noord-Holland.

De Rijksrecherche suggereert aldus dat verdachte ten tijde van deze onderhandelingen tussen [bedrijf 23] en [B] een politieke functie bekleedde om een voor de opsporing noodzakelijke verdenking ex artikel 27 Sv jegens verdachte te kunnen creëren, aldus de raadsman.

Uit het dossier volgt echter dat het overleg tussen [A], [B] en verdachte in de maand augustus 2003 plaats vond. [medeverdachte 1] was sinds 17 april 2002 al geen wethouder meer en ten tijde van de besprekingen met [A] ambteloos burger en de Rijksrecherche weet dat ook, zoals de door de Rijksrecherche in het dossier opgenomen informatie bewijst, nog altijd aldus de raadsman.

Ten slotte betoogt de raadsman dat de CIE-informatie gemanipuleerd is en dat er sprake is van een mogelijke politieke afrekening jegens verdachte. De raadsman onderbouwt zijn stelling door erop te wijzen dat in de CIE-informatie die binnengekomen zou zijn in het derde kwartaal van 2008, wordt verwezen naar het feit dat “[medeverdachte 1] de gunsten verleende in zijn functie van wethouder in Amsterdam in het stadsdeel waar de ING schoen (kantoor) staat, tot drie jaar geleden.” Echter als de informatie in 2008 zou zijn binnengekomen zou [medeverdachte 1] blijkens deze zinsnede in 2005 wethouder in Amsterdam moeten zijn geweest. Dit komt niet overeen met de feiten. Bovendien werd [medeverdachte 1] gedeputeerde met de portefeuille ruimtelijke ordening op 15 januari 2005, waarnaar in de CIE-informatie eveneens verwezen wordt: “Hij doet dat nog steeds, maar dan als gedeputeerde met de portefeuille Ruimtelijke Ordening in de Provincie Noord-Holland.” Hieruit blijkt dat de CIE-informatie moet zijn verstrekt in 2005 en dat de CIE-informatie moet zijn gepostdateerd, aldus de raadsman. De raadsman wijst er daarbij op dat in het derde kwartaal van 2008 de politiek uiterst gevoelige Icesave affaire speelde en dat mogelijk om die reden de in 2005 binnengekomen informatie gepostdateerd is in 2008 en alsnog werd geproduceerd.

Het Openbaar Ministerie heeft de suggestie dat sprake is van manipulatie/postdatering met klem verworpen. De officier van justitie heeft meegedeeld dat de Rijksrecherche nog eens heeft bevestigd dat de informatie zoals vermeld in het Proces-verbaal terzake CIE-informatie op 23 januari 2009 door de CIE aan de Rijksrecherche ter beschikking is gesteld. Hierop is door de Rijksrecherche een onderzoek gedaan naar mogelijke bevestiging van deze informatie. Dit kan niet als opsporingsonderzoek worden aangemerkt. Het opsporingsonderzoek is pas gestart op 29 september 2009 na het ontvangen van de informatie uit het onderzoek ‘Beige’ en na verkregen toestemming van de Coördinatie Commissie Rijksrecherche.

Voorts heeft het Openbaar Ministerie de suggestie tegengesproken dat het onvoldoende sturing heeft gegeven aan het onderzoek. De officier van justitie heeft er daarbij op gewezen dat er juist nauwgezet is samengewerkt bij de start van het onderzoek en dat er gedurende de hele periode sturing heeft plaatsgevonden. Ten slotte heeft het Openbaar Ministerie met klem weersproken dat er sprake zou zijn van een politiek proces. Het Openbaar Ministerie acht het betoog van de raadsman dienaangaande tendentieus.

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ontvankelijk is in zijn vervolging.

De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende.

Vooropgesteld dient te worden dat in zijn algemeenheid verdenking van een strafbaar feit kan worden aangenomen op basis van anoniem aan de politie (hier de Rijksrecherche) verstrekte informatie (Hoge Raad, 05-03-2013, BZ2191).

Deze informatie was in het onderhavige geval vervat in een melding van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) van de Belastingdienst FIOD-ECD d.d. 23 januari 2009 en hield in:

“[medeverdachte 1] factureert zich suf op naam van zijn vrouw. Dit doet hij via haar bedrijf [bedrijf 2]. [medeverdachte 1] stuurt facturen voor bedragen in de grootte van 10.000 euro in ruil voor gunsten. [medeverdachte 1] verleende de gunsten in zijn functie van Wethouder in Amsterdam in het stadsdeel waar de ING-schoen (kantoor) staat, tot drie jaar geleden. Hij doet het nu nog steeds, maar als gedeputeerde met de portefeuille Ruimtelijke Ordening in de Provincie Noord-Holland. [medeverdachte 1] laat mensen die ergens een probleem mee hebben op de koffie komen om hun probleem te bespreken. [medeverdachte 1] spant zich dan in dat bepaalde zaken voor elkaar komen of sneller voor elkaar komen. Hij schrijft dan achteraf een factuur vanuit de BV van zijn vrouw. Veel mensen zijn van deze gang van zaken op de hoogte, alleen niemand praat erover. Het feit dat niemand de vrouw van [medeverdachte 1] kent is eigenlijk al voldoende om te weten dat ze helemaal niks doet in de vastgoedwereld.”

Bovenstaande informatie kwam in het derde kwartaal 2008 binnen via een informant en over de betrouwbaarheid van deze informatie kon door de CIE geen oordeel worden gegeven.

Naar aanleiding van deze binnengekomen informatie heeft de CIE blijkens het dossier nog het volgende onderzoek verricht:

- Onderzoek op de site van de VVD, provincie Noord-Holland, Gedeputeerde Staten waaruit onder meer bleek dat [medeverdachte 1] gedeputeerde was met in zijn portefeuille onder andere Ruimtelijke Ordening, grondbeleid, volkshuisvesting, Schiphol en stedelijke vernieuwing en dat hij volgens zijn c.v. op deze site in de periode 1993-2005 directeur/grootaandeelhouder was van [bedrijf 2] en [bedrijf 1].

- Uit bevraging van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel bleek dat [bedrijf 1] als statutaire doelstelling had : “het ontwerpen, ontwikkelen en doen uitvoeren van stedenbouwkundige projecten en van woning- en utiliteitsbouw, alsmede handel in onroerende zaken en overige goederen, alsmede het geven van financieringsadviezen op gebied van registergoederen en adviezen betreffende public affairs” en van [bedrijf 2] “”de deelname in andere vennootschappen en het voeren van management”.

Sinds 1 juli 2001 is enig aandeelhouder tevens algemeen directeur van [bedrijf 2] de echtgenote van [medeverdachte 1], [verdachte].

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat bovenstaande CIE-informatie in zijn totaliteit voldoende specifiek en concreet moet worden geacht.

Daarbij overweegt de rechtbank dat het feit dat een oordeel over de betrouwbaarheid van de startinformatie niet kon worden gegeven daaraan niet afdoet nu deze informatie evenmin als onbetrouwbaar werd gekenmerkt.

Op grond van deze van de CIE verkregen informatie is aan de plaatsvervangend Hoofdofficier van Justitie te Amsterdam door de Rijksrecherche, afdeling Executieve ondersteuning, toestemming gevraagd en bij brief d.d. 21 juli 2009 verleend, om gebruik te maken van het proces-verbaal van getuigenverhoor van [A] d.d. 25 maart 2004 en het proces-verbaal van bevindingen inzake het ADM terrein uit de zaak Beige in het lopende Rijksrecherche onderzoek naar mogelijke vormen van corruptie gepleegd door [medeverdachte 1].

Uit het dossier blijkt niet dat de Rijksrecherche op dat moment al bezig was met een opsporingsonderzoek in de zin van artikel 132a Sv.

Integendeel, eerst na verkregen toestemming van de Coördinatie Commissie Rijksrecherche werd door de Rijksrecherche op 29 september 2009 onder leiding van mr. Steen, officier van justitie van het landelijk parket te Rotterdam, een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar de mogelijk door verdachte gepleegde corruptie in zijn functie van wethouder van de gemeente Amsterdam en gedeputeerde van de provincie Noord-Holland (algemeen dossier, pagina 001009).

De rechtbank verwerpt dit onderdeel van het verweer.

Wat betreft de stelling van de raadsman dat de Rijksrecherche naar aanleiding van een citaat uit het getuigenverhoor van [A] ten onrechte suggereert dat verdachte ten tijde van de onderhandelingen in augustus 2003 tussen [bedrijf 23] en [B], waarbij verdachte ook betrokken zou zijn, een politieke functie bekleedde om een voor de opsporing noodzakelijke verdenking ex artikel 27 Sv te kunnen creëren, terwijl de Rijksrecherche wist dat verdachte in deze periode een ambteloos burger was, nu deze al sedert 17 april 2002 geen wethouder meer was, overweegt de rechtbank het volgende.

Blijkens de stukken in het dossier en de eigen verklaring van verdachte ter terechtzitting bekleedde deze in de periode van 11 maart 2003 tot en met 15 januari 2005 de (politieke) functie van Statenlid van de Provincie Noord-Holland. In augustus 2003 was hij dus lid van een algemeen vertegenwoordigend orgaan als bedoeld in artikel 362 en 363 van het Wetboek van Strafrecht.

Het betoog van de raadsman in deze mist dus feitelijke grondslag.

De rechtbank verwerpt ook dit onderdeel van het verweer.

De raadsman heeft ten slotte zoals hierboven aangegeven, betoogd dat de CIE-informatie gemanipuleerd/gepostdateerd is en dat verdachte mogelijk het slachtoffer is geworden van een politieke afrekening.

Deze verregaande conclusie, die door de raadsman aldus louter uit de zinsnede met betrekking tot de periode waarin verdachte volgens deze CIE-informatie wethouder in de gemeente Amsterdam is geweest, wordt getrokken, deelt de rechtbank niet, nu de CIE-informatie ook aangeeft dat “hij het nog steeds doet, maar dan als gedeputeerde met de portefeuille Ruimtelijke Ordening in de Provincie Noord-Holland’. De rechtbank constateert dienaangaande dat verdachte in de periode van 15 januari 2005 tot en met 15 juni 2009 ( en tot 6 juli 2009 demissionair ) en dus ook in het derde kwartaal van het jaar 2008, gedeputeerde van de provincie Noord-Holland was, belast met onder meer de portefeuille Ruimtelijke Ordening.

Voor ernstige beschuldigingen als het opzettelijk postdateren van informatie door de CIE en/of anderen en/of het door dezen opzettelijk meewerken aan een politieke afrekening jegens verdachte en/of het gebrek aan toezicht op de wijze waarop het opsporingsonderzoek een aanvang heeft genomen, is in het dossier noch ook in het betoog van de raadsman geen begin van aannemelijkheid te vinden.

De rechtbank verwerpt ook dit verweer.

Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat de door de raadsman opgeworpen verweren dienen te worden verworpen zal dat ook dienen te gelden voor zijn conclusie dat dit tot de niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in zijn vervolging dan wel tot bewijsuitsluiting zou moeten leiden.

Door de raadsman van verdachte is voorts gesteld dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk behoort te worden verklaard in de vervolging nu het daarbij niet heeft gehandeld in overeenstemming met de vereisten van een behoorlijke strafrechtspleging door het vizier uitsluitend te richten op [medeverdachte 1] c.s. en daarmee uitsluitend op de “passiefzijde” van de omkoopbepalingen.

Omkoping is een wederkerig delict, er is sprake van een transactie tussen de actieve omkoper en de passieve ambtenaar, die beiden strafbaar zijn. Nu het Openbaar Ministerie er voor kiest om uitsluitend [medeverdachte 1] “met aanhang” te vervolgen en niet de in de zaaksdossiers geïdentificeerde actieve omkopers handelt het Openbaar Ministerie in strijd met het verbod op een willekeurige vervolging respectievelijk het gelijkheidsbeginsel. Er is sprake van een selectieve groepsvervolging, aldus de raadsman.

Het Openbaar Ministerie stelt zich op het standpunt dat van een willekeurige vervolging dan wel een vervolging in strijd met het gelijkheidsbeginsel geen sprake is. Het Openbaar Ministerie wijst er daarbij op dat ten aanzien van de actieve omkopers in de loop van het jaar 2014 een vervolgingsbeslissing zal worden genomen. Bovendien wordt het totaalbedrag dat door verdachte ontvangen zou zijn in het kader van de passieve omkoping gevormd door de som van de bedragen die elk van de actieve omkopers aan hem hebben doen toekomen, zodat hun aandeel in het geheel als geringer kan worden gekwalificeerd.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

Krachtens het in artikel 167 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) neergelegde opportuniteitsbeginsel is het aan het Openbaar Ministerie om te beslissen of - en zo ja wie – vervolgd wordt. Hierbij heeft het Openbaar Ministerie een ruime discretionaire bevoegdheid.

Als uitgangspunt dient te worden genomen dat het Openbaar Ministerie de bevoegdheid heeft om zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaats vinden. De beslissing om tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor niet ontvankelijk verklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde - hier van het gelijkheidsbeginsel - waarbij zware motiveringseisen dienen te gelden. Door het Openbaar Ministerie is terecht gesteld dat hier reeds daarom geen sprake is van gelijke gevallen nu tegenover - kort gezegd - één verdachte van passieve omkoping “met aanhang” een groot aantal verdachten van actieve omkoping in dezelfde zaak staat. Het Openbaar Ministerie heeft voorts laten weten op korte termijn een vervolgingsbeslissing ten aanzien van deze verdachten te zullen nemen, zodat thans geen sprake is van de omstandigheid dat de verdachten van actieve omkoping niet zullen worden vervolgd. Tevens merkt de rechtbank op dat ten aanzien van één van de verdachten van actieve omkoping een schikking is getroffen.

Gezien het vorenstaande is de rechtbank van mening dat zich hier niet een dusdanig uitzonderlijk geval voordoet dat dwingt tot het niet ontvankelijk verklaren van het Openbaar Ministerie in de vervolging. De rechtbank verwerpt het verweer.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het Openbaar Ministerie ook overigens ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Inleiding

In maart 2004 heeft een advocaat in een andere strafzaak - kort samengevat - verklaard over een politieke figuur, genaamd [medeverdachte 1], die zijn boekje ver te buiten zou gaan. Op basis van deze verklaring en de genoemde CIE informatie is op 29 september 2009 een strafrechtelijk onderzoek gestart naar mogelijke ambtelijke corruptie gepleegd door [medeverdachte 1]. In het kader van dit onderzoek zijn de rekeningen van M.O.V.E. onderzocht. Verdachte is sinds 1 juli 2001 enig aandeelhouder en tevens algemeen directeur van [bedrijf 2] welke BV enig aandeelhouder en bestuurder is van [bedrijf 1]

4 Bewijs

4.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 7 ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3, 4, 5 (ten aanzien van de betaling van
€ 5.950,), 6 en 8 (voor zover de bedragen binnengekomen zijn op rekening van M.O.V.E.) ten laste gelegde feiten.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van de haar ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken.

4.3.

Vrijspraak

Aan verdachte wordt verweten dat zij de feiten die aan haar medeverdachte, tevens echtgenoot, [medeverdachte 1] ten laste zijn gelegd tezamen en in vereniging met deze heeft gepleegd.

Medeplegen veronderstelt een nauwe en bewuste samenwerking, wat inhoudt dat medeplegers willens en wetens samenwerken tot het verrichten van de strafbare gedragingen. Deze intensieve samenwerking kan blijken uit - uitdrukkelijke of stilzwijgende - afspraken, taakverdelingen of aanwezigheid bij de strafbare gedragingen en het zich niet distantiëren daarvan.

Verdachte is op 4 juli 2001 enig aandeelhouder en algemeen directeur van [bedrijf 2] geworden welke B.V. enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 1] is.1

Op deze wijze werd zij in elk geval op papier ook leidinggevende van en verantwoordelijk voor [bedrijf 1].

Verdachte heeft de brief van de Belastingdienst d.d. 4 juli 2001 voor akkoord getekend evenals medeverdachte [medeverdachte 1].In deze brief werden voor zover van belang de volgende voorwaarden gesteld:

  1. Tussen nu en het einde van de wethoudersperiode (van [medeverdachte 1], rechtbank) wordt geen enkele bedrijfsactiviteit verricht door [bedrijf 2] en ook niet door [bedrijf 1]: in feite worden uitsluitend noodzakelijke administratieve handelingen verricht om wettelijke verplichtingen na te komen. [medeverdachte 1] treedt af als directeur.

  2. [medeverdachte 1] verkoopt heden alle aandelen in [bedrijf 2] aan zijn echtgenote met wie hij buiten gemeenschap van alle goederen is gehuwd. De levering van de aandelen vindt ook heden plaats. De waarde c.q. de verkoopprijs wordt op objectieve wijze vastgesteld.

  3. Behoudens het door de gemeente Amsterdam uitgekeerde salaris en vergoedingen leidt het wethouderschap in de betreffende periode op geen enkele wijze tot voordelen voor [bedrijf 2], [bedrijf 1], de echtgenote van belanghebbende of belanghebbende zelf. Ook worden in die periode geen uit het wethouderschap voortvloeiende toezeggingen of afspraken gemaakt, die voordelen voor [bedrijf 2], [bedrijf 1], echtgenote van belanghebbende of belanghebbende zelf tot gevolg hebben in de periode na het wethouderschap.

  4. ….

  5. Omdat onderhavige regeling gebaseerd is op een interim-periode en [medeverdachte 1] in 2002 geen nieuwe ambtstermijn zal aanvaarden binnen het college van burgemeester en wethouders, dient de terugkoop en levering (van de aandelen, rechtbank) uiterlijk twee weken na aantreding (als wethouder) van de opvolger van [medeverdachte 1] gerealiseerd te zijn. Mocht collegevorming op 1 november 2002 nog niet gerealiseerd te zijn dan dient terugkoop en teruglevering uiterlijk voor 15 november plaats te vinden. In zeer specifieke gevallen kan de inspecteur uiterlijk tot 31-12-2002 verlenging van de aankooptermijn verlenen.

  6. ….

  7. ….2

Nu verdachte deze brief mede voor akkoord heeft getekend kan er naar het oordeel van de rechtbank van uit worden gegaan dat de inhoud van deze brief verdachte ook bekend was.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij van mening was dat deze overeenkomst met de Belastingdienst is blijven gelden ook ten tijde van zijn lidmaatschap van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland ( 10 januari 2005 tot 15 juni 2009).3 Rond zijn aantreden als gedeputeerde heeft hij daaraan gerefereerd in zijn brief aan de Commissaris der Koningin in de provincie Noord-Holland, de heer [betrokkene 23]4 en voorts heeft hij brieven d.d. 9 januari 2005 aan diverse bedrijven, onder meer aan [bedrijf 3] B.V.5, gestuurd, waarin hij - kort gezegd- aangaf de contractuele verplichtingen tussen die bedrijven en [bedrijf 1] op te schorten tot na zijn terugtreden als gedeputeerde en zijn werkzaamheden voor [bedrijf 1] per 10 januari a.s. te beëindigen en terug te treden als directeur daarvan.

Uit het dossier is niet gebleken dat verdachte van deze brieven heeft kennis genomen.

Wel is komen vast te staan dat verdachte in de jaren 2001 tot en met 2009 als directeur van [bedrijf 2] salaris heeft genoten met daarbij in de jaren 2001 tot en met 2004 tevens een onkostenvergoeding.6 Op die grond kan worden aangenomen dat zij in ieder geval moest weten dat zij (nog altijd) directeur van [bedrijf 2] en middels deze B.V. leidinggevende van en verantwoordelijk voor [bedrijf 1] was.

De rechtbank overweegt ten aanzien van hetgeen hiervoor is weergegeven dat de enkele omstandigheid dat verdachte als bestuurder verantwoordelijkheid droeg voor [bedrijf 1] op zich onvoldoende is om een zodanige bewuste en nauwe samenwerking te kunnen aannemen dat gesproken kan worden van het medeplegen door verdachte van strafbare feiten tezamen met medeverdachte [medeverdachte 1]7.

Ten aanzien van de werkzaamheden die verdachte verrichtte voor [bedrijf 2], [bedrijf 1] dan wel medeverdachte [medeverdachte 1] in zijn functie van gedeputeerde is in het dossier voorts het volgende te vinden.

Medeverdachte [medeverdachte 1] verklaart dat hij indien nodig in het kader van [bedrijf 1] formulieren opstelde en dat deze dan door verdachte werden ondertekend omdat dit een vereiste was, daar zij directeur/eigenaar van [bedrijf 1] is.8 Verdachte maakte ook wel afspraken voor hem. Als directeur kreeg verdachte weliswaar tekenbevoegdheid, maar als er al werkzaamheden werden uitgevoerd door [bedrijf 1] dan werden die door hem uitgevoerd. Verdachte was een soort papieren directeur. Zij heeft geen verstand van zaken aangaande onroerend goed en public affairs. Zij maakte zo nodig afspraken, deed soms een vertaling en tekende wanneer dat nodig was.9

Uit gegevens d.d. 24 december 2009 verstrekt door [de bank] blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 1] vanaf 16 september 1993 als enige tekeningbevoegd is op de bankrekening [bankrekeningnummer] van [bedrijf 1],waarop vrijwel alle betalingen binnen komen.10 Medeverdachte [medeverdachte 1] verklaart daaromtrent, dat hij de enige is die betalingen kan doen en dat dat al zo is sinds de oprichting van [bedrijf 1]. Hij had de feitelijke leiding binnen [bedrijf 1] en deed de werkzaamheden namens [bedrijf 1]. Ook de facturatie en de betaling werden door hem gecontroleerd. 11

Verdachte heeft verklaard dat zij in het kader van [bedrijf 1] voor bezoekers koffie zette, soms afspraken maakte en vertaalwerk deed. Zij tekende soms op verzoek van haar echtgenoot stukken als directeur van [bedrijf 1] Zij weet niets van de werkzaamheden van [bedrijf 1].12

In het dossier bevindt zich verder een emailbericht ondertekend door “[voornaam verdachte]” (verdachte, rechtbank) gericht aan [voornaam betrokkene 49] ([e-mailadres betrokkene 49]) d.d. 13 november 2006 waarin “[voornaam verdachte]” kennelijk aan de secretaresse van medeverdachte [medeverdachte 1] vraagt om op diens verzoek voor het jaar 2007 een aantal afspraken in zijn (kantoor)agenda te zetten waaronder met medeverdachte [medeverdachte 2], [betrokkene 1] en [bedrijf 15].13 Uit het dossier komt naar voren dat dezen betrokken zijn geweest bij de ten aanzien van medeverdachte [medeverdachte 1] bewezen verklaarde delicten. Overigens wordt in diezelfde mail ook gevraagd een aantal afspraken vast te leggen die meer een privé karakter dragen.

Voorts een e-mailbericht d.d. 24 mei 2007 afkomstig van [verdachte] en gericht aan [betrokkene 15] ([e-mailadres betrokkene 15 bij bedrijf 22]), waarin verdachte aan [betrokkene 15] het volgende meedeelt: “[voornaam medeverdachte 1] wil jou graag een rekening sturen voor een bedrag (7000 euro of zo) dat jij weer van iemand anders hebt gekregen. Affijn hij wilde graag weten waar hij die rekening heen moet sturen, aan welke bv en aan wie gericht en aan welk adres precies.”

[betrokkene 15] geeft verdachte dan per email het adres waarnaar een rekening gestuurd kan worden met een omschrijving van de op de factuur te vermelden werkzaamheden.14

[betrokkene 15] verklaart geen zakelijke relatie met verdachte te hebben gehad. Tevens heeft hij verklaard dat de werkzaamheden als op de desbetreffende factuur omschreven niet hebben plaats gevonden maar dat deze factuur bedoeld was om aan zijn bedrijf betaald geld aan medeverdachte [medeverdachte 1] door te betalen.15

Het Openbaar Ministerie stelt zich op het standpunt, dat voor het aannemen van giften door haar echtgenoot noodzakelijk was, dat telkens facturen werden verzonden namens [bedrijf 1]. Gegeven de innige man/vrouw relatie die verdachte heeft met haar echtgenoot, kan het niet anders, aldus het standpunt van het Openbaar Ministerie, dat, nu de betalingen niet alleen aan haar als directeur/grootaandeelhouder van [bedrijf 2], maar ook aan haar echtgenoot ten goede zouden komen, verdachte in nauwe en bewuste samenwerking facturen heeft doen of laten opmaken, waarbij zij geweten moet hebben dat die facturen dienden ter verhulling van de giften die hij als gedeputeerde ontving.

Naar het oordeel van de rechtbank komt uit de tekst van genoemde mail aan [betrokkene 15] en uit andere stukken in het dossier, onvoldoende naar voren dat verdachte zich bewust moet zijn geweest van de bedoeling om de desbetreffende factuur valselijk op te (laten) maken, ter verhulling van giften die haar echtgenoot kreeg als gedeputeerde.

Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank tevens dat niet bewezen kan worden dat zij feitelijk leiding heeft gegeven aan het valselijk opmaken of doen opmaken van de facturen gericht aan [bedrijf 22], zoals genoemd in feit 6. Uit het dossier kan evenmin worden opgemaakt dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het valselijk opmaken of doen opmaken van de overige facturen genoemd in feit 6.

Dat verdachte zich gezien het mede-ondertekenen van de overeenkomst met de Belastingdienst d.d. 4 juli 2001 bewust moet zijn geweest van het feit dat [bedrijf 1] geen werkzaamheden mocht verrichten, zoals gesteld door het Openbaar Ministerie, acht de rechtbank, zoals hiervoor reeds overwogen, hiertoe eveneens onvoldoende.

In het dossier zijn ook overigens geen stukken aangetroffen, die wijzen op een nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met medeverdachte [medeverdachte 1] ten aanzien van de (overige) aan haar ten laste gelegde feiten..

De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van de aan haar ten laste gelegde feiten.

5 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Daalmeijer, voorzitter,

mr. M. Goedhuis-Visser en mr. G.D. de Jong, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. van de Vijver,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 december 2013.

1 Algemeen dossier, p. 001102 en 001103.

2 Algemeen dossier, p. 001166 en 001167.

3 Verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] , Zaaksdossier 9, p.090443.

4 Algemeen dossier, p. 001209.

5 Zaaksdossier 8, p. 080146.

6 Algemeen Dossier, p. 001094.

7 HR 30 mei 2006, NJ 2006, 315.

8 Verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 6 december 2010, Zaaksdossier 8, p. 080508.

9 Verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 6 december 2010, Zaaksdossier 8, p. 080514, 080515.

10 Algemeen Dossier, p. 001097.

11 Verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 7 december 2010, Zaaksdossier 8, p. 080524, 080525.

12 Verklaring van verdachte ter terechtzitting.

13 Zaaksdossier 2, p. 020272 en 020273.

14 Zaaksdossier 5, p. 050077.

15 Verhoor [betrokkene 15], Zaaksdossier 5, p. 050216-050221.