Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2022:1506

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-04-2022
Datum publicatie
25-04-2022
Zaaknummer
164833-21
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 31-jarige Amsterdammer wegens oplichting van 40 en diefstal van geld van 38 rekeninghouders van Rabobank, ING Bank en ABN AMRO Bank en computervredebreuk en wapenbezit tot een gevangenisstraf van vijf jaren. Tientallen rekeninghouders zijn via reacties op hun advertenties op Marktplaats geleid naar phishingsites, waarmee de inloggegevens van hun bankrekeningen zijn buitgemaakt, waarna op die bankrekeningen is ingelogd en daarvan geld is gestolen. Verdachte heeft deze activiteiten gedurende bijna anderhalf jaar aangestuurd. Van de opbrengst heeft hij een luxeleven geleid, terwijl hij een uitkering opstreek. Banken hebben de schade aan rekeninghouders vergoed; verdachte moet drie benadeelde banken en drie benadeelde rekeninghouders in totaal bijna 340.000 euro aan schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16.164833.21 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 20 april 2022

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1991] te [geboorteplaats] ,

gedetineerd in [verblijfplaats] ,

hierna te noemen: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 23 maart 2022 (de inhoudelijke behandeling) en 20 april 2022 (de sluiting van het onderzoek).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R.E. Craenen en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. T. den Haan, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen benadeelde partij [slachtoffer 38] en dhr. [K] van Slachtofferhulp Nederland namens benadeelde partijen [slachtoffer 38] en [slachtoffer 17] naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De ter terechtzitting van 23 maart 2022 gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt erop neer dat verdachte:

Ten aanzien van feiten 1 tot en met 4:

zich in de periode van 2 juli 2019 tot en met 29 juni 2021 in Almere, Amsterdam en/of Zaandijk schuldig heeft gemaakt aan het met één of meer anderen plegen van:

- diefstal van geldbedragen van 39 rekeninghouders van Rabobank, ING Bank en/of ABN Amro Bank door gebruikmaking van valse sleutels (feit 1),

- oplichting van 41 rekeninghouders van Rabobank, ING Bank en/of ABN Amro Bank (feit 2),

- computervredebreuk ten aanzien van 41 rekeninghouders van Rabobank, ING Bank en/of ABN Amro Bank (feit 3),

- het vervaardigen, verwerven, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van technische hulpmiddelen, namelijk phishingsites en/of inloggegevens, met de bedoeling die technische hulpmiddelen te gebruiken voor het plegen van computervredebreuk (feit 4);

Ten aanzien van feit 5:

zich op 29 juni 2021 in Zaandijk schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en/of één of meer scherpe patronen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 tot en met 5 tenlastegelegde, met uitzondering van de onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde onderdelen die betrekking hebben op aangeefster [slachtoffer 41] , wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde, omdat op basis van het procesdossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte als [naam 1] - [.] kan worden geïdentificeerd. Indien de rechtbank desalniettemin van oordeel is dat verdachte [naam 1] - [.] is, is bepleit dat partiële vrijspraak dient te volgen van de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde gevallen waarin [naam 1] - [.] enkel een phishinglink heeft verstrekt, omdat die handeling onvoldoende is om hem als medepleger van die misdrijven aan te merken. Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde gaat het om de onderdelen die betrekking hebben op aangevers [slachtoffer 10] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 42] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 29] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 18] en/of

[slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40] , [slachtoffer 26] , [slachtoffer 31] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 30] , [slachtoffer 27] , [slachtoffer 37] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 35] en [slachtoffer 41] . Ten aanzien van het onder 2 en 3 tenlastegelegde gaat het eveneens om bovengenoemde onderdelen alsook de onderdelen die betrekking hebben op aangevers [slachtoffer 16] en [slachtoffer 32] . De raadsman heeft zich niet verzet tegen een bewezenverklaring van het onder 5 tenlastegelegde.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde:

Inleiding

Tientallen rekeninghouders van ING Bank, Rabobank en ABN Amro Bank hebben aangifte gedaan van phishing. De aangevers werden via WhatsApp benaderd door iemand die reageerde op hun Marktplaatsadvertentie. Om de betaling van de door aangevers aangeboden producten in orde te maken, kregen aangevers een hyperlink doorgestuurd die hen zou leiden naar de digitale omgeving van hun bank om daar via de Marktplaatsfunctie ‘Gelijk Oversteken’ de betaling op een veilige wijze te laten plaatsvinden. Via die hyperlink kwamen de aangevers echter in een nagemaakte bankomgeving terecht, waarin zij nietsvermoedend hun persoonlijke bankgegevens zoals gebruikersnamen, wachtwoorden en inloggegevens invulden die door bij de phishing betrokkenen werden afgevangen. Met die afgevangen bankgegevens werd vervolgens ingelogd op de bankaccounts van de aangevers. In sommige gevallen werden bankpassen aangevraagd op aan de bank doorgegeven gewijzigde adressen, waarna die bankpassen in gebruik werden genomen en er door pintransacties, bij de geldautomaat of in (web)winkels, geld van de bankrekeningen van de aangevers werd gehaald. In andere gevallen werden van de bankrekeningen van de aangevers geldbedragen overgemaakt naar andere bankrekeningen. Verdachte wordt verweten dat hij samen met anderen betrokken is geweest bij deze phishingactiviteiten.

A. Aangiftes

Aangiftes door en/of namens rekeninghouders van Rabobank

[slachtoffer 5] , [slachtoffer 24] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 22] , [slachtoffer 26] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 30] , [slachtoffer 38] , [slachtoffer 27] , [slachtoffer 37] , [slachtoffer 34] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 32]

[slachtoffer 5] heeft op 28 juni 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt. In de periode van 8 juli 2020 tot en met 9 juli 2020 is er in elk geval € 166.103,47 van haar bankrekening weggenomen.2 Rabobank heeft een groot deel van het weggenomen geldbedrag kunnen veiligstellen en heeft het resterende gedeelte van € 66.501,23 vergoed.3 Van de bankrekening van aangeefster werd in de Mediamarkt voor een groot geldbedrag aan goederen gekocht, waarbij onder meer een iPhone 11 voorzien van IMEI-nummer [IMEI-nummer] werd aangeschaft.4

[slachtoffer 24] heeft op 18 mei 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.5 Op 23 juni 2020 is er in elk geval € 3.874,72 van haar bankrekening weggenomen.6 Dit bedrag is door [..] op haar bankrekening teruggestort.7

[slachtoffer 14] heeft op 11 september 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink gebruikt, waarvan de domeinnaam de rechtbank niet bekend is. In de periode van 16 september 2020 tot en met 17 september 2020 is er

€ 2.914,19 van haar bankrekening weggenomen.8 Hiervan is € 102,01 op 17 september 2020 op haar bankrekening teruggestort en het resterende bedrag van € 2.812,18 is door Rabobank vergoed.9

[slachtoffer 1] heeft op 9 september 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink gebruikt, waarvan de domeinnaam de rechtbank niet bekend is. In de periode van 9 september 2020 tot en met 10 september 2020 is er

€ 3.000,00 van haar bankrekening weggenomen.10 Rabobank heeft dit bedrag vergoed.11

[slachtoffer 6] heeft op 10 augustus 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan hem verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt. Op 12 augustus 2020 is gebleken dat er van de bankrekening van

[A] , namens wie [slachtoffer 6] aangifte deed, € 450,00 is weggenomen.12 Rabobank heeft dit bedrag vergoed.13

[slachtoffer 2] heeft op 14 juni 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.14 Op 14 juni 2020 is er € 6.675,09 van haar bankrekening weggenomen.15 Hiervan is naar de rechtbank begrijpt een bedrag van € 416,70 op haar bankrekening teruggestort en is het resterende bedrag van € 6.258,39 door Rabobank vergoed.16

[slachtoffer 22] heeft op 28 juli 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt. Op 8 augustus 2020 is er € 15.450,00 van haar bankrekening weggenomen.17 Rabobank heeft in elk geval een bedrag van € 950,00 vergoed.18

[slachtoffer 26] heeft op 23 oktober 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.19 Op 27 november 2020 is er in elk geval € 9.700,00 van haar bankrekening weggenomen.20 Rabobank heeft dit bedrag vergoed.21 Van de bankrekening van aangeefster werd onder meer een horloge van het merk Rolex gekocht bij een juwelier in [plaatsnaam] .22

[slachtoffer 15] heeft op 6 september 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.23 Op 7 september 2020 is er € 3.017,21 van haar bankrekening weggenomen.24 Rabobank heeft dit bedrag vergoed.25

[slachtoffer 30] heeft op 6 september 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt. Op 7 september 2020 is er € 800,00 van haar bankrekening weggenomen.26 Rabobank heeft dit bedrag vergoed.27

[slachtoffer 38] heeft op 8 augustus 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt. In de periode van 19 augustus 2020 tot en met 21 augustus 2020 is er

€ 7.230,94 van haar bankrekening weggenomen.28 Rabobank heeft dit bedrag vergoed.29

[slachtoffer 27] heeft op 17 januari 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.30 Op 29 januari 2020 is er in elk geval € 5.473,00 van haar bankrekening weggenomen.31 Rabobank heeft dit bedrag vergoed.32

De partner van [slachtoffer 37] heeft op 18 september 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan hem verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt. Op 23 september 2020 is er € 1.100,00 van de gezamenlijke bankrekening van aangeefster en haar partner weggenomen.33 Rabobank heeft dit bedrag vergoed.34

[slachtoffer 34] heeft op 16 oktober 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.35 Op 21 december 2020 is er € 150,00 van haar bankrekening weggenomen.36

[slachtoffer 16] heeft op 5 september 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt. Gebleken is dat een nieuwe bankpas is aangevraagd en verstuurd is naar een gewijzigd adres. Van de bankrekening van aangeefster is geen geld weggenomen.37

[slachtoffer 32] heeft op 16 september 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.38 Gebleken is dat een adreswijziging bij Rabobank is aangevraagd. Van de bankrekening van aangeefster is geen geld weggenomen.39

Aangiftes door en/of namens rekeninghouders van ING Bank

[slachtoffer 10] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 29] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 28] , [slachtoffer 20] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 35] , [slachtoffer 36]

[slachtoffer 10] heeft op 20 juli 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt. Op 24 juli 2020 is er in totaal € 550,00 van haar bankrekening weggenomen. ING Bank heeft dit bedrag vergoed.40

[slachtoffer 9] heeft op 29 juni 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt. Op 14 juli 2020 is er in totaal € 2.050,00 van haar bankrekening weggenomen.41 ING Bank heeft dit bedrag vergoed.42

[slachtoffer 3] heeft op 21 juli 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.43 Op 26 juli 2020 is er in totaal € 50,00 van haar bankrekening weggenomen. ING Bank heeft dit bedrag vergoed.44

[slachtoffer 13] heeft op 4 augustus 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt. Op 12 augustus 2020 is er in elk geval € 608,00 van haar bankrekening weggenomen.45 ING Bank heeft dit bedrag vergoed.46

[slachtoffer 29] heeft op 20 augustus 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.47 Op 27 augustus 2020 is er in totaal € 2.178,00 van haar bankrekening weggenomen.48 ING Bank heeft dit bedrag vergoed.49

[slachtoffer 7] heeft op 4 augustus 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt. In de periode van 29 augustus 2020 tot en met 30 augustus 2020 is er € 16.000,00 van haar bankrekening weggenomen.50 ING Bank heeft dit bedrag vergoed.51

[slachtoffer 11] heeft op 26 september 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.52 Op 29 oktober 2020 is er € 11.856,49 van haar bankrekening weggenomen.53 ING Bank heeft dit bedrag vergoed.54

[slachtoffer 18] heeft op 25 september 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink gebruikt, waarvan de domeinnaam de rechtbank niet bekend is. In de periode van 12 november 2020 tot en met 13 november 2020 is er van zowel haar bankrekening als die van haar man [slachtoffer 39] en die van hun dochter [slachtoffer 40] tezamen in elk geval € 42.827,00 weggenomen.55 ING Bank heeft dit bedrag vergoed.56 Onder meer werd op 12 november 2020 voor € 23.950,00 uitgegeven bij een juwelier in [plaatsnaam] .57

[slachtoffer 28] heeft op 13 oktober 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.58 In de periode van 7 december 2020 tot en met 8 december 2020 is er in elk geval € 31.090,00 van haar bankrekening weggenomen. ING Bank heeft dit bedrag vergoed.59 Onder meer werd er voor € 18.750,00 uitgegeven bij een juwelier in [plaatsnaam] .60

[slachtoffer 20] heeft op 16 oktober 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.61 In de periode van 19 april 2021 tot en met 20 april 2021 is er in elk geval € 52.699,94 van haar bankrekening weggenomen.62 ING Bank heeft in elk geval een bedrag van € 52.053,52 vergoed.63

[slachtoffer 21] heeft op 12 november 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt. Op 29 april 2021 is er € 990,00 van haar bankrekening weggenomen. ING Bank heeft dit bedrag vergoed.64

[slachtoffer 35] heeft op 28 oktober 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt. Op 5 november 2020 is er € 2.400,00 van haar bankrekening weggenomen.65 ING Bank heeft dit bedrag vergoed.66

[slachtoffer 36] heeft op 9 augustus 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar partner verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.67 Op 10 augustus 2020 is er € 220,00 van haar bankrekening weggenomen.68 ING heeft dit bedrag vergoed.69

Aangiftes door en/of namens rekeninghouders van ABN Amro Bank

[slachtoffer 33] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 25] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 31] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 43] , [slachtoffer 44]

[slachtoffer 33] heeft op 2 juli 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.70 In de periode van 15 juli 2020 tot en met 22 juli 2020 is er in totaal € 28.448,97 van haar bankrekening weggenomen.71 ABN Amro Bank heeft dit bedrag vergoed.72

[slachtoffer 8] heeft op 1 juli 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.73 Op 4 juli 2020 is er in elk geval € 2.482,40 van haar bankrekening weggenomen.74 ABN Amro Bank heeft dit bedrag vergoed.75

[slachtoffer 42] , de partner van [slachtoffer 25], heeft op 2 augustus 2020 de via Marktplaats aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.76 In de periode van 2 augustus 2020 tot en met 13 augustus 2020 is er in totaal € 831,75 van hun bankrekening weggenomen, waarvan € 136,00 van de spaarrekening van hun minderjarige zoon afkomstig is.77 ABN Amro Bank heeft het totaalbedrag vergoed.78

[slachtoffer 4] heeft op 10 september 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan hem verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.79 In de periode van 21 september 2020 tot en met 23 september 2020 is er in elk geval € 3.319,00 van zijn bankrekening weggenomen.80 Onder meer werd er voor € 2.169,00 en op naam van [B] een Macbook besteld, die op 25 september 2020 bij een PostNL- punt werd afgehaald.81 Ook werd er geld van aangever overgemaakt naar de bankrekening van aangeefster [slachtoffer 17] .82 ABN Amro Bank heeft dit bedrag vergoed.83

[slachtoffer 17] heeft op 14 september 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam op [domeinnaam] gebruikt. Op 23 september 2020 is er ongeveer € 3.000,00 van haar bankrekening weggenomen.84

[slachtoffer 23] heeft op 17 mei 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.85 Op 19 juni 2020 is er € 3.167,79 van haar bankrekening weggenomen. ABN Amro Bank heeft dit bedrag vergoed.86

[slachtoffer 31] heeft op 2 november 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.87 In de periode van 26 november 2020 tot en met 27 november 2020 is er € 14.554,75 van haar bankrekening weggenomen.88 ABN Amro Bank heeft in elk geval een bedrag van € 14.538,75 vergoed.89

[slachtoffer 12] heeft op 4 december 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt.90 Op 23 december 2020 is er in totaal € 5.000,00 van haar bankrekening weggenomen.91 ABN Amro Bank heeft dit bedrag vergoed.92

[slachtoffer 19] heeft op 24 december 2019 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar vriendin verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt. Op 24 december 2019 is er € 2.000,00 van haar bankrekening weggenomen. ABN Amro Bank heeft de overboekingen die zijn gedaan kunnen annuleren, waardoor aangeefster het weggenomen geldbedrag op haar bankrekening teruggestort gekregen heeft.93

[slachtoffer 43] heeft op 11 november 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt. Op 18 december 2020 is er € 1.900,00 van haar bankrekening weggenomen.94 ABN Amro Bank heeft dit bedrag vergoed.95

[slachtoffer 44] heeft op 3 maart 2020 de naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie via WhatsApp aan haar partner verzonden phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] gebruikt. Op 12 maart 2020 is er € 6.771,17 van haar bankrekening weggenomen.96 Onder meer werd er bij Mediamarkt voor € 1.694,00 een televisie van het merk Samsung besteld.97

Veel aangevers zijn benaderd door telefoonnummers die te herleiden zijn tot twee IMEI-nummers die horen bij één telefoon. De telefoonnummers waardoor aangevers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 12] [slachtoffer 13] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 24] , [slachtoffer 25] en [slachtoffer 29] zijn benaderd, zijn allen te linken aan IMEI-nummer [IMEI-nummer] .98 De telefoonnummers waardoor aangevers [slachtoffer 30] , [slachtoffer 38] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 31] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 32] , [slachtoffer 22] en [slachtoffer 28] zijn benaderd, zijn allen te linken aan IMEI-nummer [IMEI-nummer] .99

In de verschillende aangiftes zijn de volgende overeenkomsten zichtbaar.100

Op Marktplaats aangeboden producten waarop gereageerd is

Aangevers

Schoenen

[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 20] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 22] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 24] , [slachtoffer 25] , [slachtoffer 26] , [slachtoffer 27] , [slachtoffer 28] , [slachtoffer 29]

Paardrijspullen

[slachtoffer 30] , [slachtoffer 31] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 32]

Het telefoonnummer waarmee via WhatsApp in contact werd getreden

Aangevers

+ [telefoonnummer]

[slachtoffer 4] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 17]

+ [telefoonnummer]

[slachtoffer 1] , [slachtoffer 16]

+ [telefoonnummer]

[slachtoffer 11] , [slachtoffer 18]

+ [telefoonnummer]

[slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 13]

+ [telefoonnummer]

[slachtoffer 2] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 24]

+ [telefoonnummer]

[slachtoffer 9] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 8]

Gebruikte alias

Aangevers

‘ [alias 1] ’

[slachtoffer 10] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 33]

‘ [alias 2] ’

[slachtoffer 31] , [slachtoffer 34] , [slachtoffer 21]

‘ [alias 3] ’

[slachtoffer 4] , [slachtoffer 15]

bevat ‘ [alias 4] ’

[slachtoffer 7] , [slachtoffer 20] , [slachtoffer 26] , [slachtoffer 28]

Gebruikte smoes

Aangevers

Kind is opgenomen in het ziekenhuis

[slachtoffer 2] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 22] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 24] , [slachtoffer 25] , [slachtoffer 26]

Ten behoeve van verzending opgegeven adressen, plaatsen en straatnamen

Aangevers

[adres] , [postcode] te [plaatsnaam]

[slachtoffer 1] , [slachtoffer 30] , [slachtoffer 16]

[adres] , [postcode] te [plaatsnaam]

[slachtoffer 4] , [slachtoffer 32]

[plaatsnaam]

[slachtoffer 31] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 35] , [slachtoffer 20] , [slachtoffer 33] , [slachtoffer 27] , [slachtoffer 28]

[plaatsnaam]

[slachtoffer 1] , [slachtoffer 36] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 30] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 25] , [slachtoffer 26] , [slachtoffer 32] , [slachtoffer 22]

[plaatsnaam]

[slachtoffer 19] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 24]

[straatnaam]

[slachtoffer 3] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 33]

[straatnaam]

[slachtoffer 36] , [slachtoffer 37]

Adreswijziging bij de bank naar

Aangevers

[adres] , [postcode] te [plaatsnaam]

[slachtoffer 5] , [slachtoffer 8]

andere adressen in [plaatsnaam]

[slachtoffer 4] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 32]

B. Betrokkenheid van [naam 1] - [.] bij de phishing van aangevers

Medeverdachte [medeverachte] , die ervan wordt verdacht phishinglinks naar Marktplaatsgebruikers te hebben verstuurd, bleek te worden aangestuurd door iemand die zich [naam 1] - [.] noemt. [naam 1] - [.] stuurde [medeverachte] via Snapchat phishinglinks en instructies. [medeverachte] zette die phishinglinks via WhatsApp door naar Marktplaatsgebruikers, waarna de persoonlijke bankgegevens die zij invulden in de nagemaakte bankomgeving waarnaar de phishinglink hen leidde, werden afgevangen.101

Naast [medeverachte] werden ook anderen die ten behoeve van phishing via WhatsApp met Marktplaatsgebruikers in contact traden door [naam 1] - [.] aangestuurd en voorzien van phishinglinks, inloggegevens en/of instructies. Onder die zogenaamde WhatsAppers bevonden zich onder meer personen met de gebruikersnamen [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] en [gebruikersnaam] .102

De instructies die [naam 1] - [.] aan die WhatsAppers gaf bestonden onder meer uit opdrachten tot het aanmaken van door [naam 1] - [.] genoemde e-mailadressen, het sturen van bepaalde berichten aan Marktplaatsgebruikers, het downloaden van bepaalde programma’s en het verwijderen van bepaalde berichten.103 Daarnaast voorzag [naam 1] - [.] die WhatsAppers van persoons- en adresgegevens om aan Marktplaatsgebruikers door te geven.104 Nadat gebruikersnamen, wachtwoorden en andersoortige inloggegevens van de bankaccounts van die Marktplaatsgebruikers waren afgevangen en daarmee toegang tot en beschikking over die bankaccounts was verkregen, gaf [naam 1] - [.] in sommige gevallen de bedragen aan die van bankrekeningen konden worden weggenomen.105

In de contactenlijst in de telefoon van [medeverachte] stond een contact met de naam [naam 1] - [.] . Het telefoonnummer dat bij dit contact hoort is [telefoonnummer] .106 Dit telefoonnummer bleek te worden gebruikt in een iPhone 11 die voorzien is van IMEI-nummer [IMEI-nummer] .107 Uit de opgenomen telecommunicatie van die iPhone 11, die hierna wordt aangeduid als de telefoon van [naam 1] - [.] , blijkt dat daarmee diverse phishingsites waren bezocht. Uit de logfiles van die phishingsites blijkt dat meerdere personen daarop inloggegevens van hun bank hebben ingevuld. Uit onderzoek naar de telefoon van [naam 1] - [.] volgt dat [naam 1] - [.] met die afgevangen inloggegevens inlogde op de bankaccounts van die personen.108 Ook bleek uit onderzoek naar de telefoon van [naam 1] - [.] dat in zeven mailboxen op die telefoon honderden afgevangen inloggegevens van slachtoffers zijn ontvangen.109

Er is onderzoek gedaan naar het FTP-verkeer van de telefoon van [naam 1] - [.] , die aanvankelijk was voorzien van een simkaart met bovengenoemd telefoonnummer en later werd voorzien van een simkaart met telefoonnummer [telefoonnummer] . FTP staat voor File Transfer Protocol en wordt gebruikt om bestanden naar een server te sturen. Gebleken is dat de telefoon van [naam 1] - [.] tussen 24 maart 2021 en 20 juni 2021 meermalen een FTP-verbinding maakte met verschillende IP-adressen die op naam staan van hostingprovider [onderneming 1] .110 Die IP-adressen bleken naar verschillende phishingsites te verwijzen, waaronder die met domeinnamen [domeinnaam] en [domeinnaam] .111 Uit dit FTP-verkeer kan worden afgeleid dat de gebruiker van de telefoon van [naam 1] - [.] die phishingsites beheerde.112

Uit chatgesprekken in de telefoon van [naam 1] - [.] blijkt dat [naam 1] - [.] phishinglinks verstuurde naar WhatsAppers, zoals gezegd vaak voorzien van instructies. Onder meer phishinglinks met de volgende domeinnamen werden door [naam 1] - [.] gedeeld:

- [domeinnaam]113 (welke phishinglink is verstuurd naar aangevers [slachtoffer 38] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 22] , [slachtoffer 33] en [slachtoffer 25] );

- [domeinnaam]114 (welke phishinglink is verstuurd naar aangeefster [slachtoffer 30] );

- [domeinnaam]115 (welke phishinglink is verstuurd naar aangevers [slachtoffer 4] , [slachtoffer 37] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 20] , [slachtoffer 43] , [slachtoffer 32] , [slachtoffer 26] en [slachtoffer 28] ) en

- [domeinnaam]116 (welke phishinglink is verstuurd naar aangevers [slachtoffer 19] en [slachtoffer 27] ).

In de telefoon van [naam 1] - [.] is de phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] aangetroffen (welke phishinglink is verstuurd naar aangeefster [slachtoffer 12] ). Ook werd op die telefoon een bestand bevattende een afbeelding van een kleurencode van Rabobank aangetroffen met in de bestandnaam de phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] . Dit bestand is aangemaakt op 4 december 2020, wat de datum is waarop aangeefster [slachtoffer 12] gephisht is.117

Ook werd in de telefoon van [naam 1] - [.] de phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] aangetroffen (welke phishinglink is verstuurd naar aangeefster [slachtoffer 29] ). Opnieuw werd een bestand bevattende een afbeelding, ditmaal met daarop de leeuw van ING Bank, aangetroffen met in de bestandnaam de phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] . Dit bestand is aangemaakt op 17 augustus 2020, op welke dag via WhatsApp contact is gelegd met aangeefster [slachtoffer 29] die uiteindelijk op 20 augustus 2020 gephisht is.118

In de telefoon van [naam 1] - [.] stond, naast negen andere e-mailadressen, [e-mailadres] als e-mailadres ingesteld.119 Op dit e-mailadres was een e-mail van hostingprovider [onderneming 1] ontvangen waaruit bleek dat de phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] (welke phishinglink verstuurd is naar aangeefster [slachtoffer 35] ) was geregistreerd.120

Bij de registratie van de phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] (welke phishinglink verstuurd is naar aangevers [slachtoffer 2] , [slachtoffer 23] en [slachtoffer 24] ) bij hostingprovider [onderneming 1] is het e-mailadres [e-mailadres] opgegeven.121 In de app van PostNL die op de telefoon van [naam 1] - [.] is geïnstalleerd staat de naam [E] ingesteld.122

Bij de registratie van de phishinglink met domeinnaam [domeinnaam] (welke phishinglink verstuurd is naar aangeefster [slachtoffer 44] ) bij hostingprovider [onderneming 1] is het telefoonnummer [telefoonnummer] opgegeven.123 Dit telefoonnummer staat in de telefoon van [C] opgeslagen onder de naam ‘ [naam 1] ’.124

Op de telefoon van [naam 1] - [.] werden foto’s aangetroffen van de bankpas en de betaalrekening van aangeefster [slachtoffer 28] en van aangepaste identiteitskaarten, waaronder een identiteitskaart met daarop de achternaam van voornoemde aangeefster.125 Ook werd op die telefoon een foto (een op Snapchat gemaakte screenshot) aangetroffen van de bankpas van aangeefster [slachtoffer 20] .126 Daarnaast werden er op die telefoon foto’s aangetroffen van het rekeningoverzicht van aangeefster [slachtoffer 43] .127

Ook op de telefoon van [naam 1] - [.] stond [e-mailadres] als e-mailadres ingesteld. Op dit e-mailadres is op 6 augustus 2020 een mail van Rabobank ontvangen, waarin te lezen is dat een nieuwe pincode voor de bankpas van mevrouw [I] is aangevraagd.128 Het betreft hier de bankpas van aangeefster [slachtoffer 22] , die op 10 augustus 2020 aangifte van phishing deed.

In de woning aan het [adres] in [plaatsnaam] is een tablet gevonden.129 In die tablet zijn vervalste identiteitskaarten te zien, onder meer een met daarin de naam van aangeefster [slachtoffer 33] verwerkt.130 Ook is op die tablet een vervalste identiteitskaart op naam van [B] te zien, waarvan de creatiedatum 24 september 2020 is. Een dag later werd een met het geld van aangever [slachtoffer 4] aangeschafte en op naam van [B] bestelde Macbook afgehaald bij een PostNL- punt .131

Ook op die tablet te zien is een schermafbeelding van een rekeningoverzicht dat een bijschrijving van € 3.000,00 door aangeefster [slachtoffer 19] op de bankrekening van [medeverachte] toont.132 In de tablet bleken mailadressen met daarin verwerkt de namen van aangevers [slachtoffer 38] en [slachtoffer 24] te zijn opgeslagen.133 Daarnaast bevindt zich in die tablet een tekstbestand met daarin domeinnamen van verschillende phishinglinks. Daarbij gaat het onder meer om de domeinnamen [domeinnaam] (welke phishinglink is verstuurd naar aangeefster [slachtoffer 34] ), [domeinnaam] (welke phishinglink is verstuurd naar aangevers [slachtoffer 31] en [slachtoffer 21] ) en [domeinnaam] (welke phishinglinks is verstuurd naar aangeefster [slachtoffer 35] ).134 Uit onderzoek aan de tablet blijkt dat daarmee is ingelogd op de bankrekeningen van aangevers [slachtoffer 36] en [slachtoffer 34] .135

In mappen op die tablet stonden zowel broncodes van phishingsites als op phishingsites afgevangen gegevens van slachtoffers. Daarnaast was op de tablet het FTP-programma Filezilla geïnstalleerd, met welk programma bestanden naar servers gestuurd kunnen worden. Dit programma bleek op de tablet te zijn gebruikt om phishingsites beschikbaar te maken.136

[medeverachte] , die door [naam 1] - [.] werd aangestuurd, droeg een horloge dat gelijkend is aan het horloge van het merk Rolex dat met het geld van aangeefster [slachtoffer 26] werd aangeschaft.137 De telefoon die bij [medeverachte] in gebruik was, werd door [naam 1] - [.] gekocht met geld dat van aangeefster [slachtoffer 22] is weggenomen.138

C. Identificatie van verdachte als [naam 1] - [.]

Verbanden tussen de namen [naam 2] , [verdachte (voornaam)] en [naam 1]

Verdachte heeft verklaard dat [naam 2] zijn artiestennaam is.139 Door [naam 1] - [.] werd voor een vermoedelijke phishingsite het wachtwoord ‘ [wachtwoord] ’ gedeeld.140

Verdachte heeft een iPhone 11 voorzien van IMEI-nummer [IMEI-nummer] in gebruik.141 Deze iPhone 11, die hierna wordt aangeduid als de telefoon van verdachte, is met het geld van aangeefster [slachtoffer 5] aangeschaft.142 Uit onderzoek naar de telefoon van verdachte blijkt dat daarmee onder de naam [naam 2] gesprekken over phishing zijn gevoerd. In die gesprekken wordt door [naam 2] onder meer aangegeven wat er verdiend kan worden met het ter beschikking stellen van bankrekeningen.143

In een inbeslaggenomen telefoon stond [naam 1] - [.] als contact in Snapchat opgeslagen onder de naam ‘ [naam 3] ’. Met ‘ [....] ’ wordt bankpasfraude bedoeld.144

Een zogenaamde money mule, die in een ander politieonderzoek is gehoord, heeft verklaard dat hij communiceerde met een jongen met de naam [verdachte] en die op Snapchat de naam [naam 2] gebruikte.145

De tweede naam van verdachte is [verdachte (voornaam)] . [naam 1] - [.] wordt in meerdere gesprekken aangesproken met [verdachte (voornaam)] .146

Verdachte heeft zijn vriendin [F] een bericht gestuurd met daarin de tekst “Jouww [naam 1] ”.147 Zij heeft verdachte hierop een bericht gestuurd met daarin de tekst “lekker voor je [naam 1] ”.148

Aangetroffen goederen in de woningen aan het [adres] in [plaatsnaam] en de [adres] in [plaatsnaam]

Op 29 juni 2021 zijn de woningen op de adressen [adres] in [plaatsnaam] en [adres] in [plaatsnaam] doorzocht.149 Op het adres in [plaatsnaam] woont [F] , de vriendin van verdachte bij wie hij dagelijks over de vloer kwam.150 Op het adres in [plaatsnaam] woont [G] , in wiens woning verdachte geregeld kwam.151

In de woning in [plaatsnaam] is naast een zevental telefoons van het merk Oppo ook de telefoon van [naam 1] - [.] aangetroffen. Ook is in die woning aangetroffen de simkaarthouder behorend bij de simkaart met telefoonnummer [telefoonnummer] , waarvan de telefoon van [naam 1] - [.] gebruikmaakt.152

Uit de historische verkeersgegevens van de telefoon van [naam 1] - [.] blijkt dat die telefoon in elk geval van augustus 2020 tot en met 13 maart 2021 gebruikmaakte van de zendmast aan de [straatnaam] in [plaatsnaam] en vanaf 17 maart 2020 tot en met in elk geval 15 juni 2021 gebruikmaakte van de zendmast aan de [straatnaam] in [plaatsnaam] . De woning op het adres [adres] in [plaatsnaam] bevindt zich op nog geen honderd meter afstand van de zendmast aan de [straatnaam] in [plaatsnaam] en uit zendmastanalyse bleek dat de telefoon van [naam 1] - [.] zich in de omgeving van het [straatnaam] bevond.153

In de periode van december 2020 tot en met januari 2021 maakten de telefoon van [naam 1] - [.] en de telefoon van verdachte gebruik van dezelfde zendmasten in [plaatsnaam] , [plaatsnaam] , Amsterdam, Amstelveen, Diemen en Heemskerk. De telefoon van [naam 1] - [.] heeft op geen enkel moment aangestraald op een zendmast waar de telefoon van verdachte op dat moment niet ook aanstraalde. Het is dan ook hoogstwaarschijnlijk dat verdachte op sommige momenten beide telefoons bij zich had.154

In de periode van 24 maart 2021 tot en met 20 juni 2021 heeft de telefoon van [naam 1] - [.] dertien keer een FTP-verbinding gemaakt met phishingsites terwijl daarbij de zendmast aan de [straatnaam] in [plaatsnaam] werd aangestraald. In de negen van die dertien gevallen waarvan het tijdvak van het maken van die FTP-verbinding bekend is, straalde op die momenten ook de telefoon van verdachte op die zendmast aan.155

Bij controle daarnaar is geconstateerd dat de Mercedes met kenteken [kenteken] waarin verdachte reed op 11 juni 2021 en op 24 juni 2021 bij de woning in [plaatsnaam] stond, terwijl de telefoon van [naam 1] - [.] aanstraalde op de zendmast aan de [straatnaam] in [plaatsnaam] en hierbij op in elk geval 24 juni 2021 een FTP-verbinding maakte een phishingsite. Gebleken is voorts dat nadat verdachte op 24 juni 2021 die woning verlaten had, er op die dag geen activiteit meer plaatsvond op de telefoon van [naam 1] - [.] .156

De telefoon van [naam 1] - [.] is onder meer op 1 mei 2021 en 8 juni 2021 opgewaardeerd met e-vouchers die bij de [onderneming 2] in Koog aan de Zaan zijn gekocht. Op camerabeelden is te zien dat de man die die e-vouchers koopt uiterlijke gelijkenis met verdachte vertoont en in een Mercedes met kenteken [kenteken] rijdt.157 In de woning in [plaatsnaam] werd een joggingbroek aangetroffen die gelijkend is aan de broek van de man die op 8 juni 2021 het e-voucher kocht.158

In de woning in [plaatsnaam] werd naast de telefoon van [naam 1] - [.] ook de tablet aangetroffen die, zoals hiervoor besproken, voor phishing van meerdere aangevers is gebruikt.159 Op de telefoon van [F] zijn foto’s aangetroffen waarop te zien is dat verdachte gebruikmaakt van een tablet waarvan de achtergrond van het bureaublad en de applicaties en de plek daarvan op het bureaublad overeenkomen met de in de woning in [plaatsnaam] aangetroffen tablet.160

In de woning in [plaatsnaam] werd een horloge van het merk Rolex aangetroffen, dat het horloge bleek te zijn dat op 7 of 8 december 2020 voor € 18.750,00 is aangeschaft met geld dat is weggenomen van de bankrekening van aangeefster [slachtoffer 28] .161 Verdachte heeft verklaard dat dit horloge bij hem in gebruik is.162 Op foto’s in de telefoon van verdachte is te zien dat hij dit horloge draagt. Uit de metadata van één van die foto’s volgt dat verdachte al op 8 december 2020 over dit horloge beschikte.163

Aan de muur in de woning in [plaatsnaam] hing eenzelfde televisie als die op 12 maart 2020 bij Mediamarkt is aangeschaft met geld dat is weggenomen van de bankrekening van aangeefster [slachtoffer 44] .164 Verdachte heeft verklaard dat hij die televisie aan [F] heeft gegeven.165 In de telefoon van verdachte is in een chatgesprek van 13 maart 2020 te lezen dat [naam 2] om 09:53 uur het adres [adres] naar ene [naam 4] verstuurde.166 In de telefoon van [F] staat die [naam 4] opgeslagen onder het contact van haar broer [H] .167 Op 13 maart 2020 om 13:08 uur is de bij Mediamarkt bestelde televisie afgeleverd op het adres [adres] in [plaatsnaam] .168

Daarnaast zijn er in de woning in [plaatsnaam] twee iPhones 12 aangetroffen die door [naam 1] - [.] zijn aangeschaft.169 Eén van die telefoons was in gebruik bij [F] , die heeft verklaard dat zij die telefoon van verdachte gekregen heeft.170 Op in elk geval één van die telefoons stonden foto’s waarop verdachte te zien is terwijl hij luxegoederen draagt, waaronder voornoemd horloge van het merk Rolex, een ketting en oorbellen.171 Op die telefoon stond ook een video waarop de vele dure merkkleding- en schoenen die in die woning in [plaatsnaam] aanwezig zijn, worden gefilmd. Op een andere video in die telefoon is verdachte te zien met een T-shirt van het merk Gucci ter waarde van € 350,00 aan.172 Vastgesteld is dat de in de woning in [plaatsnaam] aangetroffen merkkleding- en schoenen waarvan de aanschafwaarde kon worden achterhaald, in totaal een aanschafwaarde van € 29.250,00 vertegenwoordigt.173

Verdachte heeft verklaard dat hij inkomen uit een uitkering ontvangt, dat hij meer dan

€ 30.000,00 aan schulden heeft en dat hij in de schuldsanering zit.174

Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde:

De hiervoor onder A, B en C weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben geen betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

Al het voorgaande, in onderling verband en in onderlinge samenhang bezien, maakt dat de rechtbank van oordeel is dat verdachte degene is die zich onder de naam [naam 1] - [.] heeft schuldig gemaakt aan het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde.

Dat er in de periode van december 2020 tot en met januari 2021, waarin uit zendmastanalyse blijkt dat de telefoon van [naam 1] - [.] en die van verdachte gelijktijdig en in meerdere plaatsen dezelfde zendmast aanstraalden, geen aangevers zijn die in dit onderzoek op die specifieke momenten bekend zijn geworden als het slachtoffer van phishing, doet er niet aan af dat verdachte mede op deze grond als [naam 1] - [.] geïdentificeerd kan worden.

De verklaring van verdachte dat onder meer de televisie en het horloge van het merk Rolex, die allebei met van diefstal afkomstig geld van slachtoffers van phishing zijn aangeschaft, hem voor een habbekrats op straat zijn aangeboden en zodoende in zijn bezit zijn gekomen, acht de rechtbank gelet op de hiervoor besproken feiten en omstandigheden volstrekt onaannemelijk.

Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte deze strafbare feiten niet alleen heeft gepleegd, maar dat hij daarbij nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen. Verdachte heeft betrokkenheid gehad bij de verschillende stappen die in het proces van phishing zijn gezet. Om te beginnen registreerde, beheerde en verspreidde hij de phishinglinks waarmee bankgegevens konden worden afgevangen. Meerdere personen die met die phishinglinks via Marktplaats latere slachtoffers benaderden, werden door verdachte aangestuurd. Verdachte voorzag die personen van de te sturen phishinglinks en instructies. Onder meer reikte hij hen persoons- en adresgegevens aan om aan Marktplaatsgebruikers door te geven. Nadat er met afgevangen bankgegevens toegang was verkregen tot bankaccounts, had verdachte in sommige gevallen ook bemoeienis met de bedragen die van bankrekeningen moesten worden weggenomen. Daarnaast beschikte verdachte over een grote hoeveelheid afgevangen bankgegevens en logde hij daarmee in sommige gevallen ook zelf in op bankaccounts. Verdachte hield zich ook bezig met het in stand houden van de organisatie waarvan hij deel uitmaakte door aan kennelijk in phishing geïnteresseerden aan te geven wat zij daaraan kunnen verdienen. Grote delen van de opbrengst van de met afgevangen bankgegevens weggenomen geldbedragen kwamen vervolgens bij verdachte en zijn naasten terecht. Zo droeg verdachte het kostbare horloge dat door bij de organisatie van verdachte betrokkenen van gestolen geld werd aangeschaft binnen zeer korte tijd om zijn pols.

In die gevallen waarin de betrokkenheid van verdachte bij het onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde enkel blijkt uit de gebruikmaking van slachtoffers van de door verdachte vervaardigde phishinglinks, merkt de rechtbank verdachte evengoed als medepleger van die strafbare feiten aan. Immers is de bijdrage die verdachte ook in die gevallen aan de strafbare feiten heeft geleverd voor het plegen daarvan noodzakelijk geweest. De intellectuele en materiële bijdrage die verdachte in die gevallen aan de strafbare feiten heeft geleverd, is naar het oordeel van de rechtbank van voldoende gewicht om hem als medepleger daarvan aan te merken.

De rechtbank zal verdachte enkel partieel vrijspreken van de onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde onderdelen die betrekking hebben op aangeefster [slachtoffer 41] , omdat uit haar aangifte niet blijkt welke phishinglink zij ontvangen heeft. Nu die informatie ontbreekt, kan niet worden vastgesteld dat verdachte en zijn mededaders betrokkenheid hebben gehad bij de phishing van deze aangeefster.

Met betrekking tot de aangifte door [slachtoffer 6] is van belang dat uit die (niet ondertekende) aangifte blijkt dat de benadeelde de huisgenoot van [slachtoffer 6] is, te weten [A] . De rechtbank verbetert dit in de bewezenverklaring.

Bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde:

De rechtbank acht het onder 5 tenlastegelegde, gelet op de inhoud van na te noemen bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft dit feit bekend en zijn raadsman heeft voor dit feit geen vrijspraak bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen, die redengevend zijn voor de hierna volgende bewezenverklaring:

  • -

    een proces-verbaal van bevindingen door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (Einddossier pagina 650);

  • -

    een proces-verbaal van bevindingen door verbalisant [verbalisant 3] (Einddossier pagina’s 666 tot en met 670);

  • -

    een proces-verbaal van het eerste verhoor van verdachte van 29 juni 2021 (Einddossier pagina 1433).

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Ten aanzien van feit 1:

op tijdstippen in de periode van 24 december 2019 tot en met 29 april 2021 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere geldbedragen die toebehoorden aan rekeninghouders van ING Bank, ABN Amro Bank en/of Rabobank, te weten

1. [slachtoffer 5] (166.103,47 euro)

2. [slachtoffer 10] (550,00 euro)

3. [slachtoffer 33] (28.448,97 euro)

4. [slachtoffer 8] (2.482,40 euro)

5. [slachtoffer 9] (2.050,00 euro)

6. [slachtoffer 25] (831,75 euro) en [slachtoffer 42]

7. [slachtoffer 3] (50,00 euro)

8. [slachtoffer 24] (3.874,72 euro)

9. [slachtoffer 13] (608,00 euro)

10. [slachtoffer 14] (in elk geval 2.812,18 euro)

11. [slachtoffer 4] (3.319,00 euro)

12. [slachtoffer 29] (2.178,00)

13. [slachtoffer 1] (3.000,00 euro)

14. [A] (450,00 euro)

15. [slachtoffer 2] (in geval 6.258,39 euro)

16. [slachtoffer 7] (16.000,00 euro)

17. [slachtoffer 17] (circa 3.000,00 euro)

18. [slachtoffer 23] (in elk geval 3.167,69 euro)

19. [slachtoffer 11] (11.856,49 euro)

20. [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40] (42.827,00 euro)

21. [slachtoffer 22] (in elk geval 15.450,00 euro)

22. [slachtoffer 26] (in elk geval 9.700,00 euro)

23. [slachtoffer 28] (in elk geval 31.090,00 euro)

24. [slachtoffer 31] (14.554,75 euro)

25. [slachtoffer 12] (3.000,00 euro)

26. [slachtoffer 15] (3.017,21 euro)

27. [slachtoffer 30] (800,00 euro)

28. [slachtoffer 38] (7.230,94 euro)

29. [slachtoffer 20] (52.699,94)

30. [slachtoffer 19] (2.000,00 euro)

31. [slachtoffer 27] (in elk geval 5.473,00 euro)

32. [slachtoffer 37] (1.100,00 euro)

33. [slachtoffer 43] (1.900,00 euro)

34. [slachtoffer 21] (990,00 euro)

35. [slachtoffer 35] (2.400,00 euro)

36. [slachtoffer 44] (6.771,17 euro)

37. [slachtoffer 36] (220,00 euro)

38. [slachtoffer 34] (150,00 euro),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de weg te nemen geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten

- met oplichting verkregen gebruikersnamen, wachtwoorden en/of inloggegevens voor het inloggen op internetbankieren, het autoriseren van een mobiel bankieren app en/of het autoriseren van een overboeking en/of

- met een of meerdere betaalpassen die verdachte en/of zijn mededader(s) hebben aangevraagd door met voornoemde met oplichting verkregen gebruikersnamen, wachtwoorden en/of inloggegevens op de accounts voor internetbankieren van voornoemde rekeninghouders in te loggen en/of (daarna) de adresgegevens van voornoemde rekeninghouders te wijzigen, (vervolgens) een of meerdere nieuwe betaalpassen aan te vragen en/of deze betaalpassen te laten verzenden naar het nieuwe opgegeven adres, tot het gebruik waarvan verdachte en zijn mededader(s) niet gerechtigd waren;

Ten aanzien van feit 2:

op tijdstippen in de periode van 24 december 2019 tot en met 29 april 2021 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, meerdere rekeninghouders van ING Bank, Rabobank en/of ABN Amro Bank, te weten

1. [slachtoffer 5]

2. [slachtoffer 10]

3. [slachtoffer 33]

4. [slachtoffer 8]

5. [slachtoffer 9]

6. [slachtoffer 25] en [slachtoffer 42]

7. [slachtoffer 3]

8. [slachtoffer 24]

9. [slachtoffer 13]

10. [slachtoffer 16]

11. [slachtoffer 14]

12. [slachtoffer 4]

13. [slachtoffer 29]

14. [slachtoffer 1]

15. [A]

16. [slachtoffer 2]

17. [slachtoffer 7]

18. [slachtoffer 17]

19. [slachtoffer 23]

20. [slachtoffer 11]

21. [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40]

22. [slachtoffer 22]

23. [slachtoffer 26]

24. [slachtoffer 28]

25. [slachtoffer 31]

26. [slachtoffer 12]

27. [slachtoffer 32]

28. [slachtoffer 15]

29. [slachtoffer 30]

30. [slachtoffer 38]

31. [slachtoffer 20]

32. [slachtoffer 19]

33. [slachtoffer 27]

34. [slachtoffer 37]

35. [slachtoffer 43]

36. [slachtoffer 21]

37. [slachtoffer 35]

38. [slachtoffer 44]

39. [slachtoffer 36]

40. [slachtoffer 34]

hebben bewogen tot het ter beschikking stellen van inloggegevens (waaronder gebruikersnaam, wachtwoord, betaalpasgegevens en/of activatiecode) van hun ING Bank-accounts, Rabobank-account en/of ABN Amro Bank-accounts, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – valselijk, listiglijk, bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een potentiële koper van goederen die via een Marktplaatsadvertentie werden aangeboden en

- (vervolgens) aanbieders van die op Marktplaats aangeboden goederen, te weten voornoemde rekeninghouders, via een WhatsApp-bericht een hyperlink gestuurd om de betaling zogenaamd veilig via de ‘Gelijk Oversteken-service’ van Marktplaats te laten verlopen en

- (vervolgens) voornoemde rekeninghouders, althans enig persoon handelend namens die rekeninghouders, door de inhoud van voornoemde Whatsapp-berichten bewogen tot het klikken op de hyperlink, waarna voornoemde rekeninghouders werden doorverwezen en/of geleid naar (een) valse/namaak website(s) van ING Bank, Rabobank en/of ABN Amro Bank en

- (vervolgens) voornoemde rekeninghouders, althans enig persoon handelend namens die rekeninghouders, bewogen op voornoemde valse/namaak website(s) hun inloggegevens (waaronder gebruikersnaam, wachtwoord, betaalpasgegevens en/of activatiecode) in te vullen, waardoor bovengenoemde rekeninghouders en/of anderen werden bewogen tot bovenomschreven afgiften;

Ten aanzien van feit 3:

op tijdstippen in de periode van 24 december 2019 tot en met 29 april 2021 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen telkens opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerde werken, te weten computersystemen en/of servers van ING Bank, ABN Amro Bank en/of Rabobank, zijn binnengedrongen met behulp van een valse sleutel en door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door het telkens inloggen met onrechtmatig verkregen inlognamen, wachtwoorden en/of andere inloggegevens van rekeninghouders van ING Bank, ABN Amro Bank en/of Rabobank, te weten

1. [slachtoffer 5]

2. [slachtoffer 10]

3. [slachtoffer 33]

4. [slachtoffer 8]

5. [slachtoffer 9]

6. [slachtoffer 25] en [slachtoffer 42]

7. [slachtoffer 3]

8. [slachtoffer 24]

9. [slachtoffer 13]

10. [slachtoffer 16]

11. [slachtoffer 14]

12. [slachtoffer 4]

13. [slachtoffer 29]

14. [slachtoffer 1]

15. [A]

16. [slachtoffer 2]

17. [slachtoffer 7]

18. [slachtoffer 17]

19. [slachtoffer 23]

20. [slachtoffer 11]

21. [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40]

22. [slachtoffer 22]

23. [slachtoffer 26]

24. [slachtoffer 28]

25. [slachtoffer 31]

26. [slachtoffer 12]

27. [slachtoffer 32]

28. [slachtoffer 15]

29. [slachtoffer 30]

30. [slachtoffer 38]

31. [slachtoffer 20]

32. [slachtoffer 19]

33. [slachtoffer 27]

34. [slachtoffer 37]

35. [slachtoffer 43]

36. [slachtoffer 21]

37. [slachtoffer 35]

38. [slachtoffer 44]

39. [slachtoffer 36]

40. [slachtoffer 34]

Ten aanzien van feit 4:

op tijdstippen in de periode van 15 december 2019 tot en met 29 juni 2021 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf heeft vervaardigd, verspreid en voorhanden gehad, immers heeft hij phishingwebsites vervaardigd en voorhanden gehad met de bedoeling om inlogcodes, inloggegevens en/of klantgegevens af te vangen die toegang geven tot de geautomatiseerde betaalsystemen van banken en vervolgens die inloggegevens verworven, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad met de bedoeling om daarmee zichzelf of een ander toegang te verschaffen tot geautomatiseerde werken van banken;

Ten aanzien van feit 5:

op 29 juni 2021 te [plaatsnaam] een wapen van categorie III, onder 1, van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk FN, model 1910, kaliber 7.65mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere scherpe patronen van de merken S&B en Geco van het kaliber 7.65mm, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1 tot en met 5 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 2:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 3:

medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 4:

medeplegen van met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf, vervaardigen, verspreiden en voorhanden hebben, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 5, met betrekking tot het pistool:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapen en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

Ten aanzien van feit 5, met betrekking tot de munitie:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

8.2

Het standpunt van de verdediging

In geval van strafoplegging heeft de raadsman verzocht om ten aanzien van het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde aansluiting te zoeken bij de oriëntatiepunten die het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor fraudedelicten heeft geformuleerd, waarbij aansluiting moet worden gezocht bij het bewezenverklaarde benadelingsbedrag. Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde is verzocht om eveneens aansluiting te zoeken bij de LOVS-oriëntatiepunten en niet bij de oriëntatiepunten die de rechtbank Amsterdam voor dergelijke feiten hanteert. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring van alle feiten komt, kan wat de raadsman betreft hoogstens een gevangenisstraf van 21 maanden volgen. Mocht de rechtbank een gedeelte van de op te leggen straf voorwaardelijk aan verdachte opleggen, is verzocht om daaraan geen verplicht reclasseringscontact te verbinden.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich samen met anderen en in een georganiseerd verband schuldig gemaakt aan diverse strafbare feiten. Onder meer heeft hij zich bijna anderhalf jaar lang schuldig gemaakt aan het op grote schaal plegen van oplichting en computervredebreuk. De bankgegevens die op slinkse wijze van Marktplaatsgebruikers werden afgevangen, werden vervolgens gebruikt om vaak grote bedragen van hun bankrekeningen op te nemen, over te schrijven en/of uit te geven. Van bijna veertig personen is geld weggenomen, waarbij in sommige gevallen hun bank- en spaarrekeningen werkelijk zijn geplunderd.

Verdachte en zijn mededaders gaven op een geraffineerde wijze invulling aan de verschillende schakels die samen tot het onder 1 tot en met 4 bewezenverklaarde hebben geleid. De schakel die verdachte vormde was van wezenlijk belang. Hij was degene die anderen aanstuurde en bovendien voorzag van de phishinglinks die aan de grootschalige oplichting, computervredebreuk en diefstal door middel van valse sleutels ten grondslag liggen. Dat door de organisatie van verdachte werd ingespeeld op het zogenaamd veilig doen van zaken via het internet, terwijl zij er daarbij juist op uit waren anderen op te lichten en te bestelen, is zeer uitgekookt.

Door op die doortrapte manier mensen op te lichten, heeft verdachte zich met zijn mededaders schuldig gemaakt aan zeer ernstige inbreuken in de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers, waartoe de inloggegevens van hun bankrekeningen behoren, het vertrouwen van zijn slachtoffers beschaamd en hen schade, schaamte en andere narigheid bezorgd. Zoals door één van de slachtoffers ter terechtzitting is toegelicht, kreeg zij problemen op haar werk omdat zij door toedoen van verdachte plots met hoge schulden kampte. Hoewel de financiële schade van de slachtoffers in veel gevallen uiteindelijk door hun bank – uit de eigen middelen van die bank – is vergoed, hebben zij in grote spanning gezeten en is hun vertrouwen ernstig beschaamd. Door het handelen van verdachte en zijn mededaders is daarnaast het vertrouwen van de slachtoffers in het digitale betalingsverkeer en bankwezen ondermijnd. Wanneer het vertrouwen in het digitale betalingsverkeer en bankwezen bij consumenten in het algemeen niet meer aanwezig is, bestaat het risico van ernstige ontwrichting van het economisch en maatschappelijk verkeer. In deze tijd, waarin het online verhandelen, bestellen en betalen van goederen aan de orde van de dag is, is dit vertrouwen immers van groot economisch en maatschappelijk belang. Het schaden van het vertrouwen in het digitale betalingsverkeer en bankwezen heeft daardoor niet alleen negatieve gevolgen voor de slachtoffers die verdachte en zijn mededaders hebben gemaakt, maar ook voor de maatschappij in het algemeen.

Van het uit misdrijven verkregen geld leidde verdachte een luxeleven. In de woning van zijn vriendin werd een grote hoeveelheid merkkleding- en schoenen aangetroffen; alleen al de producten waarvan de aanschafwaarde kon worden achterhaald vertegenwoordigen een waarde van € 29.250,00. Ook droeg verdachte een peperduur en met gestolen geld aangeschaft horloge van het merk Rolex. Terwijl hij kennelijk geld over de balk smeet, bleef verdachte een uitkering opstrijken.

Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en van munitie. Het behoeft geen betoog dat het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen onaanvaardbare risico’s voor de veiligheid van personen met zich brengt en bovendien de in de samenleving bestaande gevoelens van onveiligheid versterkt. Dat die risico’s zich realiseren blijkt uit de vele geweldsincidenten waarbij vuurwapens worden gebruikt en waarbij ook (dodelijke) slachtoffers zijn te betreuren. Het voorhanden hebben van een vuurwapen, zeker een dat zoals in dit geval geladen is en in een huis ligt waar tenminste één minderjarige verblijft, is volstrekt onaanvaardbaar en vergt een stevige strafrechtelijke reactie.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank kennisgenomen van een op zijn naam gesteld uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 2 september 2021, dat na die datum niet is gewijzigd. Daaruit blijkt dat verdachte eerder, maar niet recentelijk, wegens het medeplegen van oplichting en poging daartoe is veroordeeld.

Daarnaast heeft de rechtbank met betrekking tot de persoon van verdachte kennisgenomen van een reclasseringsrapport van 27 september 2021, opgesteld door [J] , reclasseringswerker bij Reclassering Nederland. In dit reclasseringsrapport wordt onder meer besproken dat er veel onduidelijkheden over het werkverleden van verdachte zijn en dat hij hoge schulden heeft maar tegelijkertijd veel dure spullen bezit. Daarnaast wordt de kans dat verdachte recidiveert als gemiddeld tot hoog ingeschat. Ondanks de ontkennende proceshouding van verdachte ten aanzien van de phishinggerelateerde feiten heeft de reclassering bijzondere voorwaarden geformuleerd die in geval van oplegging van een voorwaardelijk strafdeel aan hem kunnen worden opgelegd.

Verdachte heeft met betrekking tot de onder 1 tot en met 4 bewezen verklaarde feiten geen opening van zaken gegeven. Hoewel het verdachte uiteraard vrij staat te bepalen welke proceshouding hij aanneemt, heeft hij met de door hem gekozen proceshouding de kans gemist om op enige wijze inzicht te geven in de redenen en achtergrond van zijn handelen. Daarnaast heeft hij met die proceshouding geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen genomen en heeft hij er geen blijk van gegeven de laakbaarheid daarvan in te zien.

Gezien de ernst van de gepleegde misdrijven en met betrekking tot het onder 1 tot en 4 bewezenverklaarde het grote aantal slachtoffers dat is gemaakt, het aanzienlijke geldbedrag dat is weggenomen, het georganiseerde verband waarin dit plaatsvond en de rol die verdachte daarin had, is de rechtbank van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Bij de bepaling van de duur van de op te leggen gevangenisstraf betrekt de rechtbank de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf zoals door de officier van justitie is geëist passend en geboden. Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank aan verdachte zal opleggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering aan de orde is.

9 BESLAG

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht tot verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen voorwerpen, zoals die op de beslaglijst van 17 maart 2022 onder de nummers 1 tot en met 16 zijn opgenomen. Daarnaast is verzocht om ook de inbeslaggenomen maar niet op die beslaglijst vermelde tablet, de zeven telefoons van het merk Oppo en de telefoon die in dit vonnis is aangeduid als de telefoon van [naam 1] - [.] verbeurd te verklaren.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich met betrekking tot het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal de inbeslaggenomen voorwerpen, zoals onder de nummers 1 tot en met 16 vermeld op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst van 17 maart 2022, verbeurd verklaren. De onder die nummers vermelde voorwerpen zijn uit baten van het onder 1 bewezenverklaarde verkregen.

Ook zal de rechtbank de inbeslaggenomen voorwerpen met behulp waarvan minst genomen het onder 1 en 2 bewezenverklaarde is begaan verbeurd verklaren, te weten:

- de telefoon die in dit vonnis is aangeduid als de telefoon van [naam 1] - [.] (voorwerpnummer: MDRDD20020_678825);

- de tablet (voorwerpnummer: MDRDD20020_678841);

- zeven telefoons van het merk Oppo (voorwerpnummers: MDRDD20020_678816, MDRDD20020_678817, MDRDD20020_678818, MDRDD20020_678819, MDRDD20020_678820, MDRDD20020_678822 en MDRDD20020_678823).

10 BENADEELDE PARTIJEN

10.1

De vorderingen tot vergoeding van schade

Rabobank heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van

€ 108.759,80, hoofdelijk toe te wijzen en te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit. Een bedrag van € 106.959,80 heeft Rabobank aangewend om de schade van slachtoffers te vergoeden. Een bedrag van € 1.800,00 heeft Rabobank besteed aan onderzoek.

ING Bank heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van

€ 197.705,22, hoofdelijk toe te wijzen en te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit. Een bedrag van € 196.745,22 heeft ING Bank aangewend om de schade van slachtoffers te vergoeden. Een bedrag van € 960,00 heeft ING Bank besteed aan onderzoek.

ABN Amro Bank heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 31.559,90, hoofdelijk toe te wijzen en te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit. ABN Amro Bank heeft voornoemd bedrag van € 31.559,90 aangewend om de schade van slachtoffers te vergoeden.

[slachtoffer 38] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van immateriële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

[slachtoffer 9] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 102,15, hoofdelijk toe te wijzen en te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.

[slachtoffer 44] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van

€ 300,00, hoofdelijk toe te wijzen en te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.

[slachtoffer 13] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 450,00, hoofdelijk toe te wijzen en te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van

€ 150,00 van materiële schade en een vergoeding van € 300,00 van immateriële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

[slachtoffer 17] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van

€ 1.050,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van immateriële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

10.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen toe te wijzen tot de volgende bedragen:

  • -

    Rabobank tot het gevorderde bedrag van € 108.759,80;

  • -

    ING Bank tot het gevorderde bedrag van € 197.705,22;

  • -

    ABN Amro Bank tot het gevorderde bedrag van € 31.559,90;

  • -

    [slachtoffer 38] tot het gevorderde bedrag van € 1.000,00;

  • -

    [slachtoffer 9] tot het gevorderde bedrag van € 102,15;

  • -

    [slachtoffer 44] tot het gevorderde bedrag van € 300,00;

  • -

    [slachtoffer 13] tot het gevorderde bedrag van € 150,00 ter vergoeding van materiële schade;

  • -

    [slachtoffer 17] tot het gevorderde bedrag van € 1.050,00.

De officier van justitie heeft gevorderd benadeelde partij [slachtoffer 13] niet-ontvankelijk in haar vordering te verklaren voor zover die vordering betrekking heeft op vergoeding van immateriële schade, omdat die schadepost onvoldoende is onderbouwd. Met betrekking tot de gevallen waarin rekeninghouders door Rabobank, ING Bank of ABN Amro Bank voor een hoger bedrag zijn schadeloos gesteld dan het van die rekeninghouders weggenomen bedrag dat uit de bewezenverklaring volgt, heeft de officier met verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad met kenmerk ECLI:NL:HR:2017:885 aangevoerd dat de rechtbank bij de toekenning van schadevergoeding niet gebonden is aan het bedrag dat uit de bewezenverklaring volgt. Tot slot is verzocht om bij toewijzing van vorderingen tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen, waarbij is opgemerkt dat onevenredig hoge gijzelingstermijnen kunnen worden gematigd. Aangevoerd is dat enkel in geval van oplegging van de schadevergoedingsmaatregel het conservatoir beslag ten behoeve van de slachtoffers kan worden aangewend

10.3

Het standpunt van de verdediging

In geval van bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde, heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de verzochte vergoedingen van materiële schade voor toewijzing in aanmerking komen. De verzochte vergoedingen van immateriële schade komen daarentegen niet voor vergoeding in aanmerking. Daarnaast heeft de raadsman zich ten aanzien van benadeelde partijen Rabobank, ING Bank en ABN Amro Bank verzet tegen oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, omdat die maatregel bedoeld is voor individuen en niet voor dergelijke professionele partijen.

10.4

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van benadeelde partij Rabobank

Vaststaat dat benadeelde partij Rabobank als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezenverklaarde schade heeft geleden; zij heeft immers de schade van haar rekeninghouders [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 30] , [slachtoffer 38] , [slachtoffer 37] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 22] , [slachtoffer 26] en [slachtoffer 27] van een totaalbedrag van € 106.959,80 vergoed. Die schade is aan te merken als verplaatste schade, die de rekeninghouders ook zelf van verdachte en zijn mededader(s) hadden kunnen vorderen als zij niet door Rabobank waren gecompenseerd. Deze verplaatste schade is toewijsbaar. Als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde heeft Rabobank ook rechtstreekse schade geleden, te weten de gemaakte onderzoekskosten van

€ 1.800,00.

De vordering is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot het gevorderde bedrag van € 108.759,80. Dit schadebedrag zal worden vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 27 november 2020 tot de dag van algehele betaling.

Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat gehele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Hoewel de rechtbank de raadsman volgt in zijn standpunt dat het feit dat de benadeelde partij een professionele partij is een reden kan zijn om af te zien van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel, acht de rechtbank in dit specifieke geval het echter toch wenselijk en gepast dat de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd. De rechtbank overweegt daartoe dat de benadeelde partij zich geconfronteerd heeft gezien met een groep door grootschalige oplichting gedupeerde klanten, bestaande uit natuurlijke personen, welke klanten door de bank vanuit een zorgplicht dan wel uit coulance schadeloos zijn gesteld. De rechtbank acht het wenselijk dat banken dit ook in de toekomst blijven doen. Daarnaast acht de rechtbank oplegging van de schadevergoedingsmaatregel wenselijk omdat in de onderhavige zaak conservatoir beslag is gelegd op geldbedragen en het horloge van het merk Rolex. Het conservatoir beslag strekt immers tot bewaring van het recht op verhaal waarbij de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd. Zonder schadevergoedingsmaatregel kan het conservatoir beslag niet worden uitgewonnen ten behoeve van slachtoffers. Om die reden zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen ten behoeve van Rabobank. Gelet op deze achterliggende motieven zal de rechtbank de vervangende gijzeling bepalen op nul dagen.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Ten aanzien van benadeelde partij ING Bank

Vaststaat dat benadeelde partij ING Bank als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezenverklaarde schade heeft geleden; zij heeft immers de schade van haar rekeninghouders [slachtoffer 3] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 35] , [slachtoffer 20] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 28] en [slachtoffer 29] van een totaalbedrag van € 196.745,22 vergoed. Die schade is aan te merken als verplaatste schade, die de rekeninghouders ook zelf van verdachte en zijn mededader(s) hadden kunnen vorderen als zij niet door ING Bank waren gecompenseerd. Deze verplaatste schade is toewijsbaar. Als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde heeft ING Bank ook rechtstreekse schade geleden, te weten de gemaakte onderzoekskosten van € 960,00.

De vordering is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot het gevorderde bedrag van € 197.705,22. Dit schadebedrag zal worden vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 29 april 2021 tot de dag van algehele betaling.

Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat gehele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Overeenkomstig hetgeen de rechtbank hierboven bij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van Rabobank heeft overwogen, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel ook ten behoeve van ING Bank opleggen en de vervangende gijzeling daarbij bepalen op nul dagen.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Ten aanzien van benadeelde partij ABN Amro Bank

Vaststaat dat benadeelde partij ABN Amro Bank als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezenverklaarde schade heeft geleden; zij heeft immers de schade van haar rekeninghouders [slachtoffer 4] , [slachtoffer 31] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 43] , [slachtoffer 23] en [slachtoffer 25] van een totaalbedrag van € 31.559,90 vergoed. Die schade is aan te merken als verplaatste schade, die de rekeninghouders ook zelf van verdachte en zijn mededader(s) hadden kunnen vorderen als zij niet door ABN Amro Bank waren gecompenseerd.

De vordering is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot het gevorderde bedrag van € 31.559,90. Dit schadebedrag zal worden vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 23 december 2020 tot de dag van algehele betaling.

Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat gehele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Overeenkomstig hetgeen de rechtbank hierboven bij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van Rabobank heeft overwogen, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel ook ten behoeve van ABN Amro Bank opleggen en de vervangende gijzeling daarbij bepalen op nul dagen.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 9]

Vaststaat dat benadeelde partij [slachtoffer 9] als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezenverklaarde rechtstreekse materiële schade heeft geleden, die naar het oordeel van de rechtbank voldoende is onderbouwd. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot het gevorderde bedrag van € 102,15. Dit schadebedrag zal worden vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 14 juli 2020 tot de dag van algehele betaling.

Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat gehele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 9] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 102,15, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2020 tot aan de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met twee dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 44]

Vaststaat dat benadeelde partij [slachtoffer 44] als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezenverklaarde rechtstreekse materiële schade heeft geleden, die naar het oordeel van de rechtbank voldoende is onderbouwd. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot het gevorderde bedrag van € 300,00. Dit schadebedrag zal worden vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 12 maart 2020 tot de dag van algehele betaling.

Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat gehele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 44] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2020 tot aan de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met zes dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 13]

Vaststaat dat benadeelde partij [slachtoffer 13] als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezenverklaarde rechtstreekse materiële schade heeft geleden, die naar het oordeel van de rechtbank voldoende is onderbouwd. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot het gevorderde bedrag van € 150,00. Dit schadebedrag zal worden vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 12 augustus 2020 tot de dag van algehele betaling.

Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat gehele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 13] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 150,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2020 tot aan de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met drie dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

De rechtbank zal de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 13] tot vergoeding van immateriële schade afwijzen; voor de motivering van deze beslissing wordt verwezen naar wat hierna is overwogen ten aanzien van benadeelde partijen [slachtoffer 38] en [slachtoffer 17] .

Ten aanzien van benadeelde partijen [slachtoffer 38] en [slachtoffer 17]

Als de schade die het gevolg is van een strafbaar feit nadeel omvat dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde ingevolge artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding als hij lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Daarover heeft de Hoge Raad in 2019 een uitspraak gedaan waaraan het volgende is ontleend (ECLI:NL:HR:2019:376): Van aantasting in zijn persoon op andere wijze is in ieder geval sprake als de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan, waartoe nodig is dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Daarnaast kunnen de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat van aantasting in zijn persoon op andere wijze sprake is. In beginsel zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. In voorkomend geval kunnen de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Alleen de schending van een fundamenteel recht is niet genoeg voor een aantasting in de persoon op andere wijze.

De rechtbank stelt voorop dat het onder 1 en 2 bewezenverklaarde een ernstige inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van benadeelde partijen [slachtoffer 38] en [slachtoffer 17] en het zeer invoelbaar is dat dit bij hen enige tijd gevoelens van angst en onveiligheid heeft veroorzaakt. Dat is niet genoeg om vast te stellen dat de nadelige gevolgen zo ernstig zijn geweest dat er sprake is van enige vorm van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat een wettelijke grondslag voor vergoeding van immateriële schade ontbreekt, zodat zij de vorderingen van benadeelde partijen

[slachtoffer 38] en [slachtoffer 17] moet afwijzen.

Nu hun vorderingen worden afgewezen, zullen [slachtoffer 38] en [slachtoffer 17] in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen hun vorderingen. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36f, 47, 57, 60a, 138ab, 139d, 311, 326 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 tot en met 5 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1 tot en met 5 meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

-verklaart het onder 1 tot en met 5 bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging van straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vijf (5) jaren;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

  • -

    een geldbedrag van € 130,00 (voorwerpnummer: MDRDD20020_678921;

  • -

    een geldbedrag van € 1950,00 (voorwerpnummer: MDRDD20020_679598);

  • -

    een horloge (van het merk Rolex, voorwerpnummer: MDRDD20020_678889);

  • -

    schoenen (van het merk Balenciaga, voorwerpnummer: MDRDD20020_679209);

  • -

    schoenen (van het merk Balenciaga, voorwerpnummer: MDRDD20020_679202);

  • -

    schoenen (van het merk Balenciaga, voorwerpnummer: MDRDD20020_679203);

  • -

    jas (van het merk Moncler, voorwerpnummer: MDRDD20020_678919);

  • -

    jas (van het merk Moose Knuckles, voorwerpnummer: MDRDD20020_678915);

  • -

    schoenen (van het merk Philipp Plein, voorwerpnummer: MDRDD20020_679210);

  • -

    schoenen (van het merk Valentino, voorwerpnummer: MDRDD20020_679207);

  • -

    schoenen (van het merk Gucci, voorwerpnummer: MDRDD20020_679207);

  • -

    schoenen (van het merk Gucci, voorwerpnummer: MDRDD20020_679206);

  • -

    schoenen (van het merk Valentino, voorwerpnummer: MDRDD20020_679205);

  • -

    iPhone (voorwerpnummer: MDRDD20020_678858);

  • -

    iPhone (voorwerpnummer: MDRDD20020_678860);

  • -

    iPhone (voorwerpnummer: MDRDD20020_678861);

  • -

    iPhone (voorwerpnummer: MDRDD20020_678825);

  • -

    tablet (type Surface, voorwerpnummer: MDRDD20020_678841);

  • -

    telefoon (van het merk Oppo, voorwerpnummer: MDRDD20020_678816);

  • -

    telefoon (van het merk Oppo, voorwerpnummer: MDRDD20020_678817);

  • -

    telefoon (van het merk Oppo, voorwerpnummer: MDRDD20020_678818);

  • -

    telefoon (van het merk Oppo, voorwerpnummer: MDRDD20020_678819);

  • -

    telefoon (van het merk Oppo, voorwerpnummer: MDRDD20020_678820);

  • -

    telefoon (van het merk Oppo, voorwerpnummer: MDRDD20020_678822);

  • -

    telefoon (van het merk Oppo, voorwerpnummer: MDRDD20020_678823);

Benadeelde partij Rabobank

- wijst de vordering van Rabobank toe tot een bedrag van € 108.759,80;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan Rabobank van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 november 2020 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander of anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van Rabobank aan de Staat

€ 108.759,80 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 november 2020 tot de dag van algehele voldoening, bij niet-betaling aan te vullen met nul dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op één van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde partij dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij ING Bank

- wijst de vordering van ING Bank toe tot een bedrag van € 197.705,22;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan ING Bank van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 april 2021 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander of anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van ING Bank aan de Staat

€ 197.705,22 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 april 2021 tot de dag van algehele voldoening, bij niet-betaling aan te vullen met nul dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op één van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde partij dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij ABN Amro Bank

- wijst de vordering van ABN Amro Bank toe tot een bedrag van € 31.559,90;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan ABN Amro Bank van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2020 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander of anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van ABN Amro Bank aan de Staat € 31.559,90 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2020 tot de dag van algehele voldoening, bij niet-betaling aan te vullen met nul dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op één van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde partij dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [slachtoffer 38]

- wijst de vordering van [slachtoffer 38] af;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [slachtoffer 9]

- wijst de vordering van [slachtoffer 9] toe tot een bedrag van € 102,15;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 9] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2020 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander of anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 9] aan de Staat
€ 102,15 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2020 tot de dag van algehele voldoening, bij niet-betaling aan te vullen met twee dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op één van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde partij dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [slachtoffer 44]

- wijst de vordering van [slachtoffer 44] toe tot een bedrag van € 300,00;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 44] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2020 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander of anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 44] aan de Staat
€ 300,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2020 tot de dag van algehele voldoening, bij niet-betaling aan te vullen met zes dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op één van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde partij dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [slachtoffer 13]

- wijst de vordering van [slachtoffer 13] toe tot een bedrag van € 150,00;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 13] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2020 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander of anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 13] aan de Staat
€ 150,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2020 tot de dag van algehele voldoening, bij niet-betaling aan te vullen met drie dagen hechtenis;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op één van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde partij dan wel aan de Staat heeft vergoed;

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 13] voor het overige af;

Benadeelde partij [slachtoffer 17]

- wijst de vordering van [slachtoffer 17] af;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.M. van Hoof, voorzitter, mrs. I.L. Gerrits en

J. van Zeijts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Valk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 april 2022.

Bijlage: de gewijzigde tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 juli 2019 tot en met 29 juni 2021 te Almere en/of Amsterdam en/of Zaandijk (gemeente Zaanstad), althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een of meerdere geldbedrag(en), welk(e) geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehoorde(n) aan een of meerdere rekeninghouder(s) van de ING bank en/of ABN AMRO en/of Rabobank, te weten

1. [slachtoffer 5] (166.403,47 euro) en/of

2. [slachtoffer 10] (550 euro) en/of

3. [slachtoffer 33] (28.448,97 euro) en/of

4. [slachtoffer 8] (2.484,40 euro) en/of

5. [slachtoffer 9] (2.050 euro) en/of

6. [slachtoffer 25] (831,75 euro) en/of [slachtoffer 42] en/of

7. [slachtoffer 3] (50 euro) en/of

8. [slachtoffer 24] (7.774,72 euro) en/of

9. [slachtoffer 13] (2.349 euro) en/of

10. [slachtoffer 14] (2.812,18 euro) en/of

11. [slachtoffer 4] (3.319 euro) en/of

12. [slachtoffer 29] (3.267 euro) en/of

13. [slachtoffer 1] (3.000 euro) en/of

14. [slachtoffer 6] (450 euro) en/of

15. [slachtoffer 2] (6.258,39 euro) en/of

16. [slachtoffer 7] (16.000 euro) en/of

17. [slachtoffer 17] (circa 3.000 euro) en/of

18. [slachtoffer 23] (3.167,69 euro) en/of

19. [slachtoffer 11] (11.856,49 euro) en/of

20. [slachtoffer 18] (42.827,00 euro) en/of [slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40] en/of

21. [slachtoffer 22] (15.450 euro) en/of

22. [slachtoffer 26] (9.700 euro) en/of

23. [slachtoffer 28] (31.090 euro) en/of

24. [slachtoffer 31] (14.554,75 euro) en/of

25. [slachtoffer 12] (3.000 euro) en/of

26. [slachtoffer 15] (3.017,21 euro) en/of

27. [slachtoffer 30] (800 euro) en/of

28. [slachtoffer 38] (7.230,94 euro) en/of

29. [slachtoffer 20] (53.439,89 euro) en/of

30. [slachtoffer 19] (2.000 euro) en/of

31. [slachtoffer 27] (5.473 euro) en/of

32. [slachtoffer 37] (1.100 euro) en/of

33. [slachtoffer 43] (1.900 euro) en/of

34. [slachtoffer 21] (1.990 euro) en/of

35. [slachtoffer 35] (2.400 euro) en/of

36. [slachtoffer 44] (6.771,71 euro) en/of

37. [slachtoffer 36] (220 euro) en/of

38. [slachtoffer 34] (150 euro) en/of

39. [slachtoffer 41] (200 euro),

en/of aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) het/de weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten

- met oplichting verkregen gebruikersna(a)m(en) en/of wachtwoord(en) en/of inlog(gegevens) voor het inloggen op internetbankieren en/of het autoriseren van een

mobiel bankieren app en/of het autoriseren van een overboeking en/of

- met een of meerdere betaalpas(sen), die hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) heeft/hebben aangevraagd, door met voornoemde met oplichting verkregen

gebruikersna(a)m(en) en/of wachtwoord(en) en/of inlog(gegevens) op de account(s) voor internetbankieren van voornoemde rekeninghouder(s) in te loggen en/of (daarna) de adresgegevens van voornoemde rekeninghouder(s) te wijzigen naar het adres van verdachte en/of van zijn mededader(s) en/of (vervolgens) een of meerdere nieuwe betaalpas(sen) aan te vragen en/of deze een of meerdere betaalpas(sen) te laten verzenden naar het nieuwe opgegeven adres,

in elk geval een of meerdere sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s) niet gerechtigd was/waren;

2.

Hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 juli 2019 tot en met 29 juni 2021 te Almere en/of Amsterdam en/of Zaandijk (gemeente Zaanstad), althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer rekeninghouder(s) van de ING bank en/of Rabobank en/of ABN AMRO, te weten

1. [slachtoffer 5] en/of

2. [slachtoffer 10] en/of

3. [slachtoffer 33] en/of

4. [slachtoffer 8] en/of

5. [slachtoffer 9] en/of

6. [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 42] en/of

7. [slachtoffer 3] en/of

8. [slachtoffer 24] en/of

9. [slachtoffer 13] en/of

10. [slachtoffer 16] en/of

11. [slachtoffer 14] en/of

12. [slachtoffer 4] en/of

13. [slachtoffer 29] en/of

14. [slachtoffer 1] en/of

15. [slachtoffer 6] en/of

16. [slachtoffer 2] en/of

17. [slachtoffer 7] en/of

18. [slachtoffer 17] en/of

19. [slachtoffer 23] en/of

20. [slachtoffer 11] en/of

21. [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40] en/of

22. [slachtoffer 22] en/of

23. [slachtoffer 26] en/of

24. [slachtoffer 28] en/of

25. [slachtoffer 31] en/of

26. [slachtoffer 12] en/of

27. [slachtoffer 32] en/of

28. [slachtoffer 15] en/of

29. [slachtoffer 30] en/of

30. [slachtoffer 38] en/of

31. [slachtoffer 20] en/of

32. [slachtoffer 19] en/of

33. [slachtoffer 27] en/of

34. [slachtoffer 37] en/of

35. [slachtoffer 43] en/of

36. [slachtoffer 21] en/of

37. [slachtoffer 35] en/of

38. [slachtoffer 44] en/of

39. [slachtoffer 36] en/of

40. [slachtoffer 34] en/of

41. [slachtoffer 41] ,

en/of een ander of anderen heeft/hebben bewogen tot het ter beschikking stellen van

(inlog)gegevens (waaronder gebruikersnaam en/of wachtwoord en/of betaalpasgegevens en/of activatiecode) van zijn/haar/hun ING bank account(s) en/of Rabobank account(s) en/of ABN AMRO account(s), althans gegevens, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een potentiële koper van een of meerdere goed(eren) dat/die via een Marktplaatsadvertentie werd/werden aangeboden en/of

- ( vervolgens) een of meerdere aanbieder(s) van dat/die op Marktplaats aangeboden goed(eren), te weten voornoemde rekeninghouder(s), via een WhatsAppbericht en/of een e-mail een hyperlink gestuurd om de betaling zogenaamd veilig via de ‘gelijkoverstekenservice’ van Marktplaats te laten verlopen en/of

- ( vervolgens) voornoemde rekeninghouder(s), althans enig persoon handelend namens die rekeninghouder(s), door de inhoud van voornoemde e-mail(s) en/of Whatsappbericht(en) bewogen tot het klikken op de hyperlink, waarna voornoemde rekeninghouder(s) werd(en) doorverwezen en/of geleid naar (een) valse/namaak website(s) van de ING bank en/of de Rabobank en/of ABN AMRO en/of IDEAL en/of

- ( vervolgens) voornoemde rekeninghouder(s), althans enig persoon handelend namens die rekeninghouder(s), bewogen op voornoemde valse/namaak website(s) zijn/haar/hun (inlog)gegevens (waaronder gebruikersnaam en/of wachtwoord en/of betaalpasgegevens en/of activatiecode) in te vullen,

waardoor bovengenoemde rekeninghouder(s) en/of ander(en) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 juli 2019 tot en met 29 juni 2021 te Almere en/of Amsterdam en/of Zaandijk (gemeente Zaanstad), althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten computersyste(e)m(en) en/of server(s) van de ING bank en/of ABN AMRO en/of Rabobank, is/zijn binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door het (telkens) inloggen met onrechtmatig verkregen inlognamen en/of wachtwoorden en/of andere (inlog)gegevens van rekeninghouder(s) van de ING bank en/of ABN AMRO en/of Rabobank, te weten

1. [slachtoffer 5] en/of

2. [slachtoffer 10] en/of

3. [slachtoffer 33] en/of

4. [slachtoffer 8] en/of

5. [slachtoffer 9] en/of

6. [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 42] en/of

7. [slachtoffer 3] en/of

8. [slachtoffer 24] en/of

9. [slachtoffer 13] en/of

10. [slachtoffer 16] en/of

11. [slachtoffer 14] en/of

12. [slachtoffer 4] en/of

13. [slachtoffer 29] en/of

14. [slachtoffer 1] en/of

15. [slachtoffer 6] en/of

16. [slachtoffer 2] en/of

17. [slachtoffer 7] en/of

18. [slachtoffer 17] en/of

19. [slachtoffer 23] en/of

20. [slachtoffer 11] en/of

21. [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40] en/of

22. [slachtoffer 22] en/of

23. [slachtoffer 26] en/of

24. [slachtoffer 28] en/of

25. [slachtoffer 31] en/of

26. [slachtoffer 12] en/of

27. [slachtoffer 32] en/of

28. [slachtoffer 15] en/of

29. [slachtoffer 30] en/of

30. [slachtoffer 38] en/of

31. [slachtoffer 20] en/of

32. [slachtoffer 19] en/of

33. [slachtoffer 27] en/of

34. [slachtoffer 37] en/of

35. [slachtoffer 43] en/of

36. [slachtoffer 21] en/of

37. [slachtoffer 35] en/of

38. [slachtoffer 44] en/of

39. [slachtoffer 36] en/of

40. [slachtoffer 34] en/of

41. [slachtoffer 41] ;

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 juli 2019 tot en met 29 juni 2021 te Almere en/of Amsterdam en/of Zaandijk (gemeente Zaanstad), althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf heeft/hebben vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid en/of anderszins ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad, immers heeft hij in die een en/of meerdere phisingwebsites vervaardigd en/of

voorhanden gehad, met de bedoeling om (een) inlogcode('s) en/of inloggegevens en/of

klantgegevens af te vangen die toegang geven tot het/de geautomatiseerde (betaal)syste(e)m(en) van een of meerdere bank(en) en/of (vervolgens) (die) inloggegevens verworven en/of ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad met de bedoeling om daarmee zichzelf of een ander toegang te verschaffen tot geautomatiseerde werken van een of meerdere bank(en);

5.

hij op of omstreeks 29 juni 2021 te Zaandijk, althans in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk FN, model 1910, kaliber 7.65mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een of meerdere (scherpe) patronen, van het merk S&B en/of Geco, van het kaliber 7.65mm,

voorhanden heeft gehad.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers, zijn dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 25 november 2021, voorzien van onderzoeksnummer MDRDD20020 (03Rocky20) en proces-verbaalnummer 210625.1057.DOS, opgemaakt door politie Midden-Nederland en doorgenummerd pagina 303 tot en met 1739 (hierna te noemen: Einddossier) of het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 februari 2021, voorzien van onderzoeksnummer MDRDD20020 (03Rocky20) en proces-verbaalnummer 210201.1232.DOS, opgemaakt door politie Midden-Nederland en doorgenummerd pagina 1 tot en met 915 (hierna te noemen: Procesdossier [medeverachte] ). Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] van 13 juli 2020 (Einddossier pagina 1067), bijlagen aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina’s 1120 tot en met 1125) en een geschrift inhoudende een overzicht van schadevergoedingen door Rabobank.

3 Verzoek tot schadevergoeding namens Rabobank van 17 maart 2022 (pagina 6) en een geschrift inhoudende een overzicht van schadevergoedingen door Rabobank.

4 Proces-verbaal van bevindingen van 9 augustus 2021 (Einddossier pagina 469).

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 24] van 25 juni 2020 (Einddossier pagina 710).

6 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 24] van 25 juni 2020 (Einddossier pagina 711).

7 Proces-verbaal van relaas van 25 november 2021 (Einddossier pagina 333).

8 Een geschrift, zijnde een niet ondertekend document getiteld proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 14] van 25 september 2020 (Einddossier pagina’s 851 tot en met 853).

9 Een geschrift, zijnde een niet ondertekend document getiteld proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 14] van 25 september 2020 (Einddossier pagina’s 852) en een geschrift inhoudende een overzicht van schadevergoedingen door Rabobank.

10 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 20 september 2020 (Einddossier pagina 838) en een bijlage aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina 840).

11 Een geschrift inhoudende een overzicht van schadevergoedingen door Rabobank.

12 Een geschrift, zijnde een niet ondertekend document getiteld proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 6] namens [A] van 12 augustus 2020 (Einddossier pagina’s 809 en 810).

13 Proces-verbaal van relaas van 25 november 2021 (Einddossier pagina 338).

14 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] van 16 juni 2020 (Einddossier pagina 713) en een proces-verbaal van bevindingen van 13 oktober 2020 (Einddossier pagina 722).

15 Bijlagen bij proces-verbaal van bevindingen van 13 oktober 2020 (Einddossier pagina’s 723G tot en met 723M).

16 Proces-verbaal van bevindingen van 13 oktober 2020 (Einddossier pagina’s 722 en 723).

17 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 22] van 10 augustus 2020 (Einddossier pagina 1002).

18 Een geschrift inhoudende een overzicht van schadevergoedingen door Rabobank.

19 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 26] van 2 december 2020 (Einddossier pagina 925 en 926) en een bijlage aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina 928).

20 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 26] van 2 december 2020 (Einddossier pagina 925 en 926) en een bijlage aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina 930).

21 Een geschrift inhoudende een overzicht van schadevergoedingen door Rabobank.

22 Proces-verbaal van bevindingen van 10 februari 2021 (Procesdossier [medeverachte] pagina’s 165 en 166).

23 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 15] van 29 september 2020 (Einddossier pagina’s 1022 en 1023) en bijlagen aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina’s 1028 en 1029).

24 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 15] van 29 september 2020 (Einddossier pagina’s 1022 en 1023) en bijlagen aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina’s 1032 en 1029).

25 Een geschrift inhoudende een overzicht van schadevergoedingen door Rabobank.

26 Een geschrift, zijnde een niet ondertekend document getiteld proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 30] van 8 september 2020 (Einddossier pagina’s 1044 en 1045).

27 Een geschrift inhoudende een overzicht van schadevergoedingen door Rabobank.

28 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 38] van 18 september 2020 (Einddossier pagina’s 1006 en 1007) en bijlagen aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina’s 1009 tot en met 1011).

29 Proces-verbaal van de terechtzitting van 23 maart 2022.

30 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 27] van 2 februari 2020 (Einddossier pagina 1321).

31 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 27] van 2 februari 2020 (Einddossier pagina’s 1323 tot en met 1325).

32 Een geschrift inhoudende een overzicht van schadevergoedingen door Rabobank.

33 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 37] van 30 september 2020 (Einddossier pagina’s 1345 en 1346).

34 Een geschrift inhoudende een overzicht van schadevergoedingen door Rabobank.

35 Proces-verbaal van bevindingen van 14 september 2021 (Einddossier pagina 1396) en een bijlage aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina 1398).

36 Een geschrift, zijnde een niet ondertekend document getiteld proces-verbaal van aangifte door [D] namens [slachtoffer 34] van 6 januari 2021 (Einddossier pagina’s 1394 en 1395).

37 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 16] van 17 september 2020 (Einddossier pagina’s 835 en 836).

38 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 32] van 21 september 2020 (Einddossier pagina’s 1238 en 1239) en een bijlage aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina 1242).

39 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 32] van 21 september 2020 (Einddossier pagina’s 1238 tot en met 1240).

40 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 10] van 24 juli 2020 (Einddossier pagina’s 737 en 738).

41 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 9] van 26 juli 2020 (Einddossier pagina 977).

42 Verzoek tot schadevergoeding namens ING Bank van 19 januari 2022 (pagina’s 17 en 19).

43 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] van 6 augustus 2020 (Einddossier pagina 742) en een bijlage aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina 746).

44 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] van 6 augustus 2020 (Einddossier pagina 743).

45 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 13] van 24 augustus 2020 (Einddossier pagina’s 790 en 791).

46 Verzoek tot schadevergoeding namens ING Bank van 19 januari 2022 (pagina’s 17 en 19).

47 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 29] van 3 september 2020 (Einddossier pagina 823).

48 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 29] van 3 september 2020 (Einddossier pagina 824) en bijlagen aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina’s 828 en 829).

49 Verzoek tot schadevergoeding namens ING Bank van 19 januari 2022 (pagina’s 17 en 19).

50 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 7] van 1 september 2020 (Einddossier pagina’s 811 en 812).

51 Verzoek tot schadevergoeding namens ING Bank van 19 januari 2022 (pagina’s 17 en 19).

52 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 11] van 7 november 2020 (Einddossier pagina 888) en een bijlage aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina 890).

53 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 11] van 7 november 2020 (Einddossier pagina 889).

54 Verzoek tot schadevergoeding namens ING Bank van 19 januari 2022 (pagina’s 17 en 19).

55 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 18] van 15 november 2020 (Einddossier pagina’s 904 en 905).

56 Verzoek tot schadevergoeding namens ING Bank van 19 januari 2022 (pagina’s 17 en 19).

57 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 18] van 15 november 2020 (Einddossier pagina’s 904 en 905) en een bijlage aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina 909).

58 Aangifte door [slachtoffer 28] van 13 december 2020 (Einddossier pagina’s 953 en 954).

59 Verzoek tot schadevergoeding namens ING Bank van 19 januari 2022 (pagina’s 17 en 19).

60 Aangifte door [slachtoffer 28] van 13 december 2020 (Einddossier pagina 955) en bijlagen aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina’s 958 tot en met 960).

61 Aangifte door [slachtoffer 20] van 21 april 2021 (Einddossier pagina’s 1270 en 1271) en een bijlage aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina 1286).

62 Aangifte door [slachtoffer 20] van 21 april 2021 (Einddossier pagina’s 1270 en 1271) en bijlagen aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina’s 1273 tot en met 1283).

63 Verzoek tot schadevergoeding namens ING Bank van 19 januari 2022 (pagina’s 18 en 20).

64 Een geschrift, zijnde een niet ondertekend document getiteld proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 21] van 18 mei 2020 (Einddossier pagina’s 1415 en 1416).

65 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 35] van 9 november 2020 (Einddossier pagina’s 1364 en 1365).

66 Verzoek tot schadevergoeding namens ING Bank van 19 januari 2022 (pagina’s 17 en 19).

67 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 36] van 28 augustus 2020 (Einddossier pagina 1351) en een bijlage aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina 1358).

68 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 36] van 28 augustus 2020 (Einddossier pagina 1351) en een bijlage aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina 1355).

69 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 36] van 28 augustus 2020 (Einddossier pagina 1353).

70 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 33] van 29 juli 2020 (Einddossier pagina 1130) en een bijlage aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina 1137).

71 Bijlage aan proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 33] van 29 juli 2020 (Einddossier pagina 1147).

72 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 33] van 29 juli 2020 (Einddossier pagina 1132).

73 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 8] van 16 juli 2020 (Einddossier pagina 983) en een bijlage aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina 996).

74 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 8] van 16 juli 2020 (Einddossier pagina 983).

75 Een geschrift inhoudende een overzicht van schadevergoedingen ABN Amro Bank.

76 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 25] van 27 augustus 2020 (Einddossier pagina 779) en een bijlage aan dit proces-verbaal (pagina 783).

77 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 25] van 27 augustus 2020 (Einddossier pagina 780).

78 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 25] van 27 augustus 2020 (Einddossier pagina 781).

79 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] van 5 oktober 2020 (Einddossier pagina’s 854 en 855) en een bijlage aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina 859).

80 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] van 5 oktober 2020 (Einddossier pagina’s 855 en 856).

81 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] van 5 oktober 2020 (Einddossier pagina 855) en proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2021 (Einddossier pagina 533).

82 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] van 5 oktober 2020 (Einddossier pagina’s 855 en 856).

83 Een geschrift inhoudende een overzicht van schadevergoedingen ABN Amro Bank.

84 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 17] van 7 oktober 2020 (Einddossier pagina’s 877 en 878).

85 Proces-verbaal van bevindingen van 28 juli 2020 (Einddossier pagina’s 727 en 728).

86 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 23] van 27 juli 2020 (Einddossier pagina 725).

87 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 31] van 1 december 2020 (Einddossier pagina’s 1048 en 1049) en proces-verbaal van relaas van 25 november 2021 (Einddossier pagina 354).

88 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 31] van 1 december 2020 (Einddossier pagina’s 1049 en 1050).

89 Een geschrift inhoudende een overzicht van schadevergoedingen ABN Amro Bank.

90 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 12] van 24 december 2020 (Einddossier pagina’s 940 en 941) en een bijlage aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina 943).

91 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 12] van 24 december 2020 (Einddossier pagina 941).

92 Een geschrift inhoudende een overzicht van schadevergoedingen ABN Amro Bank.

93 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 19] van 8 januari 2020 (Einddossier pagina’s 1303 en 1304) en een bijlage aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina 1306).

94 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 43] van 6 januari 2021 (Einddossier pagina’s 1225 en 1226) en bijlagen aan dit proces-verbaal (Einddossier pagina’s 1232 en 1233).

95 Een geschrift inhoudende een overzicht van schadevergoedingen ABN Amro Bank.

96 Een geschrift, zijnde een niet ondertekend document getiteld proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 44] van 20 maart 2020 (Einddossier pagina’s 1401 tot en met 1405).

97 Een geschrift, zijnde een niet ondertekend document getiteld proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 44] van 20 maart 2020 (Einddossier pagina 1403) en proces-verbaal van bevindingen van 9 augustus 2021 (pagina 466).

98 Proces-verbaal van bevindingen van 1 februari 2021 (Procesdossier [medeverachte] pagina’s 68 en 69).

99 Proces-verbaal van bevindingen van 1 februari 2021 (Procesdossier [medeverachte] pagina’s 68 en 70).

100 Zie de hierboven reeds aangehaalde aangiftes en geschriften.

101 Proces-verbaal van bevindingen van 18 februari 2021 (Procesdossier [medeverachte] pagina’s 341 en 342).

102 Proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2021 (Einddossier pagina’s 470 tot en met 486).

103 Proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2021 (Einddossier pagina’s 472, 478 en 480).

104 Proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2021 (Einddossier pagina’s 471, 474, 475, 478 en 483).

105 Proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2021 (Einddossier pagina 484).

106 Proces-verbaal van bevindingen van 18 februari 2021 (Procesdossier [medeverachte] pagina 339).

107 Proces-verbaal van bevindingen van 18 februari 2021 (Procesdossier [medeverachte] pagina 342).

108 Proces-verbaal van bevindingen van 18 februari 2021 (Procesdossier [medeverachte] pagina 342).

109 Proces-verbaal van bevindingen van 16 augustus 2021 (Einddossier pagina 488).

110 Proces-verbaal van bevindingen van 23 juni 2021 (Einddossier pagina’s 403 en 405).

111 Proces-verbaal van bevindingen van 23 juni 2021 (Einddossier pagina 403) en proces-verbaal van bevindingen van 24 juni 2021 (Einddossier pagina 408).

112 Proces-verbaal van bevindingen van 24 juni 2021 (Einddossier pagina’s 407 en 408).

113 Proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2021 (Einddossier pagina 473).

114 Proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2021 (Einddossier pagina 479).

115 Proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2021 (Einddossier pagina’s 476 en 477).

116 Proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2021 (Einddossier pagina 471).

117 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 15 maart 2022 met documentcode 220315.0938, op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 4] , verbalisant bij politie Midden-Nederland (pagina’s 1 en 2).

118 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 16 maart 2022 met documentcode 220316.1152, op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 4] , verbalisant bij politie Midden-Nederland (pagina’s 1 tot en met 4).

119 Proces-verbaal van bevindingen van 16 augustus 2021 (Einddossier pagina 488).

120 Proces-verbaal van bevindingen van 16 augustus 2021 (Einddossier pagina 492).

121 Proces-verbaal van bevindingen van 8 oktober 2021 (Einddossier pagina’s 625 en 626).

122 Proces-verbaal van bevindingen van 20 augustus 2021 (Einddossier pagina 510).

123 Proces-verbaal van bevindingen van 12 augustus 2021 (Einddossier pagina 628).

124 Proces-verbaal van bevindingen van 9 augustus 2021 (Einddossier pagina 467).

125 Proces-verbaal van bevindingen van 20 augustus 2021 (Einddossier pagina’s 503 tot en met 506).

126 Proces-verbaal van bevindingen van 20 augustus 2021 (Einddossier pagina 501).

127 Proces-verbaal van bevindingen van 20 augustus 2021 (Einddossier pagina 509).

128 Proces-verbaal van bevindingen van 16 augustus 2021 (Einddossier pagina’s 488 en 489).

129 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2021 (Einddossier pagina 532).

130 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2021 (Einddossier pagina 533).

131 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2021 (Einddossier pagina 533).

132 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2021 (Einddossier pagina 534).

133 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2021 (Einddossier pagina 534).

134 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2021 (Einddossier pagina’s 534 en 535).

135 Proces-verbaal van bevindingen van 19 augustus 2021 (Einddossier pagina 1737) en proces-verbaal van bevindingen van 14 september 2021 (Einddossier pagina 1734).

136 Proces-verbaal van bevindingen van 9 juli 2021 (Einddossier pagina’s 430 tot en met 433).

137 Proces-verbaal van bevindingen van 10 februari 2021 (Procesdossier [medeverachte] pagina’s 165 en 166).

138 Proces-verbaal van bevindingen van 24 augustus 2021 (Einddossier pagina’s 529 en 530).

139 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 maart 2022.

140 Proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2021 (Einddossier pagina 472).

141 Proces-verbaal van bevindingen van 30 juni 2021 (Einddossier pagina 440).

142 Proces-verbaal van bevindingen van 9 augustus 2021 (Einddossier pagina 469).

143 Proces-verbaal van bevindingen van 19 juli 2021 (Einddossier pagina’s 453 tot en met 455) en proces-verbaal van bevindingen van 19 juli 2021 (Einddossier pagina 460).

144 Proces-verbaal van verdenking van 15 juni 2021 (Einddossier pagina 388).

145 Proces-verbaal van verdenking van 15 juni 2021 (Einddossier pagina 388).

146 Proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2021 (Einddossier pagina’s 475 en 477).

147 Proces-verbaal van bevindingen van 8 juli 2021 (Einddossier pagina 446).

148 Proces-verbaal van bevindingen van 19 juli 2021 (Einddossier pagina 461).

149 Proces-verbaal van bevindingen van 29 juni 2021 (Einddossier pagina 651) en proces-verbaal van bevindingen van 29 juni 2021 (Einddossier pagina 641).

150 Proces-verbaal van het eerste verhoor van verdachte van 29 juni 2021 (Einddossier pagina’s 1428 en 1429).

151 Proces-verbaal van het tweede verhoor van verdachte van 30 juni 2021 (Einddossier pagina 1442).

152 Proces-verbaal van bevindingen van 29 juni 2021 (Einddossier pagina’s 641 tot en met 646).

153 Proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2021 (Einddossier pagina’s 386 en 387).

154 Proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2021 (Einddossier pagina’s 433 tot en met 438).

155 Proces-verbaal van bevindingen van 23 juni 2021 (Einddossier pagina’s 403 tot en met 406).

156 Proces-verbaal van bevindingen van 24 juni 2021 (Einddossier pagina 393) en proces-verbaal van bevindingen van 26 juni 2021 (Einddossier pagina 416).

157 Proces-verbaal van bevindingen van 23 juni 2021 (Einddossier pagina’s 395 tot en met 402).

158 Proces-verbaal van bevindingen van 30 juni 2021 (Einddossier pagina’s 420 en 421).

159 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2021 (Einddossier pagina 532).

160 Proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2021 (Einddossier pagina’s 631 en 633 tot en met 635.

161 Proces-verbaal van bevindingen van 29 juni 2021 (Einddossier pagina’s 418 en 419).

162 Proces-verbaal van het eerste verhoor van verdachte van 29 juni 2021 (Einddossier pagina 1432).

163 Proces-verbaal van bevindingen van 8 juli 2021 (Einddossier pagina’s 442, 447 en 448).

164 Proces-verbaal van bevindingen van 9 augustus 2021 (Einddossier pagina’s 467 en 468).

165 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 maart 2022.

166 Proces-verbaal van bevindingen van 9 augustus 2021 (Einddossier pagina 466).

167 Proces-verbaal van bevindingen van 9 augustus 2021 (Einddossier pagina 467).

168 Proces-verbaal van bevindingen van 9 augustus 2021 (Einddossier pagina’s 466 en 467).

169 Proces-verbaal van bevindingen van 24 augustus 2021 (Einddossier pagina 529 tot en met 531).

170 Proces-verbaal van het verhoor van getuige [F] door de rechter-commissaris op 10 maart 2022 (pagina 5).

171 Proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2021 (Einddossier pagina’s 631 en 632).

172 Proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2021 (Einddossier pagina 635).

173 Proces-verbaal van bevindingen van 6 september 2021 (Einddossier pagina’s 653 tot en met 655).

174 Proces-verbaal van het eerste verhoor van verdachte van 29 juni 2021 (Einddossier pagina’s 1428 en 1429).