Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2022:30

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-01-2022
Datum publicatie
11-01-2022
Zaaknummer
UTR 21/3215
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank verklaart het beroep gegrond, omdat verweerder met de verwijzing naar het advies van BonoTraffics en naar het advies van de adviseur verkeersveiligheid van de provincie Utrecht de effecten van het verkeersbesluit op de verkeersafwikkeling en op de verkeersveiligheid op de betrokken wegen in de besluitvorming onvoldoende heeft meegenomen.

Ook heeft verweerder niet inzichtelijk gemaakt dat met de aanleg van de busbaan, de vertraging voor de bussen op de Stationsweg binnen of buiten de spitsuren feitelijk wordt verminderd.

Verweerder zal eerst nieuw onderzoek moeten doen naar de verkeersafwikkeling en naar de verkeersveiligheid in het kader van de verkeersmaatregel. Op basis daarvan moet verweerder een nieuw besluit nemen op de bezwaren van eiser. De rechtbank stelt daarvoor een termijn van 12 weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/3215

uitspraak van de meervoudige kamer van 6 januari 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: W.G. van Golstein Brouwer),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden, verweerder

(gemachtigden: mr. S. de Rijke en J.B. Zuiderveen).

Als derde-partij hebben deelgenomen:

1 De provincie Utrechtte Utrecht

(Gemachtigden: G. Knegtel en S. de Ridder)

2 Vervoersbedrijf Syntus/Keolis,gevestigd te Deventer

(Gemachtigden: E. van der Zee en J. van Verseveld)

Procesverloop

Met het besluit van 17 december 2020 (het verkeersbesluit) heeft verweerder besloten een rijbaan uitsluitend ten behoeve van lijnbussen (de busbaan) in te stellen op de Stationsweg tussen de Spoorlaan en de Polanerbaan in Woerden en het eenrichtingsverkeer op de Stationsweg op te heffen.

Met besluit van 24 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eiser, met verbetering van de motivering, ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 november 2021. Daarbij waren aanwezig: eiser en zijn gemachtigde, de gemachtigden van verweerder, de gemachtigden van de provincie en de gemachtigden van het vervoersbedrijf. Verder waren vijf bewoners van de [straat] aanwezig als publiek. Een aantal bewoners heeft aan de zitting deelgenomen via een beeldverbinding.

Overwegingen

Wie is partij bij dit geding?

1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit dat aan hem is gericht. De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift medeondertekend is door 12 andere bewoners van de Stationsweg. Zij hebben, al dan niet gezamenlijk, ook bezwaar gemaakt tegen het verkeerbesluit, waarop verweerder voor ieder van hen separate besluiten op bezwaar heeft genomen. Geen van de medeondertekenaars van het beroepschrift heeft beroep ingesteld tegen het aan hen gerichte separate besluit op bezwaar. Omdat deze medeondertekenaars geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van beroep tegen de aan hen gerichte besluiten op bezwaar, ziet de rechtbank geen aanleiding om hen als partij toe te laten in het beroep van eiser tegen het bestreden besluit en hen op de voet van artikel 8:26 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan het geding te laten deelnemen. Artikel 8:26 van de Awb beoogt niet te voorzien in participatie door belanghebbenden die geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid bezwaar of beroep in te stellen dan wel anderszins niet-ontvankelijk zijn in hun bezwaar of beroep. De rechtbank merkt daarom alleen eiser aan als eisende partij in dit beroep en niet de medeondertekenaars van het beroepschrift.

Waarom is het verkeersbesluit genomen?

2. Het busstation van Woerden is gelegen aan de Spoorlaan. De Spoorlaan en de aangelegen Stationsweg zijn eenrichtingswegen. Alle lijnbussen naar het busstation Woerden rijden daarom via de Stationsweg. Alle van het busstation vertrekkende lijnbussen naar de Polanerbaan rijden rond via de Spoorlaan, de Johan van Oldenbarneveltlaan en de Utrechtsestraatweg. De lijnbussen lopen op deze route regelmatig vertraging op, waardoor het vervoersbedrijf niet aan de aangegeven rijtijden kan voldoen.

3. Begin 2020 hebben het vervoersbedrijf en de provincie Utrecht verweerder verzocht om op de Stationsweg het eenrichtingsverkeer op te heffen en een busbaan aan te leggen. In een notitie van 24 december 2019 heeft het vervoersbedrijf haar verzoek toegelicht. Volgens het bedrijf zullen de verzochte maatregelen voor de lijnbussen op drukke dagen tot minder vertraging leiden.

4. Verweerder vindt het voor de betrouwbaarheid van het openbaar vervoer in de gehele regio van belang dat lijnbussen op het traject minder vertraging oplopen. Verweerder heeft daarom besloten om op de Stationsweg een rijbaan in te stellen uitsluitend ten behoeve van lijnbussen en het eenrichtingsverkeer op te heffen.

Wat is het advies van de politie?

5. De politie heeft op 9 december 2020 positief geadviseerd over het instellen van de verkeersmaatregel. Wel is door de politie aangegeven dat de maatregelen van het verkeersbesluit een nadelige invloed hebben op de verkeersveiligheid en een mogelijk negatieve invloed op de bereikbaarheid voor hulpdiensten De politie heeft geadviseerd de maatregel uit te voeren en de verkeersafwikkeling op de kruising Stationsweg-Polanerbaan te monitoren en indien nodig aanvullende maatregelen in te stellen, zoals het aanbrengen van een verkeersregelinstallatie (VRI).

Wat houdt het bestreden besluit in?

6. De bezwaarschriften van eiser en andere omwonenden zijn voorgelegd aan de commissie bezwaarschriften (de bezwaarcommissie), die verweerder op 12 april 2021 onder meer heeft geadviseerd om een deskundige advies te vragen over de gevolgen van de maatregelen voor de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid. Door het advies van de politie zijn bij de bezwaarcommissie twijfels gerezen over de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid. Verweerder heeft volgens de bezwaarcommissie niet alle benodigde kennis omtrent de relevante feiten vergaard.

7. Verweerder heeft besloten nader advies in te winnen naar aanleiding van het advies van de bezwaarcommissie. De adviseur verkeersveiligheid, werkzaam bij de provincie Utrecht, is gevraagd een verkeersveiligheidstoets uit te voeren op de aan te leggen busbaan. Op 10 juni 2021 heeft de adviseur verkeersveiligheid het ontwerp van de busbaan als voldoende verkeersveilig beoordeeld. [adviesbureau] heeft op 23 juni 2021 een verkeerskundige toets gedaan om de verkeersafwikkeling van het kruispunt Stationsweg-Polanerbaan in kaart te brengen. Daarbij is onderzocht of de realisatie van de busbaan een significant effect heeft op de afwikkeling van het kruispunt Polanerbaan-Stationsweg. De capaciteit van het kruispunt vanaf de Polanerbaan is onvoldoende en leidt daarmee tot lange wachtrijen en wachttijden. Dit is echter ook het geval in de huidige situatie. Het instellen van de busbaan beïnvloedt weliswaar de afwikkeling van het kruispunt, maar omdat slechts enkele bussen gebruik maken van de busbaan richting de Polanertunnel, leidt de realisatie van de busbaan volgens [adviesbureau] niet tot langere wachtrijen en wachttijden op het kruispunt Polanerbaan - Stationsweg. Verweerder concludeert op basis van deze twee onderzoeken dat de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid met de realisatie van de busbaan voldoende zijn gewaarborgd.

Wat zijn de beroepsgronden?

8. Eiser heeft bezwaren tegen het instellen van de busbaan op de Stationsweg. Hij stelt zich op het standpunt dat het verkeersbesluit leidt tot een verkeeronveilige situatie en dat de bereikbaarheid afneemt. In dit verband is aangevoerd dat de door [adviesbureau] gebruikte onderzoeksmethode (Harders) om de verkeerssituatie te beoordelen, geen geschikte onderzoeksmethode is. Verder stelt eiser dat het veiligheidsonderzoek van de Provincie Utrecht ten onrechte niet is uitgevoerd door een onafhankelijke partij. Eiser voert verder aan dat bij het verkeersbesluit, zowel in het kader van de doorstroming, als de verkeersveiligheid, fietsers en voetgangers onvoldoende zijn meegenomen. Er is niet gekeken naar de veiligheid bij drukte en naar de vele ongelukken die op dit kruispunt zijn gebeurd. Eiser vindt dat door de aanleg van de busbaan de bereikbaarheid van Woerden wordt verslechterd. De busbaan is onveilig en dient geen nut. Bovendien kan eiser zijn woning niet meer bereiken en heeft hij overlast van geluid, fijnstof en trillingen. Ten slotte voert eiser aan dat hij zich door verweerder in zijn bezwaren niet serieus genomen voelt.

Wat is het beoordelingskader?

9. De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State1 verweerder bij het nemen van een verkeersbesluit op grond van de Wegenverkeerswet 1994(Wvw) beoordelingsruimte heeft bij de uitleg van de begrippen ‘veiligheid op de weg’ en ‘bruikbaarheid van de weg’. Ook is het aan verweerder om de verschillende belangen die betrokken moeten worden bij het nemen van een dergelijk besluit tegen elkaar af te wegen en om te bepalen wanneer de in artikel 2 van de Wvw vermelde belangen het nemen van welke verkeersmaatregelen vergen. De bestuursrechter stelt zich bij de toetsing van een dergelijk besluit terughoudend op en toetst of het besluit niet strijdig is met wettelijke voorschriften, dan wel of sprake is van een zodanige onevenwichtigheid in de afweging van de betrokken belangen, dat verweerder niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen. Verweerder hoeft niet de absolute noodzaak van een verkeersbesluit aan te tonen. Voldoende is dat met het verkeersbesluit de eraan ten grondslag gelegde belangen, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wvw worden gediend en dat inzichtelijk is gemaakt op welke wijze alle betrokken belangen tegen elkaar zijn afgewogen.

Beoordeling rechtbank

10. Uit het bestreden besluit blijkt dat de in het verkeersbesluit opgenomen maatregel, namelijk het instellen van een rijbaan uitsluitend ten behoeve van lijnbussen op de Stationsweg, tot doel heeft de vertraging van de lijnbussen terug te dringen, hetgeen van belang is voor de betrouwbaarheid van het openbaar vervoer in de regio. Dit wil verweerder bereiken door het eenrichtingsverkeer op de Stationsweg op te heffen en een busbaan aan te leggen.

11. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat het in deze procedure centraal staande kruispunt Stationsweg-Polanerbaan een zeer druk kruispunt is, dat door verweerder wordt aangemerkt als een van de grootste doorstromingsknelpunten in de gemeente. De verkeersspecialist van de politie heeft aangegeven dat de beoogde maatregelen de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid mogelijkerwijs in nadelige zin zullen beïnvloeden. Verweerder heeft het belang van de eventueel nadelige beïnvloeding van de verkeersveiligheid en bereikbaarheid onderschreven door het advies van de bewaarcommissie daarover te volgen. Een deskundige is advies gevraagd over de gevolgen van de maatregelen voor de verkeerveiligheid en de bereikbaarheid. Verweerder heeft het voornoemde onderzoek van [adviesbureau] van 23 juni 2021 en het advies van de adviseur verkeersveiligheid van de Provincie Utrecht van 10 juni 2021 aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd.

12. Eiser heeft zich ten aanzien van het advies van [adviesbureau] op het standpunt gesteld dat dit advies niet aan het bestreden besluit ten grondslag kan liggen, omdat de gehanteerde onderzoeksmethode Harders ongeschikt is om de verkeersituatie te beoordelen. Daarnaast is in het advies geen rekening gehouden met het kruisend fietsverkeer en de voetgangers. Verweerder heeft erkend dat de gebruikte onderzoeksmethode niet geschikt is om de verkeersafwikkeling te beoordelen, maar heeft naar voren gebracht dat de methode vooral gebruikt is om inzichtelijk te maken dat het kruispunt momenteel overbelast is. Ook is volgens verweerder geen rekening gehouden met het kruisend fietsverkeer en de voetgangers. Tussen partijen is niet in geschil dat de in het rapport van [adviesbureau] gehanteerde onderzoeksmethode ongeschikt is om de verkeerssituatie te beoordelen. Om die reden kan niet worden vastgesteld dat de effecten van de verkeersmaatregel op de verkeersafwikkeling op afdoende wijze nader zijn onderzocht. Verweerder heeft zich niet in redelijkheid kunnen baseren op het advies van [adviesbureau] , nu met dit advies de door de bewaarcommissie geconstateerde twijfel over de bereikbaarheid niet is weggenomen. Het te verrichten onderzoek naar de verkeersafwikkeling naar aanleiding van het verkeersbesluit had als doel om vast te stellen of ook na de aanleg van de busbaan de verkeersafwikkeling op de Stationsweg en het kruispunt met de Polanerbaan nog verantwoord is. Naar het oordeel van de rechtbank is dit nog altijd niet vast komen te staan. De beroepsgrond van eiser slaagt.

Is de verkeersveiligheid voldoende gewaarborgd?

13. De rechtbank volgt eiser verder in zijn standpunt dat het advies uitgebracht door de veiligheidsadviseur van de provincie Utrecht niet kan worden aangemerkt als afkomstig van een onafhankelijke deskundige. De provincie Utrecht heeft het belang van de aanleg van de busbaan immers onderschreven en heeft zich bereid verklaard deze te subsidiëren. Ook is de provincie Utrecht als derde-partij in deze procedure betrokken. Onder die omstandigheden is de onpartijdigheid van de geraadpleegde deskundige die werkzaam is bij de provincie Utrecht onvoldoende gewaarborgd. Dat de deskundige in het bezit is van een certificaat maakt dit niet anders. Het gaat er met name om de schijn van partijdigheid te voorkomen. Dit betekent dat verweerder het bestreden besluit ten aanzien van de veiligheid van de verkeerssituatie op de Stationsweg met de verkeersmaatregel niet heeft kunnen baseren op het advies van de provincie Utrecht. Deze beroepsgrond van eiser slaagt ook.

14. De rechtbank tekent in het kader van de verkeersveiligheid nog aan dat verweerder heeft erkend dat met de aanleg van busbaan het risico op een ongeval op het kruispunt Stationsweg-Polanerbaan kan toenemen omdat er verkeer komt uit beide richtingen. Verder heeft eiser onweergesproken gesteld dat het risico bestaat dat het kruispunt Stationsweg-Polanerbaan gevaarlijker wordt voor fietsers die vanaf het Stationsplein de Stationsweg oversteken, omdat zij straks voorrang moeten verlenen aan verkeer dat in zuidelijke richting rijdt en aan de bussen die vanaf het Stationsplein de Stationsweg willen oprijden. Ten slotte is van belang dat met de aanleg van de busbaan de fietspaden en trottoirs worden versmald, wat de veiligheid en de doorstroming van fietsers en voetgangers zou kunnen verminderen. Verweerder zal deze risico’s bij het onderzoek naar de veiligheid in kaart moeten brengen en moeten meewegen bij de veiligheid van de aanleg van de busbaan.

Doelstelling verkeersmaatregel

15. De rechtbank merkt verder op dat verweerder niet inzichtelijk heeft gemaakt dat met de aanleg van de busbaan, de vertraging voor de bussen op de Stationsweg binnen of buiten de spitsuren feitelijk wordt verminderd. Ter zitting is bevestigd door verweerder dat hiernaar geen onderzoek is verricht. De vraag is dus of het doel dat verweerder heeft met het verkeersbesluit, namelijk het volgens dienstregeling kunnen rijden van de lijnbussen, ook daadwerkelijk wordt behaald met de voorgenomen maatregelen. Ter zitting is besproken dat ook de bussen die vanaf de Stationsweg op de kruising met de Polanerbaan rechtdoor rijden zullen moeten wachten op de bussen die linksaf slaan, nu de linksafslaande bussen voorgang dienen te verlenen aan het overige verkeer op de Polanerbaan. Verweerder heeft weliswaar gesteld dat het gaat om maximaal 1 tot 6 bussen per uur die op de kruising met de Polanerbaan linksaf slaan, maar nu alle vertrekkende bussen gebruik zullen maken van de busbaan is er twijfel gerezen of er daadwerkelijk sprake is van de beoogde tijdwinst.

Is een juiste belangenafweging gemaakt?

16. Uit het voorgaande volgt dat verweerder met de verwijzing naar het advies van [adviesbureau] en naar het advies van de adviseur verkeersveiligheid van de provincie Utrecht de effecten van het verkeersbesluit op de verkeersafwikkeling en op de verkeersveiligheid op de betrokken wegen in de besluitvorming onvoldoende heeft meegenomen. Ook heeft verweerder de doelstelling van de verkeersmaatregel onvoldoende onderbouwd. Verweerder heeft zich daarom ook niet op het standpunt kunnen stellen dat het belang bij het verkeersbesluit opweegt tegen de belangen van eiser bij een veilig en verantwoord verkeerskruispunt.

17. De rechtbank laat de overige beroepsgronden van eiser gelet op het voorgaande buiten bespreking. Wel hecht de rechtbank eraan op te merken dat verweerder op zitting heeft toegezegd dat de NS bereid is om de bewoners van de Stationsweg parkeerplaatsen ter beschikking te stellen. Ook is verweerder bereid een nulmeting te houden na een nieuw besluit met een verkeersmaatregel om eventuele schade aan woningen door trillingen te kunnen vaststellen.

Conclusie

18. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit omdat het niet zorgvuldig is voorbereid en ook onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank ziet geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen, omdat dit geen efficiënte wijze van afdoening is. Verweerder zal eerst nieuw onderzoek moeten doen naar de verkeersafwikkeling en naar de verkeersveiligheid in het kader van de verkeersmaatregel. Op basis daarvan zal hij een nieuw besluit moeten nemen op de bezwaren van eiser. De rechtbank stelt daarvoor een termijn van 12 weken.

Proceskostenvergoeding en griffierecht

19. De rechtbank ziet geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiser. Er is geen sprake van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Eisers verzoek om vergoeding van in bezwaar en beroep gemaakte kosten van € 500,- wijst de rechtbank dan ook af.

20. Omdat het beroep gegrond is, bepaalt de rechtbank wel dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht moet vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    bepaalt dat verweerder een nieuwe besluit neemt op het bezwaarschrift van eiser en stelt hiervoor een termijn van 12 weken;

  • -

    bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 181,- aan eiser vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse, voorzitter, en mr. J.H. Lange en mr. H.H.L. Krans, leden, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier. De beslissing is bekendgemaakt op 6 januari 2022 en zal openbaar worden gemaakt op rechtspraak.nl.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1 Zie de uitspraak van 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3761.