Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2022:1787

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
03-05-2022
Datum publicatie
10-05-2022
Zaaknummer
9560533 \ UT VERZ 21-16490
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek ex 4:194a BW, omzetten zuivere aanvaarding in beneficiaire aanvaarding. Verzoekers niet-ontvankelijk wegens verstrijken termijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2022-0166
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 9560533 \ UT VERZ 21-16490

Beschikking d.d. 3 mei 2022

Inzake

1 [verzoekster sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ;

2. [verzoekster sub 2] ,

wonende te [woonplaats] ;

3. [verzoekster sub 3] ,

wonende te [woonplaats] ,

allen in persoon verschenen,

verzoeksters,

en

4 [belanghebbende sub 4] ,

wonende te [woonplaats] ,

niet verschenen;

5. [belanghebbende sub 5],

wonende te [woonplaats] ,

niet verschenen;

6. [belanghebbende sub 6],

wonende te [woonplaats] ,

in persoon verschenen,

belanghebbenden.

1 De procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennis genomen van:

  • -

    het verzoekschrift ex artikel 4:194a BW, ter griffie ingekomen op 29 november 2021;

  • -

    de brief van verzoekster sub 1, ter griffie ingekomen op 14 januari 2022;

  • -

    de brief met bijlagen van verzoekster sub 1, ter griffie ingekomen op 11 februari 2022.

1.2.

De griffier van deze rechtbank heeft verzoeksters en belanghebbenden uitgenodigd voor de zitting van 16 maart 2022. Bij e-mailbericht van 14 maart 2022 hebben de belanghebbenden sub 4 en 5 zich afgemeld voor deze zitting.

1.3.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 16 maart 2022 zijn verschenen:

  • -

    verzoekster sub 1, [verzoekster sub 1] , per Skype-verbinding;

  • -

    verzoekster sub 2, [verzoekster sub 2] , per Skype-verbinding;

  • -

    verzoekster sub 3, [verzoekster sub 3] ;

  • -

    belanghebbende sub 6, [belanghebbende sub 6] ;

  • -

    [A] , dochter van verzoekster sub 1;

  • -

    [B] , dochter van belanghebbende sub 6.

1.4.

De beschikking is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Op [2020] is te [gemeente] overleden mevrouw [erflaatster], geboren te [geboorteplaats] op [1930] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] (gemeente [gemeente] ), hierna te noemen: erflaatster.

2.2.

Erflaatster was ten tijde van overlijden ongehuwd en niet als partner geregistreerd. Erflaatster is gehuwd geweest met de heer [C] . Dit huwelijk is ontbonden door zijn overlijden op [1998] .

2.3.

Uit dit huwelijk zijn zeven kinderen geboren, te weten verzoeksters, belanghebbenden en de heer [D] . Laatstgenoemd kind is overleden op [1956] , zonder achterlating van afstammelingen.

2.4.

Erflaatster heeft voor het laatst over haar nalatenschap beschikt bij testament, verleden op 10 maart 1983. Uit dit testament volgt dat verzoeksters en belanghebbenden haar erfgenamen zijn, ieder voor een gelijk deel. Uit de verklaring van erfrecht, op 30 maart 2021 afgegeven door mr. [notaris] , notaris te [plaats] , blijkt dat de nalatenschap door de erfgenamen zuiver is aanvaard. Dit is gebeurd in januari 2021.

2.5.

Verder heeft erflaatster het volgende legaat opgenomen in haar testament, woordelijk luidende als volgt:

ten derde :

Indien ik tegelijk met mijn voornoemde echtgenoot [C] overlijd (de gevallen bedoeld in artikel 941 van het Derde Boek van het Burgerlijk Wetboek mede daaronder begrepen) of na hem overlijd, legateer ik aan mij zoon [belanghebbende sub 5] , geboren te [geboorteplaats] op [1959] :

- al mijn onroerende goederen (daaronder mede begrepen mijn woonhuis te [woonplaats] aan de [adres] ) dan wel het mij toekomende aandeel in deze onroerende goederen-,

onder de last om in mijn nalatenschap in te brengen dan wel met zijn erfdeel in mijn nalatenschap te verrekenen de som, vast te stellen volgens de agrarische waarde van de gelegateerde zaken, in onderling overleg en bij gebreke van overeenstemming daaromtrent -welke overeenstemming wordt geacht te ontbreken na verloop van veertien dagen nadat onderling overleg door een der partijen is gevraagd en in die periode geen overeenstemming is bereikt- door drie deskundigen, te benoemen in onderling overleg en bij gebreke van overeenstemming over deze benoeming -welke laatste overeenstemming wordt geacht te ontbreken na verloop van veertien dagen nadat onderling overleg door een der partijen is gevraagd en in die periode geen overeenstemming is bereikt- door de Kantonrechter binnen wiens ressort de onroerende goederen zijn gelegen, zulks op verzoek van de meest gerede partij. Onder de last van dit legaat vererft mijn nalatenschap volgens de wet.”

3 Het verzoek en de beoordeling

3.1.

Verzoeksters vragen de kantonrechter om op grond van artikel 4:194a BW om een machtiging om hun zuivere aanvaarding van de nalatenschap van erflaatster om te zetten in een beneficiaire aanvaarding.

3.2.

Ter onderbouwing van dit verzoek stellen verzoeksters – verkort en zakelijk weergegeven – dat zij de nalatenschap zuiver aanvaard hebben op basis van een verkeerde voorstelling van zaken, onder meer omdat zij door de deskundigen om hen heen niet juist of onvolledig geadviseerd zijn en door Corona geen fysiek overleg mogelijk was met deze deskundige personen. Op het moment van het ondertekenen van de verklaring zuivere aanvaarding van de nalatenschap waren zij er niet van op de hoogte dat het legaat zag op het woonhuis van erflaatster. Door het legaat lopen zij het risico dat ze met het privévermogen (en daarmee het kindsdeel) aansprakelijk gesteld kunnen worden. Om die reden willen zij graag beneficiair aanvaarden, aldus verzoeksters.

3.3.

Bij e-mailbericht van 14 maart 2022 hebben belanghebbenden sub 4 en sub 5 verklaard zich te conformeren aan de keuze van verzoeksters en het oordeel van de rechtbank.

3.4.

Op de stellingen van partijen zal de kantonrechter hierna, voor zover van belang voor de beoordeling van het verzoek, nader ingaan.

3.5.

De kantonrechter overweegt als volgt. Verzoeksters hebben een verzoek gedaan op grond van artikel 4:194a BW. Lid 1 van dit artikel bepaalt dat een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een schuld van de nalatenschap, die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, wordt, indien hij binnen drie maanden na die ontdekking het verzoek daartoe doet, door de kantonrechter gemachtigd om alsnog beneficiair te aanvaarden.

3.6.

De kantonrechter dient eerst te beoordelen of het verzoek tijdig is ingediend. Daartoe overweegt de kantonrechter dat uit het verzoekschrift blijkt dat de notaris bij brief van

29 januari 2021 de erfgenamen een kopie van het testament heeft toegestuurd, zodat verzoeksters op dat moment kennis hebben kunnen nemen van het in het testament opgenomen legaat. Verder is hen bij e-mailbericht van 22 maart 2021 door een medewerkster van het notariskantoor medegedeeld dat het legaat ziet op alle onroerende goederen in de nalatenschap. Dit betekent dat verzoeksters op 29 januari 2021 dan wel op 22 maart 2021 kennis hebben kunnen nemen van het bestaan van het legaat, hetgeen betekent dat het verzoek niet binnen de in artikel 4:194a lid 1 BW bepaalde termijn is ingediend, zodat verzoeksters reeds om die reden niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

3.7.

Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat een legaat dat kenbaar is opgenomen in een testament niet kan gelden als een schuld die de erfgenamen niet kenden of behoorden te kennen in de zin van artikel 4:194a BW. Verzoeksters zijn in de gelegenheid geweest om voorafgaand aan de zuivere aanvaarding kennis te nemen van het testament en voor zover zij daarbij onvoldoende, onvolledig of onjuist zijn voorgelicht door de door hen ingeschakelde deskundige(n) kan dat niet tot gevolg hebben dat een zuivere aanvaarding alsnog kan worden geconverteerd in een beneficiaire aanvaarding.

3.8.

Nog meer ten overvloede is de kantonrechter het volgende opgevallen. In één van de producties die bij het verzoekschrift is gevoegd – een e-mail van de notaris die door verzoeksters is ingeschakeld met als onderwerp de mogelijkheid om alsnog beneficiair te aanvaarden - valt het volgende te lezen:

“U kunt dan een verklaring sturen naar: [volgt adres rb. Midden-Nederland, toev. Ktr.]

(…)

Ik zou dan ook even motiveren waarom u dat doet maar ik denk niet dat de rechtbank daarnaar kijkt en gewoon de stempel zet.”

4 Beslissing

De kantonrechter:

- verklaart verzoeksters niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door mr. D. Wachter, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2022, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend..