Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2022:586

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-01-2022
Datum publicatie
26-07-2022
Zaaknummer
16/041344-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Computervredebreuk GGD door buiten zijn bevoegdheid om in het CoronIT-systeem de gegevens van 795 personen in te zien. Verdachte heeft daarnaast meerdere persoonsgegevens met andere onbevoegden gedeeld via de communicatieapps Telegram en Snapchat

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/041344-21

Vonnis van de meervoudige kamer van 28 januari 2022

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] , [woonplaats] ,
hierna: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 januari 2022. De verdachte is op die terechtzitting in persoon verschenen en heeft zich laten bijstaan door mr. E.M.C. van Nielen, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van de officier van justitie mr. R.E. Craenen en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair: in de periode van 24 januari 2021 tot en met 12 februari 2021 te ‘s-Gravenhage en/of Utrecht alleen of samen met anderen computervredebreuk heeft gepleegd en vervolgens persoonsgegevens heeft overgenomen uit het [naam database] -systeem;

subsidiair: in de periode van 24 januari 2021 tot en met 12 februari 2021 te ‘s-Gravenhage en/of Utrecht alleen of samen met anderen persoonsgegevens heeft overgenomen uit het [naam database] -systeem.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, maar verzoekt verdachte partieel vrij te spreken van het medeplegen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft partieel vrijspraak bepleit van het medeplegen van het ten laste gelegde. De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat vaststaat dat verdachte opzettelijk en wederrechtelijk heeft gehandeld, maar dat niet is gebleken dat hij dit samen met iemand anders heeft gedaan. Verdachte heeft foto’s gedeeld met een ander en gesproken over het verzamelen van foto’s, maar er is geen sprake van samenwerking in het wederrechtelijk binnendringen in het [naam database] -systeem of in het overnemen van foto’s.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak medeplegen

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het tenlastegelegde medeplegen. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt niet dat verdachte de tenlastegelegde handelingen samen met iemand anders heeft verricht. Verdachte heeft gegevens gedeeld met anderen maar er is geen sprake van samenwerking in het wederechtelijk binnendringen van het [naam database] -systeem of het overnemen van persoonsgegevens.

Bewezenverklaring 1

De rechtbank acht het primair aan verdachte tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen (integrale) vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte op de zitting van 14 januari 20222;

- de aangifte namens de [benadeelde]3;

- het proces-verbaal bevindingen aantreffen foto’s van database [naam database]4.

Bewijsoverweging

Met de strafbaarstelling in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht is aansluiting gezocht bij de bestaande strafbaarstelling betreffende huisvredebreuk. Een wachtwoord kan daarbij worden aangemerkt als een sleutel die de gebruiker toegang geeft tot het systeem of tot een deel daarvan. Wanneer de autorisatie die verleend is voor delen van het geautomatiseerde werk, wordt overschreden, kan een sleutel, door het onbevoegd gebruik maken daarvan, een valse sleutel worden.5

Het [naam database] -systeem is ontwikkeld voor de [benadeelde] ten behoeve van het maken van testafspraken, het uitvoeren van bron- en contactonderzoek omtrent Covid-19 besmettingen en het inplannen van afspraken voor vaccinaties. Het is een systeem dat toegankelijk is vanuit een webbrowser en valt daarmee te kwalificeren als een geautomatiseerd werk. Om toegang te krijgen tot het [naam database] -systeem moet gebruik gemaakt worden van een gebruikersnaam en een wachtwoord, waarover verdachte uit hoofde van zijn werk voor de [benadeelde] rechtmatig beschikte. Aan verdachte was deze toegang tot het [naam database] -systeem verschaft om, uitsluitend in het kader van de uitoefening van zijn werk enkel en alleen de gegevens in te zien van de personen met wie hij via de test- en vaccinatielijn contact had. De gegevens van personen die niet via de test- en vaccinatielijn met verdachte in contact werden gebracht, behoefde en behoorde verdachte niet in te zien.

Verdachte heeft bekend dat hij met aan hem verstrekte inloggegevens op meerdere dagen persoonsdossiers heeft geraadpleegd in het [naam database] -systeem en dat hij van de persoonsgegevens foto’s heeft gemaakt met als doel hier, naar eigen zeggen, € 1,- per persoonsdossier aan te verdienen. Verdachte heeft dus weliswaar geautoriseerd, maar onbevoegd ter zake van de gegevens meerdere personen die hij op eigen initiatief heeft opgezocht, zich opzettelijk en wederrechtelijk de toegang verschaft. Verdachte wist dat hij zich in een beveiligd systeem bevond en heeft doelbewust de beveiliging van dat systeem doorbroken, met een ander doel dan het uitvoeren van zijn werkzaamheden. Daarmee is sprake van wederrechtelijk binnendringen in een geautomatiseerd werk met behulp van een valse sleutel. Dat betekent dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan computervredebreuk.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op meer tijdstippen in de periode van 24 januari 2021 tot en met 12 februari 2021 te ’s-Gravenhage en/of Utrecht (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd werk, te weten een computersysteem van de [benadeelde] (het zogenaamde [naam database] -systeem), is binnengedrongen met behulp van een valse sleutel door het inloggen met een onrechtmatig gebruikt account en wachtwoord, althans met een ander doel dan waarvoor hem dat account en/of wachtwoord ter beschikking stond en waarvoor hem die toegang was toegestaan en vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk, waarin hij, verdachte, zich wederrechtelijk bevond, voor zichzelf en/of een ander heeft overgenomen, immers heeft hij, verdachte, (telkens) persoonsgegevens (zogenaamde persoonskaarten), althans (gevoelige) bedrijfsinformatie, overgenomen.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt en worden overgedragen door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vindt dat verdachte ernstige inbreuk heeft gemaakt op de privacy van personen en hij heeft daarmee ook het vertrouwen in de [benadeelde] geschaad. In een functie waarin verdachte een positieve bijdrage had kunnen leveren aan een maatschappelijk zeer ernstige situatie, heeft hij de keuze gemaakt om winstbejag te laten prevaleren boven de integriteit die van hem verwacht werd bij het vervullen van deze functie. Het effect van het handelen gaat verder dan schending van het vertrouwen van de personen van wie gegevens zijn overgenomen. De (ernst van de) zaak heeft ook publiciteit getrokken. De zaak heeft aldus het vertrouwen in de [benadeelde] (veel) breder aan kunnen tasten.

De officier van justitie heeft – na wijziging - gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 8 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht het jeugdstrafrecht toe te passen. De persoonlijkheid van verdachte en de omstandigheden waaronder het feit is begaan, geven volgens de raadsvrouw voldoende aanleiding om hier toepassing aan te geven. De reclassering adviseerde in februari 2021 met gebruikmaking van het Wegingskader ASR toepassing van het jeugdstrafrecht, terwijl in het voorlichtingsadvies van 22 oktober 2021 niet expliciet wordt ingegaan op de vraag of het jeugdstrafrecht aan de orde zou moeten zijn. De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat met name acht geslagen dient te worden op het rapport van februari 2021, omdat dit rapport beter gemotiveerd is en kort na de pleegdatum van het ten laste gelegde feit is opgesteld.

De raadsvrouw heeft verder verzocht verdachte een taakstraf op te leggen zonder de oplegging van bijzondere voorwaarden. Het is volgens de raadsvrouw onduidelijk waar het advies van de reclassering, inhoudende een behandeling bij De Waag, op is gebaseerd. De reclassering heeft ten tijde van de schorsing van de voorlopige hechtenis toezicht gehouden op het naleven van de schorsende voorwaarden door verdachte. Echter, zowel De Waag als de psycholoog van verdachte zijn tot de conclusie gekomen dat een behandeling bij De Waag niet (langer) passend is. Ook de toezichthouder schrijft in het voortgangsverslag van 9 januari 2022 dat verdachte aan de behandelverplichting heeft voldaan en dat dit doel is afgerond.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan computervredebreuk door buiten zijn bevoegdheid om in het [naam database] -systeem de gegevens van (tenminste) 795 personen in te zien. Verdachte heeft daarnaast meerdere persoonsgegevens met andere onbevoegden gedeeld via de communicatieapps Telegram en Snapchat . Verdachte heeft met zijn handelen op grote schaal ernstige inbreuk gemaakt op de privacy van de betrokken personen en daarmee ook het vertrouwen van en in de [benadeelde] geschaad, terwijl deze organisatie juist tijdens de coronacrisis een cruciale rol vervult in de bescherming van de samenleving en het zoveel mogelijk draaiende houden daarvan. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij op deze wijze misbruik heeft gemaakt van de bevoegdheden die hem waren toevertrouwd en hierbij enkel oog heeft gehad voor financieel gewin. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij op meerdere dagen zich schuldig heeft gemaakt aan computervredebreuk, onder andere op de dag van zijn aanhouding. Verdachte lijkt dan ook enkel door ingrijpen van politie en justitie te zijn gestopt.

Persoon verdachte

Uit een de verdachte betreffend uittreksel van de justitiële documentatie (strafblad) van 6 december 2021 blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. De rechtbank weegt dit in het voordeel, noch in het nadeel van verdachte mee.

De rechtbank heeft daarnaast kennis genomen van een rapport van de Reclassering Nederland van 22 oktober 2021, opgemaakt door T. Starrenburg , reclasseringsmedewerker. Hieruit volgt onder meer dat de reclassering van mening is dat verdachte niet goed heeft nagedacht over de gevolgen van zijn handelen. Verdachte is volgens de reclassering gebaat bij het leren omgaan met zijn manieren van doen, zijn houding en zijn psychisch functioneren, deze ondersteuning kan de volwassen reclassering hem bieden. Het advies is dan ook het volwassenstrafrecht toe te passen. De rechtbank heeft tevens kennis genomen van het voortgangsverslag van de Reclassering Nederland van 9 januari 2022 en van het e-mailbericht van de (behandelend) psycholoog van verdachte dat de raadsvrouw ter zitting heeft overgelegd. Hieruit volgt dat de psycholoog en De Waag tot hetzelfde standpunt zijn gekomen, namelijk dat verdachte aan zijn behandelverplichting heeft voldaan en dat een behandeling bij De Waag niet langer passend is.

Met betrekking tot de vraag of jeugd- dan wel volwassenenstrafrecht moet worden toegepast overweegt de rechtbank het volgende.

De verdachte was tijdens het plegen van het feit 18 jaar oud. Het strafrecht voor volwassenen is daarom in beginsel aan de orde. De rechtbank heeft bij jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht de mogelijkheid om het jeugdstrafrecht toe te passen, maar de rechtbank ziet in de persoon van de verdachte zelf of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan daar geen aanleiding voor.

De rechtbank volgt dan ook het advies van de reclassering van 22 oktober 2021 en past het strafrecht voor volwassenen toe.

Strafoplegging

Naar het oordeel van de rechtbank kan gezien de ernst van het feit niet enkel worden volstaan met een taakstraf. Vanwege de hiervoor genoemde persoonlijke omstandigheden, de positieve ontwikkeling die verdachte de afgelopen periode heeft doorgemaakt en de jeugdige leeftijd van verdachte heeft een forse taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf de voorkeur boven het ondergaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat de volgende straf passend en geboden is: een taakstraf voor de duur van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen met een proeftijd van 2 jaar.

De rechtbank ziet gelet op het voorgangsverslag van de reclassering van 9 januari 2022 en het e-mailbericht van de behandeld psycholoog van verdachte geen aanleiding om aan het voorwaardelijk deel bijzondere voorwaarden te koppelen.

BESLAG

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen laptop ( G643824 ) en iPhone ( G643822 ) verbeurd te verklaren, omdat vaststaat dat met deze goederen het ten laste gelegde feit is gepleegd.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht de laptop en de iPhone terug te geven aan verdachte, althans hem alle andere gegevens ter beschikking te stellen die zich in de telefoon bevinden. De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat verbeurdverklaring van deze goederen een bijkomende straf is en dat bij de oplegging wordt beoogd de veroordeelde in zijn vermogen te treffen. De waarde van het verbeurdverklaarde moet in verhouding staan tot de ernst van het delict, maar volgens de raadsvrouw zijn de goederen niet van grote waarde. Het zijn oude gegevensdragers waardoor verbeurdverklaring weinig zal bijdragen aan het doel om verdachte in zijn vermogen te treffen. Daarentegen zijn de goederen wel van grote emotionele waarde voor verdachte omdat er gegevens op staan die hij graag terug wil.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen iPhone met kenmerk G643822 en de laptop met kenmerk G643824 verbeurd verklaard dienen te worden, omdat met behulp van deze voorwerpen het ten laste gelegde feit is begaan. Ter zitting heeft de officier van justitie aangegeven dat er mogelijkerwijs nog specifieke bestanden, duidelijk aangeduid door de verdachte, eventueel gekopieerd kunnen worden ten behoeve van verdachte. De rechtbank hoeft daarom geen nadere beslissing te geven over de vooralsnog ongespecificeerde gegevens die verdachte terug zou willen en die zich op de in beslag genomen voorwerpen zouden bevinden.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 138ab van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het primair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstraf van 2 uren taakstraf per dag;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 120 dagen;

- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- als algemene voorwaarde geldt dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Beslag

- verklaart verbeurd:

o 1 STK computer ( G643824 );

o 1 STK telefoontoestel ( G643822 );

Voorlopige hechtenis

- heft op het – reeds geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, mrs. C. van de Lustgraaf en O. Böhmer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.T. van den Dool, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 januari 2022.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

Hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 januari 2021 tot en met 12 februari 2021 te ’s-Gravenhage en/of Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten computersyste(e)m(en) en/of server(s) van de [benadeelde] (het zogenaamde [naam database] -systeem), is/zijn binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid

te weten door het inloggen met een onrechtmatig gebruikt account en/of wachtwoord, althans met een ander doel dan waarvoor hem/hen dat account en/of wachtwoord ter beschikking stond en waarvoor hem/hen die toegang was toegestaan en hij en/of zijn mededader(s) vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk(en), waarin hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich wederrechtelijk bevond(en), voor zichzelf en/of een ander heeft/hebben overgenomen, afgetapt en/of opgenomen immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) persoonsgegevens (zogenaamde persoonskaarten), althans (gevoelige) bedrijfsinformatie, overgenomen;

( art 138ab lid 2 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 januari 2021 tot en met 12 februari 2021 te ’s-Gravenhage en/of Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk niet-openbare gegevens van de [benadeelde] , te weten persoonsgegevens (zogenaamde persoonskaarten), althans (gevoelige) bedrijfsinformatie, die waren opgeslagen door middel van (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten computersyste(e)m(en) en/of server(s) van de [benadeelde] (het zogenaamde [naam database] -systeem), voor zichzelf en/of voor een ander heeft/hebben overgenomen;

( art 138c Wetboek van Strafrecht )

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn, tenzij anders vermeld, als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 29 juni 2021, genaamd 03K2 - Deelonderzoek 1 / MDRDD21004 opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 213. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting.

3 Het proces-verbaal van aangifte van [A] , namens de [benadeelde] van 2 februari 2021, opgemaakt door [verbalisant 1] , p. 11-12.

4 Het proces-verbaal van bevindingen van 18 februari 2021, opgemaakt door [verbalisant 2] , p. 38-40.

5 Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 4 mei 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1514; Conclusie AG Parket bij de Hoge Raad, 31 augustus 2021, ECLI:NL:PHR:2021:777.