Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2022:4622

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18-11-2022
Datum publicatie
18-11-2022
Zaaknummer
16/230238-21 (P)
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mallorcazaak. Uitgaansgeweld door groep Nederlandse jongeren tegen een andere groep Nederlandse jongeren op het Spaanse eiland Mallorca. Veroordeling voor het telkens openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Geen toepassing jeugdstrafrecht. Oplegging van een taakstraf van 150 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf zullen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden, te weten: een meldplicht bij de reclassering en gedragsinterventie agressiebeheersing. Strafmotivering groepsgeweld. Beslissingen op vorderingen benadeelde partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/230238-21 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 18 november 2022

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [2002] te [geboorteplaats] ,

wonende te [postcode] te [woonplaats] aan de [adres] ,

hierna te noemen: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 21 januari 2022, 4 februari 2022, 13 april 2022, 4 oktober 2022, 6 oktober 2022, 11 oktober 2022, 13 oktober 2022, 17 oktober 2022, 19 oktober 2022 en 4 november 2022.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officieren van justitie mr. A. Drogt, mr. M. Kamper en mr. B. Nitrauw (hierna gezamenlijk: de officier van justitie) en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. N. Hendriksen, advocaat te Hoorn, naar voren hebben gebracht. Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen:

  • -

    mr. B. Roodveldt, advocaat te Zaandam, namens de slachtoffers en benadeelde partijen [slachtoffer 4] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] ;

  • -

    mr. P.M. Breukink, advocaat te Arnhem, namens het slachtoffer en benadeelde partij [slachtoffer 2] ,

naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt erop neer dat verdachte:

feit 1 primair

op 14 juli 2021 te [plaats 1] in Spanje met een of meer ander(en) heeft geprobeerd [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven;

subsidiair

op 14 juli 2021 te [plaats 1] in Spanje met een of meer ander(en) heeft geprobeerd aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

feit 2

op 14 juli 2021 te [plaats 1] in Spanje, ter hoogte van [café 1] en/of [restaurant] ,

met een of meer ander(en), openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 1] , terwijl dit door hem gepleegde geweld zwaar/enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad bij [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] .

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1 tenlastegelegde. De officier van justitie acht het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen en heeft bij repliek vrijspraak gevorderd ten aanzien van de strafverzwarende omstandigheid dat het openlijk geweld enig dan wel zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad voor [slachtoffer 1] .

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 en onder 2 tenlastegelegde. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft de raadsman de rechtbank subsidiair verzocht om, in het geval van een veroordeling, verdachte vrij te spreken van de openlijke geweldpleging jegens [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] . Daarnaast heeft de raadsman verzocht verdachte vrij te spreken van de strafverzwarende omstandigheid dat dit openlijk geweld enig dan wel zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad voor [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] .

4.3

Het oordeel van de rechtbank

In dit vonnis wordt [café 1] aangeduid als “ [café 1] ” en de [restaurant] als “ [restaurant] ”.

Vrijspraak van de poging doodslag dan wel zware mishandeling van [slachtoffer 1]

(feit 1 primair en subsidiair)

Uit de waarnemingen van de rechtbank volgt dat verdachte weliswaar geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , maar dat – gelet op de aard van de door hem gepleegde geweldshandelingen en het moment waarop deze gedurende het totale geweld hebben plaatsgevonden – niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat sprake was van een (al dan niet voorwaardelijk) opzet op de dood.1 Van de ten laste gelegde poging tot doodslag en poging zware mishandeling zal verdachte daarom worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen 2 ten aanzien van:

Het openlijk geweld bij [café 1] (feit 2)

[slachtoffer 2] heeft volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van aangifte op 21 juli 2021 aangifte gedaan bij de politie en heeft daarbij zakelijk weergegeven het volgende verklaard, voor zover relevant voor het bewijs:

Plaats delict: [straat] , [plaats 1] , Mallorca

Pleegdatum: 14 juli 2021

Ik zag dat er opeens heel veel jongeren buiten voor [café 1] stonden. Die jongen, die eerder aan het bellen was, kwam dicht bij onze groep staan. Hij kwam heel intimiderend over. Ik heb hem toen een duw gegeven met een hand op zijn borst en gezegd dat hij niet zo dichtbij moest gaan staan. Voor dat ik het wist voelde ik een harde dreun in mijn gezicht links naast mijn neus en zag ik niets meer. Ik voelde toen nog een harde dreun rechts op mijn kaak en daarna nog een harde dreun weer op dezelfde plek als de eerste. Ik had het gevoel dat zij van alle kanten kwamen. Ik zag [slachtoffer 4] ook met zijn armen voor zijn gezicht staan. Hij werd ook aangevallen door die groep. Ik zag later dat ik ook een scheurtje in mijn linker neusvleugel had en dat ik een tand door mijn lip had. Mijn neus stond scheef. Ik heb deze zelf weer teruggezet toen ik voor de spiegel stond. Ik voelde toen een knak en mijn neus ging toen weer terug op zijn plek.3

[slachtoffer 4] heeft volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van aangifte op 5 augustus 2021 aangifte gedaan bij de politie en heeft daarbij zakelijk weergegeven het volgende verklaard, voor zover relevant voor het bewijs:

De avond van 13 juli 2021 waren wij in [café 1] in [plaats 1] Mallorca.4 Om 02.00 uur moest [café 1] dicht. [slachtoffer 2] was meteen naar buiten gekomen en kwam bij mij staan. Kennelijk was de rest van de groep van de jongens uit [plaats 2] toen ook daar gekomen. Er kwam een groep van acht à negen man op mij en [slachtoffer 2] afgerend. Ik werd meteen een keer of vier geslagen. Twee keer op mijn oogkas, één keer op mijn kin en één keer op mijn achterhoofd. Ik hield mijn armen voor mijn hoofd en liep snel naar achteren. Ik zag meteen dat [slachtoffer 2] twee à drie rake klappen vol op zijn neus kreeg. [slachtoffer 2] liep samen met mij naar achteren in een reflex. Zo snel als die groep aan kwam rennen, waren ze daarna ook weer weg.5

V: Hoe zag de jongen eruit die jou heeft geslagen?

A: Buitenlands uiterlijk, iets Marokkaans misschien; een tintje; donkerblauw of zwart Dsquared2 shirt aan met gele 1etters; 18 à 19 jaar; donker haar. Hij was ongeveer even lang als ik (1.80 meter6); redelijk dun gebouwd. Ik heb een blauw oog gehad. Bijlage 7: letsel aangever [slachtoffer 4] .7

[slachtoffer 4] is op 13 juni 2022 volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris als getuige gehoord en heeft daarbij zakelijk weergegeven het volgende verklaard, voor zover relevant voor het bewijs:

[verdachte] was met een van zijn vrienden bij de ingang van [café 1] . [slachtoffer 3] en ik stonden op misschien vijf, zes meter afstand. [verdachte] maakte uitdagende opmerkingen. Het ging over en weer tussen [verdachte] en [slachtoffer 3] . [medeverdachte 3] en [verdachte] – ik weet hun namen achteraf – en nog meer van hun vrienden stonden buiten.8

[getuige] is op 11 augustus volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige als getuige gehoord en heeft daarbij zakelijk weergegeven het volgende verklaard, voor zover relevant voor het bewijs:

V: Zou je in je eigen woorden willen vertellen wat er is gebeurd in de nacht van 13 juli 2021 op 14 juli 2021 in [plaats 1] te Mallorca?

A: Bij [café 1] kwamen wij [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] tegen. Ik zag dat [verdachte] richting de uitgang kwam. Ik zag en hoorde dat [verdachte] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] elkaar over een weer aan het uitdagen waren.9

[medeverdachte 6] is op 1 september 2021 volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte als verdachte gehoord en heeft daarbij zakelijk weergegeven het volgende verklaard, voor zover relevant voor het bewijs:

Iemand werd gebeld door [verdachte] , die had een klap op z'n achterhoofd gekregen van een paar gasten daar in die kroeg. Toen ben ik daar gelijk heen gegaan. Ik was als eerste daar bij [café 1] aangekomen en toen misschien een halve minuut later toen zag ik opeens andere vrienden van mij daar ook. Ik vroeg aan [verdachte] wie hem een klap had gegeven. Toen wees hij naar iemand.10

[medeverdachte 1] is op 4 augustus 2021 volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte als verdachte gehoord en heeft daarbij zakelijk weergegeven het volgende verklaard, voor zover relevant voor het bewijs:

V: hoe kreeg jij te horen dat er iets speelde?

A: een belletje en een bericht in de groepschat. [verdachte] belde. Hij zei: "Wij hebben ruzie. Die jongens staan ons op te wachten. Zij zijn eruit gezet door [B] maar zij staan buiten. Wij hebben jullie hulp nodig." Toen zijn wij, de jongens die in [café 2] zaten, daar allemaal heen gegaan; dus iedereen, behalve [A] , [medeverdachte 5] , [verdachte] en [C] , die waren al bij [café 1] .11

Het openlijk geweld bij [restaurant] (feit 2)

[slachtoffer 1] heeft volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van aangifte, op 21 juli 2021 aangifte gedaan bij de politie en heeft daarbij zakelijk weergegeven het volgende verklaard, voor zover relevant voor het bewijs:

In de nacht van 13 op 14 juli 2021 zijn wij naar [café 1] in [plaats 1] op Mallorca gegaan.12 Ik zag ik [slachtoffer 3] staan. Hij stond op ongeveer drie of vier meter van mij vandaan. Ik zag dat hij tegen zijn kin werd geslagen. Hij werd door meerdere personen tegen zijn gezicht geslagen. Ik zag dat hij direct hierop zijn armen voor zijn gezicht hield ter bescherming.13 Ik zag dat ongeveer vijf personen op mij af kwamen. Voor ik het wist werd ik van alle kanten geslagen. Ik weet niet eens waar ik allemaal werd geraakt. Ik heb mijzelf gelijk beschermd door mijn armen voor mijn gezicht te houden. Ik ben neergegaan. Ik denk dat ik even bewusteloos ben geweest. Wat ik mij vervolgens herinner is dat ik tegen mijn benen werd geschopt. Het lukte mij om op te staan en ik weet dat ik mij heb verweerd door ook iemand van de anderen te slaan, maar ik weet niet eens of ik deze persoon heb geraakt. Ik weet ook dat er met een stoel is gegooid. Ik ben vervolgens weer geslagen en weer onderuit gegaan. Vanaf dat moment kan ik mij niets meer herinneren. Op het moment dat ik bijkwam was de andere partij weg. Ook mijn neus deed pijn en ik had een opgezwollen enkel. Ik toon u een foto van mijn gezicht vlak nadat het was gebeurd.14 Ook kan ik vertellen dat ik nog enkele blauwe plekken heb op mijn beide armen.15

[slachtoffer 3] heeft volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van aangifte, op 11 augustus 2021 aangifte gedaan bij de politie en heeft daarbij zakelijk weergegeven het volgende verklaard, voor zover relevant voor het bewijs:

In de nacht van 13 op 14 juli was ik in [café 1] aan de [straat] in [plaats 1] Mallorca gegaan.16 Ik stond tussen [café 1] en [restaurant] , maar meer richting [restaurant] . Ik stond met [slachtoffer 1] . Ik zag dat er links een groep jongens aan kwam lopen in onze richting. Ik herkende hiertussen die [verdachte] weer. Zij kwamen vanaf de weg en liepen recht op ons af. Zij waren met ongeveer vier of zes jongens. Mijn aandacht ging vooral naar [verdachte] uit. Er liep een jongen tussen. Hij was een kop kleiner dan ik. Hij droeg zwart T-shirt met gele letters, had kort zwart opgeschoren haar. Hij leek een Marokkaanse of Turkse afkomst te hebben. Hij liep recht op mij af en ik zag en voelde dat met zijn hand of vuist mij in mijn gezicht sloeg. Ik voelde direct een stekende pijn in mijn neus. Ik liep vervolgens naar achter en voelde nog steeds dat ik klappen kreeg. Ik kon niet verder omdat er een stapel stoelen stond. Ik kwam er tegenaan. Ik voelde pijn aan de linkerkant van mijn hoofd, achter mijn oor. Ik zag niet wie dit deed. Ik had mijn ogen dicht en beschermde mijn gezicht door mijn armen voor mijn hoofd te houden. Terwijl dit gebeurde kon ik een kort moment tussen mijn armen door naar rechts kijken en zag [slachtoffer 1] . Ik zag hem staan en zag dat een jongen die mij sloeg naar [slachtoffer 1] liep en hem ook sloeg. Het volgende moment dat ik weer kon kijken naar [slachtoffer 1] , zag ik dat hij op de grond lag en zag ik een stoel in de richting van [slachtoffer 1] vliegen, terwijl hij dus op de grond lag. Daarna werd ik met rust gelaten.17

Van de gebeurtenissen voor de [restaurant] bevinden zich camerabeelden in het procesdossier.18 De rechtbank neemt op deze beelden – voor zover relevant voor het bewijs – het volgende waar:

Op 1:44:18 staan [medeverdachte 1] en [slachtoffer 3] tegenover elkaar. Achter/naast [medeverdachte 1] staan [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] , [verdachte] en [medeverdachte 3] . [slachtoffer 1] staat naast [slachtoffer 3] ;

Op 1:44:22 geeft [verdachte] (vanachter [medeverdachte 1] ) [slachtoffer 3] een klap op zijn gezicht. [slachtoffer 3] wankelt naar achteren en beweegt zich vervolgens naar voren richting [verdachte] . [slachtoffer 3] wordt vervolgens tegen zijn hoofd/gezicht geslagen door [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] . [medeverdachte 6] beweegt ook in zijn richting. [slachtoffer 3] valt achteruit richting gestapelde stoelen. [slachtoffer 3] wordt vervolgens nog steeds geslagen door [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] . [medeverdachte 5] beweegt richting [slachtoffer 3] . [slachtoffer 1] slaat [medeverdachte 5] op zijn achterhoofd. [medeverdachte 5] valt naar achteren en trekt [slachtoffer 3] mee.

Op 1:44:27 valt [slachtoffer 3] op de grond.

Op 1:44:28 valt [slachtoffer 1] op de grond.

[medeverdachte 5] maakt vervolgens een schoppende beweging in de richting van de opstaande [slachtoffer 3] . [medeverdachte 1] slaat en [medeverdachte 4] schopt de op de grond liggende [slachtoffer 1] .

Op 1:44:31 komt [slachtoffer 1] overeind. Hij wordt dan geslagen door [medeverdachte 1] en er wordt naar hem geschopt door [medeverdachte 6] , [verdachte] en [medeverdachte 5] . [slachtoffer 1] valt weer op de grond en wordt dan geschopt door [medeverdachte 4] . [slachtoffer 1] krabbelt weer op en wordt dan geslagen door [medeverdachte 3] . Terwijl [slachtoffer 1] overeind blijft, wordt er gelijktijdig van drie verschillende kanten naar hem geslagen door [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] .

Op 1:44:33 loopt [medeverdachte 2] richting het gevecht.

Op 1:44:35 komt [medeverdachte 3] van opzij en geeft [slachtoffer 1] een harde klap in het gezicht. [slachtoffer 1] wankelt en wordt vervolgens van verschillende kanten geslagen door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] . [medeverdachte 2] maakt een slaande beweging richting [slachtoffer 1] .

Op 1:44:37 valt [slachtoffer 1] achterover op de grond. Terwijl [slachtoffer 1] op de grond ligt maakt [medeverdachte 1] achtereenvolgens met zijn linkervoet een stampende en met zijn rechtervoet een schoppende beweging richting het hoofd van [slachtoffer 1] . Vervolgens geeft [medeverdachte 5] twee trappen tegen de benen van de op de grond liggende [slachtoffer 1] . Bij de eerste trap stampt hij met kracht tegen het onderbeen van [slachtoffer 1] .

Op 1:44:39 vliegt van rechts een stoel door het beeld. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] worden door [medeverdachte 7] weggeleid van de op de grond liggende [slachtoffer 1] .

[verdachte] is op 15 september 2021 volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte als verdachte gehoord en heeft daarbij zakelijk weergegeven het volgende verklaard, voor zover relevant voor het bewijs:

O: aan verdachte is een compilatie getoond.

V: wat zie jij van jezelf?

A: ja dat ik iemand een klap geef in z’n gezicht en daarna een schop.19

Bewijsoverwegingen ten aanzien van:

Vrijspraak ten aanzien van [slachtoffer 5]

Door [slachtoffer 5] is aangifte gedaan van (openlijk) geweld voor [café 1] en [restaurant] , maar de rechtbank kan – net als de officier van justitie en de raadsman – op basis van de inhoud van het procesdossier niet goed plaatsen wanneer, waar, hoe en door wie er geweld tegen haar is gebruikt. Verdachte zal dan ook van openlijk geweld tegen [slachtoffer 5] worden vrijgesproken nu niet kan worden vastgesteld dat hij daaraan een significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd.

Splitsing geweld [café 1] en [restaurant]

Aan verdachte is het geweld bij [café 1] en [restaurant] ten laste gelegd als één feitelijk geheel. De rechtbank ziet dit anders en verwijst hierbij naar de verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [medeverdachte 3] .20 Hieruit volgt dat er eerst openlijk geweld heeft plaatsgevonden voor [café 1] , waarbij [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] werden geslagen. Na deze klappen was dit geweld voorbij en liepen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] weg. Korte tijd daarna ontstond er opnieuw geweld, dit keer voor [restaurant] , tegen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] . De rechtbank wijst ook op de camerabeelden van de gebeurtenissen voor [restaurant] . Uit die beelden en de daarbij weergegeven tijdsaanduidingen volgt ook dat de confrontatie voor [restaurant] pas begint, geruime tijd nádat de groep van verdachte richting [café 1] loopt en ook enige tijd nádat [slachtoffer 2] , kennelijk gewond, uit de richting van [café 1] komt.21 Het geweld heeft kortom plaatsgevonden op twee verschillende momenten, op twee verschillende plekken, met andere slachtoffers en deels met andere daders. Dit maakt dat er naar het oordeel van de rechtbank sprake is van twee afzonderlijke gebeurtenissen en dat zij voor iedere gebeurtenis ook afzonderlijk zal beoordelen of er sprake was van deelname aan openlijk geweld.

Het openlijk geweld bij [café 1] (feit 2)

Uit het procesdossier blijkt dat verdachte met een deel van de groep met wie hij op vakantie was en de groep van aangevers die avond in [café 1] aanwezig was. Vanwege de coronamaatregelen was het verplicht om op een stoel te zitten. Op een bepaald moment ontstond er een discussie over van wie een bepaalde stoel was tussen een deel van de groep van verdachte en de groep van aangevers.22 Dit leidde er uiteindelijk toe dat verdachte werd geduwd door [slachtoffer 4] en daarna een klap kreeg van [slachtoffer 3] . Hierop werd [slachtoffer 4] [café 1] uitgezet. [slachtoffer 3] ging met hem mee.

Vervolgens blijkt uit het procesdossier dat er door onder andere verdachte en [A] contact werd gezocht met de rest van de groep van verdachte, die zich op dat moment in [café 2] bevond.23 Er werd hen verteld dat verdachte was geslagen en hen werd gevraagd naar [café 1] te komen, om de andere groep “een lesje te leren”. Hierop is de rest van de groep naar [café 1] gegaan. In de tussentijd bleven verdachte, en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] elkaar uitdagen.

Op het moment dat de rest van de groep van verdachte aankwam bij [café 1] stonden het andere deel van hun groep en de groep van aangevers buiten. Verdachte heeft vervolgens [slachtoffer 3] aangewezen als degene die hem eerder een klap gaf. Hierop ging een aantal jongens, waaronder verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] , dicht op de groep van aangevers staan.24 Op het moment dat aangevers hierop reageerden door hen van zich af te duwen, begon de groep van verdachte aangevers aan te vallen. Hierbij werd [slachtoffer 2] meerdere keren door medeverdachte [medeverdachte 3] in het gezicht geslagen, waaronder minimaal één keer vol op zijn neus, en werd [slachtoffer 4] een aantal keer door medeverdachte [medeverdachte 1] in het gezicht geslagen.

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte zich samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] schuldig heeft gemaakt aan openlijk geweld tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] . Verdachte heeft een leidende rol gehad in het ontstaan van het gevecht en een fysieke bijdrage geleverd door dicht tegen de groep van aangevers aan te gaan staan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het gepleegde openlijk geweld bij [café 1] .

Het openlijk geweld bij [restaurant] (feit 2)

De bewijsmiddelen leiden tot de volgende conclusies.

Verdachte heeft zich samen met medeverdachten [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 3] , en [medeverdachte 5] schuldig gemaakt aan openlijk geweld tegen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] . Het geweld is begonnen met een klap van verdachte aan [slachtoffer 3] , waarna het geweld zich voortzette tegen [slachtoffer 3] en vervolgens ook tegen [slachtoffer 1] . Beide slachtoffers zijn geslagen en/of gestompt, zijn geduwd en/of getrokken, zijn tegen de grond gewerkt en zijn geschopt. Ook is er met een stoel gegooid. Verdachte heeft aan dit in vereniging gepleegde geweld een significante en wezenlijke bijdrage geleverd: hij heeft immers [slachtoffer 3] geslagen en naar [slachtoffer 1] geschopt en geslagen.

Het verweer dat verdachte slechts een enkele klap heeft gegeven, die op zichzelf staat en geen onderdeel is van een openlijke geweldpleging, wordt verworpen. Dit alleen al omdat dit strijdig is met de bewijsmiddelen; uit de waarnemingen volgt immers dat verdachte zich ook ná die klap aan [slachtoffer 3] nog in het geweld heeft gemengd en in de richting van [slachtoffer 1] heeft geslagen en geschopt.

Aan het voorwaardelijk verzoek dat door de verdediging in verband met dit laatste is gedaan, komt de rechtbank niet toe. De voorwaarde is immers niet vervuld, nu de rechtbank niet de duiding door de verbalisant, maar haar eigen waarneming voor het bewijs gebruikt.

Letsel [slachtoffer 1]

Nu uit de waarnemingen van de rechtbank niet volgt óf en zo ja, waar, verdachte [slachtoffer 1] heeft geraakt kan niet worden bewezen dat het door hem gepleegde geweld letsel bij [slachtoffer 1] tot gevolg heeft gehad. Van dit onderdeel van de tenlastelegging zal verdachte daarom worden vrijgesproken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 2
op 14 juli 2021 te [plaats 1] in Spanje, openlijk, te weten op de [straat] ter hoogte van [café 1] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] door voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] te duwen en te trekken en met de vuist te stompen en te slaan op en/of in de richting van en/of tegen het hoofd

en

op 14 juli 2021 te [plaats 1] in Spanje, openlijk, te weten op de [straat] ter hoogte van [restaurant] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] door voornoemde [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] te duwen en te trekken en naar de grond toe te brengen en met de vuist te stompen en te slaan en te schoppen en/of te trappen op en/of in de richting van en/of tegen het hoofd en het (boven)lichaam en met een stoel te gooien in de richting van voornoemde slachtoffers en andere personen.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

feit 2

(bij [café 1] )

het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

en

(bij [restaurant] )

het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een taakstraf van 150 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 75 dagen hechtenis.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) op te leggen, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer 2] , [E] , [F] , [G] en [H] voor de duur van vijf jaren.

De officier van justitie heeft gevorderd de vrijheidsbeperkende maatregel en het uit te oefenen toezicht (door de politie) dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht verdachte een (voorwaardelijke) taakstraf op te leggen voor de duur van 60 uren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de raadsman de rechtbank verzocht om bij het bepalen van de strafmaat aansluiting te zoeken bij soortgelijke zaken en de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), rekening te houden met de leeftijd en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de bovengemiddelde media aandacht voor deze zaak. Ten slotte heeft de raadsman de rechtbank verzocht rekening te houden met het beleid omtrent het verstrekken van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) aan jongeren.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van één en ander ter terechtzitting is gebleken. Meer in het bijzonder geldt het volgende.

De aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijk geweld. Hij is op twee verschillende momenten betrokken geweest bij geweldpleging, waarbij in totaal vier slachtoffers betrokken waren. Verdachte heeft in [café 1] , nadat hij betrokken was geweest bij onenigheid over stoelen met een andere groep waarvan de vier slachtoffers deel uitmaakten, een klap gekregen. Twee van de jongens van de andere groep, [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] , zijn daarop [café 1] uitgezet of uitgegaan en zijn buiten blijven wachten. Verdachte heeft vervolgens gebeld naar vrienden die in een andere gelegenheid waren en heeft gezegd dat ze opgewacht werden. Vanuit [café 1] is door een vriend van verdachte ook een appje naar diezelfde vrienden gestuurd met de strekking dat zij moesten komen omdat een aantal jongens “een lesje moest worden geleerd”.

Toen die vrienden waren gearriveerd heeft verdachte de jongens van de andere groep aangewezen, waarna twee van hen, [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] , zijn geslagen door medeverdachten. [slachtoffer 2] heeft daarbij een gebroken neus opgelopen.

Korte tijd later is het voor [restaurant] , naast [café 1] , tot een confrontatie gekomen tussen de groep van verdachte en de twee andere slachtoffers, [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] . Verdachte heeft toen de eerste klap uitgedeeld aan [slachtoffer 3] . Daarna heeft de groep van verdachte zich eerst op [slachtoffer 3] en vervolgens op [slachtoffer 1] gestort. Beiden zijn geschopt en geslagen, ook nadat ze op de grond terecht waren gekomen. Een medeverdachte heeft [slachtoffer 1] naar zijn hoofd geschopt. [slachtoffer 1] is buiten bewustzijn op de grond achtergebleven. Verdachte heeft dit geweld niet alleen met zijn eerste klap geïnitieerd, maar heeft daaraan ook daarna nog een bijdrage geleverd door naar [slachtoffer 1] te schoppen en te slaan.

De rechtbank is van oordeel dat met name het openlijk geweld voor [restaurant] zeer ernstig is. Op de beelden is te zien dat er door verdachte en zijn medeverdachten fors geweld wordt gebruikt. [slachtoffer 1] wordt op een gegeven moment door zes personen tegelijk belaagd en is feitelijk een speelbal van de van verschillende kanten komende klappen en schoppen. Hij belandt ook meermalen op de grond, probeert dan weer op te staan, maar wordt dan weer geschopt en geslagen waarna hij opnieuw op de grond valt. Verdachte heeft ook aan dit extreme geweld tegen [slachtoffer 1] bijgedragen.

Geweld in het uitgaansleven komt helaas vaker voor. De door de officier van justitie gevorderde en door de raadsman bepleite straffen lijken ook de LOVS-oriëntatiepunten voor openlijk geweld als uitgangspunt te nemen. De rechtbank overweegt echter dat in het bijzonder de intensiteit van het geweld voor [restaurant] , zoals dat te zien is op de camerabeelden, reden is om van die oriëntatiepunten af te wijken. Een op zichzelf onschuldig incident over een stoel is hier ontaard in heftig geweld, waarna uiteindelijk vier slachtoffers gewond zijn achtergebleven. Eén was zelfs buiten bewustzijn, van een ander stond de neus volgens getuigen ongeveer 90 graden scheef.

De reden voor dit excessieve geweld is niet goed duidelijk geworden. [slachtoffer 3] had verdachte een klap gegeven in [café 1] , maar dat was al opgelost door het personeel van [café 1] . Waarom geruime tijd daarna dan [slachtoffer 3] , maar ook [slachtoffer 4] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] nog in elkaar geslagen moesten worden door jongens waarvan het merendeel er in [café 1] niet eens bij was, is een raadsel gebleven. Er zijn door verdachte en medeverdachten woorden als “verhaal halen”, “uitpraten” en “vrienden helpen” gebruikt, maar wie er nu geholpen moest worden, blijkt niet. En “verhaal halen” en “uitpraten” blijken in deze rechtszaak vaak synoniemen voor vechten.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet volstaan kan worden met uitsluitend een taakstraf, zoals gevorderd en bepleit. Om de ernst van het feit te benadrukken en om aan verdachte – maar ook aan anderen – duidelijk te maken dat dergelijk groepsgeweld niet wordt getolereerd, moet ook een vrijheidsstraf worden opgelegd.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 13 december 2021 betreffende verdachte. Daaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 4 mei 2022, opgemaakt door [D] , reclasseringswerker bij [instelling 1] . De reclassering

schat het recidive risico in als laag, de letselschade als gemiddeld en de risico op het onttrekken aan eventuele op te leggen voorwaarden als laag. Verdachte is first-offender, kwam niet eerder in beeld bij de politie en is op een positieve wijze met zijn toekomst bezig. Dergelijke factoren hebben een gunstig effect op de kans op recidive. De reclassering ziet risico’s ten aanzien van het alcoholgebruik van verdachte in combinatie met uitgaanssituaties waar een verhoogde kans op conflicten bestaat. De reclassering sluit niet uit dat ook groepsdruk een risicofactor is. Verdachte toont volgens de reclassering weinig inzicht in de risico verhogende factoren. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering en gedragsinterventie agressiebeheersing.

Het volwassenenstrafrecht

Verdachte was ten tijde van het plegen van de strafbare feiten achttien jaar oud, zodat in beginsel het volwassenenstrafrecht van toepassing is. Op grond van artikel 77c Sr is het mogelijk om bij jongvolwassenen tussen de 16 en 23 jaar af te wijken van die hoofdregel en toepassing te geven aan het jeugdstrafrecht. De persoonlijkheid van een verdachte of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan moeten daarvoor dan aanleiding geven.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat deze uitzondering is ingevoerd om toepassing van het sanctiestelsel voor jeugdigen bij jongvolwassenen te bevorderen, wanneer dit, gelet op de ontwikkelingsfase van de jongvolwassene, de meest effectieve manier is om het gedrag in gunstige zin te beïnvloeden. Het doel daarbij is om zo ook de adolescent te stimuleren een verantwoorde rol in de samenleving op zich te nemen. Er wordt daarbij voornamelijk gedacht aan jongvolwassen verdachten van ernstige misdrijven, die als veelpleger te boek staan en die bijzonder kwetsbaar zijn. In die gevallen is er mogelijk sprake van een (forse) vrijheidsbenemende straf, waarbij de tenuitvoerlegging onder het jeugdrecht afwijkt van het volwassenenstrafrecht. Een belangrijk verschil daarbij is dat binnen een justitiële jeugdinrichting (JJI) een pedagogische aanpak mogelijk is. Ook kan er in de hiervoor genoemde gevallen eerder sprake zijn van oplegging van een maatregel met behandeling, waarvoor het jeugdrecht andere mogelijkheden biedt dan het volwassenenstrafrecht.

Dit is het uitgangspunt zoals die op dit moment geldt en door de rechtbank zal worden gehanteerd.

De rechtbank ziet geen aanleiding om in [café 1] van verdachte het jeugdstrafrecht toe te passen. De indruk van verdachte zoals die ter zitting naar voren is gekomen en zoals die ook uit het reclasseringsadvies blijkt, is die van een jongvolwassene die thuis woont, maar ook een zelfstandig leven leidt met een afgeronde studie en op dit moment meerdere banen. In het reclasseringsrapport is verder benoemd dat er geen aanwijzingen zijn voor een verstandelijke beperking of een stoornis. Er wordt ook geen specifieke behandeling of maatregel uit het jeugdstrafrecht geadviseerd. Gelet op het voorgaande valt niet in te zien waarom, specifiek in [café 1] van verdachte, het sanctiestelsel van het jeugdstrafrecht de meest effectieve manier zou zijn om het gedrag van verdachte te beïnvloeden. Het volwassenenstrafrecht is daarom van toepassing.

De straf

Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf van 150 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden. Aan die voorwaardelijke gevangenisstraf zullen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden, te weten: een meldplicht bij de reclassering en gedragsinterventie agressiebeheersing.

Door de raadsman is nog betoogd dat in strafmatigende zin rekening zou moeten worden gehouden met de media-aandacht in deze zaak. Inderdaad kan worden vastgesteld dat de gebeurtenissen van 14 juli 2021 op Mallorca veel aandacht hebben gekregen. Dit is echter, gelet op de omstandigheden rond deze zaak en in de huidige tijd van social media, haast onvermijdelijk en vormt op zichzelf geen grond voor strafvermindering. De rechtbank wijst er in dit verband op dat ook verdachte zelf via Snapchat beelden die verband hielden met het geweld heeft gedeeld. De raadsman heeft ook niet onderbouwd welke specifieke nadelige gevolgen de media-aandacht voor verdachte heeft gehad.

De rechtbank ziet, alleen al gelet op wat hiervoor is overwogen over de ernst van de feiten, ook geen aanleiding te overwegen dat de veroordeling geen beletsel hoeft te zijn voor de afgifte van een VOG.

Geen vrijheidsbeperkende maatregel

De rechtbank ziet geen aanleiding de door de officier van justitie gevorderde vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. Voor zover die vordering ziet op contactverboden met [E] , [F] , [G] en [H] , moet zij berusten op een vergissing; het feit waarvan zij slachtoffer zijn is immers niet aan verdachte ten laste gelegd. Voor zover de vordering ziet op [slachtoffer 2] , geldt dat niet is gebleken dat deze maatregel noodzakelijk is ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten.

9 BESLAG

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot teruggave van de in beslag genomen kleding aan verdachte.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van het beslag geen standpunt ingenomen.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

  • -

    1 STK Schoenen (omschrijving/goednummer: PL0900-2021230390-G2876223);

  • -

    1 STK Schoenen (omschrijving/goednummer: PL0900-2021230390-G2876224);

  • -

    1 STK Broek (omschrijving/goednummer: PL0900-2021230390-G2876225);

  • -

    1 STK Broek (omschrijving/goednummer: PL0900-2021230390-G2876226);

  • -

    1 STK Shirt (omschrijving/goednummer: PL0900-2021230390-G2877712).

10 BENADEELDE PARTIJEN

Slachtoffers hebben zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. Zij hebben de rechtbank verzocht om hoofdelijke toewijzing van hun vordering, en deze te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade. Daarnaast is verzocht de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr aan verdachte op te leggen.

10.1

De vorderingen

10.1.1

Slachtoffers ‘ [café 1] ’

[slachtoffer 2]

vordert een bedrag van in totaal € 3.146,93 (€ 646,93 materieel en € 2.500,- immaterieel). Dit bedrag bestaat uit:

  • -

    Medische kosten € 130,-;

  • -

    Reis- parkeerkosten naar KNO-arts € 141,93;

  • -

    Kosten bebloede kleding € 125,-;

  • -

    Eigen risico rechtsbijstandsverzekering € 250,-;

  • -

    Immateriële schade € 2.500,-.

[slachtoffer 4]

vordert een bedrag van in totaal € 2.702,50 (€ 862,50 materieel, € 1.750,- immaterieel en € 90,- proceskosten). Dit bedrag bestaat uit:

- Gederfde inkomsten € 862,50;

  • -

    Immateriële schade € 1.750,-;

  • -

    Reiskosten naar de rechtbank € 90,-.

10.1.2

Slachtoffers ‘ [restaurant] ’

[slachtoffer 1]

vordert een bedrag van in totaal € 3.702,46 (€ 572,46 materieel, € 3.000,- immaterieel en € 130,- proceskosten). Dit bedrag bestaat uit:

  • -

    Reiskosten naar ziekenhuis Mallorca € 45,66;

  • -

    Ziektekosten € 385,-;

  • -

    Reiskosten naar ziekenhuis Nederland € 22,80;

  • -

    Horloge € 119,-;

  • -

    Immateriële schade € 3.000,-;

  • -

    Reiskosten naar de rechtbank € 130,-.

[slachtoffer 3]

vordert een bedrag van in totaal € 1991,20 (€ 150,- materieel, € 1.750,- immaterieel en € 91,20 proceskosten). Dit bedrag bestaat uit:

  • -

    Beschadigde kleding € 150,-;

  • -

    Immateriële schade € 1.750,-;

  • -

    Reiskosten naar de rechtbank € 91,20.

10.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verschillende standpunten ingenomen ten aanzien van de vorderingen. De rechtbank zal hierop, voor zover nodig, hierna ingaan.

10.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verschillende verweren gevoerd tegen de vorderingen. De rechtbank zal hierop, voor zover nodig, hierna ingaan.

10.4

Het oordeel van de rechtbank

Groepsaansprakelijkheid en hoofdelijkheid

In de gevallen waarin het geweld door verdachte in vereniging met één of meer anderen is gepleegd, stelt de rechtbank vast dat sprake is van groepsaansprakelijkheid in de zin van artikel 6:166 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Dit geldt zowel voor de (poging(en) tot) doodslag als het openlijk geweld. Dit brengt met zich dat iedere betrokkene hoofdelijk aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan geleden schade. Er is namelijk steeds sprake geweest van deelname aan gewelddadige gedragingen in groepsverband en tussen die gedragingen bestaat naar het oordeel van de rechtbank een duidelijke samenhang. Groepsgeweld tegen een persoon (of personen) brengt de kans met zich dat aan die persoon of personen letsel wordt toegebracht, en verdachte heeft dat voor lief genomen. Door gewelddadige deelname aan de groep zijn verdachte en zijn mededaders naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Of aan verdachte zelf het opgelopen (zwaar) lichamelijk letsel is tenlastegelegd c.q. bewezenverklaard is daarbij niet van belang. Voor aansprakelijkheid krachtens artikel 6:166 BW is namelijk niet vereist dat een individu uit de groep zelf schade heeft veroorzaakt om daarvoor in civielrechtelijke zin aangesproken te kunnen worden. De regeling beoogt buiten twijfel te stellen dat een deelnemer aan onrechtmatige gedragingen in groepsverband zich niet aan aansprakelijkheid voor de daaruit geresulteerde schade kan onttrekken met het causaliteitsverweer dat de schade ook zonder zijn deelneming zou zijn ontstaan.

10.4.1

Slachtoffers ‘ [café 1] ’

Verdachte heeft, samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] , openlijk in vereniging geweld gepleegd tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] . Hij is dus, samen met die medeverdachten, hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] daardoor hebben geleden.

[slachtoffer 2]

Materiële schade

Ten aanzien van de gevorderde medische kosten ter hoogte van € 130,-, de reis- en parkeerkosten naar de KNO-arts ter hoogte van € 141,93, de kosten van de bebloede kleding ter hoogte van € 125,-, en het eigen risico van de rechtsbijstandsverzekering ter hoogte van

€ 250,- van de benadeelde partij [slachtoffer 2] geldt dat zij allemaal voldoende zijn onderbouwd, en in rechtstreeks verband staan tot het door verdachte gepleegde strafbare feit, zodat zij voor vergoeding in aanmerking komen.

Immateriële schade
De gevorderde immateriële schade ligt op grond van het bepaalde in artikel 6:106 lid 1 sub b BW voor toewijzing gereed, omdat de benadeelde partij door het gepleegde geweld lichamelijk letsel heeft opgelopen in de vorm van een gebroken neus en een hersenschudding. Gelet op de aard van het letsel en de hoogte van de schadevergoedingen die doorgaans in soortgelijke zaken worden toegewezen, acht de rechtbank een toewijzing van de gevorderde € 2.500,- billijk.

Proceskosten
Verdachte zal ook worden veroordeeld in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Eigen schuld

De rechtbank zal op de toe te wijzen schade geen eigen schuld-correctie toepassen in de zin van het bepaalde in artikel 6:101 BW, nu niet is gebleken van een gedraging aan de zijde van de benadeelde partij waardoor zijn schade (mede) zou zijn ontstaan.

[slachtoffer 4]

Materiële schade

De rechtbank is van oordeel dat vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] die ziet op de gederfde inkomsten ter hoogte van € 862,50 onvoldoende is onderbouwd. Het zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren indien de benadeelde partij in dit stadium van de procedure alsnog in de gelegenheid zou worden gesteld om nader bewijs in te brengen. In zoverre kan de benadeelde partij daarom niet in zijn vordering worden ontvangen en kan hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Immateriële schade

De gevorderde immateriële schade ligt op grond van het bepaalde in artikel 6:106 lid 1 sub b BW voor toewijzing gereed, omdat de benadeelde partij door het gepleegde geweld lichamelijk letsel heeft opgelopen in de vorm van een blauw oog en litteken boven zijn ooglid. Gelet op de aard van het letsel en de hoogte van de schadevergoedingen die doorgaans in soortgelijke zaken worden toegewezen, acht de rechtbank een toewijzing van een vergoeding van € 500,- billijk. Het overige gevorderde deel zal worden afgewezen.

Proceskosten

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt ter hoogte van € 90,- aan reiskosten van en naar de rechtbank. Anders dan de verdediging heeft gesteld vormt het bepaalde uit artikel 238 lid 1 het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) geen beletsel voor het toekennen van deze reiskosten. Dit komt voort uit het feit dat de benadeelde partij uitsluitend zijn eigen reiskosten vordert, en daarbij niet ook vergoeding vordert van kosten van zijn gemachtigde advocaat.

Eigen schuld

De rechtbank zal op de toe te wijzen schade geen eigen schuld-correctie toepassen in de zin van het bepaalde in artikel 6:101 BW, nu niet is gebleken van een gedraging aan de zijde van de benadeelde partij waardoor zijn schade (mede) zou zijn ontstaan.

10.4.2

Slachtoffers ‘ [restaurant] ’

Verdachte heeft, met medeverdachten [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] openlijk in vereniging geweld gepleegd tegen [slachtoffer 1] .

Verdachte heeft, met medeverdachten [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 5] openlijk in vereniging geweld gepleegd tegen [slachtoffer 3] .

Hij is dus, samen met die medeverdachten, hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] daardoor hebben geleden.

[slachtoffer 1]

Materiële schade

Ten aanzien van de gevorderde reiskosten naar het ziekenhuis in Mallorca ter hoogte van

€ 45,66, de ziektekosten ter hoogte van € 385,-, en de reiskosten naar het ziekenhuis in Nederland ter hoogte van € 22,80 van de benadeelde partij [slachtoffer 1] geldt dat zij allemaal voldoende zijn onderbouwd, en in rechtstreeks verband staan tot het door verdachte gepleegde strafbare feit, zodat zij voor vergoeding in aanmerking komen.

De rechtbank is van oordeel dat vordering van de benadeelde partij die ziet op het horloge ter hoogte van € 119,- onvoldoende is onderbouwd, in die zin dat het rechtstreeks verband tussen het strafbare feit en de schade onvoldoende is komen vast te staan. Het zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren indien de benadeelde partij in dit stadium van de procedure alsnog in de gelegenheid zou worden gesteld om nader bewijs in te brengen. In zoverre kan de benadeelde partij daarom niet in zijn vordering worden ontvangen en kan hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Immateriële schade

De gevorderde immateriële schade ligt op grond van het bepaalde in artikel 6:106 lid 1 sub b BW voor toewijzing gereed, omdat de benadeelde partij door het gepleegde geweld lichamelijk letsel heeft opgelopen in de vorm van onder meer een gebroken duim, en de benadeelde partij door het forse geweld op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Gelet op de aard van het letsel en de normschending, alsmede de hoogte van de schadevergoedingen die doorgaans in soortgelijke zaken worden toegewezen, acht de rechtbank een toewijzing van de gevorderde

€ 3.000,- billijk.

Proceskosten

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt ter hoogte van € 130,- aan reiskosten van en naar de rechtbank. Anders dan de verdediging heeft gesteld vormt het bepaalde uit artikel 238 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) geen beletsel voor het toekennen van deze reiskosten. Dit komt voort uit het feit dat de benadeelde partij uitsluitend zijn eigen reiskosten vordert, en daarbij niet ook vergoeding vordert van kosten van zijn gemachtigde advocaat.

Eigen schuld

De rechtbank zal op de toe te wijzen schade geen eigen schuld-correctie toepassen in de zin van het bepaalde in artikel 6:101 BW, nu niet is gebleken van een gedraging aan de zijde van de benadeelde partij waardoor zijn schade (mede) zou zijn ontstaan.

[slachtoffer 3]

Materiële schade

De rechtbank is van oordeel dat vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] die ziet op de beschadigde kleding ter hoogte van € 150,- onvoldoende is onderbouwd, in die zin dat het rechtstreeks verband tussen het strafbare feit en de schade onvoldoende is komen vast te staan. Het zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren indien de benadeelde partij in dit stadium van de procedure alsnog in de gelegenheid zou worden gesteld om nader bewijs in te brengen. In zoverre kan de benadeelde partij daarom niet in zijn vordering worden ontvangen en kan hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Immateriële schade

De gevorderde immateriële schade ligt op grond van het bepaalde in artikel 6:106 lid 1 sub b BW voor toewijzing gereed, omdat de benadeelde partij door het gepleegde geweld lichamelijk letsel heeft opgelopen aan zijn neus en hoofd. Gelet op de aard van het letsel en de hoogte van de schadevergoedingen die doorgaans in soortgelijke zaken worden toegewezen, acht de rechtbank toewijzing van een vergoeding van € 1.000,- billijk. Het overige gevorderde deel zal worden afgewezen.

Proceskosten

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt ter hoogte van € 91,20 aan reiskosten van en naar de rechtbank. Anders dan de verdediging heeft gesteld vormt het bepaalde uit artikel 238 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) geen beletsel voor het toekennen van deze reiskosten. Dit komt voort uit het feit dat de benadeelde partij uitsluitend zijn eigen reiskosten vordert, en daarbij niet ook vergoeding vordert van kosten van zijn gemachtigde advocaat.

Eigen schuld

De rechtbank zal op de toe te wijzen schade geen eigen schuld-correctie toepassen in de zin van het bepaalde in artikel 6:101 BW, nu niet is gebleken van een gedraging aan de zijde van de benadeelde partij waardoor zijn schade (mede) zou zijn ontstaan. De klap die de benadeelde partij eerder aan verdachte heeft gegeven kan in de omstandigheden van dit geval niet worden aangemerkt als een gedraging die de schade (mede) heeft veroorzaakt.

Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel ten aanzien van alle vorderingen

De toegewezen bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de schadeveroorzakende gebeurtenis, te weten 14 juli 2022. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partijen – ten aanzien van de verschillende toegewezen materiële en immateriële schadeposten – aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, op de wijze zoals hieronder is opgenomen.

De rechtbank overweegt hierbij dat het jeugdrecht niet van toepassing wordt verklaard, zodat zij geen aanleiding ziet om af te wijken van het gebruikelijke aantal dagen gijzeling, zoals opgenomen in de oriëntatiepunten die door het in de organisatie van de Rechtspraak bestaande Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) zijn vastgesteld. De rechtbank houdt hierbij rekening met de maximumduur van 1 jaar (360 dagen) gijzeling per schadevergoedingsmaatregel, waarbij de samenloopregeling van artikel 57 en 58 van het Wetboek van Strafrecht in acht wordt genomen.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 36f, 47 en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 2 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 2 meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 2 bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 150 (honderdvijftig) uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden;

- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- als voorwaarden gelden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd

* zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd zal melden bij [instelling 1] op het adres [adres] in [plaats 3] . Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zal deelnemen aan een gedragsinterventie bestaande uit de gedragsinterventie alcohol en geweld of een andere gedragsinterventie die gericht is op agressiebeheersing. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider. Mocht op basis van nieuwe inzichten uit de training blijken dat een ambulante behandeling een passender interventie is, dan laat hij zich behandelen door [instelling 2] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk acht;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:

  • -

    1 STK Schoenen (omschrijving/goednummer: PL0900-2021230390-G2876223);

  • -

    1 STK Schoenen (omschrijving/goednummer: PL0900-2021230390-G2876224);

  • -

    1 STK Broek (omschrijving/goednummer: PL0900-2021230390-G2876225);

  • -

    1 STK Broek (omschrijving/goednummer: PL0900-2021230390-G2876226);

  • -

    1 STK Shirt (omschrijving/goednummer: PL0900-2021230390-G2877712).

Benadeelde partijen

[slachtoffer 2]

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 2] geheel toe tot een bedrag van € 3.146,93, waarvan € 646,93 aan materiele schadevergoeding en € 2.500,- aan immateriële schadevergoeding;

  • -

    veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2021 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 3.146,93 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2021 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 41 dagen gijzeling;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededaders op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

[slachtoffer 4]

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 4] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 500,- aan immateriële schadevergoeding;

  • -

    veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2021 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    verklaart [slachtoffer 4] wat betreft de gevorderde gederfde inkomsten niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 4] wat betreft de meer gevorderde immateriële schade af;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op € 90,-;

  • -

    legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat € 500,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2021 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

[slachtoffer 1]

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 3.453,46, waarvan € 453,46 aan materiële schadevergoeding en € 3.000 aan immateriële schadevergoeding;

  • -

    veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2021 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    verklaart [slachtoffer 1] wat betreft de kosten voor het verloren horloge niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op € 130,-;

  • -

    legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 3.453,46te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2021 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 44 dagen gijzeling;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

[slachtoffer 3]

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 3] gedeeltelijk toe tot een bedrag van €1.000,- aan immateriële schadevergoeding;

  • -

    veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2021 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    verklaart [slachtoffer 3] wat betreft de gevorderde kosten aan beschadigde kleding niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 3] wat betreft de meer gevorderde immateriële schade af;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op € 91,20;

  • -

    legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat

€ 1.000,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2021 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen gijzeling;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, voorzitter, mr. V.C. Kool, (kinder)rechter, en mr. H.B.W. Beekman, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Tason Avila en mr. R. van Donk-Carbo, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 november 2022.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

feit 1

primair
hij, op of omstreeks 14 juli 2021 te [plaats 1] , althans in de provincie Balearen, althans in Spanje, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
[slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven,
- voornoemde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op/tegen het hoofd, althans het (boven)lichaam, heeft geslagen en/of gestompt en/of
- voornoemde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op/tegen het hoofd, althans het (boven)lichaam, heeft getrapt en/of geschopt (terwijl
voornoemde [slachtoffer 1] op de grond lag),
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair
hij, op of omstreeks 14 juli 2021 te [plaats 1] , althans in de provincie Balearen, althans in Spanje, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
- voornoemde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op/tegen het hoofd, althans het (boven)lichaam, heeft geslagen en/of gestompt en/of
- voornoemde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op/tegen het hoofd, althans het (boven)lichaam, heeft getrapt en/of geschopt (terwijl voornoemde [slachtoffer 1] op de grond lag)
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2
hij, op of omstreeks 14 juli 2021 te [plaats 1] , althans in de provincie Balearen, althans in Spanje, openlijk, te weten op de [straat] (ter hoogte van [café 1] en/of [restaurant] ), in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 1] door:
-voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, te duwen en/of te trekken en/of naar de grond toe te brengen en/of (met de vuist) te stompen en/of te slaan en/of te schoppen en/of te
trappen op en/of in de richting van en/of tegen het hoofd en/of het (boven)lichaam en/of met voornoemde slachtoffer(s) te worstelen en/of met een stoel te gooien in de richting van voornoemde slachtoffer(s) en/of een of meer andere perso(o)n(en),
terwijl dit door hem gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel, althans enig lichamelijk letsel tengevolge heeft gehad, te weten:
- een of meerdere blauwe plek(ken) en/of bult op het been en/of een dik oog,
althans het lichaam, bij [slachtoffer 4]
- een gebroken duim en/of een dikke neus en/of een opgezwollen enkel en/of
blauwe plekken op de armen, althans het lichaam, en/of een blauw oog bij [slachtoffer 1] .
.

1 De waarnemingen van de rechtbank zijn in het vonnis opgenomen als bewijsmiddel met betrekking tot het geweld bij [restaurant] .

2 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 5 januari 2022, met onderzoeksnummer MD1R021036 (TGO 14Eiland), opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met pagina 3772 en het wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van forensisch onderzoek van 17 december 2021 met proces-verbaalnummer 2021230390, doorgenummerd pagina 1 tot en met pagina 316. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

3 Pagina 90.

4 Pagina 66.

5 Pagina 67.

6 Pagina 68.

7 Pagina 69 en bijlage 7 op pagina 77.

8 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 4] bij de rechter-commissaris op 13 juni 2022, pagina 4.

9 Pagina 1832.

10 Pagina 2972.

11 Pagina 2300.

12 Pagina 54.

13 Pagina 55.

14 Deze foto is weergegeven op pagina 58. Hierop is te zien dat [slachtoffer 1] een blauw oog heeft.

15 Pagina 56.

16 Pagina 98.

17 Pagina 100.

18 Het bestand ‘ [.] [restaurant] ’. Daar waar de rechtbank verwijst naar tijdstippen, gaat dit om de tijd die rechtsboven in beeld wordt weergegeven. Op deze beelden zijn door de politie de namen van verdachten en slachtoffers aangegeven.

19 Pagina 3059.

20 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 56; het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , pagina 100 en het proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 3] bij de rechter-commissaris op 11 april 2022, pagina 10.

21 Het bestand ‘ [.] [restaurant] ’.

22 Zie onder meer de beschrijving van de beelden van [café 1] , pagina 267 e.v.

23 Het proces-verbaal van bevindingen (onderzoek telefoon [medeverdachte 2] ), pagina 1084.

24 Het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van [slachtoffer 4] , pagina 4 en 5, en het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van [slachtoffer 2] , pagina 4.