Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:10420

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
06-11-2013
Datum publicatie
18-12-2013
Zaaknummer
602462 CV EXPL 13-5382
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voor werknemers in een onderneming gelden verschillende regelingen voor de nachtdiensten. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de werkgever een gerechtvaardigd belang bij de harmonisering van haar arbeidsvoorwaarden waar het de nachtdiensttoeslag betreft.. Het feit dat zowel de Ondernemingsraad als de vakbonden - na een door de werkgever met hen gevolgd zorgvuldig, uitgebreid en langdurig onderhandelingstraject - hebben ingestemd met de invoering van een algemene nachtdiensttoeslag vormt voor de kantonrechter een zwaarwegende aanwijzing dat de inhoud van het wijzigingsvoorstel redelijk is.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 248
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 611
Burgerlijk Wetboek Boek 7 613
Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst
Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst 12
Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst 13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2014/45
AR-Updates.nl 2013-1005
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 602462 CV EXPL 13-5382

datum uitspraak: 6 november 2013

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

1.

[eiser]

2.

[eiser]

3.

[eiser]

4.

[eiser]

5.

[eiser]

6.

[eiser]

7.

[eiser]

8.

[eiser]

9.

[eiser]

10.

[eiser]

11.

[eiser]

12.

[eiser] ;

eisers,

hierna gezamenlijk te noemen [X. cs],

gemachtigde mr. M.J. de Jong (RWV Advocaten te Leiden);

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KLM Catering Services Schiphol B.V.,

gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde,

hierna te noemen KCS,

gemachtigde mr. I.A.V. el Mecky.

De procedure

[X. cs] hebben KCS dagvaard op 3 mei 2013.

KCS heeft schriftelijk geantwoord. Bij vonnis van 24 juli 2013 is een comparitie van partijen na antwoord gelast die op 16 september 2013 heeft plaatsgevonden. Beide gemachtigden hebben aan de hand van schriftelijke aantekeningen hun standpunt toegelicht en van de zitting is voorts aantekening gehouden. Voorafgaand aan de comparitie heeft de gemachtigde van [X. cs] nog stukken overgelegd.

De feiten

a.

[X. cs] zijn in dienst van KCS. [X. cs] zijn allen werkzaam binnen de afdeling Distributie. Binnen deze afdeling zijn 37 medewerkers werkzaam. Hun werkzaamheden bestaan uit het laden en lossen van de door KCS te bevoorraden vliegtuigen.

b.

KCS valt onder de werkingssfeer van de cao voor de Contract Cateringbranche, hierna de CCAO. In de arbeidsovereenkomsten is de CCAO van toepassing verklaard.

c.

De medewerkers van de afdeling Distributie werken als enige werknemers van KCS structureel in nachtdiensten, te weten 7 nachtdiensten per 9 weken, verdeeld in blokken van 3 en 4 nachtdiensten. Er zijn wel andere werknemers die ook in nachtdiensten werken, echter niet op structurele basis.

d.

In een Protocol d.d. 16 en 20 februari 1996 gesloten tussen KCS enerzijds en diverse vakbonden anderzijds, is ten aanzien van deze specifieke groep medewerkers het volgende bepaald:

“Artikel 5.

Nachtdienstrooster VGS/TRP

De betrokken medewerkers in het nachtdienstrooster van de afdeling VGS/TRP zullen op basis van een 40-uurs rooster per week blijven werken en de huidige extra vergoeding van 6,4 uur per week behouden.”

e.

Hiernaast geldt de onregelmatigheidstoeslag op basis van artikel 39 CCAO. KCS heeft de 37 medewerkers van de afdeling VGS/TRP (Distributie) steeds zowel de nachtdienstvergoeding ex artikel 39 CCAO betaald als de nachtdienstvergoeding op basis van het Protocol. De verhoging op basis van het Protocol betreft concreet 16 % van het bruto maandsalaris.

f.

Na een onderhandelingstraject met de vakbonden is per 1 juli 2012 een nieuwe Nachtdienstregeling (hierna: de NDR) tot stand gekomen, die uit 3 onderdelen bestaat:

-onderdeel I betreft het Protocol (zie hierna);

-onderdeel II behelst de nieuwe nachtdiensttoeslag voor iedereen, te weten 7,7 uur per maand in plaats van de 27,7 uur krachtens het Protocol;

-onderdeel III is voor het onderhavige geschil verder niet relevant.

g.

Onderdeel 1 van de NDR luidt als volgt:

“beëindiging

1.

Artikel 5 Protocol d.d. 16 en 20 februari 1996 (…) eindigt met ingang van 1 juli 2012 (…).

(…)

afbouwregeling

3.

Voor de in totaal 37 betrokken werknemers van KCS (hierna “de werknemer”) die momenteel conform het Protocol worden beloond, geldt eveneens met ingang van 1 juli 2012 de volgende afbouwregeling:

1.

Per 1 juli 2012 vervalt de toeslag van artikel 5 Protocol.

2.

Ter vervanging van de toeslag uit artikel 5 Protocol ontvangt de werknemer per 1 juli 2012 de nachtdiensttoeslag, zoals hierna omschreven in Onderdeel 2 van de NDR.

3.

Per 1 juli 2012 wordt bovengenoemde nachtdiensttoeslag aangevuld met een Persoonlijke Toeslag tot de omvang van de toeslag uit artikel 5 Protocol, geldend op 30 juni 2012; deze Persoonlijke Toeslag is per 1 juli 2012 gefixeerd.

4.

De periode waarover de werknemer de Persoonlijke Toeslag ontvangt, is gelijk aan het aantal jaren dat de werknemer tot 1 juli 2012 werkzaamheden verrichtte op grond van diens Protocolrooster; er geldt hierbij een ondergrens van 5 jaren (…).

5.

Na afloop van deze periode zoals genoemd in lid 4, geldt artikel 45 CCAO d.d. 1 april 2012-1 april 2013.

(…)

h.

Concreet betekent dit (zie de persoonlijke overzichten, productie 10 bij dagvaarding) dat [X. cs] gedurende een bepaald aantal jaren, gerelateerd aan het aantal jaren dat gewerkt is op basis van het Protocolrooster, een Persoonlijke Toeslag krijgen tot het niveau van het salaris per 1 juli 2012, daarna een half jaar of een jaar dezelfde toeslag op basis van artikel 45a CCAO, en vervolgens een afbouw van de Persoonlijke Toeslag met een percentage van 50%, 25 % of 15 % per jaar gedurende een aantal jaren variërend van 5 tot 12 jaar. In de begeleidende brief bij de aanbieding van de NDR aan [X. cs] heeft KCS opgemerkt dat de Persoonlijke Toeslag en de afbouwregeling óók van kracht blijven indien [X. cs] op initiatief van KCS (bijvoorbeeld een gewijzigde inroostering), niet meer in het huidige nachtdienstrooster blijven werken.

i.

De nieuwe nachtdiensttoeslag van 7,7 uur per maand (onderdeel II) wordt wél geïndexeerd, de Persoonlijke Toeslag genoemd in onderdeel I niet.

j.

In de aanbiedingsbrief van 26 juni 2012 van KCS aan de vakbonden waarbij de NDR ter ondertekening werd bijgesloten, is aan het slot gesteld:

Voorts verzoekt KCS aan de Vakraad om de relevante delen uit de Nachtdienstregeling aan te melden als CAO en tussentijds op te nemen in de inflightsectorparagraaf van de CCAO. Ten slotte wordt eveneens via de Vakraad tussentijds algemeen verbindend verklaring gevraagd.

De vordering

[X. cs] vorderen dat de kantonrechter bij bij voorraad uitvoerbaar te verklaren vonnis

-voor recht zal verklaren dat KCS ook na 1 juli 2012 verplicht is gebleven [X. cs] een nachtdienstvergoeding te betalen gelijk aan het loon over 6,4 uur per week en dat KCS daartoe gehouden blijft tot de betreffende arbeidsvoorwaarde op rechtsgeldige wijze zal worden beëindigd.

-KCS zal veroordelen tot betaling aan ieder der eisers een bedrag aan achterstallige nachtdiensttoeslag gelijk aan het loon over 6,4 uur per week, over de periode vanaf 1 juli 2012 tot de dag van vonnis wijzen, op welk bedrag in mindering strekt de reeds door [X. cs] ontvangen persoonlijke toeslag en de vergoeding conform de NDR.

Kortom, [X. cs] vragen handhaving van de “oude” regeling.

[X. cs] leggen samengevat aan hun vordering ten grondslag dat de arbeidsvoorwaardenbepalingen uit het Protocol, meer in het bijzonder het recht op betaling van 6,4 uur per week als nachtdiensttoeslag naast de gebruikelijke onregelmatigheidstoeslag, deel uitmaken van hun individuele arbeidsovereenkomsten. [X. cs] stellen dat, nu een eenzijdig wijzigingsbeding ontbreekt, de vraag of KCS eenzijdig kan overgaan tot invoering van de NDR getoetst dient te worden aan de criteria zoals geformuleerd in de arresten van de Hoge Raad van 26 juni 1998 (Van der Lely/Taxi Hofman) en 11 juli 2008 (Stoof /Mammoet).

Het verweer

KCS betwist de vordering. Als meest verstrekkend verweer heeft zij aangevoerd

-dat de NDR inclusief de afbouwregeling inmiddels deel uitmaakt van de CCAO;

-dat werknemers voor zover zij lid zijn van de vakbonden die partij zijn bij de CCAO, uit dien hoofde gebonden zijn aan de inhoud van de CCAO, terwijl de ongebonden werknemers hieraan gebonden zijn door het incorporatiebeding in hun individuele arbeidsovereenkomsten.

Subsidiair heeft KCS betwist dat de toeslag op grond van het Protocol een arbeidsvoorwaarde is (geworden). Voorts heeft KCS aangevoerd dat de toeslag is gekoppeld aan de inroostering en dat het Protocol niet zo kan worden opgevat dat de betreffende 37 medewerkers een verworven recht hebben op inroostering in de nachtdienst. Het staat KCS vrij om de inroostering op basis van bedrijfsbehoeften, personeelsbeleid of andere overwegingen aan te passen; het gevolg hiervan zou zijn dat het recht op de nachttoeslag op grond van het Protocol (ook) zou komen te vervallen.

Meer subsidiair heeft KCS betoogd dat, indien en voor zover al sprake zou zijn van een rechterlijke toets, het feit dat op collectief niveau overeenstemming is bereikt doorslaggevend behoort te zijn, althans een zwaarwegende factor vormt in het kader van de toetsing aan de criteria uit Stoof/Mammoet. Zij heeft gewezen op het intensieve overleg met de bonden, en de analogie met Aanbeveling 3.7 bij de Kantonrechtersformule (betreffende een met de vakbonden gesloten Sociaal Plan).

De beoordeling

In het onderhavige geschil staat de vraag centraal of [X. cs] gebonden zijn aan de NDR, en zo ja, of dit betekent dat hun aanspraken op grond van het Protocol zijn komen te vervallen.

2.

Vast staat dat de regeling inzake nachttoeslag zoals neergelegd in de NDR, minder gunstig uitvalt voor [X. cs] dan de huidige regeling op grond van het Protocol. Weliswaar bevat onderdeel I van de NDR een afbouwregeling die voorziet in een Persoonlijke Toeslag tot het oude niveau gedurende geruime tijd (en in ieder geval minimaal 5 jaar), het onderscheid zit met name in het feit dat deze Persoonlijke Toeslag, anders dan de nachttoeslag op grond van het Protocol, niet wordt geïndexeerd.

3.

Partijen hebben ter zitting verklaard dat de NDR integraal deel uitmaakt van de CCAO en daarin is opgenomen. Dat betekent ten aanzien van de gebonden werknemers, dat de NDR als onderdeel van de nieuwe CAO (bepalingen) automatisch op grond van de artikelen 12 en 13 Wet CAO, als minimum is gaan gelden. Nu gesteld noch gebleken is dat partijen hebben beoogd om de NDR het karakter te geven van een standaardregeling, is het gevolg dat het Protocol voor zover dit gunstiger bepalingen behelst, gewoon van toepassing blijft.

4.

Ten aanzien van de ongebonden werknemers kan de vraag naar de eventuele algemeen verbindend verklaring van de NDR in het midden blijven, nu de toeslag krachtens het Protocol een primaire arbeidsvoorwaarde betreft die geïncorporeerd is in de individuele arbeidsovereenkomsten en daarvan deel uitmaakt. Vast staat voorts, dat de arbeidsovereenkomsten van [X. cs] geen eenzijdig wijzigingsbeding bevatten, terwijl [X. cs] evenmin omstreeks juli 2012 hebben ingestemd met de toepasselijkheid van de (nieuwe onderdelen van) de CCAO. Het feit dat in de arbeidsovereenkomsten is opgenomen dat de CCAO van toepassing is, betekent niet automatisch dat [X. cs] daarmee met elke toekomstige wijziging van de CAO hebben ingestemd.

6.

Aldus ligt de vraag voor, of de eenzijdige wijziging die KCS beoogt met de NDR de toets van Stoof Mammoet kan doorstaan. In de eerste plaats dient onderzocht te worden of de werkgever een goede aanleiding heeft voor het doen van een wijzigingsvoorstel, en of dat voorstel als redelijk kan worden aangemerkt. Hierbij is een aantal gezichtspunten relevant, waaronder de aard van de gewijzigde omstandigheden (bijvoorbeeld harmonisatie bij fusie, bedrijfseconomische omstandigheden, de aard en ingrijpendheid van het voorstel, wel of geen afbouwregeling bij salarisvermindering), de overige belangen van de werkgever en de onderneming, en de positie van de werknemer en diens belang bij ongewijzigde instandhouding van de arbeidsvoorwaarden.

In de tweede plaats dient onderzocht te worden of van de werknemer, mede in aanmerking genomen zijn persoonlijke omstandigheden, in redelijkheid gevergd kan worden het voorstel te aanvaarden.

7.

De kantonrechter is van oordeel dat het antwoord op deze vragen bevestigend dient te luiden en overweegt daartoe als volgt. In de Considerans bij de NDR ligt de aanleiding voor het wijzigingsvoorstel besloten:

“A. Vanaf de toetreding van KCS tot de CAO voor de Contractcateringbranche (CCAO) op 1 oktober 1993, zijn KCS en de Ondernemingsraad het erover eens dat de hierin voorkomende relevante artikelen over arbeidstijden, met name belastende uren, niet of moeilijk toepasbaar zijn op de tot dusverre gebruikelijke dienstroosters van KCS.

B. Sindsdien verschillen KCS en de Ondernemingsraad ook van mening over de uitleg over en gevolgen van deze bepalingen (…).

C. Ter oplossing van dit meningsverschil hebben KCS en de Ondernemingsraad, onder andere met inschakeling van vakorganisaties, de Vakraad voor de Contractcateringbranche en een gezamenlijk aangezochte rechterlijke instantie tevergeefs geprobeerd te komen tot een eenduidige gezamenlijke uitleg die leidt tot een gezamenlijk gedragen toepassing van vooral artikel 12 lid 1 en artikel 16 CCAO.

D. KCS en de Ondernemingsraad zijn daarna (…) tot deze Nachtdienstregeling gekomen (..) die

a. het meningsverschil definitief beëindigt;

b. de juiste balans vindt tussen de volgende belangen: marktpositie, tegemoetkoming voor belasting tijdens nachtelijke uren en een eenduidige uitleg over vergoeding van deze arbeid, rust.

E (…)

In verband met de door KCS voorgenomen beëindiging van artikel 5 Protocol (…) zijn eveneens de vakorganisaties betrokken.

F. Van meet af aan zijn een beëindiging van artikel 5 Protocol met bijbehorende afbouw voor de huidige betrokken werknemers en het tot stand komen van een nieuwe Nachtdienstregeling onlosmakelijk met elkaar verbonden.

G. De volledige inhoud van de Nachtdienstregeling is eveneens intensief besproken met de 3 betrokken vakorganisaties en KCS, FNV Catering, CNV Vakmensen en De Unie hebben in de maand mei 2012 overeenstemming bereikt (…).

8.

KCS heeft aldus een gerechtvaardigd belang bij harmonisering van haar arbeidsvoorwaarden waar het de nachtdiensttoeslag betrof en de begrijpelijke wens tot invoering van een algemene nachtdiensttoeslag die voor alle werknemers van KCS geldt wanneer zij in nachtdiensten werken. KCS heeft zowel met de Ondernemingsraad als met de vakbonden een zorgvuldig, uitgebreid en langdurig onderhandeltraject gevolgd. Het feit dat zowel de Ondernemingsraad als de bonden hebben ingestemd met deze wijziging vormt een zwaarwegende aanwijzing dat de inhoud van het wijzigingsvoorstel redelijk is.

Voor zover [X. cs] betogen dat de bonden de belangen van de betreffende groep van 37 werknemers “hebben geofferd” voor het grotere geheel, geldt het volgende. De kantonrechter is van oordeel dat ook wanneer de wijziging op individueel niveau wordt bezien, deze de redelijkheidstoets van Stoof/Mammoet kan doorstaan. NDR behelst een zeer langdurige en geleidelijke afbouwregeling. Uit de overgelegde individuele overzichten per werknemer blijkt, dat gedurende een periode variërend tussen de 5 jaar en 12 jaar, gerekend vanaf 1 juli 2012, de toeslag krachtens het Protocol wordt afgebouwd naar de nieuwe toeslag krachtens de NDR. Het gevolg hiervan is dat het inkomensniveau van [X. cs] gedurende lange tijd (nagenoeg) ongewijzigd blijft, en daarna zeer langzaam wordt teruggebracht. Dit geeft [X. cs] voldoende tijd om op deze wijziging te anticiperen. Hoewel onmiskenbaar sprake is van een voor [X. cs] nadelige wijziging van hun arbeidsvoorwaarden, behoren in het licht van de hiervoor geschetste omstandigheden de belangen van KCS bij de eenzijdige wijziging zwaarder te wegen.

Hierbij weegt ook de nadien door KCS toegevoegde toezegging mee dat [X. cs] de toeslagen behouden wanneer zij op initiatief van KCS worden overgeplaatst.

9.

Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen van [X. cs] zullen worden afgewezen. De kantonrechter ziet in de aard van de zaak aanleiding om de proceskosten te compenseren.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vorderingen af;

-compenseert de proceskosten in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

Dit vonnis is gewezen door mr. T.S. Pieters en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.