Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2022:2800

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15-07-2022
Datum publicatie
18-07-2022
Zaaknummer
16/287598-21 (P)
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 26-jarige man voor het vervoeren en voorhanden hebben van een hoeveelheid van 525 kilogram cocaïne in [plaats]. De rechtbank heeft de overtuiging gekregen dat het verdachte is geweest die, samen met zijn medeverdachten, deze partij cocaïne in een woning aanwezig heeft gehad en in diverse voertuigen heeft geladen. Aan verdachte wordt een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren opgelegd, met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Samenhang met 16/287600-21, 16/287595-21 en 16/022597-22.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/287598-21 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 15 juli 2022

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1996] in [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

Van [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] ,

op dit moment gedetineerd in de P.I. Krimpen aan den IJssel ,

hierna te noemen: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 februari 2022 (pro forma/regie), 26 april 2022 (pro forma/regie) en 1 juli 2022 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. T. Tanghe, en van dat wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. R. van den Hemel, advocaat te Dordrecht, naar voren hebben gebracht.

De inhoudelijke behandeling vond gelijktijdig, maar niet gevoegd, plaats met de behandeling van de zaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummer 16/287600-21), [medeverdachte 2] (parketnummer 16/287595-21) en [medeverdachte 3] (parketnummer 16/022597-22).

2 TENLASTELEGGING

De officier van justitie verdenkt verdachte ervan dat hij betrokken is geweest bij een strafbaar feit. Deze verdenking staat beschreven in de tenlastelegging. De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Kort en feitelijk weergegeven, komt de verdenking er op neer dat verdachte:

op 22 oktober 2021 in Uithoorn, samen met anderen, een hoeveelheid van ongeveer 525 kilogram cocaïne opzettelijk heeft vervoerd en opzettelijk voorhanden heeft gehad.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat, kort gezegd, wettig en overtuigend te bewijzen is dat verdachte – in nauwe en bewuste samenwerking met zijn medeverdachten – op 22 oktober 2021 een hoeveelheid van 525 kilogram cocaïne opzettelijk heeft vervoerd en opzettelijk voorhanden heeft gehad. Daartoe heeft de officier van justitie bij requisitoir gewezen op de bevindingen van het observatie- en arrestatieteam, alsmede het aanvullend proces-verbaal van instap in de woning aan [adres] in [plaats] (hierna: het proces-verbaal van instap) en de rapportages die zijn opgemaakt door de forensische deskundigen ten aanzien van de aangetroffen cocaïne.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken van de partij cocaïne die in de Mercedes, gekentekend [kenteken] , is aangetroffen, te weten een totale hoeveelheid van 201 kilogram, alsmede van het blok cocaïne dat in de (verborgen) wasruimte in de woning lag opgeborgen. In de visie van de raadsvrouw is niet wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte betrokken is bij de overdracht van de partij cocaïne naar de Mercedes en ook niet dat verdachte het opzet had op het voorhanden hebben van de ene kilogram cocaïne uit de (verborgen) wasruimte.

Verder heeft de raadsvrouw verklaard zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft het bezit van de overige hoeveelheid cocaïne, maar acht zij niet wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte de cocaïne opzettelijk heeft vervoerd. Het verweer van de raadsvrouw strekt op dit onderdeel dan ook tot vrijspraak.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Het bewijs 1

In een afschermproces-verbaal van 22 oktober 2021 staat opgetekend dat er in Nederland een opsporingsonderzoek loopt, waaruit informatie volgt dat in de woning aan [adres] in [plaats] “zeer waarschijnlijk een grote hoeveelheid verdovende middelen aanwezig [is]”.2 De betreffende woning staat op naam van medeverdachte [medeverdachte 1] en is, vanwege dit lopende opsporingsonderzoek, stelselmatig geobserveerd.3 Bij deze observatie is gebruik gemaakt van twee heimelijk geplaatste camera’s: de ene camera heeft zicht op het parkeerdek van de parkeergarage van winkelcentrum [straat] in [plaats] en de andere heeft zicht op de portiek van het appartementencomplex aan [straat] . Het zicht strekte zich tot in de portiek en de galerij met toegang tot de woning aan [adres] . Via één van deze camera’s is waargenomen dat op 22 oktober 2021 twee personen tussen 5.33 uur en 7.46 uur in totaal 28 keer de geobserveerde woning in- en uitlopen en daarbij “gesealde balen” de woning in dragen. Op deze camerabeelden is door het observatieteam, naast medeverdachte [medeverdachte 1] , verdachte herkend.4

De camera met zicht op het parkeerdek heeft vastgelegd dat verdachte op 22 oktober 2021 omstreeks 9.40 uur een Volkswagen Transporter voor de ingang van het portiek van de woning aan [adres] parkeert. Ook is op de beelden van deze camera gezien dat de zij(schuif)deur van de Volkswagen Transporter aan de bijrijderskant wordt geopend. Vervolgens is geverbaliseerd dat verdachte en [medeverdachte 1] vanaf 9.42 uur met blauwe boodschappentassen – die kennelijk tot de rand zijn gevuld – uit de woning lopen en zich naar de ingang van het portiek begeven. In de weerspiegeling van de schuifdeur van de Volkswagen Transporter wordt een “blauwe schim” gezien. Vervolgens is waargenomen dat verdachte om 9.46 uur de Volkswagen Transporter verplaatst naar een parkeerplek op het parkeerdek, waarna hij een Volkswagen Caddy voor de ingang van het portiek parkeert.5

Vanaf 9.50 uur is opnieuw waargenomen dat verdachte en [medeverdachte 1] in en uit de woning lopen, waarbij zij tot de rand gevulde blauwe boodschappentassen uit de woning dragen en naar de ingang van het portiek brengen, alwaar de Volkswagen Caddy geparkeerd staat.6 In totaal worden 18 boodschappentassen uit de woning gehaald.7 Om 9.52 uur is waargenomen dat verdachte in de Volkswagen Caddy stapt en deze verplaatst naar een parkeerplaats op het parkeerdek. Enige tijd later, omstreeks 10.15 uur, is waargenomen dat een Mercedes met kenteken [kenteken] het parkeerdek komt oprijden en door een op dat moment onbekende persoon naast de Volkswagen Caddy wordt geparkeerd.8

Vanuit de politiehelikopter, die op dat moment boven het parkeerdek van [straat] in [plaats] vliegt, is waargenomen dat meerdere personen heen en weer lopen tussen de Volkswagen Caddy en de Mercedes en dat daarbij voorwerpen van de achterzijde van de Volkswagen Caddy in de richting van de Mercedes worden gedragen. Vervolgens is gezien dat de onbekende persoon in de Mercedes stapt en het parkeerdek afrijdt.9

Op 22 oktober 2021, omstreeks 10.36 uur, wordt de onbekende bestuurder van de Mercedes, gekentekend [kenteken] , op de openbare weg staande gehouden en daarna aangehouden. De bestuurder van de Mercedes blijkt te zijn medeverdachte [medeverdachte 2] .10

De Mercedes wordt in beslag genomen en door verbalisanten doorzocht. In totaal worden tien grote blauwe boodschappentassen aangetroffen met daarin rechthoekige blokken: vier tassen op de achterbank en zes tassen in de kofferbak.11

Kort na de aanhouding en inbeslagname van de Mercedes, stapt een arrestatieteam binnen in de woning aan [adres] te [plaats] . In het bijzijn van [medeverdachte 1] , wordt verdachte in de woning aangetroffen.12 De woning wordt doorzocht en in de woonkamer worden zes grote boodschappentassen met daarin rechthoekige blokken aangetroffen. Ook worden er in de keuken drie dozen aangetroffen met daarin rechthoekige blokken. In een (verborgen) wasruimte wordt ten slotte nog een tas aangetroffen met daarin één rechthoekig blok.13

Eveneens wordt de eerder waargenomen Volkswagen Transporter doorzocht. Bij de doorzoeking worden in een verborgen ruimte acht boodschappentassen aangetroffen. Ook in deze tassen zitten diverse rechthoekige blokken.14

In totaal gaat het om een netto hoeveelheid van 525 kilogram aan rechthoekige blokken.15

Na telling, blijken in de Mercedes 201 rechthoekige blokken te zitten. Deze blokken wegen gezamenlijk 201 kilogram. Ten behoeve van het forensisch onderzoek zijn de blokken met goednummer 2895971 voorzien van SIN-nummer AAOV9501NL. Deze blokken zijn vervolgens bemonsterd en voorzien van (relatie) SIN-nummer AAOV9506NL.16 Het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) heeft geconcludeerd dat de monsternames met het (relatie) SIN-nummer AAOV9506NL cocaïne bevatten.17

In de tassen uit de woonkamer blijken 113 rechthoekige blokken te zitten. Deze blokken met goednummer 2895930 wegen gezamenlijk 113 kilogram. Ten behoeve van het forensisch onderzoek zijn de blokken voorzien van SIN-nummer AANR4036NL. Deze blokken zijn bemonsterd en voorzien van (relatie) SIN-nummer AANR4040NL.18 Het NFI heeft geconcludeerd dat de monsternames met het (relatie) SIN-nummer AANR4040NL cocaïne bevatten.19

In de dozen uit de keuken blijken 60 rechthoekige blokken te zitten. Deze blokken wegen gezamenlijk 60 kilogram. Ten behoeve van het forensisch onderzoek zijn de blokken met goednummer 2895953 voorzien van SIN-nummer AAOV9565NL. Deze blokken zijn bemonsterd en voorzien van (relatie) SIN-nummer AAOV9566NL.20 Het NFI heeft geconcludeerd dat de monsternames met het (relatie) SIN-nummer AAOV9566NL cocaïne bevatten.21

Het ene blok uit de (verborgen) wasruimte met goednummer 2895963 is ten behoeve van het forensisch onderzoek voorzien van SIN-nummer AAOV9586NL. Dit blok weegt 1 kilogram, is bemonsterd en het monster is voorzien van (relatie) SIN-nummer AAPH2118NL.22 Het NFI heeft geconcludeerd dat de monstername met het (relatie) SIN-nummer AAPH2118NL cocaïne bevat.23

In de (verborgen) wasruimte is een geldtelmachine aangetroffen.24 Deze geldtelmachine is bemonsterd op vingerafdrukken en een aangetroffen spoor is voorzien van SIN-nummer AAPE5778NL.25 Het spoor is vergeleken met de vingerafdruk van verdachte. Uit onderzoek van het NFI volgt dat een zeer grote mate van overeenkomst is geconstateerd. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon dan verdachte is verwaarloosbaar klein.26

Ten behoeve van het forensisch onderzoek zijn de blokken uit de Volkswagen Transporter met goednummer 2895974 voorzien van SIN-nummer AANR4023NL. Deze blokken zijn vervolgens bemonsterd en voorzien van (relatie) SIN-nummer AANR4022NL.27 Het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) heeft geconcludeerd dat de monsternames met het (relatie) SIN-nummer AANR4022NL cocaïne bevatten.28

4.3.1

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Uit de in de voetnoten vermelde bewijsmiddelen volgen de redengevende feiten en omstandigheden op basis waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte op 22 oktober 2021, samen met medeverdachte [medeverdachte 1] , een totale hoeveelheid van 525 kilogram cocaïne heeft vervoerd en voorhanden heeft gehad.

Bij dit oordeel betrekt de rechtbank de omstandigheid dat bij bekijken van de camerabeelden door de verbalisanten wordt waargenomen dat verdachte en [medeverdachte 1] 18 grote blauwe boodschappentassen uit de woning van [medeverdachte 1] halen en brengen in de richting van de door verdachte verplaatste voertuigen. Dit gebeurt nadat eerder op die ochtend door verdachte en [medeverdachte 1] grote gesealde voorwerpen de woning zijn ingebracht. Na het naar buiten brengen van de tassen wordt waargenomen dat meerdere personen met voorwerpen heen en weer lopen tussen de Volkswagen Caddy en de Mercedes, waarbij deze voorwerpen in de richting van de Mercedes worden gebracht. De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – af dat verdachte een van deze personen is geweest. Na aanhouding van de bestuurder van de Mercedes (naar later blijkt: medeverdachte [medeverdachte 2] ) blijkt dat grote blauwe boodschappentassen op de achterbank en in de kofferruimte staan met daarin een grote hoeveelheid cocaïne (in totaal 201 kilogram). Gelet op de uiterlijke verschijningsvormen van de gedragingen van verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van een gezamenlijke uitvoering door verdachte en zijn medeverdachten bij het opzettelijk aanwezig hebben en opzettelijk vervoeren van die hoeveelheid cocaïne. In de Volkswagen Transporter zijn 8 blauwe boodschappentassen met in totaal 150 kilogram cocaïne aangetroffen. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] die blauwe boodschappentassen vanuit de woning daarin hebben geplaatst. In de woning, waarin verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] zijn aangehouden, is in totaal 174 kilogram cocaïne aangetroffen. Dat verdachte ook wetenschap had van het kilogramblok cocaïne dat in de (verborgen) wasruimte van de woning lag, volgt uit de omstandigheid dat in dezelfde ruimte een geldtelmachine is aangetroffen, met daarop de vingerafdruk van verdachte. De rechtbank constateert hiermee dat verdachte ook in die ruimte kwam en – gelet op zijn rol bij het vervoeren en aanwezig hebben van de overige cocaïne – ook van dat betreffende kilogramblok moet hebben geweten. Derhalve zal het totaal van 525 kilogram (dus inclusief de 201 kilogram uit de Mercedes en de ene kilogram uit de verborgen wasruimte) worden bewezen verklaard.

Het verweer van de raadsvrouw wordt dan ook verworpen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 22 oktober 2021 te Uithoorn , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft vervoerd en opzettelijk aanwezig heeft gehad, 525 kilogram cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod.

Ten aanzien van de hoeveelheid cocaïne die in de Mercedes is aangetroffen (201 kilogram), is sprake van eendaadse samenloop.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aan de rechtbank verzocht om verdachte een substantieel lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd. De raadsvrouw heeft daartoe verwezen naar diverse uitspraken van rechtbanken waarin een soortgelijke straf is opgelegd terwijl – in de visie van de raadsvrouw – meer en/of zwaardere strafbare feiten werden bewezenverklaard dan het feit dat in onderhavige zaak aan verdachte is tenlastegelegd. Verder heeft zij gewezen op het blanco strafblad van verdachte en de omstandigheid dat de tenlastegelegde periode 1 dag betreft.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit feit is gepleegd

Door een grote hoeveelheid van ongeveer 525 kilogram cocaïne te vervoeren en voorhanden te hebben, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feit. Het is een feit van algemene bekendheid dat cocaïne sterk verslavend is en schade toebrengt aan de gezondheid van de gebruikers ervan. Bovendien plegen verslaafde gebruikers veelal vermogensfeiten om hun drugsgebruik te kunnen bekostigen, met alle schadelijke gevolgen voor de samenleving van dien. Naar het oordeel van de rechtbank kan een dergelijke hoeveelheid cocaïne enkel bestemd zijn voor de (internationale) handel in cocaïne. Door een dergelijk grote hoeveelheid cocaïne te vervoeren en voorhanden te hebben, is verdachte een onmisbare schakel geweest binnen het systeem van grootschalige drugshandel en daarmee medeverantwoordelijk voor zowel de problemen van kwetsbare gebruikers als de overlast en gevoelens van onveiligheid die gepaard gaan met de handel in verdovende middelen.

Daarbij komt dat dergelijke hoeveelheden cocaïne enkel kunnen worden verkregen met behulp van een uitgebreid netwerk van georganiseerde criminaliteit. Niet zelden worden deze criminele netwerken gekenmerkt door ondermijning, intimidatie en geweld. Met name dit laatste baart de rechtbank ernstige zorgen. Het aantreffen van een geldtelmachine, een verborgen ruimte in een voertuig en een vacumeermachine in een (verborgen) ruimte in de woning van verdachte versterkt het beeld dat sprake is van een professionele organisatie. De rechtbank neemt het verdachte bijzonder kwalijk dat hij kennelijk onderdeel uitmaakte van deze wereld. Dat de cocaïne uiteindelijk door ingrijpen van justitie niet op de markt terecht is gekomen, doet niet af aan de strafwaardigheid van verdachte.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie op naam van verdachte van 28 december 2021. Naast onderhavige zaak is verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking geweest. Het strafblad van verdachte weegt de rechtbank dan ook niet in het voordeel en ook niet in het nadeel van verdachte mee bij de uiteindelijk op te leggen straf.

Oplegging van straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een lange, onvoorwaardelijke, gevangenisstraf moet worden opgelegd. Bovendien acht de rechtbank het vanuit het oogpunt van speciale en generale preventie van groot belang dat in de strafoplegging tot uiting komt dat misdrijven als de onderhavige niet lonen en dat op het plegen daarvan een stevige reactie vanuit de strafrechter volgt.

Om te bevorderen dat strafrechters voor soortgelijke feiten (ongeveer) dezelfde straffen opleggen, zijn binnen de rechtspraak oriëntatiepunten voor straftoemeting ontwikkeld. Voor het vervoeren van een hoeveelheid harddrugs van meer dan 20 kilogram, is een gevangenisstraf van 50 maanden het uitgangspunt, of 72 maanden indien de verdachte enige rol speelt binnen een organisatie (zoals verdachte). Voor de grote hoeveelheid cocaïne zoals deze in onderhavige strafzaak is aangetroffen, bestaan geen oriëntatiepunten. De rechtbank heeft derhalve ook gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en heeft bij de bepaling van de hoogte van de op te leggen straf de voorgaande overwegingen betrokken.

Alles overziend, acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren passend en geboden. Gelet op de feiten en omstandigheden kan niet worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, wordt afgetrokken van voornoemde periode.

Ten slotte bepaalt de rechtbank dat de tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf volledig zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidsstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

9 BESLAG

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder verdachte inbeslaggenomen telefoon teruggegeven kan worden aan verdachte. Voor het overige heeft de officier van justitie geen opmerkingen gemaakt over de inbeslaggenomen goederen.

9.2

Het standpunt van de verdediging

Ook de raadsvrouw van verdachte heeft aan de rechtbank verzocht om te bevelen dat de onder verdachte inbeslaggenomen telefoon aan verdachte wordt teruggegeven.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 353, eerste lid Wetboek van Strafvordering de strafrechter een eindbeslissing dient te nemen op alle goederen die met toepassing van artikel 94 Wetboek van Strafvordering in beslag zijn genomen en waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven. De rechtbank heeft acht geslagen op de lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen met een strafrechtelijke beslagtitel, die zich in onderhavig strafdossier bevindt.

Ten aanzien van de in onderhavige zaak in beslag genomen goederen is de rechtbank allereerst van oordeel dat het navolgende goed moeten worden onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet en het algemene belang:

8 stuks verdovende middelen (G2895974).

Verder is de rechtbank van oordeel dat in onderhavige zaak de navolgende goederen moeten worden verbeurd verklaard, omdat deze goederen zijn gebruikt bij het plegen van het te bewezen verklaren strafbare feit of in verband daarmee de bestemming hebben te worden gebruikt (en verdachte die bestemming redelijkerwijs had kunnen vermoeden):

  • -

    1 stuk bestelauto (G693291);

  • -

    1 stuk bestelauto (G693311).

Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat in onderhavige zaak het navolgende goed moet worden teruggegeven aan de rechthebbende, te weten aan verdachte:

1 stuk mobiele telefoon (G693188).

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    33, 33a, 36b, 36c, 47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    2 en 10 van de Opiumwet;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes (6) jaren;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:

o 8 stuks verdovende middelen (G2895974).

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

o 1 stuk bestelauto (G693291);

o 1 stuk bestelauto (G693311).

- gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp:

o 1 stuk mobiele telefoon (G693188).

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, mr. N.M.H. van Ek en mr. P.M. Leijten, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.B. Venema, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 juli 2022.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 22 oktober 2021 te Uithoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 525 kilogram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers zijn dit pagina’s van de door de politie Eenheid Midden-Nederland op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummers PL0900-2021335552 (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 403) en PL0900-2021076578 (nrs. 424, 107 en 332, digitale nummering 1 tot en met 48, alsmede nr. 540, digitale nummering 1 tot en met 20). Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een afschermproces-verbaal (nr. 1), pagina 8.

3 Een proces-verbaal van bevindingen (nr. 107), digitaal genummerd pagina 43.

4 Een proces-verbaal van bevindingen (nr. 424), digitaal genummerd pagina 3, en fotobijlage 1 bij dit proces-verbaal van bevindingen, digitaal genummerd pagina 12 tot en met 18.

5 Een proces-verbaal van bevindingen (nr. 424), digitaal genummerd pagina 5, en fotobijlage 2 bij dit proces-verbaal van bevindingen, digitaal genummerd pagina 19 tot en met 23.

6 Een proces-verbaal van observatie, pagina 100.

7 Een proces-verbaal van bevindingen (nr. 424), digitaal genummerd pagina 5,

8 Een proces-verbaal van observatie, pagina 101.

9 Een proces-verbaal van bevindingen (nr. 22), pagina 107 en 108.

10 Een proces-verbaal van bevindingen (nr. 424), digitaal genummerd pagina 7.

11 Een proces-verbaal van bevindingen (nr. 12), pagina 63.

12 Een proces-verbaal van binnentreden, pagina 10.

13 Een proces-verbaal van bevindingen van 23 oktober 2021 (nr. 11), pagina’s 49 en 50, incl. fotoblad op pagina’s 51 tot en met 62.

14 Een proces-verbaal van bevindingen van 23 oktober 2021 (nr. 16), pagina 86 en het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen (nr. 28), pagina 118.

15 Een proces-verbaal van bevindingen van 18 januari 2022 (nr. 38), pagina 246.

16 Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen (nr. 28), pagina’s 118 tot en met 122 gelezen in samenhang met de kennisgeving van inbeslagneming, als losse bijlage opgenomen na pagina 172, die ziet op goednummer 2895971.

17 Een geschrift, te weten een NFiDENT-rapportage, pagina 254.

18 Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen (nr. 28), pagina’s 118 tot en met 122, gelezen in samenhang met de kennisgeving van inbeslagneming, als losse bijlage opgenomen na pagina 172, die ziet op goednummer 2895930.

19 Een geschrift, te weten een NFiDENT-rapportage, pagina 256.

20 Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen (nr. 28), pagina’s 118 tot en met 122, gelezen in samenhang met de kennisgeving van inbeslagneming, als losse bijlage opgenomen na pagina 172, die ziet op goednummer 2895953.

21 Een geschrift, te weten een NFiDENT-rapportage, pagina 257.

22 Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen (nr. 28), pagina’s 118 tot en met 122, gelezen in samenhang met de kennisgeving van inbeslagneming, als losse bijlage opgenomen na pagina 172, die ziet op goednummer 2895963.

23 Een geschrift, te weten een NFiDENT-rapportage, pagina 255.

24 Een proces-verbaal van bevindingen Forensisch onderzoek, pagina 191.

25 Proces-verbaal vooronderzoek lab, pagina 195 tot en met 197

26 Een geschrift, te weten een rapport dactyloscopisch onderzoek, pagina 214 en 215.

27 Proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen (nr. 28), pagina’s 118 tot en met 122, gelezen in samenhang met de kennisgeving van inbeslagneming, als losse bijlage opgenomen na pagina 172, die ziet op goednummer 2895974.

28 Een geschrift, te weten een NFiDENT-rapportage, pagina 253.