Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:10743

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
01-11-2013
Datum publicatie
12-11-2013
Zaaknummer
HAA 13/2963
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Inhoudsindicatie

Tussenuitspraak. Eiseres heeft haar aanvraag om een arbeids- en inkomensvoorziening op grond van de Wet Wajong ingediend op 21 september 2012. Op grond van artikel 3:6 van de Wet Wajong moeten aanvragen zoals die van eiseres die zijn ingediend op of na 1 januari 2010 beoordeeld worden naar hoofdstuk 2 van de Wet Wajong. Uit het bestreden besluit blijkt dat verweerder het bestreden besluit heeft gebaseerd op artikelen uit hoofdstuk 3 van de Wet Wajong. Voorts blijkt niet dat verweerder de ‘stapsgewijze beoordeling van laattijdige aanvragen’ (het stappenplan) bij de beoordeling heeft betrokken. Er bestaat aanleiding voor twijfel aan de zorgvuldigheid en juistheid van het medisch onderzoek. Verweerder wordt in de gelegenheid gesteld gebrek te herstellen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 13/2963 T

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 november 2013in de zaak tussen

[eiseres], te[woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. E.S. Lassche),

en

de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 oktober 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).

Bij besluit van 13 mei 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 september 2013. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. R. Hopster.

Overwegingen

1.

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiseres, geboren op [geboortedatum], heeft op 21 september 2012 een aanvraag ingediend op grond van de Wet Wajong, wegens psychische klachten. Zij heeft een VMBO-diploma gehaald en daarna geen vervolgopleiding gedaan, of werk verricht. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat niet kan worden vastgesteld dat bij eiseres op de 17e verjaardag sprake was van een beperking van de belastbaarheid, ten gevolge van ziekte of gebrek.

2.

Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat geen sprake is geweest van een zorgvuldig medisch onderzoek. Volgens artikel 3 van het Schattingsbesluit dient het onderzoek van de verzekeringsgeneeskundige ertoe vast te stellen of betrokkene beperkingen heeft. In dit geval is geen sprake geweest van een gerichte anamnese, observaties en zo nodig lichamelijk onderzoek. Eiseres stelt voorts dat op haar 17e verjaardag wel sprake was van beperkingen en verwijst naar de door haar in bezwaar overgelegde medische informatie. Eiseres vindt dat op basis van deze informatie er voldoende aanknopingspunten zijn voor de bezwaarverzekeringsarts om tot een zorgvuldig medisch oordeel te komen en beperkingen vast te stellen in een functionele mogelijkhedenlijst (FML).

3.

De rechtbank overweegt als volgt.

3.1

Eiseres heeft haar aanvraag om een arbeids- en inkomensvoorziening op grond van de Wet Wajong ingediend op 21 september 2012. In hoofdstuk 2 van de Wet Wajong is het recht op werk- en arbeidsondersteuning geregeld. Hoofdstuk 3 van de Wet Wajong bevat de bepalingen met betrekking tot het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, zoals tot

1 januari 2010 neergelegd in de Wajong. In artikel 3:6 van de Wet Wajong is neergelegd dat de jonggehandicapte geen recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet Wajong indien hij zijn aanvraag voor het eerst heeft ingediend op of na 1 januari 2010. Dit betekent dat aanvragen zoals die van eiseres die zijn ingediend op of na 1 januari 2010 beoordeeld worden naar hoofdstuk 2 van de Wet Wajong. Uit het bestreden besluit blijkt dat verweerder dit besluit heeft gebaseerd op artikelen uit hoofdstuk 3 van de Wet Wajong. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een onjuiste wettelijke grondslag en een onjuist toetsingskader. Reeds hierom komt het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking.

3.2

Voor de beoordeling van laattijdige Wajongaanvragen heeft verweerder een ‘stapsgewijze beoordeling van laattijdige aanvragen’ (hierna: het stappenplan) ontwikkeld. Met eiseres is de rechtbank van oordeel dat noch uit de beoordeling door de verzekeringsarts noch uit de beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts blijkt dat dit stappenplan is gevolgd. De verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts zijn tot de conclusie gekomen dat niet kan worden vastgesteld dat bij eiseres op de 17e verjaardag sprake was van een beperking van de belastbaarheid, ten gevolge van ziekte of gebrek. De verzekeringsartsen stellen niet in staat te zijn een FML op te stellen. Echter, op grond van hoofdstuk 2 van de Wet Wajong en verweerders stappenplan had in de eerste plaats beoordeeld moeten worden of eiseres op de datum van indiening van de aanvraag volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, dan wel op 16 weken na de datum van indiening van de aanvraag niet in staat was om meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen. Voor eiseres is in het geheel geen FML opgesteld. Gelet hierop staat onvoldoende vast welke beperkingen eiseres thans heeft, terwijl vervolgens naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende kan worden nagegaan of deze beperkingen in de belastbaarheid ook reeds bestonden op de 17e/18e verjaardag van eiseres. Doordat voornoemde stappen niet zijn doorlopen, bestaat aanleiding voor twijfel aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en daarmee aan het uiteindelijke medische oordeel. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat uit de door eiseres overgelegde stukken naar voren komt dat wel degelijk sprake was van een (ernstige) problematiek. Zo blijkt uit een rapport van Jeugdzorg van 10 november 2004 (toen eiseres 16 jaar was) dat zij en haar moeder al hebben aangegeven dat misschien sprake was van borderlineproblematiek. Uit een rapport van Care-Express van 19 maart 2013 blijkt dat deze diagnose uiteindelijk ook is gesteld bij eiseres. Eiseres heeft ter zitting aangegeven dat zij vanaf haar 13e hulpverlening heeft gehad. Eerst bij het Riagg en vanaf haar 15e door Jeugdzorg, die haar hebben begeleid totdat zij 21 jaar was, waarna zij weer andere hulpverlening heeft gekregen. Eiseres heeft de naam van haar begeleider bij Jeugdzorg ook aan verweerder doorgegeven, maar verweerder heeft geen contact met deze begeleider opgenomen. Hoewel de bewijslast dat op de 17e /18e verjaardag sprake was van een beperking van de belastbaarheid ten gevolge van ziekte of gebrek bij laattijdige aanvragen op de aanvrager rust, overweegt de rechtbank dat dat niet wegneemt dat verweerder in het onderhavige geval meer onderzoek had kunnen en moeten doen, teneinde toch in staat te zijn een FML op te stellen. Nu verweerder bovendien geen blijk heeft gegeven van een juist toetsingskader is de rechtbank van oordeel dat het besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en aan het bestreden besluit een onvoldoende deugdelijke motivering ten grondslag ligt.

4.

Zoals hiervoor is overwogen onder 3.1 en 3.2 is het bestreden besluit genomen in strijd met de Wet Wajong en de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit. Om het gebrek te herstellen, moet verweerder de aanvraag van eiseres opnieuw beoordelen en hierbij hoofdstuk 2 van de Wet Wajong en het stappenplan in acht nemen. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen verweerder het gebrek kan herstellen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.

5.

Als verweerder geen gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen, moet hij dat op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb èn om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk - en wel binnen twee weken na verzending van deze tussenuitspraak - meedelen aan de rechtbank. Als verweerder wel gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van verweerder. In beide gevallen en in de situatie dat verweerder de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank in beginsel zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.

6.

De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. de Greef, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Buiskool, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 november 2013.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.