Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:11568

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22-11-2013
Datum publicatie
03-12-2013
Zaaknummer
15/740630-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; bewezenverklaring medeplegen witwassen, medeplegen valsheid in geschrifte en medeplegen van oplichting; straftoemeting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740630-11 (P)

Uitspraakdatum: 22 november 2013

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

8 november 2013 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres 1].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S. van Brakel en van wat verdachte en haar raadsvrouw, mr. W.E.R. Geurts, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Feit 1:

zij op of omstreeks 28 december 2010, te Heemskerk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, een voorwerp, te weten een of meer geldbedrag(en) (van in totaal 30.570,- Euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemde geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

Feit 2:

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 juni 2010 tot en met 31 december 2010 te Zaandam en/of Heemskerk en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt, al dan niet via een tussenpersoon, van (een) vals(e) of vervalst(e) arbeidcontract(en) en/of loonstro(o)k(en)/salarisspecificatie(s) en/of (model)werkgeversverklaring(en), te weten

* (model)werkgeversverklaring gedateerd op 19 augustus 2010 van [bedrijfsnaam] ondertekend door [persoon] en/of

* een loonstrook/salarisspecificatie gedateerd op 31 juli 2010 van [bedrijfsnaam] en/of

* een arbeidsovereenkomst (bepaalde tijd) gedateerd op 1 oktober 2009 van [bedrijfsnaam] ondertekend door [persoon] en/of

* een tussentijdse wijziging arbeidsovereenkomst (naar onbepaalde tijd) gedateerd op 25 juni 2010 van [bedrijfsnaam] ondertekend door [persoon]

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemde geschriften, al dan niet via een tussenpersoon, overlegd/verstrekt zijn aan de SNS Reaal bank voor het verstrekken van een hypotheek en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat op voornoemde geschriften (telkens) staat vermeld dat

* [verdachte] een dienstverband en/of arbeidsrelatie heeft bij/met [bedrijfsnaam] en/of

* [bedrijfsnaam] loon heeft betaald aan [verdachte] en/of

* [bedrijfsnaam] loon is verschuldigd aan [verdachte], terwijl in werkelijkheid geen sprake is/was van een arbeidsrelatie en/of dienstverband en/of van werkzaamheden die door [verdachte] zijn/waren verricht;

en/of

Zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 25 juni 2010 tot en met 31 december 2010 te Zaandam en/of Heemskerk en/of Almere en/of Utrecht, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door

samenweefsel van verdichtselen, (telkens) (een of meer medewerkers van) (een filiaal van) de rechtspersoon/Hypotheekverstrekker SNS Real (te Utrecht) heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) van (totaal) Euro 298.421,- Euro (voor de aankoop van een pand [[adres 2]] te Heemskerk) en/of tot het aangaan van een schuld (hypotheekovereenkomst), immers heeft verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk (telkens) - zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijke en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, (achtereenvolgens dan wel in een andere volgorde, maar wel in onderling samenhang) (telkens)

- Een of meer valse of vervalste

* arbeidscontract(en) en/of

*loonstro(o)k(en)/salarisspecificatie(s) en/of

* (model)werkgeversverklaring(en) opgesteld en/of doen/laten opstellen (terwijl er geen sprake was van het aldaar vermelde dienstverband en/of loon) en/of

- ( bij de aanvraag) aan de hypotheekverstrekker, al dan niet via een of meer tussenper(o)on(en), verstrekt en/of overlegd; een of meer valse of vervalste

* arbeidscontract(en) en/of

* loonstro(o)k(en)/salarisspecificatie(s) en/of

* (model)werkgeversverklaring(en)

(er was namelijk in het geheel geen sprake van het op die arbeidscontract(en), (model)werkgeversverklaring(en), loonstr(o)ok(en)/salarisspecificatie(s) vermelde dienstverband en/of loon) en/of

- zich aldus voorgedaan als hebbende een vast betaald dienstverband en/of inkomen, althans alszijnde een bonafide (potentiële) hypotheekgever met voldoende solvabiliteit, waardoor SNS Reaal werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

3.2. Redengevende feiten en omstandigheden voor de feiten 1 en 21

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Eind 2010 wordt een strafrechtelijk onderzoek gestart jegens [medeverdachte], de partner van verdachte. [medeverdachte] wordt verdacht van moord en daarnaast zou [medeverdachte] zich volgens getuigen bezighouden met de handel in verdovende middelen. In het kader van dat onderzoek vindt op 28 december 2010 een doorzoeking plaats in de woning van [medeverdachte] en verdachte op het adres [adres 2] te Heemskerk. Tijdens deze doorzoeking wordt een contant geldbedrag aangetroffen van in totaal 30.570,- euro. Verdachte verklaart direct eigenaresse te zijn van dit geldbedrag.2 Na de inbeslagname verzoekt de advocaat van verdachte om teruggave van het geldbedrag. Hierbij legt hij onder meer een jaaropgave over waarop is vermeld dat [verdachte] sinds 1 oktober 2009 werkzaam is bij het bedrijf [bedrijfsnaam], gevestigd in Koog aan de Zaan.3 [bedrijfsnaam] is een bureau dat markt- en opinieonderzoek uitvoert. Het betreft een eenmanszaak waar [persoon] de eigenaar van is.4

In een afgeluisterd gesprek tussen verdachte en ene [persoon 2] op 16 november 2010 zegt [persoon 2] dat iemand de opmerking heeft gemaakt dat [verdachte] niet werkt en toch een woning heeft gekocht. In reactie daarop zegt verdachte: "Jullie moeten het niet laten merken. Gewoon [medeverdachte] heeft het gekocht, zo." Daarop zegt [persoon 2]: "Ja dat zeg ik wel. Ik heb al gezegd dat [verdachte] niet werk en geen inkomsten heeft."5

Verdachte heeft het huis op het adres [adres 2] te Heemskerk op 16 november 2010 gekocht. Zij heeft voor de financiering van de woning op haar naam een hypothecaire lening van 298.421,- euro afgesloten bij de SNS Bank te Utrecht. Bij de hypotheekaanvraag van verdachte is een model-werkgeversverklaring van [bedrijfsnaam] aangeleverd van 19 augustus 2010, ondertekend door [persoon] te Zaandam. Daarin staat vermeld dat verdachte een vast dienstverband heeft en een bruto jaarsalaris heeft van 54.798,33 euro. Op basis van deze gegevens heeft de SNS Bank op 17 september 2010 een offerte uitgebracht voor een lening van 298.421,- euro. Deze offerte heeft verdachte ondertekend. Tevens is aan de SNS Bank een brief verstrekt d.d. 25 juni 2010 van [persoon] gericht aan verdachte,waarin staat dat haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bij [bedrijfsnaam] per 1 juli 2010 wordt gewijzigd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Voorts is een arbeidsovereenkomst overgelegd aan SNS Bank waaruit blijkt dat verdachte op 1 oktober 2009 in dienst is getreden bij [bedrijfsnaam]. Deze overeenkomst is op 1 oktober 2009 ondertekend door verdachte en de werkgever [persoon] te Amsterdam. Ook is aan de SNS Bank een salarisspecificatie verstrekt d.d. 31 juli 2010 waarop is vermeld dat verdachte een bedrag van 2600,- euro netto per maand als loon ontvangt van [bedrijfsnaam]. Op 16 november 2010 is de hypotheekovereenkomst tussen verdachte en SNS Bank N.V. door verdachte en door [persoon 3], directeur namens SNS Bank ondertekend te Heemskerk.6

Bij de aankoop van de woning heeft [persoon 4] als tussenpersoon gefungeerd. Verdachte heeft bij [persoon 4] een aantal bescheiden ingeleverd voor het aanvragen van de offerte. Hieronder bevindt zich ook een brief van [persoon] van [bedrijfsnaam] aan verdachte d.d. 25 juni 2010 waarin staat vermeld dat de arbeidsovereenkomst van verdachte per 1 oktober 2010 wordt omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Deze brief is door zowel [persoon] als door verdachte ondertekend.7 Dit betreft een andere versie van de wijziging van het arbeidscontract dan de versie die aan de SNS Bank werd verstrekt. Deze wijziging heeft een ingangsdatum van 1 oktober 2010, terwijl de versie die is verstrekt aan de SNS Bank een ingangsdatum van 1 juli 2010 heeft.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat zij in werkelijkheid geen dienstverband met [bedrijfsnaam] heeft gehad. Zij heeft ook nooit werkzaamheden verricht voor [bedrijfsnaam]. Haar partner [medeverdachte] had tegen haar gezegd dat ze de documenten moest ondertekenen. Zij mocht daarover geen verdere vragen stellen. 8 Verdachte was op het moment van zogenaamde indiensttreding op 1 oktober 2009 bijna zes maanden zwanger van een tweeling.9

Ten aanzien van het aangetroffen geldbedrag heeft verdachte verklaard dat zij het geldbedrag heeft gespaard in de periode dat zij een uitkering ontving. Het geldbedrag van 30.750,- euro zou verdachte in kleine porties hebben opgenomen van haar bankrekening met nummer[bankrekeningnummer].10 Uit de gevorderde inkomensgegevens van de periode van 2005 tot en met 2011 blijkt dat de partner van verdachte, [medeverdachte], alleen in 2008 een inkomen had. In 2008 had [medeverdachte] een brutoloon van 4.273,- euro waarvan 582,- euro aan loonheffing is afgedragen. Verdachte had in 2005 een bruto inkomen van 12.676,- euro, in 2006 een bruto inkomen van 8.682,- euro, in 2007 19.899,- euro en in 2008 een inkomen van 6.266,- euro bruto.11 Uit opgevraagde bankafschriften blijkt dat er in de periode van 2005 tot en met 2010 in totaal een bedrag van 15.950,- euro contant gestort is op de rekening van verdachte. In 2008 wordt een bedrag van 6. 220,- euro en in 2009 een bedrag van 5.420,- contant gestort. De laatste contante storting vindt plaats op 2 december 2009. Vervolgens krijgt verdachte van [bedrijfsnaam] iedere maand een bedrag van € 2.600,- gestort. Vanaf het moment dat verdachte van [bedrijfsnaam] een maandelijks bedrag krijgt gestort, houden de contante stortingen op. Het dienstverband met [bedrijfsnaam] eindigt op 30 november 2010. Op 28 december 2010 wordt weer de eerste contante storing gedaan op de rekening van verdachte.12

In totaal wordt in de periode van 2005 tot en met 2010 een bedrag van 34.122,50 euro opgenomen van de rekening van verdachte.13 Er is in de periode van 2005 tot en met 2010 in totaal 3.587,67 euro gepind van de rekening van verdachte voor voeding. Volgens de Nibudnorm zou verdachte voor haar en haar kinderen in die periode 19.536,- euro aan voeding uitgegeven moeten hebben.

Voorts heeft verdachte in 2009 een BMW contant aangekocht. Deze auto is ongeveer 16.000,- euro waard.14 Daarnaast heeft zij een borstvergroting ondergaan in België, die 2000,- euro kostte.15

3.3. Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1:

Hoewel in de onderhavige zaak geen direct bewijs is verkregen van het van enig misdrijf afkomstig zijn van het in de woning van verdachte en haar partner aangetroffen geldbedrag, rechtvaardigen de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden en in aanmerking genomen dat hierna bewezen zal worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting en valsheid in geschrift, naar het oordeel van de rechtbank het vermoeden van witwassen. Gegeven deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat van verdachte mag worden verlangd dat zij een concrete, min of meer verifieerbare verklaring geeft voor de herkomst van het geldbedrag die niet zo onwaarschijnlijk is dat zij bij de vorming van het bewijsoordeel zonder meer terzijde behoort te worden gesteld (HR 13 juli 2010 LJN: BM0787).

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat slechts ongeveer de helft van het aangetroffen geldbedrag, € 15.000,- van haar is. Zij zou dit bedrag in de loop der jaren gespaard hebben door telkens een klein bedrag opzij te zetten.

De rechtbank acht deze ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte ongeloofwaardig. Uit het hierboven weergegeven onderzoek is immers gebleken dat de inkomsten van verdachte en haar partner in de jaren 2005 tot en met 2010 de door hen gedane uitgaven (opnames en pintransacties) en contante stortingen van grote geldbedragen op de rekening van verdachte niet kunnen verantwoorden. De geringe uitgaven die verdachte blijkens haar bankgegevens voor voeding voor haar gezin heeft uitgegeven, wijzen ook op een inkomensstroom in contanten. De rechtbank acht het daarom niet aannemelijk dat verdachte, die in genoemde periode zelf een inkomen op bijstandsniveau had, een geldbedrag van meer dan 30.000,- euro bij elkaar heeft kunnen sparen.

Verdachte heeft voorts verklaard dat haar partner [medeverdachte] alles voor haar en haar kinderen betaalde. Op die manier was zij in staat om de legale inkomsten, zoals de kinderbijslag, te sparen. Zelfs al zou deze verklaring van verdachte juist zijn en zou zij inderdaad een deel van het geldbedrag gespaard hebben, dan overweegt de rechtbank het volgende. Het vermogen van verdachte is naar het oordeel van de rechtbank zodanig vermengd met het vermogen van haar partner [medeverdachte], dat dit zich niet meer laat individualiseren. Nu [medeverdachte] met uitzondering van 2008 in de betreffende periode geen legale bron van inkomsten heeft gehad en bovendien uit diverse getuigenverklaringen blijkt dat [medeverdachte] zich bezighield met de handel in verdovende middelen, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat het aangetroffen geldbedrag uit misdrijf afkomstig is en dat verdachte hiervan op de hoogte was.

Gelet op het feit dat verdachte en haar partner samenwoonden, een gezamenlijke huishouding voerden en gezamenlijk verantwoordelijk waren voor de inkomsten en uitgaven, is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] bij het plegen van dit feit.

Ten aanzien van feit 2:

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij de valse arbeidsovereenkomsten weliswaar ondertekend heeft, maar dat zij geen idee had waar die bescheiden voor bedoeld waren. Haar partner had tegen haar gezegd dat zij de documenten moest ondertekenen en dat zij verder geen vragen moest stellen. De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat het vereiste opzet daarom ontbreekt met betrekking tot de ten laste gelegde valsheid in geschrift, en het vereiste oogmerk tot wederrechtelijke bevoordeling met betrekking tot de ten laste gelegde oplichting, ontbreekt en dat verdachte om die reden vrijgesproken dient te worden.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Verdachte heeft bij de Financiële Recherche bij haar eerste verhoor verklaard dat zij heeft gewerkt bij een callcenter als manager. Zij zou daar een jaar gewerkt hebben. Zij weet verder te vertellen dat het bedrijf in Zaandam was gevestigd. Ter terechtzitting stelt verdachte (voor het eerst) dat zij slechts een papier ondertekend heeft, maar dat zij niet wist waar zij voor tekende. Voorts heeft zij verklaard dat zij niet aanwezig was bij gesprekken met de bank over een hypotheek.

Afgezien van de vaststelling dat verdachte aldus wisselende verklaringen heeft afgelegd, acht de rechtbank de verklaringen van verdachte ook onaannemelijk. Uit afgeluisterde gesprekken en sms-berichten tussen [persoon 4] en verdachte blijkt dat verdachte op zijn minst een actieve rol heeft gespeeld bij het regelen van de hypotheek voor de woning aan de [adres 2] te Heemskerk. Op 8 november 2010 stuurt verdachte immers een sms-bericht naar [persoon 4] met de volgende tekst: "[persoon 4] aub bel me snel ok! Ik wil weten of morgen doorgaat! Ik plof van de stress echt!" 16 Diezelfde dag wordt verdachte gebeld door [persoon 4]. Verdachte zegt dat de afspraak bij het notariskantoor niet doorgaat. [persoon 4] merkt op dat het geld binnen een uur wordt overgemaakt, dat het is goedgekeurd en dat de fraude afdeling de stukken heeft onderzocht. Verdachte is blij en bedankt [persoon 4].17 Op 17 november 2010 belt verdachte naar [persoon 4] en geeft zij aan hem door dat zij de sleutels hebben gekregen. Verdachte zegt dat alles rond is, maar dat er wel een boete van 5600,- euro is opgelegd.18 Gelet op deze gesprekken en de door verdachte eerder bij de recherche afgelegde verklaring over haar zogenaamde werkzaamheden bij [bedrijfsnaam], acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat zij niet wist welke documenten zij tekende, volstrekt onaannemelijk.

Gelet op de tegenstrijdigheden en onwaarschijnlijkheden in de verklaringen van de verdachte, acht de rechtbank haar verklaringen ongeloofwaardig en slechts afgelegd met als doel de waarheid te verhullen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte wist dat zij valse documenten gebruikte bij de aanvraag van de hypotheek en dat zij aldus de opzet had op valsheid in geschrift met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen. Nu de partner van verdachte blijkens de verklaring van verdachte een grote rol bij het plegen van dit feit heeft vervuld, is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar partner.

3.4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1:

zij op 28 december 2010, te Heemskerk, tezamen en in vereniging met een ander, een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal 30.570,- euro, voorhanden heeft gehad, terwijl zij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

Feit 2:

zij in de periode van 25 juni 2010 tot en met 31 december 2010 te Zaandam en/of Heemskerk en/of Almere, in elk geval een of meer plaatsen in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk gebruik heeft gemaakt, al dan niet via een tussenpersoon, van valse arbeidcontracten en een loonstrook/salarisspecificatie en een modelwerkgeversverklaring, te weten

* modelwerkgeversverklaring gedateerd op 19 augustus 2010 van [bedrijfsnaam] ondertekend door [persoon] en

* een loonstrook/salarisspecificatie gedateerd op 31 juli 2010 van [bedrijfsnaam] en

* een arbeidsovereenkomst bepaalde tijd gedateerd op 1 oktober 2009 van [bedrijfsnaam] ondertekend door [persoon] en

* een tussentijdse wijziging arbeidsovereenkomst naar onbepaalde tijd gedateerd op 25 juni 2010 van [bedrijfsnaam] ondertekend door [persoon]

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die geschriften echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemde geschriften, al dan niet via een tussenpersoon, overgelegd/verstrekt zijn aan de SNS Bank voor het verstrekken van een hypotheek en bestaande die valsheid hierin dat op voornoemde geschriften staat vermeld dat

* C. [verdachte] een dienstverband en arbeidsrelatie heeft bij/met [bedrijfsnaam] en

* [bedrijfsnaam] loon heeft betaald aan C. [verdachte] en

* [bedrijfsnaam] loon is verschuldigd aan C. [verdachte], terwijl in werkelijkheid geen sprake was van een arbeidsrelatie en dienstverband en van werkzaamheden die door C. [verdachte] waren verricht;

en

zij in de periode van 25 juni 2010 tot en met 31 december 2010 te Zaandam en/of Heemskerk en/of Almere en/of Utrecht, in elk geval een of meer plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door een of meer listige kunstgrepen en/of door samenweefsel van verdichtselen, telkens (een of meer medewerkers van) (een filiaal van) de rechtspersoon/Hypotheekverstrekker SNS te Utrecht heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van totaal Euro 298.421,- euro (voor de aankoop van een pand [[adres 2]] te Heemskerk) en tot het aangaan van een schuld (hypotheekovereenkomst), immers heeft verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk telkens - zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, (achtereenvolgens dan wel in een andere volgorde, maar wel in onderling samenhang) (telkens)

- Een vals arbeidscontract en

*loonstrook/salarisspecificatie en

* modelwerkgeversverklaring doen/laten opstellen terwijl er geen sprake was van het aldaar vermelde dienstverband en loon en

- bij de aanvraag aan de hypotheekverstrekker, al dan niet via een tussenpersoon, verstrekt en/of overgelegd; een of meer valse

* arbeidscontract en

* loonstrook/salarisspecificatie en

* modelwerkgeversverklaring
er was namelijk in het geheel geen sprake van het op die arbeidscontracten, modelwerkgeversverklaring, loonstrook/salarisspecificatie vermelde dienstverband en/of loon en

- zich aldus voorgedaan als hebbende een vast betaald dienstverband en inkomen, althans als zijnde een bonafide (potentiële) hypotheekgever met voldoende solvabiliteit, waardoor SNS werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1:

Medeplegen van witwassen.

Feit 2:

Medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst

en

Medeplegen van oplichting.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sancties

6.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van 3 jaren. Ten aanzien van de benadeelde partij heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze niet-ontvankelijk verklaard dient te worden.

6.2. Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met haar partner schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van in totaal 30.570,- euro. Door opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie en de fiscus te onttrekken, wordt de integriteit van het financiële en economische verkeer ernstig aangetast. Het reguliere handels- en betalingsverkeer wordt daardoor ondermijnd en de maatschappij wordt veel schade toegebracht. Bovendien bevordert het handelen van verdachte het plegen van delicten, omdat zonder het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst van criminele gelden, het genereren van illegale winsten minder lucratief zou zijn. Daarnaast heeft verdachte samen met haar partner gebruik gemaakt van een valse werkgeversverklaring, een valse loonstrook en valse arbeidsovereenkomsten bij het aanvragen van een hypotheek, waardoor verdachte een hypotheek van 298.421,- euro heeft gekregen, die haar niet was verstrekt als zij de gegevens naar waarheid had ingevuld. Verdachte heeft hiermee het vertrouwen beschaamd dat particulieren en bedrijven in de echtheid en juistheid van documenten moeten kunnen hebben. Bovendien heeft zij door aldus te handelen de SNS Bank benadeeld. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Ten voordele van verdachte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte blijkens haar strafblad nooit eerder met politie of justitie in aanraking is geweest.

Noch in de omstandigheden waaronder het feit is begaan, noch in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, vindt de rechtbank aanleiding af te wijken van de straf zoals door de officier van justitie geëist.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat deze straf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van drie jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te noemen aantal uren moet worden opgelegd.

6.3. Bijkomende straf

verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven geldbedrag, dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder 1 bewezen verklaarde feit met betrekking tot dat geldbedrag is begaan.

7. Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij SNS Bank Utrecht heeft een vordering tot schadevergoeding van € 89.743,09 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden. Ter terechtzitting heeft de verdediging een brief van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (verantwoordelijk voor de Nationale Hypotheek Garantie), aan verdachte overgelegd waarin wordt medegedeeld dat de opbrengst van de verkoop van de woning van verdachte onvoldoende was om de hypotheek en de daarbij gemaakte kosten volledig af te lossen. Verdachte komt echter blijkens deze brief in aanmerking voor kwijtschelding van het verlies en hoeft het verlies derhalve niet terug te betalen.

De rechtbank is van oordeel dat behandeling van deze vordering gelet het voorgaande en in het licht daarvan, op de summiere onderbouwing van de vordering waaruit in ieder geval onvoldoende blijkt waar de gestelde schade betrekking op heeft, een onevenredige belasting van het strafgeding vormt, zodat de benadeelde partij niet in haar vordering zal kunnen worden ontvangen.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 47, 57, 225, 326, 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt haar daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart deze feiten strafbaar.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden, met bevel dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op drie jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van tweehonderd (200) uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 100 dagen hechtenis.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht, met dien verstande dat voor elke dag die verdachte in verzekering heeft doorgebracht twee uren taakstraf, subsidiair één dag hechtenis, in mindering worden gebracht.

Verklaart verbeurd:

- een geldbedrag van 30.570,- euro.

Verklaart de benadeelde partij SNS Bank Utrecht niet-ontvankelijk in de vordering.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.C.M. Rutten, voorzitter,

mr. E.L. Grosheide en mr. J.C.M. Swinkels, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. Keulers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 november 2013.

Mr. Grosheide en mr. Swinkels zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 maart 2011 dossierpagina 29.

3 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 maart 2011, dossierpagina 30 met als bijlage de jaaropgave 2009 van [bedrijfsnaam] op dossierpagina 46.

4 Het proces-verbaal van relaas d.d. 19 juni 2012, dossierpagina 9.

5 Een schriftelijk bescheid, te weten een afgeluisterd gesprek tussen [persoon 2] en [verdachte] d.d. 16 november 2010 om 23.18.08 uur, dossierpagina 53 e.v.

6 Het proces-verbaal van verhoor van [persoon 5] d.d. 26 mei 2011, dossierpagina 126 e.v. met de bijlagen op dossierpagina's 136, 206, 207, 209 en 224.

7 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [persoon 6] d.d. 1 februari 2012, dossierpagina 395 e.v. met de bijlage op dossierpagina 404.

8 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 8 november 2013.

9 Het proces-verbaal van relaas d.d. 19 juni 2012, dossierpagina 11.

10 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 31 januari 2012, dossierpagina 314.

11 Het proces-verbaal van relaas d.d. 19 juni 2012, dossierpagina 22.

12 Het proces-verbaal van relaas d.d. 19 juni 2012, dossierpagina 20 en een schriftelijk bescheid, te weten een uitdraai van de contante stortingen op de rekening van verdachte, dossierpagina 435 en 436.

13 Het proces-verbaal van relaas d.d. 19 juni 2012, dossierpagina 20 en een schriftelijk bescheid, te weten een uitdraai van de contante geldopnames van de rekening van verdachte, dossierpagina 430 t/m 434.

14 Het proces-verbaal van relaas d.d. 19 juni 2012, dossierpagina 22, een schriftelijk bescheid, te weten een uitdraai van de gegevens van de Rijksdienst, dossierpagina 458 en het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 31 januari 2012, dossierpagina 313.

15 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 2 februari 2012, dossierpagina 331.

16 Een schriftelijk bescheid, te weten een sms-bericht d.d. 8 november 2010 om 16.05.05 uur, dossierpagina 383.

17 Een schriftelijk bescheid, te weten een afgeluisterd gesprek d.d. 8 november 2010 om 16.23.29 uur, dossierpagina 384.

18 Een schriftelijk bescheid, te weten een afgeluisterd gesprek d.d. 17 november 2010 om 12.12.12 uur, dossierpagina 385.