Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:10059

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-04-2013
Datum publicatie
28-10-2013
Zaaknummer
412808 12-4373
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Opschorting en verrekening op grond van het Weens Koopverdrag?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2014/39
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknummer/rolnummer: 412808 \ CV EXPL 12-4373 (SEK)

Uitspraakdatum: 17 april 2013

Vonnis in de zaak van:

de vennootschap naar Pools recht Paradigm Enterprise S.P., gevestigd te Strzelce Krajeńskie (Polen)

eisende partij in conventie tevens verwerende partij in voorwaardelijke reconventie

verder ook te noemen: Paradigm

gemachtigde: mr. E.T. van den Hout / mr. T.S. van Veen, advocaten te Amsterdam

tegen

de besloten vennootschap Prima Tulp B.V., gevestigd te Harenkarspel

gedaagde partij in conventie tevens eisende partij in voorwaardelijke reconventie

verder ook te noemen: Prima Tulp

gemachtigde: mr. E.C.N. Sweep, advocaat te Haarlem.

Het tussenvonnis

In deze zaak is op 4 juli 2012 een tussenvonnis door de rechtbank, sector civiel, uitgesproken, waarbij de zaak is verwezen naar de sector kanton.

Het verdere procesverloop

De zaak is op de terechtzitting van 19 november 2012 behandeld, alwaar zijn verschenen namens Paradigm de heer [X], directeur/aandeelhouder, namens Prima Tulp de heer [Y], directeur/aandeelhouder. Partijen werden bijgestaan door hun gemachtigden.

Beide partijen hebben hun standpunten nader toegelicht. De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.
Na afloop van de behandeling is heden uitspraak bepaald.

De feiten

1.

Prima Tulp oefent een bedrijf uit in de tulpen(bollen)teelt.

2.

De heer [X] (hierna: [X]) was vanaf 1 juli 2009 tot omstreeks augustus 2010 op basis van een opdrachtovereenkomst werkzaam als bedrijfsleider bij Prima Tulp.

3.

In 2009 heeft [X] ten behoeve van de werkzaamheden van Prima Tulp Paradigm ingeschakeld. Paradigm is een uitzendbureau met Poolse werknemers. [X] is eigenaar/bestuurder van Paradigm.

4.

Paradigm heeft voor het inhuren van Poolse krachten facturen aan Prima Tulp verzonden. Prima Tulp heeft deze facturen betaald.

5.

Op 1 oktober 2010 heeft Paradigm een tractor aan Prima Tulp verkocht ten bedrage van € 21.500,--. Op 4 oktober 2010 is de tractor geleverd en heeft Paradigm een factuur verzonden.

6.

Betaling van de factuur door Prima Tulp is evenwel uitgebleven.

Het geschil

In conventie:

7.

Paradigm vordert bij vonnis, na vermindering van eis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Prima Tulp tot betaling van een bedrag ad € 21.500,- te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, vanaf 4 oktober 2010 tot aan de datum der algehele voldoening. Tevens maakt Paradigm aanspraak op de buitengerechtelijke kosten, ad € 3.413,73 en rente, ad € 1.258,19, kosten rechtens en nakosten.
Paradigm stelt hiertoe, kort samengevat, dat zij aan Prima Tulp een tractor heeft verkocht en geleverd en dat Prima Tulp de overeengekomen koopprijs van
€ 21.500,- ondanks meerdere herinneringen en aanmaningen onbetaald heeft gelaten. Reden waarom Paradigm tevens aanspraak maakt op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente.

8.

Prima Tulp concludeert tot afwijzing van de vordering van Paradigm met veroordeling van Paradigm en haar advocaat in de proceskosten en nakosten. Prima Tulp beroept zich op verrekening. Volgens haar zou er verrekend moeten worden vanwege 1) te veel betaald uurloon, 2) schade door vermenging, 3) schade door het zoekraken van een ras, 4) een niet betaalde koop, 5) niet betaalde huur, 6) overige schade. In totaal bedragen deze schadeposten € 20.103,19. Daarnaast beroept Prima Tulp zich op opschorting.

9.

Paradigm heeft verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

In voorwaardelijke reconventie:

10.

In voorwaardelijke reconventie vordert Prima Tulp, zakelijk samengevat, het volgende:

i. veroordeling van Paradigm tot betaling van het bedrag ad € 1.300,50 vermeerderd met de wettelijke handelsrente per 1 november 2010 tot de dag der algehele voldoening, alsmede tot betaling van het bedrag ad € 18.802,69 vermeerderd met de wettelijke rente per 23 november 2011 tot de dag der algehele voldoening;

ii. voor zover nodig voor toewijzing van de vordering onder i.: de ter discussie staande overeenkomsten van Prima Tulp met Paradigm te vernietigen / wijzigen, zodat telkens een uurloon van € 14,50 verschuldigd is geworden in plaats van de hogere bedragen;

iii. kosten rechtens, tevens nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

11.

Paradigm concludeert dat de vordering van Prima Tulp in voorwaarderlijke reconventie dient te worden afgewezen, met veroordeling van Prima Tulp in de kosten van de procedure.

De beoordeling van de geschillen

in conventie en in voorwaardelijke reconventie

12.

Bij voormeld tussenvonnis van 4 juli 2012 heeft de rechtbank reeds bepaald dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 EEX-vo / artikel EEX bevoegd is om van beide vorderingen kennis te nemen.

in conventie
13. Prima Tulp heeft aangevoerd dat een nietige dagvaardige is uitgebracht en beroept zich op niet-ontvankelijkheid van eiser. Volgens haar zijn zowel de naam als de rechtsvorm van eiser, te weten: “de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Paradigm Enterprise B.V.”, niet juist. Naar aanleiding van dit verweer heeft Paradigm bij akte van rectificatie aangegeven dat sprake is van een kennelijke verschrijving in de dagvaarding en heeft verzocht om de naam te beschouwen als: “de vennootschap naar Pools recht Paradigm Enterprise S.P”.
De kantonrechter overweegt hiertoe dat voor de procesrechtelijke kant van het geschil geldt dat, nu partijen procederen voor de Nederlandse rechter, in beginsel Nederlands procesrecht van toepassing is. Nu niet is gebleken dat Prima Tulp door het herstel van de partijaanduiding in haar procesrechtelijke belangen is geschaad, zal worden uitgegaan van de door Paradigm gewijzigde partijaanduiding, te weten: “de vennootschap naar Pools recht Paradigm Enterprise S.P”.
De kantonrechter zal overgaan tot de inhoudelijke beoordeling van de zaak waarbij de kantonrechter aanleiding ziet eerst de vordering in reconventie te behandelen.

in voorwaardelijke reconventie

14.

Als eerste vraag ligt ter beoordeling voor welk recht van toepassing is ten aanzien van de verschillende tegenvorderingen die Prima Tulp stelt te hebben op Paradigm. Prima Tulp verwijst hierbij naar Nederlands recht op basis van Verordening Rome I (hierna: Rome I) artikel 4 lid 3: de “nauwere band”, terwijl Paradigm dit onbesproken laat. Naar het oordeel van de kantonrechter kan niet in zijn algemeenheid worden gesteld dat Nederlands recht van toepassing is, omdat het hier om verschillende schadeposten gaat, waarbij de grondslag niet dezelfde hoeft te zijn, zodat ook het toepasselijk recht kan verschillen. Om die reden zal de kantonrechter per schadepost beoordelen welke recht van toepassing is.

teveel betaald uurloon

15.

Prima Tulp stelt dat zij ten behoeve van de werkzaamheden in de bloembollenbranche via [X] met Paradigm overeenkomsten heeft gesloten. Paradigm bracht hiervoor bij Prima Tulp bedragen in rekening. Volgens Prima Tulp is bij een zestal facturen een hoger uurloon in rekening gebracht dan gewoonlijk.

Voor wat betreft het toepasselijk recht overweegt de rechtbank als volgt. De overeenkomst die tussen partijen zijn gesloten valt binnen het toepassingsgebied van Rome I. Op grond van artikel 4 lid 2 van deze verordening wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst verbonden is. Aangezien het om werkzaamheden gaat die in Nederland zijn uitgevoerd ten behoeve van een in Nederland gevestigd bedrijf (Prima Tulp), van welk bedrijf de leiding in handen is geweest van een Nederlander ([X]) die vanuit een Nederlandse vestiging van Paradigm werkte, is de kantonrechter van oordeel dat op de overeenkomst Nederlands recht van toepassing is.

schade door vermenging

16.

Prima Tulp stelt dat haar Paradigm middels [X] schade heeft toegebracht omdat de door haar opgeslagen bollen zijn vermengd met een zevental verschillende nieuwe tulpenrassen.
Ook de hier in geding zijnde overeenkomst van opslag valt onder het toepassingsgebied van Rome I. Op grond van artikel 4 lid 2 van deze verordening wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst verbonden is. Nu sprake is van een overeenkomst tot opslag, gericht op het opslaan van bollen in Nederland bij een Nederlands bedrijf, waarbij vervolgens tijdens de opslag in Nederland vermenging zou zijn optreden, stelt de kantonrechter vast dat dit geschilpunt beheerst wordt door het Nederlands recht.

schade door zoekraken ras

17.

Prima Tulp heeft aangevoerd dat sprake is van wanprestatie aan de zijde Paradigm omdat [X] een nieuw ras bollen heeft laten zoekraken, terwijl dit in kratten was opgeslagen en [X] terwijl diens Paradigm-krachten het onder zich hadden ten behoeve van Prima Tulp.
De kantonrechter overweegt dat evenals hiervoor is overwogen, dit geschilpunt beheerst wordt door Nederlands recht nu de grondslag van de vordering is gelegen in dezelfde overeenkomst tot opslag als hiervoor onder 16 weergegeven.

niet betaalde koop

18.

Prima Tulp stelt vervolgens dat zij Paradigm bloembollen heeft verkocht, maar dat Paradigm de koopsom hiervan niet heeft betaald. Ook zijn de kratten waar de bollen in zijn geleverd, niet retour gekomen.
De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 4 lid 1 sub a van Rome I de overeenkomst tot verkoop van roerende zaken wordt beheerst door het recht van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft. Dit betekent dat Nederlands recht hierop van toepassing is.

niet betaalde huur

19.

Prima Tulp stelt dat zij aan Paradigm ruimte in een bollencel ter beschikking heeft gesteld ten behoeve van de opslag van de bloembollen, waarvoor Paradigm nog een bedrag van € 300,- aan huurpenningen moet betalen. De bollencel waar de huurovereenkomst op ziet bevindt zich in Nederland. De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 4 lid 1 sub c van Rome I de overeenkomst met betrekking tot onroerend goed wordt beheerst door het recht van het land waar het onroerend goed is gelegen. Dit betekent dat Nederlands recht op de huurovereenkomst van toepassing is.

overige schade

20.

Aangezien Prima Tulp deze schadepost in het petitum in reconventie niet vordert, zal deze schadepost hier niet verder worden behandeld.

21.

Het vorenstaande betekent dat op de gehele reconventionele vordering Nederlands recht van toepassing is. Volgens de regels van het Nederlands procesrecht rust de stelplicht - dat Prima Tulp verschillende tegenvorderingen op Paradigm heeft- op Prima Tulp.
Paradigm heeft in haar verweer elke gestelde schadepost afzonderlijk gemotiveerd betwist. Volgens haar blijkt nergens uit dat deze schadeposten bestaan en wat de grondslag van de onderscheiden vorderingen zou zijn. Gelet op de gemotiveerde betwisting van Paradigm had het op de weg van Prima Tulp gelegen om de grondslag, aard en omvang van elke afzonderlijke vordering nader te onderbouwen. Naar het oordeel van de kantonrechter is Prima Tulp hiermee echter in gebreke gebleven, zodat zij niet heeft voldaan aan de op haar rustende stelplicht. Zo had Prima Tulp meer concreet moeten onderbouwen waarom volgens haar een te hoog uurloon in rekening is gebracht bij de door haar betaalde facturen uit 2009. De niet nader geconcretiseerde stelling dat een hoger uurtarief in rekening is gebracht dan gewoonlijk, is onvoldoende. Dit geldt ook voor de overige gestelde schadeposten. Geen van deze zijn onderbouwd met concrete stukken waaruit enig bewijs van de stellingen kan worden afgeleid.
Aangezien Prima Tulp, gelet op het hiervoor overwogene, niet heeft voldaan aan de op haar rustende stelplicht, is nadere bewijslevering niet aan de orde. Een en ander betekent dat de gestelde tegenvorderingen niet in rechte zijn komen vast te staan. De vordering in voorwaardelijke reconventie ligt dan ook voor afwijzing gereed.

in verdere conventie

22.

Het onderhavige geschil heeft betrekking op een koopovereenkomst tussen een in Polen gevestigde verkoper en een in Nederland gevestigde koper betreffende de verkoop en levering van een tractor. Polen en Nederland zijn beide partij bij het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende lichamelijke zaken van 11 april 1980 (hierna: WKV). Dit verdrag is voor beide landen in werking getreden. Omdat de koopovereenkomst betrekking heeft op een roerende zaak en is gesloten tussen partijen uit twee landen die bij dat verdrag partij zijn, zijn daarop op grond van artikel 1 lid 1 onder a WKV de bepalingen van WKV van toepassing op de onderhavige overeenkomst. Niet is gesteld of gebleken dat partijen zijn overeengekomen om daarvan af te wijken.

23.

Prima Tulp betwist niet dat zij de koopprijs, ad € 21.500,-, nog aan Paradigm is verschuldigd, maar beroept zich op verrekening met haar vordering op Paradigm. Aangezien de verschillende tegenvorderingen die Prima Tulp stelt te hebben op Paradigm, in voorwaardelijke reconventie niet zijn komen vast te staan, behoeft het beroep op verrekening hier geen verdere bespreking.

24.

Prima Tulp beroept zich daarnaast op opschorting en voert daartoe aan dat volgens haar is gebleken dat de afdracht van loonheffingen niet heeft plaatsgevonden bij het inlenen van arbeidskrachten. Prima Tulp stelt op grond van een dreigende claim van de ficus bevoegd te zijn tot opschorting totdat Paradigm voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar opdracht correct heeft uitgevoerd. Paradigm betwist het beroep op opschorting.
De kantonrechter overweegt dat het WKV slechts in beperkte gevallen de mogelijkheid tot opschorting voorziet. Artikel 58 WKV voorziet in de opschortingmogelijkheid van de tegenover elkaar staande betalings- en leveringsplicht en artikel 71 WKV in die gevallen waarin partijen niet gelijktijdig presteren, en waarin na het sluiten van de overeenkomst de kans groeit dat de een van de partijen niet zal nakomen. De opschortingregeling in deze bepalingen van het WVK is niet van toepassing op de situatie die door Prima Tulp wordt benoemd, nu het in de gestelde vordering van Prima Tulp om een gepretendeerde toekomstige vordering gaat op grond van een andere rechtsverhouding. Aangezien in het WKV zelf een regeling met betrekking tot het recht op opschorting is opgenomen, is het nationaal recht met betrekking tot opschorting niet van toepassing. Dit betekent dat nu opschorting op grond van de regeling in het WKV niet mogelijk is, het beroep op opschorting niet kan slagen.

25.

Nu de verweren van Prima Tulp niet slagen, zal de vordering in conventie wat betreft de hoofdsom worden toegewezen, aangezien Prima Tulp de verschuldigdheid van de betreffende factuur, ad € 21.500,- heeft erkend.

26.

Paradigm maakt daarnaast aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Ingevolge artikel 74 WKV komen dergelijke kosten voor vergoeding in aanmerking, maar dit verdrag bepaalt niets over de samenstelling en hoogte van de te vergoeden kosten. Voor zover zich bij de beoordeling vragen voordoen die niet uitdrukkelijk in het WKV zijn geregeld, dienen die vragen ingevolge artikel 7 lid 2 van dit verdrag te worden beantwoord volgens het krachtens de regels van internationaal privaatrecht toepasselijke recht. Dit betekent dat aan de hand van Rome I het toepasselijk recht dient te worden vastgesteld. Paradigm heeft zich met betrekking tot haar vordering van buitengerechtelijke kosten in haar dagvaarding expliciet beroepen op bepalingen van het Nederlands recht. Aangezien Prima Tulp hiertegen geen verweer heeft gevoerd en klaarblijkelijk ook uitgaat van het Nederlands recht, stelt de kantonrechter vast dat ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten sprake is van een stilzwijgende rechtskeuze voor Nederlands recht als bedoeld in artikel 3 lid 1 Rome I, zodat het Nederlandse recht toepasselijk is op dit onderdeel van het geschil.

De kantonrechter hanteert het uitgangspunt dat dergelijke kosten alleen voor vergoeding in aanmerking komen, indien zij betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Paradigm heeft weliswaar gesteld dat uit de door haar overgelegde producties 3, 4 en 5 blijkt dat deze zijn gemaakt, maar naar het oordeel van de kantonrechter is hier onvoldoende van gebleken nu slechts twee brieven zijn verzonden. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal dan ook worden afgewezen.

27.

Paradigm heeft op grond van artikel 78 van het WKV recht op rente over de nog niet betaalde factuur. Omdat het WKV niets bepaalt over de hoogte van de verschuldigde rente, moet het rentepercentage overeenkomstig artikel 7, lid 2 van het WKV worden vastgesteld naar Pools recht. Immers, op basis van artikel 4 lid 1 onder a van Rome I is het recht van het van het land van de verkopende partij, te weten het recht Polen van toepassing op de overeenkomst.

De gevorderde rente is toewijsbaar met dien verstande dat deze slechts toewijsbaar is over de periode dat Prima Tulp in verzuim verkeert. Uit de overgelegde factuur blijkt dat als uiterste dag van betaling 30 januari 2011 is overeengekomen. Anders dan Paradigm stelt verkeerde Prima Tulp de dag volgend op die dag pas in verzuim. De kantonrechter zal daarom de rente naar Pools recht over de hoofdsom toewijzen met ingang 1 februari 2011. Dat Prima Tulp een latere betaaltermijn zou zijn gegund, is niet vast komen te staan nu Paradigm uitdrukkelijk heeft betwist dat uitstel is verleend tot medio november 2011. Daarnaast blijkt uit de brief van 6 juli 2011 dat Paradigm onder voorwaarden aan Prima Tulp uitstel heeft verleend tot 30 september 2011. Evenwel is niet gebleken dat Prima Tulp van dit voorstel heeft gemaakt, zodat er niet van kan worden uitgegaan dat Prima Tulp uitstel is verleend.

28.

Tenslotte, gelet op het bovenstaande heeft Paradigm Prima Tulp terecht in rechte betrokken teneinde betaling te verkrijgen, nu Prima Tulp ten tijde van de dagvaarding in verzuim verkeerde. Het verweer dat Paradigm voortijdig tot dagvaarding is overgegaan kan daarom niet slagen.
Nu bij tussenvonnis van 4 juli 2012 de rechtbank heeft beslist dat het geheven griffierecht zal worden verlaagd en het teveel betaalde griffierecht zal worden teruggestort, behoeft het verweer van Prima Tulp, dat het bedrag van € 1.744,- niet voor haar rekening dient te komen omdat dit onnodige kosten zijn, geen bespreking.

29.

Gelet op het voorgaande dient Prima Tulp in conventie als de meer in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld. Daarbij wordt Prima Tulp ook veroordeeld tot betaling van € 100,- aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Paradigm worden gemaakt.

30.

Voorts dient Prima Tulp in reconventie als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld, welke kosten worden begroot aan de zijde van Paradigm op € 400,- aan salaris gemachtigde.

De beslissing

De kantonrechter:

In conventie:

veroordeelt Prima Tulp om aan Paradigm tegen kwijting te betalen € 21.500,-, vermeerderd met de rente naar Pools recht vanaf 1 februari 2011 tot de dag van betaling;

veroordeelt Prima Tulp in de proceskosten, die tot heden voor Paradigm worden vastgesteld op de volgende bedragen:

dagvaarding € 85,55

griffierecht € 851,-

salaris gemachtigde € 800,-

en veroordeelt Prima Tulp tot betaling van € 100,- aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Paradigm worden gemaakt;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

In reconventie:

wijst de vordering af;

veroordeelt Prima Tulp in de proceskosten, die tot heden voor Paradigm worden vastgesteld op € 400,-.

Verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. van der Linde, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en op 17 april 2013 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter