Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:11469

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-11-2013
Datum publicatie
29-11-2013
Zaaknummer
14/701105-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; ontnemingszaak “Colorado”; grootschalig telen en bewerken van hennep; vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel; draagkracht; oplegging verplichting tot betaling aan de Staat van 3.000 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige kamer

Parketnummer: 14/701105-10 (ontneming)

Uitspraakdatum : 18 november 2013

Promisvonnis ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht

Deze beslissing heeft betrekking op de vordering van de officier van justitie van 3 december 2012 ten aanzien van de feiten in de zaak onder bovenstaand parketnummer, strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht in de zaak tegen:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].

1 De vordering

De officier heeft bij vordering van 3 december 2012 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 4 (de rechtbank leest verbeterd: lid 5), van het Wetboek van Strafrecht zal vaststellen op € 9.300,00 en dat aan veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

2 Het verloop van de procedure

De officier van justitie heeft bovengenoemde vordering aanhangig gemaakt met de oproeping van veroordeelde om te verschijnen op de terechtzitting van deze rechtbank op 18 januari 2013. Dit betrof een zogeheten regiezitting.

Ter terechtzitting van 18 januari 2013 zijn gehoord de raadsvrouw van veroordeelde, mr. I.E. Leenhouwers, advocaat te Alkmaar, en de officier van justitie. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden tot een tweede regiezitting op 15 april 2013 en de stukken in handen gesteld van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken teneinde nadere onderzoekshandelingen te verrichten. Tevens zijn termijnen afgesproken in verband met de schriftelijke voorbereiding van de ontnemingszaak.

Ter terechtzitting van 15 april 2013 zijn gehoord de waarnemend raadsman van veroordeelde, mr. G. Kaaij, advocaat te Alkmaar, en de officier van justitie. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden tot 8 oktober 2013 en de stukken in handen gesteld van de rechter-commissaris voornoemd teneinde nadere onderzoekshandelingen te verrichten. Tevens zijn definitieve termijnen afgesproken in verband met de schriftelijke voorbereiding van de ontnemingszaak.

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder het met deze vordering samenhangende ontnemingsdossier, aangevuld met enkele afschriften uit het strafdossier en de in het kader van de schriftelijke voorbereiding tussen de officier van justitie en de raadsman van veroordeelde gewisselde conclusies.

De officier van justitie heeft bij conclusie van repliek de vordering naar beneden bijgesteld tot een bedrag van € 9.075,00.

De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 8 oktober 2013. Daarbij zijn gehoord veroordeelde, haar raadsvrouw, mr. I.E. Leenhouwers, advocaat te Alkmaar, en de officier van justitie.

Vervolgens is het onderzoek gesloten en is de uitspraak bepaald op 18 november 2013 te 13.00 uur.

3 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de gewijzigde vordering.

4 Het standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden geschat op € 4.800,00. Ten aanzien van de kniplocatie in Opperdoes heeft de raadsvrouw aangevoerd dat 20 knipdagen een zeer redelijke schatting betreft. Voorts handhaaft de raadsvrouw het standpunt dat 100 hennepplanten als uitgangspunt moet worden genomen. Tot slot is de raadsvrouw van oordeel dat dient te worden uitgegaan van een opbrengst van € 2,00 per hennepplant.

Voorts heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht bij de vaststelling van het ontnemingsbedrag rekening te houden met de draagkracht van veroordeelde. Veroordeelde heeft op dit moment geen draagkracht en naar redelijke verwachting zal zij deze in de toekomst ook niet hebben. Haar persoonlijke omstandigheden zijn specifiek en schrijnend. Veroordeelde heeft te maken met psychische problematiek en verslavingsproblematiek, waarvoor zij al gedurende een groot aantal jaren behandeling ondergaat. Daarbij heeft zij de zorg voor haar zoon met zijn eigen problematiek. En op dit moment heeft veroordeelde medische problemen. Zij heeft een tumor waardoor haar gehoor sterk is verminderd.

5. De gronden voor de schatting van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel 1

5.1

Veroordeling

Bij arrest van 5 december 2012 van het Gerechtshof Amsterdam is veroordeelde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis, waarbij onder andere is bewezen verklaard dat:

3.

zij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 in de gemeente Medemblik, in een woning gelegen aan de [adres] te Opperdoes, meermalen tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft bewerkt grote hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep;

4.

zij in de periode van 1 april 2008 tot en met 30 september 2008 in de gemeente Heerhugowaard, in een bedrijfspand gelegen aan de [adres], meermalen tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft bewerkt grote hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep.

Op grond van deze veroordeling kan aan veroordeelde de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, verkregen door middel van de ingevolge dat arrest bewezen verklaarde strafbare feiten.

5.2

De beoordeling

Op 1 december 2010 heeft de verbalisant [naam], financieel rechercheur bij de Financiële Recherche te Alkmaar, een rapport opgesteld betreffende het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel. Bij het rapport zijn diverse bijlagen gevoegd, ontleend aan het dossier met betrekking tot de onderliggende strafzaak tegen veroordeelde.

Bewezen is verklaard dat veroordeelde, samen met medeveroordeelden [medeveroordeelde], [medeveroordeelde], [medeveroordeelde], [medeveroordeelde], [medeveroordeelde] en [medeveroordeelde], deel uit maakte van de zogenoemde ‘oude’ knipploeg die in de hennepkwekerij in Heerhugowaard en de kniplocatie in Opperdoes hennepplanten knipten.

Heerhugowaard

Veroordeelde heeft bij de politie verklaard dat zij vier keer in Heerhugowaard is geweest om hennepplanten te knippen. Ook heeft zij verklaard dat zij ongeveer 100 hennepplanten per dag knipte en dat zij ongeveer € 2,00 per hennepplant verdiende.2

Ten aanzien van de werkzaamheden van veroordeelde in de hennepkwekerij in Heerhugowaard gaat de rechtbank voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van: 4 dagen maal 100 planten á € 2,00 is in totaal een bedrag van € 800,00.

Opperdoes

Veroordeelde heeft bij de politie verklaard dat zij een jaar lang regelmatig in Opperdoes hennepplanten heeft geknipt. Veroordeelde heeft verklaard dat zij dit zo nu en dan deed, maar ook dat het haar heel vaak niet uit kwam en dat zij dan thuis bleef.3 De zus van veroordeelde, medeveroordeelde [medeveroordeelde], heeft bij de politie verklaard dat haar ex-partner, medeveroordeelde [medeveroordeelde], een paar keer is ingevallen voor veroordeelde.4 De rechtbank is met de raadsvrouw van oordeel dat 20 dagen een redelijke schatting betreft van het totaal aantal knipdagen op deze locatie.

Veroordeelde heeft bij de politie niets verklaard over het aantal geknipte hennepplanten per dag. Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal de rechtbank uitgaan van 100 hennepplanten per dag, hetzelfde aantal als in Heerhugowaard. Ook over het verdiende bedrag per hennepplant heeft veroordeelde niets verklaard. [medeveroordeelde] heeft bij de politie verklaard, nadat haar is voorgehouden dat [medeveroordeelde] heeft verklaard over inkomsten van € 2,50 per hennepplant, dat zij er niet over gaat twisten.5

Ten aanzien van de werkzaamheden van veroordeelde in de kniplocatie in Opperdoes gaat de rechtbank voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van: 20 dagen maal 100 planten á € 2,50 is in totaal een bedrag van € 5.000,00.

De rechtbank is van oordeel dat het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat dient te worden vastgesteld op een bedrag van (€ 800,00 + € 5.000,00 =) € 5.800,00.

6 Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat de maatregel ter ontneming van het wederrechtelijk voordeel moet worden opgelegd.

Bij de vaststelling van het door veroordeelde te betalen bedrag heeft de rechtbank het volgende mee laten wegen. Veroordeelde dient rond te komen van een bijstandsuitkering en heeft daarnaast te maken met psychische problematiek en verslavingsproblematiek, waarvoor zij al gedurende een groot aantal jaren (klinische) behandeling ondergaat. Voorts heeft zij de zorg voor twee kinderen, waaronder een zoon die met eigen problematiek te kampen heeft. Momenteel heeft veroordeelde bovendien medische problemen, er is een brughoektumor bij haar vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat, gezien de specifieke persoonlijke omstandigheden van veroordeelde en haar huidige medische problemen, het aanstonds duidelijk is dat veroordeelde nu en in de toekomst over onvoldoende financiële draagkracht zal beschikken om aan een haar op te leggen betalingsverplichting te voldoen ter hoogte van het bedrag van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarin ziet de rechtbank aanleiding het door veroordeelde te betalen bedrag lager vast te stellen dan op het bedrag van het geschatte voordeel.

De rechtbank zal gelet op het vorenstaande het door veroordeelde te betalen bedrag vaststellen op € 3.000,00.

7 Toepasselijke wettelijke bepaling

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissing

De rechtbank:

Stelt het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 5.800,00 (vijfduizend en achthonderd euro).

Legt veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van door haar wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 3.000,00 (drieduizend euro).

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.F. van Hoorn, voorzitter,

mr. E.M. Devis en mr. G.A.M. van Dijk, rechters,

in tegenwoordigheid van S.C. Naeije, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 november 2013.

1 De hierna door de rechtbank in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal van 4e verhoor van 20 augustus 2009, bijlagenummer B18.007, inhoudende de verklaring van verdachte [veroordeelde], doorgenummerd pagina 62.

3 Proces-verbaal van 4e verhoor van 20 augustus 2009, bijlagenummer B18.007, inhoudende de verklaring van verdachte [veroordeelde], doorgenummerd pagina 63.

4 Proces-verbaal van 4e verhoor van 19 augustus 2009, bijlagenummer B18.010, inhoudende de verklaring van verdachte [medeveroordeelde], doorgenummerd pagina 23.

5 Proces-verbaal van 4e verhoor van 19 augustus 2009, bijlagenummer B18.010, inhoudende de verklaring van verdachte [medeveroordeelde], doorgenummerd pagina 23.