Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:6042

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
08-12-2021
Datum publicatie
11-01-2022
Zaaknummer
9099288 UC EXPL 21-2389
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vordering tot schadevergoeding wegens inbreuk op auteursrechten op foto afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 9099288 UC EXPL 21-2389 ID/963

Vonnis van 8 december 2021

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. Algemeen Nederlands Persbureau ANP,

gevestigd te Rijswijk,

hierna ANP,

eisende partij,

gemachtigde: Rosmalen Nedland Gerechtsdeurwaarders B.V.,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna [gedaagde] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. H.J.A.M. Dohmen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 8,

- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3,

- de conclusie van repliek,

- de conclusie van dupliek met productie 4,

- de akte uitlating productie van ANP.

1.2.

Daarna is bepaald dat uitspraak zal worden gedaan.

2 Waar gaat het over?

2.1.

ANP exploiteert een beeldbank met foto’s. Daarin is de navolgende foto opgenomen, waarop een deel van het stembiljet voor de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 staat afgebeeld. Bij de foto staat onder andere vermeld: “Datum 20-02-2017”, “Rechten Editorial”, “Bron ANP” en “Fotograaf [A] ”.

*

2.2.

[gedaagde] heeft op 14 maart 2017 zonder toestemming van ANP een uitsnede van de foto in bewerkte vorm op haar website geplaatst.

2.3.

In een e-mailbericht van 18 augustus 2020 heeft Permission Machine B.V. namens ANP [gedaagde] erop gewezen dat de foto auteursrechtelijk beschermd is, dat het gebruik van de foto zonder toestemming van de rechthebbende een auteursrechtinbreuk oplevert en dat daardoor schade wordt geleden. Zij heeft een schikkingsvoorstel gedaan en [gedaagde] gesommeerd de foto van haar website en server af te halen. [gedaagde] heeft hiertegen verweer gevoerd aan de hand van een door haar gemachtigde opgesteld verweer. Er is geen regeling getroffen. [gedaagde] heeft de foto wel van de website verwijderd.

2.4.

Op 13 januari 2021 heeft Rosmalen Nedland Gerechtsdeurwaarders B.V. namens ANP [gedaagde] gesommeerd € 844,00 aan schadevergoeding te betalen onder aanzegging van rechtsmaatregelen. De gemachtigde van [gedaagde] heeft daarop aanvullend verweer gevoerd en een schikkingsvoorstel gedaan. Er is geen regeling getroffen.

2.5.

ANP vordert nu in deze procedure, na eisvermindering, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 500,00 aan schadevergoeding wegens auteursrechtinbreuk (€ 363,00 aan gemiste licentie-inkomsten, € 90,75 vanwege afbreuk aan het zelfbeschikkingsrecht, het ontbreken van naamsvermelding en het bijsnijden/bewerken van de foto, € 175,00 vanwege gemaakte kosten voor opsporing en vastlegging bewijs en € 54,45 aan buitengerechtelijke incassokosten, zijnde in totaal € 683,20, welke vordering ANP heeft beperkt tot € 500,00, waarbij zij afstand heeft gedaan van het meerdere) en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.6.

[gedaagde] voert hiertegen verweer. [gedaagde] betwist onder meer dat de foto auteursrechtelijk beschermd is, dat de rechten op de foto aan ANP toekomen en dat ANP de opgevoerde schade heeft geleden.

3 De beoordeling

3.1.

Ter beoordeling ligt voor of [gedaagde] jegens ANP schadeplichtig is op grond van een aan haar toe te rekenen inbreuk op auteursrechten op de foto.

3.2.

De kantonrechter gaat voorbij aan het verweer van [gedaagde] dat aan de foto geen auteursrechtelijke bescherming toekomt omdat het een simpele, gewone foto is, waarvan er vele soortgelijke op internet te vinden zijn. ANP heeft toegelicht dat de foto het resultaat is van originele en creatieve keuzes van de maker, [A] , zoals de keuzes om:

- de woorden “Tweede Kamer der Staten-Generaal” centraal, boven te plaatsen en de tekst ervoor en erna weg te laten,

- de datum niet te tonen, maar alleen “woens”,

- de foto niet technisch recht op recht te nemen, maar schuin gedraaid op de X-, Y- en Z-as, waardoor de tekst van linksonder naar rechtsboven loopt en de focus is gelegd op het bovenste deel van de tekst, waarbij het onderste deel van de tekst nauwelijks nog leesbaar is,

- tot maximaal “9 bolletjes” van een rij te tonen op de foto.

Dit maakt naar het oordeel van de kantonrechter dat de foto een voldoende eigen en oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijke stempel van de maker draagt. De foto is niet gelijk te stellen aan een productfoto waarop een object (zonder een dergelijk karakter en stempel) zo duidelijk, natuurgetrouw en objectief mogelijk wordt getoond. De fotograaf heeft het stembiljet in dit geval op een eigen, creatieve manier in beeld gebracht.

3.3.

Op grond van artikel 1 Auteurswet heeft de auteursrechthebbende op een foto als enige het recht om die foto openbaar te maken en te verveelvoudigen. Anderen mogen dat in beginsel alleen met voorafgaande toestemming van de rechthebbende, een licentie dus. Verder komen aan de maker van een foto op grond van artikel 25 Auteurswet persoonlijkheidsrechten toe, waaronder het recht op naamsvermelding bij de foto en het recht om zich te verzetten tegen wijziging van de foto. Degene die inbreuk maakt op deze rechten kan worden aangesproken tot vergoeding van de daardoor geleden schade aan de rechthebbende op grond van onrechtmatige daad.

3.4.

[gedaagde] heeft vanaf het begin betwist dat de rechten op de foto aan ANP toekomen bij gebrek aan bewijs waaruit blijkt dat en wanneer ANP in het bezit is gekomen van die rechten en dat deze rechten exclusief zijn (zie conclusie van antwoord en productie 1 [gedaagde] ). Daarop is namens ANP aangevoerd dat uit het feit dat de foto sinds 20 februari 2017 in de databank van ANP te vinden is en onder de naam van ANP is gepubliceerd voldoende blijkt van haar rechten op de foto en haar exclusieve exploitatierecht (zie dagvaarding en productie 8 ANP). Daarbij is een beroep gedaan op het wettelijke vermoeden van artikel 4 lid 1 Auteurswet. Daarna is nog aangevoerd dat het vorderingsrecht bij ANP ligt, omdat [A] werkzaam is voor ANP en de foto in de beeldbank van ANP is opgenomen met de vermelding “ANP [A] ” (zie repliek). [gedaagde] heeft daar tegenover gesteld dat [A] in de beeldbank als de maker van de foto staat vermeld en dat uit zijn LinkedInprofiel blijkt hij de foto destijds als freelancer heeft gemaakt. ANP komt daarom geen beroep toe op het bepaalde in artikel 4 lid 1, artikel 7 of artikel 8 Auteurswet. Uit niets blijkt dat [A] zijn rechten op de foto heeft overgedragen of een exclusieve licentie heeft verleend aan ANP (zie dupliek).

3.5.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft ANP, mede gelet op het verweer van [gedaagde] , onvoldoende aangevoerd en onderbouwd om aan te kunnen nemen dat zij gerechtigd is om deze rechtsvordering in te stellen wegens auteursrechtinbreuk op de foto. Vast staat dat [A] de foto heeft gemaakt. Hij staat in de beeldbank van ANP ook vermeld als de fotograaf. Niet is gesteld of gebleken dat hij de foto heeft gemaakt terwijl hij in dienst was van ANP. Dit brengt mee dat de auteursrechten op de foto op grond van de hoofdregel van artikel 1 Auteurswet aan [A] toekomen. De in de Auteurswet genoemde uitzonderingen daarop doen zich hier niet voor. Op grond van artikel 2 Auteurswet is voor zowel de (gehele of gedeeltelijke) overdracht van auteursrechten als het verlenen van een exclusieve licentie een akte vereist. Het had daarom op de weg van ANP gelegen om te stellen en aan te tonen dat zij via zo’n akte rechten op de foto overgedragen heeft gekregen. Dat heeft zij nagelaten. Het gevorderde moet om die reden al worden afgewezen.

3.6.

Overigens heeft ANP naar het oordeel van de kantonrechter, mede gelet op het verweer van [gedaagde] , ook onvoldoende onderbouwd dat voor commercieel gebruik van de foto op een website met naamsvermelding een standaardtarief geldt van € 181,50 inclusief btw per foto per jaar, waarbij een deel van een jaar als volledig jaar in rekening wordt gebracht. Het slechts overleggen van één geanonimiseerde factuur betreffende gebruik vanaf 1 mei 2019 tot 1 mei 2020 op een website van een (voetbal)foto, waarop een BN’er staat afgebeeld, is onvoldoende om aan te kunnen nemen dat dit bedrag door ANP als standaardtarief wordt gehanteerd en door licentienemers wordt betaald. Omdat de vordering al strandt op grond van wat hiervoor is beslist, behoeft deze kwestie echter geen verdere bespreking.

3.7.

ANP heeft ongelijk gekregen en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. [gedaagde] vordert veroordeling van ANP in de werkelijk gemaakte proceskosten ex artikel 1019h Rv conform het indicatietarief voor een eenvoudige IE bodemzaak van maximaal € 8.000,00. [gedaagde] voert daartoe onder meer aan dat zij genoodzaakt was een ter zake deskundige advocaat in te schakelen en dat deze uitgebreid verweer heeft moeten voeren op basis van een omvangrijker feitenonderzoek. Zij stelt onder verwijzing naar de overgelegde specificatie dat de kosten van de gemachtigde in totaal € 7.367,60 exclusief btw bedragen (productie 4 [gedaagde] ). ANP voert hiertegen verweer. Volgens ANP gaat het om een zeer eenvoudige, niet bewerkelijke zaak, waarvoor het liquidatietarief geldt, is het de vraag of de genoemde werkzaamheden wel daadwerkelijk zijn verricht en betaald en zijn de opgevoerde kosten onredelijk en buitensporig hoog.

3.8.

Omdat het in deze procedure gaat om de handhaving van intellectuele eigendomsrechten is artikel 1019h Rv van toepassing. Op grond van dat artikel wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Bij de vaststelling van de redelijke en evenredige kosten ex artikel 1019h Rv gaat de kantonrechter uit van de Indicatietarieven in IE-zaken, versie 1 april 2017. Het gaat in deze zaak in essentie om een eenvoudige inbreukkwestie met een beperkt feitencomplex en een beperkt financieel belang. Voor zulke zeer eenvoudige, niet bewerkelijke bodemzaken schrijven de Indicatietarieven in IE-zaken voor dat de kostenvergoeding wordt berekend op basis van het liquidatietarief. De kantonrechter ziet in hetgeen [gedaagde] heeft aangevoerd geen aanleiding om van een hoger tarief uit te gaan.

3.9.

De proceskosten komen daarmee op:

- griffierecht € 126,00

- salaris gemachtigde 150,00 (2,0 punten × tarief € 75,00)

Totaal € 276,00

3.10.

De door [gedaagde] gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de in 4.2. vermelde termijn.

3.11.

De door [gedaagde] gevorderde nakosten worden op de in 4.3. vermelde wijze begroot.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

wijst het gevorderde af,

4.2.

veroordeelt ANP tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 276,00, waarin begrepen € 150,00 aan salaris gemachtigde, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

4.3.

veroordeelt ANP, onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [gedaagde] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 37,50 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

4.4.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 8 december 2021.

*Ivm de herleidbaarheid naar een natuurlijk persoon is de afbeelding bij 2.1 verwijderd.