Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:10806

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
02-10-2013
Datum publicatie
13-11-2013
Zaaknummer
15/700141-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; medeplegen mensensmokkel.

Verdachte heeft geprobeerd om vijftien personen, aan wie de toegang tot Groot Brittannië niet zonder visum was toegestaan, via Nederland naar Groot Brittannië te smokkelen. Hij heeft daartoe deze personen in zijn vrachtwagen door België en Nederland vervoerd. Hoewel uit het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken dat verdachte kan worden gezien als initiatior van deze georganiseerde mensensmokkel, is wel duidelijk geworden dat hij als een onmisbare schakel is opgetreden bij het plegen van dit ernstige strafbare feit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700141-13

Uitspraakdatum: 2 oktober 2013

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 4 juli en 20 september 2013 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Roemenië),

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Midden Holland Huis van Bewaring Haarlem te Haarlem.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. van den Berg en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. Th.U. Hiddema, advocaat te Maastricht, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlaste gelegd dat:

hij op of omstreeks 12 april 2013 te IJmuiden, gemeente Velsen,, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een of meer ander(en), te weten [gesmokkelde 1] en/of [gesmokkelde 2] en/of [gesmokkelde 3] en/of [gesmokkelde 4] en/of [gesmokkelde 5] en/of [gesmokkelde 6] en/of [gesmokkelde 7] en/of [gesmokkelde 8] en/of [gesmokkelde 9] en/of [gesmokkelde 10] en/of [gesmokkelde 11] en/of [gesmokkelde 12] en/of [gesmokkelde 13] en/of [gesmokkelde 14] en/of [gesmokkelde 15], behulpzaam is/zijn geweest bij het zich

verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen of Groot-Britannië, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem/hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft, immers heeft hij en/of zijn mededader(s) bovengenoemde personen in zijn/hun vrachtauto meegenomen, terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of doorreis wederrechtelijk was, terwijl dit feit werd begaan uit winstbejag en/of in de uitoefening van zijn ambt of beroep.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Op 12 april 2013 vond op de grensdoorlaatplaats te IJmuiden een vrachtcontrole plaats door de Koninklijke Marechaussee van een vrachtwagencombinatie. Deze vrachtwagencombinatie (hierna: de vrachtwagen) bestond uit een Roemeense trekker met kenteken [kenteken 1] en een Duitse oplegger met kenteken [kenteken 2]. De oplegger was blauw van kleur en had een gele opdruk met de tekst “[bedrijfsnaam]”. Verdachte was de chauffeur van deze vrachtwagen. De vrachtwagen was de uitreiscontrole gepasseerd voor de vertrekkende ferry naar Newcastle.2 Tijdens de controle op aanwezigheid van verstekelingen, gaf [hond], de migratie-controle-hond in opleiding, een melding bij een vrachtwagen. Op verzoek van verbalisanten opende verdachte de rechterdeur van de oplegger. De hond liep in de oplegger naar de achterkant en gaf daar wederom een melding. Nadat verdachte ook de linkerdeur had geopend zagen verbalisanten dat er in de oplegger vijftien personen verstopt zaten.3 De in de vrachtwagen aangetroffen personen waren genaamd [gesmokkelde 1], [gesmokkelde 2], [gesmokkelde 3], [gesmokkelde 4], [gesmokkelde 5], [gesmokkelde 6], [gesmokkelde 7], [gesmokkelde 8], [gesmokkelde 9], [gesmokkelde 10], [gesmokkelde 11], [gesmokkelde 12], [gesmokkelde 13], [gesmokkelde 14] en [gesmokkelde 15]. Alle personen (hierna: de Albanezen) waren in het bezit van een geldig Albanees nationaal paspoort. Voor Groot-Brittannië moeten de paspoorten voorzien zijn van een geldig visum om het land in te mogen reizen. Zeven van deze personen zijn verhoord. Zij verklaarden allen dat zij op weg waren naar Groot-Brittannië, maar dat zij daarvoor geen visum hadden.4

[gesmokkelde 9] (de enige aangetroffen vrouw) verklaarde onder andere dat zij vroeg in de ochtend in de vrachtwagen is gezet, dat een deel van de aangetroffen mannen er toen al was en een deel van de mannen later kwam. Voorts verklaarde zij dat er bij het instappen in de vrachtwagen een teken met blauwe inkt op haar hand is gezet. Op de vraag door wie dat teken is aangebracht antwoordde zij dat zij maar twee blanke mannen heeft gezien, namelijk een man met een bril en een andere man. Een van hen sprak Engels, de andere Albanees. Zij dacht dat de man met de bril de chauffeur was. Dit was de man die ook Engels sprak. Deze man droeg een bril, zijn haar was een beetje grijs van kleur, hij was kalend maar niet helemaal, had hele grote inhammen, was rond de 40 jaar, niet zo breed en ongeveer 1,75 meter lang.Tijdens het instappen hoorde zij hem een paar keer Da Da zeggen en volgens haar is dat Roemeens. Daarom denkt zij dat deze man een Roemeen is.

Zij zijn in de ochtend vertrokken en onderweg twee keer gestopt, waarvan de eerste keer ongeveer een uur en de tweede keer slechts kort.5

[gesmokkelde 4] verklaarde onder andere dat hij in Brussel een Albanees heeft ontmoet die hem naar Groot-Brittanie kon brengen, dat er door die man een kruis op zijn hand werd gezet, dat hij rond 9 uur door een witte bestelbus werd opgehaald en daarin werd weggebracht naar de vrachtwagen. Hij is rond 12.00 uur ’s ochtends in de vrachtwagen gestapt waarbij de achterkant van het busje tegen de achterkant van de vrachtauto aan stond. Hij was samen met twee anderen. Bij aankomst bij de vrachtwagen bleek dat er al twaalf andere Albanezen in de vrachtwagen aanwezig waren. Na een half uurtje is de vrachtwagen vertrokken. Bij aankomst in Engeland zou hij 3.000 pond betalen.6

[gesmokkelde 2] verklaarde onder andere dat hij in Brussel in contact is gekomen met personen die hem en twee anderen zouden helpen om naar Londen te gaan. Hij kreeg door de man die hem in Brussel heeft geholpen een teken op zijn hand. Hij is in een busje vervoerd naar de vrachtwagen. Hij verbleef vanaf ongeveer 11.00 uur in de vrachtwagen, met veertien andere personen, waaronder een vrouw die hij niet eerder had gezien. Als hij op zijn eindbestemming, Londen, aan zou komen zou hij 3.500 euro betalen.7

[gesmokkelde 10] verklaarde onder andere dat hij in Brussel door een Albanees in een geblindeerde bus is gezet en dat er door een Albanees een teken op zijn hand is geplaatst. Voorts verklaarde hij dat er twee mensen waren die de tekens op de handen van mensen aanbrachten, de Albanees en een Roemeen. Hij is rond 11.00 uur in de vrachtwagen gestapt. Als hij op de bestemming, Engeland, zou zijn zou hij 5.000 pond betalen.8

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij vanuit Duitsland naar Antwerpen reed om een collega met pech te helpen waarna hij rond 3.00 uur is gaan slapen. Om 8.15 en 9.00 uur is hij gewekt doordat zijn telefoon overging. Om 11.00 uur is verdachte opgestaan om vervolgens iets later, zo rond 12.00 a 13.00 uur richting IJmuiden te rijden, aldus nog steeds verdachte. Verdachte is eerder in Calais is aangehouden terwijl zich toen dertien Albanezen in de laadruimte van zijn vrachtwagen bevonden.9 De werkgever van verdachte, [werkgever], heeft bevestigd dat verdachte in januari 2013 is aangehouden in Calais, Frankrijk, omdat zich toen dertien Albanese personen bevonden in de trailer van de door verdachte bestuurde vrachtauto.10

3.3. Bewijsoverweging

Namens de verdachte is aangevoerd dat hij dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Verdachte wist niet dat zich naast grote rollen papier ook 15 personen in de laadruimte van de vrachtwagen bevonden. De aangetroffen personen zijn kennelijk in de oplegger geslopen zonder dat hij daar iets van af wist. Dit was mogelijk aangezien de deuren open waren. Verdachte lag te slapen en heeft niets gemerkt. Aldus ontbreekt het opzet op het behulpzaam zijn bij mensensmokkel. Overigens is er onvoldoende wettig bewijs om tot een veroordeling van verdachte te kunnen komen nu de door de in de laadruimte van de vrachtwagen aangetroffen personen tegenover de Koninklijke Marechaussee afgelegde verklaringen niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, gelet op tal van tegenstrijdigheden in die verklaringen. Het onderzoek is in de visie van de verdediging ver onder de maat gebleven.

Dienaangaande wordt als volgt overwogen. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onderzoek geen schoonheidsprijs verdient. Uit het feit dat slechts een deel van de gesmokkelde personen is verhoord en bovendien niet erg uitgebreid, maakt de rechtbank op dat het onderzoek met grote haast is afgewikkeld. Desalniettemin kunnen de verklaringen die door de gesmokkelde personen wel zijn afgelegd, zij het met de nodige behoedzaamheid, worden gebruikt voor het bewijs.

Vast is komen te staan dat verdachte als chauffeur van een vrachtwagen op weg was naar Engeland en dat in de laadruimte toen vijftien personen met de Albanese nationaliteit zaten verstopt. Uit de opgenomen verklaringen kan worden afgeleid dat deze personen op tenminste twee verschillende tijdstippen in de ochtend naar dezelfde parkeerplaats in België zijn gebracht en in de laadruimte van de vrachtwagen zijn gestapt. Eén persoon heeft verklaard dat zij bij het in de vrachtwagen stappen een persoon heeft waargenomen die volgens haar de Roemeense chauffeur van de vrachtwagen was. Ter terechtzitting heeft de rechtbank geconstateerd dat het door die persoon gegeven signalement grote gelijkenis vertoont met verdachte. Uit de verschillende verklaringen blijkt voorts dat tenminste een deel van die personen omstreeks 11.00 uur is ingestapt en dat binnen afzienbare tijd daarna de vrachtwagen met de 15 gesmokkelde personen aan boord, is gaan rijden.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij voornemens was om vanaf Duitsland naar IJmuiden in Nederland te rijden. Hij is vervolgens vanaf Duitsland eerst naar Antwerpen gereden, naar zijn zeggen om een collega te helpen die pech had met zijn vrachtwagen. Verdachte stelt zijn vrachtwagen daar op een parkeerterrein te hebben neergezet en vervolgens om 3.00 uur te zijn gaan slapen tot 11.00 uur de volgende ochtend. Geconfronteerd met uitgelezen telefoongegevens heeft verdachte verklaard dat hij ook om 8.15 en om 9.00 uur wakker is geweest, maar vervolgens weer is ingeslapen. De verdachte zou naar eigen zeggen om ongeveer 11.00 uur wakker zijn geworden en omstreeks 12.00 uur vertrokken richting IJmuiden. Verdachte stelt nimmer te hebben geweten dat er zich personen in de laadruimte van zijn vrachtwagen bevonden.

De rechtbank acht deze verklaring van verdachte echter niet geloofwaardig. Uit de opgenomen verklaringen van de aangetroffen Albanezen blijkt dat zij bij daglicht zijn ingestapt en dat er in ieder geval op twee verschillende momenten in de ochtend personen in de vrachtwagen zijn gezet, waarbij tenminste een maal gebruik is gemaakt van een geblindeerd busje dat tegen de achterkant van de vrachtwagen is gezet. Een dergelijke actie kan niet geruisloos verlopen. De rechtbank acht het dan ook uitgesloten dat een en ander volledig aan verdachte voorbij is gegaan. Dat verdachte zo diep in slaap zou zijn geweest dat hij dit tot twee keer toe niet zou hebben gemerkt, is volstrekt onwaarschijnlijk en wordt bovendien weersproken door het feit dat hij zelf heeft verklaard in ieder geval om 11 uur wakker te zijn geweest, terwijl op grond van de verklaringen moet worden aangenomen dat het instappen in de vrachtwagen rond dat tijdstip heeft plaatsgevonden. Bovendien heeft één van de gesmokkelde Albanezen een signalement van de chauffeur van de vrachtwagen gegeven dat grote gelijkenis vertoont met de uiterlijke kenmerken van verdachte. Voorts blijkt uit de verklaringen van de gesmokkelden in onderling verband bezien dat sprake is geweest van een goed voorbereide actie. Van te voren is met hen afgesproken dat bij aankomst in Engeland een som geld zou worden betaald, zij zijn op verschillende tijdstippen naar dezelfde vrachtwagen gebracht en zij werden gemerkt met verschillende tekens op hun handen. Het is niet aannemelijk dat een organisatie die op een dergelijke professionele wijze opereert en waarbij grote financiële belangen spelen, een willekeurige vrachtwagen plus een niet ingewijde chauffeur zou uitkiezen om bij klaarlichte dag een groep personen in de laadruimte van die vrachtwagen te plaatsen teneinde die groep te smokkelen naar een specifieke bestemming. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de eindbestemming van de vrachtwagen niet uit de nummerplaten noch uit andere uiterlijke kenmerken van de vrachtwagen kon worden opgemaakt. Tenslotte overweegt de rechtbank nog dat verdachte eerder dit jaar in Calais (Frankrijk) is aangehouden, terwijl zich toen ook dertien Albanezen in de laadruimte van zijn vrachtwagen bevonden.

De rechtbank acht - al het voorgaande in onderlinge samenhang beziend - de verklaring van de verdachte over de “toevallige” aanwezigheid van 15 Albanese personen in de laadruimte van zijn vrachtwagen niet aannemelijk en houdt het ervoor dat verdachte op de hoogte was van hun aanwezigheid en opzettelijk behulpzaam is geweest bij de mensensmokkel.

3.4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 12 april 2013 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met anderen A. Hoxha en [gesmokkelde 2] en [gesmokkelde 3] en [gesmokkelde 4] en [gesmokkelde 5] en [gesmokkelde 6] en [gesmokkelde 7] en [gesmokkelde 8] en [gesmokkelde 9] en [gesmokkelde 10] en [gesmokkelde 11] en [gesmokkelde 12] en [gesmokkelde 13] en [gesmokkelde 14] en [gesmokkelde 15], behulpzaam is geweest bij doorreis door Nederland, immers heeft hij bovengenoemde personen in zijn vrachtauto meegenomen, terwijl verdachte wist dat die doorreis wederrechtelijk was.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van mensensmokkel.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

6.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.2. Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft geprobeerd om vijftien personen, aan wie de toegang tot Groot Brittannië niet zonder visum was toegestaan, via Nederland naar Groot Brittannië te smokkelen. Hij heeft daartoe deze personen in zijn vrachtwagen door België en Nederland vervoerd. Hoewel uit het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken dat verdachte kan worden gezien als initiatior van deze georganiseerde mensensmokkel, is wel duidelijk geworden dat hij als een onmisbare schakel is opgetreden bij het plegen van dit ernstige strafbare feit. De rechtbank kan in het midden laten wat de exacte beweegredenen voor verdachte hierbij zijn geweest. Uit de bedragen die de gesmokkelde Albaniërs, eenmaal in Groot-Brittannië aangekomen, zouden moeten betalen – uit de in het dossier genoemde bedragen maakt de rechtbank op dat het om een totaalbedrag van tenminste 40.000 Euro zou zijn gegaan - , blijkt hoezeer in elk geval voor de achterliggende organisatie winstbejag de belangrijkste drijfveer moet zijn geweest. Door mensensmokkel wordt het overheidsbeleid inzake de bestrijding van illegaal verblijf en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij met zijn handelen hieraan heeft bijgedragen, waarbij bovendien de manier waarop deze mensensmokkel werd uitgevoerd niet zonder veiligheidsrisico’s was voor de gesmokkelden.

De officier van justitie heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 45 maanden geëist. De rechtbank ziet in de hiervoor omschreven rol van verdachte en het feit dat hij in Nederland niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, echter aanleiding tot het opleggen van een aanzienlijk lagere straf dan geëist.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 47 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.C.M. Swinkels, voorzitter,

mr. C.A. Boom en mr. B.E.P. Myjer, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. W.J. de Baat,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 oktober 2013.

Mr. B.E.P. Myjer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal van aanhouding d.d. 12 april 2013 PL27WN/13-025477, dossierpagina 20-21.

3 Proces-verbaal PL27WN/13-025477 d.d. 12 april 2013, dossierpagina 43.

4 Proces-verbaal PL27WN/13-002046, dossierpagina 4-7.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte [gesmokkelde 9] d.d. 12 april 2013 PL27WN/13-025477, dossierpagina 72-76.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte [gesmokkelde 4] d.d. 12 april 2013 PL27WN/13-025477, dossierpagina 81-85.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte [gesmokkelde 2] d.d. 12 april 2013 PL27WN/13-025477, dossierpagina 86-90.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte [gesmokkelde 10] d.d. 12 april 2013 PL27WN/13-025477, dossierpagina 91-95

9 Verklaring ter terechtzitting afgelegd d.d. 20 september 2013.

10 Proces-verbaal van bevindingen in aanvulling op dossiernr.: PL27WN/13-002046, los document.