Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:10529

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25-09-2013
Datum publicatie
20-11-2013
Zaaknummer
573604/ CV EXPL 12-12190
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Hoofdzaak: Energiebedrijf vordert schadevergoeding in verband met hennepplantage. Gedaagde beroept zich erop gehuurde (kantoor en loods) te hebben doorverkocht. Koper zou volgens gedaagde energieaansluiting op zijn naam laten zetten. Oproeping in vrijwaring van koper en huurder van de loods wegens onrechtmatig handelen jegens gedaagde inde hoofdzaak. Toewijzing vordering in de hoofdzaak, afwijzing van de vordering in vrijwaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 573604/ CV EXPL 12-12190 (hoofdzaak) en

zaak/rolnr.: 591100 CV EXPL 13-1736 (vrijwaring)

datum uitspraak: 25 september 2013

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

Inzake 573604/ CV EXPL 12-12190 (hoofdzaak)

de naamloze vennootschap LIANDER N.V.

te Arnhem

eiseres in de hoofdzaak

verweerster in het incident

hierna te noemen Liander

gemachtigde M.G. de Jong Gerechtsdeurwaarders

tegen

[XXX]

te [woonplaats]

gedaagde in de hoofdzaak

eiser in het incident

hierna te noemen [XXX]

gemachtigde mr. M.J. Koning

en inzake 591100 CV EXPL 13-1736 (vrijwaring)

Johan [XXX]

te [woonplaats]

eiser in de vrijwaring

hierna te noemen [XXX]

gemachtigde mr. M.J. Koning

tegen

1.

[YYY]

2.

[ZZZ]

te [woonplaats]

gedaagden in de vrijwaring

hierna te noemen [YYY] en [ZZZ]

gemachtigden mr. A. Rijkelijkhuizen (voor [YYY]) en mr. P.Chr. Snijders (voor [ZZZ])

In de hoofdzaak en in de vrijwaring

De procedures

Bij vonnis van 16 januari 2013 (in de hoofdzaak) heeft de kantonrechter [XXX] toegestaan [YYY] en [ZZZ] in vrijwaring op te roepen. [XXX] heeft [YYY] en [ZZZ] gedagvaard op 5 februari 2013. [YYY] en [ZZZ] hebben schriftelijk geantwoord. Bij vonnis van 8 mei 2013 (in de hoofdzaak en in de vrijwaring) heeft de kantonrechter een comparitie van partijen gelast. De comparitie heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2013. Liander heeft, voorafgaande aan de comparitie, een akte overleggen producties genomen.

De feiten

1.

[XXX] heeft met Liander een overeenkomst gesloten tot aansluiting op het elektriciteitsnet van Liander en transport van elektriciteit ten behoeve van het perceel [adres] te [woonplaats]. Op de overeenkomst zijn de door Liander gehanteerde algemene voorwaarden van toepassing. Het perceel omvat een kantoor en een bedrijfsloods.

2.

Op 16 februari 2010 heeft [XXX] het kantoor en de bedrijfsloods verkocht aan [YYY].

3.

[YYY] heeft het kantoor in gebruik genomen en heeft de elektriciteitsaansluiting voor het kantoor op zijn naam laten zetten.

4.

[YYY] heeft de loods per 1 november 2011 voor de duur van één jaar verhuurd aan de eenmanszaak van [ZZZ], [naam eenmanszaak], tegen een huurprijs van € 1.350,00 per maand. In de schriftelijk vastgelegde huurovereenkomst is bij punt 5 het volgende opgenomen: “Huurder zal zelf zorg dragen voor de levering van gas en elektra en het op haar naam stellen van eigen gas en elektra meters.

5.

Op 28 februari 2012 heeft de politie samen met een fraudespecialist van Liander bij een onderzoek aan de meetinrichting van voornoemde loods vastgesteld, dat deze meetinrichting was gemanipuleerd ten behoeve van een hennepkwekerij. In het Opnameformulier energiefraude van die datum is onder meer het volgende opgenomen: “De […] fraudespecialist zag […] namelijk dat het verbruik van de kwekerij niet via de meter ging […]. Na het verwijderen van het deksel van de aansluitkast zag hij dat aan de onderzijde van de zekeringhouders een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt. Hij zag dat deze aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit.

6.

Op 9 maart 2012 heeft Liander [XXX] aansprakelijk gesteld voor de door haar ten gevolge van de manipulatie van de meetinrichting geleden schade en [XXX] gesommeerd tot betaling binnen 14 dagen na dagtekening van een bedrag van € 3.169,10 ter zake van “Ongeregistreerd verbruik elektriciteit” over de jaren 2011 en 2012 en diverse kosten samenhangend met het onderzoek aan de elektriciteitsmeter.

7.

Bij brieven van 23 maart 2012 en 6 april 2012 heeft Liander [XXX] tot betaling van het gevorderde bedrag gesommeerd.

8.

Op 4 mei 2012 heeft Liander aangifte gedaan van frauduleuze handelingen aan de elektriciteitsmeter in het perceel aan de Nieuwemeerdijk 399 te Badhoevedorp.

9.

Bij brieven van 5 en 27 juni 2012 heeft de gemachtigde van Liander [XXX] gesommeerd tot betaling van het bedrag van € 3.169,10, vermeerderd met rente en incassokosten.

In de hoofdzaak

De vordering

Liander vordert (samengevat) veroordeling van [XXX] tot betaling van € 3.641,44. Liander legt aan de vordering het volgende ten grondslag.

[XXX] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst met Liander. Hij heeft gehandeld in strijd met in de toepasselijke algemene voorwaarden genoemde verplichting schade aan de in het perceel aanwezige meetinrichting te voorkomen (artikel 4.3). Ook heeft [XXX] gehandeld in strijd met het in artikel 4.6 van de voorwaarden opgenomen verbod de aangebrachte verzegelingen aan de meetinstallatie te verbreken en handelingen te (doen) verrichten waardoor de hoeveelheid getransporteerde energie niet of niet juist kan worden vastgesteld.

Op grond van artikel 4.7 van de algemene voorwaarden en krachtens artikel 6:74 BW is [XXX] gehouden de schade die Liander ten gevolge van die tekortkoming heeft geleden, aan haar te vergoeden. Deze schade bestaat uit de niet door de meter geregistreerde elektriciteit, welke Liander heeft berekend op in totaal 17.752 kWh, en overige kosten tot een totaal van € 3.169,10, zoals gespecificeerd in de aansprakelijkstelling van 9 maart 2012.

Voorts is [XXX] de wettelijke rente over de hoofdsom verschuldigd. Deze bedraagt, berekend tot 15 augustus 2012, € 22,34.

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, heeft [XXX] Liander genoodzaakt de vordering ter incasso uit handen te geven. Liander heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 450,00. Deze kosten komen ingevolge artikel 6:96 lid 2 BW voor rekening van [XXX].

Het verweer

[XXX] betwist de vordering. Hij voert daartoe, kort samengevat en voor zover van belang voor de uitkomst van het onderhavige geschil, het volgende aan.

[XXX] is niet tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst met Liander. Tijdens de overdracht van het bedrijfspand aan de Nieuwemeerdijk aan [YYY], heeft [YYY] beloofd de levering van gas, water en elektriciteit direct op zijn naam te zullen laten zetten en de meterstanden te zullen doorgeven. [XXX] is er van uitgegaan dat [YYY] een en ander volgens die afspraak zou regelen. Dat [YYY] dat niet heeft gedaan, kan [XXX] niet worden aangerekend. [XXX] heeft vanaf 16 februari 2010 niets meer met het perceel aan de Nieuwemeerdijk van doen gehad. Indien Liander schade heeft geleden ten gevolge van de manipulatie van de elektriciteitsmeter in de loods, is [XXX] daarvoor niet aansprakelijk.

De beoordeling

1.

Wat er ook zij van de door [XXX] gestelde afspraak met [YYY], vast staat dat [XXX] de overeenkomst met Liander niet heeft opgezegd. [XXX] heeft derhalve nog steeds als contractspartner van Liander te gelden. Nu [XXX] op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden als contractant van Liander aansprakelijk is voor schade die Liander lijdt ten gevolge van de manipulatie van de elektriciteitsmeter, en [XXX] de door Liander gestelde omvang van die schade niet heeft betwist, leidt het voorgaande tot de slotsom dat de vordering zal worden toegewezen, inclusief de wettelijke rente.

2.

De kosten verbonden aan de door Liander gestelde - en door [XXX] niet betwiste - buitengerechtelijke werkzaamheden zijn aan te merken als redelijke kosten die voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking komen, en wel voor het gevorderde bedrag dat overeenkomt met het in rapport Voorwerk II vastgelegde geldende tarief.

3.

[XXX] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, waaronder die in het incident. De kosten in het incident worden gesteld op nihil, nu Liander zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter.

In de vrijwaring

De vordering

[XXX] vordert dat [YYY] en [ZZZ] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling aan [XXX] van datgene waartoe [XXX] in de hoofdzaak zal worden veroordeeld, met inbegrip van de kostenvergoeding, met veroordeling van [YYY] en [ZZZ] in de kosten van de procedure in vrijwaring, inclusief nakosten.

[XXX] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag.

Nu achteraf is gebleken, dat [YYY] in weerwil van zijn toezegging de energielevering aan de loods niet op zijn naam heeft laten overschrijven, maar op naam van [XXX] heeft laten staan, is hij toerekenbaar tekortgeschoten jegens [XXX]. Door de loods te verhuren aan [ZZZ], in de wetenschap dat de aansluiting nog op naam van [XXX] stond, heeft [YYY] ook onrechtmatig jegens [XXX] gehandeld.

[ZZZ] heeft onrechtmatig jegens [XXX] gehandeld door de elektriciteitsaansluiting in de loods te manipuleren, in de wetenschap dat die aansluiting niet op zijn naam stond.

[YYY] en [ZZZ] zijn daarom uit hoofde van toerekenbare tekortkoming respectievelijk onrechtmatige daad, aansprakelijk voor de schade die [XXX] daardoor heeft geleden. Die schade bestaat uit het bedrag waartoe [XXX] in de hoofdzaak zal worden veroordeeld, inclusief de kosten van de procedure.

Het verweer

[YYY] en [ZZZ] hebben de vordering gemotiveerd betwist.

[YYY] heeft daartoe het volgende aangevoerd. [YYY] heeft bij de overdracht van het perceel aan de Nieuwemeerdijk niet aan [XXX] beloofd dat hij de elektriciteitsaansluiting op zijn naam zou laten zetten. Partijen hebben afgesproken dat [YYY] zich bij Liander zou aanmelden voor het kantoorgedeelte en dat [XXX] zich zou afmelden voor de loods. [XXX] is zelf nalatig geweest door dit niet te doen.

[ZZZ] heeft het volgende aangevoerd. [ZZZ] is de huurovereenkomst met [YYY] aangegaan, omdat hij hoopte tezamen met een zekere [AAA], die in de loods een leerlooierij wilde gaan beginnen, een bedrijfje te kunnen starten. Omdat [AAA] problemen met de fiscus had, heeft [ZZZ] op zijn verzoek de huurovereenkomst ondertekend. De samenwerking met [AAA] is echter nooit van de grond gekomen, [ZZZ] heeft niets meer van hem vernomen en heeft ook nooit van de loods gebruik gemaakt. Hij heeft dan ook niets aan de elektriciteitsaansluiting van de loods gewijzigd, laat staan dat hij in de loods een hennepplantage heeft opgezet. Omdat [ZZZ] ook niets meer van [YYY] vernam, is hij ervan uitgegaan dat de huurovereenkomst niet is aangevangen dan wel met wederzijds goedvinden is beëindigd.

De beoordeling

1.

Gelet op het gemotiveerde verweer van [YYY], had het op de weg van [XXX] gelegen om zijn stelling, dat [YYY] heeft beloofd de elektriciteitsaansluiting van het perceel aan de Nieuwemeerdijk op zijn naam te laten zetten, nader te onderbouwen. [XXX] heeft als reactie op het inhoudelijk relevante verweer van [YYY] gepersisteerd bij zijn stelling, maar heeft niets ter onderbouwing daarvan aangevoerd. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of de grondslag van de vordering op [YYY], toerekenbare tekortkoming dan wel onrechtmatig handelen, deugdelijk is. Daarom wordt die vordering als onvoldoende onderbouwd afgewezen.

2.

[ZZZ] heeft gemotiveerd betwist dat hij betrokken is geweest bij of iets afwist van de in de loods aangetroffen hennepplantage. Wat daar ook van zij, gesteld noch gebleken is dat [ZZZ] wist dat de elektriciteitsaansluiting van de loods ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst met [YYY] nog op naam van [XXX] stond. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat [ZZZ] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [XXX], zodat ook de vordering jegens [ZZZ] bij gebreke van deugdelijke grondslag moet worden afgewezen.

3.

[XXX] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

Beslissing

De kantonrechter

In de hoofdzaak

- veroordeelt [XXX] tot betaling aan Liander van € 3.641,44 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.169,10 vanaf 15 augustus 2012 tot de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt [XXX] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Liander tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 78,67Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

griffierecht € 437,00

salaris gemachtigde € 350,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

In de vrijwaring

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [XXX] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [YYY] en [ZZZ] worden begroot op € 350,00 aan salaris van elk van de gemachtigden.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.