Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:11284

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-11-2013
Datum publicatie
25-11-2013
Zaaknummer
C/15/207330 / HA RK 13/94
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot wraking kantonrechter afgewezen. De beslissing de comparitie niet uit te stellen is een procesbeslissing. Een procesbeslissing is voor de daarbij in het ongelijk gestelde partij op zichzelf onvoldoende grond voor wraking. Een rechter moet een tussentijds aan hem gevraagde procesbeslissing kunnen nemen opdat de gerechtelijke procedure voortgang kan vinden. Met het nemen van een dergelijke beslissing blijkt onvermijdelijk van een standpunt van de rechter, maar dat impliceert niet zonder meer dat de betreffende rechter vooringenomenheid koestert ten aanzien van de hoofdzaak, noch dat een vrees voor partijdigheid voor andere door de rechter te nemen beslissingen objectief gerechtvaardigd is.

De wrakingskamer bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking in de hoofdzaak niet in behandeling zal worden genomen, omdat verzoeker het instument wraking heeft misbruikt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: C/15/207330 / HA RK 13/94

Beslissing van 15 november 2013

Op het verzoek tot wraking ingediend door:

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

hierna te noemen: verzoeker

Het verzoek is gericht tegen:

mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg

hierna te noemen: de kantonrechter

Procesverloop

Verzoeker heeft bij e-mailbericht van 16 september 2013 de wraking verzocht van de kantonrechter in de bij deze rechtbank, afdeling privaatrecht, sectie kanton, locatie Haarlem aanhangige zaak met zaaknummer 578286 / CV EXPL 12-13779, hierna te noemen: de hoofdzaak.

De kantonrechter heeft niet in de wraking berust en heeft op 22 september 2013 schriftelijk op het verzoek gereageerd.

Het verzoek is vervolgens behandeld ter openbare zitting van de wrakingskamer van 4 november 2013. Verzoeker, de kantonrechter en de wederpartij zijn in de gelegenheid gesteld op die zitting te worden gehoord. De wederpartij heeft schriftelijk bericht niet ter zitting te zullen verschijnen. Zonder voorafgaand bericht heeft verzoeker van de geboden gelegenheid geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd zijn indien sprake is van feiten of omstandigheden die, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de rechter in de hoofdzaak, grond geven om te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is.

Verzoeker heeft de kantonrechter op 6 mei 2013 gewraakt nadat deze zijn verzoek om uitstel van de comparitie van partijen had afgewezen. De wrakingskamer heeft dit verzoek bij beslissing van 7 juni 2013 afgewezen.

Rekening houdend met de verhinderdata van partijen is vervolgens bepaald dat de comparitie van partijen zal plaatsvinden op 17 september 2013 te 15:45 uur. Partijen zijn op 19 augustus 2013 schriftelijk opgeroepen om op deze comparitie te verschijnen, waarbij partijen erop zijn gewezen dat uitstel in beginsel niet zal worden verleend. Verzoeker heeft bij e‑mailbericht van 16 september 2013 (12:32 uur) wederom verzocht de compartitie aan te houden. Bij e-mailbericht van diezelfde datum (13:36 uur) heeft de griffier verzoeker namens de kantonrechter laten weten dat de kantonrechter het verzoek om aanhouding heeft afgewezen. Vervolgens heeft verzoeker per e-mailbericht van diezelfde dag de kantonrechter gewraakt.

Zoals reeds in de uitspraak van 7 juni 2013 door de wrakingskamer is uiteengezet, is de beslissing de comparitie niet uit te stellen, een procesbeslissing. Een procesbeslissing is voor de daarbij in het ongelijk gestelde partij op zichzelf onvoldoende grond voor wraking. Een rechter moet een tussentijds aan hem gevraagde procesbeslissing kunnen nemen opdat de gerechtelijke procedure voortgang kan vinden. Met het nemen van een dergelijke beslissing blijkt onvermijdelijk van een standpunt van de rechter, maar dat impliceert niet zonder meer dat de betreffende rechter vooringenomenheid koestert ten aanzien van de hoofdzaak, noch dat een vrees voor partijdigheid voor andere door de rechter te nemen beslissingen objectief gerechtvaardigd is. Er zijn ook geen andere omstandigheden gesteld of gebleken, waaruit moet worden geconcludeerd dat de procesbeslissing zelf is ingegeven door vooringenomenheid van de kantonrechter.

Gelet op het voorgaande zal de wrakingskamer het wrakingsverzoek afwijzen.

De wrakingskamer ziet aanleiding om toepassing te geven aan artikel 39 lid 4 Rv, omdat naar haar oordeel sprake is van misbruik van de bevoegdheid om wraking te verzoeken. Hoewel tweemaal een verzoek om uitstel van de comparitie van partijen is afgewezen, heeft verzoeker met de wrakingsverzoeken kunnen bewerkstelligen dat de geplande comparities niet op de vastgestelde data konden plaatsvinden, waardoor hij feitelijk het door hem gewenste uitstel van de comparities heeft bereikt. Gelet hierop en met inachtneming van het gegeven dat de opeenvolgende verzoeken om wraking hebben geleid tot onnodige vertraging van de procedure, is de wrakingskamer van oordeel dat verzoeker het instrument van wraking heeft misbruikt. De wrakingskamer zal daarom bepalen dat een volgend verzoek om wraking in de hoofdzaak niet in behandeling zal worden genomen.

Beslissing

De wrakingskamer:

 wijst het verzoek tot wraking van de kantonrechter af;

 beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de kantonrechter en de wederpartij een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;

 beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek;

 bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking in de hoofdzaak niet in behandeling zal worden genomen.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.A.F. Donders, voorzitter, mr. C.A.M. van der Heijden en mr. K.I. Oyunlu, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van A.L. Zandvliet, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2013.

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.