Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2022:3231

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-08-2022
Datum publicatie
12-08-2022
Zaaknummer
UTR 22/2789
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort heeft aan het COA een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een noodopvang voor asielzoekers voor een periode van drie jaar. De voorzieningenrechter twijfelt niet aan de rechtmatigheid van deze vergunning. Aan de hand van verschillende rapporten heeft het college mogen concluderen dat er geen onevenredige inbreuk op de natuur zal zijn. Verder hebben het COA en het college grote maatschappelijke belangen bij het snel kunnen uitvoeren van dit project. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 22/2789

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 augustus 2022 in de zaak tussen

Vereniging Behoud Bos Birkhoven Bokkeduinen, uit Amersfoort, verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort (het college), verweerder,

(gemachtigde: mr. drs. H. Maaijen).

Als derde-partij heeft aan deze procedure deelgenomen: het Centraal Orgaan Opvang asielzoekers (het COA), vergunninghouder,

(gemachtigde: mr. J. Zweers).

Inleiding

1.1

Op het perceel op het adres [adres] is een locatie voor de opvang van asielzoekers gevestigd. Het COA is hiervan de beheerder. Vanwege het tekort aan opvangplaatsen heeft het COA de wens om deze opvanglocatie uit te breiden met een tijdelijke noodopvang voor 298 personen. Hiervoor is een woonunit en drie opslagunits nodig. Het is de bedoeling dat de noodopvang voor een periode van drie jaar wordt gebruikt. Het COA heeft hiervoor op 5 mei 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd bij het college. Op 29 juni 2022 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning voor een periode van drie jaar verleend.

1.2

Verzoekster is een belangenvereniging die opkomt voor het behoud, het herstel en het bevorderen van de natuurwaarde van de gebieden Birkhoven en Bokkeduinen. Omdat de noodopvanglocatie in dit gebied zal worden gerealiseerd, is verzoekster het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Zij vreest ervoor dat de natuur onherstelbaar zal worden beschadigd. Zij heeft daarom bezwaar gemaakt bij het college en bij de rechtbank een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Verzoekster verzoekt hierbij om de vergunning te schorsen totdat het college een beslissing op haar bezwaar heeft genomen.

1.3

Het verzoek is behandeld op de zitting van 4 augustus 2022. Namens verzoekster waren [A] en [B] aanwezig. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens het COA waren aanwezig: [C] , [D] en [E] , bijgestaan door de gemachtigde van het COA.

Beoordeling van het verzoek

Heeft verzoekster spoedeisend belang bij een beslissing van de voorzieningenrechter?

2. De voorzieningenrechter vindt dat verzoekster spoedeisend belang heeft bij een beslissing van de voorzieningenrechter. De voorbereidingswerkzaamheden voor het realiseren van de noodopvang zijn al bezig en het COA heeft aangegeven hier mee door te willen gaan. Weliswaar heeft het college op de zitting aangegeven dat de beslissing op bezwaar mogelijk eind augustus 2022 al te verwachten is, maar omdat het COA in de tussentijd gebruik kan maken en gebruik zal maken van de vergunning, heeft verzoekster spoedeisend belang bij een beslissing van de voorzieningenrechter.

Wat beoordeelt de voorzieningenrechter?

3. De voorzieningenrechter beoordeelt of het nodig is om de omgevingsvergunning te schorsen totdat het college een beslissing op bezwaar van verzoekster heeft genomen. Voor het treffen van zo’n voorlopige voorziening in de fase van bezwaar is in beginsel alleen aanleiding als de omgevingsvergunning zodanig gebrekkig is dat deze in de heroverweging die het college moet maken naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet of niet volledig in stand kan blijven. De voorzieningenrechter geeft in deze uitspraak daarom eerst een voorlopig oordeel over de kans van slagen van het bezwaarschrift, en daarmee over de vraag of de omgevingsvergunning rechtmatig is verleend of niet. Op basis daarvan zal zij vervolgens beoordelen of de belangen van verzoekster om de omgevingsvergunning te schorsen al dan niet zwaarder moeten wegen dan de belangen van het college en vergunninghouder om de omgevingsvergunning in stand te laten. Hoe zekerder de voorzieningenrechter is over de rechtmatigheid van het besluit, hoe minder ruimte er is voor de belangen van verzoekster.

4. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventuele beroepsprocedure niet.

Is de omgevingsvergunning rechtmatig?

De omgevingsvergunning

5. De omgevingsvergunning ziet op de activiteiten bouwen en het gebruik in strijd met de regels van het bestemmingsplan. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan ‘Birkhoven Bokkeduinen’ (het bestemmingsplan). Het perceel waarop de noodopvanglocatie moet komen heeft de bestemming ‘Maatschappelijke doeleinden’ met de aanduiding M(r). Dit perceel is dus aangewezen voor levensbeschouwelijke en religieuze voorzieningen.1 Op deze bestemming mogen uitsluitend gebouwen ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

6. Het college heeft de tijdelijke omgevingsvergunning verleend en daarbij gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om van het ter plaatste geldende bestemmingsplan af te wijken door gebruik te maken van de zogenoemde Kruimelgevallenregeling.2 Volgens het college is de tijdelijke opvanglocatie niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Het college heeft hierbij verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing van BRO uit 2016 en de aanvullende ruimtelijke onderbouwing van Witteveen en Bos van 2 juni 2022. Onderdeel van deze aanvullende onderbouwing is een Quickscan natuurtoets van Ecogroen van 14 april 2022. In het kader van de belangenafweging overweegt het college dat er een grote maatschappelijke noodzaak is om extra opvanglocaties voor asielzoekers te realiseren en dat deze locatie zeer geschikt is, omdat er gebruik kan worden gemaakt van de faciliteiten van het al aanwezige asielzoekerscentrum. Verder blijkt uit de Quickscan van Ecogroen dat er geen onaanvaardbare aantasting van de natuur zal zijn als gevolg van deze noodopvang.

Het beoordelingskader

7. Bij de beslissing om al dan niet gebruik te maken van zijn bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan heeft het college beleidsruimte. De voorzieningenrechter kan de keuzes die het college heeft gemaakt bij het afwegen van de betrokken belangen daarom slechts terughoudend toetsen. De voorzieningenrechter kan wel indringend toetsen of de belangenafweging op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden en of deugdelijk is gemotiveerd waarom het college een bepaalde keuze heeft gemaakt.

De gevolgde procedure

8. Verzoekster stelt dat het college niet de juiste procedure heeft gevolgd, maar daarin volgt de voorzieningenrechter haar niet. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college de juiste procedure heeft gevolgd voor de behandeling van de aanvraag van het COA. Het college heeft namelijk terecht de reguliere procedure gevolgd door toepassing te geven aan artikel 3.7 van de Wabo. Daarin staat dat de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is, tenzij de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. In artikel 3.10 van de Wabo staat dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is op gevallen waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken door middel van de ‘grote’ planologische afwijking.3 Het gaat hier echter om een tijdelijke omgevingsvergunning. De tijdelijke omgevingsvergunning is een van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen4, waarvoor niet de uitgebreide procedure van toepassing is. De tijdelijke omgevingsvergunning wordt namelijk expliciet genoemd in Bijlage II bij het Bor.5

Strijd met eigen beleid

9. Verzoekster voert aan dat het college de omgevingsvergunning in strijd met het eigen gemeentelijke beleid heeft verleend. Verzoekster wijst hierbij op de Visie Gezond Groen voor de Amersfoortse Heuvelrug en het bosbeheerplan voor het bos Birkhoven en Bokkeduinen, waaruit volgt de gemeente Amersfoort geen bouwprojecten/ontwikkelingen in de groene zone meer wil toelaten.

10. De voorzieningenrechter is het niet met verzoekster eens dat de verleende omgevingsvergunning in strijd is met het gemeentelijke beleid. Uit het beleid volgt namelijk niet – zoals verzoekster stelt – dat er helemaal geen ontwikkeling meer in het gebied mogelijk is. Het college heeft in dit kader op de zitting toegelicht dat in de Visie Gezond Groen de ambitie is opgenomen om de groene identiteit van de Amersfoortse Heuvelrug te behouden. Er kunnen echter lokale omstandigheden spelen waarvoor maatwerk noodzakelijk is en blijft.6 Uit de Visie Gezond Groen volgt dus niet dat er geen enkele ontwikkeling meer mogelijk is, maar dat er maatwerk moet worden geleverd. Dat vraagt een zorgvuldige voorbereiding en belangenafweging bij een eventuele omgevingsvergunning. Hieruit volgt echter niet dat op voorhand alle omgevingsvergunningen moeten worden afgewezen.

Onevenredige inbreuk op de natuur

11. Verzoekster voert verder aan dat het college de omgevingsvergunning in redelijkheid niet heeft mogen verlenen, omdat de noodopvang op deze locatie een onevenredige inbreuk op de natuur zal hebben, met name op de dassenpopulatie die in dit gebied leeft en op dit perceel foerageert. Verzoekster wijst daarbij op het rapport ‘Natuurinclusief’ van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, die aangeeft dat natuurbescherming de hoogste prioriteit moet krijgen, en op een niet ingebracht rapport van de Stichting Das en Boom.

12. De voorzieningenrechter oordeelt dat het college in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat de verleende omgevingsvergunning geen onevenredige inbreuk op de natuur zal hebben. Bij de beoordeling van de omgevingsvergunning heeft het college verwezen naar de ruimtelijke onderbouwingen van BRO en Witteveen en Bos. Voor de ecologische aspecten is ook nog een aanvullende Quickscan van Ecogroen aanwezig. Ecogroen heeft onderzoek gedaan naar de impact op de natuur en daarbij ook de invloed op de dassenpopulatie onderzocht. Ecogroen concludeert dat uitvoering van het project geen negatieve gevolgen zal hebben voor de natuurwaarden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college meer gewicht mogen toekennen aan deze rapporten, die specifiek gaan over de ontwikkeling en de invloed op de natuur op deze locatie, dan aan de algemenere rapporten waar verzoekster op wijst. Dat is een afweging die het college in redelijkheid kan maken.

Conclusie

Het voorlopige rechtmatigheidsoordeel

13. Gelet op het voorgaande concludeert de voorzieningenrechter dat er op dit moment geen redenen zijn om te twijfelen aan de rechtmatigheid van de omgevingsvergunning. Het college heeft zich in redelijkheid op standpunt kunnen stellen dat de omgevingsvergunning niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

De belangenafweging

14. Ook als een besluit naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in de bezwaarschriftprocedure in stand kan blijven, kunnen zwaarwegende belangen toch leiden tot het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter ziet hier geen aanleiding voor, omdat het besluit naar voorlopig oordeel in stand kan blijven en omdat het realiseren van de noodopvang op zich geen onomkeerbare gevolgen met zich meebrengt. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat het COA en het college, gelet op de maatschappelijke problemen rondom de opvang van asielzoekers, juist grote belangen hebben bij een snelle uitvoering van de omgevingsvergunning. Er is dan ook geen reden om de omgevingsvergunning te schorsen.

15. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Het college hoeft geen proceskosten of griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.J. Naus, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2022.

griffier voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

1 Op grond van artikel 11 van de regels bij het bestemmingsplan.

2 Op grond van artikel 2.1, lid 1, aanhef en onder c, samen met artikel 2.12, lid 1, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in combinatie met artikel 4, lid 11, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

3 Op grond van artikel 2.12, lid 1, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wabo.

4 Op grond van artikel 2.12, lid 1, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo.

5 In artikel 4, lid 11, van Bijlage II bij het Bor.

6 Zoals volgt uit pagina 49 van de Visie Gezond Groen.