Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:973

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-03-2021
Datum publicatie
11-03-2021
Zaaknummer
16/036544-20 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

71-jarige man die gedurende 2 jaar zijn voormalige therapeute heeft belaagd wordt veroordeeld tot:

- een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, met bijzondere voorwaarden, waaronder een contact- en locatieverbod;

- een taakstraf van 100 uur;

- een vrijheidsbeperkende maatregel met eveneens een contact- en locatieverbod, voor de duur van 3 jaar, dadelijk uitvoerbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/036544-20 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 11 maart 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1950] te [geboorteplaats] (Indonesië),

wonende aan de [adres] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 februari 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. C. Goedegebuure en van hetgeen verdachte en mr. E. Tahitu, advocaat te Amsterdam en [A] namens het slachtoffer naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode van 29 december 2017 tot en met 12 februari 2020 te Breukelen [slachtoffer] heeft gestalkt.

3 VOORVRAGEN

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman heeft betoogd dat het Openbaar Ministerie onrechtmatig heeft gehandeld door een doorzoeking te doen in de verblijfslocatie van de vrouw van verdachte, terwijl de rechter-commissaris de vordering hiertoe had afgewezen. Dit dient ertoe te leiden dat de officier van justitie niet ontvankelijk wordt verklaard in de vervolging van verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan alleen sprake zijn van niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie indien een ernstige inbreuk is gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak wordt tekortgedaan. De rechtbank is van oordeel dat in de onderhavige situatie daarvan geen sprake is. Het doorzoeken van een woning zonder de daartoe benodigde machtiging van de rechter-commissaris is een vormverzuim, dat beoordeeld dient te worden in het licht van de wettelijke beoordelingsfactoren van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Onder omstandigheden zou dit kunnen leiden tot bewijsuitsluiting. In de onderhavige situatie vond de doorzoeking echter niet plaats in de woning van verdachte en heeft de doorzoeking geen bewijsmateriaal opgeleverd of anderszins geleid tot een meer nadelige positie van verdachte. Hoewel sprake is van een vormverzuim, is geen sprake van een nadeel dat compensatie behoeft. Om die redenen zal het verweer van de raadsman dan ook worden verworpen.

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Het contact tussen verdachte en aangeefster in de periode van december 2017 tot en met juli 2018 lag in het vervolg, dan wel verlengde, van de behandeling die verdachte bij aangeefster onderging. Na juli 2018 heeft verdachte geen e-mails en/of WhatsAppberichten aan aangeefster gestuurd.

Verdachte heeft geen brieven aan aangeefster gestuurd of bij haar woning of praktijkruimte achtergelaten. De brieven die op zijn computer en in zijn woning zijn aangetroffen, zijn niet door verdachte opgesteld, maar door een persoon wiens naam verdachte niet wil noemen. Verdachte heeft evenmin veelvuldig naar aangeefster gebeld. Hiervoor ontbreekt het wettige en overtuigende bewijs.

Hetzelfde geldt voor het langs de woning of praktijk van aangeefster lopen of rijden, het leksteken van haar autobanden en het gooien van een voorwerp tegen de ruit van haar praktijkruimte. Het aanspreken van de dochter van aangeefster op straat was slechts eenmaal en informerend van aard en daarmee niet strafbaar.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 7 januari 2020

Ik word gestalkt door een ex-cliënt van mij genaamd [verdachte] , roepnaam [verdachte] . Ik werk als voetreflex therapeut. Ik heb een praktijk aan de [adres] te [woonplaats] . Nadat ik een afspraak met meneer [verdachte] had verzet werd hij hier boos om. Hij begon mij berichtjes toe te sturen via de Whats app en via de mail. Ik zag een patroon en was niet gediend van dit gedrag. Ik heb toen zijn behandeling gestaakt en gezegd dat hij niet meer welkom was. (…) Hij stuurde heel veel mails en appjes. Ik heb hem toen geblokt op de app. In de mails lukte het mij niet om hem te blokken.2

Een mailbericht van aangeefster van 13 februari 2018, 07:44

Hoi [verdachte] ,

Na deze app- en mailwisselingen waarbij je continu over mijn grenzen gaat, ben ik genoodzaakt de afspraak met [B] af te zeggen. Ik wil elke situatie voorkomen waarin ik contact met jou moet hebben. Dat spijt mij voor [B] . Maar het is niet anders. Geef dit alsjeblieft door aan [B] en laat mij in het vervolg met rust.3

Een mailbericht van verdachte

Van: [verdachte]

verzonden: dinsdag 13 februari 2018 10:03

Aan: [slachtoffer]

Onderwerp: Re: Bericht

Hoi [slachtoffer] , (…) Groeten [verdachte]

Een mailbericht van verdachte

Van: " [verdachte] "

Datum: 14 februari 2018 om 21:10:35 CET

Aan: " [naam] " 4

kopie: [slachtoffer]

Onderwerp: Triest

Hoi [slachtoffer] , (…) Groeten [verdachte] .

Een mailbericht van verdachte

Van: " [verdachte] "

Datum: 19 februari 2018 om 00:42:56 CET

Aan: " [naam] "

Kopie: [slachtoffer]

Onderwerp: Oprechte spijtbetuiging en berouw

Hoi [slachtoffer] ,5 (...) Groeten [verdachte] 6

Een mailbericht van verdachte

Van: [verdachte]

Verzonden: zaterdag 17 maart 2018 15:42

Aan: [naam]

CC: [slachtoffer]

Onderwerp: Update online coaching

(…)

Een mailbericht van verdachte

Van: [verdachte]

Verzonden: zondag 18 maart 2018 22:59

Aan: [slachtoffer]

Onderwerp: Update online coach

(…) 7

Ik zag hem meerdere keren in de week door mijn straat rijden. Soms vaker en soms zag ik hem een week of weken niet.8

Op 26 december 2019 vond ik een enveloppe op mijn deurmat met een brief erin. Deze brief is gericht aan " [slachtoffer] van [naam] ". In deze brief staat dat ik een geile teringhoer ben die van de vriend van de afzender moet afblijven. Later die dag lag er weer een enveloppe met een brief op de mat. De brief is bijna hetzelfde als de eerste. (…)

Inmiddels is het nu bijna twee jaar geleden dat ik de behandeling heb stopgezet met de heer [verdachte] . Ik word nog steeds in de gaten gehouden door deze man en nu ontvang ik ook weer rare brieven.9

Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer] van 22 januari 2020

Op 19 november 2018 heeft u gemeld dat u de auto van [verdachte] langs uw huis ziet rijden.

V: Heeft u meneer [verdachte] ook als bestuurder herkend?

A: Ik was op die avond met de fiets weggeweest en bij terugkomst zag ik hem met zijn auto voorbij rijden. Ik kon hem goed zien. Ik keek heel even naar hem en zag aan zijn gezichtsuitdrukking dat hij mij ook gezien heeft.

V: Waaraan heeft u hem herkend?

A: Aan zijn auto, een grijze Renault Modus kenteken [kenteken] . Ik herkende [verdachte] als bestuurder aan zijn gelaat.10

U heeft een logboekje bijgehouden van dagen en tijdstippen waarop u meneer [verdachte] tegen bent gekomen. We gaan dat logboekje nu even doorlopen:

13-11 (de rechtbank begrijpt: 2018), 8:50 uur

1. Ik reed vanuit mijn praktijk [adres] naar huisadres [adres] . Ik passeerde [verdachte] ter hoogte van Regionaal Historisch centrum Vechtstreek en Venen. [verdachte] . reed richting [straat] .

2. Ik haalde thuis mijn vergeten telefoon op en reed terug vanuit de Nijenrodestraat richting de kruising met [straat] . [verdachte] . draaide vanaf links mijn straat in. Hij had was dus vanaf de [straat] terug gereden naar mijn woonadres in Breukelen Noord.

15-11 (de rechtbank begrijpt: 2018), 23:00 uur

Ik reed op de fiets huiswaarts vanuit [straat] . [verdachte] . komt uit de richting van de Vrijheidslaan en passeert mij ter hoogte van mijn huis en rijdt in de richting van de [straat] .11

20-11 (de rechtbank begrijpt: 2018), 19:00 uur

Ik stap bij mijn huisadres in de auto. [verdachte] . passeert onderwijl mijn huis en rijdt in de richting van de Vrijheidslaan. Hij rijd altijd in de auto. Ik herkende zijn auto en zag dat [verdachte] de bestuurder was.

4-12 (de rechtbank begrijpt: 2018), 22:30 uur

Ik heb net mijn auto geparkeerd voor mijn huisadres. [verdachte] . passeert in zijn auto mijn huis en rijdt in de richting van de [straat] . Ik herkende zijn auto en zag dat [verdachte] de bestuurder was.

5-12 (de rechtbank begrijpt: 2018), 8:50 uur

Ik loop vanuit miin praktijk aan de [straat] over de Schepersweg naar basisschool de Schepershoek. [verdachte] passeert mij in zijn auto en rijdt op de Schepersweg in de richting van de [straat] . Ik herkende zijn auto en zag dat [verdachte] de bestuurder was.12

7-12 (de rechtbank begrijpt: 2018), 9:30 uur

Ik ben net in mijn auto gestapt bij mijn huisadres als ik [verdachte] . zie passeren in zijn auto.

Ik herkende zijn auto en zag dat [verdachte] de bestuurder was.

7-12 (de rechtbank begrijpt: 2018), 12:05 uur

Ik rijd vanuit huisadres naar de kruising met de [straat] . [verdachte] . komt vanaf rechts. Hij draait vervolgens naar rechts, het doodlopende stuk van de [straat] . Ik herkende zijn auto en zag dat [verdachte] de bestuurder was.

11-12 (de rechtbank begrijpt: 2018), rond 15:00 uur
Ik nader vanuit mijn huisadres de kruising met de [straat] . [verdachte] . komt van

links en moet mij voorrang verlenen. Hij houdt afstand als hij achter mij aanrijdt. Ik herkende zijn auto en zag dat [verdachte] de bestuurder was.
12-12 (de rechtbank begrijpt: 2018), 8: 00 uur
Ik sta in mijn huis boven voor het raam tanden te poetsen. [verdachte] . passeert mijn huis.13 Ik herkende zijn auto en zag dat [verdachte] de bestuurder was.

16-12 (de rechtbank begrijpt: 2018), 13:30

Ik loop met mijn zoon vanaf ons huis in de richting van Beereveld. [verdachte] . komt met zijn auto vanuit Beereveld. Hij slaat rechtsaf de [straat] in richting de [straat] .

16-12 (de rechtbank begrijpt: 2018), 14:10

Ik sta op de eerste verdieping was te vouwen. Ik zie [verdachte] . opnieuw ons huis passeren in de richting van de [straat] . Ik herkende zijn auto en zag dat [verdachte] de bestuurder was.14

Op 12 september (de rechtbank begrijpt 2019) heeft u gemeld dat uw dochter het plaatselijke krantje rondbrengt ook in de wijk waar [verdachte] woont.

A: Zij vertelde mij dat er een paar keer een man voorbij gefietst was die haar op een vreemde lachende manier aankeek. Hij heeft ook een keer gevraagd hoe zij heette en zij heeft dit verteld.

De dag nadat mijn band was lek gestoken (de rechtbank begrijpt: 23 december 2019) kwamen er ineens weer brieven in de brievenbus. De eerste 3 zijn handmatig langs gebracht, daarna hebben wij een camera opgehangen en nu komen de brieven via de post. Ook zijn er brieven geadresseerd aan de buren op naam van mijn man bezorgd. De postbode heeft de brieven wel bij ons in de brievenbus gegooid, waarschijnlijk door de naam die erop staat. 15 De eerste brievenschrijver beschuldigt mij van vreemd gaan met haar partner. De andere brievenschrijver waarschuwt mij en zou gedupeerde zijn. 16

Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 1] van 28 januari 2020

Ik heb op 8 juli 2018 een normstellend gesprek gevoerd met meneer [verdachte] . Dit heb ik gedaan samen met collega [verbalisant 2] . De uitkomst van het gesprek is vastgelegd in een mutatie.

Inhoud mutatie:

‘ [verbalisant 2] aan de deur geweest bij [verdachte] ivm zijn stalkings gedrag. [verbalisant 2] hebben hem aangegeven waarom ze een gesprek met hem wilden en dat hij moet stoppen. Zijn eerste reactie was heel verbaasd dat hij nu wel moest uitkijken. Daarom antwoordde hij dat hij verbaasd was dat [D] zijn mails ontving aangezien zij hem had geblokkeerd. Hij vertelde dat hij allang was gestopt met contact zoeken. Hierop heeft rapp [verdachte] geconfronteerd met een aantal dingen die hij in het verleden heeft gedaan en dat [D] hem meerdere malen heeft verzocht om te stoppen met contact zoeken. Hij gaf aan dat dat allemaal klopte. [verbalisant 2] hebben aangegeven dat [verdachte] grenzen over gaat en als hij niet stopt er aangifte tegen hem gedaan gaat worden. Hierop gaf hij aan dat hij zou stoppen met contact zoeken. Tijdens het gesprek hebben [verbalisant 2] meerdere malen [verdachte] op het hart gedrukt om te stoppen met contact, hij heeft beloofd geen contact meer te zoeken.

(…)

Nadat het een tijdje rustig bleek te zijn geweest, werden er bij de politie weer meldingen gedaan. Hierop heb ik als wijkagent Breukelen meneer [verdachte] uitgenodigd voor een normstellend gesprek aan het bureau van de politie te Breukelen. Waarop op 21 februari 2019 wederom een normstellend gesprek gevoerd werd met [verdachte] . Dit gebeurde aan het bureau van de politie te Breukelen. Ik deed dit samen met mijn collega [verbalisant 3] , medewerkster intake en service. Ook dit gesprek is destijds vastgelegd in een mutatie. In de mutatie is het volgende vastgelegd:

‘Samen met [verbalisant 1] gesproken met [verdachte] . Hij gaf direct uit zichzelf aan dat als het over mevrouw [slachtoffer] ging hij niks ging zeggen en ook niks wilde horen over haar.’17

Proces-verbaal van bevindingen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 4] van 4 februari 2020

Op 30 januari 2020 waren we in burger gekleed en reden we in een onopvallend dienstvoertuig. Wij zagen dat meneer [verdachte] in zijn voertuig stapte. Wij zagen dat meneer [verdachte] weg reed. Wij zagen dat meneer [verdachte] alleen in zijn auto zat en vanaf de [straat] de Wilhelminastraat op reed.

Wij zagen dat meneer [verdachte] zijn voertuig aan het einde van de parkeerplaats van het Henk van de Griftpark parkeerde. Wij zagen dat hij uit zijn voertuig stapte en door het houtenpoortje liep het park in liep over het voetpad wat daar is gelegen.

Het was ons bekend dat je via het voetpad uit kan komen op de [straat]

. Wij hebben vervolgens besloten om met ons onopvallende voertuig via de Vrijheidslaan naar de [straat] te rijden.

Wij parkeerden ons voertuig ter hoogte van de [adres] .18 We zagen meneer [verdachte] lopen. Wij zagen dat hij het voetpad uit het park afliep in de richting van de [straat] . Wij zagen dat hij stopte aan het einde van het voetpad. Wij zagen dat hij direct hierop omdraaide en weer richting het park liep. Het pad waar hij stond, komt uit op de [straat] ter hoogte van [nummer] te [woonplaats] . Het was ons bekend dat het slachtoffer van de stalking haar privé adres gevestigd was aan de [adres] te [woonplaats] . Wij schatten de afstand van de plek waar [verdachte] stond en de woning van het slachtoffer gevestigd is op ongeveer 15 meter.19

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 11 februari 2020

[slachtoffer] is mijn buurvrouw. Zij woont op de [adres] te [woonplaats] en ik woon op [nummer] . Ik heb begrepen dat [slachtoffer] wordt lastig gevallen door [verdachte] . Ik ken [verdachte] .

Afgelopen zomer kwam [slachtoffer] bij ons aan de deur om te vragen of [verdachte] bij ons thuis was geweest. Dit was ook het geval. Het was mij voor die tijd al vaker opgevallen dat [verdachte] met enige regelmaat door onze straat reed. Ik denk dat dit gemiddeld 2 a 3 keer per week was.

Er was een avond in augustus meen ik, dat ik zelf rond 22.30 uur de straat in kwam rijden. Er was een parkeerplek vrij voor mijn woning. Ik zag dat er nog een auto achter mij reed dus ik zette mijn auto stil om de andere auto te laten passeren waarna ik kon inparkeren. Ik zag dat [verdachte] in de auto zat die achter mij reed. Ik zag dat [verdachte] in de richting keek van de woning van [slachtoffer] . Ik heb mijn auto vervolgens geparkeerd en kreeg een aantal appjes binnen die ik wilde beantwoorden. Ik ben toen in de auto blijven zitten. Ik denk dat ik ongeveer 3 minuten later de auto van [verdachte] weer langs zag rijden. Ik zag dat hij weer naar de woning van [slachtoffer] keek. Ik zag dat hij zelfs iets naar links afweek door het kijken. Ik zag

dat hij vervolgens direct links afsloeg de Claerenburg op. Ik ben op dat moment uitgestapt en heb toen nog even staan kijken om te zien of [verdachte] nog terug zou komen. Vervolgens zag ik hem te voet de straat oversteken. Ik zag dat hij aan de overzijde van de straat langs het huis van [slachtoffer] liep. Ik zag dat hij een stukje verderop weer de straat over stak en weer richting het huis van [slachtoffer] liep. Ik stond in onze voortuin en heb [verdachte] toen aangesproken. Nadat ik [verdachte] heb aangesproken zie ik hem minder in de straat rijden dan voorheen.20

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 8 februari 2020

Mijn vrouw en ik hebben een winkel in badkamers en keukens hier op de [adres] te [woonplaats] . [slachtoffer] heeft hierboven een praktijk in voetreflexie. [slachtoffer] wordt al enige tijd lastig gevallen door een oudere man. Mijn vrouw en ik zien die man, waar het om gaat, heel vaak langs voorbij onze winkel lopen.21

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] van 11 februari 2020

Ik ben op de hoogte dat [slachtoffer] gestalkt wordt, omdat ik de eigenaar ben van het pand en als zodanig wel eens wat opvang. Het volgende is gebeurd. Ik weet niet meer precies wat de datum was maar een twee of drietal weken geleden ben ik vergeten het pand, gelegen aan de [adres] te [woonplaats] , af te sluiten. Die nacht is er iemand boven geweest in mijn pand en die persoon heeft een brief achtergelaten op de deur van de studio van [slachtoffer] .

Ik kan u vertellen dat ik een aantal weken geleden, na de insluiping, vrij scherp was op mijn omgeving en dat ik vrij vaak aandachtig naar buiten keek vanaf de eerste etage van mijn pand. Vanaf deze locatie heb ik vrij en onbelemmerd zicht op de [straat] . Het viel mij op dat ik dhr. [verdachte] meerdere malen per dag door de straat zag rijden met een normale snelheid. Met meerdere malen bedoel ik 5 a 6 keer op een dag. Dat heb ik gezien.22

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] van 11 februari 2020

Ik ben werkzaam als fysiotherapeut in het pand aan de [adres] te [woonplaats] . Hier werkt ook [slachtoffer] als voetenreflexologe. Op 31 januari (de rechtbank begrijpt: 2020) rond 12 uur stond ik achter het raam van mijn ruimte aan de [adres] te [woonplaats] . Ik heb vanuit deze ruimte een vrij en onbelemmerd zicht op de [straat] te [woonplaats] . Op genoemde dag, datum en tijdstip zag ik dat de mij bekende [verdachte] over het trottoir aan kwam lopen, komende uit de richting van het zorgcentrum ' [naam] gevestigd aan de [adres] te [woonplaats] . Ik zag dat [verdachte] naar de voordeur liep. Hier bevinden zich ook de brievenbussen. Direct daarna zag ik hem weer teruglopen in de richting van het hierboven genoemde zorgcentrum.23

Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 1] van 19 januari 2020

Op donderdag 16 januari 2020 was ik belast met wijkagenten werk. Ik ben naar de voetreflextherapeut mevrouw [slachtoffer] gelopen. Zij vertelde mij dat er afgelopen nacht iemand een brief aan de deur van haar praktijk had bevestigd. Zij liet mij hierop direct de brief zien. Ik zag dat deze brief inderdaad aan de praktijkdeur hing. Ik zag dat deze was bevestigd met dubbelzijdig tape. Om de brief, welke van papier was, was een plastic hoesje bevestigd. Ik zag dat de tekst van de brief was getypt.24

Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 1] van 28 januari 2020

Op 18 januari 2020 was ik belast met een wijkdienst. Ik heb aangebeld bij de woning aan de [adres] te [woonplaats] . Ik zag dat een vrouw de deur opende. Ik herkende de vrouw als [slachtoffer] , welke ik in eerdere gesprekken al had ontmoet. Ik ging samen met mevrouw [slachtoffer] en haar man aan de keukentafel zitten. Ik hoorde van mevrouw [slachtoffer] dat de brief was bezorgd middels het normale postsysteem. Mevrouw [slachtoffer] liet hierbij een brief zien en gaf aan dat dat de brief betrof welke op vrijdag 17 januari 2020 was bezorgd door de postbode. Mevrouw [slachtoffer] gaf aan dat de brief was bezorgd bij haar voetreflex praktijk gevestigd aan de [adres] te [woonplaats] .25

Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 5] van 13 februari 2020

Op 12 februari 2020 vond in de woning van verdachte [verdachte] , perceel [adres] te [woonplaats] , een doorzoeking ter inbeslagneming plaats. Bij deze doorzoeking werden een 10-tal brieven aangetroffen, waaronder brieven die overeen kwamen met anonieme brieven die bij aangeefster [slachtoffer] waren bezorgd.26

Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 6] van 21 april 2020

Casus: De laptop is afkomstig uit de woning van een verdachte van stalking die de

politie heeft doorzocht.

Onderzoek:

Ik zag in de map / [map] / het bestand: gif [nummer] .docx staan.

Ik zag dat deze brief dezelfde opmaak had als de brieven die in de woning van de

verdachte zijn aangetroffen.

Ik zag in de map Users/ [map] het bestand: [nummer] .docx staan.

Ik zag dat het document adresetiketten had met de volgende gegevens:

[naam]

[adres]

[woonplaats] .27

Ik zag in de map /Users [map] wbk het

bestand: [bestand] .doc staan. Ik zag de tekst dezelfde soort inhoud heeft als de eerder aangetroffen brieven.28

Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 5] van 25 maart 2020

Door mij, verbalisant [verbalisant 7] , werd de veilig gestelde data vervolgens op 25 maart 2020 nader onderzocht. Ik zag daarbij meerdere brieven die gericht waren aan [slachtoffer] , Kinderen van [slachtoffer] en heer [C] . Ik heb 5 prints van aangetroffen brieven als Bijlagen A tot en met E bij dit proces-verbaal gevoegd.

Eén van de brieven (Bijlage A) is nagenoeg identiek aan één van de brieven die als bijlagen bij het proces-verbaal van aangifte zijn gevoegd.

Bijlage B: deze brief was ook naar aangeefster [slachtoffer] verzonden.

Bijlage C: ook deze brief was bij aangeefster [slachtoffer] bezorgd.

Bijlagen D en E: soortgelijke, aan "Beste [slachtoffer] " gerichte brieven.29

Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 9] van 28 mei 2020

De door aangeefster opgegeven momenten dat zij telefonisch werd lastig gevallen waren de navolgende:

11-01-20 19:55 uur, 11-01-20 19:56 uur, 16-01-20 15:12 uur, 18-01-20 02:25 uur, 18-01-20 02:26 uur, 18-01-20 02:30 uur, 18-01-20 02:37 uur en 30-01-20 23:25 uur.

Ik las de historische verkeersgegevens in de daarvoor bestemde software in en maakte deze inzichtelijk. Ik zag het navolgende:

Geraadpleegd naar bovenstaande data zag ik dat één telefoonnummer, [telefoonnummer] , op genoemde data en tijdstippen belde. Door mij werd het telefoonnummer [telefoonnummer] op tenaamstelling bevraagd. Hieruit bleek dat er geen tenaamstelling bekend was en dat de provider Lebara betrof. Ik raadpleegde vervolgens de historische verkeersgegevens van verdachte [verdachte] nummer [telefoonnummer] en de contacten met [telefoonnummer] .

Ik zag hierbij diverse contacten waarbij over en weer werd gebeld:

Resume:

- Op de door aangeefster aangegeven momenten is zij op haar nummer gebeld door [telefoonnummer] ,

- Het nummer [telefoonnummer] heeft ook over en weer contact met het nummer van verdachte [verdachte] [telefoonnummer] .30

Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 5] van 12 juni 2020

Tijdens de doorzoeking ter inbeslagneming in de woning van verdachte [verdachte] op 12 februari 2020 werden twee mobiele telefoons aangetroffen en in beslag genomen:

- Samsung, goednummer 2581476;

- Apple Iphone, goednummer 2581466.

In de Apple Iphone (goednummer 2581466) bevond zich een Lebara simkaart met het ICCID nummer [ICCID nummer] en IMSI nummer [IMSI nummer] .

In de Samsung (goednummer 2581476) bevond zich een Vodafone simkaart met het ICCID nummer [ICCID nummer] .

Op 5 juni 2020 ontving ik van provider Lebara bericht dat de simkaart met het ICCID nummer [ICCID nummer] (aangetroffen in de Apple Iphone (goednummer 2581466) op 12 februari 2020, gekoppeld was aan het telefoonnummer: [telefoonnummer] .31

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een krantenbezorgster in zijn wijk heeft aangesproken en heeft gevraagd of zij de nieuwe bezorgster was. Verdachte wist niet dat het de dochter van aangeefster was. 32

Het alternatieve scenario

Op de onder verdachte in beslag genomen computer en harde schijf zijn tekstberichten aangetroffen die (nagenoeg) overeen komen met de brieven die aangeefster heeft ontvangen. Verdachte heeft verklaard dat deze brieven door een ander op zijn computer zijn gezet, toen deze persoon gebruik maakte van verdachtes printer. Verdachte stelt anderen wel vaker in de gelegenheid van zijn apparatuur gebruik te maken, want niet iedereen beschikt over een printer. Verdachte heeft de naam van deze persoon niet willen noemen, maar het zou gaan om een vriendin van een vriend van verdachte.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Door te weigeren de naam van deze persoon te noemen is de verklaring niet verifieerbaar. Ook is niet duidelijk waarom deze vriendin van een vriend reden had aangeefster te benaderen of hoe zij aangeefster zou kennen en bekend zou zijn geworden met haar (praktijk)adres. Daarmee is het door verdachte geschetste alternatieve scenario niet aannemelijk geworden. Dat geldt ook voor de niet gemotiveerde stelling dat de tweede bij verdachte in zijn huis aangetroffen telefoon waarmee naar aangeefster gebeld is, niet van verdachte zou zijn. Nergens blijkt uit van wie die telefoon dan zou zijn of hoe die bij verdachte in zijn huis terecht is gekomen. Daarvoor is nog geen begin van een verklaring gegeven.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat op grond van voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte aangeefster van 13 februari 2018 tot 12 februari 2020 heeft belaagd door haar e-mails en WhatsApp berichten te sturen, brieven naar aangeefster en haar partner en kinderen te sturen, te bellen en veelvuldig langs haar woning en praktijkadres te rijden. Ondanks dat de aan de kinderen van aangeefster gerichte brief niet op de laptop van verdachte is aangetroffen, acht de rechtbank het aannemelijk dat verdachte dit ook heeft gedaan. De brief gericht aan de kinderen van aangeefster is immers wat betreft bewoording, opmaak en strekking min of meer gelijk aan de anderbrieven die door aangeefster en haar man zijn ontvangen. De rechtbank zal eveneens bewezen verklaren dat verdachte de dochter van aangeefster heeft aangesproken op straat. Dit onderdeel heeft verdachte bekend en past in het geheel van de handelingen van verdachte, waarbij op alle mogelijke manieren een vorm van contact met aangeefster is gezocht.

Van het lek steken van de autobanden van aangeefster en het gooien van een voorwerp tegen de ruit zal de rechtbank verdachte partieel vrijspreken, nu daarvoor naast de aangifte geen ondersteunend bewijs voorhanden is. Ook kan niet bewezen worden dat verdachte met een verrekijker bij aangeefster naar binnen heeft gekeken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op tijdstippen gelegen in de periode van 13 februari 2018 tot en met 12 februari 2020 te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, telkens wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] ,

door

- haar veelvuldig berichten te sturen (via email en Whatsapp) en

- haar meerdere brieven te sturen en achter te laten bij haar woning en praktijk ( [naam] ) en

- haar partner en kinderen een of meerdere brieven te sturen en

- haar meermalen te bellen, althans een of meerdere pogingen daartoe te doen en

- veelvuldig langs haar woning en praktijk ( [naam] ) te rijden en te lopen en

- haar dochter (op straat) aan te spreken

met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, te dulden

en/of vrees aan te jagen;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

Belaging.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 4 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering geadviseerd;

- een taakstraf van 240 uren, met aftrek van het voorarrest, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 120 dagen hechtenis,

- een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, inhoudende een contact- en locatieverbod, voor de duur van 5 jaar. Per overtreding van deze maatregel dient een week hechtenis ten uitvoer te worden gelegd;

- het locatieverbod dient te gelden voor een straal van 500 meter om zowel de woning als het werkadres van aangeefster.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit verdachte vrij te spreken en heeft ten aanzien van een strafoplegging geen standpunt ingenomen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

Verdachte werd een aantal jaren behandeld door aangeefster, een voetreflextherapeut. Op enig moment drong verdachte zich erg op bij aangeefster en besloot zij de behandelrelatie te beëindigen. Verdachte accepteerde dit niet en belaagde aangeefster gedurende twee jaar.

Hij zocht steeds contact met haar, reed veelvuldig langs haar woning en haar werkadres.

Daarnaast stuurde verdachte aangeefster haar man en zelfs haar kinderen brieven, waarvan de inhoud ronduit als schunnig kan worden gekwalificeerd. Ook is de dochter van aangeefster aangesproken. Verdachte is met dit alles gedurende lange tijd het privé domein van aangeefster binnengetreden, terwijl aangeefster verschillende keren heeft aangegeven dat niet te willen. Zij heeft het recht zich in haar eigen omgeving veilig te voelen en zich onbespied te weten. Uit de op de terechtzitting voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring blijkt hoeveel impact het gedrag van verdachte op het leven en werk van aangeefster en deels ook haar gezin heeft gehad en nog steeds heeft. De rechtbank rekent de verdachte dit aan.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van de justitiële documentatie van verdachte; hij is niet eerder met politie en/of justitie in aanraking geweest.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van 30 november 2020 van H.M.D. Bloemen, reclasseringswerker. Hierin wordt geconcludeerd dat, ondanks dat verdachte het ten laste gelegde feit ontkent, delict gerelateerde factoren kunnen worden aangewezen. Zijn psychosociaal functioneren en houding en zijn relatie met aangeefster lijken van invloed te zijn geweest op de totstandkoming van de verdenking. Verdachte lijkt geen probleeminzicht te hebben en de aard van de verdenking doet vermoeden dat hij niet weet hoe hij problemen op een conventionele manier kan oplossen.

De reclassering adviseert om bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met de bijzondere voorwaarden: meldplicht, ambulante behandeling, contactverbod en locatieverbod.

De straf

Alles afwegende acht de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden passend en geboden. Aan deze voorwaardelijke straf zullen de bijzondere voorwaarden worden gekoppeld, zoals door de reclassering geadviseerd. Dit is om te voorkomen dat verdachte opnieuw contact zoekt met aangeefster of in haar directe omgeving verblijft. De rechtbank zal het locatieverbod vormgeven zoals dat ook in het (gewijzigde) bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis is gebeurd. Dat betekent dat van de eis van de officier van justitie dat verdachte niet binnen een straal van 500 meter van het werkadres van aangeefster zal verblijven wordt afgeweken, nu dit tot gevolg zou hebben dat verdachte zijn vrouw niet meer kan bezoeken in het verzorgingstehuis dan wel dat zijn vrouw naar een ander verzorgingstehuis moet verhuizen. De rechtbank acht dit een te verstrekkend gevolg.

Daarnaast zal aan verdachte een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 100 uren worden opgelegd, met aftrek van de tijd die verdachte al in detentie heeft doorgebracht, naar rato van 2 uren werkstraf per dag detentie.

Vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38v Sr)Verdachte heeft ter zitting geen enkel inzicht in de gevolgen van zijn gedragingen laten zien en lijkt zich nog niet bewust van het feit dat zijn gedrag dadelijk dient te stoppen. In die omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om naast het opnemen van een contact- en locatieverbod gekoppeld aan de bijzondere voorwaarden, óók de vrijheidsbeperkende maatregel (zoals bedoeld in artikel 38v Sr) op te leggen. Deze maatregel, te weten een contactverbod met [slachtoffer] en een locatieverbod binnen een straal van 500 meter rondom haar woning en binnen een straal van 200 meter rondom haar werkadres, geldt voor de duur van drie jaar.

Voor het geval verdachte zich niet aan de maatregel houdt, zal per overtreding vervangende hechtenis voor de duur van een week worden opgelegd, met een maximum van zes maanden.

Dadelijk uitvoerbaar

De eis voor dadelijke uitvoerbaarheid is dat we er ernstig rekening mee houden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens een persoon/bepaalde personen. Verdachte heeft op zitting gezegd dat hij geen contact meer wil met aangeefster. Daar staat natuurlijk tegenover dat we uit de aard van het feit (belaging over een langere periode) kunnen afleiden dat we er ernstig rekening mee houden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal begaan, temeer omdat er (niet bevestigde) signalen zijn dat verdachte opnieuw contact heeft gezocht met aangeefster. De rechtbank zal daarom gebruik maken van haar bevoegdheid op basis van artikel 38v lid 4 van het Wetboek van Strafrecht en deze maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaren.

9 BESLAG

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- 1 harddisk en

- 1 notebook, merk Toshiba,

verbeurd verklaren.

Met behulp van deze voorwerpen is het bewezen verklaarde feit begaan.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten de brieven, onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Met behulp van deze voorwerpen is het bewezen verklaarde feit begaan.

10 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.153,92. Dit bedrag bestaat uit € 353,92 materiële schade en € 800,-- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij geheel kan worden toegewezen.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit de vordering af te wijzen, gelet op zijn standpunt dat verdachte dient worden vrijgesproken.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schadevergoeding

De schade voor zover die betrekking heeft op de schadeposten aanschaf camera’s en reiskosten ter hoogte van in totaal € 286,92 komt voor vergoeding in aanmerking. Deze kosten zijn gemaakt om de aan verdachte verweten gedragingen te stoppen en diens betrokkenheid vast te stellen. De rechtbank zal daarom de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 19 december 2019 tot de dag van volledige betaling.

De rechtbank zal [slachtoffer] niet ontvankelijk verklaren in haar vordering tot vergoeding van € 167,00 voor de autobanden nu de rechtbank verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging zal vrijspreken.

Immateriële schadevergoeding

Deze vergoeding kan niet worden toegewezen op grond van artikel 6:106, aanhef onder a van het Burgerlijk Wetboek (hierna BW), zoals [slachtoffer] die vordert. Er is geen sprake van het daar genoemde opzet. Op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bestaat recht op vergoeding van immateriële schade indien sprake is van een aantasting in de persoon. De aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde kunnen meebrengen dat van bedoelde aantasting in de persoon sprake is. Daarvan zal sprake kunnen zijn in geval van ernstige schending van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

De rechtbank is van oordeel dat de belaging, die zich over een langere periode heeft uitgestrekt, door verdachte een ernstige schending van de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] oplevert. Uit de namens [slachtoffer] voorgelezen slachtofferverklaring blijkt, dat het handelen van verdachte voor [slachtoffer] ernstige nadelige gevolgen heeft gehad, die overigens ook zo voor de hand liggen dat compensatie gepast is.

Het voorgaande betekent dat [slachtoffer] recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. Gelet op de specifieke omstandigheden van het voorliggende geval en bedragen die in soortgelijke gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank een bedrag van

€ 500,00 billijk.

Conclusie

De slotsom is dat de rechtbank de vordering tot een bedrag van € 786,92 zal toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor wat betreft het meerdere dat [slachtoffer] heeft gevorderd, zal de rechtbank haar niet ontvankelijk verklaren zodat zij dit deel van haar vordering kan aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die [slachtoffer] heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 786,92, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 19 december 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 16 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan [slachtoffer] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan [slachtoffer] .

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 38v, 38w, 285b van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Ontvankelijkheid officier van justitie

- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden;

- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- als algemene voorwaarden gelden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

* zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd zal melden bij Reclassering Nederland, mw. Stuyvenberg, op het adres Zwarte Woud 2 te Utrecht en zich zal blijven melden op afspraken met de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zich onder behandeling zal stellen van forensische polikliniek De Waag of een soortgelijke zorgverlener, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorgverlener aan te geven, teneinde zich te laten behandelen zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren [1972] te [geboorteplaats] ;

* mag zich niet bevinden binnen een straal van 500 meter van het woonadres van [slachtoffer] , te weten de [adres] , [woonplaats] ;

- In afwijking van het bepaalde in deze voorwaarde is het verdachte toegestaan zich

incidenteel binnen de straal van 500 meter van de woning van mevrouw [slachtoffer] te bevinden. Deze wijziging geldt uitsluitend voor de doorreis van en naar de kerkdienst bij de [kerk] en verblijf in de kerk en binnen het tijdsbestek en via de route [straat] (huisadres verdachte) naar de kerk en terug via de [straat] en de [straat] . Hierbuiten geldt voornoemde voorwaarde onverkort;

* mag zich niet bevinden binnen een straal van 200 meter van het werkadres van [slachtoffer] , te weten de [adres] , [woonplaats] ;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 100 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 50 dagen hechtenis;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;

Oplegging vrijheidsbeperkende maatregel

- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid;

- beveelt dat verdachte voor de duur van drie jaar:

* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren [1972] te [geboorteplaats] ;

* zich niet bevindt binnen een straal van 500 meter van het woonadres van [slachtoffer] , te weten de [adres] , [woonplaats] ;

- In afwijking van het bepaalde in deze voorwaarde is het verdachte toegestaan zich

incidenteel binnen de straal van 500 meter van de woning van mevrouw [slachtoffer] te bevinden. Deze wijziging geldt uitsluitend voor de doorreis van en naar de kerkdienst bij de [kerk] en verblijf in de kerk en binnen het tijdsbestek en via de route [straat] (huisadres verdachte) naar de kerk en terug via de [straat] en de [straat] . Hierbuiten geldt voornoemde voorwaarde onverkort;

* zich niet bevindt binnen een straal van 200 meter van het werkadres van [slachtoffer] , te weten de [adres] , [woonplaats] ;

- beveelt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van een (1) week, met een maximum van zes (6) maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;

- bepaalt dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

  • -

    1 harddisk (G2581448);

  • -

    1 notebook, merk Toshiba (G2581450);

- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:

  • -

    3 brieven (G2581436)

  • -

    3 brieven (G2581525)

  • -

    4 brieven (G2581514);

Benadeelde partij

- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 786,92;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2019 tot de dag van volledige betaling;

- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 786,92 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 16 dagen gijzeling;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Blanke, voorzitter, mrs. G. Perrick en J.O. Zuurmond, rechters, in tegenwoordigheid van D.G.W. van de Haar-Kleijer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 maart 2021.

De voorzitter en de jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij (op een of meer tijdstippen gelegen) in of omstreeks de periode van 29 december 2017

tot en met 12 februari 2020 te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, althans (elders) in Nederland, (telkens) wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt

op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] ,

door

- haar veelvuldig, althans meermalen berichten te sturen (via email, Whatsapp

en/of social media) en/of

- haar een of meerdere brieven te sturen en/of achter te laten bij haar woning

en/of praktijk ( [naam] ) en/of

- haar partner en/of kind(eren) een of meerdere brieven te sturen en/of

- haar veelvuldig, althans meermalen te bellen, althans een of meerdere pogingen

daartoe te doen en/of

- veelvuldig, althans meermalen langs haar woning en/of praktijk ( [naam] ) te

rijden en/of te lopen en/of met een verrekijker naar binnen te kijken en/of

- haar (auto)band(en) lek te steken en/of

- haar dochter (op straat) aan te spreken en/of

- een voorwerp tegen de ruit van het pand te gooien waarin haar praktijk ( [naam] )

is gesitueerd,

met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden

en/of vrees aan te jagen;

( art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht )

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 13 februari 2020, genummerd PL0900-2019386954, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 437 en de aanvulling daarop van 17 juni 2020, doorgenummerd 438 tot en met 495. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte, pagina 61 en 62

3 Een geschrift, inhoudende e-mail, bijlage bij het verhoor van aangeefster, pagina 122

4 Voornoemd bewijsmiddel, pagina 122

5 Voornoemd bewijsmiddel, pagina 123

6 Voornoemd bewijsmiddel, pagina 124

7 Voornoemd bewijsmiddel, pagina 127

8 Voornoemd bewijsmiddel, pagina 62

9 Voornoemd bewijsmiddel, pagina 63

10 Proces-verbaal van verhoor, pagina 78

11 Voornoemd bewijsmiddel, pagina 79

12 Voornoemd bewijsmiddel, pagina 80

13 voornoemd bewijsmiddel, pagina 81

14 Voornoemd bewijsmiddel, pagina 82

15 Voornoemd bewijsmiddel, pagina 83

16 Voornoemd bewijsmiddel, pagina 84

17 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 237 en 238

18 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 283

19 Voornoemd bewijsmiddel, pagina 284

20 proces-verbaal van verhoor van getuige, pagina 195 en 196

21 Proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 197

22 Proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 201 en 202

23 Proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 203

24 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 258 en 259

25 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 248

26 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, pagina 426 - 437

27 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 485

28 Voornoemd bewijsmiddel, pagina 486

29 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 489

30 Proces-verbaal van bevindingen, p. 473 – 474.

31 Proces-verbaal van bevindingen, p. 476 – 477.

32 Proces-verbaal terechtzitting 25 februari 2021 (nader op te maken bij appel)