Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:6678

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22-10-2021
Datum publicatie
07-04-2022
Zaaknummer
16/273762-20(P)
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich over een periode van langer dan drie maanden schuldig gemaakt aan het regelmatig verkopen van harddrugs. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van harddrugs. De rechtbank legt verdachte een gevangenisstraf op van 210 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 109 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf worden bijzondere voorwaarden gekoppeld. Daarnaast legt de rechtbank verdachte een taakstraf op voor de duur van 100 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/273762-20(P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 22 oktober 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [2001] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] , [postcode 1] te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de

terechtzitting van 8 oktober 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J. Beumer - Gongrijp en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. K. Karakaya, advocaat te Apeldoorn, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er op neer dat verdachte:

feit 1:

in de periode van 20 juli 2020 tot en met 30 oktober 2020 in Lelystad, samen met een ander, cocaïne en/of heroïne heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd;

feit 2:

op 30 oktober 2020 in Lelystad 75 eenheden/13,6 gram cocaïne en/of 28 eenheden/7,7 gram heroïne in zijn bezit heeft gehad.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1

Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het onder 1 ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 1 november 2020, genummerd PL0900-2020235121-40, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , [.] van politie Eenheid Midden-Nederland, inhoudende het verhoor van getuige [getuige 1] (pagina’s 520 tot en met 522);

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 3 december 2020, genummerd PL0900-2020235121-71, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , [.] van politie Eenheid Midden-Nederland, inhoudende het verhoor van getuige [getuige 2] (pagina’s 533 tot en met 535);

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 oktober 2021.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2

Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het onder 2 ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 31 oktober 2020, genummerd PL0900-2020235121-39, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , [.] van politie Eenheid Midden-Nederland, inhoudende een proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 116 en 117);

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 3 november 2020, genummerd PL0900-2020235121-47, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] , [..] van politie Eenheid Midden Nederland en [verbalisant 3] , [.] van politie Eenheid Midden-Nederland, inhoudende een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen (pagina’s 134 tot en met 138E)

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 oktober 2021.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1:

in de periode van 20 juli 2020 tot en met 30 oktober 2020 te Lelystad , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en heroïne, zijnde cocaïne en heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

feit 2:

op 30 oktober 2020 te Lelystad , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 75 eenheden / 13,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en ongeveer 28 eenheden / 7,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 210 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 109 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden: reclasseringstoezicht, een meldplicht bij de reclassering, een cognitieve vaardigheidstraining en een contactverbod met de medeverdachte [medeverdachte] .

- een taakstraf van 100 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 50 dagen hechtenis.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht verdachte een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van de voorlopige hechtenis met daaraan gekoppeld een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden. Hierbij heeft de raadsman uitdrukkelijk verzocht verdachte geen contactverbod met de medeverdachte op te leggen omdat dit een buurjongen betreft. Daarnaast heeft de raadsman verzocht verdachte een taakstraf op te leggen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De aard en de ernst van de feiten

Verdachte heeft zich ten behoeve van eigen financieel gewin over een periode van langer dan drie maanden schuldig gemaakt aan het regelmatig verkopen van harddrugs. Het gebruik van verdovende middelen is schadelijk voor de volksgezondheid, omdat deze stoffen sterk verslavend zijn en regelmatig gebruik schadelijke lichamelijke, psychische en sociale gevolgen met zich brengt. Daarnaast is de handel en het gebruik van verdovende middelen de oorzaak van vele vormen van zware criminaliteit. Verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van harddrugs.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van een op naam van verdachte gesteld Uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 8 februari 2021. Uit dat uittreksel volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit.

De rechtbank heeft tevens kennis genomen van de inhoud van het reclasseringsadvies van 26 januari 2021. Hieruit volgt dat verdachte een relatief jonge first offender is en het in dat opzicht vanuit de optiek van de reclassering dringender geïndiceerd is om in te zetten op het recidiverisico en criminogene factoren. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een deels voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, het volgen van een opleiding en een locatiegebod.

De straf

Alles overwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 210 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 109 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf worden de volgende bijzondere voorwaarden gekoppeld: een meldplicht bij de reclassering en een cognitieve vaardigheidstraining. Nadere bijzondere voorwaarden zijn naar het oordeel van de rechtbank niet opportuun. Daarnaast acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 100 uren passend en geboden.

Voorlopige hechtenis

Aan verdachte is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd die gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Gelet hierop zal de rechtbank het geschorste bevel voorlopige hechtenis opheffen.

9 BESLAG

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslaggenomen telefoon (Nokia) en het geldbedrag van € 263,40, verbeurd te verklaren.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de in beslaggenomen telefoon en het in beslaggenomen geldbedrag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- 1 STK Nokia G2723171 en

- een geldbedrag van € 263,40,

verbeurd verklaren.

Met behulp van de Nokia telefoon is het onder 1 bewezen verklaarde feit begaan.

Het geldbedrag van € 263, 40 is grotendeels uit baten van het strafbare feit verkregen.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    2 en 10 van de Opiumwet;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 210 dagen;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 109 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

* zich binnen 2 dagen na het ingaan van de proeftijd zal melden bij [organisatie] op het adres [adres 2] , [postcode 2] [plaatsnaam] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zal deelnemen aan een gedragsinterventie bestaande uit de gedragsinterventie COVA of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt, waarbij verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie door of namens de betreffende instelling aan verdachte zullen worden gegeven zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 100 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 50 dagen hechtenis;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;

Beslag

- Verklaart verbeurd de navolgende inbeslaggenomen voorwerpen:

  • -

    1 STK Nokia G2723171;

  • -

    een geldbedrag van € 263, 40.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Ludwig, voorzitter, mrs. J. Wiersma en R.P.P. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. C.N. Aalders en J.M. Tason Avila, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 oktober 2021.

mrs. Wiersma, Aalders en Tason Avila zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 20 juli 2020 tot en met 30 oktober 2020 te

Lelystad, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of

verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal

bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een

middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen

krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

feit 2:

hij op of omstreeks 30 oktober 2020 te Lelystad, althans in Nederland

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 75 eenheden / 13,6 gram, in elk geval

een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 28

eenheden / 7,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende

heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet.