Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2022:52

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-01-2022
Datum publicatie
12-01-2022
Zaaknummer
16.279432.20 (P)
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 25-jarige man uit Tiel is veroordeeld voor stalking van zijn ex-partner en mishandeling van zijn ex-partner, vader en zus tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank vindt het belangrijk dat veroordeelde hulp krijgt en behandeld wordt. Een voorwaardelijk strafdeel geeft de mogelijkheid om bijzondere voorwaarden, gericht op hulpverlening, op te leggen. Daarnaast is aan veroordeelde een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, waarbij het hem verboden is om contact op te nemen met zijn ex-partner en zich in de buurt van haar woning te bevinden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16.279432.20 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 12 januari 2022

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1997] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] , [postcode] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 december 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van de officier van justitie mr. E.M. Ter Braak en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. S. Kriekaard, advocaat te Arnhem, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 4 tot en met 26 september 2020 te Tiel zijn echtgenote [slachtoffer 1] heeft mishandeld;

feit 2: in de periode van 26 september 2020 tot en met 4 november 2020 te Utrecht

[slachtoffer 1] heeft belaagd;

feit 3: op 29 april 2021 te Zaltbommel [slachtoffer 2] heeft mishandeld;

feit 4: op 4 mei 2021 te Zaltbommel [slachtoffer 2] heeft mishandeld;

feit 5: op 4 mei 2021 te Zaltbommel zijn vader, [slachtoffer 3] , heeft mishandeld.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde.

Hij betwist, kort gezegd, dat er, behalve de aangiftes, bewijsmiddelen zijn die de betrokkenheid van verdachte bij de verweten gedragingen ondersteunen.

Ten aanzien van het onder feit 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan. De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen1 van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Ten aanzien van feit 1

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft als volgt verklaard:

Wij zijn [2020] met elkaar getrouwd. Op zondag 6 september 2020 hadden wij onze koffers ingepakt omdat wij de volgende ochtend naar Turkije zouden gaan. Ik voelde dat [verdachte] mij een harde duw gaf waardoor ik op de grond viel. Ik probeerde een aantal keer op te staan en elke keer duwde [verdachte] mij weer terug op de grond.

Na ongeveer twee dagen in [plaatsnaam 1] kregen wij alweer ruzie. Dit was op zaterdag 26 september 2020. Ik zag en voelde dat [verdachte] mij begon te duwen. Ik voelde dat [verdachte] ook een keer hard aan mijn haar trok. Op het moment dat ik bij mijn auto stond voelde ik plotseling een harde schop tegen mijn rechterbeen ter hoogte van mijn knie. Deze schop was zo hard dat ik op de grond viel, ik voelde direct veel pijn. Er volgden een aantal harde schoppen tegen mijn rug. Ik draaide mij om omdat mijn rug heel erg pijn deed en zag en voelde dat [verdachte] bovenop mijn lichaam ging staan. [verdachte] bleef mij overal tegen mijn lichaam schoppen.2

Uit een verslag van de huisarts van aangeefster blijkt onder meer het volgende:

26-09-20: Meeste pijn R duim en benen, mn L knie;

29-09-20: Bloeduitstorting knie links, onderbeen re.

Drukpijn re-ribbenboog re en flink veel drukpijn o bovenbuik rechts

Multiple kneuzingen.3

Verbalisant [verbalisant 1] heeft als volgt verklaard:

Op zondag 6 september 2020 waren wij, verbalisant [verbalisant 1] en collega [verbalisant 5] , ter plaatse op de [adres] te [plaatsnaam 1] . Ik zag ook dat [slachtoffer 1] een blauwe plek op haar arm had zitten.4

De getuige [getuige] heeft als volgt verklaard:

Na het trouwen ging het mis. Hierna is [slachtoffer 1] mishandeld door [verdachte] . Ze heeft mij de blauwe plekken laten zien. Zo zag ik blauwe plekken op haar knieën en op haar voet. Ze had ook een plek bij haar hoofd.5

Ten aanzien van feit 2

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft als volgt verklaard:

De volgende dag, op 27 september 2020, kwam [verdachte] naar de woning van mijn oma. Ik zag dat [verdachte] bij de tuindeur van mijn oma stond. Later belde een vriendin van mij dat zij [verdachte] had zien staan in een paadje aan de [straatnaam] . Vanaf dat paadje heb je zicht op mijn flat aan de [straatnaam] en de woning van mijn oma. Zo’n twee dagen later zag mijn tante [verdachte] rijden door onze straat. [verdachte] belt mij nog elke nacht meerdere keren op.6

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft voorts verklaard:

Sinds die 4 oktober staat [verdachte] bijna elke dag bij mij in de straat, dat is de [straatnaam] . Hij zit dan meestal in zijn auto. Ook word ik soms door anderen gewaarschuwd dat hij er is, door buren of door mijn moeder. Een week geleden was ik buiten en zag ik hem staan. Hij stond toen met zijn auto in het gras naast de flat waar ik woon. Soms stapt hij ook uit de auto en loopt hij een rondje of zo.

Ik heb 7 bladzijden toegevoegd met screenshots waarop heel veel gemiste oproepen zijn te zien van een anoniem nummer. Die oproepen zijn van 4 en 5 oktober 2020. De 15 bladzijden die daarop volgen tonen screenshots van WhatsApp. Die zijn van 12 oktober 2020. De volgende 8 bladzijden laten afbeeldingen zien van Snapchat accounts waar [verdachte] gebruik van maakt om berichten naar me te sturen. De screenshots zijn van de dag van mijn aangifte, 4 oktober dus.7

De getuige [getuige] heeft als volgt verklaard:

Ik woon op de [straatnaam] te [plaatsnaam 3] maar ik slaap bij mijn moeder op de [straatnaam] te [plaatsnaam 3] . De [straatnaam] en de [straatnaam] liggen dicht bij elkaar. Het is ongeveer 1 minuut lopen. Sinds de relatie voorbij is tussen mijn dochter en [verdachte] valt hij ons lastig. Dat doet hij door met zijn auto hard door onze straat heen te rijden. Meestal duikt hij om de dag, in de avonduren, op.8

Verbalisant [verbalisant 2] verklaart als volgt:

Op dinsdag 29 september 2020, omstreeks 23:50 uur, werden wij gestuurd naar de [adres] te [plaatsnaam 3] . Ik, verbalisant [verbalisant 2] en politiefunctionaris [C] troffen ter plaatse een man aan die later na controle bleek te zijn: [verdachte] . Hierop hoorde ik dat hij zei dat zij ruzie gehad hebben waardoor [slachtoffer 1] hem heeft verlaten.9

Verbalisant [verbalisant 3] verklaart als volgt:

Hierna volgt een overzicht van de meldingen van stalking door verdachte [verdachte] , waarbij [verdachte] is staande gehouden door de politie.

29-09-2020: Aangever [slachtoffer 1] heeft 112 gebeld omdat [verdachte] voor de deur zou staan. Ter plaatse treffen de collega’s een geëmotioneerde [verdachte] aan.

22-10-2020: De wijkagent is ter plaatse geweest en heeft [verdachte] in zijn personenauto aangetroffen voor de woning van de oma van het slachtoffer. Hierna reed [verdachte] met hoge snelheid weg.

25-10-2020: Wederom een melding dat [verdachte] in de straat rijdt van het slachtoffer. [verdachte] wederom staande gehouden.10

Verbalisant [verbalisant 4] heeft als volgt verklaard:

Op maandag 26 oktober 2020 kreeg ik het verzoek van collega [verbalisant 3] om print screens te bekijken die zij toe gezonden heeft gekregen van aangeefster/slachtoffer [slachtoffer 1] .

Ik zag dat ze ‘gisteren’ 10x gebeld werd door anoniem. Ik zag dat de 40 gemiste oproepen allemaal een tijdstip hadden in de nachtelijke uren. Ik zag dat de print screens van de tekst verzendprogramma’s bestonden uit 7 verschillende programma’s/accounts/nummers. Ik zag dat gebruik werd gemaakt van de volgende nummers/accounts:

- [nummer/acccount]

- [nummer/acccount]

- [nummer/acccount]

- [nummer/acccount]

- [accountnaam op snapchat]

- [nummer/acccount]

- [nummer/acccount] .

Ik zag dat [nummer/acccount] 154 berichten had gestuurd naar de aangever. Ik zag dat [nummer/acccount] 19 berichten had gestuurd naar de aangever. Ik zag dat [nummer/acccount] 25 berichten had gestuurd naar de aangeefster. Ik zag dat [nummer/acccount] 4 berichten had gestuurd naar de aangever. Ik zag dat [accountnaam op snapchat] 23 berichten had gestuurd naar de aangeefster. Ik zag dat [nummer/acccount] 44 berichten had gestuurd naar de aangeefster. Ik zag dat [nummer/acccount] 2 berichten had gestuurd.

Ik heb de berichten gelezen die op de print screens stonden. Ik zag dat er op het ene moment onder andere het volgende werd gestuurd:

  • -

    Ga hotelsss pakkeee. Met boys e kk hoer. Voordat ik 5k op je kop zet. Ben je niet eens waard.

  • -

    Want je gaat nog heeeel goed beseffen wie k ben, je gaaat nog goeeeie spijt krijgen, dat je zo kk stoer deed en als een hoer deed gedragen de hele tijd.

  • -

    Je komt hier echt mee weg. Al krijg ik 20jaar schat. Je gaat zien wak doe. Zelfs [.] agenten worden betaald voor jullie. Hele fam, hahah. Ik maak jullie kapot net als dat jij mijn kapot hebt gemaakt.

  • -

    En hoop dat jij en die kanker hoerenma zullen branden in de hel inshallah!11

Verdachte heeft als volgt verklaard:

Mijn accountnaam op snapchat is [accountnaam op snapchat] .12

Bewijsoverweging

De verdachte heeft ten aanzien van dit ten laste gelegde feit aangevoerd dat zijn account [accountnaam op snapchat] is gehackt, dan wel dat de print screens die door aangeefster zijn overgelegd zijn gefotoshopt. De rechtbank heeft geconstateerd dat de strekking en de manier van spellen van woorden – zoals bijvoorbeeld het meerdere keren herhalen van de laatste letter van een woord – van het bericht van het account [accountnaam op snapchat] , waarvan verdachte heeft erkend dat dit van hem is, overeen komen met de berichten die vanaf de andere accounts aan aangeefster zijn verstuurd.

De rechtbank overweegt dat verdachte, mede in dit licht bezien, zijn verweer dat zijn account [accountnaam op snapchat] is gehackt, dan wel dat de print screens die door aangeefster zijn overgelegd zijn gefotoshopt, niet althans onvoldoende heeft onderbouwd. Het verweer wordt dan ook verworpen.

Ten aanzien van feit 3

Getuige [slachtoffer 2] (postcode plaats [postcode] [plaatsnaam 2] ) heeft als volgt verklaard:

Op donderdag 29 april 2021 waren wij aan het eten bij mij thuis. Dit was tijdens de ramadan en ook mijn broer [verdachte] was bij ons thuis. Totaal uit het niets gaf hij mij een klap in mijn gezicht. Het sloeg echt hard met open hand op mijn linker oor. Dit deed echt pijn.13

Getuige [slachtoffer 3] heeft als volgt verklaard:

Op donderdag 29 april 2021 zaten wij aan tafel voor het eten. Ik zag dat [verdachte] met zijn rechter, open hand, [slachtoffer 2] een klap gaf in haar gezicht. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 2] raakte op de linker kant van haar gezicht. dit ging echt met kracht.14

Ten aanzien van feit 4

Getuige [slachtoffer 2] (postcode plaats [postcode] [plaatsnaam 2] ) heeft als volgt verklaard:

Gister, dinsdag 4 mei 2021, is de hele situatie opnieuw geëscaleerd. Ik zag en voelde dat [verdachte] mij met kracht in mijn gezicht sloeg met de schoen. Dit deed echt pijn.15

Getuige [getuige] heeft als volgt verklaard:

Over dinsdag 4 mei kan ik u het volgende vertellen. Mijn dochter [slachtoffer 2] stond op de trap van de hal naar de eerste verdieping. [verdachte] had haar vast bij de kraag van haar trui met één (1) hand. In de andere hand zag ik dat [verdachte] iets vast had. Of dit een riem of een schoen was weet ik niet meer. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 2] meerdere keren sloeg met zijn hand dan wel het voorwerp in zijn hand. [verdachte] sloeg [slachtoffer 2] op haar hoofd. Dit ging echt met kracht.16

Ten aanzien van feit 5

Aangever [slachtoffer 3] (postcode plaats [postcode] [plaatsnaam 2] ) heeft als volgt verklaard:

Vandaag, dinsdag 4 mei 2021, was ik samen met mijn gezin aan het eten. Eén van mijn zonen is [verdachte] . Ik vroeg of hij weg wilde gaan. Hierop gaf hij mij een harde duw tegen mijn borst en sloeg hij mij, een harde klap me gebalde vuist tegen mijn borst. Hierna sloeg hij mij met gebalde vuist tegen mijn hoofd. Ik viel hierdoor achter over op de grond. Toen ik op de grond lag sloeg hij mij ook nog meerdere malen boven op mijn hoofd met

gebalde vuisten. Ik voelde pijn. Hij sloeg meerdere keren tegen mijn lichaam met de riem.17

Getuige [slachtoffer 2] heeft als volgt verklaard:

Gister, dinsdag 4 mei 2021, is de hele situatie opnieuw geëscaleerd. Ik zag mijn vader op de grond liggen. Ik zag dat [verdachte] boven op mijn vader zat. Ik zag dat mijn vader allemaal bloed in en over zijn gezicht had. Ik zag dat [verdachte] constant met zijn vuisten in het gezicht van mijn vader bleef slaan.18

Getuige [getuige] heeft als volgt verklaard:

Over dinsdag 4 mei kan ik u het volgende vertellen. Ik zag daar ineens mijn man op de grond liggen. Ik zag dat [verdachte] boven op mijn man zat. Ik zag dat [verdachte] maar op mijn man bleef inslaan. Dit ging echt met kracht. [verdachte] bleef maar met zijn vuisten op het hoofd van mijn man slaan.19

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Feit 1:

op tijdstippen in de periode van 04 september 2020 tot en met 26 september 2020 te [plaatsnaam 1] , zijn echtgenote, [slachtoffer 1] , heeft mishandeld door

  • -

    op 06 september 2020 die [slachtoffer 1] met kracht tegen het lichaam te duwen waardoor die [slachtoffer 1] ten val is gekomen en (vervolgens) die [slachtoffer 1] meerdere malen tegen de grond te duwen, en

  • -

    op 26 september 2020 die [slachtoffer 1] tegen het lichaam te duwen en aan de haren te trekken en met kracht tegen de knie te schoppen waardoor zij ten val is gekomen en vervolgensterwijl zij op de grond lag meerdere malen tegen de rug te schoppen, en vervolgens bovenop het lichaam van die [slachtoffer 1] te gaan staan en tegen het hoofd te slaan.

Feit 2:

op meerdere tijdstippen in de periode van 26 september 2020 tot en met 04 november 2020 te [plaatsnaam 3] , wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door

- die [slachtoffer 1] middels diverse social media-accounts veelvuldig, berichten te sturen, onder meer inhoudende de intimiderende en/of bedreigende teksten:

* "Ga hotelsss pakkeee, Met boys e kk hoer, Voordat ik 5k op je kop zet, Ben je niet eens waard",

* "Want je gaat nog heeeel goed beseffen wie k ben, je gaaat nog goeeeie spijt krijgen, dat je zo kk stoer deed en als een hoer deed gedragen de hele tijd",

* "Je komt hier echt mee weg, Al krijg ik 20jaar schat, Je gaat zien wa k doe, Zelfs [.] agenten worden betaald voor jullie, Hele fam, hahah, Ik maak jullie kapot net als dat jij mijn kapot hebt gemaakt", en

* "Hoop dat jij en die kanker hoerenma zullen branden in de hel inshallah!",

  • -

    op 04 oktober 2020 en/of 05 oktober 2020 die [slachtoffer 1] veelvuldig te bellen in de avond- en nachtelijke uren,

  • -

    zich meerdere malen voor de woning van die [slachtoffer 1] en/of haar familie te begeven, en

  • -

    meerdere malen opvallend met diens personenauto door de straat van die [slachtoffer 1] en/of haar familie te rijden en/of voor die woningen te parkeren en te blijven wachten,

(telkens) met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te dulden en/of vrees aan te jagen.

Feit 3:

op 29 april 2021 te [plaatsnaam 2] [slachtoffer 2] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 2] met kracht te slaan tegen haar oor.

Feit 4:

op 4 mei 2021 te [plaatsnaam 2] [slachtoffer 2] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 2] meermalen met kracht met een schoen te slaan op/tegen haar gezicht.

Feit 5:

op 4 mei 2021 te [plaatsnaam 2] zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat,

[slachtoffer 3] , heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 3]

  • -

    met kracht te duwen tegen zijn borst,

  • -

    met kracht met gebalde vuist te slaan tegen zijn borst,

  • -

    met gebalde vuist te slaan tegen zijn hoofd, waardoor voornoemde [slachtoffer 3] achter over op de grond viel,

  • -

    terwijl voornoemde [slachtoffer 3] op de grond lag meermalen met gebalde vuisten te slaan op zijn hoofd,

  • -

    meermalen met een riem te slaan tegen zijn lichaam.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Feit 1: mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn echtgenoot; meermalen gepleegd

Feit 2: belaging

Feit 3 en 4, telkens: mishandeling

Feit 5: mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn vader.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 180 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 132 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de (bijzondere) voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

Daarnaast vordert de officier van justitie, kort gezegd, aan verdachte een contact- en locatieverbod op te leggen met zijn ex-partner [slachtoffer 1] .

De officier van justitie heeft voorts gevorderd de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de strafmaat gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft ook gekeken naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling en stalking van zijn toenmalige echtgenote. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn zus en vader.

Door deze feiten heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en bij hen letsel veroorzaakt, terwijl verdachte, als partner, zoon en broer, de persoon zou moeten zijn bij wie een vrouw, zus en vader zich geborgen moeten kunnen voelen. Verdachte ontkent de aan hem tenlastegelegde feiten. Hij heeft er geen blijk van gegeven daadwerkelijk het laakbare van zijn handelswijze in te zien.

De persoon van verdachte

De rechtbank houdt ten nadele van verdachte rekening met het op naam van verdachte staand uittreksel justitiële documentatie van 17 november 2021, waaruit blijkt dat verdachte op 6 juni 2019 voor een soortgelijk feit is veroordeeld.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank verder rekening gehouden met een reclasseringsadvies van [instelling 1] van 9 juni 2021, opgesteld door [B] , reclasseringswerker.

Volgens de reclassering was er tijdens de gesprekken geen enkele vorm van zelfreflectie te constateren bij verdachte. Grenzen van andere mensen herkent hij vaak niet. Zijn inlevingsvermogen is gering. De leerbaarheid van verdachte is gering omdat hij voor zichzelf weinig tot geen verantwoordelijkheid ziet voor de relationele problemen en hij geen inzicht toont in de gevolgen die zijn gedrag heeft voor anderen. Tevens blijft hij vasthouden aan het eigen gelijk en toont hij praktisch geen bereidheid te luisteren naar de mening van een ander. Het is daarom zeer moeilijk om tot gedragsverandering te komen. Desondanks vindt de reclassering dat een reclasseringstraject op zijn plaats is, gelet op zijn nog jonge leeftijd, de

geconstateerde problematiek en het risico op recidive.

De voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst met ingang van 18 juni 2021 onder door de reclassering geadviseerde voorwaarden, waaronder:

  • -

    meldplicht bij de reclassering;

  • -

    ambulante behandeling door [instelling 2] ;

  • -

    een contactverbod met zijn ex-partner, vader, zus en jongere broer;

  • -

    een locatieverbod rond de woning van zijn ex-partner;

  • -

    meewerken aan schuldhulpverlening.

Strafoplegging

De rechtbank heeft gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen van huiselijk geweld aan recidivisten plegen te worden opgelegd en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder de oriëntatiepunten die rechters gebruiken bij de straftoemeting (LOVS) laten meewegen. De rechtbank ziet in de ernst en aard van de door verdachte gepleegde feiten aanleiding om hem een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte aanleiding om de straf deels voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank vindt het namelijk belangrijk dat verdachte hulp krijgt en behandeld wordt. Een voorwaardelijk strafdeel geeft de mogelijkheid om bijzondere voorwaarden, gericht op hulpverlening, op te leggen.

Alles overwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 131 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Aan het voorwaardelijke gedeelte van de straf verbindt de rechtbank de voorwaarden die door de reclassering in het kader van de schorsing van verdachte zijn opgelegd.

De rechtbank zal, gelet op de problematiek van verdachte in combinatie met de aard en ernst van het bewezen verklaarde, ter beveiliging van de maatschappij en ter bescherming en herstel van de leefomgeving van zijn ex-partner [slachtoffer 1] , aan verdachte een contactverbod opleggen. Op grond daarvan zal het verdachte gedurende de proeftijd niet toegestaan zijn om - direct of indirect - contact te hebben met [slachtoffer 1] .

De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregel op voor de duur van één jaar. Voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan, zal per overtreding vervangende hechtenis voor de duur van zeven dagen worden opgelegd, met een maximum van zes maanden.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 57, 285b, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder feit 1, feit 2, feit 3, feit 4 en feit 5 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 180 (honderdtachtig) dagen;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 131 (honderd eenendertig) dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- als algemene voorwaarden gelden dat verdachte:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

  • -

    zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd moet melden bij de [....] op het adres [adres] en zich blijft melden op afspraken met de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

  • -

    meewerkt aan diagnostiek en de daaruit voortvloeiende behandeling door [instelling 2] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;

  • -

    op geen enkele wijze - direct of indirect – contact heeft of zoekt met zijn vader de heer [slachtoffer 3] , geboren op [1969] , zijn zus mevrouw [slachtoffer 2] , geboren op [2003] en zijn jongere broer de heer [A] , geboren op [2001] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen of meewerken aan bewindvoering. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

  • -

    meewerkt aan ambulante hulverlening door [instelling 3] of een soortgelijke instelling, te bepalen door de reclassering;

  • -

    meewerkt aan het zoeken en vinden van een nuttige dagbesteding;

  • -

    de reclassering toestemming geeft om informatie in te winnen en te delen met instanties waarmee hij contact heeft in het kader van deze bijzondere voorwaarden en die nodig zijn om toezicht te kunnen uitoefenen op deze voorwaarden;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Vrijheidsbeperkende maatregel (38v)

- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 1 (één) jaar;

- beveelt dat verdachte

  • -

    zich onthoudt van contact met [slachtoffer 1] , geboren op [1995] ;

  • -

    zich niet ophoudt in een gebied binnen een straal 100 meter rond de woning op het adres [adres] te [plaatsnaam 2] ;

- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval verdachte niet aan de maatregel voldoet. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 7 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichting ingevolge de opgelegde maatregel niet op;

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Perrick, voorzitter, mr. A.J.P. Schotman en

mr. L.M.M. Heppe, rechters, in tegenwoordigheid van I.W.H.M. Verheijen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 januari 2022.

Mr. Schotman en mr. Heppe zijn buiten

staat dit vonnis mede te ondertekenen

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 04 september 2020 tot en met 26 september 2020 te Tiel, zijn echtgenote, [slachtoffer 1] , heeft mishandeld door

  • -

    op 06 september 2020 die [slachtoffer 1] een of meerdere malen met kracht tegen het lichaam te duwen waardoor die [slachtoffer 1] ten val is gekomen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] een of meerder malen tegen de grond te duwen, en/of

  • -

    op 26 september 2020 die [slachtoffer 1] een of meerdere malen tegen het lichaam te duwen, en/of aan de haren te trekken, en/of (met kracht) tegen de knie, althans de benen, te schoppen (waardoor zij ten val is gekomen), en/of (vervolgens) (terwijl zij op de grond lag) een of meerdere malen tegen de rug en/of het hoofd, althans het lichaam, te schoppen, en/of (vervolgens) bovenop het lichaam van die [slachtoffer 1] te gaan staan en/of een of meerdere malen tegen het hoofd, althans het lichaam, te slaan/stompen.

(Artikel art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 september 2020 tot en met 04 november 2020 te Utrecht, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door

- ( (op 04 oktober 2020) die [slachtoffer 1] middels diverse social media-accounts 271 keer, althans veelvuldig, berichten te sturen, onder meer inhoudende de intimiderende en/of bedreigende teksten:

* "Ga hotelsss pakkeee, Met boys e kk hoer, Voordat ik 5k op je kop zet, Ben je niet eens waard",

* "Want je gaat nog heeeel goed beseffen wie k ben, je gaaat nog goeeeie spijt krijgen, dat je zo kk stoer deed en als een hoer deed gedragen de hele tijd",

* "Je komt hier echt mee weg, Al krijg ik 20jaar schat, Je gaat zien wa k doe, Zelfs [.] agenten worden betaald voor jullie, Hele fam, hahah, Ik maak jullie kapot net als dat jij mijn kapot hebt gemaakt", en/of

* "Hoop dat jij en die kanker hoerenma zullen branden in de hel inshallah!",

  • -

    op 04 oktober 2020 en/of 05 oktober 2020 die [slachtoffer 1] 50 keer, in elk geval veelvuldig, te bellen in de avond- en nachtelijke uren,

  • -

    een of meerdere malen aan de moeder van die [slachtoffer 1] (Whatsapp)berichten(en) te sturen, onder meer inhoudende de intimiderende en/of bedreigende tekst: "Hoop dat je Eeuwig in de hel blijft, Waar de meeste vrouwen zullen zijn",

  • -

    zich een of meerdere malen voor de woning van die [slachtoffer 1] en/of haar familie te begeven, en/of

  • -

    een of meerdere malen (opvallend) met diens personenauto door de straat van die [slachtoffer 1] en/of haar familie te rijden en/of voor die woning(en) te parkeren en te blijven wachten,

(telkens) met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of

vrees aan te jagen.

(Artikel art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij, op of omstreeks 29 april 2021 te Zaltbommel [slachtoffer 2] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 2]

  • -

    (met kracht) te slaan op/tegen haar oor, althans haar gezicht,

  • -

    tegen/op haar te springen en/of (met kracht) te fixeren op de bank.

(Artikel art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij, op of omstreeks 4 mei 2021 te Zaltbommel [slachtoffer 2] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 2] (meermalen) (met kracht) (met een schoen, althans een voorwerp) te slaan op/tegen haar gezicht.

(Artikel art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

5.

hij, op of omstreeks 4 mei 2021 te Zaltbommel zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat, [slachtoffer 3] , heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 3]

  • -

    (met kracht) te duwen op/tegen zijn borst,

  • -

    (met kracht) (met gebalde vuist) te slaan op/tegen zijn borst,

  • -

    (met gebalde vuist) te slaan tegen zijn hoofd(, waardoor voornoemde [slachtoffer 3] achter over op de grond viel),

  • -

    (terwijl voornoemde [slachtoffer 3] op de grond lag) (meermalen) (met gebalde vuisten) te slaan op zijn hoofd,

  • -

    (meermalen) (met een riem) te slaan tegen zijn lichaam.

(Artikel art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 9 november 2020, genummerd PL0900-2020360357, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met 115, dan wel als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 6 mei 2021, genummerd PL0600-2021200336 (PV opheffing schorsing). Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 4 oktober 2020, pagina’s 3 t/m 7.

3 Een medische verklaring van 29 september 2020, pagina 8.

4 Een proces-verbaal van bevindingen van 6 oktober 2020, pagina 77.

5 Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 21 oktober 2020, pagina’s 15 t/m 17.

6 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 4 oktober 2020, pagina’s 3 t/m 7.

7 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 5 oktober 2020, pagina’s 10 t/m 12.

8 Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 21 oktober 2020, pagina’s 15 t/m 17.

9 Een proces-verbaal van bevindingen van 25 oktober 2020, pagina’s 20 en 21.

10 Een proces-verbaal van bevindingen van 26 oktober 2020, pagina’s 22 t/m 24.

11 Een proces-verbaal van bevindingen van 27 oktober 2020, pagina’s 25 t/m 27.

12 Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 7 november 2020, pagina’s 109 t/m 115.

13 Een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] van 5 mei 2021, pagina’s 12 t/m 14 (PV opheffing schorsing).

14 Een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 3] van 6 mei 2021, pagina’s 15 en 19 (PV opheffing schorsing).

15 Een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] van 5 mei 2021, pagina’s 12 t/m 14 (PV opheffing schorsing).

16 Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 21 oktober 2020, pagina’s 15 t/m 17.

17 Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] van 4 mei 2021, pagina’s 3 t/m 5 (PV opheffing schorsing).

18 Een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] van 5 mei 2021, pagina’s 12 t/m 14 (PV opheffing schorsing).

19 Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 21 oktober 2020, pagina’s 15 t/m 17.