Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:10926

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22-10-2013
Datum publicatie
14-11-2013
Zaaknummer
206135/HA RK 13-81
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot wraking bestuursrechter afgewezen, omdat het verzoek feitelijke grondslag mist; Misbruik van het rechtsmiddel wraking; Bepaling dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet in behandeling wordt genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Wrakingskamer

zaaknummer: 206135/HA RK 13-81

datum beslissing: 22 oktober 2013

Op verzoek van:

Butreco B.V., gevestigd te Bussum, verzoekster,

1 Procesverloop

1.1

Bij brief van 22 augustus 2013 heeft de directeur van verzoekster, [directeur verzoekster], namens verzoekster verzocht om de wraking van mr. S.K.A. Efstratiades, hierna te noemen: de rechter, in de bij deze rechtbank, sector bestuursrecht, aanhangige zaak met zaaknummer AWB 12/2699, hierna te noemen: de hoofdzaak.

1.2

De rechter heeft niet berust in de wraking en heeft schriftelijk op het verzoek gereageerd.

1.3

De wederpartij in de hoofdzaak, de inspecteur van de belastingdienst Utrecht-Gooi, kantoor Amersfoort, heeft schriftelijk op het verzoek gereageerd.

1.4

Verzoekster, de rechter en de wederpartij zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 2 oktober 2013. De rechter heeft van de geboden gelegenheid gebruik gemaakt. De wederpartij is, met afbericht, niet ter zitting verschenen. Verzoekster is, zonder bericht, niet verschenen. De uitnodiging voor de zitting is op 25 september 2013 aan verzoekster per zowel aangetekende als per normale post naar het door hem bij brief van 22 augustus 2013 opgegeven adres [adres] verzonden. Hoewel de rechtbank de per aangetekende post verzonden uitnodiging retour heeft ontvangen, acht de wrakingskamer verzoekster behoorlijk opgeroepen, nu de uitnodiging ook per normale post is verzonden. Dit betekent dat de zitting doorgang kon vinden.

2 Beoordeling

2.1

Ter onderbouwing van haar verzoek tot wraking stelt verzoekster dat zij op 16 augustus 2013 om uitstel heeft verzocht van de op 23 augustus 2013 geplande zitting in de hoofdzaak en dat hierop geen reactie is gekomen. De rechtbank heeft daardoor de schijn tegen onbevooroordeeld te zullen oordelen over de hoofdzaak waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, aldus verzoekster.

2.2

De wrakingskamer heeft aangenomen dat het verzoek strekt tot wraking van rechter mr. S.K.A. Efstratiades, die de hoofdzaak op 23 augustus 2013 ter zitting zou behandelen.

2.3

De gewraakte rechter stelt, kort gezegd, dat verzoekster niet om uitstel van de zitting van 23 augustus 2013 heeft verzocht. Verzoekster heeft geen bescheiden overgelegd waaruit een uitstelverzoek blijkt en de wrakingskamer is ook anderszins van een uitstelverzoek op of rond 16 augustus 2013 voor de zitting van 23 augustus 2013 niet gebleken. Omdat het verzoek dus enige feitelijke grondslag mist, zal de wrakingskamer reeds daarom het verzoek tot wraking afwijzen.

2.4

De wrakingskamer ziet voorts aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), omdat gebleken is van misbruik van het rechtsmiddel wraking. Op 6 maart 2013 heeft verzoekster in de hoofdzaak namelijk om dezelfde reden ook al verzocht tot wraking van de rechter, welk wrakingsverzoek is afgewezen.

2.5

De wederpartij heeft verzocht om vergoeding van de proceskosten die verband houden met de onderhavige wrakingprocedure. De wrakingskamer wijst dit verzoek af, nu de Awb hierin niet voorziet.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1

wijst het verzoek om wraking af;

3.2

bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster in de hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen;

3.3

beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de rechter en de wederpartij een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden en

3.4

beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.J. van Andel, voorzitter, en mr. M.J. Smit en

mr. R.H.M. Bruin, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2013 in tegenwoordigheid van mr. C. Lambeck als griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.