Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:11562

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13-11-2013
Datum publicatie
03-12-2013
Zaaknummer
15/710275-12 en 15/710127-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; vrijspraak hennepteelt; bewezenverklaring opzettelijk aanwezig hebben van 805 hennepplanten, diefstal van electriciteit en uitkeringsfraude; straftoemeting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/710275-12 en 15/710127-13

Uitspraakdatum: 13 november 2013

Tegenspraak

Vonnis (P)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 oktober 2013 in de zaken tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. J. van der Putte en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.A. van Ham, advocaat te Veenendaal, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

in de zaak met parketnummer 15/710275-12:

Feit 1:

hij op of omstreeks 22 maart 2012 te Lisserbroek, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 1]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 805, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen ervan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 2:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 01 december 2010 tot en met 22 maart 2012 te Lisserbroek, gemeente Haarlemmermeer, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, (telkens) (in een pand aan de [adres 1]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 805, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal (telkens) bevattende hennep, zijnde (telkens) hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 3:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2010 tot en met 22 maart 2012 te Lisserbroek, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (telkens) heeft weggenomen een grote hoeveelheid electriciteit, in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of and eren dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking, immers zijn zwaardere hoofdzekeringen geplaatst en/of is een illegale elektriciteitsaansluiting gemaakt, die buiten de elektriciteitsmeter omliep, waardoor de afgenomen elektriciteit niet via de electriciteitsmeter is geregistreerd;

in de zaak met parketnummer 15/710127-12:

Feit 1:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 oktober 2010 t/m 30 april 2012 te Lisserbroek, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk(e) voorschrift(en), te weten artikel 13 van de Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen (IOAZ) opgelegde verplichting(en), (telkens) opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, immers heeft hij, verdachte, (telkens) opzettelijk verzwegen voor en/of nagelaten (volledig) te vermelden aan: (telkens) de (Cluster Sociale Dienstverlening van de) Gemeente Haarlemmermeer dat hij, verdachte, (telkens) in voornoemde periode (althans in delen daarvan);

- werkzaamheden verrichtte en/of heeft verricht, te weten het exploiteren van een hennepkwekerij, en/of

- inkomsten genoot en/of heeft genoten, te weten uit de exploitatie van een

hennepkwekerij, en/of

- feitelijk een andere woonsituatie en/of verblijfplaats had en/of heeft gehad, te weten een woonsituatie en/of verblijfplaats buiten de gemeente Haarlemmermeer,

zulks terwijl dit/deze feiten kond(en) strekken tot bevoordeling van zichzelf en/of een ander, terwijl verdachte (telkens) wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens (telkens) van belang waren voor de vaststelling van verdachtes en/of een anders recht op een verstrekking en/of tegemoetkoming krachtens de Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen (IOAZ) en/of voor de hoogte en/of duur van die verstrekking of tegemoetkoming;

Feit 2:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 oktober 2010 t/m 30 april 2012 te Lisserbroek, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk(e) voorschrift(en, te weten Wet maatschappelijke ondersteuning en/of artikel 8.3. verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Haarlemmermeer 2011,opgelegde verplichting(en), (telkens) opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, immers heeft hij, verdachte, (telkens) opzettelijk verzwegen voor en/of nagelaten (volledig) te melden aan; (telkens) de (Cluster Sociale Dienstverlening, Team bijzondere Bijstand/Team Wmo van de) Gemeente Haarlemmermeer dat hij, verdachte, (telkens) in voornoemde periode (althans in delen daarvan);

- feitelijk een andere woonsituatie en/of verblijfplaats had en/of heeft gehad, te weten een woonsituatie en/of verblijfplaats buiten de gemeente Haarlemmermeer,

zulks terwijl dit/deze feit(en) kon(den) strekken tot bevoordeling van zichzelf en/of een ander, terwijl verdachte (telkens) wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens (telkens) van belang waren voor de vaststelling van verdachtes en/of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming krachtens de Wet maatschappelijke Ondersteuning en/of verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Haarlemmermeer 2011 en/of voor de hoogte en/of de duur van die verstrekking en/of tegemoetkoming.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaken, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de in de zaak met parketnummer 15/710275-12 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten alsmede van de in de zaak met parketnummer 15/710127-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

3.2. Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte in de zaak met parketnummer 15/710275-12 onder 2 ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken. Noch het dossier zoals dat door het openbaar ministerie is aangeleverd noch het onderzoek ter terechtzitting hebben naar het oordeel van de rechtbank bewijsmiddelen opgeleverd waaruit voortvloeit dat verdachte in zijn woning hennepplanten heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt. Het feit dat verdachte een sleutel van de door hem verhuurde ruimte, waarin de hennepplantage zich bevond, in bezit had en dat er enige hennepresten en Big Bags met een barcode, soortgelijk aan de in de hennepplantage aangetroffen Big Bags met barcode, in zijn woning zijn aangetroffen maken dat oordeel niet anders.

3.3. Redengevende feiten en omstandigheden (parketnummer 15/710275-12)1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de in de zaak met parketnummer 15/710275-12 onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Op 22 maart 2012 komt bij de politie een melding binnen van een medewerker van de firma Liander N.V. dat er een illegale aansluiting is aangetroffen in de meterkast op het adres [adres 1] te Lisserbroek.2 Dit pand is eigendom van verdachte en verdachte staat in de Gemeentelijke Basis Administratie ingeschreven op dit adres.3 Naar aanleiding van deze melding hebben verbalisanten op dezelfde datum een onderzoek ingesteld op voornoemd adres. Ter plaatse zien verbalisanten dat de gordijnen aan de voorzijde van het pand gesloten zijn en dat er achter de gordijnen een plaat is bevestigd voor de ramen van de bovenetage. Op het dak van de woning zijn drie schoorstenen gemonteerd. Na het betreden van de woning treffen verbalisanten op de eerste etage een afgesloten deur aan. Op deze verdieping ruiken zij direct de typische lucht die de hennepplant kenmerkt. Na het openen van de deur treffen verbalisanten vier ruimtes aan waar hennepplanten geteeld worden onder kunstlicht. Verbalisant [verbalisant], als taakaccenthouder bekend met hennepplanten, herkent de in de woning aanwezige planten als zijnde hennepplanten, genoemd in lijst II van de Opiumwet. Na telling blijken in totaal ongeveer 805 hennepplanten in de vier kweekruimtes te staan.4 Naast de kweekruimtes bevindt zich een woonkamer die in gebruik is bij verdachte. In deze ruimte worden naast de bank en achter een stofzuiger resten van hennepplanten aangetroffen. Verbalisanten vinden in de woonkamer ook een spuitbus van het merk Aerosol type Berry fruits. In de afgesloten kweekruimte treffen verbalisanten een zelfde spuitbus aan. In de medicijnkast van verdachte wordt een sleutel aangetroffen die past op het slot van de deur voor de kweekruimtes. Tevens worden in de slaapkamer van verdachte zogenaamde Big Bags aangetroffen. Deze Big Bags zijn voorzien met een label met daarop een barcode. Dezelfde tassen met barcode treffen verbalisanten aan in de kweekruimtes. In de tassen zitten hennepresten en groeimiddelen.5

Door een fraudespecialist van Liander N.V. is nader onderzoek gedaan naar de stroomvoorziening van de woning. Geconstateerd wordt dat aan de bovenzijde van de zekeringhouders een illegale elektriciteitsaansluiting is gemaakt en dat deze aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om naar de hennepplantage loopt en deze voorziet van elektriciteit. Voorts blijkt de hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie te zijn verzwaard van (contractwaarde) 3 x 25A naar 3x 50 A (gemeten waarde). Doordat er zwaardere hoofdzekeringen geplaatst zijn, kan niet de juiste tarievenregeling worden toegepast. Door de manipulatie wordt de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet via de elektriciteitsmeter geregistreerd. Uit het door Liander N.V. ingestelde onderzoek is gebleken dat er in ieder geval illegaal stroom is afgenomen in de periode van augustus 2011 tot 22 maart 2012.6

De meterkast van het gehele pand inclusief het snackbar gedeelte is gelegen achter de voordeur van de snackbar. Tussen de snackbar en het woongedeelte zit een deur welke aan weerszijden is afgesloten sinds oktober 2011. Verdachte was tot oktober 2011 de eigenaar van de snackbar en de enige met een sleutel van de snackbar.7 Sinds oktober 2011 is het snackbar gedeelte verhuurd aan [getuige 1]. [getuige 1] verklaart dat hij de meterkast nooit heeft opengemaakt en dat de illegale aansluiting er al zat op het moment dat hij het snackbar gedeelte begon te huren.8

3.4. Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1:

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting betoogd dat uit de inhoud van het strafdossier niet blijkt dat verdachte enige wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van de hennepkwekerij in de woning. Verdachte dient dan ook van dit feit te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

De rechtbank stelt voorop dat degene die de eigendom en de beschikkingsmacht heeft over een woning in beginsel verantwoordelijk wordt geacht voor de aanwezigheid van datgene wat zich in die woning bevindt. Voorts kan die persoon in beginsel geacht worden wetenschap te hebben van hetgeen in die woning aanwezig is. Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank geen bijzondere feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan van genoemd uitgangspunt dient te worden afgeweken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Verdachte heeft verklaard dat hij de ruimte waarin de kwekerij is aangetroffen vanaf 1 januari 2009 heeft verhuurd aan mevrouw [getuige 2]. Zij zou de woning op haar beurt weer verhuurd hebben aan een homostel dat discrete woonruimte zocht. De huur zou iedere maand gebracht en betaald worden door twee schoonmakers. Ter onderbouwing van dit verhaal heeft verdachte vier opeenvolgende huurovereenkomsten overgelegd waaruit zou moeten blijken dat verdachte de ruimte ieder jaar opnieuw voor 800 euro verhuurde aan [getuige 2]. Mevrouw [getuige 2] verklaart echter de huurcontracten niet te kennen en ook nooit ondertekend te hebben. Het huurcontract is dus kennelijk valselijk opgemaakt. De rechtbank acht het onaannemelijk dat verdachte, terwijl hij het huurcontract meerdere keren heeft verlengd, nooit aanleiding heeft gezien om de huurprijs te verhogen. Daarnaast is het opmerkelijk dat noch verdachte noch de door de verbalisanten gehoorde buurtbewoners de huurders van de bovenverdieping ooit hebben gezien. Verdachte heeft geen contactgegevens van de zogenaamde huurders of van de twee ‘schoonmakers’ en kan de huurders of de ‘schoonmakers’ derhalve op geen enkele manier bereiken. Hij vertrouwde de huurders naar eigen zeggen volkomen. Verdachte verklaart wisselend over het door hem ontvangen maandelijkse huurbedrag. Ook op het moment dat de huur gedurende een aantal maanden helemaal niet meer betaald werd, zou verdachte zich geen zorgen gemaakt hebben. ‘De schoonmakers hadden immers gezegd dat ze het hele pand wel wilden kopen’. De rechtbank acht de verklaring van verdachte - in haar totaliteit bezien - volstrekt onaannemelijk en ongeloofwaardig.

Daar komt bij dat in de ruimte die verdachte zou bewonen, hennepresten en zogenaamde Big Bags zijn aangetroffen. Ook stonden in de ruimte meerdere luchtverfrissers van hetzelfde merk als de luchtverfrissers die in de kwekerij aangetroffen zijn. Bovendien roken verbalisanten op het moment dat zij op de eerste verdieping kwamen, direct de typische lucht die de hennepplant kenmerkt. Gelet op al deze voornoemde feiten en omstandigheden kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachte gemerkt en geweten heeft dat zich in zijn woning een hennepkwekerij bevond.

Een en ander in onderling verband en samenhang bezien, leidt naar het oordeel van de rechtbank tot de conclusie dat verdachte’s verklaring zo onwaarschijnlijk is, dat deze voor onwaar moet worden gehouden en dat verdachte, in weerwil van hetgeen hij heeft betoogd, wel degelijk wist dat zich in zijn woning een hennepkwekerij bevond. Nu er in het gedeelte van de woning waar verdachte regelmatig kwam een sleutel is aangetroffen die toegang gaf tot de kweekruimtes, had verdachte ook beschikkingsmacht over de kweekruimtes.

De rechtbank acht op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 22 maart 2012 opzettelijk een hoeveelheid van ongeveer 805 hennepplanten in zijn woning aanwezig heeft gehad.

Ten aanzien van feit 3:

Ten aanzien van feit 3 overweegt de rechtbank het volgende. Uit de bovengenoemde redengevende feiten en omstandigheden blijkt dat de illegale elektriciteitsaansluiting al gemaakt was op het moment dat [getuige 1] de snackbar ging huren. Bovendien is uit het door Liander ingestelde onderzoek gebleken dat in ieder geval vanaf augustus 2011 illegaal stroom werd afgenomen, derhalve gedurende de periode dat verdachte, als eigenaar, de snackbar zelf exploiteerde. Naar het oordeel van de rechtbank staat vast daarmee dat verdachte wist van, (al dan niet stilzwijgend) toestemming heeft gegeven aan dan wel ingestemd heeft met (de aanleg van )de illegale aansluiting. Daar komt bij dat blijkens het huurcontract de elektriciteitskosten voor rekening zou komen van verdachte en niet voor rekening van de huurder, op grond waarvan het verdachte was die profiteerde van het illegaal stroom aftappen. De rechtbank acht dan ook op grond van het bovenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van augustus 2011 tot en met 22 maart 2012 een grote hoeveelheid elektriciteit heeft gestolen.

3.5. Redengevende feiten en omstandigheden (parketnummer 15/710127-13 )9

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de in de zaak met parketnummer 15/710127-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Tot 1 oktober 2011 woont verdachte op het adres [adres 1] te Lisserbroek. Wegens persoonlijke omstandigheden draagt verdachte de in zijn woning gevestigde snackbar op 1 oktober 2011 over aan [getuige 1].10 Vanaf die datum ontvangt verdachte een uitkering op grond van de Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen (hierna: IOAZ). Deze uitkering ontvangt verdachte vervolgens tot en met 30 april 2012. Tevens is aan verdachte op grond van de verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Haarlemmermeer 2011 huishoudelijke hulp toegekend in de vorm van een Persoonsgebonden Budget (PGB) in de periode vanaf 1 juni 2011 tot en met 30 april 2012. Uit artikel 13 IOAZ volgt dat de belanghebbende aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling moet doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling en het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag van de uitkering dat aan hem wordt betaald. Voorts volgt uit artikel 8.3. van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Haarlemmermeer 2011 dat degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt, verplicht is aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening. Verdachte is door de Cluster Sociale Dienstverlening van de Gemeente Haarlemmermeer gewezen op deze inlichtingenplichten en verdachte was hiervan ook op de hoogte.11

Op 26 maart 2012 ontvangt [verbalisant 2], sociaal rechercheur bij de gemeente Haarlemmermeer, een schriftelijke melding van de politie met de mededeling dat verdachte staat ingeschreven in Lisserbroek, maar feitelijk woont bij zijn vriendin op het adres [adres 2] in Ter Aar. In zijn woning in Lisserbroek is een hennepkwekerij aangetroffen.12 Uit het door [verbalisant 2] uitgevoerde buurtonderzoek blijkt vervolgens dat verdachte sinds oktober 2011 niet meer feitelijk woont op het door hem opgegeven adres. Verdachte woont bij zijn vriendin in Ter Aar en heeft zijn eigen woning verhuurd.13 . Het Cluster Sociale Dienstverlening van de Gemeente Haarlemmermeer was hiervan niet op de hoogte. Als de Cluster Sociale Dienstverlening van bovenstaande gegevens op de hoogte zou zijn geweest, was aan verdachte geen uitkering op grond van de IOAZ en een Persoonsgebonden Budget (PGB) verstrekt.

Vervolgens is verdachte schriftelijk uitgenodigd voor een gesprek op 10 mei 2012 om informatie over zijn feitelijke woonsituatie te verstrekken. Verdachte is niet op deze afspraak verschenen.14

3.6. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

in de zaak met parketnummer 15/710275-12:

Feit 1:

hij op 22 maart 2012 te Lisserbroek, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [adres 1] een hoeveelheid van in totaal ongeveer 805 hennepplanten en/of delen ervan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Feit 3:

hij in de periode van augustus 2011 tot en met 22 maart 2012 te Lisserbroek, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening telkens heeft weggenomen een grote hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Liander N.V., waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, immers zijn zwaardere hoofdzekeringen geplaatst en is een illegale elektriciteitsaansluiting gemaakt, die buiten de elektriciteitsmeter omliep, waardoor de afgenomen elektriciteit niet via de elektriciteitsmeter is geregistreerd.

in de zaak met parketnummer 15/710127-12:

Feit 1:

hij in de periode 1 oktober 2011 t/m 30 april 2012 te Lisserbroek, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift, te weten artikel 13 van de Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen (IOAZ) opgelegde verplichting opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk verzwegen voor en/of nagelaten (volledig) te vermelden aan: de Cluster Sociale Dienstverlening van de Gemeente Haarlemmermeer dat hij, verdachte, in voornoemde periode;

- feitelijk een andere woonsituatie en/of verblijfplaats had en/of heeft gehad, te weten een woonsituatie en/of verblijfplaats buiten de gemeente Haarlemmermeer, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf en/of een ander, terwijl verdachte wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes en/of een anders recht op een verstrekking en/of tegemoetkoming krachtens de Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen (IOAZ) en/of voor de hoogte en/of duur van die verstrekking of tegemoetkoming.

Feit 2:

hij in de periode 1 oktober 2011 t/m 30 april 2012 te Lisserbroek, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift, te weten Wet maatschappelijke ondersteuning en/of artikel 8.3. verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Haarlemmermeer 2011, opgelegde verplichting, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk verzwegen voor en/of nagelaten (volledig) te melden aan;

de Cluster Sociale Dienstverlening van de Gemeente Haarlemmermeer dat hij, verdachte, in voornoemde periode (althans in delen daarvan);

- feitelijk een andere woonsituatie en/of verblijfplaats had en/of heeft gehad, te weten een woonsituatie en/of verblijfplaats buiten de gemeente Haarlemmermeer,

zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf en/of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes en/of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming krachtens de Wet maatschappelijke Ondersteuning en/of verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Haarlemmermeer 2011 en/of voor de hoogte en/of de duur van die verstrekking en/of tegemoetkoming.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 15/710275-12:

Feit 1:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Feit 3:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Ten aanzien van parketnummer 15/-710127-13:

Feit 1:

In strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming.

Feit 2:

In strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

6.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaren.

6.2. Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 805 hennepplanten in zijn woning. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal met verbreking door een illegale stroomaansluiting aan te (laten) leggen en hiermee illegaal stroom af te tappen. Verdachte heeft hierbij kennelijk louter uit financieel gewin gehandeld. Hennep bevat de voor de gezondheid van personen schadelijke stof THC. Met het kweken van hennep, waarbij illegaal stroom wordt afgenomen, worden grote illegale winsten behaald. Door het aanleggen van een illegale elektriciteitsaansluiting is er niet alleen financiële schade toegebracht aan de leverancier van de elektriciteit, maar is er bovendien ook gevaar voor goederen en personen te duchten geweest.

Verdachte heeft zich daarnaast in de periode van 1 oktober 2011 tot en met 30 april 2012 schuldig gemaakt aan uitkeringsfraude, door niet aan het Cluster Sociale Dienstverlening van de gemeente Haarlemmermeer op te geven dat hij op een ander adres buiten de gemeente Haarlemmermeer verbleef. Hij heeft daardoor financieel nadeel toegebracht aan de gemeenschap en eraan bijgedragen dat het sociale stelsel, waarvan personen kunnen profiteren die anders in financiële problemen zouden geraken, moeizamer overeind gehouden kan worden. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.

Ten nadele van verdachte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte door zijn houding ervan blijk gegeven heeft het laakbare van zijn handelen niet in te (willen) zien.

Als verdachte enigszins gemotiveerd was geweest om een werkstraf te verrichten, dan had de rechtbank voor die strafmodaliteit gekozen. Nu niet is gebleken dat verdachte hiervoor gemotiveerd is, acht de rechtbank een gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank komt, gelet op de bewezen verklaarde feiten en de vrijspraak, tot een lagere strafoplegging dan de eis van de officier van justitie.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

7. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij Liander N.V. heeft een vordering tot schadevergoeding van € 10.700,71 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het in zaak met parketnummer 15/710275-12 onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit het ongeregistreerd verbruik van elektriciteit in de bewezen verklaarde periode. De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag rechtstreeks voortvloeit uit het onder 3 bewezen verklaarde feit. De vordering zal derhalve worden toegewezen. Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 3 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal van elektriciteit] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 227b, 311 van het Wetboek van Strafrecht;

artikel 3 en 11 van de Opiumwet.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte in de zaak met parketnummer 15/710275-12 onder 2 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte in de zaak met parketnummer 15/710275-12 onder 1 en 3 en in de zaak met parketnummer 15/710127-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.6. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart deze feiten strafbaar.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot twee (2) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij Liander N.V. geleden schade tot een bedrag van € 10.700,71 bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan Liander N.V. voornoemd, gironummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer Liander N.V. de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 10.700,71, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 88 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. W.J. van Andel, voorzitter,

mr. J.H. Crijns en mr. B.E.P. Myjer, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. Keulers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 november 2013.

Mr. Crijns en mr. Myjer zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 april 2012, dossierpagina 17 e.v.

3 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 24 maart 2012, dossierpagina 68 e.v. en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 april 2012, dossierpagina 17 e.v.

4 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 april 2012, dossierpagina 17 e.v.

5 Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij d.d. 5 juni 2012 in combinatie met het verhoor van verdachte d.d. 24 maart 2012, dossierpagina 80 e.v.

6 Het proces-verbaal van aangifte door Liander N.V. d.d. 3 april 2012, dossierpagina 118 e.v.

7 Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij d.d. 5 juni 2012 in combinatie met het verhoor van verdachte d.d. 24 maart 2012, dossierpagina 80 e.v.

8 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 24 maart 2012, dossierpagina 68 e.v.

9 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

10 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 11 juli 2012, dossierpagina 22 e.v. in combinatie met de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 30 oktober 2013.

11 Het proces-verbaal van het Cluster Sociale Dienstverlening gemeente Haarlemmermeer d.d. 19 april 2013, dossierpagina 3 e.v. in combinatie met de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 30 oktober 2013.

12 Het proces-verbaal van het Cluster Sociale Dienstverlening gemeente Haarlemmermeer d.d. 19 april 2013, dossierpagina 3 e.v.

13 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 11 juli 2012, dossierpagina 22 e.v., het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 10 januari 2013, dossierpagina 36 e.v. en het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] d.d. 3 oktober 2012, dossierpagina 31 e.v.

14 Het proces-verbaal van het Cluster Sociale Dienstverlening gemeente Haarlemmermeer d.d. 19 april 2013, dossierpagina 3 e.v.