Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:11221

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-11-2013
Datum publicatie
22-11-2013
Zaaknummer
15/800945-13 en 13/651047-12 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aan verdachte vier feiten ten laste gelegd, te weten poging oplichting, voltooide oplichting en het voorhanden hebben van valse betaalkaarten/waardekaarten, terwijl hij wist dat deze waren bestemd om te gebruiken als echt en onvervalst. Verdachte wordt voor de feiten 1 (partieel), 3 en 4 vrijgesproken in verband met onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Zie vonnis voor overwegingen rechtbank, met name ook ten aanzien van bewijsminimum.

Strafoplegging:

gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden – aftrek en toewijzing van de vorderring tot tenuitvoerlegging van de eerder aan verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 76 dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800945-13 en 13/651047-12 (tul)

Uitspraakdatum: 21 november 2013

Tegenspraak

Vonnis (P)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 7 november 2013in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Groot-Brittannië),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Haarlem,

hierna te noemen verdachte.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Kubbinga en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. T. den Haan, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 313 Sv., ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij op of omstreeks de periode van 26 juli 2013 tot en met 09 augustus 2013 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) (een medewerker van) Gassan Schiphol te bewegen tot de afgifte van een of meer horloges (o.a. van het merk Rolex), in elk geval van enig goed, (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens)

ter betaling een of meerdere valse creditcards/betaalpassen (o.a. met nummer [creditcardnummer]) aangeboden aan de medewerker van Gassan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2:

hij op of omstreeks 09 augustus 2013 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk een valse of vervalste betaalpas, waardekaart of enige andere voor het publiek beschikbare kaart, te weten een Visacard(met daarop vermeld het nummer [creditcardnummer] en/of de naam [verdachte] en/of Capitol One), bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, heeft afgeleverd, voorhanden heeft gehad, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft vervoerd, heeft verkocht of heeft overgedragen, zulks terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die pas of kaart bestemd was voor gebruik als ware deze echt en onvervalst;

Feit 3:

hij op of omstreeks 26 april 2013 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, ABN AMRO en/of European Merchant Services BV heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, in elke geval van enig goed, hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens)

- zich voorgedaan als rechtmatige houder en/of bevoegd gebruiker van (Visa)kaarten met nummers [creditcardnummer 2] en/of [creditcardnummer 3] en/of [creditcardnummer 4] en/of

- met voornoemde kaarten geldopnames verricht en/of

- vervolgens een handtekening geplaats onder de winkelier bon en/of journaal bon,

waardoor ABN AMRO en/of European Merchant Services BV (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Feit 4:

hij op of omstreeks 09 augustus 2013 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk een valse en/of vervalste betaalpas, waardekaart of enige andere voor het publiek beschikbare kaart, te weten een mastercard (met daarop vermeld het nummer [creditcardnummer 5] en/of de naam [verdachte] en/of Halifax), bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, heeft afgeleverd, voorhanden heeft gehad, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft vervoerd, heeft verkocht of heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft vervoerd, heeft verkocht of heeft overgedragen, zulks terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die pas(sen) en/of kaart(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware deze echt en onvervalst.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde voor wat betreft de poging tot oplichting op 26 juli 2013 met de kaart van Capitol One en tot vrijspraak voor hetgeen voor het overige onder 1 is ten laste gelegd.

De officier van justitie heeft voorts gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten.

3.2. Partiële vrijspraak van feit 1 en vrijspraak van de feiten 3 en 4

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte, wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs, dient te worden vrijgesproken voor hetgeen onder 1 is ten laste gelegd, voor zover dat verwijt ziet op de poging tot oplichting op 9 augustus 2013 met de kaart van Capitol One.

Naar het oordeel van de rechtbank is verder niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 3 en 4 ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Ten aanzien van feit 3:

Aan verdachte is onder 3 – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij op 26 april 2013 met verschillende (Visa)kaarten, waarbij hij zich heeft voorgedaan als rechtmatige houder dan wel bevoegd gebruiker van die (Visa)kaarten, geldopnames heeft verricht bij de ABN AMRO op Schiphol en daarvoor heeft getekend, waarmee hij voornoemde bank heeft bewogen tot afgifte van die geldbedragen.

In het dossier bevindt zich een aangifte van European Merchant Services BV (EMS) d.d. 13 augustus 2013, opgesteld door [aangever 1]. Daarin wordt vermeld dat van drie van de kaarten die verdachte heeft gebruikt bij de geldopnames, bekend is geworden dat deze zijn uitgegeven in de Verenigde Staten, nimmer uit het bezit zijn geweest van de cardhouder en nog steeds in het bezit zijn van de originele cardhouders. Ter zitting heeft [aangever 1] dit als getuige bevestigd. Hij heeft voorts ter zitting verklaard dat de buitenlandse bank een collega van hem heeft bericht dat met de drie kaarten frauduleuze geldopnames zijn verricht. De verklaringen van de desbetreffende bank alsmede van de gedupeerde cardhouders, inhoudende dat er met de creditcards frauduleus bedragen zijn opgenomen, zijn echter niet opgenomen in het dossier.

Voornoemde aangifte en de verklaring van getuige [aangever 1] zoals afgelegd ter terechtzitting, zijn afkomstig uit één en dezelfde bron, te weten van de medewerker van EMS die van de buitenlandse bank heeft vernomen dat gedupeerde cardhouders hebben gemeld dat er geldopnames met hun kaarten zijn verricht die zij niet zelf zouden hebben gedaan. Voor het overige bevindt er zich geen bewijs in het dossier wat erop zou kunnen duiden dat verdachte op 26 april 2013 op Schiphol frauduleuze geldopnames heeft gedaan, terwijl het frauduleus handelen nu juist een wezenlijk element is van de onder 3 ten laste gelegde oplichting. Verdachte zelf heeft verklaard dat hij de opnames met de kaarten die op zijn naam stonden, rechtmatig heeft gedaan.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat er zich in het dossier onvoldoende bewijs bevindt om tot een bewezenverklaring voor het onder 3 ten laste gelegde te kunnen komen en zal verdachte daarom vrijspreken van dit feit.

Ten aanzien van feit 4:

Onder 4 is aan verdachte ten laste gelegde dat hij op 9 augustus 2013 te Schiphol een valse MasterCard voorhanden heeft gehad met nummer [creditcardnummer 5] en de opdrukken: ‘[verdachte]’ en ‘Halifax’. Bij diens aanhouding op 9 augustus 2013 worden onder verdachte meerdere creditcards aangetroffen waaronder voornoemde. International Card Services BV (ICS) is bevoegd tot het doen van aangifte voor alle Visa en MasterCard uitgevende banken of Visa en MasterCard vertegenwoordigende organisaties. Om die reden heeft ICS contact opgenomen met de Halifax bank om informatie op te vragen over de hier bedoelde creditcard. Deze bank heeft ICS laten weten dat de kaart niet is afgegeven op naam van ‘mr. [naam]’, aldus de aanvullende aangifte van 17 oktober 2013. Nu op de onder verdachte aangetroffen kaart wel deze naam wordt vermeld, concludeert ICS dat er sprake is van een valse/vervalste creditcard.

Ter terechtzitting heeft de raadsman echter een aantal stukken overgelegd, waaronder creditcardoverzichten. Daarop staan onder andere vermeld de naam “Halifax”, het mastercardnummer [creditcardnummer 5], de persoonsgegevens mr. [verdachte] (als cardholder) en het adres [adres], wat het adres is van verdachte. De raadsman heeft daarbij vermeld dat hij deze stukken heeft ontvangen van de familie van verdachte en dat zij afkomstig zijn van de Halifax bank in Groot-Brittannië.

Gelet op de door de raadsman ter terechtzitting overgelegde stukken kan naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer worden aangenomen dat de conclusie van ICS – dat voornoemde kaart niet op naam van verdachte is afgegeven en dus vals is – juist is. Daarbij neemt de rechtbank mee dat de onderzoeksdatabase die ICS heeft gehanteerd niet feilloos is gebleken. Immers, ICS heeft haar aangifte van 9 augustus 2013 met de aanvullende aangifte van 17 oktober 2013 op meerdere onderdelen daarvan herzien. Voorts valt niet uit te sluiten dat er mogelijk een vergissing is gemaakt bij het verifiëren van de naam van verdachte. Op de desbetreffende kaart staat de naam “mr. [verdachte]”, op de voormelde afschriften staat “mr. [verdachte]”, in de aanvullende aangifte door ICS van 17 oktober 2013 staat dat de tenaamgestelde van de kaart “Mr [verdachte]” is en dat de conclusie luidt dat de kaart niet is afgegeven op naam van “Mr. [naam]”, terwijl getuige [getuige 2] van ICS ter terechtzitting heeft verklaard dat onderzocht is of de kaart op naam was gesteld van “mr. [verdachte]”. De getuige kon niet vertellen welke namen specifiek aan de Halifax bank zijn doorgegeven bij het onderzoek.

Concluderend komt de rechtbank tot het oordeel dat sprake is van blijvende onduidelijkheden, zodat niet zonder meer op grond van de (aanvullende) aangifte kan worden gesteld dat de kaart met nummer [creditcardnummer 5] vals is.

Het onder feit 4 ten laste gelegde is daarom niet wettig en overtuigend bewezen en verdachte dient dan ook voor dit feit te worden vrijgesproken.

3.3. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Op vrijdag 9 augustus 2013 wordt verdachte aangehouden op Schiphol naar aanleiding van de melding dat verdachte vermoedelijk met valse creditcards horloges van het merk Rolex wilde kopen in de winkel Gassan, gevestigd in de Terminal 2 Lounge airside, op Schiphol.2 Bij verdachte worden meerdere creditcards aangetroffen, waaronder een creditcard met het nummer [creditcardnummer].3 Het betreft een Visa creditcard met het opschrift “Capitol One” en de naam “MR [verdachte]”.4 Voornoemde kaart betreft een nabootsing van een echte creditcard, want de kaart is geheel uitgevoerd in printtechniek terwijl een origineel exemplaar wordt uitgevoerd in druktechniek en voorts bevat de kaart een nagebootst hologram.5

Uit nader onderzoek blijkt dat verdachte op 26 juli 2013 met voornoemde valse creditcard heeft getracht om een tweetal horloges van het merk Rolex te kopen in de winkel Gassan op Schiphol. Deze verkoop is echter afgebroken. Verdachte zei tegen een medewerker van de winkel dat hij geld had gewonnen in het casino. Tegelijkertijd was verdachte aan het bellen met de creditcardmaatschappij. Verdachte gaf vervolgens te kennen dat het geld nog niet op zijn rekening was gestort en hij daardoor onvoldoende saldo had om de aankopen te laten doorgaan. Verdachte is daarna weggelopen.6 Deze niet geaccepteerde verkooptransactie is (onder meer) gedaan met genoemde valse creditcard met het nummer [creditcardnummer].7

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 9 augustus 2013 op Schiphol in de winkel Gassan is geweest. Verdachte heeft ter terechtzitting eveneens verklaard dat hij op 26 juli 2013 op Schiphol is geweest en dat hij toen in voornoemde winkel interesse heeft getoond in horloges. Hij verklaart tevens dat hij de creditcard met nummer [creditcardnummer] al twee jaar in zijn bezit heeft en er ook op 26 juli 2013 over beschikte.8

Verweer van de verdediging betreffende de valsheid van de creditcard

De raadsman heeft ter terechtzitting – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat onvoldoende is gebleken dat de creditcard met nummer [creditcardnummer] met opdruk Capitol One vals is. Er bevindt zich in het dossier slechts een proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee waaruit de valsheid wordt vastgesteld op grond van optische kenmerken. Een technisch onderzoek heeft niet plaatsgevonden, aldus de raadsman. Voorts wijst de raadsman erop dat het bedrijf ICS zijn aangifte van 9 augustus 2013in zijn aanvullende aangifte van 17 oktober 2013 heeft bijgesteld en met betrekking tot voornoemde creditcard heeft aangegeven dat die toch niet vals is gebleken. De raadsman sluit niet uit dat er dan ook sprake is van een vergissing van de zijde van de Koninklijke Marechaussee bij de conclusie dat deze creditcard vals is en stelt zich op het standpunt dat verdachte bij deze stand van zaken voor de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende. ICS en de Koninklijke Marechaussee hebben voornoemde creditcard op verschillende gronden onderzocht. Waar de Koninklijke Marechaussee de technische aspecten van de creditcard heeft onderzocht, heeft ICS gekeken naar de gegevens die zich bevinden op de magneetstrip daarvan. Dat ICS stelt dat de creditcard op de door haar onderzochte gronden niet als vals kan worden aangemerkt, sluit nog niet uit dat de creditcard wel technische gebreken vertoont en daardoor als vals wordt aangemerkt. De heer [getuige 2] van ICS heeft als getuige ter zitting ook aangegeven dat zijn onderzoek aan de creditcard niet zo ver is gegaan als het onderzoek door de Koninklijke Marechaussee. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen uit het onderzoek van de Koninklijke Marechaussee en is van oordeel dat de creditcard met nummer [creditcardnummer], nu deze met een afwijkende productietechniek is gemaakt en er voorts een nabootsing van een hologram is aangebracht, vals is. Het verweer van de raadsman wordt ter zijde gesteld. Gelet op het feit dat de creditcard vals was, is de verklaring van verdachte dat de creditcard door een officiële instantie op zijn naam is uitgegeven, niet aannemelijk en kan het niet anders dan dat verdachte wist dat de creditcard vals was.

3.4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1:

hij op 26 juli 2013 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een listige kunstgreep een medewerker van Gassan Schiphol te bewegen tot de afgifte van horloges van het merk Rolex, met vorenomschreven oogmerk listiglijk ter betaling een valse creditcard met nummer [creditcardnummer] heeft aangeboden aan de medewerker van Gassan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2:

hij op 9 augustus 2013 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk een valse betaalpas, te weten een Visacard met daarop vermeld het nummer [creditcardnummer] en de naam [verdachte] en Capitol One, bestemd voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, voorhanden heeft gehad, zulks terwijl hij, verdachte, wist dat die pas bestemd was voor gebruik als ware deze echt en onvervalst.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1: poging tot oplichting.

Feit 2: opzettelijk een valse pas als bedoeld in artikel 232, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat de pas bestemd is voor het gebruik als ware deze echt en onvervalst.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

6.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, met aftrek conform artikel 27 Sr. Zij vordert voorts dat de rechtbank de gevangenneming van verdachte zal bevelen voor de feiten waarvoor de gevangenneming nog niet is bevolen en waarvoor de rechtbank verdachte wel zal veroordelen.

6.2. Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 26 juli 2013 getracht om een medewerker van de Gassan te Schiphol op te lichten, teneinde die medewerker te bewegen tot de afgifte van horloges van het merk Rolex. Tevens heeft verdachte op 9 augustus 2013 een valse creditcard voorhanden gehad, waarvan hij wist dat deze bestemd was om te gebruiken als een echte authentieke kaart.

Verdachte heeft zodoende getracht om inbreuk te maken op het vermogen en voorts op het vertrouwen in het handelsverkeer. Voorts heeft hij ook inbreuk gemaakt op het openbaar vertrouwen en is het gebruik van valse waardekaarten schadelijk voor anderen. De rechtbank rekent hem dit aan.

De rechtbank zal de officier van justitie niet volgen in haar eis, omdat de rechtbank komt tot een vrijspraak van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten. De rechtbank zal in beginsel aansluiting zoeken bij straffen die in soortgelijke gevallen dienen te worden opgelegd, maar zal vervolgens wel ten nadele van verdachte daarvan afwijken nu verdachte reeds eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten als het onder 2 ten laste gelegde. Verdachte was een gewaarschuwd man die ook nog voor die eerdere veroordeling in een proeftijd liep. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de bewezen verklaarde feiten te plegen. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7. Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij vonnis van 8 november 2012in de zaak met parketnummer 13/651047-12 heeft de meervoudige strafkamer van de rechtbank te Amsterdam verdachte ter zake van het voorhanden hebben en vervoeren van een valse/vervalste pas als in artikel 232 Sr op tegenspraak veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 76 dagen. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op twee jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De bij genoemd vonnis vastgestelde proeftijd is ingegaan op 23 november 2012 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie niet geëindigd.

De officier van justitie vordert thans dat de rechtbank zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering dient te worden toegewezen, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

45, 57, 232 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 3 en 4 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 13/651047-12 en gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zesenzeventig (76) dagen, opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank te Amsterdam d.d. 8 november 2012.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.W. Groenendijk, voorzitter,

mr. J.A.M. Jansen en mr. J.M. ten Voorde, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.A.K. Ramdjan,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 november 2013.

Mr. Ten Voorde is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal d.d. 11 augustus 2013, aanvullend dossier p. 03 en proces-verbaal van aanhouding d.d. 9 augustus 2013, dossier p. 12.

3 Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv.) en proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 augustus 2013, aanvullend dossier, p. 024-025.

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 augustus 2013, aanvullend dossier p. 043, en proces-verbaal in beslag genomen creditcards/pinbon d.d. 20 augustus 2013, aanvullend dossier p. 44-49.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 augustus 2013, aanvullend dossier p. 043.

6 Proces-verbaal van aangifte namens Gassan door [aangever 2] d.d. 10 augustus 2013, dossier p. 25-27, en proces-verbaal van bevindingen telefonisch contact aangever [aangever 2] d.d. 21 augustus 2013 met bijlage, aanvullend dossier p. 66-68.

7 Proces-verbaal van bevindingen verstrekte gegevens ex. Art. 126 nd WvSv SIX Payment Services AG d.d. 2 oktober 2013, aanvullend dossier d.d. 3 oktober 2013, p. 2.

8 Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting.