Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2022:231

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
26-01-2022
Datum publicatie
28-01-2022
Zaaknummer
9279801 MC EXPL 21-3861 HLT/1298
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Loodgieter brengt voor een ontstopping “spiraalkosten” van € 49,90 per meter in rekening. Beroep van de klant op oneerlijke handelspraktijken slaagt (art. 6:193b BW). Overeenkomst wordt vernietigd (o.g.v. art. 6:193j lid 3 BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Almere

zaaknummer: 9279801 MC EXPL 21-3861 HLT/1298

Vonnis van 26 januari 2022

inzake

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

verder ook te noemen: [eiseres] ,

eiseres,

gemachtigde: mr. M. Meijer (DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V.),

tegen

[gedaagde] ,
mede handelend onder de naam " [handelsnaam] ",

wonende te [woonplaats 2] ,

verder ook te noemen: [gedaagde] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. V.C. van der Velde.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de conclusie van repliek;

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] had op 22 januari 2021 een verstopping in de gootsteen in de keuken van haar woning.

2.2.

[eiseres] ging op internet op zoek naar een loodgieter en kwam uit bij de website [.] .nl. [eiseres] belde het op die site vermelde telefoonnummer. In dat telefoongesprek is afgesproken dat een loodgieter langs zou worden gestuurd.
Diezelfde avond meldde [gedaagde] zich bij [eiseres] om vervolgens de verstopping te verhelpen.

2.3.

[eiseres] heeft vóór en ná de ontstoppingswerkzaamheden van [gedaagde] haar handtekening voor akkoord gezet op de tablet van [gedaagde] en ter plekke het totaalbedrag van € 1.457,08 per pin voldaan.

2.4.

Het totaalbedrag van € 1.457,08 is op de factuur van 22 januari 2021 als volgt gespecificeerd:


2.5.

Bij brief van 23 maart 2021 heeft (de gemachtigde van) [eiseres] onder meer het volgende aan [gedaagde] geschreven:

“ (…) Een gangbaar tarief voor een gootsteenontstopping ligt tussen de € 100,- en € 200,-. Om discussie daarover te voorkomen zal cliënt dit bedrag afronden op een bedrag van € 250,-. Het meerdere is rondweg exorbitant en dat wil zij terug.
Ik verzoek u, en voor zover nodig sommeer ik u, om binnen 14 dagen na ontvangst van deze brief bovenstaande vordering ad € 1.207,08 te voldoen (…)”

2.6.

De gemachtigde van [gedaagde] heeft daarop gereageerd en de door [eiseres] gestelde vordering van de hand gewezen.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van € 1.207,08 aan hoofdsom, € 181,06 aan incassokosten, proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat er sprake is van bedrog, misbruik van omstandigheden, oneerlijke handelspraktijken, schending van de informatieverplichting en/of dwaling. [eiseres] stelt dat [gedaagde] zich schuldig maakt aan malafide praktijken. Zijn businessmodel is evident gebaseerd op een exorbitante prijsverhoging van een simpele klus door het in rekening brengen van “spiraalkosten”. Hiervoor wordt een prijs gerekend per strekkende meter spiraal als ware het een prijs voor verbruikte materialen. Deze spiraalprijs en daarmee het zwaartepunt van de factuur is in geen enkel opzicht gestoeld op reële kosten voor de uitvoering van het werk. De spiraal wordt namelijk gewoon hergebruikt. De gemiddelde consument kan bij gebrek aan kennis van het vak van loodgieter onvoldoende tegenspraak bieden wanneer deze kosten worden gepresenteerd als feitelijk noodzakelijke (verbruiks)kosten. [gedaagde] maakt daarvan misbruik. [eiseres] beroept zich daarom (primair) op de vernietigbaarheid van de overeenkomst en vordert (gedeeltelijke) terugbetaling van het betaalde bedrag op grond van onverschuldigde betaling. Subsidiair stelt [eiseres] dat [gedaagde] moet terugbetalen op grond van onrechtmatige daad en, meer subsidiair, op grond van de redelijkheid en billijkheid. [eiseres] matigt haar terugvordering met een aftrek van € 250,00 bij wijze van redelijke prijs voor de verrichte werkzaamheden, aldus [eiseres] .

3.3.

[gedaagde] heeft – kort samengevat – het volgende verweer gevoerd. [gedaagde] heeft zowel de werkzaamheden als de gehanteerde prijzen vooraf uitgebreid met [eiseres] besproken en aan haar getoond op zijn tablet. [eiseres] heeft vóór aanvang van de werkzaamheden haar akkoord gegeven door haar handtekening te plaatsen. Na afloop heeft [eiseres] de verrichte werkzaamheden gecontroleerd en akkoord bevonden. [gedaagde] is met [eiseres] de factuur doorgelopen en [eiseres] heeft de factuur vervolgens ondertekend en zonder protest ter plekke betaald. [gedaagde] betwist daarom dat er sprake is van bedrog, misbruik van omstandigheden, oneerlijke handelspraktijken, het schenden van de informatieverplichting en/of onrechtmatig handelen. Ook betwist hij dat [eiseres] heeft gedwaald bij het sluiten van de overeenkomst. [gedaagde] heeft daarom niet voldaan aan het verzoek van [eiseres] om (een deel van) het betaalde bedrag aan haar terug te betalen. Daarnaast betwist [gedaagde] dat hij tegen [eiseres] heeft gezegd dat de woningbouwvereniging het bedrag van de factuur aan haar zou vergoeden. De vorderingen moeten dan ook worden afgewezen, aldus [gedaagde] .

3.4.

Op de (verdere) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Oneerlijke handelspraktijken

4.1.

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] ten opzichte van [eiseres] onrechtmatig heeft gehandeld omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken (in de zin van artikel 6:193b BW). Daarom slaagt het beroep van [eiseres] op de vernietigbaarheid van de overeenkomst. De vordering van [eiseres] om aan haar € 1.207,08 terug te betalen, wordt dan ook toegewezen. De motivering van voormelde beslissing luidt als volgt.

Misleidende handelspraktijk

4.2.

De prijs die [gedaagde] aan [eiseres] in rekening heeft gebracht voor de verrichte werkzaamheden, € 1.457,08, is uitzonderlijk hoog. [eiseres] heeft onweersproken gesteld dat dat bedrag vijf keer hoger is dan het gangbare tarief voor dergelijke werkzaamheden. Dat het bedrag in dit geval zo hoog is uitgevallen komt niet doordat [gedaagde] zo lang bezig is geweest met het verhelpen van de verstopping (35 minuten). Het overgrote deel van het factuurbedrag, namelijk € 898,20, ziet op zogenoemde “spiraalkosten”, namelijk 18 meter spiraal à € 49,90 exclusief btw.

4.3.

De wijze van het in rekening brengen van de spiraalkosten door [gedaagde] is naar het oordeel van de kantonrechter zo onredelijk en ook zo ongebruikelijk, dat de gemiddelde consument dit niet heeft kunnen en hoeven verwachten bij het geven van de opdracht aan [gedaagde] . Op deze wijze betaalt de klant voor het gebruikte aantal meters spiraal (soms veel meer dan) de volledige aanschaf- of vervangingsprijs, terwijl [gedaagde] die spiraal na het voltooien van de opdracht gewoon weer meeneemt en bij een volgende klant inzet. [gedaagde] gaat bij het presenteren van zijn tarieven en diensten geheel voorbij aan het onderscheid dat bestaat tussen enerzijds materialen die – al dan niet als onderdeel van een machine – door de opdrachtnemer in de uitoefening van de opdracht worden gebruikt en die in offertes doorgaans worden aangeduid, niet als materialen, maar als “gereedschap” of “machines” en die de opdrachtnemer op enig moment, als de levensduur is verstreken of als deze defect zijn, voor eigen rekening zal moeten vervangen en anderzijds materialen die in de uitoefening van de opdracht worden verbruikt, zoals buizen, leidingen of bevestigingsmaterialen die deel gaan uitmaken van het werk en die aan de klant worden doorberekend tegen de kostprijs, eventueel te vermeerderen met een opslag. [gedaagde] heeft niet betwist dat de gebruikte spiraal een herbruikbaar onderdeel is van de rioolreinigingsmachine die de spiraal in de afvoerbuis brengt. De spiraal is dus géén materiaal in de gebruikelijke betekenis van het woord, te weten een zaak die wordt verbruikt en/of deel gaat uitmaken van het werk.

4.4.

Dat [gedaagde] aan [eiseres] voorafgaand aan de opdracht een lijst van tarieven heeft laten zien op zijn tablet waarin (volgens hem) ook de meterprijs van de spiraal was vermeld en dat [eiseres] door het plaatsen van haar handtekening met die meterprijs heeft ingestemd, kan niet tot een ander oordeel leiden. De gemiddelde consument is niet deskundig als het gaat om loodgieterswerkzaamheden en heeft daarom uit de lijst van tarieven niet kunnen of hoeven begrijpen dat de genoemde spiraalkosten per meter niet zien op materiaal dat, als dat nodig mocht zijn, wordt verbruikt bij het oplossen van de verstopping, maar op gereedschap dat door [gedaagde] wordt gebruikt en dat tezamen met de bijbehorende machine na afloop van de werkzaamheden door hem weer wordt meegenomen om te worden gebruikt bij een volgende klant. De gemiddelde consument heeft dat niet kunnen en hoeven begrijpen ook omdat de overige in de lijst van tarieven genoemde materialen kennelijk wél materialen zijn in de gebruikelijke betekenis van het woord, zoals “leidingen aanleggen per meter € 29,90” en “overige materiaalkosten € 40,00”. Alle andere posten op de lijst, die [gedaagde] als productie 1 bij antwoord heeft overgelegd (afgezien van het vermelde arbeidsloon, voorrijkosten en annuleringskosten), zien op de kosten van het gebruik van machines of gereedschap (hoge druk, camera inspectie, waterzuiger, pomp). Te verwachten was daarom dat ook voor het gebruik van de spiraal die [gedaagde] heeft gebruikt om de ontstopping te verhelpen, net als voor het gebruik van de overige gereedschappen/machines, een vast tarief zou gelden.

4.5.

Bovendien is de kantonrechter van oordeel dat van [gedaagde] (die als deskundige moet worden aangemerkt) mag worden verwacht dat hij [eiseres] (als consument), niet alleen de prijs van het gebruik van de spiraal van € 49,90 per meter op zijn tablet laat zien, maar dat hij daarbij ook vermeldt of waarschuwt om hoeveel meter het (mogelijk) gaat. Zeker nu het voor een loodgieter ongebruikelijk is om de kosten van het gebruik van (duurzaam) gereedschap op deze manier apart in rekening te brengen en dit op deze manier kennelijk ook tot een ongebruikelijk hoge prijs kan leiden. [gedaagde] had dus moeten vermelden hoeveel meter het op zijn minst en maximaal zou kunnen betreffen, zodat voor [eiseres] ook een totale maximale prijs duidelijk was. Zonder een indicatie van het (maximum) aantal meters is de consument immers onvoldoende geïnformeerd om een weloverwogen besluit te kunnen nemen over de te verlenen dienst. Er is onvoldoende gesteld door [gedaagde] op grond waarvan [eiseres] bedacht had kunnen of moeten zijn op een dergelijk aantal meters en een dergelijke omvang van de prijs. Bepaald niet ondenkbaar is dat indien [eiseres] had geweten dat het om 18 (of meer) meter spiraal zou gaan zij een ander besluit had genomen met betrekking tot de opdracht.

4.6.

De kantonrechter is op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel dat de wijze waarop [gedaagde] zijn diensten en tarieven presenteert, misleidend is (art. 6:193c BW, lid 1 aanhef en onder sub a en d). Of hij [eiseres] ook heeft misleid door de onjuiste mededeling dat de woningbouwvereniging het factuurbedrag aan haar zal vergoeden – [gedaagde] heeft dat betwist – kan in het midden blijven. Ook als [gedaagde] die onjuiste mededeling niet heeft gedaan, is zijn handelspraktijk zoals hiervoor beschreven namelijk oneerlijk wegens misleiding. De vraag of daadwerkelijk 18 meter aan spiraal is gebruikt, kan om dezelfde reden eveneens in het midden blijven.

Ook sprake van een agressieve handelspraktijk

4.7.

Daarbij komt nog dat [gedaagde] diensten aanbiedt aan consumenten waarbij spoed is geboden. Een plotselinge verstopping brengt groot ongemak met zich waardoor reparatie vaak niet lang kan worden uitgesteld. De gemiddelde consument heeft onder die omstandigheden weinig tijd om vergelijkend onderzoek te doen tussen de diverse dienstverleners en zal vanwege de ontstane spoedeisende situatie daarbij mogelijk minder zorgvuldig te werk gaan dan gebruikelijk. Het heeft er alle schijn van dat [gedaagde] – al dan niet samen met de eigenaar van de betreffende website, waarmee hij als zelfstandig ondernemer kennelijk een samenwerking heeft – van die situatie misbruik maakt door de consument, die niet deskundig is op het gebied van riolering en voor een oplossing van het urgente probleem op dat moment volledig afhankelijk is van [gedaagde] , te overvallen met een misleidende tarievenlijst op een tablet en voor aanvang van de werkzaamheden te eisen dat de consument door het plaatsen van een handtekening op de tablet, instemt met die tarievenlijst. Aan de consument wordt op dat moment geen afschrift (op papier of digitaal) verstrekt van het op de tablet ondertekende document. Ook ontvangt de consument op dat moment geen offerte (op papier of digitaal) die specifiek ziet op de afgesproken werkzaamheden. Als na voltooiing van de werkzaamheden de verbijsterend hoge factuur wordt gepresenteerd, die direct moet worden voldaan, zal of kan de gemiddelde consument zich onder druk gezet voelen om deze zonder protest te betalen, omdat hij/zij immers voor de aanvang van de werkzaamheden op de tablet heeft getekend voor de gepresenteerde tarieven. Pas achteraf, als de factuur is betaald en [gedaagde] is vertrokken, ontvangt de consument per e-mail een afschrift van de factuur. Die handelspraktijk van [gedaagde] is naar het oordeel van de kantonrechter een agressieve en (ook) om die reden een oneerlijke handelspraktijk in de zin van de wet (art. 6:193h BW, lid 1 en lid 2 aanhef en sub c jo. art. 6:193b BW, lid 3 onder sub b).

Conclusie

4.8.

De conclusie luidt dat de overeenkomst tussen partijen als gevolg van oneerlijke handelspraktijken tot stand is gekomen. Het beroep van [eiseres] op de vernietiging van de overeenkomst op grond van oneerlijke handelspraktijken slaagt (artikel 6:193j lid 3 BW). Het gevolg van die vernietiging is dat [gedaagde] aan [eiseres] het gevorderde bedrag van € 1.207,08 moet terugbetalen, op grond van onverschuldigde betaling. Die vordering wordt toegewezen.

4.9.

De andere rechtsgronden die [eiseres] aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd, behoeven geen bespreking meer.

Wettelijke rente

4.10.

[eiseres] vordert daarnaast de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 6 april 2021, met verwijzing naar haar brief van 23 maart 2021 waarin een betaaltermijn van veertien dagen wordt genoemd. Die brief kan niet worden opgevat als een buitengerechtelijke vernietiging van de overeenkomst. [eiseres] schrijft in die sommatie aan [gedaagde] alleen dat zij zich misleid voelt door (met name) de exorbitante prijs die in rekening is gebracht en zij vraagt hem om binnen 14 dagen € 1.207,08 aan haar terug te betalen; dat is het betaalde bedrag van € 1.457,08 met aftrek van € 250,00, welk bedrag zij redelijk vindt voor de verrichte ontstoppingswerkzaamheden. Een rechtsgrond voor die terugbetaling wordt in de sommatie niet genoemd (productie 12 bij dagvaarding). De wettelijke rente over de hoofdsom van € 1.207,08 wordt daarom toegewezen met ingang van de datum van dagvaarding, dat is 9 juni 2021.

Incassokosten

4.11.

Daarnaast heeft [eiseres] een bedrag van € 181,06 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De gemachtigde van [eiseres] heeft aan [gedaagde] een sommatiebrief gestuurd (productie 12 bij dagvaarding). De inhoud van die sommatie is hiervoor, in rechtsoverweging 4.10 al aan de orde geweest. In die sommatiebrief heeft (de gemachtigde van) [eiseres] geen van de vele rechtsgronden genoemd die zij in deze rechtszaak aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd. De enkele opmerking dat zij zich misleid voelt door de exorbitante prijs die in rekening is gebracht, is in dit verband onvoldoende duidelijk. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat [eiseres] daadwerkelijk buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele sommatie. De kosten waarvan [eiseres] vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten. Met inachtneming van het voormelde worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten (en de wettelijke rente daarover) afgewezen, ook omdat die kosten, gelet op de inhoud van de sommatiebrief, niet in redelijkheid zijn gemaakt.

Proces- en nakosten

4.12.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 114,10

  • -

    griffierecht € 240,00

  • -

    salaris gemachtigde € 374,00 (2 punten x tarief € 187,00)

totaal € 728,10

4.13.

De gevorderde nakosten en de wettelijke rente daarover zijn toewijsbaar als na te melden.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] tegen bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 1.207,08 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 9 juni 2021 tot aan de voldoening;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , tot vandaag begroot op € 728,10, waarin begrepen € 374,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente van artikel 6:119 BW over dat bedrag ingaande de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.3.

veroordeelt [gedaagde] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [eiseres] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 93,50 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de voldoening, en te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, die kosten eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2022.