Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:11013

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-09-2013
Datum publicatie
18-11-2013
Zaaknummer
436246 cv expl 13-1617
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verhuurder heeft in een zaak over huurachterstand terecht de bewindvoerder gedagvaard. Verhuurder moet echter óók de huurder zelf dagvaarden, of alsnog in de zaak betrekken, waar het gaat om de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de huurwoning.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 438
Burgerlijk Wetboek Boek 1 441
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 265
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JHV 2013/12 met annotatie van Cor Goudriaan/Anne Maren Langeloo
JHV 2014/12 met annotatie van mr. Scheeper
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr/rolnr.: 436246 CV EXPL 13-1617

Uitspraakdatum: 18 september 2013

Vonnis in de zaak van:

de stichting Stichting Volkshuisvestingsgroep Wooncompagnie, gevestigd te Schagen

eisende partij

verder ook te noemen: Wooncompagnie

gemachtigde: C.Th. Snijder en H.J. Boswinkel, gerechtsdeurwaarders te Beverwijk

tegen

de besloten vennootschap Van Amerongen Bewindvoering B.V., gevestigd te Alkmaar,

in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [naam]

gedaagde partij

verder te noemen: Van Amerongen Bewindvoering en [huurder]

vertegenwoordigd door: [B].

Het procesverloop

1.

Wooncompagnie heeft bij dagvaarding van 9 april 2013 een vordering ingesteld. Van Amerongen Bewindvoering heeft schriftelijk geantwoord en Wooncompagnie heeft daarna een akte vermindering eis genomen. Na beraad heeft de kantonrechter bij vonnis van 1 mei 2013 een verschijning van partijen ter terechtzitting bevolen.

2.

Die zitting heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2013, waar voor Wooncompagnie is verschenen [A], woonconsulente, bijgestaan door mr. H. El Fallah, en waar voor Van Amerongen Bewindvoering zijn verschenen [B], directeur, en [C], consulente, vergezeld door [huurder]. Partijen hebben hun standpunt ter zitting toegelicht. Vervolgens is bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.

De feiten

3.

Wooncompagnie verhuurt aan [huurder] de woning aan [adres] (hierna: de woning), tegen een huurprijs van laatstelijk € 617,03 per maand.

4.

Bij beschikking van 22 mei 2012 van de rechtbank Alkmaar, Sector Kanton (zaaknummer 399889 BM VERZ 12-581), zijn de goederen van [huurder] onder bewind gesteld, met benoeming van Van Amerongen Bewindvoering tot bewindvoerder.

Het geschil

5.

Wooncompagnie vordert – na vermindering van eis – dat de tussen partijen bestaande huurovereenkomst wordt ontbonden en dat Van Amerongen Bewindvoering in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [huurder] wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning en tot betaling van € 1.116,94 aan achterstallige huur tot 1 mei 2013. Verder vordert Wooncompagnie dat Van Amerongen Bewindvoering in genoemde hoedanigheid wordt veroordeeld tot betaling van € 617,03 per maand aan huur vanaf 1 mei 2013 en tot betaling van eenzelfde bedrag vanaf het tijdstip dat de huurovereenkomst ontbonden zal zijn tot de dag van ontruiming. Daarbij stelt Wooncompagnie – kort weergegeven – dat sprake is van een herhaalde toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst, omdat [huurder] na een eerdere veroordeling wegens huurachterstand opnieuw een dergelijke achterstand heeft laten ontstaan.

6.

Van Amerongen Bewindvoering voert aan – samengevat – dat zij als bewindvoerder door een gebrek aan inkomsten van [huurder] al enige tijd geen huur meer heeft kunnen betalen. Ter zitting heeft Van Amerongen Bewindvoering daaraan toegevoegd dat afhankelijk van een alsnog te verkrijgen inkomen door [huurder] de lopende huur weer betaald kan gaan worden en dat er mogelijk een voorstel voor een betalingsregeling kan worden gedaan. Daarnaast heeft Van Amerongen Bewindvoering ter zitting gesteld dat de tenaamstelling van de dagvaarding onjuist is, omdat zij meent dat niet zij, maar [huurder] zelf had moeten worden gedagvaard.

7.

Bij de beoordeling wordt zo nodig nog nader ingegaan op de standpunten van partijen.

De beoordeling

8.

In deze zaak gaat het met name om de vraag of de huurovereenkomst moet worden ontbonden, en of Van Amerongen Bewindvoering in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [huurder] moet worden veroordeeld tot ontruiming van de woning en tot betaling van € 1.116,94 aan achterstallige huur.

9.

De kantonrechter stelt voorop dat Van Amerongen Bewindvoering terecht is gedagvaard in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [huurder]. Van Amerongen Bewindvoering moet [huurder] immers op grond van artikel 1:441 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) tijdens het bewind in en buiten rechte vertegenwoordigen. Door dagvaarding van Van Amerongen Bewindvoering wordt zij als bewindvoerder ook in staat gesteld om [huurder] in deze zaak te vertegenwoordigen.

10.

De kantonrechter stelt verder vast dat in deze zaak alleen Van Amerongen Bewindvoering is gedagvaard en niet ook [huurder] zelf. Waar het gaat om de gevorderde veroordeling tot betaling van huurachterstand en de lopende huur, is het naar het oordeel van de kantonrechter niet vereist dat ook [huurder] zelf als partij wordt gedagvaard en in de zaak wordt betrokken. Het inkomen van [huurder] en haar financiële middelen vallen onder het bewind en het beheer daarvan komt gelet op artikel 1:438 lid 1 BW tijdens het bewind uitsluitend toe aan Van Amerongen Bewindvoering en niet aan [huurder] zelf. Het is dan ook alleen Van Amerongen Bewindvoering in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [huurder] die aan een veroordeling tot betaling van huur kan voldoen.

11.

De vordering met betrekking tot de huurachterstand wordt toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 1.116,94, nu die huurachterstand niet is betwist door Van Amerongen Bewindvoering. Ook de vordering tot betaling van huur tot een bedrag van € 617,03 per maand vanaf 1 mei 2013 kan worden toegewezen, zij het alleen tot en met 30 september 2013, omdat de huur over de maand oktober 2013 en daarna nu nog niet verschuldigd is. Daarnaast zal Van Amerongen Bewindvoering in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [huurder] worden veroordeeld tot betaling van de gevorderde rente en de buitengerechtelijke kosten, omdat de verschuldigdheid daarvan niet is betwist.

12.

Wat betreft de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning wordt het volgende overwogen.

13.

Zoals hiervoor al is vastgesteld, is in deze zaak alleen Van Amerongen Bewindvoering in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [huurder] gedagvaard en niet ook [huurder] zelf. Dat betekent dat [huurder] niet in deze zaak is betrokken en niet als partij kan worden aangemerkt. Waar het gaat om ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning is het echter in dit geval naar het oordeel van de kantonrechter, anders dan bij de vordering tot betaling van huur, uit een oogpunt van rechtsbescherming en vanwege het in geding zijnde belang van behoud van woonruimte aangewezen en vereist dat óók [huurder] zelf daarin als partij wordt betrokken. Er is de kantonrechter in deze zaak ook niet gebleken dat de bescherming die het bewind beoogt te bieden, kan rechtvaardigen dat [huurder] buiten deze zaak wordt gehouden, waar het gaat om de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.

14.

Daar komt bij dat Wooncompagnie vordert dat de “tussen partijen bestaande huurovereenkomst” wordt ontbonden, terwijl van een huurovereenkomst tussen Wooncompagnie en Van Amerongen Bewindvoering geen sprake is. Bij gebreke van een huurovereenkomst tussen de partijen in deze zaak, kan de kantonrechter die overeenkomst ook niet ontbinden. Hetzelfde geldt voor de vordering tot ontruiming, nu die vordering alleen gericht is tot “gedaagde”, te weten Van Amerongen Bewindvoering. Het is echter niet Van Amerongen Bewindvoering, ook niet in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [huurder], die de woning zou moeten ontruimen, maar alleen [huurder] zelf.

15.

Gelet op het voorgaande en gezien de omstandigheid dat pas ter zitting door Van Amerongen Bewindvoering het verweer is gevoerd dat ook [huurder] zelf had moeten worden gedagvaard, ziet de kantonrechter aanleiding om Wooncompagnie in de gelegenheid te stellen [huurder] alsnog als partij in deze zaak te betrekken, naast Van Amerongen Bewindvoering. Daartoe dient Wooncompagnie met toepassing van artikel 118 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [huurder] mede als partij in dit geding op te roepen, met inachtneming van hetgeen in dat artikel is bepaald. Afhankelijk van de vraag of [huurder] vervolgens in het geding verschijnt, al dan niet vertegenwoordigd door Van Amerongen Bewindvoering, en het verweer dat [huurder] dan voert, zal de kantonrechter een nadere beslissing nemen over de voortgang van de zaak.

16.

Het voorgaande leidt ertoe dat de beslissing ten aanzien van de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wordt aangehouden, hetgeen ook geldt voor de beslissing over de proceskosten.

De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt Van Amerongen Bewindvoering in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [huurder] om aan Wooncompagnie te betalen de som van € 1.116,94, zijnde de achterstallige huurpenningen tot en met april 2013, inclusief buitengerechtelijke invorderingskosten met btw, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.537,88 vanaf 9 april 2013 tot de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt Van Amerongen Bewindvoering in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [huurder] om aan Wooncompagnie te betalen een bedrag van € 617,03 per maand, zijnde de verschuldigde maandelijkse huurverplichting, te rekenen vanaf 1 mei 2013 tot aan 1 oktober 2013.

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Bepaalt dat Wooncompagnie [huurder] als partij in dit geding moet oproepen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 118 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, en bepaalt dat Wooncompagnie bij akte en uiterlijk op terechtzitting van 16 oktober 2013 het exploot van die oproeping dient te overleggen.

Uitstel voor het indienen van genoemde akte wordt in beginsel niet verleend.

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 18 september 2013 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter