Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2022:3743

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-09-2022
Datum publicatie
20-09-2022
Zaaknummer
C/16/543547 / KL ZA 22-184
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gelet op wat is overwogen is het naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat een bodemrechter tot het oordeel zal komen dat Gemeente Gooise Meren mededingingsruimte had moeten bieden aan andere partijen dan ProRail, waaronder [eiseres], met betrekking tot het perceel. Gemeente Gooise Meren heeft zich rechtsgeldig op de uitzondering van het Didam-arrest beroepen. De vorderingen van [eiseres] zullen daarom worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2022/1879
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Lelystad

zaaknummer / rolnummer: C/16/543547 / KL ZA 22-184

Vonnis in kort geding van 20 september 2022

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. G. Bosma te Utrecht,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE GOOISE MEREN,

zetelend te Bussum,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat mr. L. de Kok te Amsterdam,

en

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRORAIL B.V.,

gevestigd te Utrecht,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RAILINFRATRUST B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres in het incident,

gevoegde partij aan de zijde van Gemeente Gooise Meren,

advocaat mr. M. Meerburg-Pasterkamp.

Partijen zullen hierna [eiseres] , Gemeente Gooise Meren en ProRail c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 19 augustus 2022 met 4 producties

  • -

    de mail van 29 augustus 2020 van mr. Meerburg-Pasterkamp met het incidentele verzoek tot voeging

  • -

    de mail van 31 augustus 2022 waarin mr. Bosma instemt met voeging van ProRail c.s. aan de zijde van Gemeente Gooise Meren

  • -

    producties 1 t/m 3 van mr. De Kok

  • -

    de mail van 5 september 2022 van mr. Meerburg-Pasterkamp met 6 producties

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van [eiseres]

  • -

    de pleitnota van Gemeente Gooise Meren

  • -

    de pleitnota van ProRail c.s.

  • -

    van de mondelinge behandeling zijn aantekeningen gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Gemeente Gooise Meren is eigenaar van het perceel kadastraal bekend als gemeente [gemeente] , sectie [sectie] , nummer [nummer] (hierna: het perceel).

2.2.

[eiseres] is eigenaar van de percelen kadastraal bekend als gemeente [gemeente] , sectie [sectie] , nummers [nummer] , [nummer] en [nummer] . Op deze percelen laat [eiseres] een servicestation, bestaande uit een [naam] tankstation, een winkel en een wasstraat exploiteren.

2.3.

Op 28 februari 2022 bericht [eiseres] aan Gemeente Gooise Meren afdeling vergunningen, onder meer als volgt:

“Van ProRail BV hebben wij vernomen dat zij op perceel sectie [nummer] en aangrenzende nog niet verkavelde gemeentegrond plannen een onderstation te realiseren.

Als eigenaren van het daaraan grenzende perceel zult u begrijpen dat wij hier bezwaar tegen maken. Verder zal [eiseres] BV geen toestemming verlenen aan toegang van (bouw-)verkeer over ons perceel tijdens de bouw en bij het gebruik van het onderstation. Bovendien heeft het [eiseres] BV interesse om de aan [nummer] en [nummer] grenzende nog niet verkavelde gemeentegrond zelf aan te kopen.”

2.4.

Op 31 mei 2022 bericht ProRail aan Gemeente Gooise Meren onder meer:

“Het Nederlandse spoor kampt met een tekort aan elektrische energie. Op een aantal locaties is het niet mogelijk meer treinen te laten rijden door een tekort aan elektrische energie. Ook staat er niet genoeg spanning op de bovenleiding om met nieuwe of langere treinen te rijden. Om het probleem structureel aan te pakken moeten meer of grotere transformatoren worden neergezet, die meer elektriciteit naar de bovenleidingen voeren. Het tractie energievoorzieningsnet, oftewel TEV, bereikt zijn grenzen. Zonder extra maatregelen kan de spanning op de bovenleiding zo inzakken dat treinen langzamer of niet meer kunnen rijden.

De bovenleiding van het Nederlandse spoor krijgt haar energie onder andere aangevoerd via onderstations. In [gemeente] staat een zogeheten schakelstation, deze wordt vervangen door een onderstation. Dit onderstation zal binnen een beperkte reikwijdte van het huidige schakelstation nabij [adres] te [vestigingsplaats] geplaatst worden.

Om de realisatie van dit project mogelijk te maken is het wenselijk dat ProRail (althans haar holdingmaatschappij Railinfratrust B.V.) het eigendomsrecht verwerft van een gedeelte van een perceel, waarvan gemeente Gooise Meren eigenaar is.(…)”

2.5.

In het gemeenteblad van 20 juli 2022 publiceert Gemeente Gooise Meren (hierna: de publicatie) onder meer:

Voornemen tot verkoop van gemeentegrond

Burgemeester en wethouders zijn van plan om de volgende grond te verkopen:

Ligging: nabij [adres] te [vestigingsplaats] (tussen het spoor en de [straat] ten zuiden van het benzinestation).

Kadastraal: Gemeente [gemeente] , sectie [sectie] , nr. [nummer]

Oppervlakte: ca 174m2

Koper: ProRail

Doel Plaatsing van een onderstation t.b.v. de elektriciteitsvoorziening van het spoor, het gaat hier om een voorziening die benodigd is voor een goed functioneren van het treinverkeer.

Derden met een rechtens te honoreren belang die zich niet kunnen verenigen met deze voorgenomen gronduitgifte aan de gegadigde, dienen daartoe uiterlijk 21 augustus 2022 een kort geding aanhangig te maken bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland.

Bij gebreke van het tijdig aanhangig maken van een kort geding binnen voornoemde termijn, vervalt het recht om in rechte op te komen tegen de voorgenomen uitgifte en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft u uw rechten daarop verwerkt. De gemeente en de gegadigde zouden immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze termijn alsnog tegen het voornemen respectievelijk het aangaan van de overeenkomst zou (kunnen) worden opgekomen.”

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat -:

I. Gemeente Gooise Meren te gebieden binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, althans een nader door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, het voornemen tot verkoop van de gemeentegrond als omschreven in de publicatie in te trekken en alle in dat verband verrichte en nog te verrichten handelingen te staken c.q. zich daarvan te onthouden;

II. Gemeente Gooise Meren te verbieden over te gaan tot verkoop van de gemeentegrond als omschreven in de publicatie, aan ProRail of aan enige derde, althans op enige wijze uitvoering te geven aan het voornemen tot verkoop van de gemeentegrond als omschreven in de publicatie, anders dan na het doorlopen van een openbare selectieprocedure met objectieve, toetsbare en redelijke criteria zoals die ten minste volgen uit de ten aanzien van de gronduitgifte door overheden geldende rechtspraak, onder meer blijkend uit het arrest van de Hoge Raad d.d. 26 november 2022 (ECLI:NL:2021:1778);

III. te bepalen dat Gemeente Gooise Meren aan [eiseres] een dwangsom verbeurt van € 250.000,00 voor iedere overtreding;

IV. Gemeente Gooise Meren te veroordelen tot betaling van € 925,00 aan buitengerechtelijke kosten;

V. Gemeente Gooise Meren te veroordelen in de kosten van dit geding vermeerderd met de wettelijke rente en de nakosten.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Gemeente Gooise Meren ruimte had moeten bieden aan potentiële gegadigden-kopers om mee te dingen naar het stuk grond dat ProRail c.s. wil kopen. Bij voorbaat staat niet vast en Gemeente Gooise Meren mocht daar ook niet redelijkerwijs vanuit gaan dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop.

3.3.

Gemeente Gooise Meren en ProRail voeren verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In het incident tot voeging

4.1.

[eiseres] en Gemeente Gooise Meren hebben geen bezwaar gemaakt tegen de incidentele vordering van ProRail om zich in dit geding te voegen aan de zijde van Gemeente Gooise Meren. De voorzieningenrechter zal de incidentele vordering daarom toewijzen en de voeging toestaan.

4.2.

Omdat een voeging niet anders dan na het instellen van een incident kan plaatsvinden en [eiseres] en Gemeente Gooise Meren geen verweer hebben gevoerd tegen het incident zullen de proceskosten in het incident worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

In de hoofdzaak

Spoedeisend belang

4.3.

Voor toewijzing van een vordering in kort geding is een spoedeisend belang vereist. Hiervan is sprake als, gelet op de belangen van partijen, een onverwijlde voorziening geboden is en de afloop van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht.

In de publicatie van 20 juli 2022 geeft Gemeente Gooise Meren aan voornemens te zijn het perceel aan ProRail te verkopen. In de publicatie worden partijen die het met dit voornemen niet eens zijn erop gewezen dat zij een kort geding aanhangig moeten maken voor 21 augustus 2022. Daarmee is het spoedeisend belang aan de zijde van [eiseres] gegeven.

4.4.

In het kader van dit kort geding moet worden beoordeeld of de vorderingen van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd.

Kern van de zaak

4.5.

Kern van het geschil is of Gemeente Gooise Meren bij de voorgenomen verkoop van het perceel ruimte had moeten bieden aan [eiseres] om mee te dingen naar dit stuk grond.

Toetsingskader

4.6.

In het zogeheten Didam-arrest (ECLI:NL:HR:2021:178) heeft de Hoge Raad overwogen dat op grond van artikel 3:14 BW een bevoegdheid die krachtens het burgerlijk recht aan een overheidslichaam toekomt, niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht. Tot die regels behoren de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Een overheidslichaam moet bij het aangaan en uitvoeren van privaatrechtelijke overeenkomsten, zoals de verkoop van een aan hem toebehorende onroerende zaak, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, waaronder het gelijkheidsbeginsel. Op dit punt verschilt de positie van een overheidslichaam van die van een private partij.

4.7.

De Hoge Raad heeft vervolgens geoordeeld dat uit het gelijkheidsbeginsel voortvloeit dat een overheidslichaam dat het voornemen heeft een aan hem toebehorende onroerende zaak te verkopen, ruimte moet bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen naar deze onroerende zaak indien er meerdere gegadigden zijn voor de aankoop of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zullen zijn. In dat geval zal het overheidslichaam met inachtneming van de hem toekomende beleidsruimte criteria moeten opstellen aan de hand waarvan de koper wordt geselecteerd. Deze criteria moeten objectief, toetsbaar en redelijk zijn.

4.8.

Het gelijkheidsbeginsel brengt ook mee dat het overheidslichaam, teneinde gelijke kansen te realiseren, een passende mate van openbaarheid moet verzekeren met betrekking tot de beschikbaarheid van de onroerende zaak, de selectieprocedure, het tijdschema en de toe te passen selectiecriteria. Het overheidslichaam moet hierover tijdig voorafgaand aan de selectieprocedure duidelijkheid scheppen door informatie over deze aspecten bekend te maken op zodanige wijze dat (potentiële) gegadigden daarvan kennis kunnen nemen, aldus de Hoge Raad.

4.9.

Ten slotte heeft de Hoge Raad een uitzondering op de hiervoor omschreven hoofdregel geformuleerd. De door middel van een selectieprocedure beoogde mededingingsruimte hoeft niet te worden geboden als bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop. In dat geval moet het overheidslichaam zijn voornemen tot verkoop tijdig voorafgaand aan de verkoop op zodanige wijze bekend maken dat een ieder daarvan kennis kan nemen, waarbij het moet motiveren waarom naar zijn oordeel op grond van de hiervoor bedoelde criteria bij voorbaat vaststaat dat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt (zie: ECLI:NL:RBMNE:2022:3350).

4.10.

Gemeente Gooise Meren beroept zich op de uitzondering uit het voornoemde Didam-arrest. Volgens Gemeente Gooise Meren staat bij voorbaat vast dan wel mag redelijkerwijs worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop, en dat is ProRail. De mededingingsruimte behoeft in dit geval niet te worden aangeboden. [eiseres] betwist dat.

Omstandigheden

4.11.

ProRail heeft Gemeente Gooise Meren gevraagd haar de grond te verkopen ten behoeve van het uitvoeren van noodzakelijk onderhoud en renovatie aan de elektriciteitsvoorziening van het spoorwegnetwerk. Ter zitting is uitgebreid en gedetailleerd toegelicht waarom het nodig is dat het schakelstation in [gemeente] wordt vervangen door een onderstation. ProRail heeft uitgelegd dat zonder deze aanpassing op korte termijn de continuïteit van het treinvervoer onder druk komt te staan en zelfs in gevaar is, wegens een tekort aan elektriciteit. Het huidige schakelstation vangt elektriciteit op en levert dat terug aan het treinverkeer. Een onderstation doet datzelfde, maar levert daarnaast extra elektriciteit aan het netwerk. Gelet op de toegenomen elektriciteitsvraag voor zwaarder materieel en meer frequent gebruik van het spoor is aannemelijk geworden dat deze beoogde vervanging van het schakelstation door een onderstation noodzakelijk is. Niet alleen in verband met de waarborging van de lokale spoorcontinuïteit, maar zelfs landelijk. Het spoor bij [gemeente] maakt deel uit van een druk traject in Nederland, de corridor SAAL. [eiseres] heeft betwist dat dit klopt, maar heeft die betwisting onvoldoende inhoudelijk vorm gegeven, gelet op het gedetailleerde relaas van ProRail.

4.12.

Daarnaast heeft ProRail toegelicht waarom voor het tot stand brengen van die vervanging noodzakelijk is dat het perceel van Gemeente Gooise Meren wordt verkregen, en dat het niet mogelijk is om elders dit onderstation te realiseren. Nabijgelegen percelen in de directe omgeving zijn onderzocht, maar ongeschikt gebleken. Redengevend is dat het daarbij gaat om grond in handen van verschillende particulieren, en dat de voor toegang benodigde nabijheid van een openbare weg ontbreekt. Illustratief daarbij is wat ProRail aangaf als de voor realisatie van het onderstation benodigde grond niet door vrijwillige eigendomsoverdracht kan worden verkregen. In een onteigeningsprocedure zal in de te maken afweging eerder onteigening van openbaar groen op gemeentegrond worden toegewezen dan particulier terrein of grond in eigendom van een bedrijf. Dit heeft [eiseres] overigens ook niet weersproken.

4.13.

Wel heeft [eiseres] aangevoerd dat een onderstation mogelijk op een rangeerterrein verderop op eigen grond van ProRail kan worden gerealiseerd. Daarop heeft ProRail toegelicht dat, kijkend naar het netwerk van stroomvoorziening, juist op deze plek een ‘upgrade’ nodig is van de stroomvoorziening. Met het realiseren van die ‘upgrade’ even verderop zal niet worden voorkomen dat zich rondom dit schakelstation het risico voordoet van een dip in de spanning. Een dergelijke spanningsdip zou meebrengen dat het treinverkeer aldaar niet op snelheid kan komen of zelfs stil komt te staan. Bovendien zou het realiseren van een onderstation even verderop, naast het renoveren van dit bestaande schakelstation, veel extra kosten mee zou brengen, en daarmee een ondoelmatige inzet zijn van overheidsmiddelen.

Het oordeel van de voorzieningenrechter

4.14.

De hiervoor in 4.11 t/m 4.13 besproken omstandigheden, geplaatst in het hiervoor genoemde toetsingskader, brengen het volgende oordeel mee.

4.15.

Hier is geen sprake van de omstandigheid dat Gemeente Gooise Meren grond uitgeeft en moet besluiten aan wie. Gemeente Gooise Meren is benaderd door ProRail. Gemeente Gooise Meren is uitsluitend in het openbaar belang en slechts voor dit doel – het tekort aan elektrische energie en de impact die dit heeft op het laten rijden van treinen in de omgeving van [gemeente] , maar ook verder in het land – bereid om de grond te verkopen. Als plaatsing van het onderstation omgevingsrechtelijk niet is toegestaan, dan gaat de verkoop niet door. Gemeente Gooise Meren heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij in dat geval überhaupt niet bereid is om deze groenstrook te verkopen.

4.16.

Zoals hiervoor is gebleken en door Gemeente Gooise Meren voldoende uiteengezet, heeft de keuze voor locatie onderstation plaatsgevonden aan de hand van objectieve, toetsbare en redelijke selectiecriteria.

4.17.

Voor verwezenlijking van dit doel bestaat maar één serieuze gegadigde; niemand anders mag dit, gelet op de geldende wetgeving. Het plaatsen van het onderstation is een taak die is gelegen bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Die draagt immers zorg voor de aanleg en het beheer van de nationale hoofdspoorweginfrastructuur. De minister heeft die taak via een beheersconcessie neergelegd bij ProRail.

4.18.

Aan [eiseres] kan worden toegegeven dat de publicatie op 20 juli 2022 mogelijk niet aan de daaraan te stellen eisen heeft voldaan. In het Didam-arrest is immers bepaald dat als de gemeente uitgaat van één serieuze gegadigde, zij haar voornemen tot verkoop tijdig voorafgaand aan de verkoop op zodanige wijze bekend moet maken dat een ieder daarvan kennis kan nemen, waarbij zij moet motiveren waarom die situatie zich voordoet. Een dergelijke motivering valt moeilijk te lezen in de publicatie. Deze omstandigheid maakt het oordeel niet anders, omdat dit gebrek niet maakt dat de vorderingen van [eiseres] kunnen worden toegewezen. In deze procedure heeft de gemeente alsnog helderheid gegeven over die motivering. De voorzieningenrechter neemt dit wel mee in de proceskostenveroordeling.

4.19.

Bij de belangenafweging betrekt de voorzieningenrechter nog de volgende omstandigheden. Om te realiseren wat [eiseres] wil, namelijk het plaatsen van laadpalen op de van de gemeente te verwerven grond, moet het bestemmingsplan worden gewijzigd. [eiseres] heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit mogelijk en/of haalbaar is. Verder komen de wensen van [eiseres] in conflict het met beperkingengebied ex artikel 19 lid 1 van de Spoorwegwet jo. Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen. [eiseres] zou, voor realisatie van haar plannen, een spoorwegwetvergunning moeten aanvragen bij ProRail. ProRail heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat verlening van een Spoorwegvergunning niet eenvoudig mogelijk is.

Tenslotte heeft [eiseres] gewezen op het potentieel veiligheidsrisico van een onderstation in de directe omgeving van een tankstation. Dat zal echter moeten worden gewogen en beoordeeld in het bestuursrechtelijke traject/vergunningverlening, daarop kan de voorzieningenrechter niet vooruitlopen.

4.20.

Gelet op wat hiervoor is overwogen is het naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat een bodemrechter tot het oordeel zal komen dat Gemeente Gooise Meren mededingingsruimte had moeten bieden aan andere partijen dan ProRail, waaronder [eiseres] , met betrekking tot het perceel. Gemeente Gooise Meren heeft zich rechtsgeldig op de uitzondering van het Didam-arrest beroepen. De vorderingen van [eiseres] zullen daarom worden afgewezen.

Proceskosten

4.21.

[eiseres] heeft op 28 februari 2022 aan Gemeente Gooise Meren laten weten dat zij ook interesse heeft in de aankoop van het perceel. Weliswaar is deze brief naar de afdeling vergunningen gestuurd en niet naar het grondbedrijf, maar [eiseres] heeft voldoende uiteen gezet dat zij naar aanleiding van een telefoongesprek met Gemeente Gooise Meren het e-mailadres te horen heeft gekregen waar zij de brief naartoe kon sturen. Het had op de weg van Gemeente Gooise Meren gelegen om de brief door te sturen naar de juiste afdeling. Het is verder Gemeente Gooise Meren geweest die in de publicatie heeft bepaald dat derden die zich niet kunnen verenigen met de voorgenomen gronduitgifte een kort geding aanhangig moeten maken. Diezelfde publicatie vermeldt niet de motivering van het standpunt dat er wat Gemeente Gooise Meren betreft redelijkerwijs maar één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de koop van de grond. Niet onaannemelijk is dat als Gemeente Gooise Meren [eiseres] vóór deze procedure op de hoogte had gesteld van haar afwegingen, een procedure en daarbij de voeging van ProRail, voorkomen had kunnen worden. Alhoewel [eiseres] de in het ongelijk gestelde partij is, ziet de voorzieningenrechter daarom aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

In het incident

5.1.

staat toe dat ProRail zich in de kort geding procedure tussen [eiseres] en Gemeente Gooise Meren voegt aan de zijde van Gemeente Gooise Meren,

5.2.

compenseert de proceskosten tussen partijen,

In de hoofdzaak

5.3.

wijst de vorderingen af,

5.4.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Burgers en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2022.