Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:11109

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-11-2013
Datum publicatie
03-12-2013
Zaaknummer
c/14/149385 / FA RK 13/2076
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gezag na adoptie van ongehuwd samenwonende adoptante(n).

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 227
Burgerlijk Wetboek Boek 1 228
Burgerlijk Wetboek Boek 1 229
Burgerlijk Wetboek Boek 1 253p
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2014/11 met annotatie van prof. mr. P. Vlaardingerbroek
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Familie & Jeugd

BB

zaak- en rekestnummer: C/14/149385 / FA RK 13/2076

datum: 20 november 2013

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

  1. [verzoekster], wonende te [woonplaats],

  2. [verzoeker], wonende te [woonplaats],

verzoekers,

advocaat: mr. J.W.E. Groot.

Verzoekers zullen verder worden aangeduid als [verzoekers].

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter griffie van deze rechtbank is op 15 oktober 2013 het verzoekschrift ingekomen. Daarin wordt verzocht:

  • -

    de adoptie uit te spreken van de minderjarige [minderjarige 1], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] (verder: [minderjarige 1]), door[verzoekster];

  • -

    voorwaardelijk, als door de adoptie [verzoekster] niet van rechtswege mede met het gezag over [minderjarige 1] wordt belast: [verzoekster] en [verzoeker] gezamenlijk met het gezag over [minderjarige 1] te belasten;

  • -

    subsidiair, indien het adoptieverzoek zou worden afgewezen,[verzoekster] en [verzoeker] met het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] te belasten.

Bij de stukken bevindt zich een gewaarmerkt afschrift van een akte van geboorte, waaruit blijkt dat uit de relatie van[verzoekster] en [verzoeker] is geboren de minderjarige[minderjarige 2], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] (verder: [minderjarige 2]).

Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.

DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

Het ingediende verzoekschrift met overgelegde bescheiden voldoet aan de voorschriften vervat in artikel 799 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Vaststaande feiten.

[verzoekster] en [verzoeker] hebben sinds 2003 een relatie. Zij zijn niet gehuwd en zijn geen geregis-treerde partners. Uit hun relatie is [minderjarige 2] geboren. [minderjarige 2] is door [verzoeker] erkend. [verzoekster] en [verzoeker] zijn blijkens een aantekening in het gezagregister belast met het gezamenlijk gezag over [minderjarige 2]. [verzoekster] en [verzoeker] hadden de wens om nog een keer ouders te worden van een kind. Bij [verzoekster] is echter borstkanker geconstateerd, waarvoor zij intensief behandeld is. De familie van [verzoekster] is verdacht van het Li-Fraumeni syndroom. Medisch gezien werd een nieuwe zwangerschap afgeraden. [vriend 1] (verder: [vriend 1]) en haar partner [vriend 2] (verder: [vriend 2]) zijn goede vrienden van [verzoekster] en [verzoeker]. [vriend 1] en [vriend 2] zijn niet gehuwd en zijn geen geregistreerde partners. [vriend 1] en [vriend 2] waren bereid om een kind te dragen voor [verzoekster] en [verzoeker]. De bevruchting heeft plaatsgevonden met het biologisch materiaal van [verzoeker]. [minderjarige 1] is derhalve via zogenaamd laagtechnologisch draagmoederschap ter wereld gekomen. [verzoeker] heeft [minderjarige 1] vóór de geboorte op 26 augustus 2008 voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Wervershoof erkend. In overleg met de Raad voor de Kinderbescherming is [minderjarige 1] na de geboorte direct in het gezin van [verzoekster] en [verzoeker] opgenomen. Bij beschikking van de rechtbank te Alkmaar van 27 mei 2009 is bepaald dat [verzoeker] (met uitsluiting van [vriend 1]) zal worden belast met de uitoefening van het gezag over[minderjarige 1]. Er is een door [vriend 1] op 3 oktober 2013 ondertekende verklaring overgelegd waaruit blijkt dat zij kennis heeft genomen van het verzoekschrift tot adoptie en dat zij daartegen geen verweer wenst te voeren.

Beoordeling.

Mits voldaan is aan het bepaalde in artikel 227 en 228 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek dient de rechtbank (uitsluitend) nog de vraag te beantwoorden of het belang van [minderjarige 1] meebrengt dat het verzoek tot adoptie dient te worden toegewezen.

Uit het vorenstaande volgt dat aan de in artikel 1:228 BW gestelde voorwaarden is voldaan. De adoptie is in het kennelijk belang van [minderjarige 1]. Gelet op de omstandigheid dat [vriend 1] blijkens voormelde verklaring van 3 oktober 2013 instemt met het verzoek tot adoptie, is de rechtbank van oordeel dat thans vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien dat[minderjarige 1] niets meer van [vriend 1] in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek tot adoptie kan worden toegewezen.

Gezag.

Uitsluitend in het geval [verzoekster] en [verzoeker] zouden zijn gehuwd of geregistreerde partners zouden zijn, zou door de adoptie gezamenlijk gezag ontstaan van [verzoekster] en [verzoeker] over [minderjarige 1], mits [verzoekster] bevoegd is tot het gezag en mits [verzoeker] met het gezag is belast. Als gevolg van het feit dat [verzoekster] en [verzoeker] niet zijn gehuwd en geen geregistreerde partners zijn, wordt [verzoekster] door de adoptie niet automatisch (van rechtswege) (mede) belast met het gezag over [minderjarige 1].

De rechtbank zal[verzoekster] mede belasten met het gezag over [minderjarige 1], nu dit het meest in het belang van [minderjarige 1] wordt geacht.

Op grond van het bepaalde in artikel 1:253p lid 1 BW zal de rechtbank bepalen dat dit gezag een aanvang neemt op het moment dat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.

Op grond van de omstandigheid dat het verzoek tot adoptie wordt toegewezen, behoeft het subsidiaire verzoek geen verdere bespreking.

DE BESLISSING

De rechtbank:

Wijst het verzoek tot adoptie toe.

Spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het vrouwelijk geslacht:

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

door [verzoekster] voornoemd.

Bepaalt dat [verzoekster], vanaf het moment dat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, gezamenlijk met [verzoeker] belast wordt met de uitoefening van het gezag over de minderjarige[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats].

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.J. van Lieshout-Segers, lid van gemelde kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2013, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en de verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.