Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2022:4184

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-10-2022
Datum publicatie
20-10-2022
Zaaknummer
UTR 22/4054
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Omgevingsvergunning voor tijdelijke mobiele units voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. De voorzieningenrechter ziet niet in waarom het niet meer mogelijk zou zijn om in het bos te recreëren als er in de nabijheid vluchtelingen wonen. Maar voor zover dat al zo zou zijn staat het belang van de inwoners van Baarn om in het bos te kunnen recreëren zonder de aanwezigheid van vluchtelingen niet in verhouding tot het belang om vluchtelingen te kunnen huisvesten. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat er, zoals algemeen bekend, landelijk en regionaal een tekort is aan opvangplekken voor vluchtelingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2022/8763
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 22/4054

uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 oktober 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

Stichting tot behoud Maarschalksbos, te Baarn, verzoekster

(gemachtigde: M. Meerburg-Pasterkamp),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn, verweerder

(gemachtigde: R.L. Poot).

Inleiding

1. Het Maarschalksbos met hertenkamp bevindt zich aan de Eemnesserweg en de Molenweg in Baarn. Het bos is in 1919 door de laatste eigenaar geschonken aan de gemeente Baarn onder de voorwaarde dat het onbebouwd en vrij toegankelijk zou blijven.

2. Op 9 september 2022 heeft verweerder (hierna: het college) aan de gemeente Baarn een omgevingsvergunning verleend voor het tijdelijk – voor de duur van twee jaar – plaatsen van zes woonunits en een (kinder)dagverblijfunit voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen op het perceel aan de Molenweg 2 in Baarn. Deze locatie ligt in het Maarschalksbos op de plek waar ook het Meander Medisch Centrum Baarn gevestigd is. De units worden geplaatst op de parkeerplaats van het Medisch Centrum.

3. De Stichting tot behoud Maarschalksbos (hierna: de stichting) zet zich in voor behoud en exploitatie van het Maarschalksbos en het hertenkamp en is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. De stichting heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen om uitvoering van de verleende omgevingsvergunning te voorkomen.

4. Voorafgaand aan de zitting heeft de stichting een verzoek ingediend om zes andere partijen in de procedure te voegen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek afgewezen. De desbetreffende partijen hebben geen eigen verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Dat is wel nodig om partijen in deze lopende procedure te kunnen voegen. Het bestuursprocesrecht voorziet er niet in dat partijen op deze manier tot de procedure worden toegelaten.

5. Het verzoek van de stichting is behandeld op de zitting van 7 oktober 2022. Namens de stichting was de gemachtigde aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [A] .

De omgevingsvergunning

6. De locatie van de units ligt binnen het geldende bestemmingsplan ‘Wilhelminapark’ en heeft de enkelbestemming ‘maatschappelijk’ en de dubbelbestemming ‘beschermd dorpsgezicht’. Omdat de units buiten het bouwvlak worden geplaatst, en dit volgens het college in strijd is met het bestemmingsplan1, heeft het college een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen2 en afwijken van het bestemmingsplan3.

7. Op de zitting is met partijen gesproken over de huidige stand van zaken op het perceel. Het college heeft toegelicht dat er al twee units zijn geplaatst waar nu acht mensen wonen. Binnen een week worden de overige vier units geplaatst. In totaal zullen er 24 mensen worden gehuisvest in de units, met een maximum van vier personen per unit. Het gaat vooral om gezinnen die nu in een gastgezin in Baarn verblijven en die met spoed een andere verblijfplaats nodig hebben. Omdat de gemeente Baarn al gedeeltelijk uitvoering heeft gegeven aan de omgevingsvergunning heeft de stichting een voldoende spoedeisend belang bij de behandeling van het verzoek.

Toetsingskader

8. Bij de beoordeling van het verzoek betrekt de voorzieningenrechter het gewicht van de belangen van partijen en haar verwachtingen over de uitkomst van bezwaarprocedure bij het college. Dit wordt ook wel de voorlopige beoordeling van de rechtmatigheid genoemd. De uitkomst van deze beoordeling is van invloed op de belangenafweging. Hoe zekerder de voorzieningenrechter is over de rechtmatigheid van de omgevingsvergunning, hoe minder ruimte er is voor de belangen van de stichting.

9. Het college is eerst aan zet om te beslissen op het bezwaar van de stichting. De voorzieningenrechter toetst de rechtmatigheid van het bestreden besluit daarom niet uitgebreid, maar kijkt alleen of het besluit evident onrechtmatig is. De voorlopige voorzieningenprocedure leent zich niet voor een diepgravend onderzoek naar de feiten en het recht. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft bovendien een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventuele bodemprocedure niet.

Voorlopige beoordeling van de rechtmatigheid

10. De voorzieningenrechter verwacht niet dat de stichting in de bezwaarprocedure gelijk zal krijgen. Zij heeft weinig twijfel over de rechtmatigheid van de verleende omgevingsvergunning. Zij legt hierna uit waarom, aan de hand van de argumenten die de stichting heeft aangevoerd.

De algemene beginselen van behoorlijk bestuur

11. Volgens de stichting heeft het college de algemene beginselen van behoorlijk bestuur geschonden bij het verlenen van de omgevingsvergunning. Zij noemen de schending van het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het beginsel van fair-play en het verbod op détournement de pouvoir. De stichting geeft hiervoor een aantal redenen, die de voorzieningenrechter hierna zal bespreken.

12. De stichting voert in de eerste plaats aan dat het college de schenkingsvoorwaarden schendt die bij de schenking van het Maarschalksbos aan de gemeente Baarn in 1919 zijn gesteld.

13. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de schenkingsvoorwaarden privaatrechtelijke afspraken zijn. Dit kan in een procedure bij de bestuursrechter alleen een rol spelen als sprake is van evidente privaatrechtelijke belemmeringen. Daarvan is sprake als zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat voor het plaatsen en gebruiken van de units toestemming nodig is van een derde partij die de toestemming niet geeft en ook niet hoeft te geven. De voorzieningenrechter vindt het, zonder diepgravend onderzoek te doen naar de privaatrechtelijke rechtsverhouding tussen partijen, niet op voorhand evident dat daarvan hier sprake is. De stichting heeft gewezen op de schenkingsvoorwaarden in de statuten, maar hieruit blijkt niet dat toestemming is vereist voor het plaatsen en gebruiken van de mobiele units op de parkeerplaats van het ziekenhuis.

14. De stichting heeft er verder op gewezen dat de aanvraag om de omgevingsvergunning niet is gepubliceerd en dat het college al is begonnen met de werkzaamheden voordat de omgevingsvergunning is verleend. Deze omstandigheden leiden naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet tot de conclusie dat er algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn geschonden. Er is geen wettelijke verplichting om de aanvraag om een omgevingsvergunning te publiceren. Dat het college al was begonnen met de werkzaamheden voordat de vergunning was verleend maakt het besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning niet onrechtmatig. Het verlenen van de omgevingsvergunning heeft immers tot gevolg dat de units legaal kunnen worden geplaatst en in gebruik worden genomen.

Het Didam-arrest

15. De stichting stelt zich verder op het standpunt dat het college bij het verlenen van de omgevingsvergunning onvoldoende mededingingsruimte heeft geboden. Ter onderbouwing van haar standpunt wijst de stichting op het Didam-arrest van de Hoge Raad en naar de Vlaardingen-uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling).4 Volgens de stichting is onduidelijk hoe de gemeente Baarn op objectieve, toetsbare criteria tot gronduitgifte aan zichzelf is gekomen.

16. De voorzieningenrechter volgt de stichting daarin niet, omdat met het bestreden besluit geen sprake is van gronduitgifte aan de gemeente Baarn. Op de zitting heeft de stichting het standpunt ingenomen dat het college met het verlenen van de omgevingsvergunning grond uitgeeft aan de mensen die in de mobiele units komen te wonen, maar ook daarvan is geen sprake. De mensen die in de units komen wonen worden door de verleende omgevingsvergunning geen eigenaar van de grond. De rechtspraak waarnaar de stichting verwijst is hier dus niet van toepassing. Dat het college een omgevingsvergunning aan de gemeente Baarn heeft verleend leidt ook niet tot onrechtmatigheid van het bestreden besluit. Het college is bevoegd om een omgevingsvergunning aan de gemeente Baarn te verlenen.

Alternatieve locaties en flora en fauna

17. Volgens de stichting mocht het college de omgevingsvergunning niet verlenen, omdat het plaatsen en gebruiken van de units leidt tot onomkeerbare gevolgen voor de flora en fauna van het Maarschalksbos. De stichting heeft er in dat kader onder andere gewezen op dat de units een bedreiging vormen voor de boommarter die in het Maarschalksbos voorkomt. De stichting wijst er verder nog op dat er ook andere locaties in de gemeente Baarn beschikbaar zijn die een beter alternatief vormen voor de huisvesting van vluchtelingen.

18. Ook op deze punten is de voorzieningenrechter het niet met de stichting eens. Voordat de omgevingsvergunning is verleend, heeft het college een ecologische quickscan laten uitvoeren. De uitkomsten van deze quickscan zijn opgenomen in het rapport ‘Quickscan Wet natuurbescherming’ van Duvekot van 22 september 2022. Uit dit rapport volgt dat de omgevingsvergunning naar verwachting geen nadelige effecten heeft op beschermde diersoorten. De stichting heeft op de zitting betoogd dat de quickscan onvolledig is omdat de marter niet wordt genoemd, maar de voorzieningenrechter ziet op voorhand geen reden om te twijfelen aan de conclusies uit het rapport. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat de stichting geen tegenrapport heeft overgelegd die de conclusies uit het rapport van Duvekot weerleggen. Verder hoeft het college pas een alternatief in zijn besluitvorming te betrekken, wanneer op voorhand aannemelijk is dat sprake is van een gelijkwaardig resultaat met aanzienlijk minder bezwaren. Daarvan is hier geen sprake. Het college heeft op de zitting toegelicht dat er is gekeken naar alternatieven, waaronder door de stichting genoemde alternatieve locaties, maar dat het Maarschalksbos de beste optie was.

Discriminatieverbod en woonomstandigheden

19. De stichting heeft tot slot aangevoerd dat het verlenen van de omgevingsvergunning in strijd is met het discriminatieverbod, omdat in de units alleen Oekraïense vluchtelingen worden opgevangen. Verder meent de stichting dat de woonunits – in strijd met het Bouwbesluit – onvoldoende warmteweerstand hebben en zij wijst erop dat het onbekend is hoeveel bewoners er komen, waardoor geen juiste afweging ten aanzien van de brandveiligheid kan worden gemaakt.

20. Deze gronden van de stichting kunnen niet leiden tot de conclusie dat het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen evident onrechtmatig is. Daarbij is van belang dat de eisen uit het Bouwbesluit niet strekken tot de bescherming van de belangen van de stichting, maar ter bescherming van de vluchtelingen die in de units (gaan) wonen. Verder is het onduidelijk wat de stichting wil bereiken met haar beroep op het discriminatieverbod. Zij neemt hierover tegenstrijdige standpunten in. Aan de ene kant stelt zij zich op het standpunt dat er geen bebouwing en bewoning van vluchtelingen plaats mag vinden in het Maarschalksbos, aan de andere kant vindt zij dat het college onrechtmatig handelt door de units alleen beschikbaar te stellen voor vluchtelingen uit Oekraïne. Bovendien is het antwoord op de vraag of het college in strijd handelt met het discriminatieverbod ruimtelijk niet relevant en kan daarom geen rol spelen bij de (voorlopige) beoordeling van de rechtmatigheid van de verleende omgevingsvergunning.

Belangenafweging

21. Uit de voorlopige beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit volgt dat de voorzieningenrechter niet twijfelt aan de rechtmatigheid van de verleende omgevingsvergunning. Dit betekent dat er minder ruimte in de belangenafweging bestaat om de belangen die de stichting heeft bij schorsing van de omgevingsvergunning voor te laten gaan.

22. De voorzieningenrechter heeft de stichting op de zitting gevraagd welk belang zij er bij heeft dat de omgevingsvergunning nu, in afwachting van de uitkomst van de bezwaarprocedure, wordt geschorst. De stichting heeft toegelicht dat door lichtvervuiling de dieren in het hertenkamp en het bos gestoord worden en dat mogelijk de marter verdwijnt. Verder is het volgens de stichting voor de inwoners van Baarn niet meer mogelijk om te recreëren in het Maarschalksbos, omdat de Oekraïense gezinnen het Maarschalksbos gebruiken (bijvoorbeeld om te picknicken). Uit fatsoen ga je er dan niet meer naartoe. Tot slot is de stichting bang dat het plaatsen van de units een ingang geeft voor meer bebouwing in het Maarschalksbos in de toekomst.

23. De voorzieningenrechter vindt dat de stichting hiermee geen zwaarwegende belangen heeft aangevoerd, in ieder geval niet zwaarwegend genoeg om de omgevingsvergunning te schorsen. De voorzieningenrechter ziet niet in waarom het in het geheel niet meer mogelijk zou zijn om in het Maarschalksbos te recreëren als er vluchtelingen wonen op het verharde terrein bij het ziekenhuis. Maar voor zover dat al zo zou zijn, vindt de voorzieningenrechter het belang van de inwoners van Baarn om in het Maarschalksbos te kunnen recreëren zonder de aanwezigheid van de vluchtelingen niet in verhouding staan tot het belang van het college om vluchtelingen te kunnen huisvesten. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat er, zoals algemeen bekend, landelijk en regionaal een tekort is aan opvangplekken voor vluchtelingen. Verder volgt uit de ecologische quickscan van Duvekot dat de voorgenomen werkzaamheden gezien de aard, de duur en de afstand geen significante effecten hebben op de flora en fauna in de omgeving. Het gaat om een tijdelijke situatie (de omgevingsvergunning is voor twee jaar verleend) en de benodigde infrastructuur is bovengronds aangelegd. Het is niet aannemelijk dat het plaatsen van de units onomkeerbare gevolgen heeft voor het Maarschalksbos.

Conclusie

24. De conclusie is dat het verzoek van de stichting geen aanleiding geeft tot het schorsen van de omgevingsvergunning. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

25. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2022.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

1 Artikel 9.1.2a van de planregels.

2 Artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

3 Artikel 2.1, eerste lid, onder c, in combinatie met artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 2, van de Wabo en artikel 4, elfde lid, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

4 Uitspraak van de Hoge Raad van 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778 en uitspraak van de Afdeling van 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927.